CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Rvo RTG

Gemeenteraad 2 februari 2023, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z. 0802606.276 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reglement van Orde voor de Rondetafelgesprekken van de raad 2020 Nr. 2019/ 12-24 Vastgesteld bij raadsbesluit van 12 december 2019, kenmerk Z.032556 De raad van de gemeente West Maas en Waal, gezien het initiatiefvoorstel van de raadsleden Vissers, van Coolwijk – van Sonsbeek en van Echteld, kenmerk Z.003255, gelet op artikel 147 a lid 4 van de Gemeentewet besluit vast te stellen de “Reglement van Orde voor de Rondetafelgesprekken van de raad 2020”

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijvingen In dit Reglement wordt verstaan onder: a. voorzitter: voorzitter van een RTG of diens vervanger; b. griffier: griffier van de raad of diens vervanger; c. presidium: het presidium, als bedoeld in het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad; d. fractievolger: persoon, niet zijnde een raadslid, die op verzoek van de fractie ondersteuning verleent aan de fractieleden en die door de fracties als zodanig is aangewezen; e. lid: de raadsleden en de fractievolgers die op grond van artikel 4 tweede lid deelnemen aan de RTG-en; f. besluitvormende raadsvergadering: vergadering die debat en besluitvorming door de raad tot doel heeft; g. wet: Gemeentewet; h. rondetafelgesprek (RTG): commissievergadering als bedoeld in deze verordening.

Hoofdstuk 2. Instellingen, doel, taken en samenstelling Rondetafelgesprekken Artikel 2. Instelling en doel 1. De raad stelt conform artikel 82 van de wet de volgende RTG-en in: a. RTG Ruimte; b. RTG Samenleving & Bestuur; c. RTG Politiek-bestuurlijke voorbereidingsronde jaarstukken, voorjaarsnota en programmabegroting.

2. Het RTG Ruimte bereidt de besluitvorming door de raad voor en spreekt met het college of de burgemeester over de onderwerpen wonen, werken, recreatie en de fysieke leefomgeving. 3. Het RTG Samenleving & Bestuur bereidt de besluitvorming door de raad voor en spreekt met het college of de burgemeester over de onderwerpen maatschappelijke zaken, burger, bestuur en veiligheid. 4. Het RTG Politiek-bestuurlijke voorbereidingsronde jaarstukken, voorjaarsnota en programmabegroting bereidt de besluitvorming van de raad over deze stukken voor en spreekt met het college of de burgemeester over deze stukken. 5. Indien een onderwerp beide RTG-en genoemd onder het tweede en het derde lid aangaat, bepaalt het presidium of dit onderwerp in beide RTG-en wordt behandeld of dat het RTG dat het onderwerp het meest aangaat, het onderwerp behandelt. 6. De RTG-en hebben tot doel: a. het uitwisselen van informatie en meningen in een vroeg stadium van de besluitvorming over een raadsvoorstel; b. de burger in de gelegenheid te stellen om op de geagendeerde onderwerpen in te spreken. 7. De RTG-en als bedoeld in artikel 2 lid 1 onder a. en b. hebben, naast de in lid 6 genoemde doelstellingen, tot doel het inwinnen van informatie en/of het voeren van een debat over onderwerpen zonder dat er voor dit onderwerp een raadsvoorstel is. Artikel 3. Taken Rondetafelgesprekken 1.

De RTG-en als bedoeld in artikel 2 lid 1 onder a. en b. hebben de volgende taken: a. te bepalen of een raadsvoorstel: - rijp is voor behandeling in de besluitvormende raadsvergadering; - terug moet komen in een volgend RTG; - terug moet naar het college om het behandelrijp te maken. b. het voeren van overleg met het college of met de burgemeester over in ieder geval door het college verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in artikel 2 tweede of derde lid genoemde onderwerpen. De leden kunnen bepalen dat naar aanleiding van dit overleg een onderwerp op de agenda van de raad komt en dan als hamer- of debatstuk behandeld moet worden. c. het voeren van debat over de geagendeerde onderwerpen. d. het uitbrengen van een advies aan de raad uit eigener beweging. 2. Het RTG als bedoeld in artikel 2 lid 1 onder c. heeft als taak het voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de jaarstukken, voorjaarsnota en de programmabegroting. Artikel 4. Samenstelling 1. Tijdens het RTG als bedoeld in artikel 2 lid 1 onder a en b neemt per agendapunt één lid per fractie deel, met uitzondering van de grootste fractie. De grootste fractie neemt met maximaal drie leden per agendapunt deel aan het RTG. 2.

