Bijlage 1. Jaarstukken 2024
Tekst van het document
2021
€ 1,20 € 1,20
2022
€ 1,20 € 1,20
2023
2024
€ 1,20 € 1,20
€ 1,20 € 1,20
Opbrengsten In 2024 realiseerden wij de volgende opbrengsten met toeristen- en watertoeristenbelasting: Begroting Rekening Verschil Omschrijving 2024 2024 2024 Opbrengst toeristenbelasting
€ 162.000
€ 190.140
€ 28.140
Totale opbrengst toeristenbelasting
€ 162.000
€ 190.140
€ 28.140
59
FORENSENBELASTING Algemeen Onder de naam "Forensenbelasting" heffen wij een directe belasting van personen die, zonder in onze gemeente hoofdverblijf te hebben, meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning in onze gemeente beschikbaar houden. Gemeentelijke kaders Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2024. Beleidsuitgangspunten Bij de berekening van de tarieven voor de forensenbelasting gelden deze beleidsuitgangspunten: - Forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel, er wordt geen relatie gelegd met de bijbehorende kosten; - Kwijtschelding is niet mogelijk. Tarieven De ontwikkeling van de tarieven voor de forensenbelasting ziet er als volgt uit: Soort
2021
2022
2023
2024
Tarief forensenbelasting (per woning)
€ 426,33
€ 428,46
€ 430,60
€ 432,75
Opbrengsten In 2024 realiseerden wij de volgende opbrengsten met de forensenbelasting: Begroting Rekening Omschrijving 2024 2024
Verschil 2024
Opbrengst forensenbelasting
€ 9.520
€ 19.301
€ 9.781
Totale opbrengst forensenbelasting
€ 9.520
€ 19.301
€ 9.781
Het positieve financiële resultaat bij de forensenbelasting wordt met name veroorzaakt door een inhaalslag die is gemaakt waardoor aanslagen over voorgaande jaren zorgen voor een extra opbrengst. AFVALSTOFFENHEFFING Algemeen De gemeenschappelijk regeling Afvalverwijdering Rivierenland (GR-Avri) verzorgt de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De kosten van Avri worden gedekt met de inkomsten uit de afvalstoffenheffing: een belasting voor het inzamelen en verwerken van afval. Gemeentelijke kaders Het AB van de GR-Avri stelt de Verordening afvalstoffenheffing vast. Beleidsuitgangspunten Bij de berekening van de tarieven voor de afvalstoffenheffing gelden deze beleidsuitgangspunten: - volledig kostendekkende tarieven; - vast en variabel deel van het tarief; - kwijtschelding is onder voorwaarden mogelijk.
60
Tarieven De ontwikkeling van de vaste en variabele tarieven voor de afvalstoffenheffing ziet er als volgt uit: Soort
2021
2022
2023
2024
€ 270,00
€ 279,00
€ 292,00
€ 318,00
€ 1,00 € 0,80
€ 1,00 € 0,80
€ 1,00 € 0,80
€ 1,00 € 0,80
Vast tarief afvalstoffenheffing (per huishouden) Variabel tarief afvalstoffenheffing (per inworp restafval) - grondgebonden woning - hoogbouw
Pluspakket Verder werden in onze gemeente in 2024 de navolgende opslagen op het basistarief gehanteerd (pluspakket): - verwijderen zwerfafval (€ 3,74 per huishouden); - toeslag voor gescheiden inzameling van luier- en incontinentiemateriaal (€ 5,70 per huishouden). RIOOLHEFFING Algemeen Onder de naam 'rioolheffing' heffen wij een belasting van degene die bij het begin van het belastingjaar eigenaar is van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. Gemeentelijke kaders Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2024. Beleidsuitgangspunten Bij de berekening van de tarieven voor de rioolheffing gelden deze beleidsuitgangspunten: - volledig kostendekkende tarieven; - kwijtschelding is onder voorwaarden mogelijk; - eventuele jaarsaldi worden verrekend met de voorziening riolering. Kosten In het onderstaande overzicht op hoofdlijnen inzicht in de kosten van de gemeentelijke riolering: Begroting Rekening Verschil Berekening kostendekkendheid rioolheffing 2024 2024 2024 Lasten taakveld 7.2 riolering Inkomsten taakveld 7.2 riolering Mutatie voorziening Netto kosten taakveld 7.2 riolering
€ 1.975.591 -€ 8.871 -€ 44.313 € 1.922.407
€ 1.917.876 -€ 36.038 € 28.246 € 1.910.084
€ 57.715 € 27.167 -€ 72.559 € 12.323
Extracomptabele toerekening kosten: Aanslag oplegging BSR Aandeel tractiemiddelen Overhead Rente BTW Totale kosten
€ 20.000 € 24.985 € 157.682 € 175.743 € 325.012 € 2.625.829
€ 20.000 € 22.308 € 157.682 € 175.743 € 341.161 € 2.626.978
€0 € 2.677 €0 €0 -€ 16.149 -€ 1.149
Baten rioolheffing
€ 2.625.829
€ 2.626.978
€ 1.150
100,0%
100,0%
Kostendekkendheid
Tarieven De ontwikkeling van de tarieven Rioolheffing ziet er als volgt uit: 61
Soort
2021
2022
2023
2024
Tarief Rioolheffing (per perceel)
€ 270,00
€ 270,00
€ 272,70
€ 272,70
MARKTGELDEN Algemeen Onder de naam marktgeld heffen wij een recht voor het gebruik van enig gedeelte van openbare gebouwen, terreinen, pleinen of straten, die zijn aangewezen voor het houden van markten. Het marktgeld wordt geheven van degene aan wie de standplaats is toegewezen dan wel degene die de standplaats inneemt. Gemeentelijke kaders Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2024. Beleidsuitgangspunten Bij de berekening van de tarieven voor marktgeld gelden deze beleidsuitgangspunten: - bij marktgeld geldt een maximale kostendekkendheid van 100%; - kwijtschelding is niet mogelijk. Kosten In het onderstaande overzicht geven wij u op hoofdlijnen inzicht in de kostendekkendheid van de markten. Begroting
Rekening
Verschil
Berekening kostendekkendheid marktgeld
2024
2024
2024
lasten grootboek markt (taakveld 3.3 bedrijvenloket)
€ 13.636
€ 16.406
-€ 2.770
inkomsten markt (pacht & leges)
-€ 10.274
-€ 8.272
-€ 2.002
kosten volgens de boekhouding
€ 3.362
€ 8.133
-€ 4.771
extra comptabele kosten
€ 12.500
€ 12.500
€0
totale lasten
€ 15.862
€ 20.633
-€ 4.771
baten marktgeld
€ 5.281
€ 5.055
-€ 226
Kostendekkendheid
33,3%
24,5%
Tarieven De ontwikkeling van de tarieven voor de marktgelden ziet er als volgt uit: Soort
2021
2022
2023
2024
Tarieven marktgeld (per strekkende meter) Incidenteel / per keer
€ 1,56
€ 1,59
€ 1,62
€ 1,65
Per kwartaal
€ 18,47
€ 18,84
€ 19,22
€ 19,60
LIJKBEZORGINGRECHTEN Algemeen Wij heffen rechten voor het gebruik van de begraafplaats en voor het verlenen van onze diensten in verband met de begraafplaats. 62
Gemeentelijke kaders Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2024. Beleidsuitgangspunten Bij de berekening van de tarieven voor de lijkbezorgingsrechten gelden deze beleidsuitgangspunten: - bij lijkbezorgingsrechten geldt een maximale kostendekking van 100%; - kwijtschelding is niet mogelijk; - bij de kostendekkendheid van lijkbezorgingsrechten wordt nog geen rekening gehouden met toerekenbare kosten zoals overhead. Kostendekkendheid In het onderstaande overzicht krijgt u op hoofdlijnen inzicht in de kostendekkendheid van de begraafplaatsen. Begroting Berekening kostendekkendheid begraafrechten 2024
Rekening 2024
Verschil 2024
lasten taakveld 7.5 begraafplaatsen inkomsten (pacht, leges en afkoop onderhoud) totale lasten
€ 33.089 -€ 15.813 € 17.276
€ 23.558 -€ 428 € 23.129
€ 9.531 -€ 15.385 -€ 5.853
baten begraafrechten
-€ 12.530
-€ 4.592
-€ 7.938
Kostendekkendheid 72,5% 19,9 % Tarieven De ontwikkeling van de tarieven van het lijkbezorgingsrecht ziet er als volgt uit: Soort
2021
2022
2023
2024
Belangrijkste tarieven lijkbezorgingsrecht - begraven (1.1 tarieventabel) - bijzetten van een urn (2.1 tarieventabel) - begraafrecht (6.1a tarieventabel)
€ 268,00 € 136,00 € 2.242,00
€ 273,00 € 138,00 € 2.287,00
€ 278,50 € 140,80 € 2.331,72
€ 284,20 € 143,70 € 2.378,35
LEGES Algemeen Onder de naam ‘leges‘ heffen wij verschillende rechten van het genot van door ons verstrekte diensten, genoemd in de legesverordening en de daarbij behorende tarieventabel. Gemeentelijke kaders Verordening op de heffing en de invordering van leges 2024. Beleidsuitgangspunten Bij de berekening van de tarieven voor de leges gelden deze beleidsuitgangspunten: - een maximale kostendekking van 100%; - kwijtschelding is niet mogelijk. Tariefberekening In de volgende tabellen worden de belangrijkste legestarieven inclusief kostendekkendheid toegelicht. De belangrijkste leges zijn: leges voor Omgevingsvergunning (incl. bouwcontrole en bouw- en woningtoezicht), bestemmingsplannen en rij- en reisdocumenten.
