Bijlage 2.1 Ontwerp Begroting 2026 Regio Rivierenland
Tekst van het document
18 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Bron: JVS-Jeugdvolgsysteem/DUO
Bron: JVS-Jeugdvolgsysteem/DUO De in bovenstaande overzichten opgenomen aantallen met betrekking tot absoluut en relatief verzuim sluiten aan op het jaarverslag, dat door Leerplicht is opgesteld. De cijfers geven de inspanningen weer die zijn gedaan op het gebied van verzuimcontrole en -reductie (verzuimpreventie, toezicht & handhaving). Uit de cijfers van het relatief verzuim blijkt, dat t.o.v. het vorige schooljaar 2022-2023 meer relatief verzuim is binnengekomen en opgepakt. De cijfers van het Absoluut verzuim laten een daling zien t.o.v. het vorige schooljaar 2022-2023. Dit is een positieve ontwikkeling. Meer en betere melding van relatief verzuim en de vroegtijdige betrokkenheid van Leerplicht, resulteert in een afname van het aantal leerlingen zonder schoolinschrijving.
19 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
De financiën van dit programma Financiële aandachtspunten Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht van de financiën van dit programma. Voor alle onderdelen geldt dat de overhead gewijzigd is door de harmonisering van de overhead toerekening. Dit heeft geresulteerd in een eenduidige manier van het toerekenen waarbij elk onderdeel hetzelfde overheadbedrag per fte dient te financieren. Voor een aantal onderdelen betekent dit een stijging van de overhead en voor een aantal een daling van de overhead. Hieronder volgen per onderdeel de belangrijkste financiële aandachtspunten:
Doorstroompunt Vanwege de wetswijziging Van School naar Duurzaam Werk zijn er nog veel onduidelijkheden met betrekking tot de baten en lasten van het Doorstroompunt. Het is nog onduidelijk wat de rol van het Doorstroompunt wordt voor de nieuwe doelgroep, welke inzet vanuit het Doorstroompunt binnen het nieuwe Regionaal programma nodig is en wat dit betekent voor de formatie van het Doorstroompunt. In 2025 ontvangt het Doorstroompunt eenmalig extra rijksmiddelen voor het overgangsjaar. Deze middelen mogen besteed worden tot eind 2026 en hebben mogelijk ook effect op de financiën van 2026. De rijksmiddelen Doorstroompunt vanaf 2026 zijn anders opgebouwd en bevat geen budget ‘Kwalificatieplichtgelden’ meer. Momenteel worden hier binnen de regio afspraken over gemaakt om de overgang met een afbouwscenario vorm te geven.
Leerplicht
Formatie Leerplicht is bijgesteld naar Ingrado-norm, waarbij de salariskosten zijn geïndexeerd en het meest recente leerlingenaantal (peildatum 1-10-2024) is gehanteerd. Ook de kosten van het JeugdVolgSysteem zijn geïndexeerd. De lasten voor Leerplicht zijn € 21.000 lager. De lasten voor de leerplichtadministratie vallen lager uit. Door efficiency voordelen wordt een gedeelte van de administratieformatie niet ingevuld. Door het niet invullen van deze formatie, heeft Leerplicht minder fte formatie en worden er ook € 5.000 minder overheadkosten aan Leerplicht doorberekend. De baten van Leerplicht zijn € 26.000 lager, omdat dit efficiency voordeel is doorberekend in een korting aan alle deelnemende gemeenten.
Sociale recherche In de afgelopen jaren zien we een afname in het beroep dat met name vanuit de participatiewet op de Sociale Recherche wordt gedaan. Met ingang van 2026 neemt de gevraagde inzet vanuit Werkzaak verder af en ontstaat hierdoor een financieel tekort en is een onttrekking uit de reserves noodzakelijk. We gaan hierover met de opdrachtgevers in gesprek om te komen tot een toekomstbestendige dienstverlening.
Versis Marktpartijen verzorgen in opdracht van ons de daadwerkelijke uitvoering van het vervoer. De kosten hiervan worden 1-op-1 doorbelast richting de gemeenten. Dit betreft de kosten op basis van het daadwerkelijke gebruik. Op basis van het huidige gebruik van het vervoer is de inschatting dat de lasten lager zullen zijn. Omdat we deze kosten 1-op-1 doorbelasten zijn daarom voor onze organisatie ook de baten lager.
Wmo/Jeugd Het uitvoeringsbudget en de salariskosten zijn geïndexeerd. Eind 2025 verwachten we meer zicht te hebben op de structureel benodigde inzet van het uitvoeringsbudget en bekijken we of bijstelling nodig/mogelijk is. Daarnaast valt de overhead voor Wmo/Jeugd lager uit dan in de DVO is opgenomen.
Inburgering De nieuwe Dienstverleningsovereenkomst (DVO) Inburgering is verwerkt in de begroting, waarbij de kosten voor de uitvoering zijn geïndexeerd voor 2026. Het tarief voor overhead blijft, na harmonisering op organisatieniveau, in lijn met de doorgevoerde verlaging in 2025. Daarnaast worden de kosten voor de tolkendienst opgenomen in de begroting. Dit is een inburgeringsvoorziening die door gemeenten wordt gefinancierd vanuit de SPUK Inburgering. Regio Rivierenland zal deze kosten volgens afspraak doorbelasten aan de gemeenten.
20 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Programma 2 Bedragen x € 1.000 Lasten Baten Subtotaal Gemeentelijke bijdrage Saldo van baten en lasten Onttrekking reserve Storting reserve Resultaat
Rekening 2024 14.377 16.058 1.682 1.682 137 76 1.742
Begroting 2025 13.133 14.757 1.625 1.625 1.625
Begroting 2026 12.709 14.126 1.417 1.417 184 1.601
Toelichting bij de tabel: Het begrote resultaat van € 1.601.000 (voordeel) is gelijk aan het bedrag van de overheadkosten, die conform BBV-voorschrift niet meer aan het programma worden toegerekend, maar integraal (bij programma 3) worden verantwoord.
Producten Tot dit programma behoren de volgende producten: - Doorstroompunt (voorheen RMC) - Leerplicht - Sociale Recherche - Coördineren en beheren van de uitvoering van Basismobiliteit (Versis) - Uitvoeringsondersteuning Wmo/Jeugd - Wet Inburgering
Achtergronden bij dit programma Meer informatie over Contractgestuurde dienstverlening is te vinden op onze website: www.regiorivierenland.nl.
21 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Programma 3 – Algemene baten en lasten In dit programma worden de overheadkosten centraal begroot en verantwoord, die niet meer toegerekend worden aan taken/activiteiten. Alleen de kosten die een directe relatie hebben met het primaire proces worden aan de programma's toegerekend. Naast de overheadkosten worden binnen dit programma ook de resultaten uit Treasury en de centrale budgetten voor onvoorziene uitgaven en vennootschapsbelasting begroot en verantwoord. Resumerend zijn in programma 3 Algemene baten en lasten de volgende onderdelen opgenomen: Programma onderdelen programma 3 Algemene baten en lasten A Overhead Taakveld 0.4 uit de Regeling vaststelling taakvelden en verstrekking informatie voor derden. B Treasury Het renteresultaat zoals opgenomen in taakveld 0.5 uit de Regeling vaststelling taakvelden en verstrekking informatie voor derden. C Onvoorziene uitgaven Het centrale budget voor onvoorziene uitgaven maakt deel uit van taakveld 0.8 'Overige baten en lasten' uit de Regeling vaststelling taakvelden en verstrekking informatie voor derden. D Vennootschapsbelasting Het centraal begrote bedrag voor de heffing van vennootschapsbelasting wordt opgenomen in taakveld 0.9 'Vennootschapsbelasting' uit de Regeling vaststelling taakvelden en verstrekking informatie voor derden.
