Bijlage 2. Concept Toelichting op RvO vergaderingen rondetafelgesprekken en andere werkzaamheden van de r
Tekst van het document
Toelichting bij het Reglement van Orde voor de vergaderingen, rondetafelgesprekken (RTG-en) en andere werkzaamheden van de raad 2026
Algemeen In de toelichting bij het Reglement van Orde voor de vergaderingen, rondetafelgesprekken (RTG-en) en andere werkzaamheden voor de raad 2026 wordt een nadere toelichting/uitleg gegeven voor zover de inhoud van de betreffende artikelen daar om vragen. De bepalingen gelden voor alle vergaderingen, bijeenkomsten en werkzaamheden van de raad tenzij anders is aangegeven.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijvingen In artikel 1 worden een aantal begrippen uit dit reglement van orde gedefinieerd. Deze spreken grotendeels voor zich. Voor wat betreft het begrip ‘voorzitter’ zij nog vermeld dat de burgemeester voorzitter is van de raad. Artikel 9 van de Gemeentewet (hierna: wet) schrijft dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, van de wet is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere of tweede waarnemer. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de wet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. De raad kiest uit haar midden één of meer voorzitters voor het RTG zie artikel 43. Artikel 2. De griffier De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100 en 107 van de wet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. De wet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid).
In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 van de wet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging.
1
Artikel 3. Het presidium Bij het presidium ligt de regie van enkele intern/organisatorische kwesties. In artikel 3 is als aanvullende taak opgenomen dat het presidium aanbevelingen doet aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van de raad, zijn vergaderingen en RTGen. Het instellen van een presidium is niet verplicht. Het is wel in deze verordening opgenomen aangezien het een waardevolle bijdrage kan leveren aan de dualisering van de verhoudingen tussen raad en college. Het presidium dient voor wat betreft de inhoudelijke aspecten van het raadswerk een ondergeschikte rol te vervullen omdat anders het gevaar bestaat dat er binnen de raad een nieuw bestuursorgaan wordt gecreëerd, hetgeen in strijd is met de Grondwet, die het primaat immers expliciet bij de raad legt (artikel 125 eerste lid Grondwet). De voorzitter van de raad is voorzitter van het presidium, hij heeft geen stemrecht. De griffier is bij elke vergadering van het presidium aanwezig, omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. Hij moet weten hoe de agenda eruit komt te zien en welke punten besproken gaan worden. De aanwezigheid van derden kan gewenst zijn om een toelichting te geven op onderwerpen die worden besproken Artikel 4. Seniorenconvent In vergaderingen van het seniorenconvent worden vertrouwelijke onderwerpen betreffende de raad besproken.
Ook organisatorische- en personeelsaangelegenheden worden in dit gremium aan de orde gesteld.
Hoofdstuk 2. Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders, fracties Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden Na benoeming door het centraal stembureau (Kieswet art. V 1) onderzoekt een door de raad ingestelde commissie de geloofsbrieven van nieuw benoemde raadsleden en fractievolgers. De benoemde verklaart schriftelijk of hij de benoeming aanneemt en overlegt bewijsstukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de wettelijke vereisten (Kieswet art. V 2 en V 3). Het onderzoek en de beslissing over toelating vinden plaats in een openbare vergadering, waarbij ook de gedragscode wordt betrokken. De commissie brengt advies uit aan de raad; de raad beslist over toelating (Kieswet art. V 4). Bij raadsverkiezingen gebeurt dit in de laatste vergadering van de oude raad; de nieuwe raad treedt de volgende dag aan (art. 18 Gemeentewet). Na toelating legt het 2
raadslid in de eerstvolgende vergadering de eed of belofte af (art. 14 Gemeentewet). Bij tussentijdse benoeming gebeurt dit direct na het toelatingsbesluit. Na verkiezingen heeft de commissie een extra taak: zij adviseert over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad kan op grond hiervan besluiten tot hertelling of herstemming, mits er concrete aanwijzingen zijn (zie circulaire BZK 28-02-2014).