Omgevingsvergunningen We tonen de berekening van de kostendekkendheid en daarna de ontwikkeling van de belangrijkste tarieven. 63
Begroting
Rekening
Verschil
2024
2024
2024
lasten taakveld 8.3 (grb. Bouwcontrole & BWT) inkomsten bouwcontrole & bouw- en woningtoezicht totale lasten
€ 2.716.706 -€ 2.000 € 2.714.706
€ 2.672.742 -€ 98.750 € 2.573.992
€ 43.964 € 96.750 € 140.714
baten omgevingsvergunningen
€ 1.498.415
€ 1.581.161
€ 82.746
55,2%
61,4%
Berekening kostendekkendheid omgevingsvergunningen
Kostendekkendheid
Soort
2021
2022
2023
2024
Belangrijkste tarief minimumtarief omgevingsvergunning (art. 2.3.1.1.1 vóór invoering Omgevingswet en art. 2.5.1.a + art 2.6.1.a vanaf 1-1-2024)
€ 283,70
€ 289,00
€ 289,00
€ 298,50
Bestemmingsplannen We tonen de berekening van de kostendekkendheid en daarna de ontwikkeling van de belangrijkste tarieven.
Berekening kostendekkendheid bestemmingsplannen
Begroting 2024
Rekening 2024
Verschil 2024
lasten taakveld 8.1 (grb. Bestemmingsplannen) inkomsten bestemmingsplannen totale lasten
€ 545.328 -€ 7.000 € 538.328
€ 537.917 -€ 56.585 € 481.332
€ 7.411 € 49.585 € 56.996
baten bestemmingsplannen
€ 131.261
€ 130.312
-€ 949
24,4%
27,1%
Kostendekkendheid
Soort
2021
2022
2023
2024
Belangrijkste tarief minimumtarief afwijking bestemmingsplan (art. 2.3.4.1 vóór invoering Omgevingswet en art 2.6.3.a vanaf 1-12024)
€ 341,25
€ 348,00
€ 355,00
€ 362,10
Rij- en reisdocumenten We tonen de berekening van de kostendekkendheid en daarna de ontwikkeling van de belangrijkste tarieven.
64
Begroting Berekening kostendekkendheid rij- en reisdocumenten 2024
Rekening 2024
Verschil 2024
lasten taakveld 0.2 (burgerzaken) inkomsten burgerzaken totale lasten
€ 504.458 €0 € 504.458
€ 540.319 €0 € 540.319
-€ 35.861 €0 -€ 35.861
baten leges rij- en reisdocumenten
€ 329.641
€ 438.780
€ 109.139
65,3%
81,2%
2022
2023
Kostendekkendheid
Soort Belangrijkste tarieven Rijbewijs (artikel 1.3.1.1) ID-kaart (artikel 1.2.1.8) Paspoort (artikel 1.2.1.1.a)
2021
€ 41,00 € 64,00 € 74,75
€ 41,60 € 68,50 € 75,80
2024
€ 44,65 € 75,80 € 83,85
€ 51,10 € 78,50 € 86,85
ONTWIKKELING LOKALE LASTENDRUK In onderstaande tabellen zijn de gegevens overgenomen die worden gepubliceerd door Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO). Dit is een onafhankelijk onderzoek- en kennisinstituut die werkt voor decentrale overheden. Via de website www.coelo.nl is het onder andere mogelijk lokale belastingtarieven te vergelijken tussen alle gemeenten in Nederland. Voor de vergelijking is uitgegaan van de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning en een gemiddelde WOZ-waarde. De bedragen zijn afgerond op hele Euro's. Algemeen In onderstaande tabel is de lokale lastendruk weergegeven in 2024 met een doorkijk naar 2025.
Lokale lastendruk
Werkelijk 2024
Raming 2025
% wijziging
Onroerende zaakbelastingen (gemiddeld) Afvalstoffenheffing Brede rioolheffing
€ 361 € 340 € 273
€ 406 € 364 € 278
12,50% 6,70% 2,00%
Totale lastendruk
€ 974
€ 1.048
7,53%
In onderstaande tabel zijn de tarieven 2024 vergeleken met de buurgemeenten.
Vergelijk met buurgemeenten 2024
gemeente Druten
gemeente Maasdriel
gemeente WMW
€ 424.000
€ 470.000
€ 455.000
Onroerende zaakbelastingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing
€ 454 € 216 € 252
€ 415 € 340 € 276
€ 361 € 340 € 273
Totale lastendruk
€ 922
€ 1.031
€ 974
Gemiddelde WOZ-waarde
65
KWIJTSCHELDINGSBELEID Als een belastingplichtige niet of te weinig financiële middelen heeft om de belastingaanslag te voldoen, kan de belastingplichtige bij de BSR verzoeken om kwijtschelding. Alle belastingplichtigen die een inkomen hebben dat 100% van het minimuminkomen (volgens bijstandsnorm) of lager bedraagt, komen mogelijk in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding.
Kwijtscheldingen Bedrag verleende kwijtschelding Onroerende zaakbelastingen Hondenbelasting Rioolheffing Afvalstoffenheffing Totaal verleende kwijtschelding
Werkelijk 2022
€0 € 1.453 €0 € 49.957 € 51.410
Werkelijk 2023
€0 € 1.277 €0 € 50.288 € 51.565
Werkelijk 2024
€0 € 1.343 €0 € 52.448 € 53.791
% wijziging
0% +5,17% 0% +4,30% +4,32%
66
PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ALGEMEEN Inleiding Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om niet-reguliere kosten die onverwacht en substantieel zijn op te kunnen vangen, zonder dat de uitvoering van de taken en de bedrijfsvoering in gevaar komt. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie van onze gemeente is. Voor het beoordelen van de ‘weerstand‘ is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit. Het gaat hierbij alleen om risico's waarvoor geen of wellicht onvoldoende verzekeringen zijn afgesloten, voorzieningen zijn gevormd of budgetten binnen de begroting beschikbaar zijn. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in: • een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; • een inventarisatie van de risico's; • het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; • een kengetal voor de: 1a netto schuldquote; 1b netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2 solvabiliteitsratio; 3 grondexploitatie; 4 structurele exploitatieruimte; 5 belastingcapaciteit • een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Gemeentelijke kaders Het gemeentelijke beleid is vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen 2012. In deze nota heeft u het volgende bepaald: 1.
Het college stelt een nota Risicomanagement op met de methodiek van risicomanagement en de inrichting van de organisatie op het gebied van risicomanagement; 2. De informatievoorziening richting u verloopt via de paragraaf Weerstandsvermogen bij begroting en jaarverslag en met een bijlage met de risico-inventarisatie; 3. De weerstandsratio dient minimaal 1,2 en mag maximaal 2,0 te zijn. Dit op basis van het aangenomen amendement raadsvergadering 14 november 2019 bij de vaststelling van de Nota Reserves en Voorzieningen 2019. De nota Risicomanagement stelden wij in 2013 vast. Uitgangspunt is de structurele inpassing van risicomanagement in onze bedrijfsvoering en beleid. Vooral het verhogen van het risicobewustzijn is een speerpunt, met speciale aandacht voor de grote projecten. Het proces van risicomanagement verloopt volgens de volgende stappen: Identificatie - Analyse en beoordeling - Beheersing - Rapportage en monitoring.
