CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Nota beantwoording zienswijze Geredigeerd

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Maasbommel, Sluissestraat 3A3.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Maasbommel, Sluissestraat 3A

Inleiding

Het ontwerpbestemmingsplan “Maasbommel, Sluissestraat 3A.” met bijbehorende stukken heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening ter inzage gelegen van 28 december 2023 tot en met 7 februari 2024. Gedurende de periode van tervisielegging zijn twee zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen is binnen de gestelde termijn binnengekomen en derhalve ontvankelijk.

Verslag

In deze Nota beantwoording zienswijzen worden de ingekomen zienswijzen behandeld. Per onderdeel wordt een korte samenvatting gegeven, gevolgd door een inhoudelijke reactie. We geven ook aan of de reactie aanleiding geeft om het bestemmingsplan aan te passen. Dat de zienswijzen is samengevat betekent overigens niet dat deze slechts gedeeltelijk is beoordeeld. Bij de beantwoording van de zienswijzen is de volledige reactie betrokken.

Hoofdstuk 1: zienswijzen Zienswijzen indiener 1

Indiener 1 heeft de zienswijzen niet zelf genummerd, maar deze gekoppeld aan onderdelen van het plan. Voor de duidelijkheid is hierna wel een nummering aangebracht. Hierbij is ook het corresponderende onderdeel van het plan dat door indiener wordt genoemd, opgenomen. Indiener 1, zienswijze 1 (Inleiding). Indiener 1 stelt dat het bouwen van een woning ter plaatse niet strookt met het coalitieakkoord akkoord om “het landelijk karakter van onze leefomgeving” te behouden. Reactie gemeente Wij volgen indiener niet in deze zienswijze. Het karakter van het plangebied wordt gekenmerkt door woonfuncties en recreatieve functies in de directe nabijheid. Het toevoegen van één woning op de planlocatie heeft geen nadelige gevolgen voor het landelijk karakter van de leefomgeving.

Plangebied te midden van diverse woon- en recreatieve functies Bron: ruimtelijkeplannen.nl Indiener 1, zienswijze 2 (Inleiding). Indiener 1 betoogt dat er geen duidelijke visie bestaat waarbinnen het ‘Toetsingskader woningbouw’ past. Reactie gemeente De basis van deze principemedewerking is een door de raad aangenomen motie. In december 2021 nam de raad een motie aan inhoudende: Roept het college op: Nadere begrenzing van het verstedelijkingsgebied rond de kernen te bepalen teneinde de woningbouwgrenzen aan te geven Tot die tijd de geldende verkeerskundige bebouwde kom te hanteren voor verzoeken in het kader van het toetsingskader wonen In principe geen medewerking te verlenen aan woningbouw buiten de grenzen van het verstedelijkt gebied zonder toestemming van de gemeenteraad. Het toevoegen van woningen in de bestaande buurtschappen in de vorm van woningsplitsing of schuurwoningen toe te staan, mits ruimtelijk inpasbaar en mits het betreffende perceel is gelegen binnen de verkeerskundige bebouwde kom. Indiener 1, zienswijze 3 (Inleiding). Indiener 1 stelt dat omwonenden niet actief door de gemeente zijn betrokken bij de planvorming. Reactie gemeente Initiatiefnemers hebben omwonenden geïnformeerd over de plannen. Een afzonderlijke informatiestroom vanuit de gemeente is niet nodig. In deze zienswijze lezen wij geen opmerking over de inhoud van het plan.

Wij lezen ook niet dat indiener van oordeel is dat sprake is van een juridisch gebrek in de besluitvorming. Zodoende kan deze zienswijze niet leiden tot aanpassing van het plan. Indiener 1, zienswijze 4 (Beschrijving plangebied). Indiener 1 betoogt dat de huidige feitelijke situatie zoals weergegeven in de toelichting op het bestemmingsplan afwijkt van de daadwerkelijke feitelijke situatie.