Eerste lid De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. De benoeming in deze commissie betreft de gehele raadsperiode. Artikel 6. Benoeming wethouders De Kieswet regelt het geloofsbrievenonderzoek voor raadsleden, maar niet voor wethouders. Omdat de wet wel formele eisen stelt aan wethouders (artikelen 36a, 36b, 41b en 41c Gemeentewet), is het logisch dat ook voor hun benoeming een commissie wordt ingesteld om deze eisen vooraf te toetsen. Sinds 1 januari 2023 is een VOG verplicht voor wethouders (Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur). Deze VOG bevat een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers en kan via een spoedprocedure worden aangevraagd. Daarnaast voert de burgemeester een integriteitstoets uit en legt hierover een geheim verslag aan de raad voor. Artikel 6 geldt ook als een raadslid tot wethouder wordt benoemd; incompatibiliteiten en nevenfuncties moeten opnieuw worden beoordeeld. Het raadslid mag zijn zetel behouden totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (art. 36b, lid 2 Gemeentewet). Artikel 7. Fracties
De Kieswet en Gemeentewet kennen het begrip fractie niet, maar gaan wel uit van groeperingen in de raad (art. 33 lid 2 Gemeentewet). Leden die op dezelfde lijst zijn gekozen vormen vanaf de eerste vergadering één fractie; een enkel lid vormt een zelfstandige fractie. De fractie gebruikt de aanduiding van de kandidatenlijst, of meldt een naam in de eerste vergadering. Tijdens de zittingsperiode kunnen fracties splitsen, fuseren of van naam veranderen. Volksvertegenwoordigers zijn op persoonlijke titel gekozen (art. 27 Gemeentewet, art. 129 Grondwet) en kunnen zelfstandig verdergaan; afspraken
3
om zetels op te geven zijn nietig. De raad heeft geen zeggenschap over wijzigingen, maar moet deze administratief verwerken na melding. Praktische gevolgen van fractiewijzigingen zijn o.a. fractievergoedingen, zitplaatsen, commissiebezetting en presidiumvertegenwoordiging. Bij een vacature na afsplitsing wordt teruggegrepen op de oorspronkelijke kandidatenlijst (art. P 19 Kieswet). Nieuwe fractienamen moeten voldoen aan de afwijzingsgronden van art. G 3 lid 4 Kieswet.
Hoofdstuk 3. Vergaderingen Paragraaf 1. Tijdstip van vergaderingen Artikel 8. Vergaderfrequentie Volgens artikel 17 Gemeentewet vergadert de raad zo vaak als hij besluit, en daarnaast op verzoek van de burgemeester of ten minste een vijfde van de raadsleden (met redenen). Het tweede lid benadrukt dat de voorzitter bij het wijzigen van dag of aanvangsuur zoveel mogelijk overleg voert met het presidium, zodat dit orgaan invloed houdt op vergaderingen buiten het reguliere schema. Dit is belangrijk omdat veel raadsleden hun functie combineren met andere werkzaamheden. Artikel 9. Oproep In artikel 19, eerste lid van de wet is bepaald dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. De griffier stuurt ten minste zeven dagen vóór een vergadering een schriftelijke oproep met dag, tijd, plaats, voorlopige agenda en bijbehorende stukken, behalve stukken met geheimhouding (artikel 87 Gemeentewet). In spoedeisende gevallen kan een aanvullende agenda uiterlijk 48 uur voor de vergadering worden verzonden. De stukken worden via het raadsinformatiesysteem beschikbaar gesteld. Artikel 10. Agenda De voorlopige agenda van de raadsvergadering wordt vooral bepaald door de adviezen van de RTG-en. Het presidium kan ook onderwerpen toevoegen. Bij de start van de vergadering stelt de raad de agenda vast.
Raadsleden kunnen op twee momenten invloed uitoefenen op de voorlopige agenda: •
Vooraf: uiterlijk 48 uur voor de vergadering via de griffie een verzoek indienen om een onderwerp toe te voegen of af te voeren, met een korte toelichting.