67
RISICOMANAGEMENT Risicomanagement geven wij als volgt vorm: 1. Formele inbedding van risicomanagement in onze organisatie; Risicomanagement is de verantwoordelijkheid van het management. Binnen het team Control hebben wij een coördinator risicomanagement aangewezen. Het monitoren van de risico’s is een continu proces. 2. Structurele inpassing risicomanagement in de reguliere werkzaamheden; De paragraaf risicomanagement maakt standaard onderdeel uit van onze beleidsdocumenten. 3. Risicoregister bijhouden. Het gaat hierbij om het continu inventariseren, beoordelen en analyseren van risico's, deze kwantificeren en hier een kansberekening op toepassen. WEERSTANDSCAPACITEIT Berekening weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit geeft aan welke middelen wij beschikbaar hebben om eventuele tegenvallers op te vangen. Zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande zaken. De weerstandscapaciteit delen we op in structureel en incidenteel. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit de: 1. Onbenutte belastingcapaciteit; 2. Vrije begrotingsruimte Ad 1. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de mogelijkheden die wij als gemeente nog hebben om binnen de wettelijke grenzen onze belastingopbrengsten te verhogen.
Onbenutte belastingcapaciteit
Begroting 2024
Werkelijk 2024
Onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit: a. Onroerende zaakbelastingen b. Brede rioolheffing c. Leges
€ 1.901.000 €0 p.m.
€ 1.719.637 €0 p.m.
Totaal onbenutte belastingcapaciteit
€ 1.901.000
€ 1.719.637
Toelichting: a. Onroerende zaakbelastingen Voor de OZB kan de zogenaamde artikel 12-norm gehanteerd worden. Op basis van de meicirculaire 2023 is deze norm 0,1614% voor het jaar 2024. De onbenutte capaciteit berekenen we als volgt:
Berekening onbenutte belastingcapaciteit grondslag OZB WOZ-waarde woningen € 3.420.000.000 niet-woningen € 425.500.000 Totale waarde € 3.845.500.000
bedrag
Gerealiseerde opbrengsten woningen niet-woningen Totaal gerealiseerde OZB-opbrengst
€ 2.744.000 € 1.743.000 € 4.487.000
Maximale opbrengst (artikel 12-norm) Onbenutte capaciteit OZB
€ 6.206.637 € 1.719.637 68
b. Brede rioolheffing Bij de rioolheffing is het uitgangspunt volledige kostendekkendheid. Dus is er geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. c. Leges Bij de heffing van leges is het uitgangspunt volledige kostendekkendheid. Van belang hierbij is of het totale bedrag aan legesinkomsten de aan de specifieke dienstverlening toegerekende lasten al dan niet volledig dekken. Wij kunnen deze kosten niet volledig per product in beeld brengen, hiervoor is een verfijning van de kostentoerekening noodzakelijk. Gelet op de grote administratieve last die dit met zich meebrengt kiezen wij hier vooralsnog niet voor. De onbenutte capaciteit ramen wij daarom vooralsnog pro memorie. Ad 2. Vrije begrotingsruimte Op basis van het rekeningresultaat 2024 en de onzekere verwachtingen over 2025, ook bezien in het licht van de stijgende rente, salariskosten, energie- en grondstoffenprijzen, nemen wij hier geen bedrag op. Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit de: 1. Algemene reserve; 2. Bestemmingsreserves, waarvan de bestemming nog kan worden gewijzigd; 3. Stille reserves; 4. Post onvoorzien – incidenteel; 5. Incidentele beleidsruimte. Ad 1. Algemene reserve
Stand Algemene reserve
claims
€ 13.933.283
Saldo Algemene reserve per 31-12-2024 Claims die nog tot uitgaven leiden Tijdelijke huisvesting(spoedzoekers, starters, statushouders) Profilering Hanzestad Maasbommel Financiële middelen inrichting HR-systeem Stimulering woningbouw Maasdorpen Vondsten over de Maas Bakenbomen meanderende Maas Plusopdracht Sociom Voorbereidingskrediet uitbreiding Kindcentrum BenL Implementatie Omgevingswet totaal claims Beschikbaar deel Algemene reserve
bedrag
€ 250.000 € 12.026 € 97.529 € 118.363 € 22.000 € 200.000 € 100.000 € 170.000 € 23.146 € 993.064 € 12.940.219
Ad 2. Bestemmingsreserves Wij hebben de aanwezige bestemmingsreserves beoordeeld op de noodzaak van handhaving. Hiervan is sprake als er claims op liggen of er vastgesteld beleid mee moet worden gerealiseerd. Als u als raad de bestemming nog kunt wijzigen en een ’vrije‘ keuze heeft om de reserve anders in te zetten, valt deze onder de incidentele weerstandscapaciteit. Het gaat hierbij om de volgende bestemmingsreserves:
69
Stand bestemmingsreserves
bedrag
Beschikbare bestemmingsreserves Reserve bovenwijkse voorzieningen per 31-12-2024 Claim aanpassing openbare ruimte IKC Beneden Leeuwen 2026 Reserve Stimuleringsfonds recreatie en toerisme per 31-12-2024 Beschikbaar deel bestemmingsreserves
€ 555.286 -€ 150.000 € 131.675 € 536.951
Ad 3. Stille reserves Hierbij gaat het om de overwaarde van gemeentelijke bezittingen die direct verkoopbaar zijn zonder dat de bedrijfsvoering of het gemeentelijke beleid wordt beïnvloed. De overwaarde is het verschil tussen de verwachte verkoopopbrengst en de boekwaarde per 31 december 2023. Wij hebben onze bezittingen beoordeeld op de uitgangspunten. Het overgrote deel van onze bezittingen is nodig voor de bedrijfsvoering, bijvoorbeeld ons gemeentehuis. Een ander belangrijk deel is van belang voor de uitvoering van ons gemeentelijke beleid. Dit geldt bijvoorbeeld voor de onderwijs- en welzijnsgebouwen. Naast de gebouwen hebben wij nog aandelen Vitens in ons bezit. Deze aandelen zijn echter moeilijk verhandelbaar, omdat deze altijd in handen van overheidslichamen moeten blijven. Als gevolg van alle ontwikkelingen heeft alleen het Buitenbad in Dreumel nog een (theoretische) waarde in het kader van de stille reserves. Omdat deze stille reserve niet te verzilveren is, er is geen voornemen het zwembad te verkopen, is het niet terecht deze mee te nemen in de berekening. Dit is ook het standpunt van de toezichthouder, de provincie Gelderland. Ad 4. Post Onvoorzien - incidenteel De incidentele post Onvoorzien is voor 2024 € 25.000. Hierop geen aanspraak gemaakt. Ad 5. Incidentele beleidsruimte In de jaarrekening 2024 is geen sprake van een post 'Incidentele beleidsruimte'.
