Bijlage 2.2 ODR - Ontwerp programmabegroting 2026
Tekst van het document
Programmabegroting 2026
Inhoudsopgave Voorwoord
3
Financiering
29
Inleiding
4
Bedrijfsvoering
30
AB-besluit
5
Openbaarheid
32
Beleidsbegroting Ontwikkelingen
6
Bestuur
7
Besturingscyclus
8
Missie, visie & koers
9
Uitvoering koers – kwaliteit & ontwikkeling
10
Ontwikkelingen en projecten
11
Programma’s
15
Milieu & advies
16
Bouw & ondersteuning
21
Paragrafen
33
Begrotingsrichtlijnen
34
Financiële mutaties
35
Toelichting indexaties
37
Bijdrage per deelnemer
38
Overzicht baten en lasten
39
Bijlagen
41
Opbouw uurtarief
42
Geprognotiseerde balans
43
25
Weerstandsvermogen
26
Kapitaalgoederen
28
Programmabegroting 2026 ODR
Financiële begroting
2
Voorwoord Voor u ligt de programmabegroting 2026 van Omgevingsdienst Rivierenland. Dit document laat zien hoe wij, samen met u, werken aan een prettige, veilige en duurzame leefomgeving in Rivierenland. De komende jaren blijven financieel uitdagend voor gemeenten. Dit raakt ook ons als uitvoeringsorganisatie. We voeren grotendeels wettelijke taken uit en hebben de verantwoordelijkheid om vergunningen te verlenen, toezicht te houden en te handhaven. Tegelijkertijd begrijpen we de financiële opgaven waar gemeenten voor staan. Daarom hebben we kritisch gekeken naar onze kosten en in 2025 al een structurele besparing doorgevoerd van 2,5%. We blijven zoeken naar manieren om onze dienstverlening efficiënt én van hoge kwaliteit te houden. Toch zullen de aan ODR gevraagde verdere kostenbesparingen niet zonder gevolgen kunnen blijven. Onze opdrachtgevers zullen keuzes moeten maken wat we als ODR niet, minder of op een lager kwaliteitsniveau moeten gaan doen om deze besparingen mogelijk te maken. Deze keuzes zullen gemaakt moeten worden bij de herijking van het regionaal beleid op het vlak van vergunningen, toezicht en handhaving. Deze herijking vindt plaats in 2025. ODR zal hier vanuit haar expertise en verantwoordelijkheid gemeenten zo goed mogelijk adviseren. Naast deze financiële uitdagingen werken we met een nieuwe strategische koers voor de periode 2025-2028.
Onze missie blijft helder: we beschermen en verbeteren de leefomgeving in Rivierenland, zodat bewoners en bedrijven nu en in de toekomst veilig, gezond en prettig kunnen wonen, leven en ondernemen. Onze visie onderstreept onze kracht: onafhankelijk, deskundig en nabij. Door onze integrale kennis en expertise binnen één organisatie, zorgen we ervoor dat natuur, economie en welzijn in balans blijven. Om toekomstbestendig te blijven, zetten we in op vier strategische ambities: Een schone, veilige en duurzame leefomgeving, meer ervaren meerwaarde door gemeenten, betere dienstverlening voor inwoners en bedrijven en het zijn en blijven van een robuuste en financieel gezonde organisatie. Dit betekent dat we meer gaan samenwerken, efficiënter werken en data- en kennisgestuurd te werk gaan. We versterken onze kerncompetenties zoals klantgerichtheid, samenwerking en bestuurlijke sensitiviteit. Dit helpt ons om niet alleen aan de robuustheidseisen te voldoen, maar ook om als een sterke partner voor gemeenten en provincie te opereren. Het Rijk zal in 2026 vastleggen dat alle omgevingsdiensten in Nederland moeten voldoen aan robuustheidseisen. Vanuit het Algemeen Bestuur wordt ingezet dat ODR hier aan zal gaan voldoen, zodat ODR zelfstandig, deskundig, kostenefficiënt en nabij kan blijven functioneren.
Wat hierbij in ieder geval nodig is, is dat ODR meer taken voor gemeenten en provincie gaat uitvoeren. Hierover gaan we als ODR in 2026 het gesprek aan met onze gemeenten en provincie. Samen werken we aan een toekomst waarin Rivierenland een fijne plek blijft om te wonen, werken en ondernemen. Ik kijk uit naar onze samenwerking in 2026 en de jaren daarna! Gerard Vlekke, directeur
3
Inleiding Voor u ligt de programmabegroting 2026 van Omgevingsdienst Rivierenland (ODR). Hierin leest u hoe wij, samen met u, ook in 2026 een bijdrage leveren aan een prettige, veilige en duurzame leefomgeving in Rivierenland. Uitgangspunten De begroting 2026 is gebaseerd op de werkprogramma’s 2025 van alle deelnemers. In 2024 hebben we voor het eerst een jaar onder de Omgevingswet (Ow) en Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) gewerkt. De hieruit opgedane ervaringen zullen worden verwerkt in het productenboek 2026 en de werkprogramma’s 2026.
Financieel resultaat De programmabegroting laat in 2026 een ontwikkeling van € 115.878 zien. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn de indexatie van prijzen & lonen, de verwerking van de actuele werkprogramma’s, de bijdrage voor datagedreven werken/BI en de opgenomen taakstellingen. De financiële mutaties worden toegelicht op pagina’s 35-36.
Leeswijzer − Eerst lichten we toe hoe de besturingscyclus van de ODR werkt en hoe de deelnemers daar invloed op hebben. Ook worden de laatste ontwikkelingen en projecten van ODR benoemd. − Verder zijn de verplichte programma’s en paragrafen vanuit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) opgenomen. Per programma leest u wat wij willen bereiken, wat we gaan doen en wat het kost. − We gaan in op de risico’s, onderhoudsbudgetten, investeringen, financiering en bedrijfsvoering. − Daarna leest u meer over de financiële begrotingsmutaties en de bijdrage per deelnemer. − Tenslotte staan in de bijlagen enkele financiële onderbouwingen, zoals het uurtarief.
Programmabegroting 2026 ODR
4
AB-besluit Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Rivierenland, gezien het voorstel van het dagelijks bestuur tot vaststelling van de programmabegroting 2026, Besluit: 1. De gewijzigde begroting 2025 op basis van de aangeboden werkplannen 2025 vast te stellen; 2. De begroting van lasten en baten op de programma’s voor het jaar 2026 vast te stellen;
3. De meerjarenbegroting 2027-2029 voor kennisgeving aan te nemen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van 7 juli 2025.
de voorzitter,
de secretaris,
--------------------
-----------------
M. Wichgers
G. Vlekke
Programmabegroting 2026 ODR
5
Ontwikkelingen
Programmabegroting 2026 ODR
6
Bestuur De samenstelling van het bestuur was per 1 januari 2025:
Programmabegroting 2026 ODR
Deelnemer
Bestuurslid
AB-lid
DB-lid
Functie
Gemeente Buren
Dhr. J.P. (Pieter) Neven
X
Gemeente Culemborg
Mw. M. (Monica) Wichgers
X
Gemeente Maasdriel
Dhr. M.A. (Michiel Alexander) de Raaf
X
Gemeente Neder-Betuwe
Dhr. N. (Nees) van Wolfswinkel
X
X
Lid
Gemeente Tiel
Dhr. F. (Frank) Groen
X
X
Lid
Gemeente West Betuwe
Mw. J. (Jacoline) Hartman
X
Gemeente West Maas en Waal
Dhr. E.J. (Evert Jan) Slootweg
X
Gemeente Zaltbommel
Dhr. E. (Ed) Goossens
X
Lid
Provincie Gelderland
Dhr. H (Harold) Zoet
X
Lid
Lid X
Voorzitter Lid
Lid X
Lid
7
Besturingscyclus Het schema aan de rechterkant laat zien hoe de deelnemers afspraken maken met ODR. En hoe zij de (financiële) voortgang kunnen bewaken van de afgesproken taken. Hieronder wordt dit verder toegelicht. VTH-beleidscyclus (BIG-8)
Strategisch beleidskader
De VTH-beleidscyclus bestaat uit een beleidsvormende (strategische) en uitvoerende (operationele) cyclus met op het snijvlak van beide cycli het regionaal uitvoeringsprogramma (RUP). De VTH-beleidscyclus (BIG-8) omschrijft een proces van plannen, uitvoeren, evalueren en bijsturen.
