Bijlage 2 Avri Begroting 2024
Tekst van het document
CONCEPTBEGROTING 2024 inclusief meerjarenraming t/m 2027 Versie ten behoeve van zienswijze gemeente
1
INHOUDSOPGAVE BEGROTING 2024 .............................................................................................................................................. 1 1
Inleiding ....................................................................................................................................................... 3
2
Bestuurlijke samenvatting ......................................................................................................................... 5
3
Leeswijzer ................................................................................................................................................... 8
4
Ontwikkelingen Avri ................................................................................................................................... 9
BELEIDSBEGROTING ..................................................................................................................................... 12 5
Programma Basispakket ......................................................................................................................... 13
6
Programma Pluspakket ........................................................................................................................... 20
7
Bedrijfsafval .............................................................................................................................................. 23
8
Algemene Baten en lasten ....................................................................................................................... 25
PARAGRAFEN ................................................................................................................................................. 28 9
Lokale heffingen ....................................................................................................................................... 29
10 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................................................... 34 11 Financiering .............................................................................................................................................. 41 12 Bedrijfsvoering ......................................................................................................................................... 43 13 Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo) ............................................................................ 46 14 Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................................. 47 15 Verbonden partijen ................................................................................................................................... 49
FINANCIËLE BEGROTING .............................................................................................................................. 52 16 Totaaloverzicht baten en lasten .............................................................................................................. 53 17 Uiteenzetting financiële positie ............................................................................................................... 54 18 Vaststellingsbesluit .................................................................................................................................. 59
Bijlage 1: Totaal baten en lasten per taakveld ............................................................................................. 60 Bijlage 2: Kostenstaat per product ................................................................................................................ 61 Bijlage 3: Overzicht btw-baten afvalstoffenheffing per regiogemeente .................................................... 62 Bijlage 4: Scenario's tarieven afvalstoffenheffing 2024 .............................................................................. 63 Bijlage 5: Beschrijving van de reserves en voorzieningen ......................................................................... 64
2
1
INLEIDING
Voor u ligt de ontwerp begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 van Avri. In deze begroting leest u hoe we werken aan een andere rol en positie van Avri: de focus komt te liggen op meer draagvlak bij inwoners, partnerschap in de keten, efficiënt werken en een datagestuurde bedrijfsvoering. Deze begroting is opgesteld binnen de kaders van de kadernota 2024, zoals aan de gemeenteraden aangeboden. Gemeenten hebben de mogelijkheid gekregen om zienswijzen op de kadernota in te dienen. Deze zienswijzen zijn voor 1 maart 2023 ingediend en vervolgens betrokken bij het opstellen van deze ontwerp begroting 2024. Zo ontstaat meer grip aan de voorkant van het begrotingsproces. Samen met onze inwoners (ruim 102 duizend huishoudens) en de acht gemeenten werken wij voor en met de regio aan een schoon, veilig, duurzaam en circulair Rivierenland. Avri stelt zich voor 2025 tot doel: “Trots op Rivierenland door samen te werken aan een schone leefomgeving”. Avri wil zich steeds meer inzetten als een brede maatschappelijke dienstverlener, passend bij een veranderende maatschappij. De komende jaren staan wij voor diverse uitdagingen in onze bijdrage aan een leefbare woonomgeving. Deze uitdagingen worden ingegeven door: • Aangescherpte beleidsambities van Rijk en gemeenten (o.a.
bestuursakkoorden); • Strengere normen en financiële prikkels (heffingen, wet- en regelgeving); • Meer samenhangende of samenvallende normen (o.a. CO2-heffing, energieverbruik gebouwen en transport); • Hogere kosten door groeiende spanningen in de wereld en cao-ontwikkelingen; • Grillige grondstofopbrengsten door marktontwikkeling, zowel op de Europese markt als op de wereldmarkt; • Er is behoefte aan meer inzicht in de afvalketen, het proces, het waarom, de werkwijze, de kosten en opbrengsten. We willen (en moeten) inspelen op die ontwikkelingen. Daarmee verandert de rol en positie van Avri: de focus komt te liggen op draagvlak bij inwoners, partnerschap in de keten, efficiëntie en een datagestuurde bedrijfsvoering.
De uitdagingen en ontwikkelingen op het gebied van circulariteit, duurzaamheid en inclusiviteit zijn veelomvattend. De afbeelding op de vorige pagina geeft daar een beeld van. De grondstoffentransitie en het klimaat- en energiebeleid hebben direct invloed op de taken van Avri. Tegelijkertijd is een wendbare, robuuste en voorspelbare bedrijfsvoering nodig om te blijven voldoen aan de behoeftes van gemeenten en inwoners. Daarbij is een solide personeelsbestand een vereiste. Wij willen een aantrekkelijke werkgever zijn, ons huidige personeel binden en nieuw personeel aantrekken om door te ontwikkelen tot een robuuste, klantgerichte dienstverlening. In hoofdstuk 4 vertellen wij hoe wij dit willen bereiken. Doen wat wij altijd deden, is geen optie meer. Toch klinkt vanuit de gemeenteraden weleens het geluid dat Avri alleen afval zou moeten ophalen en afvoeren. Logisch, als je bedenkt dat Avri in 1989 is opgericht om afval te verwijderen. Het verwijderen van afval was decennialang voldoende. Maar inmiddels kennen wij veel natuur- en milieuproblemen, die zijn terug te voeren op onze verspillende omgang met grondstoffen. Daarom werken wij toe naar een circulaire economie; van verwijderen naar repareren, hergebruiken en recyclen, van afval naar grondstof. Maar welke verantwoordelijkheid hebben gemeenten daar nu in? Welke beleidsruimte is er? Hoe geven zij Avri samen vorm?
3
Daarom is in 2022 samen met de gemeenten nagedacht over de toekomst van Avri, naar aanleiding van de motie Houtskoolschets. Onder deze noemer brengen de gemeenten van regio Rivierenland samen de toekomstige richting van Avri in kaart. In 2023 is deze gebruikt om de uitkomsten van de houtskoolschets te vertalen naar een advies. Dit advies staat klaar voor integratie in het Strategisch Koersplan, zodat dit plan kan worden vastgesteld. In dat plan zijn de uitdagingen en ontwikkelingen vertaald naar opgaven voor de komende jaren en manieren om die te kunnen realiseren. Daarmee legitimeren gemeenten samen de koers die Avri in 2024 vaart. En ondersteunen we de gemeenten bij het behalen van de landelijke en lokale taak- en doelstellingen. Avri zorgt voor maatschappelijke meerwaarde door kansen te bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In de afgelopen jaren zijn ruim 95 medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt bij Avri komen werken. Waar het in eerste instantie begon met het detacheren van mensen, is de samenwerking met het regionale werkvoorzieningsschap Werkzaak Rivierenland later uitgebreid met meer doelgroepen. Zo worden steeds meer mensen met een uitkering (bijstand, WW, Wajong, Wia, statushouders) begeleid ge(her)introduceerd in het arbeidsproces.
Voor de mensen zelf draagt dit bij aan hun zelfstandigheid en het gevoel actief mee te doen in de maatschappij. Avri heeft aandacht voor de omslag naar een meer op mens en samenwerking gerichte organisatie. Daarbij zetten we onze deskundigheid in: de specialistische verzorger. Dat betekent dat wij bewuster de verbinding maken met de gemeenten. We weten wat er bij hen speelt en wat zij van ons verwachten. Op basis daarvan zoeken we samen naar een win-win situatie. De waarden die hierbij horen zijn: inlevend, verbindend, wendbaar, deskundig en behulpzaam. Door deze waarden consistent uit te dragen in alles wat we doen, bouwen we aan een herkenbare Avri-ervaring bij inwoners en gemeenten. De komende jaren blijft Avri eraan werken om dat nog bewuster en beter te doen. Het karakter en de waarden zijn als positionering vastgelegd in het Avri-kompasboekje. We zijn trots op de inzet van onze medewerkers. Het afgelopen jaar zijn er grote stappen gezet om Avri klaar te maken voor de toekomst. We hebben er het volste vertrouwen dat deze koers ons steeds beter helpt om duurzaam dienstverlenend te zijn, voor de gemeenten en inwoners van de regio Rivierenland.