De fracties bepalen zelf wie de fractie conform het eerste lid vertegenwoordigt. Dit kan een raadslid en/of een fractievolger zijn. 3. Een partij kan één fractievolger aanwijzen per raadsperiode. 4. Voor éénmansfracties geldt dat deze fractie twee fractievolgers mag aanwijzen, als het raadslid van deze éénmansfractie het voorzitterschap van een RTG bekleedt. 5. Voor elk agendapunt kan een ander raadslid of de fractievolger deelnemen aan de vergaderingen. 6. Een fractievolger dient te voldoen aan hetgeen in de artikelen 10, 11, 12 en 13 van de wet is bepaald en dient op een kandidatenlijst voor de laatst gehouden verkiezingen te hebben gestaan. 7. Voor elke fractievolger stelt de raad een commissie bestaande uit drie leden van de raad in, die voorafgaande aan de deelname van de fractievolger aan het RTG, in openbaarheid onderzoekt of de fractievolger voldoet aan hetgeen in de artikelen 10, 11, 12 en 13 van de wet is bepaald. De commissie brengt na haar onderzoek verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit, te nemen door de raad, over de toelating van de fractievolger tot het RTG. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.

8. Aan het RTG als bedoeld in artikel 2 lid 1 onder c nemen alle raadsleden deel. Bij afwezigheid van het raadslid van een eenmansfractie door ziekte of als dit raadslid het RTG voorzit mag deze vervangen worden door zijn fractievolger. 9. Indien een fractie wil afwijken van het gestelde in lid 3 en 6 dient deze fractie een gemotiveerd verzoek in bij het presidium. Het presidium geeft een advies hierover aan de raad. Artikel 5. Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een lid en voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Het lidmaatschap van een fractievolger eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 4, zesde lid, gestelde eisen. 3. De raad kan een fractievolger ontslaan op voorstel van de fractie die de fractievolger voor benoeming heeft voorgedragen. 4. De raad kan de voorzitter ontslaan. 5. Een fractievolger en voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan, behoudens het bepaalde in de wet en de Kieswet. 7.

Het lidmaatschap van leden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege. Artikel 6. De voorzitter 1. De raad kiest uit zijn midden één of meer voorzitters voor de RTG-en. 2. De voorzitter heeft tot taak: a. het gesprek te leiden; b. de orde van de vergadering te handhaven; c. een samenvatting van het besprokene te geven; d. een samenvatting van de gemaakte afspraken over de verdere behandeling van het onderwerp te geven; e. de gedane toezeggingen samen te vatten; f. het doen naleven van deze verordening; g. hetgeen deze verordening hem opdraagt. 3. De voorzitter is geen lid van het RTG. Artikel 7. De Griffier 1. De griffier ondersteunt de leden en de voorzitter van de RTG-en. 2. De griffier is bij elk RTG aanwezig.

Hoofdstuk 3. Aanwezigheid College en burgemeester Artikel 8. Aanwezigheid College en Burgemeester 1. De burgemeester en wethouders zijn als regel uitgenodigd de RTG-en bij te wonen met als doel te informeren over geagendeerde onderwerpen. Zij kunnen ook deel nemen aan de beraadslagingen. 2. De burgemeester en de wethouders kunnen medewerkers vanuit de gemeentelijke organisatie het woord namens hen laten voeren over technische vragen van de raadsleden of fractievolgers.

Hoofdstuk 4. Vergaderingen

Paragraaf 1. Tijdstip van vergaderen en voorbereiding Artikel 9. Vergaderfrequentie De RTG-en als bedoeld in artikel 2 vinden plaats volgens een vooraf, door het presidium opgesteld schema of indien het presidium dit nodig acht.