Strategische cyclus
Rapportage en evaluatie
Het VTH-beleid Rivierenland is het strategische beleidskader. Op basis daarvan worden jaarlijks werk- en uitvoeringsprogramma’s opgesteld waarin per deelnemer de producten en diensten staan beschreven die men afneemt. Ook komt hierin steeds meer aandacht voor de te bereiken (milieu)effecten. Elk jaar wordt er gerapporteerd over de bereikte resultaten in het VTH-jaarverslag. Zowel de uitvoeringsprogramma’s als het VTH-jaarverslag zijn in ontwikkeling en worden ieder jaar completer.
Strategisch
Operationeel beleidskader
Uitvoeringsprogramma
Operationele cyclus De werk- en uitvoeringsprogramma’s vormen de basis van de programmabegroting. Elk trimester ontvangen de deelnemers een managementrapportage, waarin de voortgang van de werk- en uitvoeringsprogramma’s wordt gerapporteerd. Levert ODR conform de afspraken of zijn er afwijkingen? De afwijkingen worden toegelicht in de rapportage, en ieder kwartaal worden de werkelijke kosten afgerekend met deelnemers. Jaarlijks wordt bekeken of er aanpassingen nodig zijn in de producten en diensten die de ODR levert. Deze worden verwerkt in het productenboek. Dat vormt vervolgens weer de basis voor het opstellen van de werk- en uitvoeringsprogramma’s.
Monitoren
Operationeel Voorbereiden
Uitvoeren
Koers – programma kwaliteit en ontwikkeling Naast de werk- en uitvoeringsprogramma’s beschrijft ODR per planperiode (3-5 jaar) hoe zij de koers en doorontwikkeling van de organisatie wil realiseren. De uitvoering daarvan vindt voor een groot deel plaats binnen het programma kwaliteit en ontwikkeling.
Programmabegroting 2026 ODR
8
Strategieplan ODR 2025-2028 Nieuw strategieplan Eind 2024 is gestart met het herzien van de strategische koers. De externe en interne ontwikkelingen waren dusdanig dat de koers niet langer paste bij de uitdagingen en ambities van ODR. In maart 2025 heeft het Algemeen bestuur ingestemd met een nieuw strategieplan voor 2025 tot 2028. De komende jaren zullen in het teken staan van de realisatie van de ambities en verbeteringen die daarin zijn verwoord.
De missie Wij beschermen en verbeteren de leefomgeving in Rivierenland, zodat bewoners en bedrijven nu en in de toekomst veilig, gezond en prettig kunnen wonen, leven en ondernemen.
De visie Rivierenland is een mooi en bijzonder stuk Nederland dat we moeten beschermen en koesteren. Nergens in Nederland komen zoveel gebruiksvormen in zo’n klein gebied samen. Dat vraagt om een integrale benadering van vraagstukken op het gebied van bouw, milieu en ruimtelijke ordening. Wij zetten ons in voor het gemeenschappelijk belang: onafhankelijk, deskundig en nabij. Juist onze nabijheid (we kennen het gebied en zijn toegankelijk) en de bundeling van kennis en capaciteit binnen één organisatie maken ons uniek. Met ons werk dragen we bij aan een veilige, gezonde en duurzame regio, waar natuur, economie en welzijn in balans zijn.
Programmabegroting 2026 ODR
9
Doorontwikkeling organisatie Op basis van eerdergenoemde evaluatie van de reorganisatie zijn meer ontwikkelsporen uitgewerkt. Op hoofdlijn wordt in de periode 2025-2028 gewerkt aan; De ambities en doelen worden opgenomen in een programma. Dit programma is zodanig ingericht en georganiseerd dat het realiseren van de doelen uit het strategieplan gewaarborgd is zonder dat dit de reguliere operatie te veel belast. In 2024 heeft ODR daarvoor een visie op programmamanagement vastgesteld.
Doorontwikkeling organisatie en strategieplan De reorganisatie die in 2023 is ingezet is medio 2024 geëvalueerd. Daaruit bleek dat er op een aantal vlakken bijsturing nodig is om de doelen te behalen. Startpunt daarbij was het herzien van de eerdere strategische koers. In de nieuwe strategieplan zijn de volgende ambities opgenomen; •
Schone, veilige en duurzame leefomgeving
•
Gemeenten ervaren meer meerwaarde
•
Inwoners en bedrijven ervaren betere dienstverlening
•
ODR robuust en financieel gezond
Veel van de doelen vergen van de organisatie een andere manier van werken en denken. Het gehele management werkt samen in een development-programma aan versterking van de sturing op de organisatie en het uitdragen van een cultuur die nodig is om de doelen te kunnen realiseren. Alle kernprocessen zullen worden beschreven en geoptimaliseerd met toepassing van leanprincipes.
Deze strategische ambities zijn vertaald naar een klantbelofte en een andere benadering van onze producten en markt. De ambities worden ook vertaald naar doelen voor de teams en de medewerkers. De belangrijkste zijn: •
Klantgericht werken
•
Ketengericht werken
•
Lean ingerichte processen
•
Datagedreven werken
•
Adequate sturing op doelen en meting van de resultaten
•
Borging van kennis en vaardigheden
•
Professionalisering en verzakelijking Programmabegroting 2026 ODR
10
Robuustheid ODR en financiële situatie gemeenten Robuustheid ODR ODR moet voldoen aan de landelijke robuustheidscriteria per 1 april 2026. ODR voldoet al jaren behoorlijk goed aan deze criteria. Het belangrijkste criterium waar op dit moment niet aan voldaan wordt, is het criteria van voldoende omzet op het vlak van milieutaken. Hiervoor is nog minimaal €1,5 tot 2 miljoen extra omzet nodig bovenop de € 15 miljoen milieuomzet (peiljaar 2023). Hier kan aan voldaan worden door het toevoegen van bestaande en toekomstige milieutaken van regio en gemeenten (en provincie) aan het werkpakket van ODR. Vanuit het AB wordt ingezet dat ODR zal gaan doen aan de robuustheidseisen, om ervoor te zorgen dat ODR zelfstandig, deskundig en nabij kan blijven bestaan. Het leveren van meerwaarde en kosten efficiënte dienstverlening aan gemeenten is hierbij een vanzelfsprekend uitgangspunt. In 2026 worden de robuustheidseisen wettelijk vastgelegd om de uitvoering van VTH taken op een hoger kwaliteitsniveau te brengen. Hierbij wordt ingezet op schaalvergroting, wat o.a. gevolgen heeft voor het principe van “nabijheid”, wat burgers, bedrijven en gemeenten in Rivierenland zeer belangrijk vinden.
De landelijke en provinciale ideeën (provincie streeft naar 1 omgevingsdienst voor alle taken die ODR uitvoert, bouw en milieu) staan dan ook op gespannen voet met de door het AB gewenste toekomst van ODR als zelfstandige dienst. Duidelijk is hierbij wel dat het voldoen aan alle robuustheidseisen, inclusief de omzeteis, de kans vergroot dat de gemeenten in Rivierenland zelf kunnen blijven bepalen hoe, en op welke schaal, VTH taken worden uitgevoerd.
Financiële situatie gemeenten ODR beseft dat in 2026 de meeste van onze gemeenten een grote financiële uitdaging hebben. ODR heeft hierop in de begroting 2025 al proactief geanticipeerd door kostenbesparingen van structureel € 700.000 in te boeken. Meerdere deelnemers hebben aan ODR gevraagd om besparingsscenario’s uit te werken voor 2026 en verder. De belangrijkste besparingsoptie ligt in het aanpassen van het uitvoeringsniveau van taken. Het uitvoeringsniveau van (niet-)wettelijk verplichte taken die ODR uitvoert, is vastgelegd in het wettelijk verplichte regionale VTH beleid 2022-2025). In 2025 wordt het huidige beleid herijkt om te komen tot een nieuw beleid voor de periode 2026-2029. Dit beleid wordt door onze gemeenten vastgesteld. Verdere besparingsscenario’s (b.v. het inzetten op een lager niveau van dienstverlening richting burgers en bedrijven) zullen vorm moeten krijgen in afspraken per individuele gemeente. Gemeenten laten verschillende taken uitvoeren door ODR en de financiële noodzaak is per deelnemer verschillend. In 2025 zal in afstemming tussen de ODR en gemeenten individueel gekeken worden wat de mogelijkheden zijn om de uitvoering van bepaalde taken in 2026 te verminderen.