2

Reactie gemeente Dit bestemmingsplan gaat niet over de huidige feitelijke situatie, maar over de toekomstige planologische bouw- en gebruiksmogelijkheden op het betreffende perceel. De feitelijke situatie is in dit kader niet relevant. Deze zienswijze leidt zodoende niet tot aanpassing van het plan. Indiener 1, zienswijze 5 (Beschrijving plangebied). Indiener 1 stelt zich op het standpunt dat de beoogde ontwikkeling op gespannen voet staat met de ontwikkeling aan de Bovendijk in Maasbommel. Hiertoe betoogt indiener dat de afscherming tussen de twee percelen onvoldoende geborgd is in het plan van Sluissestraat 3a. Daarnaast zijn de bij het plan opgenomen tekeningen verschillend en daarmee verwarrend. Verder dient de afschermende grondwal door middel van een voorwaardelijke verplichting in het plan te worden verankerd. Indiener doet verder enkele suggesties voor (geluid)afschermende maatregelen. Reactie gemeente Ten aanzien van de recreatieve ontwikkeling op het perceel Bovendijk is hier uitdrukkelijk rekening mee gehouden bij de voorbereiding van het bestemmingsplan. Hierop is in paragraaf 4.4.2 van de toelichting op het bestemmingsplan uitdrukkelijk ingegaan. Hieruit blijkt dat voldaan wordt aan de richtafstand van 10 meter tussen de recreatieve functie en de woning. Wij zien niet in dat deze functies niet met elkaar in overeenstemming zullen zijn.

Voor wat betreft de opmerking van indiener dat er verschillende tekeningen in het plan zijn opgenomen en dat dit verwarrend is, overwegen wij als volgt. Het is niet ongebruikelijk dat gedurende de planvorming ideeën over de feitelijk inrichting van het perceel kunnen veranderen. Om die reden zijn uitsluitend de regels en de verbeelding van het plan juridisch bindend. Het gegeven dat inrichtingstekeningen in de toelichting en in het ecologisch rapport van elkaar afwijken, is zodoende niet relevant. Ten aanzien van de gesuggereerde noodzaak van een aarden wal en andere (geluid)afschermende maatregelen overwegen wij dat, zoals hiervoor aangegeven, voldaan wordt aan de richtafstand tussen de recreatieve ontwikkeling aan Bovendijk en de geprojecteerde woning aan Sluissestraat 3a. Het verplicht opleggen van afschermende maatregelen achten wij in zoverre niet noodzakelijk. Indiener 1, zienswijze 6 (Beschrijving plangebied). Indiener 1 betoogt dat het niet duidelijk is of daadwerkelijk, zoals in het plan staat beschreven, vanaf de Sluissestraat in de toekomst “vooral een natuurlijke afwisseling van groen zichtbaar” is. Bovendien is het onduidelijk of, waar en hoe hoog de beplanting zal zijn tegenover Sluissestraat 14 en 16. Reactie gemeente De uitspraak uit de toelichting waar indiener naar verwijst is gebaseerd op de beoogde inrichtingstekening.

Hieruit blijkt een natuurlijke afwisseling van groen. Wij vinden dit niet onduidelijk. De exacte hoogte van de beplanting tegenover Sluissestraat 14 en 16 is een kwestie van nadere uitwerking en wordt niet geregeld in dit plan. Indiener 1, zienswijze 7 (Beschrijving plangebied). 3

Indiener 1 doet een voorstel voor een aangepast plan en stelt voor dat dit door middel van een voorwaardelijke verplichting in het plan kan worden verankerd. Reactie gemeente Het plan dat namens initiatiefnemer is ingediend is door de gemeente beoordeeld en akkoord bevonden. Het gegeven dat het denkbaar is dat andere plannen ook aanvaardbaar zijn, doet hier niet aan af. Wij zien in deze zienswijze geen aanleiding om het plan aan te passen. Indiener 1, zienswijze 8 (Beleidskader). Indiener 1 stelt dat het plangebied onderdeel is van het gebied van de Gouden Ham. Deze functie is niet verenigbaar met een gebruik als stedelijk gebied. Indiener stelt ontmanteling van de (recreatieve) ontwikkeling van Bovendijk voor. Hierdoor ontstaat er verbinding in de straat door herkenning van gelijke waarden en behoeften. En dat sluit aan bij wat in het coalitieprogramma onder programma 2 - Maatschappelijke zaken - staat: “Verbindingen tussen mensen bieden meerwaarde voor de gemeenschap. Reactie gemeente Wij nemen de opvattingen van indiener over het stedelijk gebied en de ontmanteling van de recreatieve ontwikkeling aan Bovendijk voor kennisgeving aan. Dit plan staat geheel los van de genoemde recreatieve ontwikkeling. Deze zienswijze kan hier zodoende geen betrekking op hebben.

