CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Woonwagen- en standplaatsenbeleid West Maas en Waal 2025

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Woonwagen- en standplaatsenbeleid 20255.260 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WOONWAGEN- EN STANDPLAATSENBELEID 2025

De Bouwing te Dreumel

NOVEMBER 2024

WOONWAGEN- EN STANDPLAATSENBELEID Inleiding Nederland telt naar schatting 50.000 woonwagenbewoners. Deze groep bestaat uit Sinti en Roma (twee etnische groepen) en nakomelingen van Nederlanders die ooit met een reizend beroep in hun onderhoud voorzagen (zoals scharenslijpers, venters, kermisexploitanten, circusartiesten en seizoenarbeiders). Deze laatste groep wordt daarom ook wel aangeduid als ‘reizigers’ en omvat het leeuwendeel van de woonwagenbewoners. Precieze aantallen zijn lastig aan te geven, omdat veel mensen die zich woonwagenbewoner voelen in de loop der jaren, al dan niet gedwongen, in een gewoon huis zijn gaan wonen. Nederland telt zo’n 1.150 woonwagencentra (met in totaal bijna 9.000 standplaatsen) in 342 gemeenten (d.d. 01-01-2024). Het tekort aan standplaatsen wordt geschat op circa 3.000. Intrekking Woonwagenwet In 1999 is de Woonwagenwet ingetrokken en werd het woonwagenbeleid gedecentraliseerd. In de jaren die volgden, hanteerden veel gemeenten een afbouwbeleid ook wel ‘uitsterfbeleid’ genoemd: er kwamen steeds minder standplaatsen voor woonwagens. Dit beleid was niet in overeenstemming met de rechten voor de mens. Een aanpassing was noodzakelijk. In 2014 oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat de cultuur van woonwagenbewoners gerespecteerd moet worden en dat overheden verplicht zijn om die levensstijl te faciliteren.

Eind 2014 uitte ook het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens scherpe kritiek op het ‘uitsterfbeleid’. Het verklaarde zelfs dat gemeenten en woningcorporaties zich discriminerend gedroegen jegens ‘een etnische groep die zich onderscheidt vanwege hun cultuur’. Woonwagenbewoners klaagden bij de Nationale Ombudsman over het tekort aan standplaatsen, voor henzelf en hun kinderen. Die riep de overheid in 2017 in een kritisch rapport op, de fundamentele rechten van woonwagenbewoners te respecteren. Een nieuwe koers Al die kritiek leidde ertoe dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) in 2018 een nieuw beleidsplan voor gemeenten lanceerde over het waarborgen van de culturele identiteit van woonwagenbewoners, getiteld ‘Beleidskader gemeentelijk woonwagen en standplaatsenbeleid’. Dit beleidskader gaf en geeft gemeentes handvatten om lokaal c.q. regionaal beleid te maken. Daarom maakt de gemeente West Maas en Waal in samenspraak met de doelgroep een start voor een nieuw woonwagen- en standplaatsenbeleid. Dit document bevat een korte omschrijving van de geschiedenis van woonwagenwetgeving en de inhoud van het nieuwe beleid. Ook maakt het verder concreet hoe we op praktische punten aan de slag gaan met het uitvoeren en opvolgen van het nieuwe woonwagen- en standplaatsenbeleid.

Gedurende het hele proces is en blijft erkenning en waardering voor de woonwagencultuur de leidraad. In bijlage A is het beleidskader verder uitgewerkt.

Pagina 2 van 17

INHOUDSOPGAVE 1. Woonwagencultuur Aandacht voor de culturele identiteit 2. Woonwagenwetgeving in Nederland Intrekking Woonwagenwet Tekortkomingen in (gemeentelijk) beleid Tijd voor nieuw landelijk beleid 3. Gemeentelijk beleid en visie 3.1 Prettig wonen, werken en recreëren in een inclusieve samenleving Voorwaarden 3.2 (On)gelijke gevallen (on)gelijk behandelen Voorwaarden 4. In de praktijk 4.1 Standplaatsen en locaties Lokaal onderzoek Uitbreiding woonwagenstandplaatsen Draagvlak en communicatie 4.2 Grondverkoop, huren en kopen Grondverkoop Huren en kopen Standplaatsen die passen bij de vraag Eigendomsconstructies Verkoop bestaande huurstandplaatsen 4.3 Schoon, heel, veilig, legaal en bereikbaar Schoon, heel en veilig Legaal Bereikbaarheid 4.4 Duurzaam/BENG 5. Ter afsluiting

Pagina 3 van 17

1. WOONWAGENCULTUUR De woonwagencultuur is immaterieel erfgoed 1 dat nauw verbonden is met de culturele identiteit van groepen woonwagenbewoners in Nederland. Naar schatting maken 50.000 mensen2 deel uit van één van deze culturele groepen. Dit zijn zowel woonwagenbewoners die afstammen van Roma en Sinti, als afstammelingen van klassieke 'reizigers', zoals ‘kermisexploitanten’. Woonwagenbewoners hebben een eigen manier van denken en eigen cultuur. De cultuur van de woonwagenbewoners is vanuit hun culturele voorgeschiedenis een cultuur van overleven. Vanwege het trekverbod (1968) reizen de woonwagenbewoners niet meer met hun woonwagens door het land. De wagens en caravans lijken tegenwoordig vaak op gewone huizen, maar zijn dat niet. Voor de woonwagenbewoners is het belangrijk dat hun wagen geen stenen rijtjeshuis is met fundering én dat de vloer boven het maaiveld ligt met een opstapje naar de voordeur. Aandacht voor de culturele identiteit In de laatste tien tot vijftien jaar is in meerdere rechterlijke uitspraken de bescherming van deze culturele woonwagenidentiteit herleid uit bepalingen in internationale verdragen, waar diverse rechten uit voortvloeien; eerbieding van privéleven, discriminatieverbod en het recht op huisvesting.