Walter Brouwer Directeur Avri
4
2
BESTUURLIJKE SAMENVATTING
2.1 Inleiding Voor en met de regio werken wij aan een schoon, veilig, duurzaam en circulair Rivierenland. Dat doen wij samen met 250.000 inwoners in acht gemeenten. Avri en de gemeenten staan voor grote maatschappelijke opgaven. Die zijn niet los van elkaar te zien. Met name de grondstoffentransitie raakt het beleid van Avri in de kern van haar activiteiten. Maar ook andere grote vraagstukken raken direct en indirect Avri en haar gemeenten. Om voorbereid te zijn willen onze medewerkers verder opleiden en hiermee professionaliseren. Het klimaatbeleid is met name belangrijk bij de taken die Avri uitvoert in de openbare ruimte. De energietransitie heeft gevolgen voor de bedrijfsvoering van Avri, zoals het verduurzamen van het wagenpark en de (kantoor)panden (zie paragraaf 13). Tot slot verandert de rol van onze handhavers; die schuift steeds meer op naar de politietaken. De genoemde vraagstukken zijn groot en alleen samen kunnen gemeenten en Avri zoeken naar een oplossingsrichting. Avri kan bijdragen aan deze maatschappelijke opgaven als zij zich inzet als een brede maatschappelijke dienstverlener; passend bij een veranderende maatschappij. Daarbij hoort een doorontwikkeling van de werkwijze en bekostiging van het huidige afvalsysteem.
Maar ook het realiseren van regionaal partnerschap in het onderhoud van de openbare buitenruimte en het vormgeven van lokale arbeids- en bewonersparticipatie. We willen de regio duurzamer maken door betrokken te zijn en een meerwaarde te bieden op maatschappelijke thema’s. Circulariteit, duurzaamheid en inclusiviteit zijn belangrijke waarden. Daarbij is onze visie: ‘Van de regio, voor de regio’. 2.2 Werken aan financieel herstel We werken aan financieel herstel, zodat Avri een financieel gezonde basis krijgt voor de bedrijfsvoering. De afgelopen jaren zorgden dalende grondstofvergoedingen, extra rijksbelastingen en prijsindexeringen voor een stijgende afvalstoffenheffing in Nederland. Ook de afvalstoffenheffing in Rivierenland ging omhoog. We willen deze trend doorbreken en werken aan meer stabiliteit. Dat doen we door de bedrijfsvoering te verstevigen, risico’s te beheersen en financiële weerstand voor de toekomst op te bouwen. 2.3
Tarieven afvalstoffenheffing; stijging met 7,9%
In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het gemiddelde tarief afvalstoffenheffing ten opzichte van 2023 toegelicht.
Tabel 1: Ontwikkeling tarief afvalstoffenheffing per 2024 Uit de tabel blijkt per 2024 een stijging van 7,9% van de gemiddelde afvalstoffenheffing met € 25 naar € 342, met name veroorzaakt door autonome prijsstijgingen. Belangrijke factoren zijn de forse loonstijging door de cao 2023, gestegen brandstofprijzen en hogere onderhoudskosten. Voertuigen worden langer gebruikt omdat de levering van nieuwe voertuigen is vertraagd en we zien hogere kosten voor onderhoudscontracten voor nieuwe voertuigen. Helaas ontkomen we door deze macro-economische ontwikkelingen niet aan een stijging van de afvalstoffenheffing, maar het percentage van 7,9% ligt onder de inflatie. Over de ontwikkeling van de milieustraten zijn verkennende gesprekken gevoerd met het Algemeen Bestuur. We zien structureel een toename van het aantal bezoekers en een groei van het aanbod van gescheiden afvalstromen. Om te garanderen dat het dienstenpakket van Avri uitgevoerd kan worden, is het noodzakelijk de personele
5
bezetting voor de milieustraten en de inzameling uit te breiden. Daarnaast moeten we beter kunnen anticiperen op wijzigingen in het aanbod van afval- en grondstofstromen. Inmiddels zijn de nodige voorbereidingen gedaan. Wij streven er naar om nog in 2023 een eerste visie op de ontwikkeling van de milieustraten aan het AB voor te leggen. In 2023 is grond gekocht op Medel. Met deze begroting wordt een investeringskrediet voor de inrichting van de milieustraten gevraagd. Het effect op de afvalstoffenheffing komt vanaf 2025 tot uitdrukking. In onderstaande grafiek is de tariefontwikkeling van de afgelopen en komende jaren uiteengezet en afgezet tegen het (verwachte) landelijk gemiddelde (t/m 2022, bron: CBS)1. Ondanks de stijging komt het tarief van Avri ook in 2024 niet boven de verwachte gemiddelde afvalstoffenheffing van Nederland uit. Landelijk is in 2018-2022 de heffing gemiddeld 6,2% per jaar gestegen. Een meerpersoonshuishouden betaalt in 2022 gemiddeld € 317, dat is gelijk aan het gemiddelde tarief 2023 in het Avri-gebied.
Grafiek 1: Tariefontwikkeling afvalstoffenheffing 2010-2027 In meerjarig perspectief voor Nederland gaan we uit van een gemiddelde jaarlijkse stijging van de afvalstoffenheffing met 5% per jaar. De gemeentelijke woonlasten zijn de afgelopen vier jaar meer dan 4 procent per jaar gestegen. De afvalstoffenheffing steeg gemiddeld met 6,2% per jaar. Dit bleek uit het rapport Ontwikkeling gemeentelijke woonlasten 2018-2022, dat in maart 2022 is verschenen. 2.4
Opbouw van financiële weerstand
Weerstandsvermogen; meerjarige opbouw van financiële weerstand Er is voldoende financiële armslag nodig om continuïteit in dienstverlening te waarborgen, risico’s af te dekken en prijsstabiliteit te realiseren. We zien een afname van de risico’s en een stijging van het weerstandsvermogen. De toename van het weerstandsvermogen is het gevolg van de begrote dotatie vanuit de risico-opslag in de afvalstoffenheffing van € 1 miljoen en het positieve rekeningresultaat van voorgaande jaren. Overdracht stortplaats De overdracht van de stortplaats Geldermalsen vormt een belangrijk risico. We gaan in het risicoprofiel uit van directe overdracht na het beslismoment door de provincie op basis van de provinciale uitgangspunten (waaronder de huidige rekenrente van 3,1%). Op dat moment (2034) dient er € 12,2 miljoen extra te zijn ‘gespaard’ om het dan benodigde doelvermogen te hebben opgebouwd. Dit wordt bereikt door de huidige opslag in de tarieven voor opbouw van de weerstandscapaciteit bij Avri (€ 12 per huishouden) te handhaven tot het moment van overdracht. Die opslag is sinds 2021 in de begroting opgenomen. In grafiek 2 is de ontwikkeling van het weerstandsvermogen van het Basispakket gevisualiseerd.
Daarbij gaan we ervan uit dat de risico’s zich verder stabiel ontwikkelen en dat de opbouw van het weerstandsvermogen jaarlijks zal plaatsvinden, met de risico-opslag in de afvalstoffenheffing van € 1 miljoen. 1
basistarief 2023; € 287 per huishouden
6
Grafiek 2: Ontwikkeling weerstandsvermogen Basispakket Bovenstaande grafiek laat zien dat Avri zich binnen enkele jaren al in een situatie bevindt dat de risico’s voldoende zijn afgedekt. Dit geldt als zich geen onvoorziene omstandigheden voordoen. Daarbij is het belangrijk om weer te geven dat het risico van de stortplaats hierin is meegenomen op basis van een kans-keer-effect berekening. De risico-opslag in de afvalstoffenheffing is gebaseerd op het scenario dat de overdracht van de stortplaats moet plaatsvinden per 2034. In grafiek 2a is de ontwikkeling van het weerstandsvermogen weergegeven, uitgaande van het risico op directe overdracht van de stortplaats per 2034. Het totale risicoprofiel bestaat dan uit zowel het benodigde doelvermogen van € 15,3 miljoen als de overige risico’s van het Basispakket. In de grafiek wordt duidelijk dat een jaarlijkse aanvulling van de weerstandscapaciteit nodig is om dit scenario te kunnen afdekken. Wanneer de huidige opslag in de tarieven afvalstoffenheffing (€ 12 per huishouden) wordt gehandhaafd t/m 2034 kan het risico op (gedwongen) overdracht op basis van de (huidige) provinciale standpunten worden afgedekt.
