Bijlage 3. Concept-brief zienswijze
Tekst van het document
Dijkstraat 11 Postbus 1 6658 ZG Beneden-Leeuwen www.westmaasenwaal.nl info@westmaasenwaal.nl Telefoon 14 0487 IBAN NL44 BNGH 0285 009133
Werkzaak Rivierenland Postbus 321 4190 CH GELDERMALSEN
Datum 1 augustus 2025
Ons kenmerk: Z.121711/D.333993
Uw brief: 1 augustus 2025
Bijlage(n): 2
Onderwerp: Bestuursrapportage 2025
Beste meneer/mevrouw,
*Z04B9431F2D*
Bij brief van 11 juli 2025 is van u de Bestuursrapportage 2025 ontvangen. In de aanbiedingsbrief zat het verzoek om een zienswijze in te brengen bij het DB Werkzaak. Onze zienswijze moet uiterlijk 10 oktober 2025 zijn ingeleverd. Na ontvangst van de zienswijzen zal het AB Werkzaak de Bestuursrapportage 2025 en de voorgestelde Begrotingswijziging 2025 definitief vaststellen. Onze zienswijze In ons voorstel aan de gemeenteraad, die als bijlage is toegevoegd, hebben wij onze bevindingen verwoord. Daarin concluderen wij het volgende. Wij stellen vast dat de Bestuursrapportage 2025: 1. een actualisatie bevat van de ramingen op basis van de Mei-circulaire 2025 en ook is aangepast aan de behaalde resultaten en ontwikkelingen over de 1e maanden van 2025: 2. een getrouw beeld geeft van de realisatie van de ambities en doelstellingen in 2025; 3. is opgesteld in overeenstemming met afspraken binnen de Bestuurlijke Agenda 2020; 4. de cijfers per saldo een positief resultaat geven, zowel wat betreft het subsidieresultaat als het bedrijfsvoeringsresulaat; 5. de Reserves en voorzieningen worden aangewend voor de daarvoor bestemde doelen. Het investeringsprogramma wordt ook volgens planning opgepakt en in uitvoerig gebracht. Verder merken wij het volgende op. In de aanbiedingsbrief van 11 juli 2025 en de Bestuursrapportage 2025 (Bestuurlijke samenvatting op pag. 9 en par.
4.2 Programma Participatie op pag. 15 e.v.) wordt door u aandacht gegeven aan de financiële uitdagingen rond de infrastructuur van sociale ontwikkelbedrijven. Daarbij wordt gerefereerd aan een bestuurlijke sessie die in maart 2024 heeft plaatsgevonden en de raadsbijeenkomst op 12 mei 2025. In afwachting van de nadere verkenning en bestuurlijke besluitvorming vindt u het gepast dat de additionele middelen die de gemeenten in dat kader ontvangen aan de daartoe ingestelde reserve worden toegevoegd (zie op par. 6 op pag. 31, Reserve ontwikkeling Infrastructuur werkontwikkelbedrijf. Het gaat daarbij om een bedrag van € 605.300,- (€ 218.700,- + €
Alphen - Altforst
- Appeltern
- Beneden-Leeuwen - Boven-Leeuwen - Dreumel
- Maasbommel - Wamel
386.600,-) voor 2025. Deze beoogde toevoeging die ook in de Begrotingswijziging is verwerkt, is voor aanleiding tot enkele kanttekeningen. A. Impulsbudget sociale infrastructuur Voor de komende 10 jaar stelt het rijk een impulsbudget beschikbaar. In 2025 is dat 35 miljoen euro, aflopend naar 19,8 miljoen euro in 2034. Het impulsbudget wordt uitgekeerd via een decentralisatie-uitkering en beschikbaar gesteld per samenwerkingsverband van gemeenten op het terrein van sociaal ontwikkelbedrijven. Dit budget is uitgekeerd in de meicirculaire 2025 aan de grootste gemeente binnen het samenwerkingsverband, in ons geval West Betuwe. Van de centrumgemeente wordt verwacht dat zij – na overleg en in afstemming met de regiogemeenten in het Samenwerkingsverband - samen met u een plan opstellen voor de transitie van het sociaal ontwikkelbedrijf of de bredere sociale infrastructuur.. Werkzaak Rivierenland anticipeert in de Bestuursrapportage 2025 op de overdracht van een zeer substantieel deel van deze middelen (t.w. € 386.600,-) (door West-Betuwe). Het gaat daarbij om het bedrag voor de gemeenten die voor de P-wet taken deelnemen aan Werkzaak Rivierenland. Aansluitend worden zij - in afwachting van bestuurlijke besluitvorming - gestort in de reserve ontwikkeling Infrastructuur werkontwikkelbedrijf.
