Bijlage 1 Lokaal Educatieve Agenda
Tekst van het document
De Lokaal educatieve agenda Gemeente West Maas en Waal 2025-2028
Voorwoord van de wethouder Beste lezer,
Voor u ligt de nieuwe Lokaal Educatieve Agenda (LEA) van de gemeente West Maas en Waal. Ik ben er trots op dat wij met veel professionele partners die actief zijn voor en met kinderen en jongeren in onze gemeente samen deze agenda hebben geschreven. Met deze LEA verbinden we projecten en activiteiten die er al zijn. Daarnaast zetten we in op wat er nog moet gebeuren. Zo werken we samen aan de ontwikkelkansen van onze jonge inwoners. Met deze samenwerking versterken we elkaars kennis en kunde. Elke organisatie doet waar die goed in is. En samen worden we beter.
Toch kunnen de organisaties het niet alleen. Een mooi Afrikaans gezegde is dan ook: ‘Er is een dorp nodig om een kind groot te brengen’. En dit geldt ook voor onze dorpen. Wij staan als gehele gemeenschap voor de taak om onze kinderen en jongeren een veilige en gezonde omgeving te bieden. Door op een positieve manier met hen samen op te trekken zullen zij opgroeien tot mooie mensen die kunnen deelnemen aan onze maatschappij.
Ik dank alle partners die mee hebben gedacht en geschreven aan deze LEA van harte. En kijk uit naar de mooie samenwerking.
Rob Reuvers Wethouder
2
Inhoud Voorwoord van de wethouder ............................................................................................................... 2 1.
Inleiding .......................................................................................................................................... 4
2. De situatie in West Maas en Waal...................................................................................................... 8 3. Opgaves voor de LEA ........................................................................................................................ 14 Wat voor opgaves staan er op de agenda? ....................................................................................... 14 Wettelijke kaders ............................................................................................................................... 14 Thema’s en opgaves voor de LEA van West Maas en Waal ............................................................... 14 4.
Overlegstructuur .......................................................................................................................... 24
BIJLAGE I. Korte beschrijving taak werkgroepen ................................................................................. 26 BIJLAGE II. Landelijke ontwikkelingen .................................................................................................. 27
3
1. Inleiding Dit is de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) voor de gemeente West Maas en Waal voor de periode 2025-2028. Op dit moment is er geen LEA (document) voor West Maas en Waal. In de LEA maken lokale partijen afspraken over opgaves die afstemming vragen rond kinderen, jeugd, onderwijs, opvang, zorg en educatie. Waarom een LEA? De LEA richt zich op de educatieve activiteiten en ontwikkeling van kinderen en jongeren (van 0-23 jaar). Het doel van de LEA is een heldere taak- en verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeente, kinderopvang en schoolbesturen. Voor onderwijsachterstandenbeleid maar ook passend en inclusief onderwijs en de jeugdhulp. Iedere organisatie draagt vanuit haar eigen rol en professionaliteit bij aan de goede ontwikkeling van kinderen. Deze nieuwe LEA voor West Maas en Waal richt zich op thema’s voor de komende periode: opgaves waarvoor afstemming nodig is met de lokale partijen in de komende vier jaar. De Lokaal educatieve agenda is ontstaan in 2006. Deze is geïntroduceerd als een werkvorm om het lokaal onderwijsbeleid vorm en inhoud te geven. Gemeenten, schoolbesturen en overige partners kunnen in ‘nieuwe verhoudingen’ (meer gelijkwaardige verhoudingen) tot gezamenlijke afspraken komen over het onderwijs- en jeugdbeleid.
In 1989 is het jeugdbeleid gedecentraliseerd, in 1997 zijn het onderwijsachterstandenbeleid en de onderwijshuisvesting gedecentraliseerd naar de gemeente, in 2015 volgde ook een belangrijk deel van de jeugdhulp. De gemeente heeft verschillende nota’s waar onderwerpen worden behandeld die de LEA raken. Een inspiratie voor de LEA is Een sterke basis door krachtige samenwerking (VNG et al, 2022)1, van de verschillende landelijke organisaties van onderwijs en opvang. Het netwerk Met andere ogen richt zich op de verbetering van de afstemming van jeugdhulp en lokaal beleid, bijvoorbeeld door interprofessioneel samenwerken (samenwerken van professionals met verschillende deskundigheden). Voor de gemeente is de LEA een manier om het goede gesprek te voeren over de ontwikkeling van kinderen in opvang, onderwijs en jeugdhulp. Het doel van het goede gesprek is te komen tot verbeteringen waar dat nodig is. Het LEA overleg kan strategisch zijn (langere termijn), maar er is ook ruimte voor praktische zaken (kortere termijn). Op basis van de wet heeft de LEA geen budget; via de LEA kunnen bestaande beleidskaders worden verbonden en versterkt. De gemeente biedt ruimte voor plannen vanuit het veld en beziet in samenspraak of aanvullende (incidentele) bekostiging aan de orde is.
De gemeente heeft een aantal wettelijke taken op het gebied van onderwijsachterstanden (afdeling 9, artikelen 158-162 WPO; artikel 3.42 WVO). Deze betreffen: • • • • • 1
het voeren van een jaarlijks overleg (‘OOGO’), inspanningen ten aanzien van de VVE, het voorkomen van segregatie, het bevorderen van integratie het bestrijden van onderwijsachterstanden,
VNG, BMK, PO Raad, VO Raad en MBO Raad (2022). ‘Een sterke basis door krachtige samenwerking’
4
•
de afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures voor een evenwichtige verdeling van leerlingen met een onderwijsachterstand.
Deze afspraken hebben zoveel mogelijk het karakter van meetbare doelen. Het gezamenlijk overleg wordt een kwaliteitsdialoog genoemd2. Volgens de Wet passend onderwijs is een samenwerkingsverband verplicht het ondersteuningsplan af te stemmen met de gemeente. Ook de gezamenlijke ontwikkelagenda jeugzorg-onderwijs wordt afgestemd met de gemeente. Het samenwerkingsverband stelt eens per vier jaar het ondersteuningsplan vast. De gemeente kan het plan van het samenwerkingsverband bekijken in het licht van de plannen in het bredere (jeugd)zorg domein en andersom. Hierbij is een relatie met het (preventieve) jeugdbeleid. De rol van de gemeente In 2014 werd passend onderwijs ingevoerd. In 2015 werd de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg/hulp bij de gemeenten gelegd. Daardoor is de afstemming tussen de lokale partijen (voor de gemeente) ingewikkelder geworden. De gemeente werkt vanuit ‘netwerk governance’ en vervult verschillende rollen (2019)3. De inspectie heeft het voornemen om gerichter toezicht te houden op de LEA, via het interbestuurlijk toezicht (IBT). In een recent rapport van de Inspectie (2024)4 zijn de zorgen geuit over vooral segregatie en integratie en resultaatafspraken VVE. Door segregatie kunnen bijvoorbeeld ‘zwarte scholen’ ontstaan. Wat is netwerk governance? De samenleving verandert en de aansturingsvormen veranderen.