Grafiek 2a: Meerjarige ontwikkeling weerstandsvermogen (risico=effect)
7
3
LEESWIJZER
Deze begroting bevat een beleidsmatig en financieel gedeelte en is opgebouwd conform de uitgangspunten en richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De begroting 2024 begint met een algemene inleiding die vervolgd wordt met een bestuurlijke samenvatting. De landelijke ontwikkelingen die invloed hebben op Avri staan in hoofdstuk 4. De beleidsbegroting begint vanaf hoofdstuk 5 met de vier programma's: • • • •
programma Basispakket programma Pluspakket programma Bedrijfsafval programma Algemene baten en lasten
(hoofdstuk 6) (hoofdstuk 7) (hoofdstuk 8) (hoofdstuk 9)
De wettelijk voorgeschreven beleidsparagrafen komen aan bod in de hoofdstukken 9 tot en met 15. De volgende paragrafen zijn opgenomen: • • • • • • •
paragraaf lokale heffingen paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing paragraaf financiering paragraaf bedrijfsvoering openbaarheidsparagraaf Wet open overheid paragraaf onderhoud kapitaalgoederen paragraaf verbonden partijen
(hoofdstuk 9) (hoofdstuk 10) (hoofdstuk 11) (hoofdstuk 12) (hoofdstuk 13) (hoofdstuk 14) (hoofdstuk 15)
De paragraaf grondbeleid is voor Avri niet van toepassing en derhalve niet opgenomen in deze begroting. De financiële begroting bevat een overzicht van de totale lasten en baten van alle activiteiten van Avri (hoofdstuk 16). In hoofdstuk 17 volgt een uiteenzetting van de financiële positie van Avri. Deze geeft onder andere inzicht in het verloop van de exploitatie, de geplande investeringen, het verloop van de reserves en voorzieningen en een meerjarig geprognosticeerde balans.
8
4
ONTWIKKELINGEN AVRI
4.1 Visie Avri Samen met onze inwoners (ruim 102 duizend huishoudens) en de acht gemeenten werken wij voor en met de regio aan een schoon, veilig, duurzaam en circulair Rivierenland. Avri stelt zich voor 2025 tot doel: “Trots op Rivierenland door samen te werken aan een schone leefomgeving”. Avri wil zich steeds meer inzetten als een brede maatschappelijke dienstverlener, passend bij een veranderende maatschappij. 4.2 Landelijke ontwikkelingen De wetgeving en de maatschappelijke ontwikkelingen worden onder andere ingegeven door: • Aangescherpte beleidsambities van Rijk en gemeenten (o.a. bestuursakkoorden); • Strengere normen en financiële prikkels (heffingen, wet- en regelgeving); • Meer samenhangende of samenvallende normen (o.a. CO2-heffing, energieverbruik gebouwen en transport); • Hogere kosten door groeiende spanningen in de wereld en cao-ontwikkelingen; • Grillige grondstofopbrengsten door marktontwikkeling, zowel op de Europese markt als op de wereldmarkt; • Inwoners willen over het algemeen goed afval scheiden maar vinden het ingewikkeld. Er is behoefte aan meer inzicht in de afvalketen, het proces, het waarom, de werkwijze, de kosten en opbrengsten. Een totaaloverzicht van de wettelijke en beleidskaders staat in bijlage 1.
4.3 Rol van Avri Door alle ontwikkelingen is er behoefte aan een trendbreuk met het verleden: een koerswijziging van lineaire afvalinzamelaar naar circulaire ketenpartner.
Hierdoor verandert de rol en positie van Avri. De focus komt te liggen op draagvlak bij inwoners, partnerschap in de keten, efficiëntie en een datagestuurde bedrijfsvoering. In het AB van 14 oktober 2021 is een concept Strategisch Koersplan 2021-2025 besproken. Hierin zijn de uitdagingen en ontwikkelingen vertaald naar opgaven voor de komende jaren en manieren om die te kunnen realiseren. Samen met de uitkomsten uit de houtskoolschets (zie ook paragraaf 4.4) zal dit in 2023 leiden tot een breed gedragen Strategisch Koersplan voor Avri.
9
De uitdagingen en ontwikkelingen op het gebied van circulariteit, duurzaamheid en inclusiviteit zijn veelomvattend, zoals te zien in de afbeelding hierboven. De grondstoffentransitie en het klimaat- en energiebeleid hebben direct invloed op de taken van Avri. Tegelijkertijd is een wendbare, robuuste en voorspelbare bedrijfsvoering nodig om te blijven voldoen aan de behoeftes van gemeenten en inwoners. Daarbij is een solide personeelsbestand een vereiste. Wij willen een aantrekkelijke werkgever zijn, ons huidige personeel binden en nieuw personeel aantrekken. 4.4
Onze opgaven voor de komende vijf jaren
Doen wat wij altijd deden, is geen optie meer. Toch klinkt vanuit de gemeenteraden weleens het geluid dat Avri alleen afval zou moeten ophalen en afvoeren. Logisch, als je bedenkt dat Avri in 1989 is opgericht om afval te verwijderen. Het verwijderen van afval was decennialang voldoende. Maar inmiddels kennen wij veel natuur- en milieuproblemen, die zijn terug te voeren op onze verspillende omgang met grondstoffen. Daarom werken wij toe naar een circulaire economie; van verwijderen naar repareren, hergebruiken en recyclen, van afval naar grondstof. Maar welke verantwoordelijkheid hebben gemeenten daar nu in? Welke beleidsruimte is er? Hoe geven zij Avri samen vorm? Strategisch Koersplan Daarom is in 2022 samen met de gemeenten nagedacht over de toekomst van Avri, naar aanleiding van de motie Houtskoolschets. Onder deze noemer brengen de gemeenten van regio Rivierenland samen de toekomstige richting van Avri in kaart. 2023 is gebruikt om de uitkomsten van de houtskoolschets te vertalen naar een advies. Dit advies staat klaar voor integratie in het Strategisch Koersplan, zodat dit plan kan worden vastgesteld. In dat plan zijn de uitdagingen en ontwikkelingen vertaald naar opgaven voor de komende jaren en manieren om die te kunnen realiseren. Daarmee legitimeren gemeenten samen de koers die Avri in 2024 vaart.
Verandering in communicatie en gedrag Communicatie werkt van intern naar extern. Continu dragen wij onze kernwaarden uit. Al onze medewerkers zijn onze ambassadeurs in de regio. In 2023 zijn wij meer actief gaan inzetten op interne communicatie. Dit krijgt een vervolg in 2024. Denk hierbij aan de implementatie van een social intranet. Het strategisch koersplan is geactualiseerd aan de hand van de houtskoolschets . Dit is onze leidraad voor zowel de in- als externe communicatiestrategie. Nog meer zoeken wij de samenwerking met de inwoners in de versterking van de circulaire economie en richting duurzaamheid; de opdracht tot een klimaat neutrale leefomgeving. Onze Schone grondstoffen campagne heeft hierin een centrale rol. Leidend zijn hierin de principes; afval verminderen, goed scheiden en circulariteit vanuit de R-ladder.