Vermindering van taken en/of het op een lager niveau uitvoeren daarvan brengt risico’s met zich mee voor de leefomgeving en heeft impact op de kwaliteit van dienstverlening en kan gevolgen hebben voor de legesinkomsten.
Robuustheidseisen en de financiële situatie bij gemeenten Het verlagen van de kosten voor gemeenten leidt tot een lagere omzet van ODR. Dit staat op gespannen voet met de robuustheidseisen die het Rijk stelt en de landelijk en provinciaal beoogde kwaliteitsverbetering. ODR zoekt in opdracht van het AB in 2025 naar mogelijkheden om samen met deelnemers en Regio Rivierenland ambities van gemeenten in een financieel moeilijke tijd te combineren met een omzetvergroting van ODR. Door bundeling van kennis of activiteiten in de gehele regio kunnen beide doelen worden gerealiseerd. Een voorbeeld hiervan is dat ODR voor alle deelnemers gezamenlijk specialistische paragrafen in de omgevingsplannen kan voorbereiden. Die hoeven dan niet allemaal individueel opgesteld te worden en/of door gemeenten aan verschillende stedenbouwkundige bureaus uitbesteed te worden. Dit biedt ook voordelen op het vlak van uniformiteit in omgevingsplannen, waar burgers en bedrijven van profiteren. En dit kan per saldo een bezuiniging voor gemeenten opleveren, gecombineerd met het sneller vastleggen van gemeentelijke ambities in deze omgevingsplannen. Een ander voorbeeld is dat ODR een grotere bijdrage kan leveren op het vlak van duurzaamheid en energietransitie, woningbouwopgave en landbouwtransitie.
Hier kunnen dezelfde voordelen gelden: voordelen voor burgers en bedrijven en gemeenten (waaronder kostenbesparing, gecombineerd met een hogere omzet bij ODR). Programmabegroting 2026 ODR
11
Overige ontwikkelingen
Omgevingswet en Wkb
Bodem
Energie en circulaire economie
In 2024 is de Omgevingswet ingegaan. Maar de invoering van deze wet gaat nog zeker 10 jaar door bij gemeenten. Zo moeten er omgevingsplannen opgesteld worden en moet beleid geactualiseerd worden. Wij ondersteunen hierbij en geven ook uitvoering aan de veranderingen die de gemeenten doorvoeren in omgevingsplannen e.d. Dit gebeurt in samenwerking tussen gemeenten en ODR in regionaal verband.
De bodem is een belangrijk onderdeel van onze leefomgeving. We bouwen en wonen erop, telen er gewassen op, halen ons drinkwater eruit, gebruiken het voor bodemenergie en voor het afvoeren van regenwater. Onder de Omgevingswet is er veel veranderd op het gebied van bodem. Er zijn nieuwe taken bijgekomen (o.a. toezicht op graafwerkzaamheden) en er zijn taken overgedragen van de provincie naar de gemeenten (o.a. bodemsanering). Het beleid was de afgelopen decennia vooral gericht op het voorkomen van bodemverontreiniging, bodemsanering en het verbeteren van de bodemkwaliteit. Dat is nog steeds van groot belang, maar de bodem wordt nu meer sturend in ruimtelijke planvorming. De wet- en regelgeving verandert en er is een Europese bodemrichtlijn in de maak. Wij volgen al deze ontwikkelingen en brengen in kaart wat deze voor de verschillende partijen betekenen. Hiervoor nemen we o.a. deel aan het landelijk netwerk Bodem en Ondergrond en het Gelders Ondergrond Overleg. Deze kennis zetten wij vervolgens in voor het opstellen van de omgevingsplannen van de gemeenten en het opstellen van het regionale bodembeleid.
Ook in 2026 ligt de nadruk op gezamenlijke inspanningen en innovatieve oplossingen voor de energietransitie en circulaire economie. De provincie heeft namelijk als doel gesteld dat we in 2030 minimaal 55% minder CO2-uitstoot produceren en in 2050 geheel klimaatneutraal zijn. Daarnaast brengt de Europese Green Deal nieuwe wet- en regelgeving met zich mee, die verwerkt zijn in de Klimaatwet, de Natuurherstelwet en regels voor duurzame landbouw. Dit heeft gevolgen voor de bedrijven en de gemeenten in Rivierenland. En dus ook voor ons. Wij moeten ervoor zorgen dat regels worden nageleefd en hierbij gemeenten adviseren. Daarnaast ligt onze focus op het ontwikkelen en ondersteunen van gemeentelijke initiatieven en het inspireren en stimuleren van bedrijven via moderne techniek (Digitaal & Ondersteunend Toezicht). Daarbij zijn wij de schakel tussen gemeenten, bedrijven en andere partijen, waarbij we goede voorbeelden delen. We nemen daarvoor o.a. deel aan een expertisecentrum voor 12 ondernemers van de Regionale Energie Strategie.
Naast de Omgevingswet is ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (voor verbouwingen) in 2024 in werking getreden. Waar 2024 nog in het teken stond om deze wetten goed te implementeren, staat 2025 in het teken om processen verder te optimaliseren en klanten hierover actief voor te lichten . Wij ondersteunen initiatiefnemers, gemeenten, bouwbedrijven, architecten, enz. zo goed mogelijk hierbij.
Overige ontwikkelingen
Asbest
Aanpak ondermijning en criminaliteit
Dronetoezicht
Wij zetten ons in voor het beschermen van de leefomgeving en het voorkomen van milieuschade. Asbest is één van de thema’s waar wij ons actief voor inzetten. Wij houden toezicht op asbestsaneringen en slooplocaties, geven advies en brengen risicovolle situaties met asbest in beeld. Hiervoor maken wij ook gebruik van drones om overtredingen vast te leggen en wij maken gebruik van de Asbest Interventietool. Met deze tool hebben alle toezichthouders asbest één centraal punt waar alle actuele informatie samenkomt. Dit helpt bij het plannen van controles en het verbetert de samenwerking van de omgevingsdiensten. Voorafgaand aan de start van de sanering van asbestdaken, kijken wij ook wat mogelijke gevolgen voor beschermde dieren zijn, zoals is vastgelegd in het onderdeel flora- en fauna activiteit van de Omgevingswet. Data is daarbij erg belangrijk. Eén van de tools die wij inzetten is de asbestverdachte dakenkaart van de provincie. Deze kaart wordt continu bijgewerkt en geeft daardoor inzicht in waar nog asbesthoudende daken aanwezig zijn.
Ondermijning en (milieu) criminaliteit blijven actuele en meer dan ooit lokale thema’s. Wij werken vanuit diverse samenwerkingsverbanden aan de aanpak hiervan, waarbij we ondermijnende activiteiten opsporen en onaantrekkelijk maken. Wij zijn een belangrijke partner hierin, omdat wij het gebied goed kennen, onze toezichthouders veel in het gebied aanwezig zijn en wij ook de bevoegdheid hebben om misstanden tegen te gaan. Eén van de projecten waar wij aan deelnemen is ‘Veilig Buitengebied’. Samen met de gemeenten, de politie, de veiligheidsregio en het Waterschap richten we ons op ‘schoon, heel en veilig’. Ook werken we in de provincie Gelderland samen binnen het project Theseus om ondermijning op bedrijventerreinen tegen te gaan. Daarnaast werkt team Ketentoezicht binnen onze provincie, en ook landelijk, aan de aanpak van milieucriminaliteit in de (afval)stoffenketens. Via diepgaande onderzoeken en analyses komt data, informatie en kennis vanuit verschillende diensten bij elkaar en ontstaat er een integraal beeld op basis waarvan de juiste aanpak wordt bepaald.
Het inzetten van drones kan onze toezichthouders enorm helpen in het werk. Daarom hebben we collega’s opgeleid tot dronepiloten en gaan we deze technologie in praktijk brengen. De drones worden ingezet voor specifieke toepassingen, zoals volumemetingen, het constateren van asbest en het in beeld brengen van terreinen die moeilijk toegankelijk zijn. Natuurlijk houden we hierbij rekening met de wet- en regelgeving en zorgen we voor een verantwoorde inzet van drones. Met deze stap maken we dronegebruik een vast onderdeel van ons werk. Met als doel op innovatieve wijze effectiever en sneller toezicht te houden, zodat wij ons werk nog beter te kunnen uitvoeren.