Totaaloverzicht weerstandscapaciteit De totale weerstandscapaciteit van de gemeente ziet er als volgt uit: Begroting Werkelijk Overzicht weerstandscapaciteit 2024 2024 Structurele weerstandscapaciteit Onbenutte belastingcapaciteit Vrije begrotingsruimte - structureel Saldo structurele weerstandscapaciteit Incidentele weerstandscapaciteit Algemene reserve Bestemmingsreserves Stille reserves Post onvoorziene uitgaven Incidentele beleidsruimte en stelpost nieuw beleid Saldo incidentele weerstandscapaciteit
€ 1.901.000 €0 € 1.901.000
€ 1.719.637 €0 € 1.719.637
€ 11.835.389 € 12.940.219 € 479.304 € 536.951 €0 €0 € 25.000 € 25.000 €0 €0 € 12.339.693 € 13.502.170
RISICOPROFIEL Bij dit onderdeel presenteren wij de risico's. Wij hebben de risico-inventarisatie geactualiseerd, de risico's geanalyseerd en beoordeeld en zoveel mogelijk gekwantificeerd. Deze risico's zullen zich immers nooit allemaal in hetzelfde jaar voordoen. We hebben onze risico’s als volgt onderverdeeld: 70
- Aansprakelijkheidsrisico’s; - Risico’s op eigendommen; - Risico’s van de bedrijfsvoering; - Financiële risico’s - Economische omstandigheden - Grondexploitatie - Verbonden partijen - Open-einde regelingen - Grote projecten - Overige financiële risico’s Wij maken hierbij ook een verdeling naar incidentele risico’s en structurele risico’s. De incidentele risico’s hebben vooral betrekking op het onderdeel Financiële risico’s - economische omstandigheden. Wij inventariseren jaarlijks onze risico's. De toprisico's zijn verderop in deze paragraaf weergegeven. Op hoofdlijnen zien onze risico’s er als volgt uit: Overzicht risico's
Begroting 2024
Werkelijk 2024
Categorie risico's Aansprakelijkheid Eigendommen Bedrijfsvoering Financieel Saldo risico's
€ 85.000 € 57.000 € 760.000 € 1.741.000 € 2.643.000
€ 85.000 € 57.000 € 790.000 € 1.809.000 € 2.741.000
Onderverdeling risico's Incidentele risico's Structurele risico's Saldo risico's
€ 489.000 € 2.154.000 € 2.643.000
€ 463.000 € 2.278.000 € 2.741.000
1. Aansprakelijkheid (totaal risico € 85.000) Binnen dit onderdeel vallen risico's op het gebied van: - Bedrijfsongevallen - Nalatigheid of onrechtmatig handelen - Fraude, diefstal - Planschade - Schadeclaims De risico's zijn in de meeste gevallen beperkt door maatregelen te nemen. Zoals fysieke en administratieve maatregelen, het volgen van de procedures en het afsluiten van verzekeringen. Ook hebben wij diverse budgetten beschikbaar, bijvoorbeeld om ons eigen risico te dekken. Op het gebied van planschade sluiten wij overeenkomsten met de ontwikkelaars. 2. Eigendommen (risico € 57.000) De risico’s van onze eigendommen hebben wij aanzienlijk beperkt door het afsluiten van brand- en stormschadeverzekeringen. Zaken zoals vandalisme en diefstal zijn echter uitgesloten van de verzekering. Daarnaast voeren wij voor onze eigendommen planmatig beheer en onderhoud uit. Dit doen wij op basis van de beheerplannen en actuele inspecties. De hiervoor noodzakelijke budgetten staat in de begroting en actualiseren we periodiek. Ook vervuiling van de openbare ruimte is een risico. Via frequentere controle door BOA's pakken we dit probleem preventief aan. Er is nog geen besluit genomen met betrekking tot de bestemming van de aangekochte panden aan de Raadhuisdijk in Maasbommel en de Veerstraat in Wamel. Deze panden zijn vooralsnog verantwoord op de balans.
De keuze van de bestemming kan leiden tot verschillen in de waardering, die mogelijk exploitatiegevolgen hebben.
71
3. Bedrijfsvoering (risico € 790.000) De risico's in de bedrijfsvoering gaan over afwezigheid van personeel wegens ziekte of anderszins, het vertrek van personeel en noodzakelijke (tijdelijke en duurdere) vervanging, het disfunctioneren van personeel (frictiekosten) en ICT. Het risico voor het werven van kwalitatief goed personeel is toegenomen. Dit is niet specifiek voor onze gemeente, maar is een landelijk fenomeen. ICT-problemen kunnen computeruitval tot gevolg hebben. Hierdoor kan mogelijk de dienstverlening niet gegarandeerd worden en onze medewerkers niet (optimaal) werken. Onder de bedrijfsvoeringsrisico's vallen ook de fiscale risico's. Fiscale wetgeving is bij lagere overheden complex en soms voor meerdere uitleg vatbaar. Wij tekenden in juni 2023 een nieuw convenant Horizontaal Toezicht met de Belastingdienst. In dat kader spannen wij ons continue in om in control te zijn en te blijven. Financieel (risico € 1.809.000) De risico's bij dit onderdeel hebben betrekking op economische ontwikkelingen, de grondexploitaties, verbonden partijen, open-einde regelingen, grote projecten en overige financiële risico's. a. Economische ontwikkelingen (risico € 519.000) Ons risicobeleid wat betreft de economische ontwikkelingen is gericht op verminderen. Op basis van actuele informatie stellen wij de budgetten periodiek bij.
Dit geldt voor loon- en prijsontwikkeling, maar ook voor te ontvangen bouwleges. Daarnaast zijn hier risico's ingeschat van het zandwinningscontract, het risico op faillissement van partners in grondzaken, lagere OZB als gevolg van leegstand en toenames van bezwaren en hogere kwijtscheldingen van gemeentelijke belastingen. De BSR geeft aan dat het aantal waardebezwaren door no-cure no-pay bureaus fors toeneemt. Door staatssecretaris zijn maatregelen aangekondigd in de sfeer van wijziging in de wetgeving. Als gevolg van economische instabiliteit ontstaan door de inval van Rusland in de Oekraïne zijn grondstoffen schaarser en zijn de energiekosten fors gestegen. b. Grondexploitatie (risico € 125.000) In het kader van de grondexploitaties zijn wij op grond van de voorschriften verplicht de verliezen te nemen. Hiervoor dienen wij een voorziening te vormen. Hiervan is geen sprake meer. Mogelijke andere risico's worden binnen de grondexploitatie opgevangen. Bovendien calculeren wij een te verwachten winst op de grondexploitaties (zie de paragraaf ’Grondbeleid‘). Gelet op de hoogte van de boekwaarden van projecten (niet zijnde grondexploitaties) en de economische omstandigheden lopen wij bij projecten een risico. De meeste van deze kosten kunnen wij verhalen op ontwikkelaars, waardoor er een risico voor de gemeente resteert. c.
Verbonden partijen (risico € 104.000) Hierbij gaat het om gemeenschappelijke regelingen en gesubsidieerde instellingen. Wij zijn, samen met de overige deelnemende gemeenten, financieel aansprakelijk voor eventuele tekorten. Bovendien kan het zijn dat wij bij een faillissement van een partij alsnog het werk door andere partijen uit moeten laten voeren. Terwijl de bijdragen hiervoor al aan de verbonden partijen zijn betaald. Doordat er steeds meer risicobewustzijn bij de verbonden partijen is en zij maatregelen namen in het kader van risicomanagement, blijft er voor de gemeente een lager restrisico over. Bij de risicobeoordeling van de verbonden partijen vormen de respectievelijke jaarrekeningen over 2023 de basis. Hiertoe zijn o.a. de resultaten, gemeentelijke bijdragen, vermogensposities, weerstandsratio’s en benoemde risico’s van de verbonden partijen onder de loep genomen. Ook is getoetst, daar waar mogelijk, of afgesproken streefwaardes voor het benodigd eigen vermogen behaald zijn. Daar waar risico’s resteren voor deelnemende gemeente is tegen het aandeel wat de gemeente West Maas en Waal loopt het basis risicobedrag berekend. Vervolgens is een kans bepaald, in de meeste gevallen van 1 * in de vier jaar, dat het risico zich voor zou kunnen doen. In onderstaande tabel treft u de uiteindelijke restrisico’s aan die meegenomen worden in de berekening van de weerstandsratio.
