CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2 geanonimiseerd Verslag hoorcommissie

Gemeenteraad 8 december 2022, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.0702323.081 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Behoort bij raadsbesluit d.d. 8 december 2022 nr. ...

Geanonimiseerd verslag hoorzitting Hoorcommissie Ruimtelijke Ordening bestemmingsplan Kraanbaan, Beneden-Leeuwen -.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.Datum: Plaats: Aanvang: Aanwezig: Indieners: Leden Hoorcommissie RO:

7 september 2022 Raadszaal, gemeentehuis Beneden-Leeuwen 20.00 uur (tot 21.15 uur)

indieners zienswijze nummer 1 t/m 4 de heer C. de Leeuw (voorzitter) de heer T. Hooijmans de heer C. van Dreumel de heer E. Wassink

Ambtelijke dienst: Namens initiatiefnemer:

de heer T. van der Wielen de heer N. van Hooijdonk en de heer M. Leenders (adviseurs)

Verslag:

Verslagbureau More Support (Wamel)

Vervolgprocedure: * RTG – 22 november 2022 * Raadsbehandeling – 8 december 2022

ALGEMENE INFORMATIE VOOR INDIENERS VAN ZIENSWIJZEN Wat is de status en taak van de hoorcommissie? De openbare hoorzitting is een onderdeel van de voorgeschreven bestemmingsplanprocedure. De hoorcommissie treedt op namens de gemeenteraad. De gemeenteraad kiest de leden van de hoorcommissie uit de verschillende partijen in de gemeenteraad. Tijdens de hoorzitting mogen indieners hun reactie (zienswijze) op het ontwerpbestemmingsplan toelichten. De hoorcommissie doet geen uitspraak over de zienswijze. Zij brengt ook geen advies uit naar aanleiding van de zienswijze. De taak van de hoorcommissie is uitsluitend gericht op het streven naar duidelijkheid over de inhoud van de zienswijze. De hoorzitting dient om zeker te stellen dat de gemeenteraad de zienswijze en het onderliggende probleem goed begrijpt. De hoorcommissie kan daartoe vragen stellen aan de reclamant om duidelijkheid te krijgen over diens zienswijze. De hoorcommissie kan ook vragen stellen aan de aanwezige ambtelijk adviseur. Duidelijkheidshalve benadrukt de voorzitter dat de leden van de hoorcommissie terdege kennis hebben genomen van de ingediende schriftelijke zienswijze. Het is in principe dan ook niet nodig om tijdens de mondelinge toelichting te herhalen wat reeds in de zienswijze is gesteld. De commissie is wel geïnteresseerd in eventuele aanvullingen en/of verduidelijking van de schriftelijke zienswijze.

Het is belangrijk dat reclamanten (indieners van zienswijzen) tijdens de hoorzitting geen nieuwe elementen inbrengen. Het mag dus alleen gaan over de punten die reeds in de ingediende schriftelijke zienswijze zijn opgenomen. Eventuele nieuwe inbreng kan op een later moment worden ingebracht. (zie vervolgprocedure)

Hoorcommissie RO – 7 september 2022 Ontwerpbestemmingsplan Industrieweg Dreumel

1

Behorend bij raadsbesluit 8 december 2022 nr. ...

Hoe verloopt een hoorzitting? Reclamant krijgt de gelegenheid om diens zienswijze toe te lichten. Na deze toelichting komt normaliter eerst de ambtelijk adviseur (meestal de planjurist) aan het woord. Zo nodig, wijst de ambtelijk adviseur erop, dat reclamant nieuwe zaken of omstandigheden aanvoert. Ook de ambtelijk adviseur kan vragen stellen aan de reclamant. Daarna kunnen de leden van de hoorcommissie vragen stellen aan reclamant of aan de planjurist. Hoe verloopt de verdere procedure? ▪ De reclamant, de raadsadviescommissie en de gemeenteraad ontvangen binnen enkele weken het verslag van de hoorzitting. ▪ De reclamant zal worden geïnformeerd over de data van het RTG en de raadsbehandeling. ▪ Het College van Burgemeester en Wethouders formuleert een reactie op de zienswijze. Deze reactie maakt deel uit van het concept-zienswijzenverslag, dat aan alle indieners van zienswijzen wordt toegestuurd. ▪ Tevens ontvangen zij het concept-besluit over het vast te stellen bestemmingsplan. ▪ Verder krijgt de reclamant bericht over de exacte vergaderdata waarop het bestemmingsplan besproken wordt in de adviescommissie en de Gemeenteraad.