Er is minder top-down beleid en meer decentralisatie en autonomie vergroting op lokaal niveau. Dit vraagt dat partijen op lokaal niveau keuzes maken en eigen doelen stellen, ook vanuit de overtuiging dat op lokaal niveau meer maatwerk kan worden georganiseerd. Deze ontwikkeling noemen we ook wel horizontalisering: het verschijnsel dat een voorheen hiërarchische verhouding verandert in een meer gelijkwaardige verhouding. Netwerk governance benadrukt dat je door samenwerking van partijen in een netwerk kunt werken aan gezamenlijk opgestelde doelen. Publieke (meer)waarde wordt bereikt door gezamenlijk samen te werken in soms wisselende samenstellingen.5 Horizontale verantwoording en het gebruik van het 4R model zijn hierin in gebruik (ruimte, richting, resultaten, en rekenschap) (Schnabel, 2001)6. De gemeente is een partner van de LEA, waarbij een bemiddelende rol wordt gekozen. Dat betekent dat andere partijen even verantwoordelijk zijn voor inbreng, ideeën, uitvoering, vaak ook op basis van de eigen wettelijke taken. De opgaves van de LEA vragen vaak afstemming tussen partijen en focus in de aanpak. In het licht van het hoofdthema “de sterke basis”, gaat het om anders samenwerken, anders organiseren en anders opleiden (VNG et al, 2022)7. De betrokkenheid van de gemeente kan verschillend zijn per thema, maar er is
2
Zie: Ministerie van OCW (2020). Aanpak onderwijsachterstanden, OCW, 19 mei 2020, TK, 2019-2020, 27 020, nr 108 3 Inspectie van het Onderwijs (2019). Themaonderzoek ‘doelbereik lokaal educatieve agenda’. Utrecht: Inspectie 4 Inspectie van het onderwijs (2024). Landelijk rapport LEA/VVE 2022/2023 & themaverdieping resultaatafspraken vroegschoolse educatie, Utrecht: Inspectie van het onderwijs 5 Voor meer verdieping: Moore, M. (1995). Creating public value: strategic management in government. Harvard: Harvard University Press, en Moore, M. (2013). Recognizing public value. Harvard: Harvard University Press 6 Schnabel, P. (2001). Bedreven en gedreven, Den Haag: SCP 7 VNG, BMK, PO Raad, VO Raad en MBO Raad (2022). ‘Een sterke basis door krachtige samenwerking’
5
wel belangstelling en betrokkenheid voor een goede ontwikkeling van een sterke basis voor kinderen en jongeren uit de gemeente West Maas en Waal. Bovengemeentelijke afstemming Naast de LEA, zijn er op regionaal niveau verschillende bestuurlijke en inhoudelijke afstemmingskaders. Belangrijke kaders zijn: •
•
•
Regiovisie jeugdhulp, regio Rivierenland (2023); een samenwerking van acht gemeenten voor de ontwikkeling van de jeugdhulp in de regio Rivierenland. Dit richt zich op de vertaling van de Hervormingsagenda jeugd (VWS) en het vorm geven van een (efficiënter) jeugdhulp in de eigen regio. Het betreft de gemeenten Buren, Culemborg, Neder-Betuwe, Maasdriel, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel. Onderwerpen zijn: o Normaliseren o Een brede blik (Waar kan de context worden versterkt in plaats van alleen kijken naar het kind als individu) o Zo thuis mogelijk (opvang in pleeggezin of kleine gezinsgerichte woonvormen indien niet anders kan) o Duurzaam en betaalbaar. Er wordt gezamenlijk gezocht naar nieuwe inkoopmodellen, data gedreven beleid en de ontwikkeling van een regionaal dashboard) Rijk van Nijmegen; zeven gemeenten werken samen in het Rijk van Nijmegen in het jeugddomein. West Maas en Waal valt hier niet onder. Er is wel sprake van samenwerking bij zorg binnen onderwijs (zbo) in het (V)SO. De gemeenteraden hebben eind 2023 een regioprogramma Jeugd ‘samen kleuren wij de toekomst’ (2023-2028) vastgesteld. De samenwerkingsverbanden Stromenland (PO) en Nijmegen Vo-VSO Nijmegen e.o.
Hierbij moet in acht worden genomen dat de jeugdzorgregio en de onderwijsregio verschillend zijn; de gemeente West Maas en Waal neemt als enige (in beide regio’s) deel vanuit deze andere regio. Bovengemeentelijke afspraken richten zich vooral op • • • • •
Inclusief onderwijs Leerplicht, thuiszitters en voortijdig schoolverlaten (Doorstroompunt (RMC)) de koppeling zorg en onderwijs (aansluiting onderwijs-jeugdhulp) op regionaal niveau leerlingenvervoer op regionale schaal Spreiding voorzieningen (huisvesting)
Ten opzichte van de bovengemeentelijke afspraken gaat de LEA meer over: • • • • •
Aansluiting op lokale gebiedsteam Integraal en dekkend aanbod, efficiënt georganiseerd Zo thuis(nabij) mogelijk Onderwijs en jeugdhulp verbonden Samen leren en doen wat werkt
Ambities in West Maas en Waal De gemeente West Maas en Waal wil dat ieder kind in de gemeente zijn/haar talenten volop kan benutten en een mooie plaats krijgt in de maatschappij. Hiervoor streven de gemeente en lokale partijen naar een sterke sociale basis en een stevige (of sterke) pedagogische
6
basis8. Dit is ook geagendeerd in de nota ‘Bouwen aan een krachtige sociale basis’ (2024)9. Samen met de partners zijn de volgende opgaves geagendeerd voor de LEA 2025-2028: Thema’s van de LEA Thema 1: Een sterke pedagogische basis Thema 2: Preventie Subthema 1: Grenzen stellen Subthema 2: Opvoedingsondersteuning Thema 3: Gelijke kansen Subthema 1: Doorgaande lijn Subthema 2: Taal: laaggeletterden, nieuwkomers en NT2 Subthema 3: Segregatie Werkwijze Een werkgroep heeft in juni, september en november 2024 meegedacht over deze LEA. Organisaties die in de werkgroep hebben geparticipeerd zijn Groeisaam PO, Vraagwijzer, Trivium, Pax Christi College, KION, Punt Speciaal/De Kom, Henricushoeve, KDV Groei en Bloei, Partou, Sterker en de gemeente. Sardes heeft als gastschrijver voor de gemeente een (concept) LEA opgesteld.
8
VNG, BMK, PO Raad, VO Raad en MBO Raad (2022). ‘Een sterke basis door krachtige samenwerking’, en Hoex. J., S. Vlaardingerbroek, M. Balledux, P. Speetjens en C. Vink (2022). Opgroeien doe je samen. Bouwen aan een stevige pedagogische basis. Utrecht: NJI 9 Gemeente West Maas en Waal (2024). nota ‘Bouwen aan een krachtige sociale basis’
7
2. De situatie in West Maas en Waal In dit hoofdstuk beschrijven we kort het bestaande beleid voor West Maas en Waal, zoals dat is vastgelegd in nota’s (zie Bijlage II voor een meer uitgebreide beschrijving van de huidige landelijke situatie in die ook geldt voor West Maas en Waal). Wettelijke taken De LEA verwijst naar het in de wet genoemde OOGO (op overeenstemming gericht overleg), een overleg tussen de bevoegde gezagen. Onderwerpen van het OOGO zijn in ieder geval: •
De gemeente in cijfers De gemeente West Maas en Waal is in 1984 ontstaan vanuit de herindeling van de gemeenten Appeltern, Dreumel en Wamel. In totaal telt de gemeente 8 kernen, namelijk Altforst, Appeltern, Alphen, Maasbommel, BenedenLeeuwen, Boven-Leeuwen, Dreumel en Wamel. Het gemeentehuis is gevestigd in de dorpskern Beneden-Leeuwen. Er zijn 20.330 inwoners in 2024. Hiervan zijn 2.975 kinderen van 015 jaar en 2.039 jongeren van 1525 jaar. (Bron Allecijfers)
het voorkomen van segregatie, het bevorderen van integratie • het bestrijden van onderwijsachterstanden (zie hiervoor ook de artikelen 158, 159 en 160 over VVE; artikel 3.42 WVO), o zorgdragen voor voldoende voorzieningen in aantal en spreiding, vooral voor kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal, o het vaststellen welke kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal in aanmerking komen voor voorschoolse educatie, o de wijze waarop die kinderen worden toegeleid naar voorschoolse en vroegschoolse educatie, en o de organisatie van een doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie, en o resultaten van vroegschoolse educatie • de afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures • komen tot een evenwichtige verdeling van leerlingen met een onderwijsachterstand over de scholen. Deze afspraken hebben zoveel mogelijk het karakter van meetbare doelen10. Andere taken van de gemeente die de LEA raken zijn: toezicht openbaar onderwijs en kwaliteit kinderopvang, oprichten nieuwe school, onderwijshuisvesting, leerplicht en VSV, jeugdhulp en gezondheid en leerlingenvervoer. Dit jaar is ook een zorgplicht voor volwaardige bibliotheken toegevoegd. Op basis van de nieuwe wet inburgering (2021) heeft de gemeente ook taken op het gebied van opvang statushouders en inburgering.
Ook voor passend en inclusief onderwijs wordt afgestemd met de gemeente. De ondersteuningsplannen van de samenwerkingsverbanden worden vastgesteld in een OOGO met college van B&W (artikel 18 WPO, en artikel 2.47 WVO). Daarnaast werkt de gemeente samen met het onderwijs aan de ontwikkelagenda inclusief onderwijs, over de samenwerking tussen onderwijs en jeugdzorg. Voor de jeugdhulp geldt dat de gemeenteraad periodiek een plan vaststelt dat richting geeft aan de inrichting van de preventie en jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering (Jeugdwet, artikel 2.2).
