Bijlage 3. Beoordelingsformulier ruimtelijke onderbouwing en bijbehorende onderzoeken
Tekst van het document
Beoordelingsformulier concept ruimtelijke onderbouwing Betreft: Appeltern, Lutenkampstraat 2 Ingekomen: 1 oktober 2025
Interne en externe advisering Ruimtelijk beleid (RO): Datum advies: 27-11-2025 Advies: Akkoord. Toelichting:
Verkeer: Datum advies: 27-11-2025 Advies: Akkoord. Toelichting: Het betreft een uitbreiding op het park die enkel is bedoeld voor de gasten. Het zwembad heeft dus geen extra aantrekkende werking van mensen die niet op het park verblijven. Er hoeven daarom geen extra parkeergelegenheden te worden gerealiseerd.
Groen/Landschap: Datum advies: 21-11-2025 Advies: Akkoord Toelichting: In het LOP (2011) is aangegeven dat de intensieve recreatie langs de Maas is geconcentreerd rondom de Gouden Ham. Hierbij gaat het om watersport en verschillende vormen van verblijfsaccomodaties. De directe omgeving van het initiatief is momenteel al in gebruik als camping/intensieve recreatie. Er zijn daarmee geen landschappelijke- of groenbelangen in het geding.
Water en klimaatadaptatie: Datum advies: 14-11-25 Advies: Akkoord, Toelichting: het betreft hier een buitendijkse locatie en de gemeente is hier daarom geen waterbeheerder. De initiatiefnemer neemt daarnaast volgens de gemeente voldoende klimaatadaptieve maatregelen.
Beoordeling vanuit de Omgevingsdienst De volgende aspecten van de ruimtelijke onderbouwing zijn akkoord bevonden: Gezondheid (vanuit milieukundig oordeel); Luchtkwaliteit; Milieueffectrapportage; Milieuzonering; Spuitzonering. Over het aspect geluid is het volgende geadviseerd: De glijbanen bij het zwembad zijn een buitenattractie; voor buitenzwembaden geldt een richtafstand van 200 meter met een richtwaarde van 45 dB(A). Dit met name i.v.m. het stemgeluid (luid roepende zo niet schreeuwende kinderen). De afstand naar geluidgevoelige gebouwen buiten het vakantiepark zal geen probleem zijn. Deze liggen op voldoende afstand. We adviseren echter wel de effecten van het zwembad op de (particuliere) vakantie verblijven op het vakantiepark nader te motiveren. Deze zijn weliswaar niet geluidgevoelig, maar men zal er (mogelijk) wel aandacht aan moeten besteden. Mede gezien het bezwaar dat is ingediend door de 'Vereniging tot behoud van jaar- en seizoenplaatsen camping Het Groene Eiland'. Over het aspect bodem is het volgende geadviseerd: 1. Niet akkoord te gaan met de conclusie uit paragraaf 8.2.3; 2. Vooronderzoek conform NEN5725 te verlangen. Het zwembad wordt gezien als bodemgevoelig gebouw waar personen meer dan 2 uur in verblijven. Voor de gehele locatie moet minimaal een historisch vooronderzoek conform NEN 5725 worden uitgevoerd.
Als uit het vooronderzoek blijkt dat de locatie verdacht is op het voorkomen van bodemverontreiniging moet vervolgens een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) worden uitgevoerd. In het geval van een verdenking op asbest in de bodem is een verkennend bodemonderzoek asbest nodig (NEN 5707). Eventueel kunnen deze onderzoeken gecombineerd worden uitgevoerd. Een vooronderzoek is in de Omgevingswet het minimale onderzoek dat nodig is om vast te stellen of sprake is van een toelaatbare bodemkwaliteit op een bodemgevoelige locatie. Dit op grond van artikel 5.89ka lid 2a van het Bkl. Dit verwijst naar paragraaf 5.2.2 van het Bal met in artikel 5.7.a dat een vooronderzoek bodem vereist is dat voldoet aan de NEN 5725. Over het aspect natuur is het volgende geadviseerd: 1. Akkoord te gaan met de quickscan flora en fauna. 2. Aanvullingen op de AERIUS op te vragen. 3. Aanvullingen op de motivering op te vragen. 1.1 – Quickscan flora en fauna Er is in april 2025 een quickscan FF uitgevoerd door Ecofect, op grond van een literatuuronderzoek en een veldbezoek. Hiervan is een uitvoering rapport geschreven,
voorzien van een ruime hoeveelheid foto’s. In technische zin is dit onderzoek goed uitgevoerd. Inhoudelijk kan ik ook instemmen met de conclusies. Er gaan wat hagen worden verwijderd, en enkele chalets. Dit soort recreatiechalets zijn doorgaans enkelwandig of ‘gevuld’ met isolatie, en vaak geheel van plastic. Dit geeft ongunstige microklimaten, en daardoor zijn ze ongeschikt voor vleermuizen. De pannendaken zijn vaak van metalen dakpan profielplaten en bieden geen geschikte ruimtes voor bijv. Huismus. Tot slot zijn deze terreinen sterk verstoord en kennen een hoge mate van groenbeheer. Ook ontbreken poelen en ligt de locatie voor landdieren erg geïsoleerd, doordat het een schiereiland is. De conclusie dat er geen mogelijkheden zijn voor o.a. Marterachtigen kan ik dan ook onderschrijven. De conclusie van het rapport is dat er geen negatieve gevolgen zijn voor flora en fauna. Wel moet er buiten het broedseizoen worden gewerkt en rekening worden gehouden met de algemene zorgplicht. Ik kan dit onderschrijven. De quickscan is daarom akkoord en vanuit dit aspect is er dan automatisch ook sprake van ETFAL en het voldoen aan de uitvoerbaarheidstoets. 1.2 - Stikstof Er is een AERIUS-berekening uitgevoerd voor de aanlegfase en de gebruiksfase. In een onderbouwend rapport zijn de uitgangspunten verantwoord.