Deze rechten gingen dus ook gelden voor woonwagenbewoners en vanwege hun specifieke cultuur had dit gevolgen voor hun manier van wonen en voor de inzet van gemeenten en woningcorporaties. Nederland ondertekende deze verdragen ook. Dit brengt voor Nederlandse gemeenten de verplichting met zich mee om voldoende standplaatsen te realiseren en om ervoor te zorgen dat de woonwagenbewoners kunnen leven volgens hun culturele identiteit, namelijk: •

Wonen in familieverband;

•

Wonen in een woonwagen.

De gemeente West Maas en Waal erkent en waardeert de woonwagencultuur en haar maatschappelijke waarde.

1 De woonwagencultuur is in 2014 door het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed aangewezen als immaterieel erfgoed. 2 Het College voor de Rechten van de Mens (CRM) hanteert in zijn oordelen de volgende definitie van woonwagenbewoners: ‘woonwagenbewoners die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur’.

Pagina 4 van 17

2. WOONWAGENWETGEVING IN NEDERLAND Intrekking Woonwagenwet Tot 1999 was in Nederland de Woonwagenwet van kracht; daarna is het woonwagenbeleid geïntegreerd in het reguliere, gemeentelijke volkshuisvestigingsbeleid. De belangrijkste reden om deze wet in te trekken, was het normaliseren van de woonpositie van woonwagenbewoners. Door de intrekking: •

Hadden woonwagenbewoners niet langer een uitzonderingspositie binnen de woningmarkt;

•

Vervielen bijzondere rechten van woonwagenbewoners, bijvoorbeeld het recht op een standplaats;

•

Kregen gemeenten de volledige vrijheid (zonder landelijke verplichtingen) over het beleid met betrekking tot woonwagenlocaties en standplaatsen;

•

Werden standplaatsen, waar mogelijk, overgedragen van gemeenten naar woningcorporaties. Het verhuren van standplaatsen en/of woonwagens aan woonwagenbewoners die onder de sociale inkomensgroep vallen, is namelijk geen wettelijke taak van de gemeente, maar van de corporaties;

Bij regels voor woonwagenbewoning – nu de Woonwagenwet er niet meer is – wordt teruggevallen op overige regels uit de hieronder genoemde wetten: o

De Huisvestingswet 2014;

o

De Woningwet;

o

De Wet ruimtelijke ordening.

Na de intrekking van de Woonwagenwet gingen veel gemeenten c.q. corporaties over tot een afbouwbeleid, in de volksmond ook wel ‘uitsterfbeleid’ genoemd. Vrijkomende standplaatsen werden niet langer verhuurd, maar opgeheven, gesloopt of hun functie werd doorgehaald. De gemeente West Maas en Waal heeft in deze periode ook standplaatsen opgeheven c.q. zijn er geen extra standplaatsen gerealiseerd. Volwassen kinderen van woonwagenbewoners werden gedwongen om naar een reguliere woning te verhuizen door het tekort aan nieuwe standplaatsen. Tekortkomingen in (gemeentelijk) beleid In de jaren die volgden, vroegen woonwagenbewoners in het gehele land bij diverse instanties aandacht voor de tekortkomingen in het woonwagenbeleid. Hun focus lag op het naleven van de mensenrechten. Gemeentelijk beleid bleek namelijk vaak niet in overeenstemming te zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB). De Nationale Ombudsman bevestigde dat. Hij stelde dat gemeenten tekortschoten in hun betrouwbaarheid ten aanzien van woonwagenbewoners. Ook vond hij dat gemeenten het recht van woonwagenbewoners om te leven volgens hun culturele identiteit onvoldoende erkenden en faciliteerden. De bevindingen van de ombudsman zijn neergelegd in het rapport ‘Woonwagenbewoner zoekt standplaats’ uit 2017.

Pagina 5 van 17

Tijd voor nieuw landelijk beleid Het rapport bleek in veel gemeenten de start van een ander beleidsperspectief. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) stelde het al genoemde beleidskader ‘gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ 3 op (juli 2018). Dit gebeurde op basis van het advies van onder andere het College voor de Rechten van de Mens uit maart 2018. Het beleidskader BZK uit 2018 bevat landelijke uitgangspunten, is richtinggevend en niet bepalend. Het is geen wet en heeft (vooralsnog) ook geen juridische gevolgen bij het niet naleven ervan 4. Opvolging is echter wenselijk en geeft handvatten voor nieuw gemeentelijk woonwagenbeleid dat: •

Rekening houdt met de specifieke woonbehoeften van woonwagenbewoners;

•

Voorziet in voldoende en binnen een redelijke termijn aangelegde standplaatsen;

•

Aandacht heeft voor de cultuur van woonwagenbewoners;

•

Woonwagenbewoners beschermt tegen discriminatie;

•

Voldoende rechtszekerheid biedt voor de doelgroep;

•

Ruimte biedt om in familieverband samen te leven.