Wij zien in deze zienswijze geen reden waarom de geprojecteerde woning op Sluissestraat 3a niet zou kunnen worden gerealiseerd. Indiener 1, zienswijze 9. Indiener 1 betoogt dat er wel provinciale belangen in het geding zijn. Reactie gemeente In paragraaf 3.2 van de toelichting op het bestemmingsplan is uitdrukkelijk ingegaan op de aspecten van deze ontwikkeling die relevant zijn als het gaat om provinciale belangen. Hieruit blijkt dat provinciale belangen niet in het geding zijn. Indiener 1, zienswijze 9 (Beleidskader). Indiener 1 stelt dat het niet duidelijk is op welke wijze toetsing aan het ‘Toetsingskader woningbouw 2020’ heeft plaatsgevonden. Het is dus niet gebleken dat de ontwikkeling hier daadwerkelijk aan voldoet. Reactie gemeente Voor de Sluissestraat is het beleid van toepassing zoals beschreven in de Structuurvisie recreatieconcentratiegebieden. En voor andere thema’s dan recreatie wordt aansluiting gezocht bij de Omgevingsvisie Buitengebied. Er geldt voor de Sluissestraat dan ook geen ruimtelijke opgave op grond van de Structuurvisie Dorpen. Het beleid ten aanzien van het toevoegen van woningen in het buitengebied is dat dit alleen mogelijk is via VAB. Het toetsingskader woningbouw maakt het toevoegen van woningen in de buurtschappen die in het buitengebied liggen toch wenselijk. Op 9 december 2021 nam de gemeenteraad twee moties aan.

Deze moties bieden de mogelijkheid om, vooruitlopend op de nadere uitwerking van de Omgevingsvisie voor het buitengebied, medewerking te verlenen aan de realisatie van nieuwe schuurwoningen in buurtschappen. De Raad heeft op 4

8 december 2022 in principe medewerking verleend aan de realisatie van één woning op het perceel. Indiener 1, zienswijze 10 (Beleidskader). Indiener 1 stelt dat het onvoldoende duidelijk is waar de groene erfafscheidingen in het kader van landschappelijke inpassing worden gerealiseerd. Ook is het niet duidelijk wat voor soort beplanting dit betreft. Reactie gemeente De exacte locatie van de groene erfafscheidingen en de aard van de beplanting is een kwestie van nadere uitwerking bij inrichting van het perceel. Daar gaat dit plan niet over. We raden wel aan om met elkaar in gesprek te gaan over het plaatsen van de groene afscheiding of aarden wal. Indiener 1, zienswijze 11 (Beleidskader). Indiener 1 betoogt dat een nieuwe woning in een weiland veel goedkoper is voor een ontwikkelaar, maar veel duurder voor de gemeente dan een nieuwe woning in het stedelijk gebied. Reactie gemeente Wij nemen de opmerkingen van indiener 1 voor kennisgeving aan. De opmerkingen van indiener hebben geen betrekking op de inhoud van het plan en leiden zodoende ook niet tot aanpassing daarvan. Indiener 1, zienswijze 12 (Milieu- en omgevingsaspecten). Indiener 1 stelt dat er een verschil is tussen het aantal verkeersbewegingen op grond van de toelichting en op grond van het stikstofonderzoek.

