Bijlage 2. Uitvoeringsparagraaf omgevingsvisie
Tekst van het document
Uitvoeringsparagraaf omgevingsvisie West Maas en Waal 1. Inleiding Deze Omgevingsvisie maakt onderdeel uit van de beleidscyclus van de Omgevingswet. Dit is de nieuwe manier van werken die de wetgever voor ogen had bij de invoering van de Omgevingswet. De beleidscyclus is – aangevuld met de mogelijkheid om van het omgevingsplan af te wijken of dat aan te passen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten - in onderstaand plaatje weergegeven. Het gaat hierbij om een cyclisch proces van beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling, dat ervoor zorgt dat de visie en de ambities uit deze Omgevingsvisie werkelijkheid worden. De gemeenteraad is verantwoordelijk dat met een beleidscyclus wordt gewerkt en deze functioneert. Lukt het onvoldoende om de ambities te realiseren, is bijstelling nodig, ergens binnen het proces. Deze manier van werken stelt de gemeenteraad in staat om de kaderstellende en controlerende rollen vorm te geven. Evaluatie of de ambities werkelijkheid worden moet naar eigen inzichten worden georganiseerd. Hiervoor wordt de reguliere planning en controlcyclus gebruikt. Voor monitoring van omgevingswaarden die in het omgevingsplan zijn opgenomen, bevat de Omgevingswet regels.
Het daadwerkelijk werken met een beleidscyclus en dus ook het evalueren en monitoren is een gezamenlijke opdracht voor het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad en de ambtelijke organisatie.
In dit hoofdstuk zijn de afspraken beschreven, die de gemeenteraad heeft gemaakt met het college over de doorwerking van het omgevingsvisiebeleid in omgevingsprogramma’s. Deze bevatten voor een of meer onderdelen van de fysieke leefomgeving: a. een uitwerking van het te voeren beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud daarvan, b. maatregelen om aan een of meer omgevingswaarden te voldoen of een of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken (art. 3.5 Ow).
Maatregelen kunnen bijvoorbeeld zijn (een combinatie van): - inzet van communicatie- en informatie-instrumenten - beleidsregels waarin het college aangeeft hoe het belangen tegen elkaar afweegt, feiten vaststelt of wettelijke voorschriften uitlegt bij de uitoefening van een bevoegdheid - inzet van financiële instrumenten, zoals overheidsinvesteringen, leningen of subsidies - afspraken met organisaties, bedrijven of burgers - feitelijke maatregelen, zoals de uitvoering van projecten door de overheid - het stellen van algemene regels in het omgevingsplan Een omgevingsprogramma kan een uitwerking zijn voor een thema of een gebied of een combinatie daarvan. Het college bepaalt de termijn waarvoor het geldt en de inhoud ervan. Omgevingsprogramma’s kunnen beleidsregels bevatten, maar bevatten in ieder geval de maatregelen, die het college wil nemen gedurende de periode dat het programma geldt. Welke maatregelen het college wil nemen zal bepaald worden door de financiële middelen die de gemeenteraad hiervoor beschikbaar stelt (= begrotingsproces) en de ambtelijke capaciteit. Een omgevingsprogramma bevat geen regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden, maar geeft aan waaraan het college zichzelf gebonden acht. Dit kan wel belangrijke informatie zijn voor burgers en bedrijven waarop zij hun eigen activiteiten kunnen afstemmen.
Het is ook belangrijk voor de verwachtingen die men mag hebben en draagt op die manier bij aan het vertrouwen dat burgers en bedrijven in de gemeente kunnen hebben. Werken aan vertrouwen is ook een doelstelling van de wetgever met de Omgevingswet. 2. Beleidshuis bouwen via het instrument omgevingsprogramma. Het college is meestal niet verplicht om een programma vast te stellen, maar kan zelf kiezen waarvoor dat nodig is. Vertaald naar inhoud ziet een beleidscyclus er dan als volgt uit.
Aan de wettelijke instrumenten is het instrument Strategie toegevoegd, omdat er soms eerst beleid ontwikkeld moet worden dat niet alleen relevant is voor de fysieke leefomgeving, maar breder. Bijvoorbeeld beleid voor gezondheid, veiligheid of economie. 3. Het beleidshuis van gemeente West Maas en Waal De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders hebben ter invulling van dit model afgesproken om de gebiedsindeling uit deze omgevingsvisie te volgen. Daarbij zal het college de volgende integrale, gebiedsgerichte programma’s tot stand te brengen: 1. Een omgevingsprogramma voor het buitengebied met de naam Programma Vitaal Platteland. 2. Een omgevingsprogramma ter vervanging van het dorpenbeleid dat voorheen bestond uit een Structuurvisie Dorpen, een Dorpskwaliteitsplan en Dorpenpaspoort. Hierbij is ervoor gekozen om één omgevingsprogramma Dorpen te maken. Binnen deze drie onderdelen wordt het beleid en ontwikkelrichting per dorp uitgewerkt, inclusief de bedrijventerreinen. Daarnaast zal het college de volgende thematische programma’s vaststellen: 1. Een programma Duurzaamheid. Hierbij worden de volgende huidige beleidsplannen betrokken: a. het biodiversiteitsplan, b. het landschapsontwikkelingsplan, c. de beleidsnotitie bomen en erfbeplanting, d. het klimaatadaptatieplan, e. de transitievisie warmte, f. het beleidskader kleine windturbines, g.
de koersnotitie energie en circulariteit en h. de beleidsvisie zon. Onderdeel van dit programma zijn o.a. de maatregelen die getroffen worden ten behoeve van de energietransitie en warmteprogramma. Het waterschap zal gevraagd worden een inbreng te leveren voor wat betreft de afstemming op het waterbeleid en voor klimaatadaptatie. 2. Zodra dit verplicht gesteld wordt (een wetsvoorstel hiertoe is in voorbereiding) een Omgevingsprogramma Wonen. Dit programma gaat volkshuisvestingsbeleid voor de hele gemeente inhouden en werkt door naar bovenstaande gebiedsgerichte programma’s.
4. Samenwerking college en gemeenteraad Met deze uitvoeringsparagraaf leggen de gemeenteraad en het college afspraken vast over welke thema’s en welke gebieden omgevingsprogramma’s worden opgesteld door het college. Een prioritering en tijdsplanning wordt in een afzonderlijk B&W-besluit opgenomen. Dit is in hoge mate afhankelijk van de capaciteit van de ambtelijke organisatie en van eventuele extra middelen die de gemeenteraad ter beschikking stelt. Bij de start van de voorbereiding van ieder afzonderlijk programma wordt de gemeenteraad met een informatienota ingelicht over de aanpak (proces en procedure) daarvan door het college (actieve informatieplicht). Hierbij geeft het college in ieder geval de planning van het proces aan. Ook doet het college een voorstel voor de rol en betrokkenheid van de gemeenteraad bij het opstellen van het programma (beslissingsbevoegdheid blijft wettelijk bij het college). De gemeenteraad neemt kennis van de informatienota. Indien zij hierover van gedachten wil wisselen, agendeert zij de informatienota voor een bespreking in de gemeenteraad. 5. Evaluatie Deze uitvoeringsparagraaf wordt jaarlijks geëvalueerd op voortgang. Hierover wordt gerapporteerd in de jaarrekening. Inhoudelijke evaluatie en bijstelling wordt los daarvan afgesproken in de individuele programma’s.