De financiën van dit programma Financiële aandachtspunten
Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht van de financiën van dit programma. Hieronder volgen de belangrijkste financiële aandachtspunten: - De overhead toerekening over de verschillende taken in programma 1 en 2 is geharmoniseerd. - De lasten bestaan hoofdzakelijk uit de kosten van overhead. De totale lasten bij programma 3 zijn t.o.v. de begroting 2025 per saldo met € 250.000 gestegen. De baten zijn gestegen met € 178.000. - De mutaties in de lasten bestaan uit hogere kosten door prijsindexatie (€ 29.000), hogere kosten door salarisindexatie (€ 74.000), hogere kosten door bijstelling inschaling (€ 40.000), lagere lasten door een verlaging van de formatie P&O (- € 28.500) en hogere lasten door detachering (€ 136.000). - In het bedrag van de begrote baten van in totaal € 436.000 is een bijstelling van de opbrengsten uit dienstverleningsovereenkomsten opgenomen (€ 32.000), de opbrengst uit detachering verwerkt (€ 136.000) en zijn de verwachtte rente-inkomsten (€ 120.000), als gevolg van binnengehaalde subsidie opgenomen. Dit leidt tot een verlaging van de gemeentelijke bijdrage van € 110.000 door het wegvallen van de toegerekende rente van € 10.000.
- De inzet van de reserves is begroot op € 133.000 en bestaat uit de inzet van de reserve Herhuisvesting (€ 82.500) en de inzet van de reserve Desintegratiekosten voor de financiering van de lasten van het ICT-plan, waarmee we de vernieuwing/modernisering van de ICT-Infrastructuur hebben gerealiseerd (€ 50.500). Na de samenvattende cijfertabel is een gedetailleerde specificatie opgenomen van de overheadkosten per onderdeel, waardoor de kosten van onze bedrijfsvoering transparant en inzichtelijk zijn vastgelegd in de begroting. Bovendien wordt daarmee een betere sturing en control gerealiseerd.
Programma 3 Bedragen x € 1.000 Lasten Baten Subtotaal Gemeentelijke bijdrage Saldo van baten en lasten Onttrekking reserve Storting reserve Resultaat
22 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Rekening 2024 3.442 742 -2.701 -211 -2.912 84 -2.827
Begroting 2025 3.599 258 -3.341 -3.341 86 -3.255
Begroting 2026 3.848 546 -3.303 -110 -3.413 133 -3.279
Overzicht van de kosten van overhead Conform wettelijk voorschrift (BBV) nemen we in een apart overzicht de kosten van de overhead op in het programmaplan, zodat via de programmabegroting inzicht wordt gegeven in de kosten van de overhead voor de gehele organisatie. Overhead heeft betrekking op ondersteunende taken die niet direct dienstbaar zijn aan de externe klant of het externe product. De algemene definitie luidt als volgt: overhead heeft betrekking op alle
kosten die samenhangen met de sturing en de ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces.
In onderstaand overzicht is een specificatie opgenomen van de overhead, waarbij voor het onderscheid naar de verschillende kostencomponenten aansluiting is gezocht bij de definitie en opsomming uit de Notitie Overhead van de BBV-commissie. De inrichting van onze administratie sluit hierop aan.
Overhead
Bedragen x € 1.000
Begroting 2026
Wijze van verdeling en toerekening van de overhead
Directie en management primair proces Bedrijfsvoering Huisvesting Personeelszaken en organisatie Informatievoorziening en automatisering Totaal lasten
1.058 percentages en fte's 1.985 percentages en fte's 261 percentages en fte's 275 percentages en fte's 259 percentages en fte's 3.838
Vergoeding overeenkomst desintegratiekosten Avri Overige ontvangen bijdragen in de overheadkosten Totaal baten Saldo van de baten en lasten bij Overhead Mutaties reserves Onttrekking reserve Herhuisvesting Onttrekking reserve Desintegratiekosten Totaal mutaties reserves Saldo/resultaat taakveld 0.4 Overhead
133 292 426 3.413 83 51 133 3.279
Op basis van de in bovenstaande tabel weergegeven verdeelsleutels bedraagt de overhead voor programma 1 Regionale samenwerking € 1.679.000 en voor programma 2 Contractgestuurde dienstverlening € 1.601.000. Voor de uitvoeringsteams van Contractgestuurde dienstverlening komt dat neer op een gemiddeld bedrag van € 40.800 per fte (dat is nu inclusief de kosten voor het teammanagement). Overhead en apparaatskosten In onderstaand overzicht zijn de lasten gespecificeerd. Specificatie
Overhead
Bedragen x € 1.000 Totaal lasten overhead Uitvoeringsteams Contractgestuurde dienstverlening Speerpunt- en beleidsondersteuning en projecten Totaal lasten Percentage van de totale lasten Bedrag per inwoner
Apparaatskosten
3.838
€
3.838 19,5% 15,01 €
3.838 3.911 1.163 8.913 45,3% 34,86
De overhead, uitgedrukt als percentage van het totaal van de begrote lasten, is t.o.v. de begroting 2025 gestegen met 0,7% punten (van 18,8% naar 19,5%). De procentuele stijging in de begroting 2026 heeft te maken met de daling van de lasten binnen programma 2, Contractgestuurde Dienstverlening. Treasury De investeringen en overige activiteiten hebben we met eigen middelen (voornamelijk reserves) gefinancierd. Hierdoor realiseren we in de begroting een positief resultaat uit treasury, dat we via de gemeentelijke bijdrage teruggeven aan de gemeenten.
23 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Alle rentelasten en rentebaten worden begroot en verantwoord op het taakveld Treasury. In de paragraaf Financiering is een renteschema opgenomen, dat inzicht geeft in de rentebaten, rentelasten en het begrote renteresultaat. Het saldo en de samenstelling van het resultaat uit treasury is in onderstaand overzicht samengevat. Specificatie
Bedragen x € 1.000 Rentebaten Rentelasten externe financiering (BNG-leningen) Rentelasten overig Saldo rentelasten en rentebaten Af: toerekening rente aan gronden die in erfpacht zijn uitgegeven (projectfinanciering) Totaal van de aan de overige vaste activa (taakvelden) toe te rekenen rente De aan de overige vaste activa (taakvelden) toegerekende rente Begroot resultaat taakveld 0.5 Treasury
Treasury -120 -120 -120 -120
Per saldo resteert een begroot positief resultaat uit treasury van € 120.000, dat via de gemeentelijke bijdrage wordt teruggegeven aan de gemeenten.
Onvoorziene uitgaven In de begroting 2026 is een centraal budget voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 10.000. Financiering gebeurt via de gemeentelijke bijdrage.
Vennootschapsbelasting
Regio Rivierenland is vanaf 1 januari 2016 belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Bij de taken die als ondernemersactiviteit worden aangemerkt moet over de behaalde (fiscale) winsten vennootschapsbelasting worden afgedragen, tenzij één van de in de wet opgenomen vrijstellingen van toepassing is. Voor het begrotingsjaar 2026 wordt geen heffing van vennootschapsbelasting verwacht.
Producten
Tot dit programma behoren de volgende taakvelden/producten: - Overhead - Treasury - Onvoorziene uitgaven - Vennootschapsbelasting
24 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Paragraaf 1 – Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten in 2026 De weerstandscapaciteit van de regio is voldoende om de risico’s die we lopen op te vangen. We zetten het beleid ongewijzigd voort.
Toelichting bij de financiële risico’s
Onderstaande risico’s zijn relevant voor de begroting 2026: - Bij Contractgestuurde dienstverlening werken we met dienstverleningsovereenkomsten. - Aan het werken met dienstverleningsovereenkomsten zijn financiële risico's verbonden. De financiële risico's en eventuele tekorten bij de uitvoering van taken voor gemeenten kunnen worden opgevangen door inzet van de risicoreserve Contractgestuurde dienstverlening. - Voor de uitvoering van het vervoer zijn overeenkomsten gesloten met een regiecentrale en een aantal vervoerders. Financiële risico's bestaan bij een eventueel faillissement van een van de partijen. Daarnaast bestaan risico's bij onenigheid tussen opdrachtgever en uitvoerende ondernemers, wat uiteindelijke financiële gevolgen kan hebben. Tot slot kunnen er financiële risico's zijn op het gebied van personele verplichtingen, als de uitvoering van Versis door de Regio wordt beëindigd. De gevolgen van financiële risico's en tekorten kunnen worden gefinancierd vanuit de risicoreserve Contractgestuurde dienstverlening. - In het verleden is een integrale inventarisatie uitgevoerd naar de financiële risico's bij het Regiokantoor van Regio Rivierenland, waarbij tevens een koppeling is gelegd met de saldi van reserves en voorzieningen om de risico's te kunnen dekken.