Artikel 10. Oproep 1. De oproep, agenda en de bijbehorende vergaderstukken worden tenminste zeven dagen voor een RTG op schriftelijke wijze aan de leden door de griffier aangeboden. 2. De oproep, agenda en de bijbehorende vergaderstukken kunnen ook op elektronische wijze aan de leden worden aangeboden. Artikel 11. De agenda 1. Het presidium stelt de voorlopige agenda van de RTG-en vast. 2. Een raadslid en/of het college kunnen het presidium schriftelijk verzoeken een onderwerp voor een RTG te agenderen. Het schriftelijke verzoek dient te zijn voorzien van: a. onderwerp; b. de daarop betrekking hebbende documenten; c. relevantie. 3. Het presidium beoordeelt: a. of een onderwerp, gelet op de doelstelling van de RTG-en, zich leent voor agendering in de RTG-en ; b. of het doel van de behandeling van een raadsvoorstel duidelijk is; c. of het onderwerp van een raadsvoorstel zich leent voor behandeling in een RTG of dat behandeling nodig is een besluitvormende of opiniërende raadsvergadering. 4. Na het verzenden van een oproep als bedoeld in artikel 10 kan de griffier, na overleg met het presidium, tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. 5. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan het RTG de volgorde van de behandeling van de agendapunten wijzigen.

Artikel 12. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen te komen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Stukken waaromtrent op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de wet geheimhouding is opgelegd, zijn in afwijking van het eerste en tweede lid enkel elektronisch beschikbaar voor leden. Of de stukken blijven onder berusting van de griffier en verleent deze de leden op verzoek inzage. Artikel 13. Openbare kennisgeving 1. RTG-en worden aangekondigd in het huis aan huis-blad en door plaatsing op de gemeentelijke website. 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden. Artikel 14. Technische/politiek bestuurlijke vragen 1. Technische/politiek bestuurlijke vragen voor een RTG als bedoeld onder artikel 2 onder a en b over een geagendeerd raadsvoorstel worden zoveel mogelijk voorafgaande aan het RTG, aan het college of de burgemeester gesteld. De vragen worden via een format ingediend bij de griffie.

2. Het indienen van de vragen kan tot 48 uur voor de aanvang van het RTG. Het college of de burgemeester beantwoordt de gestelde vragen via de griffie zoveel mogelijk vóór het RTG. 3. Technisch/politiek bestuurlijke vragen die minder dan 48 uur voor of tijdens een RTG zijn ingediend of gesteld, worden mondeling tijdens het RTG door het college of de burgemeester beantwoord. Indien het college of de burgemeester tijdens de RTG-en geen (volledig) antwoord kan geven, worden de vragen na het RTG en uiterlijk 48 uur vóór de besluitvormende raadsvergadering schriftelijk beantwoord. 4. Indien raadsleden of fractievolgers na het rondetafelgesprek nog technische/politiek bestuurlijke vragen hebben, kunnen zij deze via het format uiterlijk vier dagen voor de besluitvormende raadsvergadering via de griffie stellen aan het college of de burgemeester. Het college of de burgemeester beantwoordt de gestelde vragen uiterlijk 48 uur voor de raadsvergadering. 5. De griffie stelt alle raadsleden en fractievolgers op elektronische wijze op de hoogte van de beantwoording op de schriftelijke vragen of toezeggingen. 6.

Technische vragen over de jaarstukken, voorjaarsnota, programmabegroting en de bestuursrapportage, kunnen op daartoe opgestelde formats volgens een voorstel van het presidium voorafgaand aan de voorbereidingsronde en voor wat de bestuursrapportage het RTG Samenleving en Bestuur, via de griffie gesteld worden aan het college of de burgemeester. De vragen en antwoorden worden in een verzamelstaat verspreid door de griffie onder alle raadsleden en fractievolgers.

Paragraaf 2. Orde der vergadering Artikel 15. Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid dat deelneemt aan het RTG de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. Artikel 16. Opening vergadering en quorum 1. Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. 2. Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat tenminste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 3. Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Het RTG kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als volgens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Artikel 17. Advies; geen stemmingen 1. Als het RTG een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies. 2. In het advies worden de standpunten van alle leden opgenomen. 3. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde.

