CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Lokaal Educatieve Agenda DEFINITIEVE VERSIE

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.0998410.268 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor preventie worden de laatste tijd meer projecten en akkoorden gesloten, zoals Jongeren op gezond gewicht (JOGG), Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en andere initiatieven zoals Alles is gezondheid, (AIG) en de Beweegalliantie. Gemeenten kunnen aanspraak maken op subsidies. Werken aan de basisvaardigheden Na de invoering van de referentieniveaus taal en rekenen is er in het onderwijs hernieuwde aandacht voor de basisvaardigheden. Er zijn zorgen over de prestaties op het gebied van taal en rekenen (ook in internationale vergelijking, PISA, PIRLS). Op basis van het actieplan basisvaardigheden kunnen scholen subsidie aanvragen voor verbetering extra instructie en onderwijstijd voor leerlingen, effectieve didactiek, professionalisering van het onderwijspersoneel, klassenmanagement en effectieve leer- en ontwikkelmiddelen. In de 27

nieuwe kerndoelen die nu in de maak zijn, zullen naast rekenen en taal ook burgerschap en digitale geletterdheid tot de basisvaardigheden gaan behoren. Bij werken aan de basis hoort ook de aandacht voor laaggeletterdheid of versterken basisvaardigheden. In Nederland hebben 2,5 miljoen mensen moeite met lezen, schrijven, rekenen en/of digitale vaardigheden. Omdat uit onderzoek blijkt dat vroeg beginnen met (voor)lezen de taalontwikkeling van kinderen stimuleert – waarmee op latere leeftijd ook problemen met ándere basisvaardigheden kunnen worden voorkomen – is het van belang om al op jonge leeftijd te investeren in de taalvaardigheid van kinderen. Personeel en demografie Scholen en ook kinderopvang kampen in heel het land met tekorten aan personeel. Ook voor de langere termijn wordt niet voorzien dat dit zal verbeteren, er zijn wel regionale verschillen. Op landelijk niveau worden verschillende maatregelen ingezet (werving, toegang tot de pabo opleiding, …). Schoolbesturen en kinderopvang zoeken ook naar andere benaderingen die veelal te maken hebben met anders organiseren (zoals vier dagen rooster of unitonderwijs, met meer onderwijsassistenten). In het voortgezet onderwijs is het aantal kinderen de laatste jaren aan het dalen. De afgelopen 10 jaar daalde het aantal met 28.000 leerlingen (2,9%).

Het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs krimpt naar verwachting wel verder. Met 5,2% van 942.000 in 2022 naar 893.000 leerlingen in 2032. Er zijn wel regionale verschillen. De grootste daling is in Drenthe, Overijssel, Friesland (12-15%) (Rijksoverheid.nl, 28/11/2023). Inclusiever onderwijs In 2014 werd passend onderwijs ingevoerd, voor kinderen met een ondersteuningsbehoefte. De samenwerkingsverbanden zijn herschikt. Op basis van de evaluatie van passend onderwijs (2020) heeft de minister 25 verbetermaatregelen aangekondigd. Vanaf 2020 is ingezet op inclusiever onderwijs (op basis van internationale verdragen) (OCW, 2020; Onderwijsraad, 2020; OCW, 2023)25. Het doel is dat meer kinderen met een ondersteuningsbehoefte naar een reguliere school zullen gaan; meer kinderen gaan thuisnabij naar school. Het speciaal onderwijs blijft, maar zal wel van functie veranderen. Voor deze ingrijpende verandering is een ontwikkeltermijn van 15 jaar genoemd (tot 2035). Veel samenwerkingsverbanden nemen nu in hun ondersteuningsplannen de oriëntatie op inclusiever onderwijs op. Werken aan inclusiever onderwijs vraagt echter samenwerking tussen verschillende lokale partijen, zowel in primair als voortgezet onderwijs, in het praktijkonderwijs en in het VSO. Om te komen tot inclusiever onderwijs hebben VNG, BMK, PO Raad, VO Raad en MBO Raad (2022), een gezamenlijke boodschap opgesteld.

In ‘Een sterke basis door krachtige samenwerking’ benadrukken zij dat inclusief onderwijs tot stand komt door anders samenwerken, anders organiseren en anders opleiden en professionaliseren. De beroepskolom en praktijkgericht onderwijs In het kader van Sterk beroepsonderwijs wordt op verschillende manieren gewerkt aan het versterken van het beroepsonderwijs. Zo ontwikkelt zich in verschillende regio’s intensieve samenwerking tussen vmbo en mbo. Er is de afgelopen jaren geïnvesteerd in sterk techniekonderwijs (100 miljoen per jaar). Daarmee wordt techniek in het vmbo bevorderd. Daarnaast is er een pilot gaande naar praktijkgerichte programma’s, waar 136 scholen aan meedoen. GL (gemengde leerweg) en TL (theoretische leerweg)scholen kunnen een praktijkgericht programma (vak) uitproberen. Ook in het HAVO zijn scholen die een 25 Ministerie van OCW (2020). Verbeteraanpak passend onderwijs en route naar inclusiever onderwijs, Den Haag:

OCW Ministerie van OCW (2023). Contouren werkagenda route naar inclusief onderwijs 2035, Den Haag: OCW Onderwijsraad (2020). Steeds inclusiever, Den Haag: Onderwijsraad