10
11
BELEIDSBEGROTING Programma’s
12
5
5.1
PROGRAMMA BASISPAKKET
Inleiding
Dit programma gaat over het inzamelen en verwerken van huishoudelijke afvalstromen en grondstoffen, het basispakket. Het Basispakket dat Avri uitvoert voor acht gemeenten heeft een directe relatie tot de grondstoffentransitie. Door een gezamenlijke aanpak is Avri in staat om namens en voor alle regiogemeenten deze uitdaging aan te gaan. Landelijk Afvalstoffenplan (LAP3) Het beleid voor veilige en hoogwaardige verwerking van afvalstoffen in Nederland is opgenomen in het Landelijk Afvalstoffenplan 3 (LAP3). In LAP3 wordt ruimte geboden voor het circulair maken van afval- en grondstofstromen. Maar ook wordt de vraag beantwoord wanneer iets afval of een secundaire grondstof is. In LAP3 is bronscheiden opgenomen als voorkeursroute. De wettelijke gronden op basis waarvan een gemeente af kan wijken van het verplicht gescheiden inzamelen van metaal, glas, kunststof en bioafval (GFT) zijn nader uitgewerkt. Dit betekent dat bronscheiden de norm is voor álle huishoudens en iedere afwijking aan de wettelijke gronden moet voldoen. Het LAP3 loopt tot eind 2024. Circulair materialenplan 1 (CMP1) Nieuwe beleidsontwikkelingen op het gebied van afval en grondstoffen van het Rijk worden vanaf 1 januari 2025 vastgelegd worden in het Circulair materialenplan (CMP1). Want een circulaire economie vraagt niet alleen om goed afvalbeheer, maar om circulariteit tot aan het eind van de keten.
De staatssecretaris wil met het CMP de reikwijdte van het huidige LAP uitbreiden, met meer sturing op de hogere treden van de afvalhiërarchie, zoals hergebruik en preventie. Daarnaast moet het CMP een steviger juridische basis krijgen, zodat het vaker direct juridisch bindend is. Het CMP heeft als doel innovatie voor een circulaire economie te stimuleren door ambitieuze normen vast te leggen, maar bedrijven ook uit te dagen of te belonen om beter te presteren dan de minimumstandaarden voor verwerking van afval. Nieuwe regionale visie Binnen de landelijke beleidskaders is het eigen beleid VANG (de regionale visie Van afval naar grondstof tot 2024) vastgesteld, inclusief het bijbehorende regionale beleidsplan Van afval naar grondstof, versie 17 juli 2017. Marktontwikkelingen Naast de landelijke en regionale beleidsontwikkelingen hebben de marktontwikkelingen een steeds grotere invloed op de begroting van Avri. Naar verwachting zal het Rijk meer sturen via de hoogte van de verbrandingsbelasting en de CO2-heffing. Daarnaast is het positief dat de producentenverantwoordelijkheid verder wordt uitgebreid, zoals voor incontinentiemateriaal . Helaas blijkt dat deze producentenverantwoordelijkheid in de huidige vorm lang niet zo effectief bijdraagt aan een circulaire economie in 2050 als wordt gehoopt.
Het systeem stuurt vooral op de laagste kosten in de afvalfase, in plaats van op verduurzaming in de hele keten. De brancheorganisatie NVRD wil hierover in gesprek gaan met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Of dat voor deze begroting consequenties heeft, is nog niet bekend. De huidige economische situatie zorgt echter voor stijgende prijzen op de arbeidsmarkt en hogere tarieven bij de inkoop van goederen en diensten. Dit geldt zowel bij de inzameling van afval als bij het beheer van de openbare ruimte. 5.2 Wat willen we bereiken? Inwoners willen betrokken worden en invloed hebben op het beleid dat Avri maakt en de uitvoering die daarbij hoort. Dit geldt ook voor gemeenten en raadsleden. We willen als inlevende en wendbare organisatie kunnen inspelen op de behoeftes van gemeenten en inwoners. De invoering van het nieuwe afvalbeleid heeft laten zien dat de behoeftes van de deelnemende gemeenten uiteen kunnen liggen. Daarom is intussen het gesprek over maatwerk en de grip op gemeenschappelijke regelingen opgestart. Deze ontwikkelingen vragen een innovatieve en flexibele opstelling van Avri, in nauw overleg met de stakeholders.
13
Regionale beleidsontwikkelingen Samen met inwoners en gemeenten is in 2022 een impuls gegeven aan een schoon Rivierenland en het tegengaan van verspilling van grondstoffen. Goed nieuws is dat de totale ingezamelde hoeveelheid lager is. Dat geldt zowel voor het restafval als de grondstoffen. De doelstelling van de regiogemeenten was dat we maximaal 75 kg restafval (grof en fijn) per inwoner per jaar zouden halen. Wij gingen van 100 kg per inwoner in 2019 en 79 kg in 2021 naar gemiddeld 70 kg in 2022. Dat is te zien in grafiek 3. We zijn er trots op dat we hiermee de doelstelling uit het regionaal beleidsplan ‘Van afval naar grondstof’ hebben behaald. Ook de ingezamelde hoeveelheid grondstoffen is met 6% gedaald. De regio is op de goede weg. Dat zetten we voort met het Grondstoffenplan 2024-2030. Het doel van het plan is de preventie van afval, een verdere reductie van het restafval en inzameling van zo schoon mogelijke grondstoffen. De regionale doelstelling zal in dit plan overeenkomen met de landelijke doelstelling om in 2030 maximaal 30 kg restafval per inwoner te produceren.
Grafiek 3: Ontwikkeling hoeveelheid restafval 2013-2022 Samenwerking met verenigingen Verenigingen zijn voor Avri belangrijke ambassadeurs bij het behalen van duurzaamheidsdoelen en een schone leefomgeving. Met het opstellen van de begroting is nog niet definitief besloten om te stoppen met de inzet van de verenigingen bij de papierinzameling. In deze begroting zijn de afbouw van de vergoeding en de hogere inzamelkosten wel al verwerkt. Verenigingen die nu papier inzamelen, kunnen voor hun vergoeding andere taken binnen het Basispakket oppakken. Het is nog niet besloten hoe we precies invulling aan deze werkzaamheden kunnen geven. Afhankelijk daarvan worden de gevolgen in de eerste begrotingswijziging 2024 verwerkt.
5.3
Wat gaan we daar voor doen?
Ontwikkelingen op de afval- en grondstoffenmarkt De begroting van Avri is gevoelig voor en steeds meer afhankelijk van marktontwikkelingen. De kosten en opbrengsten van diverse grondstoffen werden de afgelopen jaren grilliger en minder voorspelbaar. De invoering van prijs- en comfortprikkels voor afvalscheiding in Nederland heeft een nadelig effect op de kwaliteit van de grondstoffen. De vervuiling van de grondstoffen neemt toe door vermenging met restafval. De gemiddelde kwaliteit neemt verder af doordat grondstoffen van lage kwaliteit (die eerst in het restafval zaten) ook gescheiden ingezameld worden. Het tarief afvalstoffenheffing is onder invloed van deze niet-beïnvloedbare ontwikkelingen de afgelopen jaren sterk gestegen. We verkennen continu de mogelijkheden om onze grip op de tariefontwikkeling te vergroten. Dat bereiken we door onze invloed op de afzetmarkt te vergroten. We doen dat onder meer door het afsluiten van
14
langlopende contracten met verwerkers, samenwerking met regionale partners en deelname of investeringen in verwerkingscapaciteit. CO2-heffing De CO2-heffing voor de industrie is in 2024 € 66 per te veel uitgestoten ton CO2. De heffing loopt op tot € 128 in 2030. De emissies van afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) die huishoudelijke afvalstoffen, gemengde bedrijfsafvalstoffen of gemengd sorteerresidu verbranden, vallen onder de CO2-heffing. De afvalverwerkingbedrijven zullen deze heffing doorbelasten aan hun klanten. De precieze impact hiervan is nog onzeker. Veel hangt af van politieke wil in de komende jaren. Uit eerdere berekeningen van adviesbureau KplusV is op te maken dat het effect op de afvalstoffenheffing in 2030 (in het minst gunstige geval) kan oplopen tot € 50 per persoon of € 100 per huishouden. Milieustraten In 2023 is gestart met het opknappen van de milieustraten. Een probleem op de huidige locaties is het ruimtegebrek, en daarmee het risico op onveiligheid en klachten. Actie is dringend gewenst en daarom staat het op de prioriteitenlijst van het AB. Daarnaast heef Avri in 2023 de visie ‘toekomstgerichte milieustraten’ opgesteld. Die geeft een richting aan het ontwikkelen van de milieustraten. Deze visie is in de besloten bijeenkomst van het AB in april besproken. Op basis van de visie wordt per milieustraat in beeld gebracht wat haalbaar en wenselijk is.