10
Over de onderwerpen segregatie / integratie, bestrijden onderwijsachterstanden, de inschrijvings- en toelatingsprocedures en meetbare doelstellingen is vanuit het Integraal beleidstoezicht (IBT) op 22 november 2022 ook een (herinnerings)brief gestuurd aan de gemeenten.
8
Naast de wettelijk verplichte onderdelen van het OOGO / de LEA, kunnen gemeente en bevoegde gezagen samen een agenda opstellen met onderwerpen in het sociaal-educatief domein, die nadere uitwerking of aandacht vragen. Onderwijsbeleid De visie van de gemeente: In West Maas en Waal vinden we het belangrijk dat alle kinderen volop kansen krijgen om zichzelf te ontwikkelen en hun talenten te benutten. We vinden het ook belangrijk om voor iedereen gelijke kansen te bieden op onderwijs en participatie naar eigen vermogen11. In het Beleidskader Lokaal Onderwijsbeleid 2018-2022 wordt ingezet op vijf pijlers (voorheen tevens de LEA-thema’s): 1. Integrale samenwerking van de educatieve partners 2. Versterken en verbinden Passend en Inclusief Onderwijs en Jeugdzorg 3. Onderwijsachterstandenbeleid (OAB)/VVE en gelijke kansenbeleid: het OAB focust op drie hoofdthema’s: a. VVE b. NT2 c. Laaggeletterdheid 4. Een goede spreiding van onderwijsaanbod over de kernen van West Maas en Waal, waarbij de voorwaarde is dat de kwaliteit van het onderwijs geborgd is 5. Gelijke kansen bieden op onderwijs en participatie naar vermogen. Er was een Stuurgroep Lokaal Onderwijsbeleid (2017). Deze is echter niet meer actief. Vanuit Leerplicht wordt gewerkt met de ‘Methodische Aanpak Schoolverzuim’ (MAS) (Ingrado, Halt, de Raad voor de Kinderbescherming en het Openbaar Ministerie en Min JUS).
Het beleid voor- en vroegschoolse educatie12 Afgelopen jaren is het VVE beleid veranderd (indiceren bij 2 ipv 2,5 jaar, uitbreiding van 10 naar 16 uur, de invoering van de pedagogisch beleidsmedewerker) en er waren aanwijzingen van de inspectie. Er zijn daarom drie acties ondernomen rondom VVE: -
Voldoen aan wettelijke eisen, door: verhoging bereik doelgroepkinderen, periodiek monitoren en evalueren toeleiding, versterken doorgaande lijn en resultaatafspraken. Verrijken van het VVE beleid, door: doelgroepdefinitie verbreden (toegang vergroten), kwaliteitsnormen VVE versterken, evaluatie VVE op gemeentelijk niveau, gemeentelijk ouderbeleid en gezinsaanpak en ruimte maken voor peuters in de zorgstructuur.
VVE condities optimaliseren, door: beoordeling basiskwaliteit voorscholen, gemeentelijk VVE subsidiekader. De inspectie van het Onderwijs beoordeelt de VVE in de gemeente West Maas en Waal nu als voldoende. In 2021 is door de gemeente, GGD Gelderland-Zuid, Groeisaam PO, Trivium, KION, Bibliotheek Rivierenland en SWV Stromenland het Convenant VVE ondertekend om concrete afspraken en actiepunten te benoemen. Er staan ook resultaatafspraken in. Thema’s waar de afspraken betrekking op hebben zijn: ▪
Doelgroepdefinitie en kwaliteitseisen aanbod VVE
11
West Maas en Waal (2018). Beleidskader Lokaal Onderwijsbeleid: Verdiepen en verbreden (2018-2022) West Maas en Waal (2021). Beleidsnota VVE 2021: Aanpassing VVE beleid 2021 West Maas en Waal (2021). VVE Convenant 2021 West Maas en Waal (2022). Evaluatie VVE-beleid 2022 12
9
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Bereik en toeleiding doelgroepkinderen De bibliotheek Kindvolgsysteem en kwaliteitskaart Doorgaande lijn voor- naar vroegschool Ouderbetrokkenheid Monitoring VVE
De looptijd van het convenant is onduidelijk. Eind 2022 is het VVE-beleid van de gemeente geëvalueerd, waarin de verbeterpunten van de Inspectie en de afspraken uit het convenant worden bekeken. De volgende verbeterpunten zijn genoemd: ▪ ▪ ▪ ▪
Ouderbetrokkenheid Doorgaande lijn Zorgkinderen in beeld Samenwerkingsstructuur: het ontwikkelen van een LEA.
Huisvesting De gemeente West Maas en Waal en de schoolbesturen streven er gezamenlijk naar een toekomstbestendig onderwijslandschap te realiseren middels het Integraal huisvestingsplan (IHP)13 Het doel is om kinderen in West Maas en Waal de best mogelijke kansen te bieden in hun ontwikkeling en voor te bereiden op hun toekomst: “wij zijn er in ieder dorp voor alle kinderen van het dorp”. Toekomstbestendige onderwijshuisvesting is een randvoorwaarde voor goed, inclusief, onderwijs. De gemeente West Maas en Waal en de schoolbesturen willen breder denken dan alleen in onderwijshuisvesting. Juist in kleinere kernen is veel winst te behalen door niet alleen inhoudelijk maar ook op gebied van huisvesting samen te werken met kindpartners zoals de kinderopvang en peutergroepen en maatschappelijke partners zoals de bibliotheek en het dorpshuis. In 2025 dient het IHP te worden herijkt. Sociaal domein: preventie en gezondheid14 Voor het sociaal domein zijn verschillende aandachtspunten en nota’s. Sociaal domein - Ook binnen het sociaal domein wordt gewerkt aan kansengelijkheid. De kern van een sociale basis is dat er gewerkt wordt aan sterke gemeenschappen, waar men omziet naar elkaar. Dat doet de gemeente via vier programma’s: ▪ ▪ ▪
▪
Samen bouwen aan een sterke sociale basis Ondersteuning voor wie dat nodig heeft Kansrijk opgroeien o Hierbij richt de gemeente zich o.a. op Ruimte voor de Jeugd, Kansrijke Start, LEA, IHP, stimuleren van cultuureducatie, stimuleren activiteiten tussen jeugd en politiek, OAB, Hervormingsagenda Jeugd en Jeugdhulp in het vo. Vitaal ouder worden
Een onderdeel van de sterke sociale basis is de sterke pedagogische basis. Aan de Raad is toegezegd dat dit een onderdeel wordt van de LEA en dat hier afspraken over worden gemaakt.
13
West Maas en Waal (2021). Integraal Huisvestingsplan (HEVO) Lokale aanpak integraal preventie- en gezondheidsbeleid gemeente West Maas en Waal (2023-2026) Beleidskader Sociaal Domein: Bouwen aan een krachtige sociale basis (2024, versie 0.8) 14
10
‘De pedagogische basis is het deel van de sociale basis dat meehelpt aan het opgroeien, het opvoeden en de ontwikkeling van kinderen en jongeren.’ (gemeente, 2024, p 12)15 Preventie - De gemeente wil graag integraal aan de slag met preventief gezondheidsbeleid. Er is een integraal plan van aanpak (GALA en IZA)16 opgesteld met de huidige stand van zaken in West Maas en Waal, en de thema’s richting 2040. Voor de periode 2023 t/m 2026 zijn er doelen en aanpak in drie thema’s: ▪ ▪
▪
Sport, bewegen en cultuur o Subthema’s: combinatiefunctionarissen, Sport en Bewegen, aanpak overgewicht en obesitas en gezonde leefstijlinterventie Gezondheid en preventie o Subthema’s: terugdringen gezondheidsachterstanden, Kansrijke Start, valpreventie, mentale gezondheid, leefomgeving, opgroeien in een kansrijke omgeving Sociale basis o Subthema’s: eenzaamheid, versterken sociale basis, mantelzorg, welzijn op recept.
