Bijlage 2 Nota beantwoording zienswijzen
Tekst van het document
Nota beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Beneden-Leeuwen, Het Leeuwse Veld Midden Inleiding Het ontwerp van het bestemmingsplan “Beneden-Leeuwen, Het Leeuwse Veld Midden” met bijbehorende stukken heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening ter inzage gelegen van 26 januari 2023 tot en met 8 maart 2023. Gedurende de periode van tervisielegging is één zienswijze ingediend. Deze zienswijze is binnen de gestelde termijn binnengekomen en derhalve ontvankelijk.
Verslag In deze Nota beantwoording zienswijzen wordt de ingekomen zienswijze behandeld. Per onderdeel wordt een korte samenvatting gegeven, gevolgd door een inhoudelijke reactie. We geven ook aan of de reactie aanleiding geeft om het bestemmingsplan aan te passen. Dat de zienswijze is samengevat betekent overigens niet dat deze slechts gedeeltelijk is beoordeeld. Bij de beantwoording van de zienswijze is de volledige reactie betrokken.
Hoofdstuk 1: zienswijzen Zienswijze 1: bewoner Koolzaadveld, ingekomen op 6 maart 2023 Reclamant vraagt aandacht voor de volgende punten: 1.1 Toename verkeersdruk Reclamant geeft aan dat het bestemmingsplan onvoldoende voorziet in een goede ontsluiting van het bestemmingsplan en dat het uitgevoerde verkeersonderzoek onvolledig is. Reclamant vreest dat de ontwikkeling van Het Leeuwse Veld Midden extra verkeersgeneratie met bijbehorende geluidsoverlast zal veroorzaken op het Koolzaadveld. Deze verkeerstoename zal tevens negatieve gevolgen hebben op de verkeersveiligheid in de wijk. Reclamant ziet onder andere graag dat wordt voorzien in voldoende snelheidsbeperkende middelen, zoals drempels en versmallingen om overlast te beperken en de veiligheid te garanderen. Als alternatief wordt aangedragen om Het Leeuwse Veld Oost en Het Leeuwse Veld Midden niet met de geplande autoverbinding maar enkel met langzaamverkeersroutes te verbinden. Eventueel zou deze verbinding afgesloten kunnen worden met een verplaatsbaar paaltje, zodat er in het geval van calamiteiten geen hinder van zal worden ondervonden.
Gemeentelijke reactie: Bij de ontwikkeling van het stedenbouwkundige plan is het aantal autoverbindingen tussen Het Leeuwse Veld Midden en de reeds gerealiseerde fases Oost en West geminimaliseerd, en uitsluitend geheel aan de zuidkant van het plangebied gesitueerd om autoverkeer door andere deelgebieden te ontmoedigen. De ontsluiting van autoverkeer via plandeel Het Leeuwse Veld Oost is namelijk slechts voor een klein gedeelte van de beoogde woningen de kortste, en daarmee de meest logische route. Het overgrote deel van de inwoners zal de nieuw aan te leggen ontsluitingswegen in Het Leeuwse Veld Midden gebruiken om de nieuwe rotonde bij de Van Heemstraweg te bereiken. De toename aan auto’s in Het Leeuwse Veld Oost zal dan ook beperkt zijn waardoor de geluidsbelasting in de wijk niet onevenredig zal toenemen als gevolg van de ontwikkeling. De gemeente is terughoudend met het plaatsen van drempels en wegversmallingen binnen een 30 km/h zone aangezien de remmende en optrekkende auto’s voor extra geluidsoverlast, trillingen en een hogere uitstoot van schadelijke stoffen zorgen. Op kruisingen binnen het plangebied zijn cirkelvormige verkeersdrempels (punaises) aangelegd ter attentie. Het afsluiten van de zuidelijke randweg is niet wenselijk en niet nodig aangezien deze weg conform alle overige wegen binnen het plangebied wordt ingericht.