Er is verdiepend onderzoek nodig om een concreet voorstel aan het bestuur te kunnen doen. In 2023 is grond gekocht op Medel. In deze begroting is een kredietvoorstel opgenomen van € 6 miljoen voor de inrichting van de milieustraten opgenomen. Het effect hiervan is vanaf 2025 zichtbaar in het tarief. Stortplaats Geldermalsen De regionale stortplaats in Geldermalsen is afgewerkt, gesloten en daarmee gereed voor overdracht aan de provincie Gelderland. Bij overdracht dient een bedrag voor de provincie beschikbaar te zijn voor de eeuwigdurende zorg, het zogenaamde doelvermogen. Er is een risico op een te laag doelvermogen in het nazorgfonds van de stortplaats. In de begroting en het meerjarenperspectief is al rekening gehouden met € 12 per huishouden per jaar risico-opslag tot 2034. In theorie zou dat voldoende doelvermogen moeten opleveren, maar wijziging van de rekenrente en het moment van overdracht hebben grote invloed op de opbouw van het doelvermogen. Hiermee loopt Avri (en subsidiair de gemeenten als garantstellende instanties) uiteindelijk een extra risico. Een belangrijke ontwikkeling in 2022 was het verschijnen van het landelijk eindrapport ‘Rekenrente nazorgfondsen stortplaatsen’.
Dit rapport is in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat opgesteld en bevat adviezen over het vormen van een landelijk nazorgfonds en de te hanteren systematiek voor het bepalen van de rekenrente. Het rapport is definitief en in IPO-verband wordt hier inmiddels over gesproken. Naar verwachting wordt hier in het eerste kwartaal 2023 over besloten. Uit het rapport wordt duidelijk dat de provincie Gelderland het risico eenzijdig bij de stortplaatshouders neerlegt. De adviezen in het rapport zouden voor het doelvermogen en het risicoprofiel heel gunstig uitpakken. Momenteel vinden er besprekingen plaats tussen de provincies en het Rijk, over de positie van het Rijk. Als het Rijk bereid is om bij calamiteiten als vangnet te dienen, zijn naar verwachting veel bezwaren van de provincies weggenomen. Dan staat niets de vorming van een landelijk fonds meer in de weg. Uit het rapport blijkt dat er meerdere varianten voor het bepalen van de rekenrente mogelijk zijn. De meest ongunstige variant uit het rapport geeft een rekenrente die ligt boven de huidige rekenrente van de provincie Gelderland. Gelderland hanteert een rekenrente van 3,1%. De laagste variant uit het rapport komt uit op 3,45%. Daarom hebben wij deze rekenrente van 3,45% opgenomen in de berekeningen voor het doelvermogen. Daarnaast hebben we het risicoscenario voor een lagere rekenrente aangepast.
De kans dat er een lagere rekenrente komt, is met het verschijnen van dit rapport sterk gedaald. Naast een hogere rekenrente hebben we in 2022 de inflatie in het rekenmodel verhoogd naar 1,87%. De basis voor dit inflatiecijfer is de gemiddelde jaarlijkse inflatie (over de periode 1-1-2014 naar 1-1-2022) waar rekening mee wordt gehouden in het Rinasmodel. Dat model wordt landelijk gebruikt voor berekening van het doelvermogen. De hogere inflatie heeft een sterk negatief effect op het te bereiken doelvermogen. In de jaarstukken 2022 zijn de meest actuele ontwikkelingen meegenomen in de bepaling van het risicoprofiel.
15
5.4 Wat gaat dat kosten? Naast beleidsontwikkelingen zijn in toenemende mate ook marktontwikkelingen van invloed op de begroting van Avri. Zo zorgt de toenemende inzameling van grondstoffen dat de begroting meer afhankelijk wordt van marktmechanismes. Daarmee is de ontwikkeling van de tarieven afvalstoffenheffing minder goed te beïnvloeden. Ook zorgt de huidige economische situatie voor stijgende prijzen op de arbeidsmarkt en hogere tarieven bij marktpartijen bij de inkoop van goederen en diensten. De kosten en opbrengsten van de uitvoering van het programma Basispakket zijn weergegeven in grafiek 4. Voor de begroting geldt dat de uitvoeringskosten worden gedekt door de baten uit ingezamelde grondstoffen en de afvalstoffenheffing van inwoners. Dit is in onderstaande afbeelding weergegeven, waarbij de ontwikkeling ten opzichte van 2023 en 2024 is weergegeven. De ontwikkeling van de tarieven afvalstoffenheffing is weergegeven in paragraaf 9: Lokale heffingen.
Grafiek 4: Ontwikkeling begroting Avri 2021-2024 Opbouw uitvoeringskosten In grafiek 5 is de opbouw van de uitvoeringslasten weergegeven en afgezet tegen de begroting 2024. Het grootste gedeelte van de uitvoeringslasten komt voort uit de dagelijkse inzameling van alle minicontainers bij de inwoners thuis, het legen van verzamelcontainers en het beheer van vier milieustraten. Als het afval en de grondstoffen zijn ingezameld worden deze eventueel overgeslagen en vervolgens getransporteerd naar de externe verwerker. We maken hierbij gebruik van duurzame kapitaalgoederen en hebben daardoor vaste afschrijvingslasten van materieel en inzamelvoorzieningen. Om dit operationele proces goed te faciliteren zijn er ook ondersteunende diensten in het kader van gedragssturing, zoals beleid, communicatie (incl. KCC) en handhaving. Ook de administratieve afhandeling van de ledigingen restafval, de aanslagoplegging door BSR en de beheerkosten voor de stortplaats zijn in het Basispakket ondergebracht. De kosten stijgen onder meer door de forse loonstijging door de cao 2023, gestegen brandstofprijzen en hogere onderhoudskosten.
16
Grafiek 5: Uitvoeringslasten 2021-2024
17
Ontwikkelingen afval- en grondstoffenmarkt De grondstoffenmarkt is grillig. Soms dalen de prijzen, door veel aanbod, aanscherping van importbeleid in andere landen en mindere kwaliteit van de aangeboden grondstoffen. Ook de gebeurtenissen in de wereld hebben direct effect op de vergoedingen. Schaarste drijft de prijzen soms juist op. We zien nu dat er geen langjarige contracten worden afgesloten. Wij moeten blijven focussen op schone grondstofstromen, om de financiële gevolgen van deze marktontwikkelingen zoveel mogelijk te beperken. In grafiek 6 is de ontwikkeling van kosten en opbrengsten over de afgelopen jaren weergegeven.
Grafiek 6: Ontwikkeling verwerkingsopbrengsten/-kosten 2016-2027 Door andersoortige contracten met afvalverwerkers af te sluiten bereikt Avri meer stabiliteit en een sneller financieel effect bij schonere stromen. Om meer grip op de verwerking te krijgen probeert Avri meer invloed te krijgen op de gehele keten. Denk aan samenwerking waar het gaat om productie, consumptie (voorlichting, communicatie) en duurzame inname en verwerking van grondstoffen. Door (regionale en landelijke) samenwerking met producenten, verwerkers en marktpartijen te intensiveren gaat Avri op zoek naar slimme, innovatieve en duurzame oplossingen. Hiermee nemen wij ook meer verantwoordelijkheid voor de afzet van onze grondstofstromen. Wij streven ernaar dat de verwerking zo circulair mogelijk plaatsvindt. Bij voorkeur vindt verwerking regionaal plaats. Zo wordt de lokale economie gestimuleerd en reduceren we de CO2-uitstoot van het transport. En daarmee ook lokale werkgelegenheid voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Daarnaast kijken we waar Avri waarde kan toevoegen aan de grondstofstromen. Als voorbeeld dienen de subsidieprojecten vanuit Regio Deal en de oprichting van Cirtex. De tarieven op de markt voor verbranding stijgen als gevolg van een groeiende hoeveelheid brandbaar restafval en de CO2-heffing.