13
Overige ontwikkelingen
Datagedreven werken
Aanpassing financieringssystematiek
Bezuinigingstaakstellingen in begroting
Toenemend gebruik van data is een belangrijke pijler van onze toekomstige groei en innovatie. Er is veel informatie beschikbaar over bedrijven, goederen of afvalketens. Door informatie uit meerdere bronnen te ontsluiten, te bundelen en in onderlinge samenhang te analyseren kunnen we slimmer werken. Wij hebben samen met andere omgevingsdiensten een gezamenlijke datavoorziening ontwikkeld.
Medio 2024 is de ‘Rapportage Financieringssystematiek Omgevingsdiensten’ opgeleverd binnen het Interbestuurlijk Programma. Het doel daarvan is:
Op nadrukkelijk verzoek van de deelnemers van ODR zijn in deze begroting bezuinigingstaakstellingen opgenomen van 1,5% m.i.v. 2026 oplopend tot 3% m.i.v. 2028. Deze zullen niet zonder gevolgen voor de uitvoering van taken kunnen worden ingevuld.
In lijn hiermee intensiveren wij de inzet op datagedreven werken en business intelligence (ondersteund door een incidentele subsidie vanuit het IBP). Vanuit de subsidie hebben we een pilot voor dashboarding voor onze VTH- en bedrijfsvoeringstaken gerealiseerd. Daarnaast is een roadmap (visie) opgesteld. Deze visie, in combinatie met de robuustheidseisen, laat de noodzaak zien van structureel extra inzet op dit vlak. Programmabegroting 2026 ODR
Robuuste omgevingsdiensten (OD’s) met een stabiele financiering voor hun taken en opgaven. De rapportage bevat een uitwerking van de financieringssystematiek van OD’s, waarmee deelnemers de financiering van OD’s stabiel, opgavegericht én toekomstgericht kunnen inrichten. Wij gaan onderzoeken welke consequenties de hierin voorgestelde financieringssystematiek heeft binnen Rivierenland. De systematiek is vooralsnog een onverplichte richtlijn dus wij gaan eveneens bezien of en waar de systematiek toegevoegde waarde heeft ten opzichte van de huidige systematiek. Waarschijnlijk zal de invoering hiervan op zijn vroegst in de Begroting 2027 kunnen worden opgenomen.
Welke taken wel/niet meer zullen worden uitgevoerd en/of in mindere mate en/of met een lager niveau van dienstverlening, zal in overleg met gemeenten worden bepaald. Een belangrijk instrument daarvoor is het regionaal uitvoeringsbeleid VTH, wat in 2025 voor de aankomende jaren moet worden geactualiseerd en opnieuw vastgesteld moet worden door de Raden. In dit beleid worden de ambitieniveaus vastgelegd op het vlak van VTH. De taakstellingen zullen worden geconcretiseerd in de nog op te stellen werkprogramma’s 2026 aan de hand van het geactualiseerde regionale uitvoeringsbeleid VTH. 14
Programma’s
Programmabegroting 2026 ODR
15
Milieu & advies Wat willen we bereiken? Door het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht en het handhaven van regels dragen wij bij aan het beschermen en verbeteren van de leefomgeving in Rivierenland, zodat bewoners en bedrijven nu en in de toekomst veilig, gezond en prettig kunnen wonen, leven en ondernemen.
Wat gaan we daarvoor doen? Vergunningen Door de medewerkers van het team vergunningen milieu zal meer contact worden gezocht met de ondernemers binnen het werkgebied. Een zogenaamd vooroverleg. Tijdens een kort bedrijfsbezoek ( bij grotere of complexe bedrijven) of een telefoongesprek kan vaak beter bepaald worden welke gegevens moeten worden ingediend in het DSO voor de besproken activiteiten. In het verleden is vaker gebleken dat verkeerde of ontoereikende informatie werd ingediend. Ook kan op deze wijze de ondernemer beter worden geïnformeerd over andere (milieu)aspecten. Hierbij kan gedacht worden aan strijdigheid met het omgevingsplan (voorkomen of tijdig een aanpassing aanvragen is beter dan handhavend optreden). Of de problematiek rondom stikstof. Onder de omgevingswet is de onlosmakelijkheid namelijk losgelaten. Dit maakt het voor alle actoren niet gemakkelijker. Het aan de voorkant meer actief zijn zal de gehele procedure tijd verkorten en dus kosten besparend zijn. Naast deze vorm van meer klantgericht werken zullen ook meer data voor de klanten digitaal worden ontsloten. Naast de kostenbesparing (gevraagde informatie is digitaal opvraagbaar) zal er ook meer inzicht worden gegeven in de bijdrage van het team om te komen tot een veiligere en duurzamere woon- en leefomgeving.
Ook zullen de omgevingsdienst Nijmegen en Omgevingsdienst Veluwe op het gebied van de agrarische vergunningverlening worden ondersteund. Toezicht Team Toezicht Milieu van de Omgevingsdienst zet zich in voor een effectieve en efficiënte uitvoering van toezichtstaken met als doel een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. In 2026 leggen we de nadruk op een betere samenwerking binnen en buiten de organisatie, een integrale aanpak van taken en een meer datagedreven werkwijze. Voor effectief toezicht versterken we de samenwerking met externe partners zoals gemeenten, politie, waterschappen en omgevingsdiensten. Intern werken teams nauwer samen om taken integraal op te pakken en expertise beter te benutten. Inspecteurs houden meer rekening met de lokale context en spelen in op de belangen van betrokken partijen, in lijn met de Omgevingswet. Met data-analyse schatten we risico’s beter in en zetten we toezicht gerichter in, met focus op bedrijven met de grootste milieurisico’s. Vrijgekomen capaciteit gebruiken we voor de ontwikkeling van collega’s en verdere professionalisering van het team.
Programmabegroting 2026 ODR
16
Milieu & advies In 2026 starten we binnen de bestaande begroting met volledige dekking van milieubelastende activiteiten. We richten ons vooral op beter zicht op onbekende risico’s, zoals op bedrijventerreinen. De Omgevingswet verschuift prioriteiten, waardoor sommige thema’s minder en andere juist meer toezicht vragen. De huidige risicoanalyse sluit niet meer aan bij de ontwikkelingen in het team en werkgebied. De kloof tussen koplopers en achterblijvers groeit. Door data slimmer te gebruiken, kunnen we beter prioriteren en ons richten op bedrijven waar de grootste milieuwinst te behalen is. In 2026 maken we binnen de begroting meer ruimte voor toezicht op duurzaamheid, circulariteit, natte koeltorens, ZZS en bescherming van waterwingebieden. We blijven inzetten op CO2reductie via energietoezicht. Door meer taken en minder subsidies stemmen we met opdrachtgevers af wat haalbaar is binnen de beschikbare capaciteit. Advisering Onze adviseurs zorgen via adviezen ervoor dat in plannen voor de fysieke leefomgeving op een verantwoorde en integrale wijze rekening wordt gehouden met milieuaspecten. Zij adviseren op het gebied van milieu, cultuurhistorie (archeologie en monumenten), externe veiligheid, geluid en trillingen, geurhinder, lichthinder, luchtkwaliteit, milieueffectrapportages, milieuzonering, natuur en landschap, spuitzones en water.
Zij geven advies gegeven aan onze opdrachtgevers (ruimtelijke ontwikkelingen) en aan collega’s binnen ODR. Team Advies adviseert gemeenten ook bij het opstellen voor regels van omgevingsplannen op de diverse onderwerpen. Ook worden kaartlagen ontwikkeld voor intern en extern gebruik wat aansluit met de landelijke tendens van data gericht werken. In 2026 worden samen met de gemeenten vervolgstappen gezet om te komen tot een soorten managementplan (SMP) die gebruikt wordt voor het geven van toestemming voor het isoleren van spouwmuren te vereenvoudigen. Dit in het kader van het nationale isolatieprogramma. Daarbij wordt ook gekeken naar de rol van VTH ten aanzien van dit onderwerp. Bodemadviseurs zijn betrokken bij de totstandkoming van de regionale kennisagenda Laanbomen in Rivierengebied. De kennisagenda is onderdeel van het interbestuurlijke programma Regionale Kennisschakelpunten Bodem & Ondergrond (RSP). Het opbouwen van een regionale kennisinfrastructuur is een proces van onderaf, samen met alle stakeholders in de regio. Het bodemen watersysteem krijgt een centrale plek in de fysieke leefomgeving en in de kennisagenda die draait om de thema’s weerbare bodem, weerbare boom, weerbaar water en door draagvlak meer ruimte.