De in de balans opgenomen algemene reserve van € 474.000 wordt voldoende geacht voor het afdekken van de financiële risico's. - Er functioneren voldoende controle- en beheersingsmaatregelen binnen het Regiokantoor van Regio Rivierenland. De frauderisico's worden als 'laag' gekwalificeerd. De uitvoeringsaspecten van risicomanagement en de daarmee samenhangende ontwikkelingen in de organisatie worden hierna in deze paragraaf toegelicht.
25 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Toelichting op het begrip weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen is afhankelijk van de benodigde weerstandscapaciteit – de ingeschatte risico’s – en de beschikbare weerstandscapaciteit – de middelen die beschikbaar zijn om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. Het weerstandsvermogen wordt gevormd door de aanwezige middelen om de nadelige gevolgen van risico’s op te vangen. Het gaat bij het weerstandsvermogen met name om risico’s die niet via verzekeringen of voorzieningen kunnen worden ondervangen. In onderstaand schema is dit weergegeven: Bekende risico’s
Beschikbare middelen
Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandscapaciteit
Weerstandsvermogen
De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door: -
de verwachte impact van de aanwezige risico’s; de gewenste mate van zekerheid dat de risico’s kunnen worden opgevangen; de mate waarin de risico’s al op andere wijze zijn afgedekt.
De beschikbare weerstandscapaciteit is het totaal aan middelen en mogelijkheden waarover de regio kan beschikken om eventueel optredende niet begrote kosten af te dekken, zonder invloed op de uitvoering van taken. De middelen die we tot de beschikbare weerstandscapaciteit rekenen zijn: - de vrije aanwendbare reserves; - de stille reserves; - de post onvoorzien in de begroting.
Beleid omtrent weerstandscapaciteit Regio Rivierenland is een gemeenschappelijke regeling die taken uitvoert in opdracht van acht gemeenten. Het weerstandsvermogen van de regio wordt gevormd door het weerstandsvermogen van de afzonderlijke gemeenten. Niettemin zijn er redenen om ook binnen de regio financiële weerstand op te bouwen. Op grond van wettelijke voorschriften is de regio verplicht voorzieningen te vormen voor kwantificeerbare risico’s, verplichtingen en verliezen. Daarnaast is het wenselijk om voor bepaalde activiteiten een reserve te hebben om te voorkomen dat bedrijfsresultaten en onvoorziene omstandigheden grote afwijkingen veroorzaken in de jaarlijks geraamde gemeentelijke bijdragen en tarieven. De afgelopen jaren is de vaste gemeentelijke bijdrage van de gemeenten deels omgezet naar dienstverleningsovereenkomsten. Het leveren van maatwerk en flexibiliteit heeft als nadeel dat er meer (financiële) risico’s in de bedrijfsvoering ontstaan. Om deze risico’s op te kunnen vangen heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de vorming van reserves.
26 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Overzicht van weerstandscapaciteit en risico’s bij de programma's Regionale samenwerking en Contractgestuurde dienstverlening Om het inzicht te versterken in de bestaande en toekomstige financiële risico's en de mate waarin deze zijn afgedekt door reserves heeft het Regiokantoor in het verleden een onderzoeksrapport 'Risico's bij Regio Rivierenland' op laten stellen. Mede op basis van de uitkomsten van de risico-inventarisatie en de in het onderzoekrapport opgenomen adviezen is een algemene reserve gevormd van € 474.000 als extra buffer voor het afdekken van (financiële) risico's. In algemene zin kan gesteld worden dat er geen (grote) risico's zijn bij het Regiokantoor die om directe aanpassing in de bedrijfsvoering vragen. Risico bij Contractgestuurde dienstverlening in de afgelopen jaren aanzienlijk gedaald. Onze inspanningen zijn gericht op een reëel en structureel sluitende begroting bij de contractactiviteiten (programma 2) in de (meerjaren)begroting vanaf 2023. De sturing op kosten is geïntensiveerd en verbeterd en streven we naar een financieel sluitende exploitatie. Toelichting bij de risicoreserve Contractgestuurde dienstverlenin4 Voor het opvangen van tekorten (en overige financiële risico's) bij de uitvoering van contractactiviteiten (programma 2 Contractgestuurde dienstverlening) is een risicoreserve gevormd.
Deze reserve is bedoeld om tegenvallende resultaten en/of wegvallende vraag op flexibele taken op te kunnen vangen. Een reserve van maximaal 30% van de totale uitgaven bij Contractgestuurde dienstverlening wordt voldoende geacht om de bedrijfsvoeringrisico’s op te kunnen vangen (Besluit van het Algemeen Bestuur uit april 2011). De flexibele taken van Contractgestuurde dienstverlening bevatten risico’s voor Regio Rivierenland, waarbij te denken valt aan ziekte en inhuur van personeel en fluctuaties in de vraag naar diensten/producten. Ook zijn er risico’s op het gebied van vraag en aanbod. Hiertegenover staat dat de gemeenten betalen voor de gevraagde diensten. In het uiterste geval zijn gemeenten als eigenaar van de Regio Rivierenland verantwoordelijk voor tekorten die niet kunnen worden gedekt uit de gevormde reserves.
Onvoorziene uitgaven
In de Nota reserves en voorzieningen is ten aanzien van de weerstandscapaciteit van de programma's Regionale samenwerking en Contractgestuurde dienstverlening bepaald dat er een post ‘onvoorzien’ in de begroting opgenomen kan worden voor incidentele tegenvallers. In de programmabegroting 2026 is een bedrag van € 10.000 opgenomen voor onvoorziene uitgaven.
Maatregelen op het gebied van risicobeheersing en risicomanagement
We hebben verzekeringen afgesloten voor onze eigendommen en voor het personeel. We hebben verzekeringen op het gebied van brand/opstal + inventaris/goederen, computerverzekering, aansprakelijkheid, rechtsbijstand en goed werkgeverschap. Eventuele financiële risico's en kosten van schades kunnen veelal via verzekeringspolissen worden gedekt. De werkorganisatie en de werkprocessen zijn zodanig ingericht, dat voldoende (controle-) procedures en beheersmaatregelen functioneren om financiële risico's en frauderisico's te voorkomen of in ieder geval te beperken. We werken met (meerjarige) contracten, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting/onderhoud om de risico's ten aanzien financiële verplichtingen te reduceren. Ook voor de inkomsten geldt, dat we contractafspraken maken met onze klanten (bijvoorbeeld via dienstverleningsovereenkomsten). Het beheer van subsidiegelden en de bewaking van subsidievoorwaarden en -verplichtingen is voldoende ingebed in de organisatie.
27 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Ten aanzien van de geldmiddelen wordt opgemerkt dat de organisatie geen eigen kas heeft. Alle geldstromen lopen via de bank (BNG), waardoor geen risico's bestaan ten aanzien van vervreemding of verduistering van kasgelden. De banktegoeden zijn ondergebracht bij de schatkist, waardoor ook ten aanzien van het onrechtmatig gebruik van banktegoeden de financiële risico's grotendeels zijn afgedicht, omdat voor het ontvreemden van gelden extra stappen ondernomen moeten worden. Bovendien zijn in het proces van bankbetalingen meerdere controlestappen aangebracht. Voor wat betreft de gemeentelijke bijdrage zijn in de Regeling Regio Rivierenland bepalingen opgenomen, waardoor financiële risico's worden beperkt, in ieder geval voor de korte termijn. Overige getroffen maatregelen betreffen voornamelijk organisatorische maatregelen, passend bij de ontwikkelingen in de bedrijfsvoering en de dynamiek van het werken in een gemeentelijke (politieke) omgeving. Er wordt geïnvesteerd in personeel via training, opleidingen en loopbaanbegeleiding. Daarnaast is er aandacht voor de kwaliteit, betrouwbaarheid en continuïteit van (ICT-)systemen en de hiermee samenhangende activiteiten op het gebied van databeheer en informatiebeveiliging.