▪ Mochten er punten zijn die noch in de zienswijze, noch tijdens de hoorzitting van heden aan de orde zijn gekomen, maar volgens bezwaarde - bij nader inzien - wel van belang is voor de beoordeling, dan kan - in vervolg op de hoorzitting van heden - nogmaals gebruik worden gemaakt van het inspreekrecht. Mocht er behoefte zijn aan nieuwe, aanvullende inbreng, dan is het mogelijk om gebruik te maken van de inspreekmogelijkheid tijdens het RTG (22 november 2022), waarin het betreffende ontwerpbestemmingsplan aan de orde komt. Herhaling van de inbreng, zoals verwoord tijdens de hoorzitting, is echter overbodig. − Het spreekrecht voor het RTG moet door reclamant vooraf bij de raadsgriffie worden aangevraagd. − Een inspreekreactie tijdens de vergadering van het RTG wordt geen onderdeel van de zienswijze die aan de hoorcommissie is toegelicht. − Het RTG en de Raad betrekken de inspreekreacties bij de discussie over het bestemmingsplan. − De hoorcommissie RO/het RTG adviseert de gemeenteraad over het bestemmingsplan. ▪ De schriftelijke reactie van de gemeenteraad (het zienswijzenverslag) gaat niet in op de inspreekreactie. ▪ De besluitvorming over het bestemmingsplan is aan de gemeenteraad en zal plaatsvinden tijdens een formele raadsvergadering. Het verslag van deze hoorzitting maakt integraal deel uit van het dossier inzake het bestemmingsplan.

2

Behorend bij raadsbesluit 8 december 2022 nr. ...

Verslag hoorzitting 1

OPENING EN MEDEDELINGEN Opening en mededelingen De voorzitter opent de hoorzitting en stelt per aanwezige reclamant de aanwezige leden van de hoorcommissie en de beleidsadviseur voor. De aanwezige reclamanten alsmede de vertegenwoordigers van de initiatiefnemer stellen zichzelf voor.

2

ZIENSWIJZEN

2.1

Reclamant 1 en 2 (Zienswijze 4 en 5 in de nota zienswijzen) Reclamant 1 en 2 zijn beiden op dezelfde tijd aanwezig. Reclamant 2 voert het woord mede namens reclamant 1. Reclamant is van mening dat de ingediende zienswijzen helder zijn. Hij wil van de gelegenheid gebruik maken om te benadrukken dat de balustrades aan de zuidkant dicht gemaakt moeten worden en conform wetgeving 1,07 meter hoog moeten zijn. Dat willen reclamant 1 en 2 gerealiseerd zien. Daarnaast vraagt reclamant om een afscheiding aan de Waalbandijk door middel van negen of tien boombakken om de privacy van reclamant 1 en 2 te garanderen ten aanzien van de hoogbouw die gerealiseerd gaat worden. De commissie concludeert dat om een niet-transparante afscheiding van de loggia’s wordt gevraagd. Reclamant beaamt dat een niet-transparante afscheiding wordt bedoeld. Maar niet zodanig, dat deze maar tachtig centimeter hoogte heeft en de reling daar weer 25 centimeter boven zit omdat er op die wijze een ruimte ontstaat waardoor er vrij zicht is op het erf van reclamant 1 en 2. De commissie concludeert dat het zicht naar de horizon omhoog gericht moet zijn. Verder zou er een rij bomen langs de dijk moeten komen. Reclamant denkt hierbij aan bomen in verplaatsbare boombakken, rekening houdend met de toekomstige dijkverzwaring.

Mocht de gemeente aangeven dat de bomen op de dijk geplant mogen worden, dan zou die optie de voorkeur van reclamanten hebben. De voorzitter bedankt reclamant voor de gegeven toelichting. Spreker verwijst naar de ontvangen schriftelijke zienswijze. Deze zal met de gegeven toelichting worden overgedragen aan het College.

2.2

Reclamant 3 (Zienswijze 3 in de nota zienswijzen) Reclamant geeft aan, dat de geplande bouw steeds hoger bleek te worden. Het huidige plan acht reclamant veel te hoog. Spreker benadrukt geen bezwaar te hebben tegen de bouw als zodanig, maar wel tegen de bouwhoogte. Ook de huidige bewoners van de gemeente West Maas en Waal willen – evenals alle nieuwe bewoners – een mooie plek om te wonen en de huidige bewoners willen de huidige woonkwaliteit behouden. De commissie begrijpt dat het grootste bezwaar de hoogte is. Reclamant wijst erop dat de grotere hoogte meebrengt dat er ook meer bewoners komen. Als gevolg hiervan zal de overlast vanwege geluid en licht toenemen. Het is voor reclamant niet geheel duidelijk wat precies de beweegreden is om het gebouw hoger te maken dan het oorspronkelijk was gedacht. Reclamant was positief over het eerste plan maar in rap tempo volgde er een nieuw plan voor een - in de ogen van reclamant - buitenproportioneel hoog gebouw van vijf verdiepingen zonder dat de omwonenden hierin zijn meegenomen.