Het ministerie monitort sinds het uitbrengen van het beleidskader BZK de ontwikkeling van het aantal standplaatsen. Ook bracht de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in mei 2021 een speciale ‘Wegwijzer woonwagenbeleid’ uit. De Wegwijzer is een nadere invulling van het in 2018 door het ministerie van BZK uitgebrachte landelijk beleidskader. De Wegwijzer: •

Schetst het mensenrechtelijk kader in relatie tot het woonwagen- en standplaatsenbeleid;

•

Licht stap voor stap toe hoe gemeenten, samen met woningcorporaties, woonwagenbewoners en beheerorganisaties, woonwagen- en standplaatsenbeleid kunnen ontwikkelen en uitvoeren dat in lijn is met het landelijk beleidskader.

Voorbeeld nieuwe woonwagenlocatie met vier huurstandplaatsen en huurwoonwagens 3

Hierna te noemen ‘beleidskader BZK’ In ieder geval niet in strikt formele zin. In de praktijk leidt niet nakoming ervan mogelijk wel tot gerechtelijke procedures tegen de gemeente waarbij een kansrijk beroep door belanghebbenden wordt gedaan wegens overtreding van het discriminatieverbod door niet nakoming van de verschillende beleidskaders. 4

Pagina 6 van 17

3. GEMEENTELIJK BELEID EN VISIE 3.1 Gemeentelijke visie: prettig wonen, werken en recreëren in een inclusieve samenleving West Maas en Waal wil een gemeente zijn waar het prettig wonen, werken en recreëren is. In West Maas en Waal streven wij naar een inclusieve samenleving: iedereen doet -binnen de eigen cultuur- mee in onze maatschappij én neemt zijn of haar verantwoordelijkheid als burger. Om dit te realiseren werkt de gemeente nauw samen met interne en externe belanghebbenden. We staan in verbinding met bewoners in alle wijken en dorpen, waaronder ook woonwagenbewoners en omwonenden. Door woonwagenbewoners te leren kennen en regelmatig contact met hen te onderhouden, krijgen wij meer inzicht in hun specifieke woonbehoefte. De kennis en ervaring van de woonwagencultuur die wij in dit bewustwordingsproces opdoen, is belangrijk en bepalend voor een juiste omslag in het beleid. Het uitgangspunt bij het opstellen van beleid is namelijk dat voor woonwagenbewoners dezelfde rechten, maar ook dezelfde plichten gelden als voor iedere andere burger binnen de gemeente West Maas en Waal. De gemeente biedt de ondersteuning die nodig is en die inwoners mogen verwachten van de gemeente. Onderdeel daarvan is een woonwagenbeleid dat in overeenstemming is met de mensenrechtelijke uitgangspunten.

Het woonwagenbeleid moet bijdragen aan de gemeentelijke visie zoals hierboven genoemd en wordt daarom onderdeel van het huisvestings- en woonbeleid. We voegen het woonwagen- en standplaatsenbeleid toe aan ons reguliere woonbeleid: Woonvisie 2022 - 2026. Het beleid houdt rekening met mensenrechten en heeft aandacht voor de culturele identiteit van Roma, Sinti en overige woonwagenbewoners. Het woonwagenbeleid is gebaseerd op het beleidskader BZK en aangevuld met aanbevelingen voortkomend uit het adviesrapport ‘Een thuis voor iedereen’. Dat rapport is opgesteld door de interbestuurlijke werkgroep ‘versterking beleid huisvesting aandachtsgroepen’ (BZK). Hierin staat onder andere dat er integraal beleid nodig is dat over méér dan alleen standplaatsen gaat. Mede op basis van het beleidskader BZK en het adviesrapport zijn onderstaande voorwaarden voor het uitwerken van het woonwagenbeleid opgesteld: 1. De gemeente stelt het beleid voor woonwagens en standplaatsen vast als onderdeel van de Woonvisie; 2. Het beleid dient voldoende rekening te houden met en ruimte te geven aan het woonwagenleven van woonwagenbewoners; 3. Hiervoor is nodig dat de behoefte aan standplaatsen helder en inzichtelijk is; 4. Corporaties voorzien in de (sociale) huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot hun primaire doelgroep behoren; 5.

De gemeente regelt koopstandplaatsen voor geïnteresseerde standplaatszoekenden die kosten voor koop én een eigen woonwagen kunnen financieren.