Dit sluit ook aan bij de notitie ‘Een sterke basis door krachtige samenwerking’ (2022).17 Anders samenwerken, anders organiseren en anders opleiden en professionaliseren spelen daarin een belangrijke rol. Verder zijn belangrijke uitgangspunten in de aanpak: Positieve Gezondheid, inwonerparticipatie, integraal werken en het zijn van een regiegemeente. Jeugdbeleid – Juist in het jeugdbeleid is er veel aandacht voor preventie. Vanuit verschillende werkvelden wordt ingezet op normaliseren en aandacht voor vroegtijdige ondersteuning. Specifieke aandacht voor preventie is er in het project Ruimte voor de jeugd18. Het project Ruimte voor de Jeugd heeft als doel het verminderen van middelengebruik door jongeren in de gemeente West Maas en Waal. Dit wordt gedaan aan de hand van het IJslandse model (Opgroeien in een kansrijke omgeving (OKO)). Er wordt gewerkt aan het creëren van een positieve omgeving waarin jongeren gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien. Er zijn verschillende redenen voor de lancering van dit project. Allereerst is het hoge middelengebruik, met name alcoholgebruik, onder jongeren in West Maas en Waal een zorgwekkende trend. Daarnaast is er sprake van jeugdoverlast, zijn er signalen van een gebrek aan vrijetijdsopties voor jongeren en is er bezorgdheid over hun mentale welzijn.
Deze problemen houden verband met de leefomgeving waarin jongeren in de gemeente opgroeien. Er zijn vijf domeinen: gezin, peergroep, school, vrije tijd en lekker in je vel zitten. Het project kent meerdere fases. Na een eerste fase waarin informatie werd opgehaald bij jongeren, startte een tweede fase waarin de resultaten werden gedeeld binnen de gemeente, met ketenpartners en met ouders. Met hen is gesproken over de bevindingen. De volgende prioriteiten kwamen naar voren: 1. Ontmoetingsplekken (en activiteiten) creëren 2. Ondersteuning door en voor ouders 3. Positief schoolklimaat De eerste fase is nu in uitvoering. De komende jaren zal met name worden ingezet op de tweede prioriteit, ondersteuning van ouders.
15
Gemeente West Maas en Waal (2024) ‘Bouwen aan een krachtige sociale basis’. GALA is Gezond en Actief Leven Akkoord; IZA is Integraal Zorg akkoord 17 VNG, BMK, PO Raad, VO Raad en MBO Raad (2022). Een sterke basis door krachtige samenwerking 18 Ruimte voor de Jeugd (2023); projectomschrijving, monitorrapport, terugkoppeling en prioritering) 16
11
Sport - Daarnaast is er ook een sportakkoord19 Hierin komt de aandacht voor gezondheid, bewegen en de preventieve functie van sport weer terug. Thema’s in Sportakkoord II (looptijd: 2023-2026) zijn: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Inclusie en diversiteit Sociaal veilig sporten Vitale sport- en beweegaanbieders Vaardig in bewegen Ruimte voor sport en bewegen Maatschappelijke waarde van topsport Toegevoegd op verzoek van betrokkenen in de gemeente: Gezonde voeding
Samenwerkingsverbanden West Maas en Waal valt onder twee verschillende samenwerkingsverbanden (PO en VO). Voor het primair onderwijs is dat Stromenland PO 2507. Dit is verdeeld in drie regio’s. WMW valt in regio Tussen de Rivieren. In het ondersteuningsplan 2021-2025 geeft het samenwerkingsverband PO zes speerpunten aan: Speerpunt 1 - expertise maakt het verschil Speerpunt 2 - tijdig, tijdelijk en op terugkeer gericht speciaal (basis)onderwijs Speerpunt 3 - partnerschap onderwijs en jeugdhulp Speerpunt 4 - dialoog over inclusiever onderwijs Speerpunt 5 - eigenaarschap bij ouders en leerlingen Speerpunt 6 - de doorgaande leerlijn De inzet op inclusief onderwijs wordt voorzichtig ingezet met een dialoog. In het voortgezet onderwijs gaat het om Samenwerkingsverband VO-VSO Nijmegen e.o. (een samenwerkingsverband van 15 gemeenten). Ook hier gaat het om speerpunten: Thema 1: een sterke basisondersteuning voor alle leerlingen Thema 2: extra ondersteuning dichtbij Thema 3: verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp Thema 4: samenwerking en communicatie Thema 5: kwaliteit staat centraal De overheid streeft ernaar dat in 2035 de meeste scholen de overgang naar inclusief onderwijs hebben gemaakt. Bij beide samenwerkingsverbanden is de ambitie en motivatie om tot inclusiever onderwijs te komen.
De komende jaren onderzoekt men met elkaar hoe ze aan deze ambitie vorm kunnen geven en zetten ze de eerste stappen om het onderwijs daadwerkelijk inclusiever te maken. De beide samenwerkingsverbanden Stromenland (PO) en Nijmegen) VO hebben hetzelfde werkgebied. Het samenwerkingsverband VO heeft daarnaast ook de gemeentes Mook en Middelaar, Gennep en Bergen in het werkgebied. Er wordt momenteel gewerkt aan een ontwikkelagenda inclusief onderwijs / jeugdhulp voor de beide verbanden samen. Binnen het samenwerkingsverband is de gemeente West Maas en Waal de enige gemeente uit de jeugdhulpregio Rivierenland. Relatie met jeugdhulp Voor de ontwikkeling van de jeugdhulp werken acht gemeenten samen in de regio Rivierenland20. Het gaat om een vertaling van de Hervormingsagenda jeugd (VWS) en het vorm geven van een (efficiënter) jeugdhulp in de eigen regio, waaronder ook regionale inkoop en afstemming WMO. Het betreft de gemeenten Buren, Culemborg, Neder-Betuwe, 19 20
West Maas en Waal (2023). Sportakkoord West Maas en Waal Regiovisie jeugdhulp, regio Rivierenland (2023).
12
Maasdriel, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel. Deze gemeenten hebben in de regiovisie ook een aantal ambities benoemd (actielijnen), die richten zich op: 1. Normaliseren 2. Een brede blik (waar kan de context worden versterkt in plaats van alleen kijken naar het kind als individu) 3. Zo thuis mogelijk (opvang in pleeggezin of kleine gezinsgerichte woonvormen indien thuis niet mogelijk is) 4. Duurzaam en betaalbaar. Er wordt gezamenlijk gezocht naar nieuwe inkoopmodellen, data gedreven beleid en de ontwikkeling van een regionaal dashboard) Er is ook een relatie tussen de verder ontwikkeling van de inclusief onderwijs (door bijvoorbeeld de samenwerkingsverbanden) en de inzet op jeugdhulp. Zeven gemeenten werken samen in het Rijk van Nijmegen voor het jeugddomein. West Maas en Waal valt hier niet onder. Veel jongeren uit West Maas en Waal gaan wel naar school in het V(S)O in de regio Nijmegen. Er is wel sprake van samenwerking bij zorg binnen onderwijs (zbo) in het (V)SO. De gemeenteraden regio Nijmegen hebben eind 2023 een regioprogramma Jeugd ‘samen kleuren wij de toekomst’ (2023-2028) vastgesteld. Hierin is de afspraak gemaakt om te komen tot het opstellen van een ontwikkelagenda met primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs voor betere aansluiting onderwijs met (jeugd)hulp.
West Maas en Waal sluit daar zo veel mogelijk bij aan (passend bij de door de gemeente ingekochte zorg en de afspraken die we hebben in Rivierenland). Er is een meerjarig regioprogramma Jeugd in ontwikkeling met een gezamenlijke visie op jeugd. De regionale visie vraagt verbinding, beweging en verandering van iedereen die bij de zorg voor onze jeugd betrokken is, in het bijzonder met het onderwijs.
13
3. Opgaves voor de LEA Voor de komende vier jaar benoemen de gemeente en haar partners een aantal opgaves.
Wat voor opgaves staan er op de agenda? De gemeente heeft wettelijke taken, zoals leerplicht, huisvesting en leerlingenvervoer. Deze staan in de regel niet op een LEA, tenzij er onduidelijkheden of operationele vraagstukken zijn. Er zijn ook opgaves waar het zwaartepunt op andere vergadertafels ligt. De opgaves van de LEA agenda zijn opgaves waarvoor men elkaar nodig heeft. Ze zijn urgent, bijvoorbeeld door veranderingen binnen de gemeente. Als de betrokkenheid van verschillende educatieve partijen noodzakelijk is, is het een LEA onderwerp. De thema’s van de LEA richten zich op: ‘wat raakt de ontwikkeling van kinderen en jeugdigen’. We maken een onderscheid naar wettelijke taken en urgente opgaves.
Wettelijke kaders In de vorige paragraaf is al aangegeven dat de gemeente een aantal verplichte onderwerpen kent (OAB, passend onderwijs, jeugdhulp), waar het OOGO / LEA het aangewezen overleg voor is.