Daarnaast is deze weg uitsluitend bedoeld voor verkeer binnen de wijk. Gelet op dit onderdeel van de zienswijze is (volledigheidshalve) verkeerskundig advies ingewonnen. Het advies is als bijlage bij de nota beantwoording zienswijze opgenomen en leidt niet tot andere conclusies. 1.2 Asbest Op basis van de reeds uitgevoerde bodemonderzoeken ziet reclamant graag dat er tijdens de realisatie van de woonwijk oog blijft voor het feit dat asbest is geconstateerd. Met het oog
2
op de gezondheid van omwonenden wordt gevraagd of met enige regelmaat aanvullende bodemonderzoeken kunnen worden uitgevoerd. Gemeentelijke reactie: De tijdens de uitgevoerde bodemonderzoeken geconstateerde verontreinigingen met asbest zijn inmiddels (of worden binnenkort nog) gesaneerd. Bij iedere aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van nieuwe woningen dient de initiatiefnemer een actueel bodemonderzoek aan te leveren. Mocht daarbij asbest geconstateerd worden zal deze verontreiniging gesaneerd dienen te worden voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend. Overigens zijn de aangetroffen bodemverontreinigingen met asbest bijna direct af te leiden van de golfplaten dakbedekking van de voormalige bebouwing ter plaatse. Bij deze betreffende asbestspots gaat het alleen om lokale vervuiling die stationair in of op de bodem aanwezig is in de vorm van plaatdelen. Hierbij is het risico zeer klein dat deze verontreinigingen zich verder naar de omgeving zullen verspreiden. 1.3 Alternatieve locatie Reclamant vraagt om een alternatieve locatie te zoeken voor de beoogde nieuwbouw van de woonwijk, om zo het nadeel voor omwonenden zo klein mogelijk te houden en planschade te voorkomen.
Gemeentelijke reactie: De uitbreiding van Beneden-Leeuwen aan de zuidzijde wordt in meerdere door de gemeenteraad vastgestelde structuurdocumenten benoemd, waarin de planlocatie wordt aangeduid als uitbreidingslocatie voor woningbouw. Dit was reeds het geval en bekend toen ook Het Leeuwse Veld Oost werd ontwikkeld en gerealiseerd. De huidige woningbehoefte is groot waarbij Het Leeuwse Veld Midden steeds is gezien als de opvolgende locatie om in die vraag te voorzien. Op basis van de eerder ingediende inspraakreacties op het voorontwerpbestemmingsplan zijn reeds diverse aanpassingen aan het bestemmingsplan en stedenbouwkundige plan gemaakt om de toekomstige situatie zo goed als mogelijk, landschappelijk, stedenbouwkundig en ook de beeldkwaliteit aan te laten sluiten op de eerder gebouwde delen van Het Leeuwse Veld. Zo is onder andere langs de oostkant van Het Leeuwse Veld Midden, langs Koolzaadveld, een groenstrook voorzien die is geborgd in het bestemmingsplan. Voor zover reclamant echter van oordeel is dat er planschade ontstaat, bestaat te zijner tijd altijd de mogelijkheid om via een afzonderlijke procedure (die o.b.v. art. 6.1 Wro losstaat van de bestemmingsplanprocedure) een verzoek tot planschade in te dienen op basis van een onherroepelijk bestemmingsplan. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
3
Hoofdstuk 2: Ambtshalve aanpassingen In het vorige hoofdstuk is aangegeven of (en zo ja, hoe) de zienswijzen aanleiding hebben gegeven tot aanpassingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. In sommige gevallen is er tevens aanleiding tot aanvullende aanpassingen zonder dat daar een zienswijze aan ten grondslag ligt. Dit betreffen de zogenaamde ambtshalve wijzigingen. Het bestemmingsplan is hierbij op de onderstaande onderdelen aangepast: Toelichting • Actualisering hoofdstuk 6 ‘Procedure’. Bijlagen bij toelichting • Actualisering rapportage stikstofdepositieonderzoek (bijlage 20); • Toevoeging ‘Nota beantwoording zienswijzen’ (bijlage 25).
Bijlage -
Verkeerskundig advies routekeuze
4