Daarnaast stelt indiener dat de opmerking dat “De capaciteit van de Sluissestraat voldoende [is] om de voertuigbewegingen als gevolg van de nieuwe woningen op te vangen” niet nader is gemotiveerd. Reactie gemeente Het betreft hier de toevoeging van één woning. Dit brengt zeer beperkte verkeersbewegingen met zich mee. Er is geen sprake van een extreem verkeersknelpunt ter plaatse. De Sluissestraat kan prima deze 8 verkeersbewegingen opvangen. Een nadere motivering hiervoor is niet nodig. Voor wat betreft het verschil tussen het aantal verkeersbewegingen in de toelichting en in het stikstofonderzoek, overwegen wij als volgt. In paragraaf 4.1.1 staat uitdrukkelijk omschreven waar de norm van 8,2 verkeersbewegingen vandaan komt, namelijk uit de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’. Indiener heeft deze grondslag ook niet betwist. In het stikstofonderzoek wordt uitgegaan van gegevens uit de ASVV 2021 van kennisplatform CROW. Wij hanteren de normen zoals opgenomen in de toelichting op het bestemmingsplan en niet die in het stikstofonderzoek. Dat er hogere normen voor verkeersgeneratie zijn gehanteerd in het kader van het stikstofonderzoek vinden wij overigens niet bezwaarlijk. Een verlaging van de maximale verkeersgeneratie in het stikstofonderzoek heeft immers geen gevolgen voor de conclusie daarvan. 5

Indiener 1, zienswijze 13 (Milieu- en omgevingsaspecten). Indiener 1 stelt dat in de toelichting uit wordt gegaan van (meerdere) woningen terwijl het stikstofonderzoek uitgaat van één woning. Reactie gemeente Het bestemmingsplan maakt één woning mogelijk. ‘Woningen’ zoals opgenomen in paragraaf 4.1.1 betreft een kennelijke verschrijving. Dit zal worden hersteld bij de vaststelling van het plan. Deze zienswijze leidt tot aanpassing van de toelichting van het plan. De wijziging van de toelichting betreft geen wijziging van het bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3.8, vierde lid Wro https://wetten.overheid.nl/BWBR0020449/2021-0701/0#Hoofdstuk3_Afdeling3.2_Artikel3.8 ] Indiener 1, zienswijze 14 (Milieu- en omgevingsaspecten). Indiener 1 stelt dat in de toelichting uit wordt gegaan van (meerdere) woningen terwijl het stikstofonderzoek uitgaat van één woning. Reactie gemeente Wij verwijzen hiervoor naar de reactie onder zienswijze 13 en 17. Indiener 1, zienswijze 15 (Milieu- en omgevingsaspecten). Indiener 1 stelt voor om een begroeide geluidwal te realiseren om de verwachte toenemende geluidsoverlast vanwege het perceel Bovendijk te mitigeren.

Reactie gemeente Ten aanzien van de gesuggereerde noodzaak van een aarden wal en andere (geluid)afschermende maatregelen overwegen wij dat, zoals hiervoor aangegeven, voldaan wordt aan de richtafstand tussen de recreatieve ontwikkeling aan Bovendijk en de geprojecteerde woning aan Sluissestraat 3a. Het verplicht opleggen van afschermende maatregelen achten wij in zoverre niet noodzakelijk. Indiener 1, zienswijze 16 (Milieu- en omgevingsaspecten). Indiener 1 stelt dat in het kader van de beoordeling van het bedrijf aan de Sluissestraat in relatie tot de vergunning ten onrechte is gesteld dat sprake is van gemengd gebied zoals bedoeld in de VNG publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Reactie gemeente In dit geval is sprake van een gebied met functiemenging waarbij wonen en recreatieve functies en agrarische functies naast elkaar bestaan. Binnen een straat van 250 meter van het plangebied liggen meerdere dag- en verblijfsrecreatieve gebieden, waaronder grootschalige verblijfsrecreatie aan het water bij de Gouden Ham/De Schans. Gelet op deze omstandigheden is sprake van gemengd gebied zoals bedoeld in de VNG brochure.