28

praktijkgericht vak gaan invoeren. Daarmee wordt gewerkt aan een verbeterde aansluiting tussen zowel MBO als HAVO. Er wordt ook gedacht aan praktijkgericht onderwijs in het VWO. Deze verschillende initiatieven moeten leiden naar innovatie en versterking van de beroepskolom, waardoor voor leerlingen en studenten goede door – en uitstroomperspectieven ontstaan in praktische beroepen, waar in Nederland momenteel veel tekorten in zijn. Een andere ontwikkeling in het voortgezet onderwijs is de verlengde brugklas. Vroege selectie is ongunstig voor leerlingen uit lage sociaaleconomische milieus, leerlingen met migratieachtergrond, jonge leerlingen (de 'najaarskinderen') en jongens (Onderwijsraad, 2021)26. Er zijn echter ook kinderen die wellicht een nadeel zouden kunnen ondervinden van een verlengde brugklas. OCW heeft een subsidieregeling voor scholen die willen werken aan de verlengde brugklas (in het nieuwe regeerakkoord wordt dit afgeschaft); er wordt vooralsnog niet ingezet op een stelselwijziging. De overgang van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs vraagt voortdurende afstemming tussen de scholen, zeker nu de doorstroomtoets is gekomen. Daarnaast ontstaan in verschillende regio’s ook zogenaamde tienercolleges, voor leerlingen van 10-14 jaar. De motieven voor een tienercollege zijn verschillend.

Een nieuwe ontwikkeling is dat de komende jaren ook onderwijsachterstandenbeleid in het voortgezet onderwijs zal worden geïntroduceerd (Onderwijskansenregeling voortgezet onderwijs). Huisvesting Sinds 2015 is de ‘overheveling buitenonderhoud’, ingevoerd waardoor schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor het onderhoud. Er is een wetsvoorstel met een wettelijke verplichting om IHPs te ontwikkelen. Ook wordt gewerkt aan een betere definitie van ‘renovatie’. Nieuwbouw van scholen wordt steeds duurder door kwaliteitseisen (klimaat / duurzaamheid) en materiaal kosten. Volgens het IBO rapport (2021)27 is er een structureel tekort van circa €700 miljoen per jaar waardoor zowel de onderwijskwaliteit als het halen van de klimaatdoelstellingen risico lopen (dit bedrag is inmiddels verhoogd). Maatschappelijke vraagstukken De laatste jaren is er in toenemende mate aandacht voor armoedebeleid. De oorlog in Oekraïne heeft de gasprijzen ontregeld en het kabinet heeft daar ook generieke maatregelen voor genomen. In veel gemeenten is er aandacht voor armoede beleid, omdat armoede een zeer negatieve invloed op de ontwikkeling van mensen heeft. Het ministerie van OCW heeft een regeling voor ontbijt op school. De laatste tijd is er ook meer aandacht voor laaggeletterdheid. Als ouders minder goed kunnen lezen en schrijven, zijn zij ook minder goed in staat hun kinderen te ondersteunen.

Maar voor hun eigen functioneren op de arbeidsmarkt en leven is het ook van belang om functioneel geletterd te zijn. Er zijn verschillende projecten op het gebied van laaggeletterdheid. De afgelopen tijd is er ook (opnieuw) aandacht voor gelijke kansen. Niet alleen omdat ongelijke kansen individuele mensen kan benadelen, maar ook omdat er veel maatschappelijk kosten zijn. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat (on)gelijke kansen niet alleen door verschillen in de thuissituatie worden veroorzaakt. Ook binnen het onderwijs zijn (selectie)mechanismen die ongunstig uitpakken voor sommige groepen. Leerplicht en leerrecht

26 Onderwijsraad (2021). Later selecteren, beter differentiëren, Den Haag: Onderwijsraad 27 Ministerie van OCW (2021). Een vak apart. Een toekomstbestendig onderwijshuisvestingsstelsel, IBO

rapportage, Den Haag: OCW

29

Er is een initiatiefwet ingediend over leerrecht. Het recht van het kind op onderwijs dat gericht is op een zo volledig mogelijke ontplooiing van diens persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens. Het wetsvoorstel richt zich vooral op de thuiszitters. Een belangrijke verandering is dat de leerplichtambtenaar scholen en besturen ook een boete zou kunnen geven als de school de zorgplicht aantoonbaar verzaakt zou hebben. Meer in het algemeen wil men met het leerrecht meer een preventieve benadering uitwerken, zoals nu ook in veel gemeenten gebeurd met de ‘Methodische Aanpak Schoolverzuim’ (MAS) (Ingrado, Halt, de Raad voor de Kinderbescherming en het Openbaar Ministerie en Min JUS). Ouders Over het algemeen wordt de betrokkenheid van ouders bij onderwijs als een positieve bijdrage aan de schoolloopbaan van de leerlingen gezien. In de praktijk zijn er veel verschillende verschijningsvormen van ouderbetrokkenheid. Zo zijn er afwezige ouders, ouders die betrokkenheid tonen in contactmomenten en in de MR en oudercommissie, maar er zijn ook ouders die druk uitoefenen op scholen en opvang, soms zelfs met juridische middelen. Voor scholen en opvang is het belangrijk transparant te zijn over de verwachtingen over en weer.

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14977927/2