Thema’s en opgaves voor de LEA van West Maas en Waal Voor de LEA zijn de volgende thema’s genoemd die de komende jaren centraal zullen staan binnen de LEA: 1. Een sterke pedagogische basis 2. Preventie 3. Gelijke kansen Belangrijk is dat er al een aantal aanpalende werkgroepen, stuurgroepen en overlegvormen bestaan binnen de gemeente (zie onder andere Bijlage I). Binnen de LEA wordt verbinding gezocht met dat wat er al is en wordt vanuit deze reeds bestaande structuren teruggekoppeld naar de leden van LEA. Zo ontstaat een integrale aanpak. Voor elk thema zijn verschillende acties uitgewerkt. Daarbij maken we onderscheid naar verschillende onderdelen. We benoemen de actie (wat gaan we doen), maar ook output (de doelgroep of het aantal mensen dat wordt bereikt) en outcome (wat heeft het initiatief bij de deelnemers te weeg gebracht; dit is tevens het doel wat met de actie wordt nagestreefd)21.
21
Schaijk, R. van, Cadat-Lampe, M., Hetem, R., Mourik, C. van Sok, K., (2020). Effecten zichtbaar maken, Movisie
14
Thema 1: Een sterke pedagogische basis Een sterke pedagogische basis richt zich op het samenwerken tussen de ouders, professionals en voorzieningen voor kinderen en jeugdigen: kinderopvang, onderwijs, jeugdhulp en preventie voorzieningen, maar ook sport, welzijnswerk en andere jeugdactiviteiten. Binnen het thema valt ook de aandacht voor ouders die opvoedingsonzekerheid ervaren. Ondanks dat het met het grootste deel van de kinderen en ouders goed gaat, zijn er ook gezinnen waarbij extra ondersteuning wenselijk is. Bij het werken aan een sterke pedagogische basis in de gemeente staat de vraag centraal: hoe kan de omgeving (context) helpend zijn? VNG, BMK, PO Raad, VO Raad en MBO Raad (2022) brachten samen een document uit getiteld: “Een sterke basis door krachtige samenwerking”. Het streven is het ontwikkelen van een sterke pedagogische basis. Dat kan door anders samen te werken tussen professionals, beleidsmakers en bestuurders. De kern: iedereen die met en voor de jeugd werkt gaat anders samenwerken door anders organiseren en anders opleiden. Het achterliggende doel is te komen tot inclusiever onderwijs en ontwikkelingsomgevingen. Er is meer thuisnabij onderwijs en opvang, preventie, meer normalisering en demedicalisering. (zie ook de ambitie van OCW, 2024)22.
Hoe kunnen we anders organiseren, samenwerken en professionaliseren? • Anders organiseren gaat om meer wijkgericht werken, zodat de school of het kindcentrum in de wijk de plek wordt waar de ontwikkeling van kinderen wordt gestimuleerd en ondersteund en waar zorg of extra aandacht te vinden is voor kinderen, jongeren en hun ouders. Veel hulp of aandacht die nu individueel wordt gegeven, wordt in groepsverband aangeboden. • Anders samenwerken kan door budgetten voor kinderopvang, onderwijs en jeugdhulp te bundelen en ze bovendien meer groepsgericht in te zetten. Dat betekent dat (landelijke) wet- en regelgeving moet worden aangepast. Als er specialistische ondersteuning nodig is, brengen we die dichtbij het gezin, in plaats van het kind naar een specialistische setting te brengen. • Anders opleiden richt zich op anders leren kijken naar gezondheid, een omslag van het medisch model naar het model van positieve gezondheid. Van het meer pedagogisch didactisch opgeleide personeel, wordt gevraagd om het groepsklimaat en de ontwikkeling van (verschillende) kinderen daarin - centraal te stellen. Professionals dienen de tijd en ruimte te krijgen om na te denken over wat er nodig is om de pedagogische basis in hun regio te versterken (ontleend aan Van Teunenbroek en Spaanenburg, 2024).23 Binnen de gemeente zien de LEA-partners het belang van het spreken van dezelfde taal.
Door verschillende beleidsterreinen binnen de gemeente (denk aan: armoede, sport, huisvesting) en daarbuiten met elkaar te verbinden kan dit worden gerealiseerd. Het uitgangspunt daarbij is dat overal dezelfde pedagogische uitgangspunten gelden: op school, maar ook in de bredere omgeving zoals de kinderopvang (in het bijzonder de BSO) en op sportverenigingen. Het is mooi als ook thuis deze lijn wordt doorgetrokken. Ouders worden hier onder andere bij betrokken middels bijvoorbeeld ouderavonden op de scholen.
22
OCW (2024). Beleidskader. Met elkaar voor alle kinderen en jongeren. Werken aan een inclusieve leeromgeving, 19 april 2024 23 Teunenbroek, M. van, Spaanenburg, J. (2024). Samenwerken aan een inclusieve aanpak onder de rivieren, versterken van de pedagogische basis, in: De Nieuwe Meso, september 2024, nr 3, p. 14-18
15
Gezamenlijk zijn de volgende kwaliteitscriteria geformuleerd voor het werken aan de sterke pedagogische basis: 1) 2) 3) 4) 5) 6)
Het werken aan korte lijnen Normaliseren Uitgaan van gemeenschappelijke pedagogische kaders Het betrekken van ouders Veiligheid bieden Werken aan doorgaande lijnen
Actie: tweemaal per jaar wordt in het LEA-overleg aan de hand van de zes kwaliteitscriteria uitgewisseld hoe er wordt gewerkt aan de sterke pedagogische basis. Hierbij wordt in kaart gebracht welke lijntjes al lopen en worden ervaringen gedeeld. In het LEA-overleg wordt afgestemd op welke manier men uiting geeft aan de pedagogische uitgangspunten en kunnen de gemeenschappelijke thema’s aan elkaar verbonden worden. Vanuit het overleg worden gemeenschappelijke doelstellingen verder uitgewerkt. Een voorbeeld is dat kan worden geïnventariseerd welke aanpakken er worden gehanteerd voor bijvoorbeeld sociale competenties, zoals de Kanjer aanpak, vreedzame school of andere methoden. Op basis hiervan kunnen een paar gemeenschappelijke pedagogische regels worden geformuleerd, die gemeentebreed gelden (bijvoorbeeld zowel op school als bij het voetbal). We doen dat aan de hand van onderstaand schema: De begrippen zijn duidelijk: we spreken dezelfde taal. 1) 2) 3) 4) 5) 6)
Er zijn acties benoemd.
Is de actie merkbaar of meetbaar?
Het werken aan korte lijnen Normaliseren Uitgaan van gemeenschappelijke pedagogische kaders Het betrekken van ouders Veiligheid bieden Werken aan doorgaande lijnen
Output: Er wordt bij professionals binnen West Maas en Waal een gemeenschappelijke taal gesproken over de pedagogische uitgangspunten (hiervoor zijn zes indicatoren benoemd). Een voorbeeld van gemeenschappelijke afspraken is het maken van afspraken over werkwijzen sociale competenties. Outcome: Door concrete, gemeenschappelijke afspraken en werkwijzen werken we aan een sterke pedagogische basis in heel West Maas en Waal (opvang, onderwijs, sport, …). Uiteindelijk werken we hiermee aan een meer inclusieve ontwikkelomgeving: wij zijn er in ieder dorp voor alle kinderen van het dorp.
16
Thema 2: Preventie In West Maas en Waal signaleren de professionals een meer dan gemiddeld middelen gebruik. Daarom is de OKO aanpak gestart. Verschillende voorzieningen lopen tegen dezelfde uitdagingen aan: een stijgende vraag naar specialistische hulp of ondersteuning voor kinderen, zowel op onderwijs- als op zorgvlak. Tegelijk nemen de budgetten niet evenredig toe en is op veel plekken een personeelsschaarste. De instellingen hebben te maken met dezelfde gezinnen en kinderen. Onderwijs/opvang en jeugdhulp zijn nog vaak gescheiden werelden. Hoewel hier in de afgelopen periode al flinke stappen zijn gezet met het schoolmaatschappelijk werk en de afstemming tussen andere jeugdhulp instellingen (SMW/VW/POH Jeugd GGZ) en het jongerenwerk, vraagt het nog steeds aandacht en is het een speerpunt om daar in de komende jaren verandering in te brengen. Veel jongeren komen in de puberleeftijd in de problemen, bijvoorbeeld door stress, werkdruk, onzekerheid, scheiding ouders, somberheidsklachten e.d. De laatste vijf jaar is een toename waarneembaar van hulpvragen voor mentale gezondheid bij jeugdigen. Hiervoor zijn verschillende oorzaken, zoals hogere maatschappelijke verwachtingen, het niet kunnen hanteren van emoties, de invloed van sociale media, zorgen over de wereld en meer bewustwording over mentale gezondheid.
