CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.h Werkzaak Rivierenland zienswijze

Gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Implementatie WGR / Wijziging GR-teksten1.008 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Dijkstraat 11 Beneden-Leeuwen Postbus 1 6658 ZG Beneden-Leeuwen IBAN NL44 BNGH 0285 009133 T 14 0487 F (0487) 594 549 info@westmaasenwaal.nl www.westmaasenwaal.nl Behandeld door: dhr. Hulsen Doorkiesnummer:

Werkzaak Rivierenland T.a.v. het Dagelijks Bestuur Postbus 321 4190 CH GELDERMALSEN

Ons kenmerk: Z.087746/273941

Uw brief van:

Beneden-Leeuwen 1 februari 2024

Onderwerp: schriftelijke reactie gewijzigde GR-tekst Werkzaak Rivierenland

Uw kenmerk:

Bijlage(n):

Geacht Dagelijks Bestuur,

*Z03BA2236F7*

Op 1 juli 2022 trad een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking. Deze wijziging heeft tot doel de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden te verwerken. Een gevolg van de wijziging is dat alle gemeenschappelijke regelingen op 1 juli 2024 gewijzigd dienen te zijn. Gewijzigde tekst Op 15 december 2023 ontvingen wij de gewijzigde tekst voor de Gemeenschappelijke Regeling Werkzaak Rivierenland. Het college en de raad van West Maas en Waal hebben kennisgenomen van deze wijzigingen. Tijdens het Rondetafelgesprek op 16 januari 2024 en de raadsvergadering op 25 januari 2024 is de gewijzigde tekst besproken. Reactie U heeft ons gevraagd om een schriftelijke reactie in te dienen over de concept Gemeenschappelijke Regeling Werkzaak Rivierenland. Deze treft u hieronder aan. Gemeente West Maas en Waal geeft – op hoofdlijnen - een positieve reactie af op de gewijzigde tekst van de Gemeenschappelijke Regeling Werkzaak Rivierenland. Wel zouden wij de navolgende opmerkingen, deels van redactionele c.q tekstuele aard, willen maken. •

Algemeen We verzoeken u de GR-tekst zodanig te wijzigen dat de (aanlever)termijnen van de P&C-producten aansluiten bij het informatieprotocol van de gezamenlijke GR’en in Rivierenland. Uiteraard voor zover deze niet in strijd zijn met de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen. Bijvoorbeeld: vinden wij dat u conform bestendig beleid: - de Kadernota/-brief vóór 1 december van het tweede jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, naar ons moet zenden; - de ontwerpbegroting uiterlijk 15 april voorafgaande aan het begrotingsjaar naar ons moet zenden.

•

Artikel 14, lid 7 (Besluitvorming), artikel 28, lid 3 (Beleidsplan), artikel 30, lid 2 (Begroting), artikel 31, lid 2 (Jaarrekening) en artikel 40 (Evaluatie) in relatie tot

Alphen - Altforst

- Appeltern

- Beneden-Leeuwen - Boven-Leeuwen - Dreumel

- Maasbommel - Wamel

zienswijze raad: De termijn van 8 resp. 12 weken is krap en mogelijk voor een deel van de in te dienen zienswijzen onhaalbaar. Dat komt door onze raadsagenda in combinatie met de benodigde voorbereiding van het advies (zowel regionaal als intern). We vragen het Dagelijks Bestuur (DB) daarom nadrukkelijk om ook de zienswijzen mee te nemen die verwoord zijn in een door het college geformuleerde voorlopige zienswijze die aan de gemeenteraad ter vaststelling zal worden aangeboden. •

Artikel 30, 2e lid in combinatie met artikel 30, 4e lid (Begroting): de passage “tenminste 12 weken maar uiterlijk 15 april” in de 1e volzin van het 2e lid en de uiterste aanbiedingsdatum van de ontwerp-Begroting aan het AB van 15 juli in het vierde lid, kan zich de situatie gaan voordoen dat de termijn tussen de toezending aan de gemeenten (begindatum zienswijze-traject) en de datum van aanbieding van de ontwerp-Begroting aan het AB korter is dan 12 weken. Hiervan zal vrijwel zeker sprake zijn wanneer het Algemeen Bestuur voornemens is de Begroting vast te stellen voor het zomerreces. De termijn van 15 april in het 2e lid hoeft niet bezwaarlijk te zijn wanneer de aanbieding van de ontwerp-Begroting medio juli van het jaar is gepland en de datum van vaststelling op z’n vroegst is gelegen eind juli danwel begin augustus. Immers de aanbieding van de stukken dient voldoende ruim gelegen te zijn voor de datum van de vergadering van het Algemeen Bestuur.

•

Artikel 31, lid 1 (Jaarrekening) Het wijzigen van de tekstpassage “telkens uiterlijk 1 juli” in “telkens uiterlijk 14 juli” in de 1e volzin van artikel 31, 1e lid schept enige ruimte in tijd voor het Dagelijks Bestuur tot weging van de ontvangen zienswijzen. Wel dient te worden gelet op het gestelde in lid 3 van genoemd artikel (uiterste datum van 1 juli van het jaar tot het aanbieden aan het Algemeen Bestuur van de voorlopige jaarrekening).

•

Artikel 36, lid 5: De eerste volzin bevat de woorden “schrijven” (na “het vorige lid”) en “een” (na “opdracht verleend”). Deze twee (2) woorden zijn ten onrechte opgenomen. Daarnaast dient na de passage “bedoeld in het vorige lid” een komma te worden geplaatst.

•

Artikel 36,lid 4, lid 5 en 6 (Uitreding): in deze leden worden vrijwel géén termijn vermeld waarbinnen besluitvorming moet plaatsvinden anders dan de termijn waarbinnen de uittredende deelnemer haar zienswijze moet uitbrengen met betrekking tot dit voorstel voor de financiële, personele en overige gevolgen. Hiermede wordt maximale handelingsvrijheid gecreëerd maar vereist dit wel in relatie tot lid 6 van artikel 36 bijzondere aandacht.

•

Artikel 36, lid 6: In de laatste volzin van lid 6 (“Het definitieve voorstel wordt vastgesteld uiterlijk acht kalendermaanden nadat de deelnemer zijn voornemen tot uittreding overeenkomstig het vorige lid bekend heeft gemaakt”) verwijst naar lid 5. Dit behoort te zijn lid 4.

•

Artikel 38, lid 3 (Opheffing): Na het besluit tot opheffing wordt door het Algemeen Bestuur een liquidatieplan vastgesteld. Dit eerst nadat hierover van de deelnemers een zienswijze is ontvangen. De formulering en volgorde van de bepalingen in dit artikel leidt o.i. tot de conclusie dat eerst nadat door de deelnemers besloten is tot opheffing van de GR Werkzaak Rivierenland, een zienswijze-procedure wordt gestart over de uitkomsten van het liquidatieplan en de besluitvorming daarover is voorbehouden aan het Algemeen Bestuur. Klopt deze constatering? Het lijkt niet aannemelijk dat deelnemers besluiten tot opheffing van de GR Werkzaak

Rivierenland alvorens zij kennis hebben kunnen nemen van alle financiële, personele en overige consequenties. Vragen over deze brief? Dan kunt u contact opnemen met de heer J.J.M (Jos) Hulsen, senior beleidsadviseur Werk&Inkomen, Armoede en Schulden van het Team Samenleving. Hij is bereikbaar via de mail jhulsen@westmaasenwaal.nl of op het telefoonnummer 06 – 538 60 803. De raad van West Maas en Waal,

C. (Elles) Jansen-Bouwman griffier

V.M. (Vincent) van Neerbos voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13658404/1