Ten overvloede wordt opgemerkt dat ook indien geen sprake is van gemengd gebied in de zin van de VNG brochure de overige opmerkingen en de conclusie met betrekking tot dit plan in relatie tot het bedrijf aan de Sluissestraat zoals opgenomen in paragraaf 4.4.2 van de toelichting volledig overeind blijven. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan. 6

Indiener 1, zienswijze 17 (Milieu- en omgevingsaspecten). Indiener 1 stelt dat het onduidelijk is dat in de toelichting onder luchtkwaliteit wordt gesproken over ‘maximaal twee wooneenheden’ en verzoekt dit aan te passen naar ‘maximaal één wooneenheid’. Reactie gemeente Het bestemmingsplan maakt één woning mogelijk. ‘maximaal twee wooneenheden’ zoals opgenomen in paragraaf 4.4.2 betreft een kennelijke verschrijving. Dit zal worden hersteld bij de vaststelling van het plan. Deze zienswijze leidt tot aanpassing van de toelichting van het plan. Indiener 1, zienswijze 18 (Bodemonderzoek). Indiener 1 stelt dat het onduidelijk is of het bodemonderzoek op het juiste perceel heeft plaatsgevonden. Daarnaast wordt de term ‘huidig’ gebruikt, terwijl het onderzoek uit 2021 dateert. Indiener verzoekt dit aan te passen. Verder herhaalt indiener eerder gemaakte opmerkingen over onwenselijke overlast vanuit het perceel Bovendijk . Reactie gemeente Het is duidelijk dat het gebruik van de term ‘huidig’ in het bodemonderzoek, dat als bijlage bij de toelichting is gevoegd, verwijst naar het moment van uitvoeren van dat onderzoek. Deze datum staat weergegeven op het voorblad van het bodemonderzoek. Wij zien geen aanleiding om hier een aanpassing in door te voeren. Ten aanzien van het onderzoeksgebied staat op pagina 5 van het bodemonderzoek de begrenzing van het onderzoeksgebied weergegeven.

Hier is geen onduidelijkheid over. Deze zienswijzen leidt niet tot wijziging van het plan. Indiener 1, zienswijze 19 (Bodemonderzoek). Indiener 1 verzoekt om herstel van het landelijk beeld uit 2022. Reactie gemeente Het verzoek dat indiener doet, heeft betrekking op de feitelijke inrichting van het perceel. Daar gaat dit bestemmingsplan niet over. Indiener 1, zienswijze 20 (Quickscan) Indiener 1 stelt dat ooievaars foerageren in het plangebied. De conclusie in de Quickscan dat “De planlocatie geen essentiële betekenis [heeft] voor beschermde soorten” is zodoende niet juist, aldus indiener. Reactie gemeente Het enkele gegeven dat er ooievaars foerageren binnen het plangebied brengt nog niet mee dat dit gebied om die reden essentiële betekenis heeft voor de ooievaar. Er zijn vele soortgelijke percelen in de omgeving. Deze essentiële betekenis heeft indiener ook niet nader (ecologisch) gemotiveerd. In zoverre zien wij geen aanleiding om te oordelen dat de uitgevoerde Quickscan zodanige gebreken vertoont dat deze niet aan het bestemmingsplan ten grondslag kan worden gelegd. 7

Zienswijzen indiener 2

Indiener 2 heeft de zienswijzen zelf genummerd. Deze nummering volgen wij hierna in de samenvatting en de reactie. Indiener 2, zienswijze 1. Indiener 2 betoogt dat zij een speelveld en een zwembad hebben voorzien op het achterperceel dat direct grenst aan de gronden van het projectgebied. De beoogde woning is geprojecteerd ter hoogte van het recreatieve perceel van indiener. Indiener stelt dat de rust van de toekomstige bewoners niet kan worden gegarandeerd. Reactie gemeente. Ten aanzien van het aspect milieuzonering is uitdrukkelijk rekening gehouden met de recreatieve functie van het perceel van indiener. Hierop is in paragraaf 4.4.2 van de toelichting op het bestemmingsplan uitdrukkelijk ingegaan. Hieruit blijkt dat voldaan wordt aan de richtafstand van 10 meter voor wat betreft milieuzonering. Wij zien niet in dat deze functies niet met elkaar in overeenstemming zullen zijn. Wij zien in deze zienswijze geen reden dat het plan niet in stand kan blijven. Indiener 2, zienswijze 2. Indiener 2 vraagt zicht af hoe het plan zich verhoudt tot de ‘Structuurvisie Recreatieconcentratiegebieden 2026’ en tot het Landschapsontwikkelingsplan. Dit gebied dient voor ‘Allerhande kleinschalige recreatieve voorzieningen die inpasbaar zijn in karakteristieke lintbebouwing’ en het staat voor doorzichten en behoud van groene ruimten tussen de kernen.