Overige financiële risico’s Op grond van de wettelijke voorschriften mogen in de balans geen arbeidskosten gerelateerde verplichtingen worden opgenomen met een jaarlijks gelijkblijvend volume. Dit heeft onder meer betrekking op de verplichting verlofdagen. Als gevolg van de toegenomen werkvoorraad en werkdruk zien we een groei in het verlofsaldo bij medewerkers. De lasten daarvan worden gerealiseerd op het moment dat het verlof wordt opgenomen of uitbetaald. Voor de latente verlofverplichtingen is geen budget in de begroting opgenomen en daarmee vormt de verplichting voor verlofdagen (in de jaarrekening 2024 een bedrag van € 186.000) een belangrijke financiële risicopost.
28 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Paragraaf 2 – Onderhoud kapitaalgoederen
Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten in 2026 We zetten het beleid ongewijzigd voort.
Beleidskader Het beleid ligt vast in het meerjarenonderhoudsplan Het beleidskader ligt vast in de beleidsnotitie Onderhoud gebouwen. Uitgangspunt is dat op langere termijn ons bedrijfspand op een adequate wijze wordt onderhouden. Renovaties en nieuwbouw moeten hiervan los worden gezien. Hiervoor dienen afzonderlijk middelen beschikbaar te worden gesteld door het Algemeen Bestuur. Het onderhoudsplan is doorgerekend voor een periode van 16 jaar. Jaarlijks wordt nagegaan of de voorziening een toereikend saldo heeft en of het meerjarenonderhoudsplan bijstelling behoeft.
Financiële consequenties en vertaling daarvan in de begroting Onderhoudsvoorziening pand Burg. van Lidth de Jeudelaan
In 2024 is door het algemeen bestuur een nieuw meerjarenonderhoudsplan vastgesteld. We hebben in de begroting 2026 de storting in de onderhoudsvoorziening vastgelegd op € 15.546, gelijk aan het geraamde bedrag in de begroting 2025. Het geplande/geraamde verloop van de onderhoudsvoorziening meerjarig is als volgt.
Onderhoudsvoorziening gebouwen Burg. Van Lidth de Jeudelaan Bedragen x € 1.000 Stand 1 januari Dotatie voorziening Onttrekking voorziening Stand 31 december
Begroting 2026 47 16 0 63
Begroting 2027
Begroting 2028
63 16 276
76 16 0 92
Begroting 2029 92 16 3474
29 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Paragraaf 3 – Bedrijfsvoering
Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten in 2026 Algemeen De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens rond de bedrijfsvoering. Met bedrijfsvoering worden de bedrijfsprocessen bedoeld die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit de programma's 1 en 2 te realiseren. Onze organisatie is voortdurend in verandering door de dynamiek in het openbaar bestuur en de ontwikkelingen in de samenleving. Verandering zal de constante factor zijn voor onze organisatie. Dat vraagt een organisatie die daarmee om kan gaan en kwaliteit blijft leveren. Het Dagelijks Bestuur is verantwoordelijk voor een adequate bedrijfsvoering. Het Algemeen Bestuur heeft hierbij een kaderstellende en controlerende taak. De organisatie van de Gemeenschappelijk Regeling Regio Rivierenland bestaat uit drie onderdelen: 1. Programma's en projecten (programma 1): Dit onderdeel richt zich op de procesmatige facilitering van regionale samenwerking op bijvoorbeeld de thema's wonen, economie, energie en mobiliteit. Daarmee worden de opgaven uit programma 1 van de begroting verwezenlijkt. 2. Contractgestuurde Dienstverlening (programma 2): Dit onderdeel voert 6 gemeentelijke taken uit: leerplicht, doorstroompunt (RMC), wmo-jeugd, inburgering, sociale recherche en versis (leerlingenvervoer). Daarmee worden de opgaven uit programma 2 van de begroting gerealiseerd. 3.
Algemene Baten en Lasten (programma 3): Dit onderdeel bestaat uit HR, Financiën, Informatievoorziening & Automatisering, Informatieveiligheid en privacy (FG), Facilitair, Juridische Zaken, Informatiebeheer, Communicatie en Secretariaat. Dit onderdeel is gericht op de bedrijfsvoering van de GR Regio Rivierenland en de interne dienstverlening en bedrijfsprocessen die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit de programma's 1 en 2 te realiseren.
Programma's en projecten (Programma 1) De samenwerking tussen de gemeenten wordt gefaciliteerd door programmamanagers en projectleiders voor diverse beleidsvelden/opgaven. Zij faciliteren de samenwerking tussen de gemeenten (en tussen gemeenten en samenwerkingspartners) op een hoogwaardig procesmatig niveau en anticiperen daarbij op de wensen van de gemeenten en maatschappelijke ontwikkelingen (veranderingen, bedreigingen en kansen voor de gemeenten). Samen met de gemeenten zetten we in op het transparant maken en houden van de onderwerpen die op regionaal niveau spelen en opgepakt worden, zodat de gemeenten(raden) het overzicht behouden en de inhoudelijke richting kunnen blijven bepalen.
Contractgestuurde dienstverlening (Programma 2) Bij de Contractgestuurde Dienstverlening ontzorgen we de gemeenten op maat in de uitvoering van gemeentelijke taken omdat gemeenten meerwaarde zien om die taken op regionaal schaalniveau op te pakken. Die meerwaarde zit in robuustheid (medewerkers kunnen elkaar vervangen), efficiëntie (werkzaamheden kunnen optimaal verdeeld, niet per definitie per gemeente) en kostenbesparing (gemeenten profiteren van schaalvoordelen).
Bedrijfsvoering (Programma 3) De ondersteunende diensten (HR, Financiën, Informatievoorziening & Automatisering, Informatieveiligheid en privacy (FG), Facilitair, Juridische Zaken, Informatiebeheer, Communicatie en Secretariaat) staan direct ten dienste van het primair proces van de organisatie, de taken uit programma 1 en 2. Ten behoeve van de instandhouding van de regionale samenwerking zelf, zijn op concernniveau werkzaamheden nodig. De concernondersteuning is gericht op: • Het werkgeverschap (arbeidsvoorwaarden (incl. facilitaire zaken en ICT-faciliteiten), personeelsregelingen, OR). • De planning- en controlcyclus, monitoring en financieel advies. • Control (interne controle en algemene financiële control). • Organisatie-inrichting (treasury, budgetbeheer, mandatering, organisatieregelingen). • Juridische control (gemeenschappelijke regeling en interne reglementen en verordeningen). • Informatiebeheer (centrale archiefverantwoording en –wetgeving, beveiliging (persoons)gegevens). • Concerncommunicatie (website, intranet, nieuwsuitingen, folders). • Bestuursondersteuning (faciliteren bestuursvergaderingen, regiomiddagen, regionale agendacommissie en bijeenkomsten).
30 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Doorontwikkeling bedrijfsvoering
In 2026 gaan we de taakstelling van 1,5% op de gemeentelijke bijdragen realiseren door verlaging van het salarisbudget bij HR, verhoging van de onttrekking uit reserves voor afschrijvingslasten (dit conform de bestemmingsreserve) en het opnemen van de verwachte renteopbrengst in de begroting. We ontvangen de rente op de tegoeden die we hebben vanuit de (provinciale) subsidies en rijksbijdragen die we ontvangen. Met deze maatregelen voldoen we aan de oproep van de gemeenten en kunnen we ook onze budgetten indexeren. We zullen in 2026, middels de vastgestelde op- en afschaling berekeningssystematiek, sturen op het behouden van balans in de capaciteit bij bedrijfsvoering in relatie tot de taken in het primaire proces. Concreet betekent dit een verlaging van de formatie bij HR met 0,22 fte. Daarnaast investeren we enerzijds in kennis, competenties en behoud van medewerkers en anderzijds door interne bedrijfsprocessen te automatiseren en te digitaliseren. De complexiteit van de opgaven neemt steeds verder toe. Als gevolg hiervan wordt de samenwerking met partners en het gezamenlijk maken van keuzes en bedenken van slimme integrale oplossingen steeds belangrijker. Om gemeenten goed van dienst te blijven én de toekomstige ambities te realiseren, vraagt dit in snel tempo iets van de ontwikkeling van medewerkers, zowel in kennis als in competenties en vaardigheden.
