bijlage 3 - Kadernota 2024
Tekst van het document
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)
KADERNOTA 2024
Uitgangspunten voor de exploitatie en de balans plus financiële doorrekeningen periode 2024 -2028
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland is een samenwerkingsverband (gemeenschappelijke regeling) van 7 gemeenten, te weten Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel.
Tiel, november 2022
1
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)
Inleiding Deze Kadernota is het document dat door de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR) aan de gemeenteraden wordt aangeboden en waarin een financiële doorrekening is opgenomen met actuele prognosecijfers van de meerjarenbegroting. De aanleg van het nieuwe breedbandnetwerk was gepland voor 2020 en 2021. Door verschillende omstandigheden in 2020 waaronder de wereldwijde corona pandemie en de stikstofproblematiek is er pas in april 2020 gestart met de aanleg van het breedbandnetwerk in de buitengebieden van de 7 deelnemende gemeenten. Er is ook vertragingen rondom de aanleg van dijkadressen in de planning. Er wordt in de opdracht onderscheid gemaakt in reguliere, dijkadressen en dijkversterkingsadressen. Voor de reguliere adressen wordt de initiële aanlegplanning (24 maanden) met in acht neming van de vertragingen in Q1 van 2020 niet gehaald. Doordat de capaciteit van de aannemer te verschuiven naar de dijkadressen om deze zoveel mogelijk voor de dijksluitingsperiode per 14 oktober civiel gereed te hebben zijn met name de reguliere adressen in Zaltbommel en West Betuwe nog niet gereed. Er is door de opdrachtnemer een aangepaste mijlpalenplanning afgegeven voor realisatie van de reguliere en de dijkadressen in 2022/2023. Voorlopig wordt er voor deze adressen rekening gehouden van een vertraging van 12 maanden.
Inclusief de vertraging in de start is de vertraging voor de realisatie van 15 maanden. Voor de laatste categorie “dijkversterkingsadressen” wordt nog een plan van aanpak gemaakt waarin de procedure wordt vastgesteld hoe deze adressen na de dijkversterking kunnen worden aangesloten. Vanaf het 4e kwartaal 2020 zijn de eerste aansluitingen operationeel en genereert de UBR inkomsten uit de verhuur van vezelparen. Het aantal deelnemende adressen in het project zijn 8880 adressen homes passed (HP). Op dit moment heeft de UBR 7116 aanmeldingen homes connected (HC) waarvan naar verwachting 87% ook een abonnement zal afnemen, homes activated (HA). In de laatste kolom is het aantal actieve aansluitingen (HA)afgezet tegen de doelstelling van 70% actieve aansluitingen op het totale aantal adressen (70% van 8880=6216). Voorgaande resulteert in onderstaande raming/planning:
De investeringsbedragen zijn gebaseerd op de uitkomsten van de aanbesteding. Voor de aanlegfase is in totaal een investeringsbedrag van € 37.300.000 gebudgetteerd. Daarnaast Prognose/realisatie Percentage Prognose/realisatie Percentage aansluitingen HC aansluitingen HA aansluitingen HC aan het aansluitingen HA aan het eind van het kwartaal eind van het kwartaal 2020 Q4 232 3% 185 80% 2021 Q1 1.362 19% 1.068 78% 2021 Q2 1.881 26% 1.257 67% 2021 Q3 2.348 32% 1.850 79% 2021 Q4 3.407 47% 2.623 77% 2022 Q1 3.956 54% 3.225 82% 2022 Q2 4.500 62% 3.735 83% 2022 Q3 5.150 70% 4.245 82% 2022 Q4 5.800 79% 4.814 83% 2023 Q1 6.167 84% 5.458 89% 2023 Q2 6.534 89% 5.718 88% 2023 Q3 6.901 94% 6.032 87% 2023 Q4 7.310 100% 6.216 85% is voor de periode daarna een reservering voor de investeringskosten van na-aansluitingen,
