Bijlage 2 Nota beantwoording zienswijze
Tekst van het document
Nota beantwoording zienswijze
ontwerpbestemmingsplan Boven-Leeuwen, Pastoor Schoenmakersstraat 6 Inleiding
Het ontwerpbestemmingsplan “Boven-Leeuwen, Pastoor Schoenmakersstraat 6” met bijbehorende stukken heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening ter inzage gelegen van 14 december 2023 tot en met 24 januari 2024. Gedurende de periode van tervisielegging is één zienswijze ingediend. Deze zienswijze is binnen de gestelde termijn binnengekomen en derhalve ontvankelijk.
Verslag
In deze Nota beantwoording zienswijze wordt de ingekomen zienswijze behandeld. Per onderdeel wordt een korte samenvatting gegeven, gevolgd door een inhoudelijke reactie. We geven ook aan of de reactie aanleiding geeft om het bestemmingsplan aan te passen. Dat de zienswijze is samengevat betekent overigens niet dat deze slechts gedeeltelijk is beoordeeld. Bij de beantwoording van de zienswijze is de volledige reactie betrokken.
Hoofdstuk 1: zienswijze Zienswijze 1 Inhoud zienswijze 1.1 De indiener stelt dat het plan voorziet in een kleinschalige ontwikkeling aan de Schoenmakerstraat met een toename van verhard oppervlak. Echter, wordt op voorhand de eenmalige vrijstelling meegenomen, die pas later in de vereiste vergunningsprocedure beoordeeld en eventueel toegekend zal worden. Voor het plan moet voorlopig rekening worden gehouden met compensatie voor de uitbreiding van het verhard oppervlak. Binnen de plangrens is er ruimte voor deze compensatie. De afvoer richting het oppervlaktewater met minimaal een B- of een A-status is hierbij een aandachtspunt, terwijl het opwaarderen van C-watergangen, zoals die langs de weg, in de praktijk lastig blijkt. De indiener van de zienswijze adviseert dan ook om het gedeelte van het perceel tussen het plangebied en de A-watergangen bij het plangebied te betrekken of te controleren dat hier watergangen of waterberging ook past binnen de actuele bestemming "Agrarisch-Oeverwal". Als water binnen de bestemmingen past en het plan inhoudelijk verder niet verandert, hoeft het plan niet meer voorgelegd te worden aan het waterschap in het kader van het ruimtelijk proces. Een ander aandachtspunt voor het vervolg is dat voor het indirect of direct lozen op oppervlaktewater of het maken van een voorziening mogelijk een watervergunning vereist is.
De initiatiefnemer dient hiermee rekening te houden, en in dat proces kunnen nadere eisen worden gesteld.
Beoordeling zienswijze 1.1 Omdat binnen de bestaande bestemming ‘Agrarisch - Oeverwal’ de watergangen / waterberging niet mogelijk zijn, is naar aanleiding van onderstaande reactie van het waterschap, het plangebied aangepast conform het voorstel van het waterschap. Bijgaand de aangepaste verbeelding en landschappelijke inpassing. Door het plangebied hiermee uit te breiden kan binnen dat deel eventueel de waterberging worden gerealiseerd indien dit noodzakelijk blijft in het latere traject. De beschermingszone water aan de oostzijde wordt beschermd met de dubbelbestemming 'Waterstaat - Beschermingszone watergang'.
Hoofdstuk 2: Ambtshalve wijzigingen
Het bestemmingsplan wijzigen zonder dat op een onderdeel zienswijzen zijn, heet ambtshalve aanpassen. Voorvoorliggend bestemmingsplan zijn geen ambtshalve wijzigingen doorgevoerd.
Hoofdstuk 3: Conclusie
Naar aanleiding van de zienswijzen zien wij reden om het bestemingsplan aan te passen. Ook ambtshalve worden er geen aanpassingen gedaan aan het bestemmingsplan.
2