72
risico verbonden partij
Verbonden partij
aandeel WMW
restrisico 31-12-2024
kans
Avri
€0
€0
BSR
€0
€0
€ 2.595.000
GGD (tekort weerstandsvermogen)
2,94%
25%
€ 19.088
MARN
€0
€0
ODR
€0
€0
Regio Rivierenland
€0
€0
€ 37.500.000
14,20%
1%
€ 53.250
€ 898.000
3,59%
25%
€ 8.064
Werkzaak
€ 1.300.000
7,14%
25%
€ 23.205
Totaal restrisico verbonden partijen
€ 42.293.000
UBR (borgstelling, aanname raadsbesluit 1%) VRGZ (tekort weerstandsvermogen)
€ 103.607
d. Open-einde regelingen (risico € 329.000) De regelingen waar wij in onze gemeente mee te maken hebben zijn: het leerlingenvervoer, de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Participatiewet, de bijzondere bijstand en de Jeugdwet. In de begroting hebben wij hier reële budgetten voor opgenomen, maar bijvoorbeeld een extra leerling kan in het kader van het leerlingenvervoer de kosten zo maar met € 25.000 doen stijgen. Ook kan één specialistische hulpverleningstraject in de Jeugdzorg een fors beslag leggen op het budget. e. Grote projecten Er zijn geen grote projecten waarbij we specifieke risico’s lopen. f. Overige financiële risico's (risico € 733.000) De belangrijkste overige risico's betreffen vooral de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds, het renterisico, mogelijke bodemsaneringen, oninbaarheid van vorderingen, garanties en borgstellingen. Ook wordt hier de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid of overlijden van bestuurders geraamd, waarvoor wij eigen risicodrager zijn. Voor de voorziening voor wachtgeld bestuurders is de berekeningsmethode van het ABP aangehouden. Deze komt hoger uit dan de voorheen berekende uitkomst en is als risico opgenomen. TOP-RISICO´S (>=25% en >= € 100.000) Bedrag Nr. Risico
Bedrijfsvoering Afwezigheid personeel wegens ziekte of anderszins 23 (zwangerschaps- en bevallingsverlof, zorgverlof)
Risicotype
Programma
(x € 1.000)
Netto financieel Kans gevolg weerstandsvermogen
Deels Burger, bestuur beïnvloedbaar en veiligheid
500 50%
250
25
Kwalitatief goed personeel., niet vervulbare vacatures
Deels Bedrijfsvoering beïnvloedbaar
300 75%
225
28
Belastingaangiften (onvolledige, niet tijdige of onjuiste opgave en aangifte belastingdienst - BTW, loonbelastingen)
Intern Burger, bestuur beïnvloedbaar en veiligheid
300 50%
150
42
Uitval (de)centrale IT voorzieningen
Intern Burger, bestuur beïnvloedbaar en veiligheid
400 25%
100
Totaal Bedrijfsvoering
1.500
725 73
Financieel-economische ontwikkelingen Extern - nietBedrijfsvoering beïnvloedbaar
27 Loon- en prijsontwikkelingen Totaal Financieel-economische ontwikkelingen
500 75%
375
500
375
200 50%
100
200
100
400 25%
100
300 60%
180
700
280
800 50%
400
200 50%
100
Financieel - grondexploitatie 88
Extern - niet- Wonen, werken beïnvloedbaar en recreëren
Langere doorlooptijden projecten
Totaal Financieel - grondexploitatie Financieel - open einde regelingen Participatiewet inclusief 83 bijzondere bijstand 85
Deels Maatschappelijke beïnvloedbaar zaken Deels Maatschappelijke beïnvloedbaar zaken
Jeugdwet
Totaal Financieel - open einde regelingen Financieel - overige financiële risico's 29a Pensioen bestuurders 69
Bodemsanering openbare ruimte
Extern - nietBedrijfsvoering beïnvloedbaar Extern - niet- Fysieke beïnvloedbaar leefomgeving
Totaal Financieel - overige financiële risico's
1.000
500
Totaal toprisico's
3.900
1.980
WEERSTANDSVERMOGEN Op basis van het risicoprofiel en de inventarisatie van de weerstandscapaciteit kunnen wij ons weerstandsvermogen bepalen. Hierbij houden wij rekening met de incidentele en structurele onderdelen. De structurele risico’s en weerstandscapaciteit rekenen wij voor 4 jaar mee, de incidentele uiteraard voor 1 jaar. Het weerstandsvermogen drukken wij uit in een verhoudingsgetal.
Voor 2024 ziet de weerstandsratio er als volgt uit: 20.380 Ratio weerstandsvermogen =
=
2,1.
9.575 De ratio weerstandsvermogen is als volgt te beoordelen: Ratio
Betekenis
> 2,0 Uitstekend 1,4 - 2,0 Ruim voldoende 1,0 - 1,4 Voldoende 0,8 - 1,0 Matig 0,6 - 0,8 Onvoldoende < 0,6 Ruim onvoldoende
74
Uit het bovenstaande blijkt dat de ratio van 2,1 in de jaarrekening ruim voldoende is. Dit betekent dat onze gemeente ruim voldoende weerstandscapaciteit heeft om de risico's af te dekken. FINANCIËLE KENGETALLEN Bij het beoordelen van de financiële kengetallen hanteert de provincie normwaarden. In onderstaande tabel staan de normwaarden zoals de provincie ze hanteert. De waarden zijn ingedeeld in de categorieën A, B en C. Categorie A is het minst risicovol en categorie C het meest.
Provinciale normen voor de kengetallen
Categorie A
Categorie B
Categorie C
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio
geen norm
geen norm
geen norm
geen norm
geen norm
geen norm
>50% Begr en MJR >0% <20% <95%
20-50% Begr of MJR >0% 20-35% 95-105%
<20% Begr en MJR <0% >35% >105%
Rekening 2023
Begroting 2024
Rekening 2024
47%
35%
52%
21%
35%
25%
30% 2% -1% 95%
24% 1% -1% 100%
29% 1% 0% 98%
Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Voor onze gemeente zijn de volgende kengetallen actueel
Financiële kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Verklaring kengetallen: De netto schuldquote geeft het risico voor de gemeente weer als derden niet aan hun verplichtingen voldoen. Denk bijvoorbeeld aan een stichting MFA- of Kulturhus of sportvereniging die geld hebben geleend bij de gemeente. Hoe lager hoe beter. De netto schuldquote (gecorrigeerd) geeft aan of wij in staat zijn de schulden terug te betalen waarvoor wij volledig zelf aan de lat staan. Hoe lager, hoe beter. Solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarin de gemeente in staat is aan haar totale financiële verplichtingen te voldoen. Dit wordt berekend op basis van het eigen vermogen en de bezittingen van de gemeente. Hoe hoger de ratio, hoe groter de weerbaarheid. Structurele exploitatieruimte geeft aan of gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te kunnen vangen dan wel, of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Hoe hoger hoe beter. Grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de totale baten. Hoe lager hoe beter. Belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Hoe lager hoe beter.
75
RISICO'S Voor dit jaarverslag actualiseerden wij de risico-inventarisatie. Het ontstaan van nieuwe risico's is altijd mogelijk, ook kunnen risico's in omvang wijzigen. Tenslotte kunnen risico's oplossen. CONCLUSIE Onze risico's worden steeds omvangrijker. Inwoners en ondernemers, al dan niet verenigd in belangenorganisaties , worden mondiger en stellen eerder de overheid aansprakelijk voor schade. De gewijzigde economische omstandigheden hebben de afgelopen jaren een behoorlijke impact op de omvang van onze risico's. Ook in 2025 blijven risico's aanwezig. Wijzigingen in rijksbeleid kunnen er toe bijdragen dat risico's op gemeenten worden afgewenteld. Met de ontwikkelingen in Oekraïne, de stijging van de energie-, rente-, salaris- en grondstoffenkosten en de toenemende inflatie is in deze paragraaf nog geen rekening gehouden. Met deze waarschuwingen moet in de beschouwing van de ratio rekening worden gehouden. Onze totale weerstandscapaciteit is voldoende om de risico's af te dekken. Met de kanttekening dat onze structurele risico's fors hoger zijn dan de structurele weerstandscapaciteit. Het overschot op de incidentele weerstandscapaciteit is nu nog toereikend om gedurende 6 jaar het structurele tekort af te dekken. De weerstandsratio is positief en komt uit op een score van 2,1.
Dit betekent dat wij voldoende in staat zijn mogelijke financiële tegenvallers op te vangen en daarmee voldoen aan de gestelde kaders.
76
PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ALGEMEEN Inleiding De paragraaf kapitaalgoederen geeft inzicht in het onderhoud van onze gemeentelijke kapitaalgoederen. Kapitaalgoederen zijn het bezit van de gemeente. Deze investeringen heeft de gemeente in het verleden gedaan en vergen daarna regelmatig onderhoud. Voorbeelden zijn wegen, bruggen, riolering, gebouwen en groen. Het onderhouden van kapitaalgoederen is van belang voor aspecten als bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. Maar ook om haar functies te kunnen blijven vervullen natuurlijk. Doelstelling van deze paragraaf is u te informeren over de hoofdlijnen van het beleid rondom de kapitaalgoederen. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen bevat de volgende kapitaalgoederen: a. wegen; b. riolering; c. water; d. groen; e. gebouwen. Van bovengenoemde kapitaalgoederen geeft de paragraaf per onderdeel inzicht in: a. het beleidskader; b. de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; c. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Gemeentelijke kaders Beleidsstuk c.q. beheerplan
Jaar
Planperiode
Waterplan Groenbeleidsplan Bomenbeleidsplan Openbare verlichting 2019 Kwaliteitsimpuls groen Gladheidsbestrijding uitvoeringsprogramma Beheerplan gemeentelijke gebouwen 2022-2025 Beheer- en Onderhoudsrapportage Verhardingen 2022-2026 Beleidsplan Water en Riolering 2023-2027
2005 2011 2015 2018 2018 2018 2021 2022 2022
2005-2025
2019-2023
2022-2025 2022-2026 2023-2027
WEGEN Algemeen Ons gemeentelijk beleid is gericht op efficiënt en effectief onderhoud aan de wegen. Daarnaast willen we ons wegennet inrichten volgens de Basiskenmerken Wegontwerp volgens het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP). Financiën In 2024 realiseerden we met betrekking tot de wegen de volgende baten en lasten: Werkelijk Raming Werkelijk Exploitatiebudgetten wegen en bruggen 2023 2024 2024 kostensoort Dagelijks onderhoud Salarislasten Dotatie aan voorziening Kapitaallasten Overige kosten Diverse baten totale exploitatiebudget wegen en bruggen
€ 416.057 € 369.984 € 828.497 € 137.167 € 67.220 -€ 31.951
€ 337.903 € 339.825 € 846.122 € 156.853 € 72.236 -€ 40.198
€ 370.063 € 411.506 € 846.122 € 149.464 € 72.236 -€ 57.468
€ 1.786.973
€ 1.712.741
€ 1.791.925 77
Voor het onderhoud aan de wegen en civiele kunstwerken gebruiken we voorzieningen om de kosten te egaliseren. Het verloop van de voorziening ziet er zo uit.