Het is echter aan West-Betuwe in samenspraak met de regio-gemeenten om een beslissing te nemen omtrent de overdracht van dit budget. Behoudens de doelstellingen waarvoor het door hen is ontvangen, kunnen in nauw overleg aanvullende en/of kader stellende voorwaarden hieraan worden verbonden. Gelet op de tijdelijkheid van de gelden zijn wij van mening dat de gekozen doelen (en het financieel effect daarvan) moeten aansluiten bij dit gegeven (dus geen structurele lastenverzwaring). Dit bestuurlijk proces moet nog plaatsvinden waarmee dus het opnemen van deze gelden in de Bestuursrapportage 2025 als voorbarig kan worden aangemerkt. Aangezien deze gelden (nog niet) zijn overgemaakt aan Werkzaak Rivierenland kunnen zij dus ook geen onderdeel uitmaken van de Begroting en/of Bestuursrapportage en dus ook niet worden gestort in de reserve. B. Rijksbijdrage sociale infrastructuur Het rijk stelt middelen beschikbaar voor het realiseren van 10.000 werkplekken via sociaal ontwikkelbedrijven. De werkplekken zijn bedoeld voor mensen die niet in aanmerking komen voor beschut werk, maar die wel behoefte hebben aan ondersteuning van sociaal ontwikkelbedrijven. Het gaat daarbij om ondersteuning bij de ontwikkeling richting regulier werk of om (tijdelijke) werkplekken als vangnet.
De Rijksbijdrage sociale infrastructuur vormt een basisfinanciering voor de bedrijfskosten die samenhangen met deze 10.000 plekken. In 2025 bedraagt deze bijdrage 19,8 miljoen euro. Het bedrag loopt vervolgens op naar een structureel bedrag van 35,9 miljoen euro per jaar vanaf 2035. Werkzaak heeft deze extra bijdrage voor de deelnemende gemeenten aan de Participatiewet verwerkt in de Bestuursrapportage 2025 en gestort in de reserve. Voor 2025 gaat het om een bedrag van € 218.700,-. Op voorhand stellen wij ons op het standpunt dat het aanvullende budget aangewend moet worden voor het doel waarvoor het wordt verkregen. In dit geval betekent dat het realiseren van een aanvullend aantal plekken beschut werk. In de planvorming zal nadrukkelijk zichtbaar moeten zijn de relatie tussen enerzijds het beoogde doel (hoeveel extra plaatsen gaan we realiseren) en anderzijds de kostprijs daarvan (hoeveel gaat dit kosten). Daarbij stellen wij ons op het standpunt dat hiertussen een meerjarige balans aanwezig moet zijn en het doel niet verder kan en mag reiken dan de toereikendheid van de middelen. Naast de hiervoor vermelde bijdragen is er nog een derde geldstroom waarvoor wij uw bijzondere aandacht vragen. C. Afschaffen lage-inkomensvoordeel (LIV) Het lage-inkomensvoordeel (LIV) was een tegemoetkoming voor werkgevers.