4
•
Bij aanvang: voorstellen doen om onderwerpen toe te voegen, af te voeren of de volgorde te wijzigen.
Indien er een voorstel wordt gedaan om de agenda aan te passen, bijvoorbeeld het doorschuiven van een agendapunt naar de volgende raadsvergadering, en de stemmen staken, is artikel 32, vierde lid, van de wet logischerwijs niet van toepassing en geldt artikel 32, vijfde lid, van de wet. Artikel 11. Ter inzage leggen van stukken Alle stukken die toelichting geven op agendapunten worden tegelijk met de oproep ter inzage gelegd in het gemeentehuis en digitaal gepubliceerd via het raadsinformatiesysteem. Deze stukken zijn ‘documenten’ in de zin van de Wet open overheid (Woo): alle bij een bestuursorgaan berustende stukken of materialen die gegevens bevatten, inclusief van buiten komende stukken zoals agenda’s en adviezen. Geheime stukken, zoals achterliggende adviezen waarop geheimhouding rust, blijven bij de griffier en zijn alleen op verzoek door raadsleden in te zien. Paragraaf 2. Orde der vergadering Artikel 13. Presentielijst De presentielijst is verplicht op grond van artikel 20 Gemeentewet en dient om vast te stellen dat het vergaderquorum is bereikt. Raadsleden en RTG-leden tekenen bij binnenkomst; na afloop ondertekenen griffier en voorzitter de lijst om de volledigheid te bevestigen. De lijst is niet bedoeld om het stemquorum vast te stellen (zie artikel 29 Gemeentewet). Artikel 15.
Stemming; procedure hoofdelijke stemming Als een raadslid stemming of hoofdelijke stemming vraagt, moet deze plaatsvinden; de raad kan hiervan niet afwijken. Vraagt niemand stemming, dan geldt het voorstel als aangenomen. Raadsleden stemmen in principe altijd, behalve bij wettelijke verplichting tot onthouding (art. 28 Gemeentewet). Stemmingen zijn openbaar, zodat duidelijk is hoe ieder raadslid stemt. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de leden op in alfabetische volgorde, beginnend bij een door loting aangewezen raadslid. De bij loting vastgestelde volgorde geldt voor alle hoofdelijke stemmingen tijdens die vergadering. Bij staking van stemmen geldt artikel 32 Gemeentewet: bij een voltallige raad is het voorstel verworpen; anders volgt een nieuwe stemming in de volgende vergadering.
5
Artikel 17. Ingekomen stukken Alle ingekomen stukken, inclusief mededelingen van het college, worden op een lijst geplaatst en bij de oproep meegestuurd. De raad behandelt deze stukken procedureel (bijv. kennisnemen, doorsturen). Voor inhoudelijke bespreking moet het stuk worden geagendeerd voor een volgende cyclus, in een RTG of raadsvergadering. Na vaststelling van het verslag bepaalt de raad op voorstel van de griffier hoe de stukken worden afgehandeld. Artikel 18. Aantal spreektermijnen De beraadslaging vindt in principe plaats in twee termijnen; de raad kan besluiten tot meer termijnen. De voorzitter sluit elke termijn af. Vragen stellen geldt als spreektijd. Na afloop van de tweede termijn is een extra reactie niet toegestaan, tenzij de raad anders beslist. Artikel 19. Handhaving orde; schorsing Raadsleden mogen vrij spreken; interrupties zijn toegestaan, tenzij de voorzitter deze beperkt om de orde te bewaren. Sprekers die beledigend zijn, afwijken van het onderwerp of herhaaldelijk interrumperen, kunnen tot de orde worden geroepen en bij volharding het woord worden ontzegd. De voorzitter kan de vergadering schorsen of sluiten bij ernstige ordeverstoring. Raadsleden genieten immuniteit op grond van artikel 22 Gemeentewet voor wat zij in de vergadering zeggen. Tekenen van goed- of afkeuring gelden als ordeverstoring. Artikel 22.