3

Behorend bij raadsbesluit 8 december 2022 nr. ...

De commissie stelt vast dat de participatie beter had gekund. Reclamant geeft aan dat er wel een voorlichtingsavond heeft plaatsgevonden, maar de insteek leek meer op een avond bedoeld voor de verkoop van de appartementen. De commissie informeert of op die voorlichtingsavond ook pas bekend werd dat het gebouw vijf verdiepingen hoog zou worden. Reclamant reageert bevestigend. Voorafgaande aan de voorlichtingsbijeenkomst was het aantal bouwlagen niet bekend. Daarnaast werd bekend gemaakt dat er op de gehele achterzijde inpandige balkons zouden komen. Gesprekken van passanten op de dijk zijn door reclamant letterlijk te verstaan. Reclamant spreekt diens zorg uit dat de gesprekken die op de balkons worden gevoerd eveneens in diens tuin verstaanbaar zijn en andersom, dat het gesprek dat reclamant in diens eigen tuin voert, verstaanbaar is op de achterbalkons. De Commissie vraagt hoe lang reclamant op diens huidige adres woont. Reclamant heeft de grond in 2004 gekocht en woont hier inmiddels achttien jaar. De voorzitter stelt vast dat de zienswijze duidelijk is en vraagt of de initiatiefnemer hierop wil reageren. Initiatiefnemer licht toe, dat er in 2017 voor het plangebied een fase 1 Collegebesluit is genomen dat uitging van 48 woningen.

Door met name de veranderde inzichten van het Waterschap en RWS moest met het huidige profiel van vrije ruimte verder richting Waal gebouwd worden, dat wil zeggen: ruim vijf meter vanaf de Waalbandijk naar het Noorden. Daarnaast is er de watervrije zone waarbinnen de bouw gesitueerd moet worden. Het is daarom niet mogelijk om met een gebouw wat naar links of rechts schuiven om bepaalde belangen mee te nemen. De huidige Waalbandijk ligt ten opzicht van het perceel van reclamant op een afstand van ongeveer twaalf tot 12,5 meter. De dijk moet nog naar 13,5 meter opgehoogd worden. Met de toekomstige hoogte van het dijklichaam moet rekening worden gehouden in het bouwplan. voor wat betreft de bouwhoogte van het gebouw. In de eerste plannen, in de periode 2008 – 2010, was de hele strip ingevuld met wat smallere appartementen, maar wel met doorzicht. Het laatste plan uit 2017 bevat gebouwen met vijf tot zes bouwlagen. De bouw heeft dan dus al wel de hoogtes waarvan de huidige plannen uitgaan, zij het dat gebouwen wat anders zijn gepositioneerd. Achteraf bleek deze locatiekeuze buiten de grenzen te vallen van wat Waterschap en RWS toestaan. De initiatiefnemer is gebonden aan de bouw te realiseren op de locatie zoals momenteel voorgesteld.

Wel is toegezegd dat de loggia’s aan de zuidkant een dichte borstwering krijgen en er wordt gekeken naar een mogelijkheid om de afscherming zo dicht mogelijk bij de perceelsgrens te realiseren door middel van groen om daarmee de inkijk te beperken. Reclamant hoort dat er over inzichten wordt gesproken, maar is van mening dat het huidige plan voornamelijk een kans biedt om méér woningen te verkopen. Wat betreft voldoende afscherming door groen betwijfelt reclamant of dat haalbaar is en vraagt zich af van welke hoogte wordt uitgegaan voor de aanplant. Bomen mogen immers niet in het dijklichaam worden aangeplant. Daarbij komt dat de eigenaar van de grond waar gegraven moet worden om groen aan te planten belang heeft bij de realisatie van de woningen. Initiatiefnemer wil meewerken aan de groenstrook. Initiatiefnemer vindt het prematuur om te zeggen dat de eigenaar van de grond niet zal meewerken. De hinder die wordt verwacht van geluid en licht door de hoogte van het gebouw is de reden dat initiatiefnemer heeft toegezegd dat er geen uitstekende balkons worden gerealiseerd, maar inpandige loggia’s. Daarmee zitten de bewoners buiten achter een borstwering van voldoende hoogte. Als het mogelijk is om met beplanting de zichtruimte wat weg te nemen, zal initiatiefnemer daaraan meewerken en wil daar graag afspraken over maken.