2
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)
inbebouwing en degeneratie opgenomen van € 200.000. Over de hele looptijd is gerekend met een investeringsbudget van in totaal € 37.500.000. Het is de verwachting dat de uitloop van de aanleg (tot Q4 2023) niet zal leiden tot een aanpassing van onderstaande specificatie van het investeringsbudget. De specificatie van het investeringsbudget (afgerond) is als volgt: * * * *
*
Voorbereidingskosten: Kosten van onderzoek en ontwikkeling die in de periode van 2016 t/m 2019 zijn voorgefinancierd door Regio Rivierenland Kosten aanleg Overige kosten in de investeringsfase: Bouwrente + projectkosten Onvoorzien: Stelpost om tegenvallers/meerwerk bij de initiële realisatie van de investeringen op te kunnen vangen Budget investeringsuitgaven in de aanlegfase Voorziening voor na-aansluitingen en dergelijke Totaal investeringsbudget
€ €
1.000.000 34.200.000
€
1.100.000
€ € € €
1.000.000 37.300.000 200.000 37.500.000
Voor de bekostiging van de aanlegkosten van het breedbandnetwerk hebben we een langlopende financieringsovereenkomst met de BNG Bank afgesloten met een totale looptijd van 50 jaar. In 2020 en 2021 vond financiering van de investeringsuitgaven plaats via een krediet in rekeningcourant met een bouwfaciliteit van € 37.500.000. De rekening-courant werd in de eerste 2 jaar ook aangewend voor de financiering van op investeringsfacturen betaalde BTW, die de UBR achteraf (na indiening van de BTW-aangifte) uitbetaald krijgt door de belastingdienst. In januari 2022 vond een omzetting plaats naar financiering door middel van een langlopende lening. Op deze manier heeft de UBR in de aanlegfase optimaal geprofiteerd van de lage rentestand. De langlopende lening bedraagt € 35.000.000 vanaf 2022 en heeft een looptijd van 48 jaar. De lening wordt lineair afgelost. De UBR loopt geen renterisico voor het langlopende deel van de financiering, omdat ze het rentepercentage van de lening voor 30 jaar heeft vastgelegd op 0,835% voor de periode 2022 tot 2052. De UBR houdt een kortlopende kredietfaciliteit ter grootte van € 2.500.000 aan, waarmee de totale financieringsbehoefte van € 37.500.000 is ingevuld. Afhankelijk van de renteontwikkelingen kan de UBR ook dit deel in de toekomst langlopend (her)financieren.
De kosten van onderzoek en ontwikkeling, die door Regio Rivierenland zijn voorgefinancierd vanaf 2016, zijn na de oprichting van gemeenschappelijke regeling UBR overgebracht naar de nieuwe organisatie (UBR). Het betreft voorbereidingskosten die op grond van de wettelijke voorschriften (BBV) in de balans als immateriële vaste activa opgenomen moeten worden en waarvoor een afschrijvingstermijn geldt van maximaal 5 jaar. De overige investeringsuitgaven voor het breedbandnetwerk worden geactiveerd in de balans bij de materiële vaste activa en afgeschreven in 50 jaar, waarbij rekening gehouden wordt met de restwaarde van het breedbandnetwerk.