Ik kan me hier in vinden en dit is technisch gezien goed uitgevoerd, al vind ik de emissies voor de aanlegfase niet heel ruim genomen. Er zijn twee aandachtspunten: •
•
De berekeningen zijn van medio 2025 en dus van AERIUS versie 2024. Inmiddels is AERIUS 2025 uit, en die versie vormt daarmee de wettelijke verplichting voor toestemmingverlening. Een update is daarom noodzakelijk. Graag de AERIUS-berekeningen als losse pdf’s aanleveren en niet samengevoegd met het rapport. Wij kunnen alleen losse pdf’s inlezen en controleren in AERIUS.
1.3 – Ruimtelijke motivering In hoofdstuk 9 van de motivering is het onderdeel natuur behandeld. Deze is op hoofdlijnen akkoord en een goede weergave van de onderliggende onderzoeken. Het gevraagde onder 1.2 zal niet leiden tot andere conclusies voor stikstof. Er zijn nog twee aandachtspunten: • •
Laatste zin par. 9.1.3 verwijst naar de Wet natuurbescherming, dat had natuurlijk Omgevingswet moeten zijn. Graag even aanpassen. In de motivering is geen aandacht voor de Gelderse streek Land van Maas en Waal (Omgevingsverordening Gelderland). In de quickscan flora en fauna wordt ingegaan op Natura 2000, het Gelders Natuurnetwerk en Nationale Landschappen, maar niet op de Gelderse streken. Een onderbouwing waarom de kernkwaliteiten van Land van Maas en Waal niet worden aangetast moet nog worden toegevoegd aan de Ruimtelijke Motivering.
Over het aspect Externe Veiligheid is het volgende geadviseerd: Uit onze beoordeling volgt dat het aspect EV in hoofdlijnen correct is uitgewerkt in hoofdstuk 6 van de Ruimtelijke motivering. Daarin is namelijk aangegeven dat EV niet relevant is, omdat het zwembad niet komt te liggen binnen een EV-aandachtsgebied. Niet is genoemd dat het zelf niet het mogelijk maken
van een nieuwe milieubelastende activiteit (mba) met EV-risico’s, of zeer kwetsbaar gebouw betreft. Daarnaast is ook niet benoemd dat het plan voorziet in het mogelijk maken van een nieuw (beperkt) kwetsbare (buiten)locatie. Dat laatste is van belang, omdat het plangebied wel is gelegen binnen het rest-attentiegebied van de Maas (op ca 870 meter). Dat betekent dat het gewenst is dat in het kader van ETFAL nog wordt beoordeeld of de personen die verblijven binnen het beoogde zwembad voldoende zijn beschermd bij een grootschalige calamiteit met toxische gevaarlijke stoffen op de Maas. Bij zo’n (dreigend) toxische scenario is het van belang dat personen kunnen vluchten naar een gebouw waarbinnen ze kunnen schuilen voor een optredende gifwolk. Eén en ander moet dus nog als aanvulling op hoofdstuk 6 van de Ruimtelijke motivering worden uitgewerkt. Daarbij is ook nog een EV-advies van de VRGZ nodig. Al met al denk ik dat het restrisico wel door het bevoegd gezag kan worden geaccepteerd, waarmee er sprake kan zijn van ETFAL. Daarbij kan o.a.
meespelen dat: - alsnog maatregelen worden overwogen en getroffen (om te kunnen schuilen); - de BHV-organisatie van het zwembad/recreatiepark rekening houdt met een mogelijk optredend gifwolkscenario en dit scenario ook beschrijft in het noodplan en ook oefent op zo’n scenario; - de kans op een gifwolkscenario heel klein is; - de verspreiding van een gifwolk sterk afhankelijk is van de weersomstandigheden; - personen slechts gedurende een deel van het jaar in het zwembad aanwezig zijn; - invulling is/wordt gegeven aan het advies van de VRGZ Daarbij zijn verder de volgende adviezen gegeven die geen betrekking hebben op de ruimtelijke onderbouwing. Deze adviezen kunnen verwerkt worden als voorwaarde in de vergunning. Constructie: Akkoord, onder voorwaarden. De definitieve uitvoeringstekeningen dienen uiterlijk 3 weken voor aanvang van de werkzaamheden bij de gemeente ingediend te worden. Welstand: Positief mits. Er is waardering voor het ontwerp. Positief dat de plat afgedekte delen van een mossedumdak worden voorzien. Een goede kwaliteit metselwerk voor beide delen is hier van belang. Deze graag bemonsteren. In het kader van goede omgevingskwaliteit adviseert de commissie op grond van het bovenstaande om met inachtneming van bovenstaande punt akkoord te gaan RWS: 27 juni 2025 heeft RWS een watervergunning afgegeven voor de bouw van het zwembad met glijbanen.
Hiertegen is door Vereniging Het Groene Eiland bezwaar ingediend. Dit bezwaar is middels een beslissing op bezwaar van 24 november 2025 ongegrond verklaard. Ik heb deze BOB bijgevoegd.