Artikel 18. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij het RTG anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Leden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Bij de bepaling hoeveel keer een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Artikel 19. Deelname aan de beraadslaging door anderen Het RTG kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 20. Spreekrecht burgers 1. Het presidium kan burgers, maatschappelijke organisaties en ondernemers uitnodigen voor de RTGen. 2. Burgers, maatschappelijke organisaties en ondernemers kunnen gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten per geagendeerd onderwerp het woord voeren. Dit kunnen zij doen achter het spreekgestoelte of aan de vergadertafel. 3. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit verleend heeft. De leden kunnen aan de insprekers korte verhelderende vragen stellen. De voorzitter geeft de insprekers nog een keer het woord als alle vragen van de leden zijn beantwoord. 4. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht op grond van artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend; d. onderwerpen die niet op de agenda staan. 5. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit uiterlijk op de dag van de vergadering vóór 16.00 uur aan de griffier. Insprekers kunnen zich ook melden aan het begin van een agendapunt. 6. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding.

De voorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering. 7. Per agendapunt krijgt elke spreker maximaal vijf minuten het woord, ongeacht of men inspreekt namens meerdere personen. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. Artikel 21. Voorstellen van orde 1. De voorzitter en de leden kunnen tijdens het RTG mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3. Over een voorstel van orde beslissen de leden terstond. Artikel 22. Handhaving orde en schorsing 1. De voorzitter handhaaft de orde in de vergadering. 2. De voorzitter kan het RTG voorstellen aan een lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig laat de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan de raad, op voorstel van de voorzitter van de raad en op advies van het presidium, besluiten hem bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. 3.

De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. 4. De voorzitter roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.

Artikel 23. Verslag 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een presentielijst en lijst van conclusies en toezeggingen van het RTG. 2. De lijst van conclusies en toezeggingen van het RTG wordt ter vaststelling aangeboden op de agenda van de eerstvolgende besluitvormende raadsvergadering. 3. De leden van de raad, fractievolgers, de voorzitter, het college, de burgemeester en de griffier hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen indien de lijst van toezeggingen en conclusies onjuistheden weergeeft. Een voorstel tot verandering dient 24 uur vóór de aanvang van de eerstvolgende besluitvormende raadsvergadering bij de griffier te worden ingediend. 4. Het audioverslag wordt binnen één week op de website van de gemeente geplaatst.

Hoofdstuk 5. Besloten Rondetafelgesprek Artikel 24. Algemeen Op een besloten RTG zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van het RTG. Artikel 25. Verslag 1. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk audioverslag opgenomen dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de raad anders besluit conform het tweede lid. Het audioverslag is door de leden van de raad, fractievolgers, voorzitter, het college, de burgemeester, aanwezige ambtenaren en griffier, op verzoek na te luisteren bij de griffier. 2. De lijst van toezeggingen en conclusies wordt in de eerstvolgende besluitvormende raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van het audioverslag en de overige stukken van het besloten RTG. De lijst van toezeggingen en conclusies wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel 26. Geheimhouding Voor de afloop van het besloten RTG beslist het RTG overeenkomstig artikel 86 eerste lid van de wet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel 27.

Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de wet, voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt daarover, als het RTG die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met het RTG overleg gevoerd.

Artikel 28. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. 3. De voorzitter is bevoegd toehoorders die op welke manier ook de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren, kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. 4. Aanwezigen worden actief gewezen op openbaarheid van vergaderingen en regels rondom de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

Artikel 29. Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten. Artikel 30 Verbod gebruik mobiele communicatiemiddelen In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens een openbare vergadering het gebruik van alle mobiele communicatiemiddelen, die inbreuk maken op de orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan. Artikel 31 Aanvulling verordening In de gevallen, waarin dit reglement niet voorziet, of bij twijfel over de toepassing van dit reglement, beslist het RTG op voorstel van de voorzitter. Artikel 32 Inwerkingtreding 1. De verordening ‘Reglement van Orde voor de Rondetafelgesprekken van de raad 2010’, laatst gewijzigd in de raadsvergadering van 4 oktober 2018, wordt ingetrokken bij inwerking treding van deze verordening. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2020. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Reglement van Orde voor de rondetafelgesprekken 2020’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 december 2019 De raad van de gemeente West Maas en Waal, De griffier, De voorzitter,