Afgeschreven wordt vanaf het moment van realisatie van het breedbandnetwerk. De afschrijvingen lopen in de aanlegfase geleidelijk op en lopen daarmee in de pas met de gefaseerde oplevering en realisatie van het breedbandnetwerk. Dit is overeenkomstig de wettelijke
3
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)
voorschriften (BBV) en daarmee wordt ook een goede matching bereikt tussen inkomsten en afschrijvingslasten. In de investeringsplanning is voorzien dat in 2031 het volledige investeringsbudget van € 37.500.000 is besteed. De (structurele) afschrijvingslasten bedragen vanaf 2031 € 516.880 per jaar (rekening houdend met de restwaarde van het breedbandnetwerk). Belangrijke punten ten aanzien van de begroting en aanvullingen ten opzichte van Kadernota 2023: • We zien op dit moment geen grote afwijkingen ten aanzien van beoogde eindresultaat van 8880 glasvezelaansluitingen waarvan 70% (6216) actief eind 2023. • De tijdige realisatie aanleg van het breedbandnetwerk (gereed binnen 2 jaar na aanvang) is niet gehaald door diverse vertragingen. Voorgaande resulteert tijdsevenredig in lager aantal gerealiseerde aansluitingen dan begroot. • In principe is er sprake van onderbesteding ten opzichte van het begrote tijdsvlak 2021/2022. Er is voor de aanleg een fixed fee afgesproken per aansluiting het aantal aansluitingen is naar verwachting nog steeds gelijk. Het investeringsbudget in de begroting 2022/2023 loopt nu feitelijk door tot eind 2023 maar hoeft niet te worden bijgesteld. • Ondanks de vertraging in de aanleg is er geen sprake van een achterstand in de begrote omzet in 2023.
Door de maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van de bestuursrapportage in 2021 zal de omzet in 2022 en daarmee ook het resultaat minder negatief uitkomen dan in de bestuursrapportage van 2021 is begroot. • Er is een post algemene kosten opgenomen voor de publicatie en leergang van de UBR. Deze kosten waren niet begroot en zullen worden bekostigd uit het budget onvoorzien. Vanwege gebrek aan inschrijvingen voor de leergang (in samenwerking met de Universiteit Utrecht) is in het AB/DB van 17 oktober 2022 besloten geen middelen meer vrij te maken c.q. een vervolg meer hieraan te geven. • De projectkosten zullen door de vertraging van de aanleg doorlopen in 2023 als ook de controle op de aanleg van het netwerk door het bedrijf Allinq alsmede betalingen aan de gemeenten die meer leges en degeneratiekosten hebben gemaakt dan contractueel door de UBR met de opdrachtnemer zijn overeengekomen. De post onvoorzien is nog voldoende om binnen budget te blijven. • In de jaarrekening 2022 wordt verslag gedaan en verantwoording afgelegd over de werkelijke financiële uitkomsten en het gerealiseerde resultaat in 2022. • Op 23 augustus 2022 heeft de ACM haar besluit om de ODF tarieven van KPN/Glaspoort niet te reguleren kenbaar gemaakt. De UBR heeft in de consultatieronde van de ACM haar zienswijze op het te nemen besluit ingezonden aan de ACM.
Doordat de ACM de tarieven niet gaat reguleren is het voor de UBR ook niet noodzakelijk om deze verlaging in haar ODF tarief door te voeren. Immers in de goedkeuring van de Europese Commissie is opgenomen dat de UBR de gereguleerde tarieven zal volgen. Voor de vaststelling van het ODF tarief van de UBR in 2023 zal in het AB/DB van december een advies worden voorbereid.
4
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)
Belangrijkste punten voor wat betreft de financiële en operationele inrichting van de UBR ➢ ➢ ➢ ➢
Sturen op een efficiënte bedrijfsvoering met een zo laag mogelijke operationele kosten. Sturen op het binnen het investeringsbudget afronden van de aanleg van het breedbandnetwerk. Sturen op het zo spoedig mogelijk afronden van alle breedbandnetwerk aansluitingen bij de zogenaamde “witte” aansluitingen. Structureel een sluitende (meerjaren)begroting waarbij als uitgangpunt geldt dat er geen beroep wordt gedaan op de gemeentelijke begroting
De financiën van dit programma De gehanteerde uitgangspunten voor de begroting zijn hierna samengevat. • • • • •
•
• • •
•
• •
• • • •
In totaal worden 8.880 aansluitingen in de buitengebieden van 7 gemeenten gerealiseerd. Inwoners betalen geen kosten voor de aanleg van hun aansluiting. Inwoners in de buitengebieden betalen prijzen die gelijk zijn aan de tarieven die in de kernen worden gehanteerd. Er wordt geen ‘buitengebiedstoeslag’ toegepast. Het deelnamepercentage van de inwoners in de buitengebieden is op basis van de uitkomsten aanmeldcijfers voor 2023 bepaald en ingeschat op 70%. In de financiële doorrekeningen is het deelnamepercentage in meerjarig perspectief gemaximeerd op 70%. Het totale investeringsbudget bedraagt € 37.500.000 en is gebaseerd op de uitkomsten van de aanbesteding. In het budget is ook een bedrag voor onvoorzien opgenomen (€ 1.000.000) en een voorziening voor na-aansluitingen, inbebouwing en toekomstige degeneratie (€ 200.000). De opbrengsten uit de verhuur van vezelparen zijn overeenkomstig de jaarlijks in december vastgestelde tarieven door het AB. De opbrengsten en de operationele kosten worden in de meerjarenbegroting doorgerekend met een jaarlijkse indexering van 1,5%. De restwaarde van het breedbandnetwerk aan het eind van de looptijd van de lening bedraagt € 1.200 per aansluiting, in totaal een bedrag van € 10.656.000, waarop niet wordt afgeschreven.