Bodem De adviseurs van het team Bodem zorgen ervoor dat in plannen voor de fysieke leefomgeving op een verantwoorde wijze rekening wordt gehouden met de bodemkwaliteit. Zij geven hiervoor advies aan onze opdrachtgevers, aan collega’s binnen ODR en aan initiatiefnemers en bedrijven en toetsen daarbij aan wet- en regelgeving. Zij beheren data over de bodemkwaliteit en verstrekken op verzoek informatie hierover. Zij behandelen en registreren meldingen van milieubelastende activiteiten die invloed hebben op de bodem, zoals het saneren van de bodem, het graven in de bodem, het toepassen en opslaan van grond en baggerspecie. Programmabegroting 2026 ODR
17
Milieu & advies Ook adviseren zij bij de aanleg van bodemenergiesystemen, op het gebied van ontplofbare oorlogsresten en op het gebied van het bodem- en grondstromenbeleid van de gemeenten, door middel van de Nota Bodembeheer en maatwerkregels voor bodem in de omgevingsplannen. De toezichthouders houden toezicht op de activiteiten die invloed hebben op de bodem. Als het nodig is, dwingen zij maatregelen af om de kwaliteit van de bodem en het grondwater te beschermen. Ketentoezicht Het team Ketentoezicht houdt zich bezig met het integraal in beeld brengen, voorkomen, terugdringen en aanpakken van risico’s op grote milieuschade en ondermijning in de (afval)stoffenketens. Het team voert namens alle 6 Gelderse omgevingsdiensten (GO) en de 2 Overijsselse omgevingsdiensten het ketentoezicht in Oost Nederland uit en werkt hiervoor ook nauw samen met ketenpartners zoals de Politie, Belastingdienst, RIEC, Openbaar Ministerie (OM) en landelijke inspectiediensten. De aanpak van de risicoketens gebeurt planmatig en gefaseerd. We doen dit door risico- en informatie gestuurde (keten) analyses en Diepgaand Administratief Toezicht (DAT). De Omgevingsdiensten en ketenpartners bepalen daarna (in gezamenlijkheid) hoe ze opvolging geven aan adviezen, rapporten van team Ketentoezicht.
Bijzondere aandachtspunten in 2026: Programma energie, duurzaamheid en circulaire economie De doelen voor 2030, 55% CO2-reductie (t.o.v. 1990) en een kringloopeconomie waarbij we 50% van onze grondstoffen opnieuw gebruiken, komen steeds dichterbij. Om die doelen te halen staat 2026 (en verder) in het teken van versnelling. Versnelling door onder andere, de introductie van nieuwe beleid (nationaal en Europees). Belangrijke grondslag voor dit nieuwe beleid is de implementatie van de Europese Energie-Efficiëntie Richtlijn (EED), de Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED) en de Richtlijn Energieprestatie van Gebouwen (EPBD). Samen met de nationale Warmtewet, de Energiewet en de (komende) Wet circulaire economie, vormen ze de pijlers van ons nationaal duurzaamheidsbeleid. En ondanks het feit dat het huidige kabinet de klimaatdoelen voor de energie-intensieve industrie heroverweegt, zal de versnelling toch gevolgen hebben voor de gebouwde omgeving, mobiliteit, veiligheid, de grondstoffenmarkt, energieopslag, enzovoorts. De ODR anticipeert hierop door projecten, activiteiten en producten in lijn te brengen met de veranderingen. Parallel daaraan zal de ODR in 2026, samen met de opdrachtgevers, verdere verdieping aanbrengen in deze taken en producten. Samen bepalen we waar de zwaartepunten komen te liggen om vervolgens, ook in 2026, over te gaan tot operationalisering.
Dat de ODR daarbij ook naar de eigen organisatie kijkt, in termen van ontwikkeling, verandering en verbetering, is evident. Thema’s voor toezicht en vergunningen In 2026 blijven we, naast de eerder genoemde activiteiten binnen het programma Energie, Duurzaamheid en Circulaire Economie, werken aan het verbeteren van milieutoezicht en handhaving binnen diverse thema’s. Programmabegroting 2026 ODR
18
Milieu & advies Een belangrijk speerpunt blijft het in beeld brengen en terugdringen van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Deze stoffen vormen een risico voor mens en milieu vanwege hun persistente, toxische en bioaccumulerende eigenschappen. Door inzicht te verkrijgen in het gebruik van ZZS binnen bedrijven en alternatieven te stimuleren, streven we naar een verdere reductie. Hierbij blijven we nauw samenwerken met ondernemers om vervangingsmogelijkheden te onderzoeken en te implementeren. Daarnaast willen we in 2026 extra aandacht besteden aan spuitzones rondom agrarische bedrijven. Hierbij kijken we naar de naleving van voorschriften voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en mogelijke impact op de omgeving, waaronder waterkwaliteit en volksgezondheid. Een ander aandachtsgebied is de verdere implementatie en toepassing van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Door deze strategie beter in te bedden in onze werkwijze, kunnen we overtredingen effectiever aanpakken en een consistente aanpak hanteren bij milieuhandhaving. Bovendien willen we extra toezicht houden op bodembedreigende activiteiten binnen waterwingebieden. Waterwingebieden zijn cruciaal voor de drinkwatervoorziening, en het voorkomen van bodemverontreiniging in deze gebieden is een prioriteit.
Toezicht zal zich richten op bedrijven en activiteiten die een risico vormen voor de grondwaterkwaliteit, waarbij preventie en handhaving hand in hand gaan. Tot slot nemen we in 2026 natte koeltorens mee in ons toezicht. Dit is van belang vanwege het risico op legionellabesmettingen, die een gevaar kunnen vormen voor de volksgezondheid. We gaan bedrijven actief controleren op naleving van de regelgeving rondom onderhoud en beheer van deze installaties. Met deze focuspunten willen we bijdragen aan een schonere, veiligere en duurzamere leefomgeving. Soortenmanagementplan (SMP) In 2026 worden samen met de gemeenten vervolgstappen gezet om te komen tot een soorten managementplan (SMP). Dat kan gebruikt worden om het geven van toestemming voor het isoleren van spouwmuren te vereenvoudigen. Dit in het kader van het nationale isolatieprogramma. Daarbij wordt ook gekeken naar de rol van VTH op dit onderwerp. Ontwikkelingen Bodem
Nieuwe ontwikkelingen die van buitenaf op ons af komen (geïnitieerd door de markt en de Provincie) en waar de gemeenten nog een standpunt over in moeten nemen: •
Grip op grond, een initiatief om vraag en aanbod van grondstromen efficiënter op elkaar af te stemmen bij projecten waarbij overheden opdrachtgever zijn
•
Nota’s Bodembeheer op elkaar afstemmen binnen Gelderland
Programmabegroting 2026 ODR
19
Milieu & advies Doorontwikkeling Ketentoezicht Het team is betrokken bij de integrale aanpak van synthetische drugs (SONAR), fenomeenanalyses- en onderzoeken mbt milieucriminaliteit, het omgevingsrisicobeeld Oost Nederland en bezig met een aantal ketenaanpakken: asbest, grond en bouwstoffen, e-waste, meerdere stromen en houtige biomassa. En doet dat in samenwerking met OD’s en ketenpartners in Oost Nederland. In 2026 biedt het team landelijke expertise aan OD’s buiten de regio die ook moeten voldoen aan de kwaliteitscriteria 3.0 voor ketentoezicht. Het Functioneel Parket (OM) en de politie hebben inmiddels te kennen gegeven dat zij de DAT-rapportages gebruiken bij de prioritering van de zaken die zij oppakken in Oost NL. Vanuit ketentoezicht zijn we bezig met een professionaliseringsslag in de vorm van het automatiseren van analyses en risico top-xen, het opstellen van automatische bedrijfsprofielen, daarnaast worden dashboards (door)ontwikkeld zoals het Asbest Interventietool waar landelijk gebruik van kan worden gemaakt, een agrarisch dashboard en een Dashboard risico-inzicht in afvalstoffen. Dit zorgt voor een efficiëntieslag in toezicht. Bronnen worden met elkaar gecombineerd, geen versnippering in informatie wat zorgt voor een goede informatiepositie en zorgt voor uniformiteit.