Het meeste geld gaat momenteel niet naar preventie van problemen, maar wordt curatief ingezet. Vroegtijdig signaleren en vervolgens de juiste hulp bieden kan op de langere termijn veel problemen, zorg en kosten voorkomen. Ouders met vragen over opvoedondersteuning kunnen in West Maas en Waal terecht bij Vraagwijzer. Professionals zien nu veel effect van het schoolmaatschappelijk werk. Afstemming van professionals die werken aan preventie en lichte ondersteuning wordt als belangrijk gezien. Het meten van preventief aanbod Volgens het NJI (www.NJI.nl) kunnen de resultaten van preventief aanbod op meerdere manieren zichtbaar worden gemaakt: 1. Bevraag de doelgroep over de outcome, bijvoorbeeld via een enquête, interview of groepsgesprek. 2. Vraag de doelgroep regelmatig (eventueel steekproefsgewijs) om kort iets terug te geven na afloop van een activiteit. Dit kan aan de hand van een stelling, met verschillende smileys of door een ervaring of opbrengst op een whiteboard te schrijven. 3. Nodig de doelgroep uit om zelf eventuele effecten te beschrijven, bijvoorbeeld door middel van een zelfrapport of storytelling. 4. Vraag professionals of vrijwilligers die met de doelgroep werken welke effecten zij waarnemen.
17
Subthema 1. Grenzen stellen In dit thema gaat het over de norm stellen aan gedrag. Voor de instellingen die bij de sterke pedagogische basis horen, zijn verschillende methoden en werkwijzen beschikbaar om te werken aan normstelling. Om te voorkomen dat instellingen worden overspoeld met allerlei aanbod, zijn verschillende aanpakken bijeengebracht in de overkoepelende aanpak ‘Gezonde school’. Gezonde School is een programma dat onderwijsprofessionals helpt om een gezonde leefstijl op school vanzelfsprekend te maken. Scholen zijn echter vrij een aanpak naar voorkeur te kiezen. Daarmee is de vraag die in de LEA een plek krijgt hoe men ervoor zorgt dat de verschillende programma’s worden nageleefd en elkaar versterken. Er worden verschillende initiatieven genomen door lokale partijen. Ook op dit thema lijkt behoefte op onderlinge afstemming. Actie: het inrichten van een afstemmingsoverleg (een subgroep van het LEA, met professionals, die minimaal ééns per jaar samenkomt) waarin vertegenwoordigers ervaringen uitwisselen. In het overleg inventariseren de partijen wat er binnen de gemeente wordt gedaan en stemmen zij het aanbod af op de behoeften die worden gezien. Dit kan ook betekenen dat er wordt gestopt met dingen die niet werken. Hierbij staat altijd de vraag centraal: wat betekent wat we doen voor de doelgroep? Deze subwerkgroep rapporteert aan het LEA overleg.
De begrippen zijn duidelijk
Aanbod en ontbrekende schakels zijn duidelijk
Wat werkt en wat werkt niet?
Brede opvoedingsondersteuning Innovatieve initiatieven om “achter de voordeur” te komen
Output: Er is een toegankelijk en afgestemd aanbod waar de instellingen bij betrokken zijn (met een methode om achter de voordeur te komen). Een inspanningsindicator is: preventiemedewerkers komen ieder jaar twee maal samen om de inspanningen af te stemmen en signalen naast elkaar te leggen. Outcome: het aanbod van verschillende instellingen is afgestemd en aangevuld. Een essentieel subdoel hiervan is “achter de voordeur komen” bij de gezinnen in de gemeente. Dit doel richt zich op de professionals.
Subthema 2. Opvoedingsondersteuning Ouders hebben opvoedingsonzekerheid: ze zijn onzeker over opvoedingsvragen en keuzes. Wat vaak helpt, is uitwisseling en ontmoeting van ouders, zodat zij hun onzekerheid kunnen delen en bespreken met andere ouders of een professional. Dat kan in de vorm van opvoedingsondersteuning (bijeenkomsten), maar het kan ook door de ontmoeting voor hele jonge kinderen, waar de ouders natuurlijk bij zijn. Denk aan Speelgroepen, of de bekende 18
Instap groepen (NJI) (voor kinderen van 1-2 jaar). Ook voor oudere kinderen en jongeren zijn er initiatieven denkbaar, zoals de reeds ingezette Pubercarrousel, nu Puberpraat. De vertegenwoordigers van verschillende instellingen geven aan dat voor grenzen stellen en opvoedingsondersteuning, het schoolmaatschappelijk werk een belangrijke functie vervult voor het signaleren, maar ook voor het laagdrempelig adviseren en ondersteunen van kinderen en ouders. Hiermee wordt gewerkt aan het pedagogisch partnerschap en is het een belangrijke schakel in het preventienetwerk. Actie: verkennen in hoeverre het bestaande aanbod aansluit bij de behoeften van ouders en kinderen en welk aanbod er eventueel ontwikkeld moet worden (bijvoorbeeld binnen het aanbod van het welzijn). Dit begint bij het gezamenlijk in beeld brengen van het huidige beschikbare aanbod. Uitgangspunt hierbij is dat ouders bij dit proces worden betrokken. Ook het schoolmaatschappelijk werk is hierbij een belangrijk instrument. Ook bij dit thema stellen we voor om gericht te werk te gaan: Het aanbod en de behoeften zijn duidelijk
Er is bepaald of er extra of aanvullend aanbod nodig is
We evalueren onze inspanningen
Opvoedingsondersteuning Output: Het in beeld brengen van de omvang van de doelgroep, het bestaande aanbod en welk aanbod nog mist. Met aanbod wordt bedoeld: bijeenkomsten in groepen voor ouders (cafés voor opvoedvragen) of individuele trajecten. We richten ons op de volgende indicator: •
Bij het bestaande aanbod (zoals schoolmaatschappelijk werk) wordt per casus onderzocht en bijgehouden wat de effecten zijn en welke hulpvragen hieraan ten grondslag liggen. Deze informatie vormt de basis voor het gesprek om te bepalen hoe verder.
Outcome: Het doel van dit subthema is zorgen dat het aanbod rondom opvoedondersteuning aansluit bij de behoeften van ouders en kinderen en het bereik hiervan verhogen. Dit doel richt zich op de ouders. We stellen dit vast door: •
Alle kinderen die een ondersteuningsaanbod hebben gehad zijn geholpen en 75% van de ouders en kinderen geven aan dat ze tevreden zijn over de ondersteuning.
19
Thema 3: Gelijke kansen Met gelijke kansen bedoelen we dat we er naar streven om alle kinderen even veel ontwikkelingskansen te geven ongeacht waar ze geboren zijn. Werken aan gelijke kansen betekent soms ook dat kinderen verschillend behandeld kunnen worden. Het betekent niet dat we streven naar zo hoog mogelijke cijfers of gelijke uitkomsten. Bij gelijke kansen benoemen we drie subthema’s: doorgaande lijnen, taal en segregatie. Subthema 1. Doorgaande lijn De overgangen van peuteropvang naar basisschool en van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs zijn heel belangrijk. In de gemeente worden deze doorgaande lijnen ondersteund. De overgang van peuter naar kleuter is geen eenmalige gebeurtenis, maar meer een proces (observaties van de kinderopvang, een bezoek van de IB’er, wendagen, de daadwerkelijke overdracht en een terugkoppeling). Vaak is er ook een convenant of een samenwerking tussen de voorschoolse en de schoolse partijen. •
•
Voor- vroegschool: de stuurgroep VVE monitort de uitvoering van het VVE beleid. Vertegenwoordigers vanuit de kinderopvang, basisonderwijs, Vraagwijzer, GGD, de Bibliotheek en gemeente nemen deel. In de stuurgroep wordt ook de overgang / doorgaande lijn gemonitord. Ieder jaar koppelt de VVE stuurgroep de bevindingen terug aan de LEA. Primair – voortgezet onderwijs: ook de overstap van primair naar voortgezet onderwijs vraagt aandacht. In West Maas en Waal is een VO-school, namelijk Pax Juniorcollege. Daardoor hoeven leerlingen niet direct de gemeente uit om naar de VO school te gaan. Goede afstemming tussen primair onderwijs en voortgezet onderwijs is van groot belang. De scholen hebben aandacht voor de overgang van kinderen van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. Er is een po-vo overleg en er is en kort lijntje tussen de basisscholen en Pax. In de overgang PO/VO wordt besproken hoe het kwetsbare leerlingen is vergaan. Zo kan de terugkoppeling po-vo verder versterkt worden. Ieder jaar koppelt het po/vo overleg de bevindingen terug aan de LEA.