De rente van de lening van € 35.000.000 met een looptijd van 48 jaar (looptijd van 2022 tot 2070) is in januari 2020 overeengekomen met de BNG Bank en bedraagt 0,835%. De rente staat voor 30 jaar vast vanaf 2022. In de investeringsfase is een kredietfaciliteit in rekening-courant beschikbaar als bouwdepot tegen gunstige rekening courant condities. Voor de additionele financiering van € 2.500.000 vanaf 2022 houden we vooralsnog vast aan continuering van een faciliteit in rekening-courant, waarbij is gerekend met een rente van 1,5%, overeenkomstig de huidige rentestand. Het is de verwachting dat deze rekening courant pas eind 2023 zal worden getrokken. Voor de gehele faciliteit geldt een bereidstellingsprovisie van 0,09% over het niet opgenomen deel van het beschikbare bedrag. Gestreefd wordt vermogenstekorten in de eerste jaren van de exploitatie, te voorkomen. Realisatie van een positieve cashflow die voldoende is om de aflossingstermijnen van de lening te kunnen betalen. De liquiditeitspositie moet de UBR in alle jaren in staat stellen om aan de betalingsverplichtingen te voldoen. In de aanlegfase van het breedbandnetwerk is via een kortlopend bankkrediet een kapitaalbuffer gecreëerd van waaruit de (investerings-) betalingen kunnen worden gedaan.
5
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)
Meerjarig exploitatie-overzicht van baten en lasten Hierna is een meerjarig overzicht opgenomen van de exploitatie. Er is bewust gekozen voor een tijdspad van 5 jaar, om de gemeenteraden voldoende inzicht te geven in de geraamde exploitatieuitkomsten op middellange termijn. Hierdoor kan worden vastgesteld dat de financiële cijfers in overeenstemming zijn met de geformuleerde uitgangspunten, niet alleen in de eerste jaren, maar ook op de lange(re) termijn.
Geraamde exploitatiecijfers: (* € 1.000) Baten: Opbrengst verhuur vezelparen
2024
2025
2026
2027
2028
1.443
1.515
1.538
1.561
1.585
Lasten: Afschrijvingen 1) Rentelasten 2) Beheerkosten Incidentele lasten Totaal geraamde lasten
714 278 420
714 272 427
715 264 433
515 256 439
516 248 446
1.412
1.413
1.411
1.211
1210
Resultaat vóór belastingen
31
103
126
351
375
Vennootschapsbelasting
6
20
16
69
75
Resultaat ná belastingen
25
83
110
282
300
Toelichting bij de meerjarenbegroting: 1)
In de eerste jaren wordt afgeschreven vanaf het moment dat de aanleg van het breedbandnetwerk is geoperationaliseerd. De realisatie en oplevering vindt gefaseerd plaats, waardoor de afschrijvingslasten geleidelijk in de begroting worden verantwoord. In de periode van 2024 t/m 2026 blijven de afschrijvingen redelijk constant. Vanaf het begrotingsjaar 2027 dalen de afschrijvingen als gevolg van de relatief korte afschrijvingstermijn van 5 jaar voor de immateriële vaste activa.