Daarbij komt dat de krapte op de arbeidsmarkt sterk toeneemt in vrijwel alle sectoren. Om medewerkers te blijven binden aan de organisatie en om nieuwe medewerkers te werven, zullen wij een aantrekkelijke werkgever moeten blijven. Om goed werkgeverschap meer vorm en inhoud te geven, blijven wij onder andere inzetten op het concept van Great Place To Work. Het door ontwikkelen van de organisatie vraagt naast de verdere ontwikkeling van medewerkers en goed werkgeverschap, ook om automatisering en digitalisering van interne processen. Wanneer de bedrijfsprocessen niet verder geautomatiseerd worden, vergen reguliere interne processen onnodig veel tijd en capaciteit en leidt dit tot een te hoge werkdruk met de daaraan gekoppelde risico’s van verminderde vitaliteit en uitval. Deze doorontwikkeling (efficiëntieslag) is dan ook noodzakelijk om de dienstverlening naar de gemeenten kwalitatief goed te continueren.
Beleidsindicatoren Met de wetswijziging van maart 2016 in het kader van de Vernieuwing van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn een aantal beleidsindicatoren vastgesteld, die verplicht in de programma's en programmaverantwoording opgenomen moeten worden. De wettelijk voorgeschreven beleidsindicatoren binnen programma 3 zijn in het hierna opgenomen overzicht benoemd en toegelicht.
Beleidsindicator Personele formatie (fte per 1.000 inwoners) Personele bezetting (fte per 1.000 inwoners) Externe inhuur (percentage van de totale salariskosten) Overhead (percentage van de totale lasten) Apparaatskosten (bedrag per inwoner)
Begroting
€
0,290 0,271 1,1% 19,5% 34,66
31 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Toelichting bij de beleidsindicatoren Personele formatie en personele bezetting
De personele formatie is gebaseerd op het actuele formatieoverzicht , waarin ook de vacatures en formatie gerelateerde begrotingswijzigingen zijn meegenomen. In onderstaand overzicht zijn de besluiten met betrekking tot de personele formatie en aanstellingen tot 1 februari 2025 zijn verwerkt.
Specificatie Directie en management primair proces Concern- en bestuursondersteuning, ICT, AVG en administratie Speerpunt- & beleidsondersteuning en projecten Uitvoeringstaken Contractgestuurde dienstverlening Traineeship Proces-/programmamanager Arbeidsmarktregio Rivierenland* Totaal fte Totaal fte per 1.000 inwoners *)
Personele formatie (incl. vacatures)
Personele bezetting
7,00 17,28 8,67 38,92 2,67 74,54 0,290
7,00 14,81 7,89 38,10 2,00 69,80 0,271
De proces-/programmamanager Arbeidsmarktregio Rivierenland (voorheen RW-POA) zijn op 1 maart 2020 bij Regio Rivierenland in dienst gekomen.
De personele bezetting is per saldo 2,61 fte lager dan de personele formatie. Het verschil bestaat uit formatieplaatsen die tijdelijk ingevuld zijn met externe inhuur en medewerkers met een tijdelijke aanstelling op basis van projectgelden (geen formatieplaatsen).
Externe inhuur
De in de salarisbegroting opgenomen budgetten voor externe inhuur komen in de begroting 2026 uit op een bedrag van € 88.000. Dat is 1,1% van het salariskostenbudget in de begroting. De inhuurbudgetten hebben betrekking op de teams Versis en Bedrijfsvoering. In het geval we voor (tijdelijke) projecten extern personeel inhuren, worden de lasten hiervan gefinancierd uit de projectopbrengsten. De eventuele inhuurkosten voor projecten zijn niet in de salarisbegroting meegenomen.
32 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Paragraaf 4 – Financiering
Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten in 2026 We zetten het beleid ongewijzigd voort.
Beleidskader: het Treasurystatuut van de regio In het Treasurystatuut staan de uitgangspunten en doelstellingen voor het treasurybeleid vermeld. De uitvoering en ontwikkelingen worden in deze paragraaf toegelicht. Onderdelen: - Algemene ontwikkelingen - Treasurybeheer - (Krediet) Risicobeheer - Financiering - Ontwikkeling liquiditeitspositie
Algemene ontwikkelingen
Dit onderdeel schetst de belangrijkste interne en externe ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de treasuryfunctie, alsmede wijzigingen in de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), de wet Hof en het Verplicht Schatkistbankieren voor decentrale overheden.
Interne ontwikkelingen
Regio Rivierenland voldoet bij de uitvoering van de treasuryfunctie aan de wet- en regelgeving. Bij wet van 11 december 2013 tot wijziging van de Wet financiering decentrale overheden is het een verplichting geworden om overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist van het Rijk. Gelden tegen gunstige rentetarieven uitzetten op spaarrekeningen of deposito's bij andere financiële instellingen is met de invoering van Schatkistbankieren niet meer toegestaan. Er mag een bedrag ter hoogte van 2,00% (met een ondergrens van € 1.000.000) van het jaarlijkse begrotingstotaal buiten de schatkist gehouden worden voor de uitvoering van dagelijkse taken. Wij hebben de drempelwaarde vastgelegd op € 450.000, omdat bij een banksaldo boven € 500.000 een rentevergoeding aan de BNG betaald moet worden.
Externe ontwikkelingen, rente-ontwikkelingen
De belangrijkste externe ontwikkelingen zijn (internationale) economische indicatoren en de invloed hiervan op de geld- en kapitaalmarkt, alsmede wijzigingen in wet- en regelgeving. Regio Rivierenland kent geen zelf ontwikkelde rentevisie. Zij volgt de marktgegevens en renteontwikkelingen via publicaties van gerenommeerde financiële instellingen. We verwachten dat de rente op de geld- en kapitaalmarkt in de komende periode op het huidige niveau zal blijven.
Treasurybeheer
Het treasurybeheer is de (beleids) uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van het huidige treasurystatuut. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, financiële geldstromen, de financiële posities en hieraan verbonden risico’s. Met de invoering van schatkistbankieren is de aandacht voor het volgen en bewaken van de banksaldi en de mutaties in 's Rijks schatkist verder geïntensiveerd.
33 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Risicobeheer Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is een wettelijke limiet en bepaalt de maximale omvang van de externe kortgeldpositie in enig jaar. De zogenaamde netto vlottende schuld mag maximaal 8,2% bedragen van het begrotingstotaal van € 19.669.000. Daarboven moet lang geld worden aangetrokken. De kasgeldlimiet voor Regio Rivierenland bedraagt voor 2026 € 1.613.000 In de meerjarenraming is geen overschrijding van de kasgeldlimiet voorzien Kasgeldlimiet
Bedragen x € 1.000
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Grondslag voor norm: omvang oorspronkelijke begroting
19.225
19.173
19.669
20.652
21.198
21.742
Kasgeldlimiet o.g.v. wet Fido: 8,2% van grondslag
1.576
1.572
1.613
1.693
1.738
1.783
Gemiddelde vlottende schulden Gemiddelde vlottende middelen Gemiddelde netto vlottende schulden In percentage t.o.v. begroting Ruimte (+) / overschrijding (-)
1.240 1.240 1.240 1.240 1.240 1.240 13.821 12.227 11.706 11.686 11.656 11.594 -12.581 -10.987 -10.466 -10.446 -10.416 -10.355 -65% -57% -53% -51% -49% -48% -14.158 -12.559 -12.079 -12.140 -12.154 -12.137
Renterisico
De renterisiconorm is ook een wettelijke limiet en beperkt de vaste schuld die in enig jaar voor aflossing of renteherziening in aanmerking komt tot 20% van het begrotingssaldo Derhalve is er geen renterisico gezien Regiorivierenland geen leningen heeft.