Vanwege langlopende afspraken over verbrandingstarieven heeft dit voor 2024 geen direct financieel gevolg voor Avri. Het huidige contract loopt tot 31 maart 2024 met een eenzijdige optie (voor Avri) tot eenmalige verlenging voor de duur van twee jaar. In deze begroting gaan we uit van die verlenging. Daarmee hanteren we hetzelfde tarief, plus jaarlijkse indexering. In de meerjarenbegroting van Avri verwachten we derhalve dat de tarieven voor het verwerken van restafval sterk zullen stijgen. Vanaf 2024 zal de aanbesteding tot een aanzienlijke prijsstijging kunnen leiden. Dat maakt het terugdringen van de kilo’s restafval alleen maar urgenter.
18
VERWERKINGSOPBRENGSTEN MEERJARENBEGROTING (x €1.000) Papier Kunststof verpakkingen en drankkartons Textiel Overige opbrengststromen Totaal verwerkingsopbrengsten VERWERKINGSKOSTEN MEERJARENBEGROTING (x €1.000) Restafval GFT afval Sorteer- en vermarktingskosten Overige kostenstromen Totaal verwerkingskosten
2023 1.229 2.032 252 1.160 4.673 2023 2.114 2.747 0 1.133 5.994
2024 1.178 1.700 252 1.283 4.413 2024 2.436 2.793 0 1.031 6.259
2025 1.184 1.530 252 1.283 4.249 2025 2.873 2.879 0 1.062 6.813
2026 1.165 1.377 252 1.283 4.077 2026 2.979 2.995 0 1.094 7.067
2027 1.146 1.239 252 1.283 3.920 2027 3.090 3.115 0 1.126 7.331
Tabel 2: Verwerkingskosten en -opbrengsten t/m 2027 Programmabaten en -lasten De lasten van het programma Basispakket worden gedekt door de baten uit de ingezamelde grondstoffen en de afvalstoffenheffing. De opbouw van de baten afvalstoffenheffing is weergegeven in paragraaf 9: Lokale heffingen. Die baten zijn gebaseerd op de in dit hoofdstuk uitgewerkte lasten. In onderstaande tabel worden de baten en lasten gespecificeerd volgens de financiële begroting en worden de stortingen en onttrekkingen uit de reserves inzichtelijk. BATEN EN LASTEN PROGRAMMA BASISPAKKET (x €1.000) Lasten Lasten uitvoering basispakket BTW opslag basispakket Kwijtscheldingen Totaal lasten Baten Verwerkingsopbrengsten grondstoffen Baten afvalstoffenheffing (bruto) Exploitatieresultaat programma basispakket Totaal baten
2023
2024
2025
2026
2027
30.502 33.069 34.443 35.949 37.361 3.497 3.497 3.497 3.497 3.497 1.258 1.367 1.610 1.691 1.767 35.257 37.933 39.550 41.137 42.625 4.310 4.413 4.249 4.077 3.920 31.777 34.431 36.132 37.899 39.553 0 0 0 0 0 36.087 38.844 40.381 41.976 43.474
Saldo van lasten en baten voor vermogensmutaties
830
912
831
839
848
onttrekking reserve bedrijfsafval Voorziening Basispakket - Dotatie risico-opslag - Dotatie/onttrekking(-) overig
-396
-340
-85
-81
-76
1.000 226
1.000 0
1.000 0
1.000 0
1.000 0
0
252
-85
-80
-76
Saldo van lasten en baten na vermogensmutaties
Tabel 3: Meerjarenbegroting baten en laten programma Basispakket
19
6
PROGRAMMA PLUSPAKKET
6.1 Inleiding In het programma Pluspakket zijn diensten opgenomen die individuele gemeenten in aanvulling op het Basispakket contractueel van Avri kunnen afnemen. Dankzij dit Pluspakket levert Avri een breed dienstenpakket voor de gemeenten. Dit dienstenpakket bestaat uit het gescheiden inzamelen van incontinentiemateriaal, het Integraal Beheer van de Openbare Ruimte (IBOR), gladheidsbestrijding en levering van diensten op het gebied van toezicht en handhaving op onderdelen van de APV. Daarnaast wordt voor een aantal gemeenten afvalstromen uit de openbare ruimte verwerkt (bijv. zwerfafval). Avri stelt zich ten doel deze plustaken met een robuuste en efficiënte bedrijfsvoering uit te voeren. De individuele gemeentes hebben er belang bij om alle taken bij één organisatie onder te brengen. Dat is efficiënt door schaalvoordelen. Het beleggen van additionele taken bij Avri biedt daarnaast voordelen als het gaat om de kwaliteit van uitvoering en kostenbeheersing. De individuele gemeente houdt daarbij altijd de regie en bestuurlijke verantwoordelijkheid. De overeengekomen taken worden in een dienstverleningsovereenkomst (DVO) nader uitgewerkt. 6.2
Inzameling incontinentiemateriaal
In 2022 zijn we in vier gemeenten gestart met het gescheiden inzamelen van luiers en incontinentiemateriaal. De overige gemeenten maken in 2023 de keuze om eventueel ook deel te nemen aan de gescheiden inzameling waarmee vanaf 2024 waarschijnlijk alle acht gemeenten luiers en incontinentiemateriaal gescheiden gaan inzamelen. Met de inzameling van luiers en incontinentiemateriaal komen we tegemoet aan de wens van gemeenten om maatwerk te bieden. De milieuwinst door duurzame verwerking van de luiers levert een CO 2reductie op van 964 kg CO2 per ton luierafval, ten opzichte van verbranding als restafval. Uit de evaluatie (2022) blijkt dat er 7% minder restafval wordt aangeboden in de gemeenten met gescheiden incontinentie-inzameling. De geplande installatie voor gescheiden verwerking van incontinentiemateriaal en luiers bij ARN is gerealiseerd. Met ARN is een contract opgesteld met daarin de prognose op basis van tonnage van de vier deelnemende gemeenten. Het gecontracteerde aantal tonnen kwam in 2022 boven de afgesproken tonnage uit. Met eventuele deelname van overige gemeenten in 2024 kan dit tonnage verder worden overschreden. Deze overschrijding zal van invloed zijn op het tarief per ton van de verwerkingskosten. Naar verwachting zal dit in 2024 een prijsstijging betekenen voor de deelnemende gemeenten. 6.3
Integraal Beheer Openbare Ruimte
Voor vier onderhouden we de openbare ruimte. Om de dienstverlening aan de IBOR- en handhavingsgemeenten zo goed en efficiënt mogelijk uit te voeren is een robuust dienstenpakket noodzakelijk. De inzet is dan ook het behouden en uitbreiden van diensten die bij Avri passen en van voldoende omvang zijn. Voor de begroting van IBOR gaan we voor 2024 uit van de concept DVO’s 2024. Die zijn gebaseerd op de lopende individuele contractafspraken en reeds overeengekomen werkbegrotingen 2023. Daarbij wordt in deze begroting 2024 verondersteld, dat zich geen wijzigingen in het dienstverleningspakket voordoen. In de begroting is wel rekening gehouden met de volgende ontwikkelingen: Regionale partner In de loop der jaren heeft Avri veel kennis opgedaan omtrent het beheer van de openbare ruimte. De komende jaren willen wij die kennis bundelen en Avri verder ontwikkelen tot het regionale kenniscentrum voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Met deze expertise kunnen we regionale partners zijn voor de gemeenten en onze dienstverlening verder verbeteren. Hiervoor zijn investeringen in innovaties en denkkracht van de organisatie nodig. In het datagestuurd beheer (legen afvalbakken, vegen verhardingen) zijn we koploper in de regio. Marktwerking contracten
20
Naast de reguliere medewerkers en de medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt voert Avri het beheer uit met behulp van (lokale) marktpartijen. De kosten van marktpartijen zijn mede afhankelijk van de economie. Dit kan zorgen voor fluctuatie van de werkbegrotingen. Om deze fluctuatie zo veel mogelijk te beperken wordt, daar waar mogelijk, gebruik gemaakt van meerjarige contracten. Klimaatadaptatie De opwarming van het klimaat heeft invloed op de buitenruimte. Daarom krijgen in de nieuwe Omgevingswet biodiversiteit en klimaatadaptatie een belangrijke plek. Grote klimatologische veranderingen, zoals extreme droogte of juist zware piekbuien, moeten zoveel mogelijk worden opgevangen door klimaatadaptief beheer. Gemeenten moeten hiervoor een vertaling maken naar beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Belangrijke thema’s zijn dan het anders inrichten en beheren van hemelwatervoorzieningen, bermen en sloten, grasvelden, perken, plantsoenen en zelfs bomen. Voorspellingen geven namelijk aan dat diverse boomsoorten op termijn (+/- 20 jaar) gaan verdwijnen uit het Nederlandse straatbeeld. Dat krijgt ook zijn weerslag krijgen op het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Naast de veranderingen in het beheer is de inschatting van Avri dat de openbare ruimte zelf ook zal veranderen.