Pagina 7 van 17

6. De afbouw van standplaatsen is niet toegestaan (behoudens uitzonderlijke omstandigheden) zolang er behoefte is aan standplaatsen; 7. Een woningzoekende woonwagenbewoner die dit wenst, heeft binnen een redelijke termijn kans op een standplaats. 8. De op termijn vrijkomende standplaatsen worden toegewezen volgens de toewijzingsverordening. De gemeente beheert de wachtlijst, houdt de inschrijvingen bij en kent de standplaatsen toe. 9. De woonwagenlocaties vormen een gezonde mix van huur- en koopstandplaatsen, waardoor het wonen in familieverband kan worden gegarandeerd. Ad 8: Vanuit BZK en CRM is aangegeven dat het zeer wenselijk is dat de gemeente de lijst registreerde standplaatszoekenden opstelt en de toewijzing regelt, dat een woningcorporatie in casus Woongaard alleen is voor inwoners met een inkomen onder de sociale inkomensgrens. Door het via de gemeente te laten verlopen krijgen ook mensen met een gezamenlijk inkomen van boven de €48.000 bruto per jaar een kans op een woonwagenstandplaats. Er wordt een tussenvariant onderzocht met woningcorporatie De Kernen om het gehele proces via hen te laten lopen. Ad 9: Standplaatsgerechtigden met een inkomen boven de sociale inkomensgrens komen niet in aanmerking voor een standplaats (met huurwoonwagen) van de corporaties.

Voor deze groep standplaatsgerechtigden levert de gemeente bouwrijpe kavels in de koop aan; gelegen op de desbetreffende woonwagenlocatie. De gemeente gaat niet langer acteren als verhuurder. 3.2 (On)gelijke gevallen (on)gelijk behandelen Centraal bij het schrijven van het gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid staat het vinden van een balans tussen ‘gelijke gevallen gelijk behandelen en ongelijke gevallen ongelijk behandelen’. Dit betekent concreet dat daar waar woonwagenbewoners gelijk zijn aan andere inwoners, zij gelijk behandeld worden. Daar waar zij ongelijk zijn – op basis van de erkende woonwagenidentiteit en cultuur – worden zij anders behandeld dan andere inwoners. Om de doelgroep af te bakenen en daarmee aan te geven wanneer ongelijke behandeling van kracht is, kiest de gemeente West Maas en Waal voor een pragmatische definitie van de begrippen woonwagenbewoners en woonwagens (zie kaders). Bij het opstellen van het gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid is tegelijkertijd rekening gehouden met de drie volgende uitgangspunten: 1. Moreel – waartoe voelt de gemeente zich moreel verplicht? 2. Juridisch – waar is de gemeente juridisch toe verplicht (mensenrechtelijk kader)? 3. Financieel – wat zijn de financiële consequenties?

Pagina 8 van 17

Definitie woonwagenbewoners 5 Woonwagenbewoners die zich van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroepen te onderscheiden cultuur. De onderscheidende cultuur verwijst naar mensen die in een woonwagen wonen (specifieke woonwijze) en deel uitmaken van een familie die van generatie op generatie bij elkaar op een locatie en in een woonwagen woont of heeft gewoond (in familieverband samenwonen op een woonwagenlocatie). Definitie woonwagenstandplaats 6 Een kavel dat bestemd is voor het plaatsen van een woonwagen waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten, zoals omschreven in artikel 1, laatste gedachtestreep, sub C van de Woningwet. Definitie woonwagen 7 Een voor bewoning bestemd zijnde gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst, zoals omschreven in artikel 1, laatste gedachtestreep, sub B van de Woningwet.

De meeste woonwagens hebben slechts een bouwlaag, waardoor meer oppervlakte nodig is voor dezelfde gebruiksruimte. Een woonwagen is uitgelegd over één verdieping; alles is gelijkvloers, dus de slaapkamers en badkamer bevinden zich ook op de begane grond. Tegenwoordig ziet men ook meer woonwagens met een kapverdieping verschijnen. In deze kap zitten veelal de kinderslaapkamers annex studeerkamers, waardoor zij hun huiswerk e.d. niet in de woonkamer hoeven te maken. Ook verschillen woonwagens bouwtechnisch van reguliere woningen. Woonwagens kunnen in zijn geheel of in delen worden verplaatst. Woonwagens zijn in de regel houtskeletbouw en daardoor brandgevoeliger dan woningen die uit steen en/of beton zijn opgetrokken. Bron: College voor de Rechten van de Mens. Advies aan BZK d.d. 23-03-2018. Bron: de Woningwet. 7 Idem. 5 6

Pagina 9 van 17

4. IN DE PRAKTIJK De volgende vier thema’s geven duiding aan de wijze van uitvoering van het woonwagenbeleid: 1. Standplaatsen en locaties; 2. Grondverkoop, huren en kopen; 3. Schoon, heel, veilig, legaal en bereikbaar; 4. Duurzaam/BENG. 4.1 Standplaatsen en locaties De gemeente heeft momenteel vijf woonwagenlocaties op haar grondgebied met in totaal 18 standplaatsen: Nr.