2) Zolang de investeringen in het hoofdnetwerk nog niet zijn afgerond betalen we bereidstellingsprovisie van 0,09% over het niet opgenomen deel van de kredietfaciliteit. Vanaf 2022 betalen we 0,835% rente over de langlopende lening van € 35 mljn, waarop jaarlijks € 729.167 wordt afgelost. De rentebesparing als gevolg van de aflossingen bedraagt € 6.000 per jaar.
6
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)
Incidentele baten en lasten In de begroting 2024 is geen budget opgenomen voor incidentele lasten en baten in het jaar na oplevering van het netwerk aan UBRivierenland. De opbrengsten in 2024 en de jaren daarna zijn voldoende voor een structureel overschot van de exploitatie. Na 2026 lopen de positieve resultaten op, omdat de geactiveerde voorbereidingskosten dan volledig zijn afgeschreven en niet meer op de exploitatie drukken. Onvoorziene uitgaven In het investeringsbudget van € 37.500.000 is een bedrag voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 1.000.000. Dit budget wordt voor een groot deel aangewend voor de bekostiging van Leges en Degeneratiekosten die buiten de opdracht van aanbesteding vallen. De exacte hoogte is op het moment van schrijven van deze kadernota nog niet bekend maar worden geschat op circa € 500.000. Doordat de eindoplevering is vertraagd lopen ook de projectkosten door in 2022 en 2023 welke samen worden begroot op € 320.000. Daarnaast worden de kosten Voor de bekostiging van eenmalige eindoplevering zijn kosten ter grootte van begroot op € 150.000 die eveneens uit het budget onvoorzien wordt bekostigd. Het saldo van de post onvoorzien begin 2024 derhalve € 30.000. In de operationele kosten is een bedrag voor onvoorziene uitgaven gebudgetteerd van ca. € 2.000. Dit bedrag stijgt elk jaar met de toegepaste indexering (1,5%).
Risico's De gepresenteerde exploitatiecijfers zijn ramingen en uiteraard kan (en zal) de werkelijkheid hiervan afwijken. We verwachten niet dat er tekorten ontstaan. De financiële risico's zijn beperkt en er is voorzichtigheid betracht bij de financiële doorrekeningen. Als voorbeelden hiervan kunnen worden genoemd: •
het deelnamepercentage is in meerjarig perspectief gemaximeerd op 70% (niveau dat bereikt wordt in 2024), terwijl het een reële verwachting is dat het werkelijk deelnamepercentage (op termijn) daarboven zal uitstijgen.
•
bij vertraging in de realisatie van de nieuwe aansluitingen komen de inkomsten later op gang, maar parallel daarmee komen de afschrijvingslasten ook pas later ten laste van de exploitatie. Genoemde posten komen pas ten laste van de exploitatie na realisatie van de aansluitingen, die gefaseerd en getemporiseerd plaatsvindt.
•
in het totale investeringsbudget van € 37.500.000 zijn bedragen opgenomen voor tegenvallers en meerwerk (€ 1.000.000 voor onvoorziene investeringsuitgaven welke nagenoeg is uitgenut) en een voorziening voor de lasten van na-aansluitingen, inbebouwing en toekomstige degeneratie (€ 200.000).
•
De inkomsten stijgen jaarlijks met een tariefindex (geraamd op 1,5%), terwijl voor de afschrijvingen en rentelasten geen kostenindexering toegepast hoeft te worden. Zo wordt de marge tussen de opbrengsten en de lasten steeds gunstiger. Bovendien nemen de rentelasten jaarlijks af als gevolg van de betaalde aflossingstermijnen van de lening (vanaf 2022).