J.A. (Joyce) Satijn

V.M. (Vincent) van Neerbos

Toelichting Algemeen Op 4 september 2018 heeft het presidium de werkgroep vergaderstructuur verzocht om een analyse te maken van de voor- en nadelen van de huidige vergaderstructuur. Om verschillende mogelijkheden voor aanpassing in de huidige structuur te doordenken. En om met voorstellen en adviezen over verbeteringen ten aanzien van het huidige vergadermodel te komen. De werkgroep vergaderstructuur stelde voor om door te gaan met de huidige vergaderstructuur, maar hier wel een aanscherping van de huidige Reglementen van Orde aan de raad voor te leggen. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in nieuwe Reglementen van Orde. Dit Reglement van Orde is van toepassing op de RTG-en. In dit Reglement van Orde zijn beslissingen van de raad uit de voorliggende periode meegenomen, als ook de Modelverordening op de raadscommissies 2018, d.d. 20-02-2018 van de VNG. Hoofdstuk 1: Algemene Bepalingen Artikel 1: Begripsomschrijvingen Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in deze verordening moeten worden herhaald, zijn in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig gedefinieerd. Hoofdstuk 2: Instelling, doel, taken en samenstelling Rondetafelgesprekken Artikel 2 en 3: Instelling, doel en taken rondetafelgesprekken De RTG-en zijn raadscommissies als bedoeld in artikel 82 van de wet. De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82 eerste lid van de wet.

De RTG-en bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college en/of de burgemeester. Ook vinden eerste uitwisselingen van argumenten plaats. Voor wat betreft de invulling van de taken van de RTG-en zijn de RTG-en vooral gericht op voorbereiding en informatievoorziening. De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. Het RTG kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen; ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. Artikel 4: Samenstelling De raad bepaalt de samenstelling van de RTG-en. Artikel 82 derde lid van de wet schrijft voor dat de raad moet zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het eerste lid van artikel 4 voor dat per agendapunt tijdens een RTG één lid per fractie deelneemt met dien verstande, dat de grootste fractie maximaal drie leden levert. Lid 3 en 4 van dit artikel bepalen dat iedere partij één fractievolger kan aanwijzen per raadsperiode. Voor éénmansfracties geldt dat deze fractie twee fractievolgers mag aanwijzen, als het raadslid van deze éénmansfractie het voorzitterschap van een RTG bekleedt. Dit is overeenkomstig een door de raad aangenomen amendement van 4 oktober 2018.

Op grond van het zesde lid moeten fractievolgers, evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, en 13 van de wet. Dit betekent dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken en geen functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen (onverenigbare nevenfuncties). Een commissie controleert of een fractievolger aan de vereisten voldoet door een geloofsbrievenonderzoek. Indien dit niet het geval is, kan de fractie een gemotiveerd verzoek in dienen bij het presidium. Het presidium geeft dan een advies over een voorstel tot toelating van de fractievolger aan de raad. Artikel 5: Zittingsduur en vacatures De zittingsperiode van de leden en de voorzitter is even lang als de zittingsperiode van raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt van rechtswege, de raad hoeft hem niet te ontslaan. De benoeming en opvolging van raadsleden is geregeld in de wet en de Kieswet. Dit artikel gaat in feite over de positie van de fractievolgers, hierover is niets in de wet of Kieswet geregeld. Als in dit artikel gesproken wordt over de voorzitter gaat het expliciet over de voorzitter van het RTG.