Ontwikkeling bijhorende voorzieningen Voorziening wegen Voorziening civiele kunstwerken
Stand 1-1-2024 € 911.687 € 85.264
mutaties 2024 -€ 556.617 € 350.722
Stand 31-12-2024 € 355.070 € 435.985
Risico's De afgelopen jaren is de voorziening wegen afgenomen. Dit komt doordat er veel onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd, maar ook door prijsstijgingen. Op dit moment zijn er nog voldoende middelen beschikbaar voor de planperiode (t/m 2026). Op termijn kan dit een stijging van de jaarlijkse dotatie in de voorziening betekenen. Wij blijven dit monitoren. Daarnaast zien we dat de kwaliteit van nieuwe verhardingsmaterialen de laatste decennia is afgenomen. Met name bij de beton en asfaltproducten. Hierdoor is de verwachting dat er vaker onderhoud nodig is. ONDERHOUD WATERGANGEN Algemeen De gemeente heeft de plicht beheer en onderhoud uit te voeren aan B- en C-watergangen en vijvers op en aan eigen terrein. Financiën In 2024 realiseerden we met betrekking tot de watergangen de volgende baten en lasten:
Exploitatiebudgetten watergangen
Werkelijk 2023
Raming 2024
Werkelijk 2024
kostensoort Dagelijks onderhoud Salarislasten
€ 41.660 € 12.846
€ 63.848 €0
€ 51.260 € 13.877
totale exploitatiebudget watergangen
€ 54.505
€ 63.848
€ 65.137
Risico's Volgens ons beleid "beheer en onderhoud watergangen" blijft het vrijgekomen slootmaaisel op de kant liggen. Dit veroorzaakt ophoging van de bermen. Het regenwater kan hierdoor slecht naar de sloot stromen en blijft aan de kant van de verharding en in de berm staan. Dit veroorzaakt schade aan de wegen en de bermen. Voor de versterking van de biodiversiteit is het belangrijk om het maaisel van de bermen en de watergangen af te voeren. OPENBARE VERLICHTING Algemeen Wij maken gebruik van een beheersysteem openbare verlichting in Geovisia. Er is een meerjarenplanning voor het onderhoud aan gekoppeld. De dagelijkse storingen staan geregistreerd in Meldesk via meldingen vanuit bewoners. Financiën In 2024 realiseerden we met betrekking tot de verlichting de volgende baten en lasten:
78
Exploitatiebudgetten openbare verlichting
Werkelijk 2023
Raming 2024
Werkelijk 2024
kostensoort Dagelijks onderhoud Elektriciteit Salarislasten Afschrijvingslast Overige kosten Diverse baten
€ 66.892 € 230.239 € 32.567 € 28.158 € 8.211 -€ 3.606
€ 66.399 € 172.454 € 50.867 € 36.697 € 13.697 -€ 3.483
€ 63.446 € 133.030 € 38.119 € 35.716 €0 -€ 450
totale exploitatiebudget openbare verlichting
€ 362.462
€ 336.631
€ 269.860
Led-verlichting In 2014 zijn we gestart met de ombouw van traditionele naar led-armaturen. Tot en met 2024 zijn er ca. 2650 led-armaturen geplaatst/ vervangen. Dit komt neer op circa 72,5% van het gehele areaal. Dit loopt volgens planning om in 2030 alle armaturen te vervangen. Onderhoud In december 2018 is het beleid- en onderhoudsplan geactualiseerd en vastgesteld voor de periode 2019 t/m 2023 met een doorkijk van 10 jaar. Dit beleid- en onderhoudsplan wordt in 2025 geactualiseerd. Begin 2024 heeft de aanbesteding plaatsgevonden van het onderhoudscontract. RIOLERING EN WATER Algemeen Op grond van de 'Waterwet" en de 'Wet Milieubeheer' heeft de gemeente 3 zorgplichten: 1. Inzameling en transport van afvalwater; 2. Inzameling en verwerking van overtollig hemelwater; 3. Inzameling en verwerking van overtollig grondwater.
Voor deze zorgplicht voeren wij de volgende hoofdactiviteiten uit: - Zorg dragen voor het dagelijks beheer van het rioolstelsel; - Onderzoek naar en monitoren van het functioneren van het rioolstelsel ter toetsing aan de doelen van Gemeentelijk RioleringsPlan; - Onderhoud, reparatie, renovatie en vervanging van het gemeentelijke rioolstelsel; - Uitvoeren van de maatregelen uit het Waterplan; - Onderzoek naar het functioneren van de waterstelsels en -voorzieningen en monitoren van grondwaterstanden; - Onderhoud, herstel en renovatie van watervoorzieningen, zoals drainagestelsels, retentievijvers en wadi’s; - Plan- en beleidsvorming op het gebied van water, klimaat en riolering; - Op orde hebben en houden van de rioolbeheergegevens en de watergegevens. Beleid In de raadsvergadering van 13 oktober 2022 is het beleidsplan Water en Riolering (bWR) vastgesteld. De looptijd van dit plan is van 2023 t/m 2027. Financiën De financiën voor riolering en water zijn opgebouwd uit 3 pijlers: 1. Exploitatie (beheer en onderhoud riool/water-stelsel); 2. Investeringen (rioolvervangingen, projecten waterplan); 3. Voorziening Riolering. Alle kosten worden volledig gedekt uit de inkomsten van de rioolheffing. Wij mogen de rioolheffing alleen gebruiken voor deze drie pijlers.
In artikel 228a van de gemeentewet staat dat wij belasting kunnen heffen voor het bestrijden van kosten die verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de 79
grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Financiën In 2024 realiseerden we met betrekking tot de riolering de volgende lasten:
Exploitatiebudgetten riolering
Werkelijk 2023
Raming 2024
Werkelijk 2024
Kostensoort Afschrijvingslast Beheer en onderhoud Hemel- en grondwaterplicht Overhead
€ 893.579 € 468.621 € 63.014 € 363.428
€ 803.359 € 560.194 € 175.720 € 436.318
€ 805.422 € 605.440 € 171.295 € 335.089
Extracomptabel toe te rekenen kosten Rente Overhead BTW
€ 170.000 € 251.840 € 298.853
€ 175.743 € 202.667 € 325.012
€ 175.743 € 199.990 € 341.161
totale exploitatiebudget riolering
€ 2.509.335
€ 2.679.014
€ 2.634.770
Voorziening De voorziening riolering gebruiken we om de jaarlijkse fluctuaties in de exploitatie van de riolering op te vangen.
Ontwikkeling voorziening riolering
Stand 1-1-2024
Voorziening riolering
€ 1.003.057
mutaties 2024 € 28.246
Stand 31-12-2024 € 1.031.303
Risico's De kwaliteit van het vrijvervalrioolstelsel is matig. Dit komt door de klei ondergrond en de aantasting maar ook infiltratie van grondwater door de aanvoer van de omliggende rivieren. De meeste strengen in ons stelsel lopen richting de 50 jaar, de gemiddelde levensduur van een riool is 50 jaar. Dit betekent dat er een behoorlijke vervangingsopgave aan zit te komen. Ook de aantasting van de inprikpunten van de drukriolering hebben een negatieve invloed op ons rioolstelsel. Wij proberen waar mogelijk deze strengen te renoveren, zodat deze bestand zijn tegen de H2S gasvorming. Wij hebben binnen onze gemeente +- 100 km vrijvervalriolering, de gemiddelde levensduur betreft 50 jaar. Dit betekent dat wij jaarlijks 2 km zouden moeten vervangen of renoveren. Uitgezonderd van de eventuele verbeteringen. Het vervangen van riolering kan geraamd worden op € 1.000 per meter. GROEN Algemeen Openbaar groen is van groot belang voor de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. Groen zorgt voor verkoeling, maakt de dorpen klimaatbestendiger en is van belang voor de biodiversiteit. Bomen zijn beeldbepalende elementen die belangrijk zijn voor de oriëntatie, leefbaarheid en karakteristiek in de dorpen en het buitengebied. In het stedelijk gebied zijn bomen een belangrijk element om hittestress tegen te gaan.