7
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)
Geprognosticeerde balansen Hierna zijn in meerjarig perspectief de geprognosticeerde balanscijfers opgenomen vanaf het eerste jaar van de oprichting van de UBR. Balanscijfers 31 december (* € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
ACTIVA Immateriële vaste activa
1.000
1.000
1000
1000
1000
Cum. afschrijvingen
600
800
1000
1000
1000
Boekwaarde IVA
400
200
0
0
0
36.360
36.380
36.400
36.420
36.420.00
Materiële vaste activa Cum. afschrijvingen
1.392
1.906
2.421
2.936
3.452
Boekwaarde MVA
34.968
34.474
33.979
33.484
32.988
146
153
155
157
160
0
0
0
0
0
Liquide middelen
-169
-92
-1
119
210
Vlottende activa
-24
61
154
276
370
35.344
34.735
34.254
33.681
33.358
87
112
195
306
588
Debiteuren Omzetbelasting (BTW)
Totaal activa PASSIVA Algemene bedrijfsreserve Resultaat
25
83
111
282
300
Eigen vermogen
112
195
306
588
888
Bouwkrediet BNG Bank
1)
Lening BNG (vanaf 3e jaar)
0
0
0
0
0
32.813
32.084
31.354
30.625
29.896
Kredietfaciliteit BNG Bank 1)
2.360
2.380
2.400
2.420
2.440
Totaal van de financiering door BNG Bank
35.173
34.464
33.754
33.045
32.336
Omzetbelasting (BTW)
53
56
57
58
59
Vennootschapsbelasting
6
20
16
69
75
Overige vlottende passiva
59
76
73
127
134
35.344
34.735
34.133
33.760
33.358
Totaal passiva
8
Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)
Toelichting ontwikkeling liquiditeitspositie
De cashflow die vanuit de exploitatie van de UBR wordt gegenereerd, is positief. De investeringsuitgaven worden volledig door leningen gefinancierd. Vanaf 2022 worden aflossingsbetalingen gedaan (ruim € 729.000 per jaar), maar als gevolg van de positieve cashflow (netto-resultaat + afschrijvingslasten) blijft het saldo liquide middelen ruim positief. Als het saldo liquide middelen op middellange termijn verder oploopt door de positieve resultaten, komen middelen beschikbaar om de leningen versneld af te lossen. Dan realiseren we ook een extra voordeel bij de rentelasten en een hoger exploitatie-overschot. Toelichting ontwikkeling solvabiliteitspositie
Het eigen vermogen is structureel positief, er is alleen een klein aanloopverlies in 2020 geweest. In de eerste jaren, waarin de aanleg van het breedbandnetwerk word gerealiseerd, wordt een vermogensbuffer opgebouwd die kan worden ingezet om eventuele toekomstige exploitatieverliezen te kunnen dekken. Na een looptijd van de lening van 23 jaar (na 50 jaar, als de lening volledig is afgelost) is een vermogenspositie opgebouwd die samen met de (geschatte) marktwaarde van het netwerk gelijk is aan de uitstaande lening van het breedbandnetwerk.
Weerstandsvermogen De 7 gemeenten die deelnemen in de UBR zijn voor hun aandeel aansprakelijk als vermogenstekorten zouden ontstaan of de UBR niet in staat is om aan de aflossingsverplichtingen van de lening te voldoen. Het gemeentelijk aandeel wordt berekend op basis van de stemverhouding, overeenkomstig de bepalingen zoals opgenomen in de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland. Met de voorliggende ramingen zoals opgenomen in deze Kadernota 2024 is zichtbaar gemaakt dat de UBR nagenoeg vanaf de start van de aanleg van het breedbandnetwerk kapitaal en vermogen opbouwt en aan alle betalingsverplichtingen kan voldoen. Op de langere termijn (na 2026) groeit het eigen vermogen en neemt het saldo liquide middelen verder toe als gevolg van de oplopende exploitatie-overschotten. Het is daarom niet te verwachten dat de deelnemende gemeenten vanuit hun eigenaarschap of garantiestelling voor de lening financiële nadelen zullen ondervinden.
9