De raad kan een fractievolger op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen in geval van een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op grond van het eerste lid recht op een eigen lid. Artikel 6: De voorzitter Artikel 82 vierde lid van de wet schrijft voor dat de voorzitter raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 6 eerste lid dat de raad de voorzitters en hun plaatsvervangers “uit zijn midden” benoemt. Op basis van het derde lid is de voorzitter geen lid van het rondetafelgesprek. Op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het bewaken van de positie van het RTG. Artikel 7: De griffier Elk RTG wordt ondersteund door de griffier. De griffier is altijd bij de vergaderingen van de RTG-en aanwezig. In principe neemt de griffier niet deel aan de beraadslagingen, hoewel het RTG op grond van deze verordening altijd de mogelijkheid heeft om anderen aan de beraadslagingen deel te laten nemen. Hoofdstuk 3 Aanwezigheid College en Burgemeester Artikel 8: Burgemeester en wethouders De burgemeester en de wethouders zijn vanaf het moment van inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur geen lid meer van commissies (artikel 82, tweede lid).

De burgemeester en de wethouders zijn als regel altijd aanwezig bij de behandeling van onderwerpen binnen hun portefeuille. Voor technische vragen kunnen zij zich door een ambtelijk medewerker laten vervangen. Hoofdstuk 4 Vergaderfrequentie Paragraaf 1. Tijdstip van vergaderen en voorbereiding Artikel 9: Vergaderfrequentie De RTG-en vinden plaats op een vaste dag voorafgaand aan de vergaderingen van de raad. Het presidium stelt jaarlijks een vergaderschema vast. Artikel 10: Oproep De leden ontvangen een oproep inclusief de agenda voor een RTG en de stukken tenminste een week voor de vergadering van het RTG. Indien in spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld bedraagt deze termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. De stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd worden op digitale wijze beschikbaar gesteld (‘achter het slotje’). Artikel 11: De agenda Voor het verzenden van de oproep stelt het presidium de agenda van het RTG voorlopig vast. Uiteindelijk bepalen de leden de eigen agenda. Dit betekent onder andere dat bepaald kan worden dat een onderwerp of voorstel onvoldoende is voorbereid en voor inlichtingen of advies aan het college wordt gezonden. Er wordt vervolgens bepaald in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het college of de secretaris.

Artikel 12: Ter inzage leggen van stukken Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage aangeboden (eerste lid). Naast de fysieke terinzagelegging op het gemeentehuis, worden stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen dienen op de website geplaatst (tweede lid). Artikel 13: Openbare kennisgeving Op grond van artikel 82 vijfde lid van de wet moet de voorzitter tegelijkertijd met de schriftelijke of elektronische oproep de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De

voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden daarnaast op de gemeentelijke website geplaatst. Artikel 14: Technische/politiek-bestuurlijke vragen In de besluitvormende raadsvergadering is geen ruimte voor het stellen van technische vragen. Deze bepaling voorziet in een regeling voor het stellen van technische en politiek-bestuurlijke vragen over de geagendeerde stukken. Technische vragen worden bij voorkeur vooraf schriftelijk afgehandeld. Politiek-bestuurlijke vragen worden in de regel naast de technische vragen ook in de RTG-en gesteld op een daartoe opgesteld format of in de vergadering zelf; deze vragen kunnen uiteraard ook in de besluitvormende raadsvergadering worden gesteld. Technische vragen ten aanzien van de jaarrekening, voorjaarsnota en programmabegroting worden conform voorstel van het presidium schriftelijk voorafgaand aan de voorbereidingsronde afgehandeld. Vragen over de bestuursrapportage (najaarsnota) worden eveneens volgens voorstel van het presidium schriftelijk afgehandeld .

Paragraaf 2 Orde der vergadering Artikel 15: Presentielijst De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de griffier zijn van belang om te bekijken of het quorum gehaald wordt (artikel 16) en om de vergoedingen voor de fractievolgers te kunnen vaststellen. De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen, dat het vergaderquorum aanwezig is. De griffier geeft de ambtelijke ondersteuning die de raad nodig heeft. Daarom stelt hij samen met de voorzitter de presentielijst vast en ondertekent deze. Artikel 16: Opening vergadering en Quorum Artikel 20 van de wet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor het RTG ontbreekt een dergelijke bepaling in de wet. Artikel 16 voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden vergaderd. Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden van een RTG de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen tussen de twee vergaderingen zitten, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke of elektronische oproep te versturen.

Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de fracties over de datum van een nieuwe vergadering. Artikel 17: Advies; geen stemmingen Door gebruik van het woord beslissen in het eerste lid kan de suggestie gewekt worden dat in het RTG ook ‘echte’ Awb-besluiten kunnen worden genomen. Dit is echter niet het geval. Een RTG neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Alleen in de raadsvergadering kunnen besluiten worden genomen. Wel kan een RTG gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, worden de standpunten van alle fracties in het advies opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een lid het niet eens is met het fractiestandpunt, hier afzonderlijk melding van wordt gemaakt in het advies aan de raad. Artikel 18: Aantal spreektermijnen Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Een verzoek van een lid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Indien het RTG van mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan het RTG daartoe uitdrukkelijk besluiten.

Artikel 19: Deelname aan de beraadslaging door anderen Deze bepaling is noodzakelijk in verband met de in artikel 22 van de wet geregelde immuniteit, dat in artikel 82, vijfde lid, van de wet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van het RTG en

andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld de secretaris uitgenodigd worden. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel over de spreektijd of over de orde van de vergadering te doen. Artikel 20: Spreekrecht burgers Het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij het lokaal bestuur. In het vierde lid zijn vier onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Dit zijn formele procedures die zien op de rechtsbescherming van de burger. Verder zijn de benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen van kandidaten al dan niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers hierover geen uitlatingen doen. Vervolgens kunnen burgers zich ook niet uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet bestuursrecht een klacht over kunnen indienen.

Deze procedure gaat vóór het spreekrecht van burgers. Artikel 21: Voorstellen van orde Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan het betreffende RTG. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door het RTG. Bij het staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32 vierde lid van de wet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg)pauze. Artikel 22: Handhaving orde, schorsing Volgens het eerste lid handhaaft de voorzitter de orde in het RTG. Op basis van het tweede lid kunnen leden in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde de vergadering sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan de raad, op voorstel van de voorzitter van de raad en na advies van het presidium, hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden ontzeggen.

Het vierde lid sluit aan bij artikel 26, derde lid van de wet, die al een dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden. Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 28 van deze verordening. Hoofdstuk 5 Besloten Rondetafelgesprek Artikel 24: Algemeen Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn, kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beelden geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal een RTG moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in artikel 86 van de wet wordt opgelegd dan wel opgeheven. Over de openbaarheid van de vergaderingen bevat deze verordening geen bepaling, aangezien artikel 82 vijfde lid van de wet hierin voorziet. In deze bepaling wordt artikel 23 van de wet van overeenkomstige toepassing verklaard.

Dit betekent dat de vergaderingen van de RTG-en in de regel in het openbaar plaatsvinden. Op verzoek van een vijfde van het aantal leden of op verzoek van de voorzitter kan het RTG beslissen om achter gesloten deuren te vergaderen. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar is, tenzij het RTG anders beslist.

Artikel 25: Verslag Op grond van artikel 82 vijfde lid van de wet is artikel 23 van overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de wet schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk (audio)verslag wordt gemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus het RTG, bekrachtigd door de raad, anders beslist. Artikel 26: Geheimhouding Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens artikel 86 van de wet nodig. Niet alleen het RTG kan geheimhouding opleggen, ook de voorzitter, het college en de burgemeester kunnen geheimhouding opleggen. Overigens kan ook geheimhouding opgelegd worden aan de raad of het college ten aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25 tweede lid en artikel 55 tweede lid van de wet). De geheimhouding geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De geheimhouding geldt totdat de raad haar opheft. Artikel 27: Opheffing geheimhouding Zoals uit de toelichting op artikel 26 blijkt kan de raad de geheimhouding die een RTG aan de raad oplegt, opheffen. In de bepaling is een overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.

Hoofdstuk 6 Toehoorders en Pers Artikel 28: Toehoorders en pers Artikel 26 eerste en tweede lid van de wet regelen dat de voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor RTG-en ontbreekt een dergelijke bepaling in de wet; het derde lid voorziet hierin. Aanwezigen worden actief gewezen op de openbaarheid van de RTG-en en regels rondom de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Artikel 29: Geluid- en beeldregistraties Aangezien de vergaderingen van een RTG-en in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluiden beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12230932/1