Integrale samenwerking Om gemeenten ook daarbij te ondersteunen werkt Avri de komende jaren verder aan een integraal en intergemeentelijk takenpakket waarbij we - in overleg met de opdrachtgevende gemeenten - continu streven naar het verhogen van de leefbaarheid. Dit doen we steeds duurzamer, efficiënter én belevingsgerichter. Daarbij geven wij ook invulling aan de maatschappelijke verantwoordelijkheid op het gebied van participatie.
6.4 Handhaving Voor drie gemeenten worden toezicht- en handhavingstaken in het kader van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) uitgevoerd. Daarnaast voert Avri toezichthoudende taken en opsporingstaken uit ten aanzien van de openbare ruimte (‘domein 1’). Voorbeelden zijn de handhaving rond honden-, jeugd- en parkeeroverlast, toezicht op de Drank- en horecawet en de APV, en controles op evenementen. Op het gebied van handhaving verandert de vraag. Dat komt doordat er steeds meer ‘voormalige politietaken’ van ons worden gevraagd, en door de steeds complexere wetgeving (o.a. WPG en AVG). Avri speelt daarop in. In de eerste helft van 2023 wordt een plan van aanpak opgesteld voor de ontwikkeling van het team handhaving. Regionaal kan Avri voor iedere gemeente maatwerk leveren, waarbij het handhavingsbeleid van de gemeente wordt uitgevoerd. Wij spelen daarbij zoveel mogelijk in op de gemeentelijke wens om handhaving in te zetten voor (mogelijk) meer taken. De inzet van onze handhavers tijdens de pandemie is daar een voorbeeld van. Continu is Avri bezig om de inzet van de handhaving bij de gemeenten te waarborgen. Voor toezicht en handhaving door boa’s is in 2021 landelijk structureel € 25,5 miljoen voor alle gemeenten vrijgemaakt. Met deze structurele middelen kunnen ook handhavingsorganisaties in gemeenten met goed werkgeverschap verder geprofessionaliseerd worden.
Hiertoe zijn in de 'Gezamenlijke actieagenda gemeentelijke handhaving 2022-2024' van de VNG concrete acties opgenomen. Daarnaast is er ook geld beschikbaar voor regionale en gemeentelijke aanpakken, met daarin aandacht voor preventie en domein-overstijgende samenwerking tussen overheid en private partners. Net als bij de IBOR-taken gaan we bij begroting van handhaving voor 2024 uit van de concept DVO’s 2024.
6.5 Wat gaat dat kosten? De taken uit het Pluspakket worden tegen kostprijs aangeboden en eventuele voor- en nadelen worden – op basis van de afgesloten raamovereenkomst – verrekend met de gemeenten. Daarmee ligt het financiële risico bij de individuele gemeenten. Voor overige, kleine pluspakketopdrachten waarbij dit niet is overeengekomen, worden financiële resultaten verrekend met de reserve Pluspakket van Avri. Inzameling incontinentiemateriaal Gemeenten kunnen ervoor kiezen de kosten van gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal te dekken met een opslag in de tarieven afvalstoffenheffing. In de begroting 2024 van Avri is rekening gehouden met de gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal van alle gemeenten, omdat naar verwachting alle gemeenten besluiten tot het gescheiden inzamelen van incontinentiemateriaal. In het AB van december 2023 zal de keuze worden gemaakt of deze plustaak eventueel een basistaak wordt. IBOR, gladheidsbestrijding en handhaving Voor de plustaken IBOR, gladheidsbestrijding en handhaving wordt er geen financieel resultaat door Avri behaald op deze activiteiten. Om deze reden houdt Avri geen (risico)reserves voor de IBOR-activiteiten aan, maar uitsluitend voor de operationele risico's van de andere Pluspakket-activiteiten. Voor de overige (niet-IBOR)
21
activiteiten worden - afhankelijk van de gesloten overeenkomst - eventuele financiële verschillen op realisatiebasis verrekend met de reserve Pluspakket. BATEN EN LASTEN PROGRAMMA PLUSPAKKET (x €1.000) Lasten Integraal beheer openbare ruimte - via DVO * Integraal beheer openbare ruimte - overig Handhavingstaken Gescheiden inzameling incontinentiemateriaal Overige dienstverlening pluspakket Totaal lasten programma pluspakket
2023
2024
2025
2026
2027
13.944 282 1.368 307 285 16.186
15.529 143 1.662 598 390 18.322
15.995 148 1.712 616 404 18.874
16.475 152 1.763 634 416 19.441
16.969 157 1.816 653 429 20.024
13.944 282 1.368 307 121 16.022
15.529 143 1.662 598 390 18.322
15.995 148 1.712 616 404 18.874
16.475 152 1.763 634 416 19.441
16.969 157 1.816 653 429 20.024
Saldo van lasten en baten voor vermogensmutaties
-164
0
0
0
0
Vermogensmutaties (stortingen / onttrekkingen reserves)
-164
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Baten Integraal beheer openbare ruimte - via DVO Integraal beheer openbare ruimte - overig Handhavingstaken gescheiden inzameling incontinentiemateriaal Overige dienstverlening pluspakket Totaal baten programma pluspakket
Saldo van lasten en baten na vermogensmutaties
* Het bedrag 2023 wijkt af van de GR-begro ting do o rdat uitgegaan is van de go edgekeurde werkbegro tingen
Tabel 5: Meerjarenbegroting programma Pluspakket Avri voert voor vier gemeenten de IBOR-taken uit. De totale geraamde lasten per IBOR-gemeente zijn in tabel 6 uiteengezet. De cijfers voor 2024 in deze tabel zijn gebaseerd op de goedgekeurde werkbegrotingen 2023. Daarbij is zoveel mogelijk rekening gehouden met autonome kostenindexatie, cao, marktontwikkeling en stijging van de kosten van overhead. ONTWIKKELING UITVOERINGSLASTEN (x €1.000) Gemeente Buren IBOR Gemeente West Betuwe IBOR Gemeente Neder-Betuwe IBOR Gemeente Tiel IBOR Totaal DVO's IBOR
2022 3.004 1.846 2.295 5.729 12.874
2023 3.114 1.897 2.489 6.444 13.944
2024 VERSCHIL 3.480 366 2.167 270 2.749 260 7.133 689 15.529 1.585
VERSCHIL 11,8% 14,2% 10,4% 10,7% 11,4%
Tabel 6: Ontwikkeling uitvoeringslasten DVO’s IBOR Op verzoek van de gemeenten wordt per DVO tevens de toegerekende overhead weergegeven. De huidige bedragen in deze tabel zijn gebaseerd op de inzet van personeel volgens de werkbegroting 2023 en dienen als indicatie. De uiteindelijke toerekening van overheadkosten binnen het Pluspakket aan de individuele werkbegroting 2024 is afhankelijk van eventuele wijzigingen in de te leveren diensten en de daaruit volgende personele inzet. De overheadkosten per gemeente kunnen hierdoor wijzigen in de definitieve werkbegroting. OVERHEAD IBOR DVO Gemeente Buren IBOR DVO Gemeente West Betuwe IBOR DVO Gemeente Neder-Betuwe IBOR DVO Gemeente Tiel Totaal
2023 IBOR 424 280 229 685 1.618
2024 IBOR VERSCHIL 526 102 351 71 289 60 854 169 2.021 403
VERSCHIL 24,1% 25,5% 26,4% 24,7% 24,9%
Tabel 7: Ontwikkeling overhead DVO’s IBOR
22
7
BEDRIJFSAFVAL
7.1 Inleiding Dit programma gaat over de inzameling en verwerking van afval van bedrijven. Avri voert in beperkte mate activiteiten uit voor bedrijven in de vorm van inzameling, inname en het laten verwerken van bedrijfsafval. De dienstverlening aan bedrijven is ondersteunend aan het Basispakket. De positieve financiële resultaten worden al enkele jaren benut voor verlaging van de afvalstoffenheffing voor de inwoners. 7.2
Wat willen we bereiken?