Zij kwamen hiervoor in aanmerking als ze werknemers met een laag loon in dienst hebben. Sinds 1
januari 2025 is het LIV afgeschaft. Het LIV was bedoeld als stimulans voor werkgevers om vaker mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen en te behouden. Vanaf 2025 wordt dit bedrag op een andere wijze ingezet. Voor het lage-inkomensvoordeel WSW is in de meicirculaire 2025 aan de integratie-uitkering Participatie van € 13,4 miljoen toegevoegd in 2025. Dit loopt terug naar € 0,- in 2048. Voor het lage inkomensvoordeel voor beschut werk is in de meicirculaire 2025 aan de integratieuitkering Participatie € 6,4 miljoen toegevoegd oplopend naar 16,8 miljoen in 2048. Door het afschaffen van de LIV nemen de loonkosten van de betrokken doelgroepmedewerkers (zowel WSW als P-wet/Beschut) toe. Dit beïnvloedt dus het subsidieresultaat. In par. 4.2 wordt gemeld dat 95% van het verhoogd Participatiebudget (excl. uitkeringsfactor) wordt doorbetaald aan Werkzaak Rivierenland. Verder wordt in par. 4.3. vermeld dat het macrobudget Wsw in de meicirculaire 2025 met ruim 5% is verhoogd. Dit komt door de loonen prijsontwikkeling én de compensatie voor het wegvallen van het Lage-inkomensvoordeel (LIV). De afspraak was dat deze stijging wordt gebruikt voor de verhoging van de cao-lonen van de SW-medewerkers. U geeft aan dat deze extra bijdragen van de deelnemende gemeenten aan de Participatiewet is verwerkt in de Bestuursrapportage 2025.
De gemeente West Maas en Waal is voor wat betreft het onderdeel oud-SW echter geen deelnemer van Werkzaak Rivierenland. De voormalige medewerkers zijn in dienst van onszelf en worden via een langjarige dienstverleningsovereenkomst ondersteund en begeleid door de MGR Rijk van Nijmegen. Het West Maas en Waalse deel in de compensatie LIV WSW valt dus niet toe aan Werkzaak Rivierenland. Uit de stukken is voor ons niet duidelijk welk deel van de compensatie in verband met het vervallen van de LIV bij West Maas en Waal blijft. Als werkgever van de oud SW-medewerkers dragen wij immers de lasten van het vervallen van de LIV. Op grond van onze conclusies en overwegingen laten wij u weten dat wij dus niet kunnen instemmen met de aan ons voorgelegde Bestuursrapportage 2025 en de daarin opgenomen Begrotingswijziging. Deze wijziging is de immers voor deel de vertaalslag van de keuzes en bijstellingen en daarmee de gemeentelijke bijdrage. Tot slot vragen wij uw aandacht voor het volgende. In de vergadering van het Algemeen Bestuur in november 2025 worden de door ons en andere gemeentebesturen ingezonden zienswijzen gewogen. Aansluitend komt het bestuur van Werkzaak Rivierenland tot een besluit tot vaststelling van de Bestuursrapportage 2025. Van dit besluit worden wij door u in kennis gesteld.
Wij vertrouwen er op dat in uw reactie aan ons openheid en transparantie wordt betracht en de geplaatste bedenkingen en vragen binnen hun context op een juiste wijze worden geplaatst en beantwoord. Voorbehoud De ontwerp-Bestuursrapportage 2025 wordt eerst behandeld in de RTG Samenleving en Bestuur van 23 / 25 september 2025. Besluitvorming in de gemeenteraad staat gepland voor 9 oktober 2025. Dit betekent dat de inhoud van onze zienswijze zoals die hiervoor is verwoord nog wijziging kan ondergaan. Vragen Voor vragen kunt u dagelijks tijdens kantooruren contact opnemen met J. Hulsen, senior beleidsadviseur Samenleving. Hij is bereikbaar op telefoonnummer 06 – 53 86 08 03 of per email jhulsen@westmaasenwaal.nl. Hoogachtend, burgemeester en wethouders,
D. (Didier) Oosterom gemeentesecretaris
V.M. (Vincent) van Neerbos burgemeester