In het Bomenbeleidsplan zijn beleidsthema's uitgewerkt om het bomenbestand op een duurzame en veilige manier in stand te houden en te ontwikkelen. 80
Financiën In 2024 realiseerden we met betrekking tot het groenonderhoud de volgende baten en lasten:
Exploitatiebudgetten groen kostensoort Dagelijks onderhoud Salarislasten Afschrijvingslast Overige kosten Diverse baten totale exploitatiebudget groen
Werkelijk 2023
Raming 2024
Werkelijk 2024
€ 680.429 € 744.763 € 14.052 € 2.516 -€ 11.315
€ 747.843 € 696.455 € 23.883 € 2.765 -€ 10.278
€ 755.054 € 829.218 € 22.879 € 3.392 -€ 22.087
€ 1.430.445
€ 1.460.668
€ 1.588.456
Risico's Essentaksterfte Ongeveer 43% van de bomen in het buitengebied bestaat uit essen. De essentaksterfte heeft in de gemeente veel essen aangetast. Door de droge en warme zomers is de essentaksterfte stabiel gebleven. De verwachting is dat de kosten voor het onderhoud de komende jaren niet hoger worden. Het extra budget voor de beheersing van de essentaksterfte is naar 2024 doorgeschoven. GEBOUWEN Algemeen Wij hebben in onze gemeente accommodaties voor sport, kunst en cultuur, welzijn en de huisvesting van ons gemeentelijke apparaat. Iedere vier jaar beoordelen wij de staat van onderhoud van de gemeentelijke gebouwen en stellen op basis hiervan een meerjarenonderhoudsprogramma op. Het daadwerkelijke onderhoud voeren wij pas uit na een actuele inspectie. Bij deze inspectie beoordelen wij of de geplande werkzaamheden echt noodzakelijk zijn of nog uitgesteld kunnen worden. In het beheerplan is rekening gehouden met de geldende wet- en regelgeving en de mogelijkheid om bij het uitvoeren van onderhoud de gebouwen te verduurzamen. Het huidige beheerplan voor de gemeentelijke gebouwen beslaat de periode 2022-2025. Financiën In 2024 realiseerden we met betrekking tot het onderhoud aan gebouwen de volgende baten en lasten:
Exploitatiebudgetten gebouwen
Werkelijk 2023
Raming 2024
Werkelijk 2024
kostensoort Dagelijks onderhoud Gas/Water & Electra Salarislasten Dotatie aan voorziening Afschrijvingslast Overige kosten Huurinkomsten & overige baten
€ 290.678 € 222.419 € 135.339 € 278.717 € 286.234 € 82.171 -€ 212.932
€ 410.054 € 157.332 € 133.746 € 259.592 € 282.788 € 96.343 -€ 166.521
€ 411.045 € 171.596 € 130.721 € 275.228 € 275.498 € 67.617 -€ 224.333
totale exploitatiebudget gebouwen
€ 1.082.626
€ 1.173.334
€ 1.107.373
Voor het onderhoud aan de gebouwen gebruiken we een voorziening om de kosten te egaliseren. Het verloop van de voorziening ziet er zo uit.
81
Ontwikkeling voorziening gebouwen
Stand 1-1-2024
Voorziening gebouwen
€ 2.006.036
mutaties 2024 € 342.809
Stand 31-12-2024 € 2.348.845
Risico’s Afhankelijk van de werkelijke onderhoudstoestand wordt gekeken welke onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd. De raming van de budgetten is gebaseerd op het prijspeil bij het opstellen van het onderhoudsplan gecorrigeerd met de index die door de gemeente wordt toegepast. De ervaring leert dat de gemeentelijke index en de index van de marktpartijen van elkaar afwijken. CONCLUSIE Onderhoudsplannen Voor het onderhoud aan onze kapitaalgoederen werken we zo vaak mogelijk met meerjarige onderhoudsplannen. De onderhoudsplannen voor de gemeentelijke gebouwen, riolering en wegen zijn actueel. Het nieuwe onderhoudsplan voor openbare verlichting is op 10 april 2025 door uw raad vastgesteld. Periodiek kijken we naar het bijstellen van deze plannen. Onderhoudsvoorzieningen Om de kosten gelijkmatig over de jaren te verdelen werken we met onderhoudsvoorzieningen. Dit is het geval bij: onderhoud gebouwen, wegen, riolering en civiele kunstwerken. Jaarlijks wordt gecontroleerd of de onderhoudsvoorzieningen toereikend zijn om het toekomstige onderhoud uit te kunnen voeren (zoals opgenomen in de onderhoudsplannen).
82
PARAGRAAF FINANCIERING ALGEMEEN Inleiding Het doel van deze paragraaf is om u te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Dit dienen wij te doen binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Het doel van deze wet is onder andere om op een verantwoorde en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de gemeente te regelen. Gemeentelijke kaders Onze kaders zijn vastgelegd in de, op grond van artikel 212 Gemeentewet, vastgestelde ’Financiële verordening gemeente West Maas en Waal‘ (Rb. 07 december 2023). Het gaat om kaders voor het uitvoeren van de financieringsfunctie zoals doelstellingen, richtlijnen en limieten die voor ons college gelden. In het door ons op 10 januari 2012 vastgestelde Treasurystatuut is de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het bevat met name protocollen voor de dagelijkse uitvoering. De onderwerpen die hierbij aan de orde komen zijn het kasbeheer, het risicobeheer, de financiering en de administratieve organisatie.
Hoofddoelstelling beleid Inzicht hebben in de lange termijn ontwikkeling van de financiële positie van de gemeente. Het aangaan en verstrekken van geldleningen alsmede het verstrekken van garanties is alleen toegestaan voor de uitoefening van de publieke taak. Hierbij mogen geen overmatige risico’s worden gelopen. Het gebruik van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm is bedoeld als normstellend. Algemene ontwikkelingen / rentevisie De treasuryactiviteiten staan bloot aan zowel interne als externe ontwikkelingen. De interne ontwikkelingen bestaan uit het oppakken van nieuwe activiteiten, investeringsplannen en reorganisatieprocessen. De belangrijkste externe ontwikkelingen zijn (internationale) economische indicatoren en de invloed hiervan op de geld- en kapitaalmarkt, alsmede wijzigingen in wet- en regelgeving. Het voorspellen van de renteontwikkeling is een lastige en bijna onmogelijke opgaaf, zeker op de lange termijn. Niettemin kan het waardevol zijn om de drijvende factoren achter de rente in kaart te brengen, zodat een beeld ontstaat van de risico’s en onzekerheden omtrent het verloop van de rente in de toekomst. Hierbij zijn echter legio scenario’s denkbaar. RISICOMANAGEMENT Risicomanagement is het identificeren en kwantificeren van risico's en het vaststellen van beheersmaatregelen.