Kern

Adres

Aantal standplaatsen

Wens koop - koop

Wens huur - huur

Wachtlijst

1

Alphen

Wamelseweg

4

4

0

2

2

Beneden Leeuwen

Klossenstraat

7

6

1

2

3

Boven Leeuwen

Vogelenzang

2

-

-

0

4

Dreumel

De Bouwing

3

3

0

0

5

Dreumel

Nieuwstraat

2

2

0

0

6

Spijtoptanten

-

-

3

15

1

7

TOTAAL

18

Inventarisatie woonbehoefte (maart 2020 en juni 2024) Op advies van het Ministerie van BZK is eind 2019 – begin 2020 op initiatief van de Regio Rivierenland een inventarisatie van de woonbehoefte uitgevoerd onder de doelgroep middels persoonlijke gesprekken. Het doel was om regionaal te inventariseren wat de woonbehoefte van woonwagenbewoners is. Een dergelijk onderzoek heeft in het tweede kwartaal van 2024 opnieuw plaatsgevonden. Hierbij hebben zich 14 mensen aangemeld als geïnteresseerden voor een woonwagenstandplaats in onze gemeente. Zij voldoen allen aan het afstammingsbeginsel. Toelichting toewijzingsregel • • • •

De toewijzingsregel werkt via een puntenopbouwsysteem. Het puntenopbouwsysteem gaat uit van een eenmalige puntentoekenning bij inschrijving én een periodiek op te bouwen puntenaantal. Bij het vrijkomen van een standplaats heeft degene met het hoogste puntenaantal het eerste recht op de vrijgekomen standplaats. Vindt geen toewijzing aan deze persoon plaats, wordt vervolgens de volgende geraadpleegd, enzovoorts.

Locatieonderzoek uitbreiding woonwagenstandplaatsen Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten start de gemeente West Maas en Waal met een locatieonderzoek voor zeven nieuwe woonwagenstandplaatsen. Dit betreft het creëren van standplaatsen op nieuwe locaties of uitbreiding op bestaande locaties. Geschikte nieuwe locaties voor woonwagenstandplaatsen zijn echter zeldzaam:

Pagina 10 van 17

op geschikte kavels rust vaak al een bouwclaim en andere locaties zijn ongeschikt door overlap met milieucontouren of (de nabijheid van) kwetsbare natuur. Zoeken naar de ‘perfecte locatie’ is daarom niet kansrijk. Daarom zetten we in op het vinden van de ‘meest geschikte locaties’, waarbij wordt gekeken naar oplossingen die ruimte bieden binnen de bestaande kaders. Uitgangspunt daarbij is dat woonwagenstandplaatsen zoveel als mogelijk onderdeel worden van woonwijken en niet los staan aan de rand van een kern. Bij het locatieonderzoek speelt veiligheid ook een belangrijke rol. De locatie moet voor alle hulpdiensten van twee kanten goed bereikbaar c.q. toegankelijk zijn. Ook vanuit toezicht en handhaving mogen er geen belemmeringen zijn. Na vaststelling van het woonwagenbeleid wordt in een plan van aanpak ‘Herstructurering en uitbreiding woonwagenlocaties’

ingegaan

op

onder

andere

het

wijzigen

van

het

omgevingsplan

(voorheen:

bestemmingsplannen). In het plan van aanpak locatieonderzoek woonwagenlocaties beschrijven we het opstellen van (nieuwe) planregels, verwijzen we naar stukken grond die als bestemming ‘Wonen-Woonwagen’ krijgen en benoemen we het ontwerpen, ontwikkelen en inrichten van locaties. Door het vaststellen van het gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid borgen we de uitvoering van deze plannen. Omgevingsdialoog Woonwagenlocaties blijken vaak gevoelige bestemmingen. Dit blijkt uit ervaringen binnen verschillende gemeenten in Nederland. Omwonenden willen een woonwagenlocatie vaak liever niet in hun ‘achtertuin’. Daarom is een zorgvuldige locatiekeuze van groot belang en willen we ongerustheid bij omwonenden verminderen of zelfs wegnemen door het voeren van een goede omgevingsdialoog. We stellen hiervoor een communicatieplan op. Alleen als de beeldvorming rondom het onderwerp op orde is, kan het realiseren van extra woonwagenstandplaatsen succesvol worden. 4.2 Grondverkoop, huren en kopen Grondverkoop Als de locaties van nieuwe woonwagenstandplaatsen bekend zijn, vindt verkoop van de gronden plaats conform de dan geldende grondprijzen. De gemeente verkoopt de (bouwrijpe) grond aan individuele woonwagenbewoners (kopers) of aan een woningcorporatie. De corporatie kan de grond verhuren aan woonwagenbewoners (in principe met huurwoonwagen).

Verkoop van gronden door de gemeente moet aan een aantal eisen voldoen: •

Voorafgaand aan de overdracht is de verkoop openbaar bekend gemaakt, zodat iedereen er kennis van kan nemen.

•

De gemeente verkoopt alleen standplaatsen aan mensen die hier op basis van de toewijzingsverordening voor in aanmerking komen. Zijn er meer gegadigden die vanuit de wachtlijst in aanmerking komen voor de standplaats, dan wordt gehandeld volgens het gelijkheidsbeginsel, zodat iedereen gelijke kansen heeft op de

Pagina 11 van 17

koop. De beschikbaarheid, selectieprocedure, het tijdschema en de selectiecriteria dienen voor iedereen inzichtelijk te zijn, waarbij de selectiecriteria objectief, toetsbaar en redelijk moeten zijn. Vooral bij onderhandse verkopen is dit belangrijk. De opgestelde beleidsstukken, eventueel aangevuld met specifieke voorwaarden voor de betreffende locatie, helpen bij het maken van toewijzingskeuzes en zorgen ervoor dat de gemeente naar vertrouwen kan handelen. Alle belanghebbenden (gemeente, standplaatszoekenden, derden, etc.) zijn gebaat bij een transparant verdeelsysteem van schaarse woonwagenstandplaatsen. •