Kredietrisicobeheer
Regio Rivierenland loopt geen risico’s bij het uitzetten van geldmiddelen. De gelden zijn belegd conform de voorwaarden genoemd in het treasurystatuut.
Frauderisico
We hebben bij het Regiokantoor een inventarisatie van frauderisico's uitgevoerd. Het doel van deze frauderisicoanalyse is vast te stellen hoe het staat met de kwaliteit van beheersing van frauderisico's binnen onze organisatie en welke beheersingsmaatregelen er eventueel nog genomen moeten worden ter voorkoming van eventuele fraude. De belangrijkste frauderisico's hebben betrekking op fraude met bancaire middelen, kantoorvoorraden en onrechtmatig gebruik van subsidiegelden. Er functioneren voldoende controle- en beheersingsmaatregelen binnen het Regiokantoor van Regio Rivierenland en de frauderisico's worden als 'laag' gekwalificeerd. Financiering De aanwezige vaste activa zijn volledig met eigen middelen betaald. Sinds de overname van de BNG leningen door Avri verloopt de financiering enkel nog via eigen reserves.
Financiering
Bedragen x € 1.000 Totale kapitaalbeslag in vaste activa Eigen vaste financieringsmiddelen (reserves) Vaste schulden (Leningen BNG) Totaal van de langlopende financiering
Prognose 1-1-2026 564 2.187 2.187
Er is een surplus aan langlopende financieringsmiddelen. Dat heeft voor een groot deel te maken met de verkoop eind 2018 van het pand JS de Jongplein. Het overschot aan kortlopende middelen hebben we ondergebracht bij ’s Rijks Schatkist. De financiering van onze eigen bedrijfsactiviteiten en investeringen gebeurt uit eigen middelen (voornamelijk reserves). Een belangrijk voordeel van de financiering met eigen financieringsmiddelen (reserves) is, dat geen rentelasten betaald hoeven te worden. De reserves worden de komende jaren afgebouwd en ingezet voor de bekostiging van de herhuisvesting (verbouwingsinvesteringen) en het ICT-plan (modernisering ICT-infrastructuur en vervanging kantoorautomatisering). In meerjarig perspectief wordt de inzet van de bestemmingsreserves jaarlijks
34 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
afgebouwd, waardoor we ook in de toekomst een reëel en structureel sluitende begroting realiseren.
Wettelijke kaders In de Notitie Rente van de BBV-commissie zijn voorschriften opgenomen voor de wijze waarop de rente verwerkt moeten worden in de begroting. Alle rentelasten en rentebaten uit hoofde van financieringen moeten bij Treasury worden verantwoord. Er mag een rentevergoeding over eigen financieringsmiddelen (reserves) worden berekend, maar deze rentevergoeding is gemaximeerd tot het rentepercentage dat is gebaseerd op het gewogen samenstel van de rentelasten over de externe financiering (langlopend én kortlopend). De omslagrente moet op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele vaste activa. Het in de begroting voorgecalculeerde omslagpercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond. De BBV-commissie doet de aanbeveling om het Renteschema uit de Notitie Rente op te nemen in de paragraaf Financiering van de begroting. In de begroting 2026 hebben we de rentepercentages toegepast die in onderstaand overzicht zijn opgenomen.
Rentepercentages Langlopende financiering Rentevergoeding over eigen vaste financieringsmiddelen (reserves) Omslagrentepercentage
n.v.t. 0% 0,0%
Op de volgende pagina is het Renteschema opgenomen uit de Notitie Rente van de BBV-commissie, waarmee inzicht wordt gegeven in de rentelasten, de rentebaten, het renteresultaat en de wijze van toerekening van de rente aan investeringen.
Renteschema Renteschema
Bedragen x € 1.000 Rentebaten Rentelasten externe financiering (BNG-leningen) Rentelasten overig Saldo baten en lasten Af: toerekening rente aan gronden die in erfpacht zijn uitgegeven (projectfinanciering) Totaal van de aan de overige vaste activa toe te rekenen externe rente Rente over het eigen vermogen (niet van toepassing, geen externe rente) Totaal van de aan de overige vaste activa toe te rekenen rente De aan de overige vaste activa toegerekende rente (omslagpercentage 1,5%) Gerealiseerd renteresultaat
-120 -
Het resultaat uit Treasury (opgenomen in programma 3) komt uit op € 120.000 (voordelig) en is als volgt opgebouwd: • Begrote rentebaten uit ontvangen rente: € 120.000
35 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Paragraaf 5 –Verbonden partijen
Visie en beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee Regio Rivierenland een bestuurlijke en financiële band heeft.
Deelname in samenwerkingsverbanden
Regio Rivierenland heeft geen bestuurlijke en/of financiële belangen in andere samenwerkingsverbanden.
36 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Overzicht van baten en lasten en gemeentelijke bijdrage
Totaaloverzicht Overzicht baten en lasten Bedragen x € 1.000 Lasten 1. Regionale samenwerking 2. Contractgestuurde dienstverlening 3. Algemene baten en lasten Totaal lasten Baten 1. Regionale samenwerking 2. Contractgestuurde dienstverlening 3. Algemene baten en lasten Totaal baten Gemeentelijke bijdrage 1. Regionale samenwerking 2. Contractgestuurde dienstverlening 3. Algemene baten en lasten Totaal gemeentelijke bijdrage Saldo van baten en lasten Mutaties reserves 1. Regionale samenwerking 2. Contractgestuurde dienstverlening 3. Algemene baten en lasten
Rekening 2024
Onttr. Stort. Onttr. Stort. Onttr. Stort.
Totaal mutaties reserves Resultaat
Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage Bedragen x € 1.000 Programma 1 Regionale samenwerking Programma 2 Contractgestuurde dienstverlening Programma 3 Algemene baten en lasten Totaal Procentuele stijging
Begroting 2025
Begroting 2026
5.122 14.377 3.442 22.941
2.442 13.133 3.599 19.173
3.111 12.709 3.848 19.669
4.037 16.058 742 20.837
1.120 14.757 258 16.135
1.781 14.126 546 16.452
2.517 2112.306 202
2.951 2.951 -86
3.009 -110 2.899 -317
137 76 84 145 347
86 86 -
184 133 317 -
Rekening 2024
Begroting 2025
2.517 -211 2.306
2.951 2.951 28,0%
Begroting 2026 3.009 -110 2.899 -1,8%
De gemeentelijke bijdrage in de begroting 2026 komt uit op een bedrag van € 11,27 per inwoner. De mutaties worden hierna toegelicht.
37 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage De ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage geeft het volgende beeld:
Rekening 2024
Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage Gemeentelijke bijdrage programma's 1 t/m 3 Aantal inwoners Bedrag per inwoner
€
2.134.450 254.660 8,38
Begroting 2025
Begroting 2026
2.951.344 255.655 11,54
2.899.303 257.163 11,27
€
€
In de gemeentelijke bijdrage is niet de (project)bijdrage begrepen, die gemeenten betalen voor zaken zoals het Regionaal Investeringsfonds (RSF) en voor Mobiliteit. Deze bijdragen worden separaat gefactureerd. De stijging van de gemeentelijke bijdrage in de begroting 2026 is in onderstaand overzicht gespecificeerd. Mutaties gemeentelijke bijdrage Bedragen x € 1.000
Afwijking
Gemeentelijke bijdrage begroting 2025
2.951
Indexatie materiële en personele budgetten conform kaderbrief. Hogere overheadskosten als gevolg van mutaties binnen programma 3. Voordelig resultaat op Treasury uit begrote rentebaten
36 22 -110
Gemeentelijke bijdrage begroting 2026
N N V
2.899
Gemeentelijke bijdrage begroting 2025
Overzicht besluiten Algemeen Bestuur na vaststelling programmabegroting 2025. Nr. Omschrijving Gemeentelijke bijdrage programmabegroting 2025
Bedrag
x € 1.000
I/S*
Dekking
Datum besluit
2.951
Geen begrotingswijzigingen t/m AB maart 2025 Actueel saldo gemeentelijke bijdrage begroting 2025
2.951
De begrotingswijzigingen vanaf april 2025 worden in de Bestuursrapportage 2025 verwerkt Gemeentelijke bijdrage begroting 2025
2. 951
I=Incidenteel; S=Structureel
38 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Verschillenanalyse per programma
1. Regionale samenwerking
Bedragen x € 1.000 Lasten
Begroting 2025 2.442
Begroting 2026
Verschil
3.111
->
670
Speerpuntberaden & beleids- en projectondersteuning
Bijstelling Mobiliteitsfonds aan het aantal inwoners per 1-1-25 Mobiliteitsfonds van € 1,- per inwoner.