Reclamant bevestigt deze bereidheid, maar heeft behoefte aan meer concrete informatie. Spreker wijst erop, dat de onderlaag van de nieuwbouw gelijk ligt aan de bovenverdieping van reclamant. 4

Behorend bij raadsbesluit 8 december 2022 nr. ...

Initiatiefnemer merkt op, in dat de afstand vanaf de nieuwbouw tot de woning van reclamant zestig meter bedraagt. Dat betekent dat de beplanting dicht tegen het eigen erf aan moet komen. Wat betreft de hoogte, merkt initiatiefnemer op dat stedenbouwkundig de verhouding 1 op 3 aanvaardbaar is. Dat wil zeggen, dat als de lengte tot de bebouwing vijftig tot zestig meter is de hoogte van de gevel daarachter vijftien tot zestien meter mag zijn. Reclamant informeert of er groen aangeplant kan worden dat een hoogte van vijftien meter bereikt.. Initiatiefnemer geeft aan dat beplanting tussen de drie tot vier meter hoogte wel mogelijk is. Aanplant van bomen zo dicht mogelijk op de erfgrens of bij de buren op het erf levert de beste afscheiding. Reclamant benadrukt dat het hierbij niet enkel gaat om het zicht, maar ook om geluid, verkeer en licht. Reclamant wil de rustige woonomgeving zeker wel delen met anderen, maar niet met het aantal bewoners dat voortvloeit uit de hoogte van het gebouw. Nogmaals benadrukt reclamant dat de hoogte veel te extreem is. Initiatiefnemer wijst erop dat met de huidige bestemming ook zware industrie mogelijk zou zijn geweest. Dat kan nog steeds. Die keuze zou waarschijnlijk voor meer onrust gezorgd hebben.

Initiatiefnemer licht toe dat de Commissie Ruimte en Kwaliteit nadrukkelijk naar het project heeft gekeken en stedenbouwkundig goede oplossingen heeft gevonden. Dat is de basis geweest waarmee initiatiefnemer heeft kunnen en moeten werken. De opvatting van reclamant, wat betreft de hoogte, wordt gerespecteerd, maar initiatiefnemer wijst erop dat er ook andere opvattingen zijn en dat er een stedenbouwkundig advies ligt. Vanuit initiatiefnemer wordt aan reclamant gevraagd of deze bereid is samen met initiatiefnemer te kijken wat er mogelijk is aan erfafscheiding. Reclamant is daartoe bereid maar hoopt in eerste instantie dat er iets gedaan wordt aan de hoogte van het gebouw en vraagt de commissie daar iets aan de doen. De voorzitter stelt vast dat de zienswijze helder is overgebracht. De zienswijze wordt meegenomen naar de raad, evenals de reactie van de initiatiefnemer. 2.3

Reclamant 4 (Zienswijze 6 in de nota zienswijzen) Reclamant wil drie bezwaren onder de aandacht brengen, zijnde 1) Het proces tot aan het ontwerpbestemmingsplan, en dan met name het ontbreken van participatie; 2) De hoogte van de bouwwerken; en 3) De loggia. Er heeft weinig tot geen participatie plaatsgevonden en er is amper gelegenheid geboden om kennis te kunnen nemen van het bestemmingsplan. De direct omwonenden zijn niet echt betrokken bij de plannen. Inmiddels is er contact geweest met initiatiefnemer en is er een toelichting verkregen op de plannen, maar dat wordt als ‘vrij laat’ gekwalificeerd in het proces voorafgaande aan de vaststelling van het bestemmingsplan. Wat betreft de hoogte van de nieuwbouw, spreekt reclamant over een intimiderend bouwwerk, zeker ten opzichte van de woning van reclamant die zeven meter onder NAP staat. De toren komt veertig meter hoger te liggen, hetgeen intimiderend is. Daar vraagt reclamant nadrukkelijk aandacht voor. De ontwikkeling op zich van de nieuwbouw wordt wel mooi gevonden, maar de bouwhoogte is te hoog. Wat betreft de loggia’s, vraagt reclamant of het mogelijk is dat die geheel komen te vervallen, het is een wens dat er geen balkonzicht is naar de tuin van reclamant.