De gemeente regelt het omgevingsplan en verkoopt de bouwrijpe grond aan rechthebbende standplaatszoekenden met een gezamenlijk inkomen boven de €48.000 op basis van de getaxeerde waarde 8 danwel conform de alsdan geldende grondprijzen. De inrichting van de bouwrijpe kavel als woonwagenstandplaats is voor rekening van de nieuwe eigenaar. Uitzonderingen op de toewijzingsregels -

-

Wanneer staat geregistreerd dat een standplaatshuurder (met een eigendoms-woonwagen) wordt verzorgd door een van zijn familieleden (kind of kleinkind), dan spreken we van gereserveerde mantelzorg. Indien de huurder van de standplaats waaraan de gereserveerde mantelzorg is toegekend komt te overlijden of vanwege gezondheidsredenen moet vertrekken uit zijn of haar woonwagen, zal de standplaats eenmalig worden toegewezen aan de bij de gemeente geregistreerde mantelzorger. Daarbij wordt niet gekeken naar de wachtlijst. Dit voorkomt dat een eigen woonwagen dient te worden ontmanteld en verwijderd. Dat zou namelijk kapitaalvernietiging voor de nabestaanden zijn. Deze uitzondering geldt alleen bij de eigendomsconstructie huurstandplaats met eigendomswoonwagen; De corporatie kan een door de gemeente aangewezen kandidaat alleen afwijzen als deze kandidaat bij een corporatie een woning huurt, de vrijgekomen huurstandplaats wenst te huren maar geen positieve verhuurdersverklaring kan afgeven (maximaal 3 maanden oud).

Huren en kopen Het verhuren van standplaatsen en/of woonwagens is geen wettelijke taak van de gemeente West Maas en Waal. Een woningcorporatie zorgt voor het bouwen, verhuren en beheren van huurwoningen aan specifieke doelgroepen. Daar horen ook woonwagens bij, mits deze doelgroep behoren tot de huishoudens met een inkomen tot aan de huurtoeslaggrens. Woonwagenbewoners die qua inkomen niet tot de primaire doelgroep van de woningcorporatie behoren, kunnen terecht bij de gemeente West Maas en Waal voor een standplaats. Het gaat dan om woonwagenbewoners die genoeg financiële middelen hebben om een eigen standplaats en woonwagen te kopen.

8

Grond voor woonwagenstandplaatsen heeft in de regel een waarde van 50-70% t.o.v. reguliere bouwgrond.

Pagina 12 van 17

Standplaatsen die passen bij de vraag Op de (nieuwe) woonwagenlocaties streven we ernaar dat standplaatsen passen bij de vraag en behoefte, net zoals dat op dit moment het geval is. Door zowel huur- als koopplaatsen aan te bieden, kunnen woonwagenbewoners uit verschillende inkomensgroepen samenwonen met hun families. Dat is belangrijk, omdat het wonen in familieverband het hoogste goed is binnen de woonwagencultuur. Daarnaast is deze situatie wenselijk, omdat dit het beheer toegankelijker maakt. Eigendomsconstructies Binnen het nieuwe woonwagen- en standplaatsenbeleid zijn, met de opties huur of koop, de volgende eigendomsconstructies mogelijk: •

Huur-huur Dit betreft een huurstandplaats met een huurwoonwagen, bestemd voor huishoudens die behoren tot de primaire doelgroep van een woningcorporatie.

•

Huur-koop Hierbij gaat het om een huurstandplaats met een koopwoonwagen. De bewoner huurt een ‘kale’ standplaats en plaatst hier zijn eigen, gekochte woonwagen op. De verantwoordelijkheid voor de aanschaf en het onderhoud van de woonwagen rust daarmee de bewoner. De verhuurder heeft vervolgens de keuze om haar grond niet te verhuren maar aan de bewoner in erfpacht te verstrekken of te verkopen.

•

Koop-koop De koop-koopconstructie is bedoeld voor de woonwagenbewoners met midden- en hoge inkomens, die zelf een standplaats én een woonwagen kunnen kopen. Deze combinatie komt de leefbaarheid van een woonwagenlocatie ten goede. Wel gelden er aanvullende voorwaarden, omdat het streven is om de verkochte standplaatsen te behouden voor de doelgroep (woonwagenbewoners). Zie voor meer informatie het Gemeentelijk beslisdocument met uitgangspunten woonwagenbeleid in bijlage A.

De landelijke verhouding koopwoningen versus huurwoningen is 60-40 9. Gemeenten moeten volgens het kabinet ernaar streven dat 30% van het woningbestand uit sociale huurwoningen bestaat 10. Het college van de gemeente West Maas en Waal heeft vooruitlopend op de Woonvisie besloten dit aandeel in de sociale kernvoorraad in stand te houden. Met de woningcorporatie wordt dan ook afgesproken (en schriftelijk vastgelegd) dat huurstandplaatsen met huurwoonwagens in principe niet mogen worden vervreemd en tot de sociale kernvoorraad horen.