Speerpuntberaden & beleids- en projectondersteuning
In 2026 wordt eenmalig geen bijdrage voor het Regionaal Stimuleringsfonds geleverd ivm overgangsjaar REA.
(511)
Speerpuntberaden & beleids- en projectondersteuning
Toevoegen van projecten en subsidies van Wonen, Mobiliteit, RES en LEADER. Dit werd eerder bij de Bestuursrapportage in de begroting opgenomen.
1.215
Speerpuntberaden & beleids- en projectondersteuning Alle producten
Overhead
Baten
Door beëindiging traineeprogramma in 2025 gaat dit uit de begroting van 2026. Indexatie materiële en personele budgetten conform kaderbrief.
2
(72) 36
Een hoger bedrag voor de aan het programma toegerekende overheadkosten. De kosten van overhead zijn overeenkomstig wettelijk voorschrift (BBV) afzonderlijk verantwoord (bij programma 3); het effect op de gemeentelijke bijdrage is wel bij programma 1 verantwoord. 1.120
1.781
->
661
Bijstelling Mobiliteitsfonds aan het aantal inwoners per 1-1-25 Mobiliteitsfonds van € 1,- per inwoner.
Speerpuntberaden & beleids- en projectondersteuning
In 2026 wordt eenmalig geen bijdrage voor het Regionaal Stimuleringsfonds geleverd ivm overgangsjaar REA.
(511)
Speerpuntberaden & beleids- en projectondersteuning
Toevoegen van projecten en subsidies van Wonen, Mobiliteit, RES en LEADER. Dit werd eerder bij de Bestuursrapportage in de begroting opgenomen.
1.243
Speerpuntberaden & beleids- en projectondersteuning
Door beëindiging traineeprogramma in 2025 gaat dit uit de begroting van 2026.
(72)
2.951
3.009
->
36
22
Speerpuntberaden & beleids- en projectondersteuning
Gemeentelijke bijdrage
Impact op gem. bijdrage
2
58
58
39 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
2. Contractgestuurde Dienstverlening
Bedragen x € 1.000 Lasten
Begroting 2025
Begroting 2026
13.133
12.709
->
-423
Doorstroompunt
Het personeels- en materiële budget is geïndexeerd conform de kaderbrief. Bijstelling budgetten op basis van de verwachte rijksmiddelen. Per saldo resulteert dat in een stijging van de lasten van € 219.000.
219
Leerplicht
Het personeels- en materiële budget is geïndexeerd conform de kaderbrief. In 2026 wordt rekening gehouden met lasten op basis van de ingrado-norm. Daarnaast is er een effinciency voordeel bij de leerplichtadministratie. Per saldo betekent dit een verlaging van de lasten van € 21.000.
-21
Sociale Recherche
Het personeels- en materiële budget is geïndexeerd conform de kaderbrief. Daarnaast zijn een aantal materiële budgetten omlaag bijgesteld. Per saldo betekent dit geen wijziging in de hoogte van de lasten.
0
Inkoopbureau
Het regionaal Inkoopbureau is per 1-5-2025 geleidelijk afgebouwd en wordt niet meer vanuit Regio Rivierenland georganiseerd. Het maakt daarom geen onderdeel meer uit van de begroting in 2026.
-516
Basismobiliteit (Versis)
De beheerskosten en vervoerskosten worden bijgesteld op basis van de prognoses. Dit resulteert in een verlaging van de lasten van € 411.000.
-411
Ondersteuning WMO/Jeugd
De personele en materiële budgetten geïndexeerd conform de kaderbrief. Per saldo betekent dit een stijging van de lasten van € 30.000.
30
Inburgering
De financiële afspraken van de nieuwe DVO Inburgering zijn verwerkt in de begroting. Daarnaast zijn de personele en materiële budgetten geïndexeerd conform de kaderbrief. Per saldo betekent dit een stijging van de lasten van € 276.000.
276
Overhead
Een lager bedrag voor de aan het programma toegerekende overheadkosten na harmonisering van de toerekening. De kosten van overhead zijn overeenkomstig wettelijk voorschrift (BBV) afzonderlijk verantwoord (bij programma 3); het effect op de DVO-opbrengsten, een afname met € 24.000, is wel bij programma 2 verantwoord (verwerkt bij de DVO-opbrengsten).
Baten
14.757
14.126
->
-631
Alle producten
In de begroting 2026 zijn de tarieven bijgesteld conform de stijging van de salariskosten. Hierdoor zijn de geraamde DVOopbrengsten voor de uitvoeringstaken gestegen t.o.v. de begroting 2025. De stijging van de opbrengsten is hierna per uitvoeringstaak gespecificeerd.
Doorstroompunt
Bijstelling van de verwachte rijks- en projectbijdragen.
273
Leerplicht
De baten van Leerplicht zijn € 26.000 lager, omdat dit efficiency voordeel is doorberekend in een korting aan alle deelnemende gemeenten.
-26
Sociale recherche
Bijstelling van de verwachte DVO-opbrengsten op basis van de afname van de dienst. Hierdoor ontstaat een financieel tekort en is een onttrekking van de reserve nodig.
-161
Inkoopondersteuning
Door beëindiging inkoopbureau in 2025 gaat dit uit de begroting van 2026.
-664
Basismobiliteit (Versis)
Bijstelling raming DVO-opbrengsten door de lagere verwachte vervoerskosten.
-392
Ondersteuning WMO/Jeugd
Bijstelling raming DVO-opbrengsten.
9
Inburgering
De financiële afspraken van de nieuwe DVO Inburgering zijn verwerkt in de begroting. Evenals de bijstelling van de toegerekende overhead voor Inburgering. Per saldo betekent dit een stijging van de baten van € 331.000.
331
Gemeentelijke bijdrage
40 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
-
Impact op gem. bijdrage
Verschil
-
->
-
3. Algemene baten en lasten
Begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
Bedragen x € 1.000 Lasten
3.599 3.848 -> Indexatie materiële en personele budgetten conform Overhead kaderbrief. Overhead Verlaging formatie en salarislasten P&O conform kaderbrief Overhead Hogere salarislasten door bijstelling inschaling functies. Overhead Opnemen detachering in begroting 2026 n.v.t. Treasury Baten 258 546 -> Overhead Bijstelling opbrengsten uit DVO door indexatie. Overhead Opnemen detachering in begroting 2026 Treasury Opnemen verwachte rente inkomsten in begroting Gemeentelijke bijdrage -110 ->
Impact op gem. bijdrage
250 103 (29) 40 135 1 288 -32 -136 -120 -110
-110 -110
41 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Uitgangspunten programmabegroting 2026 De uitgangspunten voor de programmabegroting 2026 zijn vastgesteld in de Kaderbrief Programmabegroting 2026.
Algemeen
Basis vormt het bestaande beleid zoals geformuleerd en geraamd in de Programmabegroting 2025 inclusief de begrotingswijzigingen tot en met de besluitvorming in het Algemeen Bestuur t/m maart 2025. Nieuwe ontwikkelingen die relevant zijn voor de begroting 2026 worden eveneens meegenomen.
Aantallen inwoners Voor de vaststelling van de aantallen inwoners per gemeente worden, conform de in de gemeenschappelijke regeling Regio Rivierenland opgenomen bepalingen, de openbaar gemaakte bevolkingscijfers van het CBS aangehouden naar de stand van 1 januari van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. Voor 2026 worden de voorlopige inwoneraantallen op 1 januari 2025 gehanteerd.