De commissie stelt vast, dat er twee grote bezwaren zijn ingebracht, te weten veel te weinig participatie van meet af aan en de hoogte van het gebouw, dat te kolossaal is ten opzichte van de woning van reclamant. Reclamant benadrukt nogmaals dat er een hoogteverschil van veertig meter zal ontstaan, rekening houdend met de ligging van diens eigen woning op 7 meter onder NAP versus de punt van het gebouw die 31 meter boven NAP ligt. 5

Behorend bij raadsbesluit 8 december 2022 nr. ...

Initiatiefnemer licht toe sinds eind 2018 / begin 2019 betrokken te zijn in de planvorming voor de planlocatie. Er zit een lange tijd tussen het voorontwerp en ontwerp. Dat had niet zozeer met het programma te maken, maar vooral met de afstemming met RWS over het bouwen binnen de watervrije zone. Qua programma, bestaat er een goede afstemming met RCE en CBK. Op het voorontwerp van het bestemmingsplan hebben belanghebbenden gereclameerd over de hoogte van de toren die naast ‘de Klef’ stond. Doordat het programma met hotelkamers en horeca in ‘de Klef’ is vervallen, heeft initiatiefnemer een mogelijkheid gezien om een aantal woningen op deze locatie te realiseren. Daarbij is de toren aan de oostkant komen te vervallen. Terugkomend op het proces geeft initiatiefnemer aan, dat de planontwikkeling vanaf 2008 speelt. In 2017 zijn de eerste plannen vastgesteld. Deze plannen zijn ook openbaar gemaakt. Wellicht had het gesprek met bewoners eerder kunnen plaatsvinden, maar initiatiefnemer is van mening dat de vragen vanuit de bewoners ook eerder voorgelegd hadden kunnen worden. De opmerkingen die er wel zijn geweest, zijn ter harte genomen, maar planvorming heeft z’n beperkingen vanwege de richtlijnen van RWS en het Waterschap. De loggia’s worden gebouwd met een dichte borstwering.

Ook is de opgave meegekregen om te onderzoeken of de loggia’s aan de zuidzijde kunnen vervallen en aan de noordzijde balkons aan de buitenkant van het gebouw gemaakt kunnen worden. Er is nog niet met initiatiefnemer onderzocht wat de consequenties daarvan zijn. Reclamant is benieuwd naar het proces voorafgaande aan het voorontwerp aangezien er vòòr 2017 al plannen waren vastgesteld en het proces van voorontwerp naar ontwerp lang heeft geduurd. Al die tijd is er geen contact gezocht met omwonenden. Reclamant vindt het wat makkelijk om te zeggen dat bewoners zelf contact hadden kunnen opnemen. Toen het hele plan stagneerde wat betreft de vorige projectontwikkelaar ontstond een volledige stilte. Reclamant is er toevallig achter gekomen dat er ontwikkelingen gaande waren wat betreft het Kraanbaanproject. Hiervan was geen van belanghebbenden op de hoogte en vervolgens bleek er al een eerste ontwerp te zijn. Reclamant heeft geprobeerd om op de hoogte te blijven. Dat is toch een andere insteek dan dat initiatiefnemer zegt dat omwonenden hadden kunnen informeren. Reclamant betreurt dat de hoogte nu blijkbaar een hard gegeven is. Als de participatie vanaf het begin groter was geweest, waren er wellicht iets meer mogelijkheden geweest. Nu worden de omwonenden geconfronteerd met een voldongen feit zonder actief in het proces te hebben kunnen meedenken.

Toen omwonenden uiteindelijk werden betrokken was de hoogte al een hard gegeven. Op deze status quo wil reclamant de nadruk leggen. De commissie vraagt of het hierbij gaat over de hoogte van het meest westelijke pakhuis. Reclamant antwoordt dat het in principe om de hoogte van beide gebouwen gaat. Er zijn vijf en zes verdiepingen als de parkeerlaag wordt meegeteld. Doordat de woning van reclamant zo laag ligt, kijkt reclamant tegen een heel hoog gebouw aan. De commissie vraagt hoeveel de afstand bedraagt van het pakhuis tot de woning. Reclamant geeft aan dat dit ongeveer 65 meter is. Eerst komt er een niet al te groot vlak gedeelte en dan een schuine dijkhelling. De voorzitter concludeert dat het ontbreken van participatie een pijnpunt blijft en dat er zorgen bestaan over de bouwhoogte. De zienswijze wordt meegenomen naar het College en de raad en te zijner tijd zal reclamant een antwoord krijgen. De voorzitter dankt voor de inbreng en adviseert reclamant met initiatiefnemer in gesprek te blijven. 3

SLUITING De voorzitter sluit de bijeenkomst om 21.15 uur.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12028066/1