Stemverklaring Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen worden gegeven vóór de hoofdelijke oproep van de leden dat de stemming begint. Paragraaf 3. Procedures bij stemmingen Artikel 25. Stemming over personen Stemming over personen is op grond van artikel 31 Gemeentewet geheim en gebeurt schriftelijk met stembriefjes. Blanco of verkeerd ingevulde briefjes tellen niet mee voor de uitslag, maar wel voor het quorum. Bij benoeming van wethouders geldt een vrije stemming: raadsleden, ook kandidaat-wethouders, mogen stemmen op elke gewenste persoon. De wet beperkt dit stemrecht niet; het is aan betrokkenen om hier zelf een afweging in te maken.
6
Hoofdstuk 4. Rechten van leden Artikel 26. Amendementen en subamendementen Elk raadslid kan een amendement indienen om een voorstel van het college of een initiatiefvoorstel te wijzigen. Ook kan een subamendement worden ingediend op een bestaand amendement. Dit recht is vastgelegd in artikel 147b Gemeentewet en geldt voor ieder individueel raadslid. Amendementen moeten vóór het sluiten van de beraadslaging schriftelijk worden ingediend en worden alleen behandeld als de indiener aanwezig is (presentielijst getekend). Intrekking is mogelijk tot de besluitvorming is afgerond. Artikel 27. Moties Een motie is een uitspraak van de raad, bijvoorbeeld een wens, oordeel of verzoek, en heeft politieke betekenis, geen juridisch rechtsgevolg. Het college is formeel niet verplicht een motie uit te voeren, maar het negeren ervan kan leiden tot een vertrouwensbreuk. Moties worden behandeld tijdens de beraadslaging over het onderwerp waarop zij betrekking hebben; moties over niet-geagendeerde onderwerpen komen aan het einde van de vergadering. Iedere raadslid kan zonder drempelsteun een motie indienen. Een bijzondere motie is de motie van wantrouwen (art. 49 Gemeentewet), die bij aanneming tot aftreden van een wethouder leidt.
Voor moties die vreemd zijn aan de orde van de dag geldt dat het wenselijk is deze eerst te agenderen voor een rondetafelgesprek. Dit bevordert een zorgvuldige voorbereiding en voorkomt overhaaste besluitvorming. Tijdens een RTG kunnen fracties en het college standpunten en consequenties verkennen, vragen stellen en inzicht krijgen in eventuele uitvoerings- of financiële gevolgen. Dit draagt bij aan transparantie, participatie en een betere informatiepositie van de raad. Het agenderen van een motie vreemd voor een RTG verloopt conform de procedure zoals beschreven in Artikel 46 (De agenda) van dit reglement. Artikel 29. Initiatiefvoorstel Elk raadslid heeft op grond van artikel 147a Gemeentewet het recht om een initiatiefvoorstel in te dienen, zonder drempelsteun. Het voorstel wordt schriftelijk bij de voorzitter ingediend, die het college direct informeert. Het college krijgt twee weken om schriftelijk wensen en bedenkingen aan de raad kenbaar te maken. Daarna (of zodra het college aangeeft geen reactie te geven) wordt het voorstel op de agenda 7
geplaatst. De indiener kan de wensen en bedenkingen meenemen, maar is daartoe niet verplicht. De raad beslist uiteindelijk over het voorstel. Als de oproep voor de vergadering al verzonden is, komt het voorstel op de agenda van de volgende vergadering. Als het voorstel eerder wordt toegevoegd, kan er wel beraadslaagd worden, maar niet gestemd voordat de termijn voor wensen en bedenkingen is verstreken. Artikel 30. Collegevoorstel Het agenderingsrecht ligt bij de raad. Een collegevoorstel dat op de agenda staat, kan niet door het college worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. Als de raad vindt dat een voorstel onvoldoende is voorbereid, kan hij het terugsturen voor advies en bepaalt zelf wanneer het opnieuw wordt geagendeerd. De raad kan dit in dezelfde raadsvergadering regelen, maar de raad kan dit ook aan de presidium overlaten. Artikel 31. Interpellatie Het interpellatierecht is geregeld in artikel 155, tweede lid, Gemeentewet en vormt een belangrijk instrument voor het individuele raadslid om tijdens een raadsvergadering over een niet-geagendeerd onderwerp inlichtingen te vragen aan het college of de burgemeester. Omdat hiermee wordt afgeweken van de reguliere vergaderorde, is goedkeuring van de raad vereist. De raad kan weigeren om het debat toe te staan als het onderwerp niet urgent is of niet voldaan wordt aan onderstaande spelregels.