Euro
Wat mag het kosten?
Buren
1.157.145
Begroting 2026
Culemborg
604.053
Maasdriel
1.208.915
Lasten*
7.528.620
Neder-Betuwe
906.351
Baten
10.289.308
Tiel
908.174
Saldo voor mutatie reserves
2.760.688
In Euro
Mutatie reserves Saldo na mutatie reserves * exclusief overhead
Programmabegroting 2026 ODR
15.925 2.776.613
West Betuwe
1.894.515
West Maas en Waal 1.027.866 Zaltbommel
1.229.577
Omgevingsdiensten
632.471
Subsidies
179.019
Meerwerk
541.222
20
Bouw & ondersteuning Wat willen we bereiken? Door het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht en het handhaven van regels dragen wij bij aan het beschermen en verbeteren van de leefomgeving in Rivierenland, zodat bewoners en bedrijven nu en in de toekomst veilig, gezond en prettig kunnen wonen, leven en ondernemen. Bouw & ondersteuning ziet namens de opdrachtgevers toe op de veilige bouw en het toegestane gebruik van gronden en bouwwerken. Wij doen dat door vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering op het gebied van bouwregelgeving en ruimtelijke ordening. De ODR voert voor vijf gemeenten de taken op het gebied van bouw- en woningtoezicht uit. Door de overdracht van de BWT-taken van gemeenten aan de ODR wordt een betere dienstverlening aan ondernemers en inwoners mogelijk. De bundeling van kennis en taken leidt bovendien tot meer specialisme en minder kwetsbaarheid in de dienstverlening. De kwaliteit verbetert ook door een meer eenduidige wijze van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de regio.
Wat gaan we daarvoor doen? Wij verlenen diensten aan inwoners en bedrijven op het gebied van de gebouwde omgeving. Het eerste contact met inwoners en bedrijven verloopt vaak via het Omgevingsloket (DSO), websites, telefoon en mail. En als het nodig of wenselijk is, via persoonlijk contact. Hierbij kijken we samen met de initiatiefnemers naar de mogelijkheden van een initiatief. Vervolgens het toetsen van aanvragen en meldingen en het verlenen van vergunningen. Vanzelfsprekend volgt daarna het toezicht op de naleving van de regels, waar noodzakelijk de handhaving en het afhandelen van bezwaar en beroep. Ook verlenen wij diensten aan inwoners en bedrijven die het niet eens zijn met een ontwikkeling of activiteit in de gebouwde omgeving. Dit onder andere door voorlichting te geven, mediation aan te bieden en door klachten, Woo-verzoeken en handhavingsverzoeken af te handelen. We streven naar een goede dienstverlening en duidelijke communicatie, met aandacht voor efficiëntie. Waar nodig werken we samen met partners binnen en buiten ODR. De prioriteit van de onderwerpen bij het verlenen van deze diensten volgt uit het VTH-beleid dat gemeenten hebben vastgesteld. De opgedane kennis en ervaring bij het verlenen van deze diensten delen we met de gemeenten.
Dit helpt ons om de dienstverlening aan inwoners en bedrijven te verbeteren en om gemeenten te ondersteunen bij het aanpassen van hun beleid voor de gebouwde omgeving, zodat ze hun doelen kunnen bereiken. Programmabegroting 2026 ODR
21
Bouw & ondersteuning Vergunningverlening Wij beoordelen namens de gemeenten aanvragen van omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten en meldingen of deze juist en compleet zijn. Wij verstrekken daarnaast informatie waarmee inwoners en bedrijven hun plannen verder kunnen uitwerken. Toezicht Wij houden namens de gemeenten toezicht op het gebied van de gebouwde omgeving. Onder toezicht wordt verstaan het controleren van de naleving van wet- en regelgeving bij particulieren en bedrijven. Te denken valt aan: toezicht op sloopactiviteiten (al dan niet met asbest), nieuw- en verbouw, ruimtelijk toezicht, toezicht huisvesting arbeidsmigranten en vluchtelingen en afhandelen van klachten. Daarnaast bijdragen aan het voorkomen en aanpakken van ondermijning. Juridische zaken
Het team Juridische zaken bestaat uit handhavingsjuristen en bezwaar- en beroepsjuristen. De handhavingsjuristen hebben namens de colleges van burgemeester en wethouders besluiten genomen op verzoeken om handhaving of leggen een handhavingsbesluit op naar aanleiding van een milieu- of bouwcontrole. De bezwaar- en beroepsjuristen hebben de bezwaren, beroepen en hogere beroepen behandeld die zijn ingediend tegen de handhavingsbesluiten of tegen de verleende/geweigerde omgevingsvergunningen. Daarnaast behandelt het team Juridische zaken de Woo-verzoeken en geven ze intern en extern juridisch advies. Bijzondere aandachtspunten in 2026: Bestaande bouw Er is steeds meer aandacht nodig voor veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. We hebben verschillende wetten die betrekking hebben op bestaande bouw, te denken aan goed verhuurderschap en de gasketelwet, in ons werkproces opgenomen. We hebben aandacht voor problemen die naar boven komen bij bestaande bouwwerken.
Drones De pilot voor het toepassen van drones tijdens onze controles is afgerond en we gaan onze dronepiloten inzetten in het reguliere proces. Dit heeft meerwaarde voor ons toezicht en handhaving zaken. Het inzetten van drones tijdens onze werkzaamheden maakt het werk veiliger en efficiënter.
Programmabegroting 2026 ODR
22
Bouw & ondersteuning Wkb De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) verplaatst o.a. de toetsing aan de bouwtechnische eisen van een bouwwerk van de gemeente/ omgevingsdienst naar een onafhankelijke partij, de zogenoemde kwaliteitsborger. Dit geldt niet direct voor alle bouwwerken, maar gaat in fases.
De eerste fase voor de nieuwe bouwwerken in gevolg klasse 1, zoals eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden is ingegaan vanaf 1 januari 2024. Met als doel de kwaliteitseisen in de bouw nog beter te borgen. Het invoeren van de volgende fase voor verbouw is nog niet inwerking getreden, omdat er onvoldoende duidelijkheid is over de praktijk. Ook zijn er veel zorgen en het loopt allemaal nog moeilijk. Zie ook berichten van onder andere Binnenlands bestuur. In 2026 hebben we voor nieuwbouw gevolg klasse 1 voornamelijk nog procedures lopen onder de Wkb en niet meer onder de Wabo en is het proces geheel geoptimaliseerd. Er zal voor het einde 2026 een evaluatie plaatvinden naar de regels voor kwaliteitsborging. Dan zal er ook duidelijkheid komen over de wet en hoe we hierop verder kunnen acteren. Wij zullen dit nauwlettend in de gaten houden. Verharding maatschappij We krijgen steeds meer te maken met agressie en geweld tijdens onze werkzaamheden. Vooral werknemers die zich bezig houden met toezicht en handhaving worden hiermee geconfronteerd. Belangrijk is om de veiligheid van onze werknemers te waarborgen. We hebben onderzocht en zullen bodycams en dashboardcams inzetten tijdens onze controles. Toename handhavingsverzoeken en bezwaar- en beroep Wij zien al een aantal jaren op rij een toename van het aantal verzoeken om handhaving als ook ingediende bezwaar- en beroepszaken.
Dit heeft te maken met een verharding van de maatschappij en het hebben van een verminderend vertrouwen in de overheid. De toename in het aantal Woo-verzoeken is daar ook een gevolg van. De verwachting is dat in 2026 de toename van zaken binnen het team niet zal afnemen en de werkdruk onverminderd hoog zal blijven.
Programmabegroting 2026 ODR
23
Bouw & ondersteuning
Wat mag het kosten?