Actie: Jaarlijks vindt er een uitwisseling plaats waarbij specifieke aandacht is voor de doorgaande lijn. Ieder van de bovengenoemde werkgroepen kiest ieder jaar zelf een thema om met elkaar te verdiepen (op basis van wat zij horen/zien in het werkveld) en koppelt dit terug binnen het LEA-overleg. Daar wordt besproken of bepaalde acties nodig zijn en wie hiervoor verantwoordelijk is. Output: Binnen de gemeente is er een goed overzicht van de overgangen voor- en vroegschools en po-vo. Outcome: De bestaande afstemming over de overgangen (zoals het jonge kindoverleg, het voor- en vroegschools overleg en PO/VO overleg) zijn beter zichtbaar en worden teruggekoppeld binnen het LEA-overleg. De overgangen verlopen zonder belemmering en voor de overgang voor-vroegschools geldt: alle kinderen met een VVE indicatie, krijgen een warme overdracht.
20
Subthema 2. Taal bij laaggeletterden, NT2 en nieuwkomers Taal is belangrijk om kansengelijkheid te bevorderen. Op scholen is taal een basisvaardigheid; de scholen staan voor de opdracht om goed taalonderwijs te geven. Bij die sterke taalbasis hoort ook het betrekken van ouders en het ondersteunen van doorgaande lijnen. Maar om de inzet vanuit scholen goed in te bedden en te versterken zijn ook andere maatschappelijke partners nodig. Rond de school zijn tal van instellingen die werken aan taal- en leesbevordering, denk aan kinderopvang (met VVE), bibliotheken (met dBOS), het consultatiebureau), het welzijn (bijvoorbeeld Voorleesexpress). Ook het programma Boekstart zou een plek kunnen krijgen op het consultatiebureau. Er zijn ook specifieke groepen die extra aandacht nodig hebben voor hun taalverwerving, zoals nieuwkomers, NT2-leerlingen en mensen (in dit geval ouders) die laaggeletterdheid zijn. Deze groepen zijn vaak onderwerp van beleid en het is zaak dat de gemeente en de lokale partijen hun inspanningen hierin afstemmen. Er is al een aanbod voor laaggeletterden, nieuwkomers en NT2-leerlingen, die een uitdaging op het gebied van taal hebben. Het is alleen ingewikkeld om de mensen die tot de doelgroep behoren te bereiken of te verleiden tot deelname. Verschillende partners werken hierin al aan samen.
Op uitnodiging schuiven de Bibliotheek en het welzijn (of andere relevante partijen) aan bij een LEA overleg om deze thema’s te bespreken. Daarvoor gebruiken we onderstaand schema
21
Actie: Om goed aanbod te waarborgen wordt de aanpak voor NT2-leerlingen en laaggeletterden verder afgestemd en ontwikkeld, voortbordurend op o.a. de huidige interscholaire NT2-voorziening. Het initiatief ligt hiervoor bij de gemeente. Op uitnodiging schuiven de Bibliotheek en het welzijn (of andere relevante partijen) aan bij een LEA overleg om deze thema’s te bespreken. Daarvoor gebruiken we onderstaand schema. Het aanbod is duidelijk
Samen is bepaald hoe kan worden gewerkt aan ene groter bereik
We evalueren onze inspanningen
1) NT2 aanbod 2) Laaggeletterden Output: LEA en partijen werken samen en worden gefaciliteerd om laaggeletterde inwoners te bereiken en toe te leiden naar educatieve trajecten of ander aanbod. Dit kan vanuit de aanpak van laaggeletterdheid binnen het regionale thema gezin. De bibliotheek voert een nieuw regionaal (SGB) project uit met als doel: het bereiken en verbinden van meer vindplaatsen rondom het thema gezin (scholen, kinderopvang, peuterspeelzalen, consultatiebureau, kraamzorg etc.) met een maatwerkaanpak. Outcome: • • • • •
Ouders krijgen een grotere mate van ouderbetrokkenheid, betere taalvaardigheden en een betere plek in de samenleving Ouders krijgen een beter begrip van de ondersteuning van de taalontwikkeling van hun kinderen kwaliteit van familiebezoeken aan de bibliotheek en de routine in het leesgedrag van het gezin verbeteren Opvoeden lukt beter Contact tussen ouders en kind is beter
22
Subthema 3. Segregatie Eenzijdige samenstelling van kinderen per locatie kan nadelig zijn voor de kinderen. De inspectie van het onderwijs (2022)24 vraagt de laatste tijd meer aandacht voor segregatie en integratie. De aandacht voor segregatie en integratie beschouwen we als een onderdeel van inclusiever werken, in onderwijs en opvang. Natuurlijk zijn het altijd de ouders die een keuze maken voor een opvang of school voor hun kinderen. Het is echter de opdracht van de gemeente om te bezien of segregatie niet wordt bevorderd door onderliggende structuren of afspraken. Het is van belang dat alle partijen hierover in gesprek gaan en blijven. Actie: het organiseren van een kwaliteitsdialoog (een goed voorbereide discussie in de LEA) over het onderwerp segregatie. Hierbij wordt aansluiting gezocht met de ontwikkelingen binnen de deelgebieden, waar tevens over de spreiding van leerlingen wordt gesproken (voor het po). Output: Deelnemers van de LEA hebben een goed beeld van de spreiding, segregatie en integratie in de gemeente. Outcome: Er is zicht op de spreiding van leerlingen over het onderwijs binnen (en buiten voor het vo) de gemeente, waarbij een risico op segregatie zou kunnen spelen. Het bewustzijn van mechanismen die integratie en segregatie beïnvloeden is vergroot en indien nodig zijn er gezamenlijke acties geformuleerd.
24
Inspectie van het Onderwijs (2022). Themarapportage. Onderwerp van gesprek: het bestrijden van onderwijskansen en het voorkomen van segregatie. Hoe geven gemeenten invulling aan de LEA?, Utrecht: Inspectie van het onderwijs
23
4. Overlegstructuur Wie nemen deel? De LEA is een overleg met bestuurders van onderwijs, kinderopvang en de gemeente. Ook het schoolmaatschappelijk werk en welzijn sluiten aan. Andere partijen, zoals , de Bibliotheek en het samenwerkingsverband Stromenland kunnen op thema worden uitgenodigd. De wethouder is voorzitter van het overleg. Hoe vaak vergadert de LEA? De LEA wordt afgewisseld met het huidige bestuurlijk overleg. Dat betekent dat er jaarlijks tweemaal een LEA-overleg en eens per jaar een individueel bestuurlijk overleg plaatsvindt. Indien gewenst kunnen thema’s ook gecombineerd worden behandeld in een samengevoegd overleg. De data zijn per jaar van tevoren vastgelegd. Voorbereiding en verslag Iedere LEA wordt voorbereid door een agendacommissie. De agendacommissie bestaat uit drie leden, namelijk: een afgevaardigde van de gemeente, kinderopvang en onderwijs. Van ieder LEA overleg wordt een duidelijk verslag met actielijst gemaakt en met de partners gedeeld. De grote thema’s per overleg zijn voor het jaar in samenspraak bepaald, zodat duidelijk is wat van deelnemers wordt verwacht en wie aan zet is. Sommige agendapunten worden inhoudelijk voorbereid door een kleine ad-hoc werkgroep (zoals een discussie over segregatie). Sommige onderwerpen komen ieder jaar ook terug, zoals een terugkoppeling van de VVE-werkgroep.