Het interpellatiedebat is bedoeld voor het verkrijgen van complexe informatie van politiek belang en gaat verder dan het mondelinge vragenrecht. Het is nadrukkelijk een debat waarin politieke verantwoording en duiding centraal staan. Het debat kan leiden tot het indienen van moties. Procedure voor indiening: •
Het verzoek wordt schriftelijk ingediend via de griffier en gericht aan de voorzitter.
•
•
Het verzoek bevat: o
een duidelijke omschrijving van het onderwerp;
o
de te stellen vragen.
De griffier brengt het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad en het college en plaatst het op de conceptagenda van de eerstvolgende raadsvergadering.
8
•
Voor agendering in de eerstvolgende raadsvergadering moet het verzoek minimaal 48 uur voor aanvang zijn ingediend. Bij latere indiening kan de raad besluiten het debat in een volgende vergadering te agenderen.
Verloop van het debat: •
De interpellant (of één woordvoerder namens meerdere indieners) opent met de vooraf ingediende vragen. Interrupties zijn in dit deel niet toegestaan.
•
Het college beantwoordt de vragen, eveneens zonder interrupties.
•
Daarna volgt het debat: andere raadsleden kunnen het woord voeren, gevolgd door een reactie van het college.
•
De interpellant sluit af met een korte reactie.
•
Tijdens het debat kunnen moties worden ingediend.
Spreekbeperkingen: •
De interpellant voert in beginsel maximaal tweemaal het woord.
•
Overige raadsleden, de burgemeester en het college voeren het woord maximaal eenmaal, tenzij de raad verlof verleent.
•
Dit helpt om het debat overzichtelijk en doelgericht te houden.
Artikel 32. Inlichtingen Op grond van artikel 169 Gemeentewet hebben college en burgemeester een passieve inlichtingenplicht: zij moeten gevraagde informatie verstrekken, tenzij zwaarwegende belangen van openbaar belang zich daartegen verzetten. Dit recht geldt ook voor individuele raadsleden. Daarnaast bestaat een actieve inlichtingenplicht: het college verstrekt uit eigen beweging alle informatie die de raad nodig heeft voor zijn taak, en informeert vooraf bij besluiten met ingrijpende gevolgen. Het reglement bepaalt dat verzoeken schriftelijk via de griffier worden ingediend en binnen 14 dagen beantwoord.
Hoofdstuk 4a. Vragen door raadsleden en fractievolgers Artikel 33 Technische vragen naar aanleiding van geagendeerde stukken Dit artikel regelt hoe raadsleden en fractievolgers voorafgaand aan een rondetafelgesprek (RTG) technische en politiek-bestuurlijke vragen kunnen stellen over geagendeerde raadsvoorstellen. Vragen moeten uiterlijk vier werkdagen voor het RTG via een vastgesteld format bij de griffier worden ingediend. Het college of de burgemeester beantwoordt deze zoveel mogelijk voorafgaand aan het RTG. Later ingediende vragen of vragen tijdens het RTG worden mondeling beantwoord, met
9
eventuele schriftelijke aanvulling vóór de besluitvormende raadsvergadering. Het doel is om informatie tijdig beschikbaar te hebben, zodat het RTG zich kan richten op inhoudelijke bespreking en meningsvorming.