9

Bron CBS: https://longreads.cbs.nl/nederland-in-cijfers-2020/hoeveel-woningen-teltnederland/#:~:text=Bijna%206%20op%20de%2010,zijn%20meer%20huurwoningen%20dan%20koopwoningen. 10 Nota ’Een thuis voor iedereen’, 8 Juli 2021.

Pagina 13 van 17

TAAKVERDELING GEMEENTE – CORPORATIE Het verhuren van standplaatsen en/of woonwagens is geen wettelijke taak van de gemeente West Maas en Waal. Een woningcorporatie zorgt voor het bouwen, verhuren en beheren van huurwoningen aan specifieke doelgroepen. Daar horen ook woonwagens bij, mits deze doelgroep behoren tot de huishoudens met een inkomen tot de huurtoeslaggrens. Woonwagenbewoners die qua inkomen niet tot de primaire doelgroep van de woningcorporatie behoren, kunnen terecht bij de gemeente West Maas en Waal voor een standplaats. Het gaat dan om woonwagenbewoners die genoeg financiële middelen hebben om een eigen standplaats en woonwagen te kopen. De gemeente heeft wel een duidelijke taak, namelijk op het gebied van het vaststellen van gemeentelijk (woonwagen)beleid en het handhaven van regelgeving. Daarnaast zal de gemeente moeten bevorderen dat woonwagenbewoners hun culturele identiteit kunnen blijven beleven en tegelijkertijd volwaardig deelnemen aan de West Maas en Waalse samenleving.

Verkoop bestaande huurstandplaatsen met eigendomswoonwagens De vraag luidt in welke mate verkoop van huurstandplaatsen wenselijk is. Het kan weliswaar tegemoetkomen aan de behoefte van een individuele bewoner, maar kan lokaal leiden tot uitdunning van het sociale huurbestand. Lokale tekorten aan standplaatsen kunnen daarmee verschuiven van de huur- naar de koopsector. Verkoop van huurstandplaatsen aan de zittende huurders kan daarentegen het terugdringen van ‘scheefhuur’ bevorderen. Bestaande huurstandplaatsen met eigendomswoonwagen mogen worden verkocht aan de zittende huurders (of bij mutatie aan de eerstvolgende op de wachtlijst). De oneigenlijke combinatie huurstandplaats met een eigendomswoonwagen zorgt op lange termijn voor problematische situaties. Om deze redenen streeft de gemeente op lange termijn naar de combinaties huurstandplaatsen met huurwoonwagens en koopstandplaatsen met eigendomswoonwagens. Met de woningcorporatie wordt dan ook afgesproken dat huurstandplaatsen met huurwoonwagens in principe niet mogen worden vervreemd en tot de sociale kernvoorraad horen.

Pagina 14 van 17

4.3 Schoon, heel, veilig, legaal en bereikbaar Schoon, zonder gebreken, vergund en veilig Vanwege de openbare ruimte, orde en veiligheid moeten de nieuwe woonwagenlocaties schoon, heel en veilig zijn, net zoals dat voor andere woonwijken in de gemeente geldt. Dat betekent bijvoorbeeld: •

Dat de gemeente het beheer en onderhoud van de openbare ruimte op en rond woonwagenlocaties uitvoert.

•

Dat achterstallig onderhoud aan de openbare ruimte en op de door haar verhuurde standplaatsen op bestaande woonwagenlocaties in beeld is/wordt gebracht en wordt weggewerkt.

•

Dat er handhaving plaatsvindt op nieuwe- en bestaande woonwagenlocaties. De gemeente kan dan optreden tegen bestaande bouwwerken op woonwagenlocaties waarbij de omgevingsvergunning of het omgevingsplan niet is nageleefd, met legalisering of verwijdering tot gevolg.

Daarnaast moeten de woonwagenlocaties voldoen aan de geldende wet- en regelgeving, denk bijvoorbeeld aan brandveiligheid. Uitzonderingen met betrekking tot de eerdergenoemde woonwagencultuur en daarbij horende woonvormen daargelaten. Legaal Om een nieuwe woonwagenstandplaats (aanleg en inrichting) te realiseren, is een omgevingsvergunning nodig. Dit geldt ook voor de plaatsing van een woonwagen. Aanvragen en afgeven vindt plaats via de gemeente en dient te gebeuren voordat een woonwagen wordt geplaatst op de daarvoor bestemde woonwagenstandplaats. Ook andere bouwwerken op en rondom de standplaats moeten legaal zijn. Toezicht en handhaving De corporatie houdt toezicht op haar standplaatsen en de bouwwerken die hierop worden geplaatst. De gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht en handhaving op de verkochte standplaatsen (‘bouwkavels’) en het openbaar gebied. Het is van belang dat dit onderdeel uitmaakt van het vaste takenpakket van de desbetreffende afdeling. Bereikbaar De woonwagenlocaties moeten voor iedereen bereikbaar zijn. Denk aan bewoners en bezoekers per auto, fiets of te voet. Maar ook vrachtverkeer (zoals vuilniswagens en verhuiswagens), leveranciers, postbezorgers en hulpdiensten dienen ter plaatse te kunnen komen. Daarom moeten de ontsluitingswegen geschikt zijn om het verkeer van en naar de woonwagenlocatie vlot en veilig af te wikkelen.