Euro
In Euro
Begroting 2026
Lasten*
11.093.240
Baten
15.070.063
Saldo voor mutatie reserves
3.976.823
Mutatie reserves Saldo na mutatie reserves * exclusief overhead
Programmabegroting 2026 ODR
3.976.823
Buren
2.219.286
Culemborg
1.326.292
Maasdriel
1.817.023
Neder-Betuwe
1.638.295
Tiel West Betuwe
373.430 3.611.106
West Maas en Waal 1.729.052 Zaltbommel
2.227.669
Meerwerk
127.910
24
Paragrafen
Programmabegroting 2026 ODR
25
Weerstandsvermogen Deze paragraaf geeft inzicht in het risicoprofiel, de risico's en het beschikbare weerstandsvermogen van ODR. Risico’s
Kansklasse
Bedrag
Kans
Risico
Openstaande verlofsaldi
3
1.110.000
50%
555.000
Beschikbaarheid (vast) personeel
2
340.000
30%
102.000
Omgevingswet / Wkb
PM
Ontwikkelingen IBP
PM
Totaal geïdentificeerde risico’s Ongeïdentificeerde en kleine risico’s
657.000 1
657.000*
10%
Benodigd weerstandsvermogen (excl. PM-posten)
Met ingang van de Cao 2022 is het voor medewerkers mogelijk om tot maximaal 3.600 uren verlof te sparen. Dit leidt de laatste jaren tot oplopende openstaande verlofsaldi van medewerkers. Wanneer deze verlofuren opgenomen gaan worden, leidt dit tot een lagere productiviteit (= minder omzet). De huidige voorziening verlofsparen is al verwerkt in dit risico.
Beschikbaarheid (vast) personeel De krappe arbeidsmarkt leidt tot een groot tekort aan gekwalificeerd vast personeel. Wanneer hierdoor meer inhuurkrachten nodig zijn dan zullen de kosten stijgen. Te weinig personeel kan ook leiden tot een lagere productie en minder inkomsten.
65.700 722.700
* betreft bedrag totaal geïdentificeerde risico’s
Weerstandsvermogen
Openstaande verlofsaldi
31-12-2024
Algemene reserve
557.550
Reserve personele regelingen
125.000
Onvoorzien
45.000
Beschikbaar weerstandsvermogen
727.550
Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De financiële effecten van deze wetten voor ODR op de lange termijn zijn moeilijk te bepalen. Deze zijn voor de omgevingswet mede afhankelijk van beleidskeuzes die gemeenten gaan maken in de omgevingsplannen. Voor de Wkb zijn deze effecten afhankelijk van hoe de gefaseerde invoering verder gaat plaatsvinden.
Ontwikkelingen Interbestuurlijk programma (IBP) Ondanks dat de ODR een plan van aanpak heeft opgesteld om te kunnen voldoen aan de Robuustheidseisen van het IBP, bestaat er het risico dat er wordt ingegrepen in het VTH stelsel door de landelijke overheid, wat financiële consequenties kan hebben voor de ODR.
Conclusie: het weerstandsvermogen is voldoende om de risico’s op te vangen.
Programmabegroting 2026 ODR
26
Weerstandsvermogen Sinds de begroting 2018 worden een aantal financiële kengetallen gepresenteerd. Het doel hiervan is om de financiële positie in kaart te brengen en het verloop hiervan te kunnen volgen. Kentallen
JR 2024
BGR 2025
BGR 2026
BGR 2027
BGR 2028
BGR 2029
Netto schuldquote
7,0%
5,9%
5,0%
3,8%
2,6%
1,5%
Solvabiliteitsratio
13,5%
13,2%
13,1%
13,1%
13,0%
12,9%
Structurele exploitatieruimte
0,1%
0,3%
0,2%
0,2%
0,2%
0,2%
De kengetallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn niet van toepassing voor omgevingsdiensten.
Netto schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. ODR voldoet hier ruimschoots aan. De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen is gelijk aan de netto schuldquote. ODR heeft namelijk geen leningen verstrekt.
Solvabiliteitsratio Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is op de lange termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van ODR. De VNG adviseert om 20% als minimumgrens te hanteren. Bij de ODR is dit kengetal lager vanwege het beperkte eigen vermogen. Op basis van de risicoinschatting is dit echter wel voldoende om de risico’s te kunnen opvangen.
Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Bij ODR wordt het structureel begrotingsaldo en de post onvoorzien als structurele exploitatieruimte gezien.
Programmabegroting 2026 ODR
27
Kapitaalgoederen Deze paragraaf laat zien hoe ODR omgaat met, het onderhoud van, haar kapitaalgoederen en investeringen. Algemeen ODR is sinds december 2018 eigenaar van een eigen pand, wat in 2019 verbouwd en in gebruik genomen is. Daarnaast zijn er ICT-eigendommen, zoals telefoons en software. Hierop is het volgende beleid van toepassing: − Nota activabeleid 2020 − Meerjaren onderhoudsplan 2023-2032
Onderhoudsbudgetten
JR 2024
BGR 2025
BGR 2026
BGR 2027
BGR 202
BGR 2029
Klein onderhoud
64.866
63.159
64.534
64.534
64.534
64.534
Groot onderhoud
46.747
48.009
49.054
49.054
49.054
49.054
Totaal
111.613
111.168
113.588
113.588
113.588
113.588
Het budget voor groot onderhoud is gebaseerd op het meerjaren onderhoudsplan.
Investeringskredieten In 2026 is er waarschijnlijk een investering nodig voor aanpassing van de parkeerplaatsen. Dit betreft een combinatie van groot onderhoud en het oplossen van de parkeerproblematiek. Ook de overige gebruikers van de parkeerplaatsen (RAR, Thius en S-TEC) moeten hieraan bijdragen. Het ODR-deel van de investering bedraagt maximaal € 300.000. De kosten worden gedekt vanuit de voorziening groot onderhoud en de huisvestingsbegroting. Programmabegroting 2026 ODR
28
Financiering Deze paragraaf biedt inzicht in de financieringsactiviteiten van ODR. Algemeen De leningen zijn bij ODR vooral gerelateerd aan de aanschaf (2018) en verbouwing (2019) van het eigen pand. Hierop is het volgende beleid van toepassing: − Treasurystatuut 2012
Leningen Het Algemeen Bestuur heeft op 8 oktober 2018 het besluit genomen om maximaal € 4,05 mln externe financiering aan te trekken voor het huisvestingsplan. Tot op heden was het niet nodig om dit volledige bedrag aan leningen aan te trekken. Dat zal pas gebeuren als de liquiditeit van ODR niet meer toereikend is. Bank
Start
Eind
Oorspr. bedrag
Rente
Jaarlijkse aflossing
NWB bank
2018
2038
2,5 mln
1,325%
125.000
BNG bank
2019
2039
1,0 mln
1,200%
50.000
Totaal
3,5 mln
175.000
De rentekosten van deze leningen worden als projectfinanciering toegerekend aan de huisvesting.
Programmabegroting 2026 ODR
29
Bedrijfsvoering Deze paragraaf beschrijft de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Governance
Personeel en Organisatie
Het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur van ODR bestaan uit vertegenwoordigers van onze opdrachtgevers.
In de afgelopen periode zijn zowel binnen ODR zelf, het Gelders Stelsel als vanuit de landelijke koepel ODNL arbeidsmarkcampagnes gevoerd. De krapte op de arbeidsmarkt blijft een aandachtspunt. Het aantrekken van (gekwalificeerde) nieuwe medewerkers is niet makkelijk, het aanbod is gering. Het percentage inhuur hoog. We zullen met elkaar moeten blijven zoeken naar manieren om nieuwe medewerkers aan te trekken. Hierbij willen we tevens inzetten om ons als ODR te onderscheiden van andere vergelijkbare organisaties.
Organisatieopbouw De organisatie is ingedeeld in de ketens Bouw en Milieu die door een directeur worden aangestuurd. Onder elke keten vallen 5 teams., aangestuurd door teamleiders.
Rechtspositie Onze medewerkers vallen onder de cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO) en de rechtspositionele afspraken uit het Arbeidsvoorwaardenreglement Gelderse Omgevingsdiensten (AVR).