Prijsindexering kostenbudgetten Overeenkomstig kaderbrief passen we een algemene prijsindexering toe van 3,3%. Alleen indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, wordt afgeweken van het algemene indexeringspercentage en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt.
Meerjarenbegroting In de meerjarenbegroting wordt de actuele bedragen geraamd, waarbij rekening gehouden wordt met de bekende meerjarige aanpassingen, zoals mutaties op het gebied van salarissen, prijsindexeringen, actualisatie van werkbudgetten en kapitaallasten.
Salariskosten
Algemeen uitgangspunt is, dat de personele formatie en de bijbehorende salariskosten voor de begroting 2026 worden geraamd op basis van de actuele personele formatie in februari/maart 2025. De Cao-afspraken per januari 2024 zijn verwerkt in de salariskosten met daarnaast, conform kaderbrief, een verwachte indexatie voor 2,7% op basis van de door het CPB gepubliceerde cijfers in de septembercirculaire 2024. In de jaarrekening worden de werkelijke salariskosten verantwoord.
Rente investeringen en reserves
Basis vormt hiervoor de nota “reserves en voorzieningen”. Voor de rentevergoeding over eigen financieringsmiddelen (reserves) hanteren wij in de begroting 2026 een rente van 0%. Omdat er geen sprake is van externe financiering kan er geen interne rente gehanteerd worden. Voor de toerekening aan vaste activa/investeringen hanteren we een omslagrente van 0%
42 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Vennootschapsbelastingplicht De invoering van de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsbedrijven per 1 januari 2016 heeft gevolgen voor Regio Rivierenland. Bij de taken die als ondernemersactiviteit worden aangemerkt moet over de behaalde (fiscale) winsten vennootschapsbelasting worden afgedragen, tenzij één van de in de wet opgenomen vrijstellingen van toepassing is.
BTW
De begroting van de lasten bij de programma’s Regionale samenwerking, Contractgestuurde dienstverlening en Algemene baten en lasten is exclusief de compensabele en de verrekenbare BTW.
Meerjarenbegroting In de meerjarenbegroting wordt rekening gehouden met de bekende meerjarige aanpassingen, zoals mutaties op het gebied van salarissen en eventuele prijsontwikkelingen.
43 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Uiteenzetting financiële positie
Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten ten aanzien van de financiële positie zijn: - Een stijging van de salarissen en premies voor pensioenen en werknemersverzekeringen in de begroting 2026 met de vastgestelde CAO voor 2024 met daarnaast, conform kaderbrief, een verwachte indexatie voor 2,7% op basis van de door het CPB gepubliceerde cijfers in de septembercirculaire 2023. - De (bestemmings)reserves voor Herhuisvesting en Desintegratiekosten worden de komende jaren afgebouwd en ingezet voor de dekking van lasten waarvoor ze zijn gevormd. Gevolg hiervan is een geleidelijke verschuiving van financiering met eigen financieringsmiddelen (reserves) naar externe financiering. Indien en voor zover hiervoor additionele bancaire financiering noodzakelijk is, krijgen we te maken met nieuwe (externe) rentelasten.
Personeelskosten
Het totaal van de geraamde salarislasten (inclusief sociale lasten) in de begroting 2026 bedraagt € 8.242.000. In dit bedrag zijn ook budgetten voor externe inhuur opgenomen en de salarissen van de proces/programmamanager Arbeidsmarktregio Rivierenland (voorheen RW-POA). Hierbij wordt de kanttekening geplaatst, dat de salarislasten van Arbeidsmarktregio Rivierenland niet ten laste van onze eigen begroting komen, maar worden gefinancierd uit de financiële middelen van Arbeidsmarktregio Rivierenland zelf. In het geval we voor (tijdelijke) projecten extern personeel inhuren, worden de lasten hiervan gefinancierd uit de projectopbrengsten. De eventuele inhuurkosten voor projecten zijn niet in de salarisbegroting meegenomen.
Investeringen Regiokantoor Via deze begroting worden geen kredieten gevraagd voor nieuwe investeringen in 2026. Eventueel nieuwe investeringskredieten worden via separate bestuursvoorstellen geformaliseerd en in de administratie verwerkt.
Reserves en voorzieningen Reserves
In het navolgende overzicht is de verwachte stand van de reserves opgenomen de vermeerderingen en verminderingen en de verwachte eindstand op 31 december 2026. De berekening is gebaseerd op de werkelijke standen per 1 januari 2025 en de geraamde mutaties in 2025 en 2026. Overzicht reserves Bedragen x € 1.000 Algemene reserves Risicoreserve Contractgestuurde dienstverlening Algemene reserve Regiokantoor Subtotaal algemene reserves Bestemmingsreserves Doorstroompunt (voorheen RMC) Speerpuntberaden Communicatie Herhuisvesting Desintegratiekosten ontvlechtingen Revolverend fonds Contractgestuurde dienstverlening Subtotaal bestemmingsreserves Totaal
31-12-2025
Toevoegingen
Onttrekkingen
31-12-2026
310 474 784
-
184 184
126 474 600
283 45 9 781 259 25 1.403 2.187
-
83 51 133 317
283 45 9 698 209 25 1.270 1.870
Toelichting bij de reserves:
Algemene reserves / risicoreserve Contractgestuurde dienstverlening
In de begroting 2026 is een inzet van € 184.000 uit de risicoreserve Contractgestuurde dienstverlening (CgD) geraamd voor het verwachte tekort van Sociale Recherche.
Bestemmingsreserves
De actuele verwachting is dat van de bestemmingsreserves in 2026 een bedrag van € 133.000 wordt ingezet. De bestemmingsreserves worden ingezet overeenkomstig de doelstellingen waarvoor de reserves zijn gevormd.
44 BEGROTING 2026 REGIO RIVIERENLAND
Structurele inzet van de (bestemmings)reserves proberen we te beperken om te voorkomen, dat met het afbouwen van deze reserves financiering van een deel van de doorlopende (structurele) lasten binnen onze begrotingskaders niet meer mogelijk is.
Voorzieningen Overzicht voorzieningen Bedragen x € 1.000
31-12-2025
Voorziening onderhoud gebouwen Tiel Voorziening Bovenwettelijk verlof Voorziening Verlofsparen Totaal
Toevoegingen
10 29 112 152
Onttrekkingen
16 16
31-12-2026 -
26 29 112 167
Toelichting bij de voorzieningen:
De toevoegingen en onttrekkingen zijn afgeleid uit het meerjarig onderhoudsplan van ons bedrijfspand in Tiel aan de Burg. van Lidth de Jeudelaan. Deze is door het Algemeen Bestuurd geaccordeerd bij de behandeling van de Begroting 2025. Daarnaast zijn er voorzieningen opgenomen voor het bovenwettelijk verlof en verlofsparen.
Geprognosticeerde balans Activa
Bedragen x € 1.000 Totaal vaste activa Totaal vlottende activa Totaal activa Passiva
Bedragen x € 1.000 Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schulden langer dan één jaar Totaal vaste passiva Totaal vlottende passiva Totaal passiva
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
661 13.821 14.482
564 12.411 12.975
467 11.706 12.173
371 11.686 12.057
288 11.656 11.944
223 11.594 11.818
31-12-2023
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
2.620 226 2.845 11.636 14.482
2.187 152 2.339 10.636 12.975
1.870 167 2.037 10.136 12.173
1.739 181 1.920 10.136 12.057
1.611 197 1.808 10.136 11.944
1.503 178 1.681 10.136 11.818
Financiële kengetallen Op 15 mei 2015 is een besluit tot wijziging van het BBV vastgesteld. Deze wijziging heeft betrekking op het opnemen van een uniforme set financiële kengetallen in de begroting, waaronder de volgende, die relevant en toepasselijk zijn voor Regio Rivierenland: - netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; - solvabiliteitsratio; - structurele exploitatieruimte. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. De uniforme kengetallen bieden de mogelijkheid om onderling cijfers te vergelijken. Daarmee dragen deze kengetallen bij aan de controlerende en kade stellende rol van het bestuur. Hierna nemen wij de kengetallen op, die verplicht in de programmabegroting moeten worden opgenomen.