Dat betekent bijvoorbeeld dat er bij voorkeur geen afgesloten hofjes met één in- en uitgang worden gerealiseerd, maar er altijd een openbare doorgangsweg aan het terrein ligt. Voor de veiligheid, maar ook omdat de woonwagenlocatie onderdeel is van een woonwijk. Ook zonder hofje blijft de culturele identiteit (het wonen in familieverband en het wonen in een woonwagen) behouden. Uitgangspunt is daarom dat de wegen in de omgeving zijn ingericht (of kunnen worden aangepast) volgens de landelijke richtlijnen c.q. gemeentelijke richtlijnen op basis van CROW-normen, waarbij

Pagina 15 van 17

rekening wordt gehouden met de te verwachten verkeersdrukte. Hetzelfde geldt voor de parkeerruimte. Er moet voldoende parkeerruimte voor bewoners en bezoekers zijn op de (nieuwe) woonwagenlocatie(s). Hoeveel parkeervakken er nodig zijn, berekenen we aan de hand van de gemeentelijke Parkeernormennota. 4.4 Duurzaam/BENG Voor alle nieuwbouw in Nederland geldt dat deze vanaf 1 januari 2018 in principe gasloos moet zijn. Daarnaast gelden er steeds strengere eisen voor ‘bijna energieneutrale gebouwen’ (BENG). Woonwagens en standplaatsen zijn daar niet van uitgesloten. De eisen zijn in bepaalde gevallen onbetaalbaar voor deze specifieke woonvorm. Dit geldt met name voor de situatie waarin sprake is van koop standplaatsen en woonwagens.

De

hypotheekmogelijkheden en NHG voor een woonwagenbewoner zijn namelijk veel beperkter dan voor reguliere woningbezitters. Ook kunnen kopers geen aanspraak maken op een starterslening. Mogelijke oplossingen om toekomstige kopers te ondersteunen, zijn het aanvragen van (provinciale) subsidies, duurzaam bouwloket en adviseurs, gemeentelijke stimuleringsregelingen. In uitzonderlijke gevallen kan ontheffing van de Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET) worden aangevraagd.

Pagina 16 van 17

5. TER AFSLUITING Of inwoners nu in een reguliere woning of in een woonwagen wonen, het maakt niet uit. De gemeente wil het beleid op orde hebben en voor iedere inwoner van West Maas en Waal zoveel als mogelijk dezelfde regels hanteren om inwoners gelijk te behandelen. Het vaststellen van het woonwagen- en standplaatsenbeleid is een eerste stap; het beleid vormt de basis voor de toekomst. De voortgang wordt gemonitord en na vijf jaar wordt het beleid geëvalueerd en waar nodig vindt bijstelling van het beleid plaats. Praktisch is een en ander al in gang gezet. Zo is er een contactpersoon voor woonwagenzaken aangesteld namens de gemeente. De contactpersoon zal met de bewoners van de standplaatsen en standplaatsaanvragers individueel spreken en de woonwagen gerelateerde zaken aan hen toelichten: het toekomstige woonwagenbeleid, het doel van het toekomstige beleid en de bijkomende kansen en mogelijke consequenties. Ook wordt in kaart gebracht wat de wensen en behoeften zijn van de huidige woonwagenbewoners. Afspraken en verwachtingen zijn daardoor over en weer duidelijk en beslaan onder andere het volgende: •

De gemeente West Maas en Waal zet zich in om 7 extra standplaatsen te realiseren voor de lokale standplaatszoekenden (boven op de capaciteit van 18 standplaatsen die er al zijn op de bestaande woonwagenlocaties en rekening houdende met natuurlijk verloop bij bestaande huurrelaties);

•

Zowel de mogelijke nieuwe als de bestaande woonwagenlocaties zijn schoon, heel. Legaal en veilig;

•

De (nieuwe) woonwagenlocaties voldoen aan de geldende wet- en regelgeving;

•

De koopkavels zijn conform de NHG-grens betaalbaar voor de doelgroep en blijven voor zover mogelijk beschikbaar voor de lokale woonwagengemeenschap en hun directe familieleden;

•

Gemeente en De Kernen maken concrete afspraken over de realisatie van voldoende huurstandplaatsen en leggen die afspraken vast in de prestatieafspraken;

•

Er is eenduidig toewijzingsbeleid dat ruimte geeft aan het leven in familieverband (zie Beleidsregels inschrijving wachtlijst en toewijzing woonwagenstandplaatsen Gemeente West Maas en Waal);

•

Eind 2028 wordt de voortgang gemonitord en wordt het beleid indien nodig bijgesteld of aangevuld.

Voor meer gedetailleerde informatie en achtergronden verwijzen wij u naar de bijlagen: A – Beslisdocument uitgangspunten woonwagenbeleid West Maas en Waal 2025; B – Beleidsregels inschrijving wachtlijst en toewijzing woonwagenstandplaatsen West Maas en Waal 2024; C – Verhuurbeleid Woonwagenstandplaatsen West Maas en Waal 2024; D – Bestaande woonwagenlocaties West Maas en Waal 2024; E – Rapportage ‘Uitkomsten inventarisatie woonbehoefte Regio Rivierenland’ (maart 2020); F – Landelijk beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid (juli 2018).

Pagina 17 van 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14831484/1