In dit geval worden de doorzichten, zowel vanaf de Sluissestraat als vanaf het perceel van indiener, beperkt. Reactie gemeente. Wij kunnen ons niet vinden in de opvatting van indiener 2 dat het plan in strijd is met de structuurvisie of met het Landschapsontwikkelingsplan. Het plangebied ligt in een gebied dat reeds intensief wordt gebruikt en bewoond. Er is geen sprake van verre doorzichten, noch vanaf de Sluissestraat, noch vanaf de Bovendijk. Dit is weergegeven op de volgende luchtfoto van het plangebied.

8

Zicht via het plangebied vanaf de Sluissestraat en Bovendijk

Bron: Googlemaps

Voor de woningen aan de Bovendijk geldt dat de afstand vanaf de woningen tot het plangebied ruim is. Achter het plangebied ligt de Sluissestraat en een bestaande bosschage. Onder deze omstandigheden achten wij eventuele aantasting van het uitzicht/doorzichten voor deze percelen aanvaardbaar. Voor de percelen aan de Sluissestraat geldt dat er slechts beperkt zicht is vanaf de voorzijde/zijkant van deze woningen. Voor deze woningen geldt eveneens dat wijziging van het uitzicht niet onaanvaardbaar is. Wij zien in deze zienswijze geen reden dat het plan niet in stand kan blijven.

Indiener 2, zienswijze 3. Indiener stelt dat er onwenselijk uitzicht komt op de geprojecteerde woning vanuit het recreatieterrein van indiener. In het bestemmingsplan is een bouwhoogte van 10 meter opgenomen. Dit zou een enorme impact hebben op het zicht, aldus indiener. Reactie gemeente. Het uitzicht vanaf het recreatieterrein wordt in eerste instantie bepaald door de landschappelijke inpassing en terreinafscheidingen op dat terrein zelf, zoals dat ook in de landschappelijke inpassing en het bijbehorende bestemmingsplan is vastgelegd. De ruimtelijke impact van de maximale bouwhoogte wordt voorts beperkt doordat de maximale goothoogte 5 meter bedraagt. Wij vinden de aantasting van het uitzicht vanaf het recreatieterrein zodoende aanvaardbaar. Indiener 2, zienswijze 5. Indiener 2 stelt dat de ontsluiting van de nieuwe woning vlak langs het perceel van indiener gaat. Indiener stelt verder dat het plan beter zou zijn als de doorzichten vanuit het perceel 9

van indiener behouden bleven en de woning verder naar het Oosten zou worden geprojecteerd. Reactie gemeente. De verkeersbewegingen vanwege één nieuwe woning zullen zodanig beperkt zijn dat indiener hier geen relevante ruimtelijke gevolgen van zal ervaren. Ten aanzien van de doorzichten wordt overwogen dat het zicht vanaf het perceel van indiener reeds wordt beperkt door de bestaande bosschage achter het plangebied (zie de reactie onder indiener 2, zienswijze 2). Ten aanzien van de suggestie van indiener om de woning verder naar het Oosten te verplaatsen, nemen wij deze voor kennisgeving aan.

Hoofdstuk 2: Ambtshalve wijzigingen

Het bestemmingsplan wijzigen zonder dat op een onderdeel zienswijzen zijn, heet ambtshalve aanpassen. Voorvoorliggend bestemmingsplan zijn geen ambtshalve wijzigingen doorgevoerd.

Hoofdstuk 3: Conclusie

Naar aanleiding van de zienswijzen zien wij reden om de toelichting van het bestemingsplan aan te passen. Ambtshalve worden er geen aanpassingen gedaan aan het bestemmingsplan.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14225637/1