Hiermee worden activiteiten bedoeld waarmee de kans van optreden of de gevolgen van risico's worden beïnvloed. De risico’s die binnen onze gemeente worden gelopen bij de uitvoering van de treasurytaak bestaan voornamelijk uit renterisico's. Om die risico's te beperken en te beheersen geldt er een kasgeldlimiet en is er een renterisiconorm ontwikkeld. Daarnaast verdient vooral het kredietrisico aandacht. Dit is het risico dat wij lopen wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen die in voorkomende gevallen in financiële problemen zouden kunnen komen. In het treasurystatuut zijn algemene uitgangspunten opgenomen om dit risico te beperken. Met betrekking tot risicobeheer hanteren wij, ingevolge het treasurystatuut, de volgende algemene uitgangspunten: 1. De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de ’publieke taak’ uitsluitend verstrekken aan door de gemeenteraad goedgekeurde derde partijen. 2. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie, indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. 3. Het gebruik van derivaten is niet toegestaan. 83
LENINGPORTEFEUILLE EN FINANCIERINGSBEHOEFTE Lening portefeuille In 2024 is 1 nieuwe geldlening afgesloten, groot € 5.000.000. Het rentepercentage bedraagt 3,222%. De lening wordt in 20 jaar lineair afgelost. De ontwikkeling van de huidige lening portefeuille ziet er als volgt uit: Omschrijving Aanwezige leningen Schuldrestant per 1 januari Nieuw aangetrokken leningen Aflossingen Schuldrestant per 31 december Nadere info Gewogen gemidddelde rentepercentage Bijhorende rentelasten
jaar 2024
jaar 2025
jaar 2026
jaar 2027
€ 26.604.708 € 5.000.000 € 3.227.260 € 28.377.448
€ 28.377.448
€ 24.888.630
€ 21.637.755
€ 3.488.818 € 24.888.630
€ 3.250.875 € 21.637.755
€ 3.063.453 € 18.574.303
1,22% € 411.207
1,58% € 418.361
1,63% € 374.795
1,68% € 332.605
Per 31 december 2024 heeft de gemeente 14 langlopende geldleningen o.g. met een totaal schuldrestant van € 28,3 miljoen. In 2017, in 2021 en in 2024 is een lening aangetrokken bij de NWB Bank. Alle overige leningen zijn opgenomen bij de BNG Bank. De rentetypische looptijd van zeven leningen is 10 jaar. Vijf leningen hebben een rentetypische looptijd van 20 jaar en twee leningen hebben een rentetypische looptijd van 50 jaar. Over 2024 bedraagt de totale rentelast € 411.207. Financieringsbehoefte Periodiek stellen we de liquiditeitenplanning bij. Hieruit blijkt wat de financieringsbehoefte is. In de behoefte wordt voorzien door benutting van de ruimte binnen het rekening-courantkrediet van € 3,7 miljoen. Voor het meerdere wordt overgegaan tot het aantrekken van een nieuwe lening. In het onderstaand overzicht wordt de financieringsbehoefte per begin en eind boekjaar van 2024 weergegeven.
Berekening financieringsbehoefte
1-1-2024
31-12-2024
Financieringsbehoefte Boekwaarde staat activa Boekwaarde voorraad grond Financieringsbehoefte
€ 56.641.411 -€ 452.035 € 56.189.376
€ 60.758.657 -€ 200.916 € 60.557.741
Financieringsmiddelen Langlopende geldleningen o/g Reserves en voorzieningen Financieringsmiddelen
€ 26.604.707 € 30.941.427 € 57.546.134
€ 28.377.448 € 29.891.127 € 58.268.575
Resterende financieringsbehoefte
-€ 1.356.758
€ 2.289.167
RENTERESULTAAT De financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) te gebruiken. In juli 2016 is door de Commissie BBV de Rentenotitie 2017 uitgebracht. Op grond van de aanbevelingen in deze notitie wordt vanaf 2017 over het eigen vermogen en de voorzieningen geen rentevergoeding berekend. Onze gemeente trekt niet voor iedere financiering een aparte lening aan, maar financiert het geheel van investeringen (integrale financiering). Tegenover de totaliteit van de boekwaarden van alle investeringen staan de totaal beschikbare financieringsmiddelen. Door middel van de omslagrente worden de 84
kapitaallasten (rente en afschrijving) van investeringen toegerekend aan taakvelden en maken deze lasten vervolgens deel uit van de betreffende programma's. De omslagrente hoeft niet de huidige marktcondities te weerspiegelen. Om te voorkomen dat het rente-omslagpercentage jaarlijks moet worden bijgesteld, wordt vaak voor een langere periode een percentage vastgesteld. Dit leidt ertoe dat de rente die aan de programma's en taakvelden wordt toegerekend vast en dus stabiel is. Als het rente-omslagpercentage gaat afwijken van de werkelijke vermogenskostenvoet (werkelijke rentelasten), ontstaat een renteresultaat (voor 2024 +€ 73.000). Het resultaat van 2024 heeft te maken met een inhaalslag van de ontvangen rente op de schatkist. Deze rente is in 2023 niet geboekt, waardoor nu een groter resultaat behaald wordt. Wanneer het renteresultaat (te) hoog wordt, is dat een signaal om het rente-omslagpercentage te herzien. In feite worden dan de programma's en taakvelden te hoog belast. Met ingang van 2018 zijn wij verplicht met de rentelasten en het bij de begroting gecalculeerde omslagrentepercentage binnen vastgestelde normen te blijven. Indien de afwijking tussen de werkelijke rentelasten en de voorgecalculeerde rentelasten meer dan 25% is dient binnen de renteberekening een correctie plaats te vinden. Bij de rekening 2024 is een percentage van 0% berekend.
In de begroting 2024 was een percentage van 0,25% berekend. Het renteschema ziet er als volgt uit: Renteschema
jaar 2024
Door te belasten rentekosten Rentebetalingen aan externe partijen Renteontvangsten van externe partijen Door te belasten rentekosten
€ 537.543 -€ 535.322 € 2.221
Rente die toegerekend moet worden aan de grondexploitatie Verder nog door te belasten rentekosten
€0 € 2.221
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rentekosten
€0
Renteresultaat op taakveld Treasury
€ 2.221
BEHEERSING RISICO'S Renterisicobeheer Renterisicobeheer is het bewust beperken van de negatieve invloed van toekomstige rentewijzigingen op het resultaat van de organisatie en op de waarde van rentedragende activa en passiva. Ook het minimaliseren van de rentekosten en het optimaliseren van de rentebaten behoren tot dit onderwerp. Om de renterisico’s te beperken geldt er een kasgeldlimiet en een renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft de maximaal toegestane omvang van de kortlopende schuld aan. De kasgeldlimiet is ingevoerd om de gemeente te behoeden voor het risico dat de rentelasten opeens fors stijgen, omdat de rente voor kortlopende leningen sterk kan fluctueren. Voor het begrotingsjaar 2024 bedroeg de kasgeldlimiet van onze gemeente € 4.592.454, zijnde 8,5% van het begrotingstotaal ad € 54.028.867. Gedurende 2024 werd de kasgeldlimiet niet overschreden. Dat is maximaal twee opeenvolgende kwartalen toegestaan.
85
Realisatie kasgeldlimiet per kwartaal Vlottende schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening-courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld Totaal vlottende schuld
1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
gemiddeld jaar 2024
€0 € 2.204.246 € 61.182 €0 € 2.265.428
€0 € 1.298.621 -€ 33.255 €0 € 1.265.366
€0 € 1.035.153 -€ 26.182 €0 € 1.008.971
€0 € 1.120.833 €0 €0 € 1.120.833
€0 € 1.414.713 € 436 €0 € 1.415.149
€0 € 3.889 € 6.601 €0 € 10.490
€0 € 3.145 € 5.770 €0 € 8.915
€0 € 3.278 € 4.288 €0 € 7.566
€0 € 3.977 € 4.329 €0 € 8.306
€0 € 3.572 € 5.247 €0 € 8.819
Netto vlottende schuld
€ 2.254.938
€ 1.256.451
€ 1.001.405
€ 1.112.526
€ 1.406.330
Toegestane kasgeldlimiet
€ 4.592.454
€ 4.592.454
€ 4.592.454
€ 4.592.454
€ 4.592.454
Ruimte binnen toegestane kasgeldlimiet
€ 2.337.516
€ 3.336.003
€ 3.591.049
€ 3.479.927
€ 3.186.124
Vlottende middelen Uitgeleende gelden < 1 jaar Contante gelden in kas Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen
Renterisiconorm Het begrip renterisiconorm is ingevoerd om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen, en zodoende het renterisico bij herfinanciering van de vaste schuld te beheersen. Deze norm bedraagt 20% van het begrotingstotaal, met een minimum van 2,5 miljoen euro. De berekening van de huidige renterisiconorm in meerjarenperspectief is opgenomen in het volgend overzicht.
Kredietrisicobeheer Dit is het risico dat wij lopen wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen die in voorkomende gevallen in financiële problemen zouden kunnen komen. In het treasurystatuut is vastgelegd dat de gemeente alleen overtollige middelen mag uitlenen aan betrouwbare bedrijven met minimaal een zogeheten AAA-rating (looptijd langer dan 3 maanden) c.q. AArating (looptijd tot 3 maanden), aan ondernemingen waarvoor een solvabiliteitsratio van 0% geldt of aan de centrale overheid. Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden zekerheden of garanties geëist.