Algemeen Bedrijfsvoering levert diensten aan de overige teams van de ODR. Het team Bedrijfsvoering ondersteunt de uitvoering van beide ketens en de organisatie als geheel. Het welslagen is mede afhankelijk van de doelmatigheid, transparantie en kwaliteit van de bedrijfsvoering. In 2026 zien we de volgende ontwikkelingen:
Programmabegroting 2026 ODR
Op het gebied van preventie en verzuim is het streven voor 2026 (e.v.) het voortschrijdend verzuim% met minimaal 1% naar beneden bij te stellen in vergelijking met het jaar 2024 (9,4%) en kengetal 7% voor 2026. In 2025 heeft de actualisatie van het functiehuis plaatsgehad, waarmee voor 2026 ruimte ontstaat om aan de slag te gaan en werk te maken van Strategische Personeelsplanning, (loopbaan)ontwikkeling en een HR-gesprekscyclus die ondersteunend zullen zijn aan het bereiken van de geformuleerde strategische doelstellingen van ODR. Voortvloeiend uit de nieuwe koers en het Programma K&O zal in 2026 eveneens ingezet worden op verdere professionalisering en kennisontwikkeling van onze medewerkers om blijvend te kunnen voldoen aan de verschillende kwaliteitscriteria (Robuust – VTH) onder gebruikmaking van ‘Omgevingsdienst NL Academie’.
Daarnaast zal voor 2026 de methode voor behoeftestelling aan ontwikkeling ter ondersteuning van het realiseren van de strategische doelstellingen ODR, gestandaardiseerd zijn en zal dit proces beschreven zijn waarmee deze behoeftestelling geborgd is binnen de organisatie. Ook in 2026 blijft HR zich richten op verdere professionalisering van het HR-team en de organisatie met de focus op het optimaliseren van onze (digitale) processen en het doorvoeren van een aantal strategische veranderingen die de organisatie als geheel ten goede zullen komen.
Informatie en ICT Om de primaire processen van ODR goed te ondersteunen werken we verder aan het versterken van onze informatievoorziening, zodat de juiste informatie op het juiste moment bij de juiste persoon terecht komt. Hiervoor kijken we naar vernieuwing/verlenging van het ICT Dienstverleningscontract met onze partner gemeente Buren. Hiernaast blijven we aansturen op verbeteringen in onze VTH-applicatie OpenWave, de kwaliteit van gegevens daarin en het delen van deze informatie met de juiste ketenpartners intern & extern. Tot slot zetten we verder in op het gestructureerd en effectief opslaan, archiveren en vindbaar maken van onze informatie ten behoeve van kwalitatieve en efficiënte dienstverlening en het voldoen aan relevante wetgeving zoals de Archiefwet en de Woo.
30
Bedrijfsvoering Klanttevredenheid
Rechtmatigheid
Communicatie
De klanttevredenheid wordt doorlopend gemeten. Door direct met de klant in contact te treden, merken we dat we de klachten in een vroeg stadium kunnen oppakken en beantwoorden. Hierdoor kunnen de klachten vaak informeel worden afgedaan. De klanttevredenheid geeft ons input om onze werkprocessen continu te verbeteren en om onze opdrachtgevers te adviseren hoe zij hun werkprocessen kunnen verbeteren. Dat blijven we ook in 2026 doen.
Met ingang van de jaarrekening 2023 is het dagelijks bestuur zelf (i.p.v. de accountant) verantwoordelijk voor het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording. Binnen ODR vinden hiervoor gedurende het jaar interne controles plaats op basis van het Integraal Controleplan. Hierover wordt gedurende het jaar in de bestuursrapportage en jaarstukken gerapporteerd.
Om de zichtbaarheid en de maatschappelijke toegevoegde waarde van ODR te versterken zetten we in op een duidelijk en krachtig imago van ODR en effectieve communicatie naar stakeholders. Dit doen we door het versterken van de naamsbekendheid door strategische PR en Marketing, heldere en toegankelijke interne en externe communicatie en door de communicatie aan te passen aan de behoeften van specifieke doelgroepen zoals Gemeenteraden, AB/DB, ondernemers en inwoners in ons werkgebied.
Financiën/Control Het doel van het cluster Financiën is het waarborgen van getrouwe vastlegging van transacties/mutaties in de financiële administratie en het opstellen van getrouwe/betrouwbare financiële documenten (kaderbrief, begroting, bestuursrapportage en jaarstukken). Financiën adviseert en ondersteunt management in het budgetbeheer door realistische budgetten voor te stellen en nauwkeurig te monitoren op de uitgaven, door het financieel bewustzijn van management en medewerk(st)ers te verhogen door training en toegankelijke rapportages en door flexibel middelenbeheer toe te passen om in te kunnen spelen op veranderingen in het werkveld. De control taken hebben als doel een onafhankelijke bewaking van financiële controle, het opzetten en onderhouden van een Administratieve Organisatie en een intern controle plan waarmee het risicobeheer van ODR is geborgd en de verantwoording volgens wet- en regelgeving wordt uitgevoerd.
Programmabegroting 2026 ODR
Kwaliteit en methodisch werken Organisatie breed werken we aan (inhoudelijke) kwaliteitsverbetering. Zie hiervoor verder het programma K&O. Daarnaast is de intentie om ook als organisatie betrouwbaar en efficiënt te blijven. Dit willen wij doen door periodiek audits en kwaliteitscontroles uit te voeren (waaronder klanttevredenheidsonderzoeken), werkprocessen te optimaliseren en ‘standaarden’ te implementeren voor consistentie en door prestaties te meten, evalueren en in te zetten op continue verbetering.
KPI’s (ODR breed)
Resultaat 2024
Ambitie 2026
Klanttevredenheid (tevreden en zeer tevreden)
83%
≥82%
% overhead /totale kosten
25%
27%
Ziekteverzuim
9,4%
≤7%
Productiviteitsnorm (uren per fte)
1.330
1.350
13
≤10
Ingekomen klachten
31
Openbaarheid Deze paragraaf beschrijft de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Woo. Onze verslaggevingsrichtlijnen schrijven voor dat we jaarlijks in de begroting aandacht moeten besteden aan beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Wet open overheid (Woo) en in de jaarlijkse verantwoording verslag moeten doen van de uitvoering van de Woo in relatie tot die beleidsvoornemens. Op basis van de Woo moeten we documenten actief openbaar maken. Dat geldt zowel voor onze interne documenten als voor beschikkingen. Onze interne stukken publiceren we veelal via onze website. In het kader van de Wet elektronische publicaties (Wep) geven wij een publicatieblad uit waarin wij onze eigen regelingen bekend maken. Ook dienen onze beleidsregels in het regelingenbestand te worden opgenomen. In 2026 zijn ons regelingenbestand en ons publicatieblad actueel. Voor het openbaar maken van beschikkingen zijn we aan het verkennen of hier een geschikter medium voor is dan onze website. Wij voldoen nu aan de wet en willen in de toekomst blijven voldoen aan de Woo door volgende fases van de wet goed te implementeren in de organisatie . We zien een toename in het aantal Woo-verzoeken, en verwachten dat deze toename blijft doorzetten. We gaan onze processen verder optimaliseren zodat we hierop zo efficiënt mogelijk kunnen acteren.
Ook dit is een reden om de website als publicatiemedium te heroverwegen.
Programmabegroting 2026 ODR
32
Financiële begroting
Programmabegroting 2026 ODR
33
Begrotingsrichtlijnen Dit betreffen de jaarlijks terugkerende algemene financiële uitgangspunten voor het opstellen van de begroting. Deze zijn niet veranderd ten opzichte van vorig jaar. 1. De begroting 2026 heeft als vertrekpunt het bestaande structurele beleid 2025. 2. Geautoriseerde beleidswijzigingen die consequenties hebben voor de begroting 2026 (en volgende jaren) worden in de begroting 2026 verwerkt. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de meest actuele werkprogramma’s. 3. De meerjarenraming wordt op basis van constante prijzen geraamd. 4. De raming van het percentage voor de lonen en prijzen voor het jaar 2026 worden gebaseerd op de percentages van het CPB genoemd in de septembercirculaire 2024: a. Voor de prijzen wordt het percentage voor de netto materiële overheidsconsumptie gehanteerd b. Voor de lonen wordt de laatst bekende Cao gehanteerd en voor de eventueel resterende tijd naar rato de loonvoet voor de sector overheid toegepast. Daarnaast worden, indien nodig, ook oude jaren gecorrigeerd en daarmee op het juiste prijsniveau gebracht. Hierbij vindt afstemming plaats met de andere regionale gemeenschappelijke regelingen. 5. Onvoorzien wordt geraamd op € 45.000,-.