Artikel 34. Schriftelijke vragen en politieke vragen Artikel 34 regelt het stellen van schriftelijke vragen door raadsleden aan het college of de burgemeester. Vragen worden via een format bij de griffier ingediend en binnen 14 dagen beantwoord, tenzij gemotiveerd uitstel nodig is. Antwoorden komen van het college of de burgemeester, vaak via de portefeuillehouder. De vragensteller kan in de raadsvergadering nadere toelichting vragen, tenzij de raad anders beslist. Bij onvoldoende beantwoording kan het raadslid andere rechten benutten, zoals initiatief of interpellatie. Artikel 35. Mondelinge vragen (Vragenkwartiertje) Het Vragenkwartiertje biedt een laagdrempelige mogelijkheid voor raadsleden om mondelinge vragen te stellen over actuele onderwerpen die niet op de agenda staan. Het doel is informatie verkrijgen, niet debat. Vragen worden vooraf gemeld en tijdens de vergadering beantwoord door het college of de burgemeester. Het vragenkwartiertje duurt maximaal 15 minuten; interrupties zijn niet toegestaan. Bij behoefte aan verdere bespreking kan het onderwerp later worden geagendeerd.
Hoofdstuk 5. Besloten vergadering Artikel 38. Opheffing geheimhouding Artikel 38 regelt dat de raad geheimhouding van aan hem verstrekte informatie kan opheffen (art. 89 lid 4 Gemeentewet). Geheimhouding kan worden opgelegd door het college, de burgemeester of een commissie en blijft gelden tot het opleggende orgaan deze opheft, behalve: 1. Als de informatie onder geheimhouding met de raad is gedeeld, kan alleen de raad deze opheffen. 2. Als een commissie geheimhouding heeft opgelegd, kan deze worden opgeheven door de commissie zelf én door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld. Bij een verzoek van het opleggende orgaan vindt vooraf overleg plaats in een besloten vergadering. Belangrijk: opheffing van geheimhouding betekent niet automatisch dat stukken openbaar zijn. De Wet open overheid (Woo) blijft van toepassing; bij een Woo10
verzoek moet worden getoetst of uitzonderingsgronden nog gelden. Pas na die toets kan openbaarmaking plaatsvinden.
Hoofdstuk 6. Rondetafelgesprekken (RTG-en) Voor de rondetafelgesprekken gelden in beginsel dezelfde regels als voor de raadsvergaderingen. In hoofdstuk 6 zijn een aantal bepalingen opgenomen die specifiek van toepassing zijn op de rondetafelgesprekken. Paragraaf 1 regelt de instelling, doel, taken en samenstelling van de RTG-en (artikelen 39 – 41) en bevat bepalingen over de zittingsduur en vacatures (artikel 42) In de artikelen 43, 44 en 45 worden de taken en bevoegdheden van de voorzitter van het RTG en de griffier en de aanwezigheid van het college en de burgemeester geregeld. De raad is bevoegd om rondetafelgesprekken in te stellen. In artikel 39 is het doel van de verschillende rondetafelgesprekken opgenomen. Paragraaf 2 regelt de orde van de vergaderingen: bepalingen over de agenda (artikel 46; het openen van de vergaderingen en het quorum (artikel 47) en het geven van advies aan de raad (artikel 48). Artikelen 49 – 52 bevatten bepalingen over de spreektermijnen (artikel 49), deelname aan de beraadslaging door anderen (artikel 50), het spreekrecht van burgers (artikel 51), het doen van voorstellen van orde (artikel 52) en over het handhaven van de orde en schorsing (artikel 53). Artikel 54 bevat bepalingen over de verslaglegging. In paragraaf 3 zijn de bepalingen opgenomen die van toepassing zijn op een besloten rondetafelgesprek.
Inhoudelijk spreken de artikelen voor zich.
Hoofdstuk 7. Toehoorders en pers Artikel 59. Geluids- en beeldregistraties Aangezien de vergaderingen van de raad in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Wel dient rekening gehouden te worden met de privacy van insprekers of publiek. Raadsleden daarentegen hebben een publieke functie. Het is mogelijk om een aanwijzing te geven dat publiek slechts vanaf een bepaalde afstand in beeld mag worden gebracht. Ook kan een aanwijzing zijn dat burgers die inspreken niet gefilmd mogen worden, uiteraard in overleg met de insprekers. Mogelijk hebben zij geen probleem met beeldregistraties.
11