Het aantal klanten groeit en we zien nog altijd potentieel om ons stabiele marktaandeel van circa 20% in de toekomst verder te vergroten. Daarmee kunnen we de financiële dekkingsbijdrage voor de inwoners van Rivierenland continueren. De financiële resultaten worden ook benut om uiting te geven aan de regionale maatschappelijke betrokkenheid van Avri. 7.3
Wat gaan we daarvoor doen?
De bedrijfsafval activiteiten zijn gericht op het zo goed mogelijk benutten en inzetten van de beschikbare productiemiddelen. Ze vormen een beperkt onderdeel van de bedrijfsvoering en van de omzet. We onderscheiden ons op de markt voor bedrijfsafval door gescheiden inzameling van papier, GFT en plastic mogelijk te maken. We kunnen bedrijven hierbij adviseren en service bieden. We willen onderscheidend zijn en blijven op de markt van bedrijfsafval. Zo willen we de aandacht voor circulaire economie en duurzaamheid bij andere bedrijven en binnen Avri vergroten, te beginnen met ons eigen inkoopbeleid. De ervaring die we hierbij opdoen zetten we in bij bedrijven die al klant zijn, maar ook bij potentiële nieuwe klanten. Met het programma Bedrijfsafval kunnen we ook uiting geven aan de regionale maatschappelijke betrokkenheid van Avri. Door verbinding met het regionale bedrijfsleven en sponsoring in natura tijdens regionale evenementen wordt de zichtbaarheid van Avri in de regio vergroot. We gaan in 2023 uit van voortzetting van de samenwerking met de organisaties van onder andere Appelpop en Dijken Sport. In 2022 zijn we gestart met het project afvalvrije scholen. Doel van dit programma is het zoveel mogelijk voorkomen van afval bij scholen en daarnaast gescheiden inzameling. Zo kunnen we een groter deel van de stromen verwerken tot grondstoffen.
Dienstenpakket bedrijfsafval Het dienstenpakket bedrijfsafval blijf onveranderd en de activiteiten in 2024 zijn: Inzameling van afval en grondstoffen bij bedrijfsklanten, met name het MKB; Nieuwe klantbenadering: focus op dienstverlening aan scholen en verenigingen, circulariteit bij MKB-bedrijven; Inname van afval en grondstoffen van bedrijfsklanten op onze overslaglocatie Geldermalsen; Op- en overslag van afval en grondstoffen van bedrijfsklanten; Het laten verwerken van afval- en grondstofstromen van bedrijfsklanten; Sponsoring in natura van non-profit evenementen in de regio. Sponsoring in natura De kosten voor sponsoractiviteiten van Avri worden gefinancierd uit het programma Bedrijfsafval. De sponsoring bestaat uit het verrichten van diensten bij non-profit evenementen in de regio zoals Appelpop, Fruitcorso en Dijkensport. De totale sponsorbijdrage in natura bedraagt omgerekend € 30.000. Hiermee werkt Avri aan haar maatschappelijke betrokkenheid en kan het zich profileren als maatschappelijk betrokken overheidsorganisatie. De doelstelling voor sponsoring door Avri is het uitdragen van onze kernwaarden: betrokken, klantgericht en duurzaam.
23
Het sponsorbudget biedt ruimte om - buiten de bestaande activiteiten - eventuele andere aanvragen voor sponsoring in natura te kunnen honoreren, op voorwaarde dat die aan de volgende criteria voldoen: Geen winstoogmerk van het evenement; Het evenement past bij de kernwaarden van Avri; Groot bereik (veel bezoekers uit regio Rivierenland en omgeving); Het evenement valt buiten de richtlijnen die zijn opgesteld voor activiteitenafval (dat maakt op basis van bestuursbesluit uit 2009 namelijk onderdeel uit van het programma Basispakket). 7.4
Wat gaat het kosten?
De opbrengsten en kosten van het programma Bedrijfsafval zijn weergegeven in tabel 8. Hieruit blijkt een financieel resultaat van € 89.000 (na Vpb). Het rendement bedraagt 4% en laat een stabiel beeld zien. Dankzij de resultaten kunnen we, ondanks de sterk gestegen kosten, ook de komende jaren een financiële bijdrage aan de basistaken van Avri leveren. BATEN EN LASTEN PROGRAMMA BEDRIJFSAFVAL (x €1.000) Lasten Lasten uitvoering programma bedrijfsafval Af te dragen vennootschapbelasting Totaal lasten programma bedrijfsafval
2023
2024
2025
2026
2027
2.169 51 2.220
2.440 22 2.462
2.477 21 2.498
2.515 20 2.535
2.554 19 2.573
2.105 284 34 2.423
2.245 333 -27 2.551
2.282 328 -27 2.583
2.319 323 -27 2.615
2.357 319 -27 2.649
Saldo van lasten en baten voor vermogensmutaties
203
89
85
81
76
Vermogensmutaties (stortingen / onttrekkingen reserves)
-203
-89
-85
-81
-76
0
0
0
0
0
Baten Opbrengsten contracten bedrijfsafval Verwerkingsopbrengsten grondstoffen Overige opbrengsten Totaal baten programma bedrijfsafval
Saldo van lasten en baten na vermogensmutaties
Tabel 8: Meerjarenbegroting programma Bedrijfsafval
24
8
8.1
ALGEMENE BATEN EN LASTEN
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft informatie over de algemene baten en lasten, waaronder overhead, rente en vennootschapsbelasting. Bij de herziening van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) is vastgelegd dat kosten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken of programma's. Dit betekent dat alle bedrijfskosten die direct verbonden zijn aan activiteiten in de betreffende taakvelden of programma's moeten worden begroot en verantwoord. In dit programma worden de lasten verantwoord die geen directe relatie hebben met een bepaald programma. Hieronder vallen de taakvelden 0.4 Overhead, 0.5 Treasury en 0.9 Vennootschapsbelasting. Deze lasten worden op basis van de kosten verdeelsleutels doorbelast naar de programma’s Basispakket, Pluspakket en Bedrijfsafval. Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies en activiteiten gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De paragraaf Bedrijfsvoering gaat in op de beleidsvoornemens voor de bedrijfsvoering, gericht op het ondersteunen van de uitvoering van de programmabegroting. In dit hoofdstuk is een korte samenvatting van de doelen en uitgangspunten verwoord. 8.2 Wat willen bereiken? We willen als robuuste en wendbare organisatie inspelen op de veranderende behoeftes van inwoners en gemeenten.
Om weerstand te bieden tegen de toenemende grilligheid op de grondstoffenmarkten (en het tarief afvalstoffenheffing te stabiliseren) is het nodig te beschikken over voldoende financiële middelen. Hoewel de deelnemende gemeenten garant staan voor Avri willen we de continuïteit van onze bedrijfsvoering zelf waarborgen. 8.3