Verder is er elk overleg ook ruimte voor actuele (of urgente) informatieve uitwisseling. Afstemming met andere werkgroepen en bovengemeentelijke netwerken De LEA is het bestuurlijke overleg, maar er zijn ook subwerkgroepen waarin professionals de voortgang bespreken (bijvoorbeeld de stuurgroep VVE; en wellicht werkgroep huisvesting). Er zijn echter verschillende bovengemeentelijke netwerken (bijvoorbeeld samenwerkingsverbanden, Rivierenland en Rijk van Nijmegen). Het terugkoppelen van ontwikkelingen in deze andere overleggen is een standaard onderdeel van het LEA-overleg. Monitoring en evaluatie Voor een goed verloop van het LEA is ook een monitoring en evaluatie van belang. In deze LEA is niet voorzien in een monitoring waarbij cijfers en getallen worden bijgehouden. Wel is het belangrijk de kwaliteit van het overleg te monitoren. Daarom plannen we nu al een kort tussentijds evaluatie moment in halverwege de periode. Aan het eind van de periode ruimen we iets meer tijd in voor een evaluatie. De gemeente neemt de regie over het monitoren en evalueren van de doelstellingen in de LEA en het verloop van het overleg. Belangrijke vragen voor een evaluatie zijn: Inhoudelijk • Doen we de goede dingen? • Doen we de dingen goed? • Hoe weten we dat?
Proces • Is de opkomst goed? • Krijgt iedereen de kans om zijn inbreng te geven? • Worden de punten van de agenda goed behandeld? • Worden er opbrengstgerichte besluiten genomen? • Is er goede voorbereiding en verslag? 24
Schematische weergave van de overlegstructuur Bovengemeentelijk overleg
Agenda commissie
Verschillende werkgroep(en), zoals werkgroep VVE, of wellicht huisvesting
Bestuurlijk overleg / LEA
Wettelijke taken en beleidscontext: • • • • • • •
Spreiding anderstaligen Voorkomen segregatie en bevorderen integratie Ondersteuningsplan OAB nota IHP Plan jeugdhulp …
Monitor LEA
Voorlopige (concept) agenda Een suggestie is te starten met een bijeenkomst waarin met elkaar in beeld wordt gebracht welke (formele en informele) overleggen er zijn om dubbeling en vergaderdruk te voorkomen. LEA
Bestuurlijk overleg
LEA Stuurgroep VVE Laaggeletterden, nieuwkomers en NT2 Sterke pedagogische basis Stuurgroep VVE Grenzen stellen en opvoedingsondersteuning Werkgroep PO/VO Sterke basis Stuurgroep VVE Laaggeletterden, nieuwkomers en NT2 Sterke pedagogische basis
2024
2025
2026
2027
Kwaliteitsdiscussie segregatie Sterke pedagogische basis Tussentijds evalueren LEA Sterke pedagogische basis Sterke pedagogische basis
Stuurgroep VVE Werkgroep PO/VO Sterke pedagogische basis Stuurgroep VVE Eind evaluatie LEA Sterke pedagogische basis
2028
25
BIJLAGE I. Korte beschrijving taak werkgroepen In deze notitie is melding gemaakt van in ieder geval drie werkgroepen / stuurgroepen. Twee daarvan bestaan al, namelijk de Stuurgroep VVE en het overleg voor de overgang van PO/VO. Stuurgroep VVE Aan de stuurgroep VVE nemen de kinderopvang, het basisonderwijs, de Bibliotheek, Vraagwijzer en de GGD deel. Zij bespreken de kwaliteit van de VVE in de gemeente, waar onder de overgang van de kinderen van de voorschool naar de vroegschool. Het is geen casusoverleg. Er wordt gemonitord hoe veel indicaties er worden afgegeven en of er nonbereik is. De werkgroep stimuleert het goed verlopen van de warme overdracht en houdt zicht op het overdracht protocol. De stuurgroep komt drie keer per jaar samen. De stuurgroep kiest zelf ieder jaar een thema om samen te bespreken en van elkaar te leren. De stuurgroep signaleert nieuwe ontwikkelingen, bespreekt nieuw beleid en rapporteert aan de LEA. Voorzitterschap kan roulerend worden belegd. Werkgroep preventie De werkgroep preventie bestaat uit preventiemedewerkers ( bijvoorbeeld schoolmaatschappelijk werk en/of welzijn), de gemeente en relevante professionals. Het doel is uitwisseling van kennis en nieuwe ontwikkelingen, maar ook verbinden van verschillende preventieve activiteiten in de gemeente (zoals OKO).
In de werkgroep preventie wordt gewerkt met specifieke doelgroepen, zoals tieners of ouders. De werkgroep komt twee maal per jaar samen, maar vaker als daarvoor urgentie is. De werkgroep heeft een paar opgaves: • • • • •
inventariseren en vergelijken van signalen In beeld brengen van het aanbod Afstemmen van aanbod op behoeften (en tevens inventariseren ‘wat werkt en wat werkt niet?’). De werkgroep denkt mede na over het laagdrempelige opvoedondersteuning in de gemeente De werkgroep rapporteert eens per jaar aan de LEA. Voorzitter is de gemeente.
Werkgroep po/vo In de werkgroep primair onderwijs – voortgezet onderwijs zitten vertegenwoordigers van de scholen van po en de onderbouw vo. Het doel is het bevorderen van een goede overgang van de leerlingen van het primair naar het voortgezet onderwijs, waarbij onder – of over advisering zo veel mogelijk wordt bestreden. De werkgroep bespreekt het verloop van de advisering en overgang van leerlingen, met aandacht voor kwetsbare leerlingen. Onderwerpen van aandacht zijn: de advisering, de overdracht, de leerling in het eerste jaar, aandacht voor kwetsbare kinderen, informatieoverdracht (AVG), en terugkoppeling van doorstroom aan het PO. De werkgroep komt minimaal eens per jaar samen en vaker als daartoe aanleiding is. Jaarlijks rapporteert de werkgroep aan het LEA overleg.
26
BIJLAGE II. Landelijke ontwikkelingen De landelijke ontwikkelingen in het beleid zijn van invloed op de lokale opgaves en uitwerkingen. In deze paragraaf schetsen we daarom een paar landelijke ontwikkelingen. Doorgaande lijnen Er is de laatste tijd meer aandacht voor de doorgaande lijnen. Daarmee bedoelen we de overgangen en schakelpunten in de opvang- en onderwijsloopbaan. Bijvoorbeeld de overgang van de peuter- naar de kleuterperiode (van voor- naar vroegschool) maar ook de overgang van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs. Ook in het voortgezet onderwijs zijn er schakelmomenten, zoals de overgang van VMBO naar het MBO of het HAVO. Voor een deel van de leerlingen zijn deze overgangen kwetsbaar en het is zaak daar goede ondersteuning in te bieden. Onderwijsachterstandenbeleid Op basis van vijf criteria van het CBS krijgen gemeenten middelen toebedeeld voor het bieden van meer onderwijskansen. Een belangrijk deel van de middelen wordt besteed aan VVE in de peuteropvang (2,5-4 jaar). Met de resterende middelen kan de gemeente projecten steunen in scholen voor primair onderwijs, bij het welzijn of in de bibliotheek. Gemeenten maken een OAB plan waarin afspraken en ambities staan voor de komende tijd. Voor het stimuleren van gelijke kansen is er nu ook de regeling ‘school en omgeving’. Schoolbesturen kunnen een aanvraag doen voor het ontwikkelen van naschools aanbod.
Dit richt zich op activiteiten op het gebied van sport en cultuur voor de brede ontwikkeling van kinderen. In het nieuwe regeerakkoord is dit beperkt tot 5% van de scholen (met de meeste achterstanden). Opvang nieuwkomers In heel het land zijn door de oorlog in o.a. Syrië (2015) en in Oekraïne (2022) in snel tempo veel kinderen opgevangen. Schoolbesturen en gemeenten maken afspraken over opvang en onderwijs. Veelal worden hier eerste opvang klassen voor ingericht, waarin kinderen van verschillende leeftijden worden ‘ondergedompeld’ in de Nederlandse taal. Jeugdhulp en preventie In 2015 is de jeugdhulp gedecentraliseerd. Vooral de transformatie (verandering van werkvormen) is in veel gemeenten nog volop gaande. Belangrijke doelen zijn meer preventie, normalisering en demedicalisering. In veel gemeenten wordt de toegang tot de jeugdhulp geregeld via wijkteams of gebiedsteams. De deelname aan de jeugdzorg/hulp is de laatste tijd behoorlijk gestegen en dat is voor veel gemeenten ook een uitdaging. Gemeenten maken een plan voor jeugdhulp dat eens in de vier jaar wordt vastgesteld. Aan preventie wordt steeds meer belang gehecht, ook vanwege de mogelijk toenemende kosten in de zorg.