CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.I Profielen ambassadeursoorten

Gemeenteraad 11 mei 2023, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.0839962.995 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen Ambassadeursoorten

J.D. Buizer A.A. van Helsdingen

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen ambassadeursoorten J.D. Buizer A.A. van Helsdingen

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen Ambassadeursoorten

2

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen ambassadeursoorten Auteurs: J.D. Buizer, A.A. van Helsdingen Status uitgave: eindrapport Rapportnummer:

22-030-b

Projectnummer:

21-0134

Datum uitgave:

24 maart 2023

Projectleider:

ir. A.A. van Helsdingen

Tweede lezer:

drs. D. Emond

Naam en adres opdrachtgever:

Referentie opdrachtgever:

Gemeente West Maas en Waal Postbus 1 6658 ZG Beneden-Leeuwen Z.057503/175209

Akkoord voor uitgave:

ir. A.A. van Helsdingen

Datum akkoord:

7 maart 2023

Graag citeren als: Buizer J.D. & A.A. van Helsdingen, 2023. Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen ambassadeursoorten. Waardenburg Ecology Rapportnr. 22-030b, Waardenburg Ecology, West Maas en Waal. Trefwoorden: Biodiversiteit, ecologische verbinding, ecologische maatregelen Waardenburg Ecology bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Waardenburg Ecology bv. Opdrachtgever hierboven aangegeven vrijwaart Waardenburg Ecology bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © Waardenburg Ecology bv / Gemeente West Maas en Waal Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Waardenburg Ecology bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Waardenburg Ecology bv is gecertificeerd door EIK Certificering overeenkomstig ISO 9001:2015.

Waardenburg Ecology bv hanteert als algemene voorwaarden de DNR 2011, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.

Waardenburg Ecology, Varkensmarkt 9 4101 CK Culemborg, 0345 51 27 10, info@waardenburg.eco, www.waardenburg.eco

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen Ambassadeursoorten

3

Inhoudsopgave 1

Profielen ambassadeursoorten

5

1.1

Wilde bijen en graslandvlinders

5

1.2

Bittervoorn

6

1.3

Grote modderkruiper

7

1.4

Kleine watersamander

8

1.5

Kamsalamander

9

1.6

Patrijs

11

1.7

Grutto

12

1.8

Steenuil

13

1.9

Huismus

14

1.10 Egel

15

1.11 Gewone dwergvleermuis

17

1.12 Bunzing

18

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen Ambassadeursoorten

4

1 Profielen ambassadeursoorten In deze bijlage bij het Biodiversiteitsplan West Maas en Waal staan korte beschrijvingen van de 12 ambassadeursoorten die zijn aangewezen voor de gemeente. Van alle ambassadeursoorten geven we een korte beschrijving en geven we aan met wat voor maatregelen ze geholpen kunnen worden. Een beschrijving van de maatregelen is te vinden in Bijlage III bij het Biodiversiteitsplan West Maas en Waal: Maatregelen voor biodiversiteit.

1.1

Wilde bijen en graslandvlinders

Deze ambassadeur-soortgroep staat voor diverse soorten die leven van nectar en stuifmeel uit bloemen, zoals bijvoorbeeld het vosje, de boomhommel, de rosse metselbij, het klein geaderd witje en het icarusblauwtje (zie foto’s). Wilde bijen en graslandvlinders Kenmerken Bijna alle wilde bijen en

•

Maatregelen Bloemen met nectar en stuifmeel: bloemrijk gras, bloeiende

dagvlinders leven van nectar.

bomen en heesters. Liefst inheems. Wilgen zijn belangrijk voor

Bijen voeren hun larven met

veel soorten wilde bijen. Let op: veel kweekvormen van planten of

stuifmeel en nectar, De rupsen van vlinders leven van planten

heesters hebben steriele bloemen zonder stuifmeel en nectar! •

Waardplanten voor vlinders, waarin de rupsen opgroeien: meestal

(die van het icarusblauwtje

inheemse wilde planten, zoals klaversoorten, brandnetel, zuring

meestal van pinksterbloem of

en kruisbloemen als look-zonder-look en pinksterbloem.

look-zonder-look). De meeste

•

bijen maken een nest onder de grond. Een minderheid gebruikt

Nestgelegenheid voor bijen. Sommige soorten zitten in holten, zoals in bijenhotels of vogelhuisjes (de boomhommel).

•

Gefaseerd beheer: niet alles in één keer afmaaien, snoeien of

bovengrondse nesten,

knotten, maar delen laten staan. Bij gras bijvoorbeeld 10-20% per

bijvoorbeeld in bijenhotels of

maaibeurt (ook bij gazon!) en bij knotwilgen 2/3 per keer knotten,

nestkasten

bijvoorbeeld 2 rijen wel en 1 niet.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen Ambassadeursoorten

5

1.2

Bittervoorn

(foto: Floris Brekelmans)

De bittervoorn is een vrij algemene vissoort, die in West Maas en Waal vooral in het komgebied en in de uiterwaarden voorkomt. De bittervoorn staat voor de groep met vissen van helder water met veel oever- en onderwaterplanten, zoals snoek, kroeskarper en rietvoorn. Bittervoorn Kenmerken Maatregelen De bittervoorn is een plantminnende • Het verbeteren van de chemische en soort. Ze leven hebben een voorkeur ecologische waterkwaliteit. voor stilstaande tot • Aanleg paaigebieden met ondiep water langzaamstromende wateren met en veel waterplanten (bijvoorbeeld plantenrijke oevers. In Nederland natuurvriendelijke oevers). bestaat hun leefgebied uit • Gefaseerd schonen: bij het schonen uiterwaardwateren in het altijd een deel van de rivierengebied, bredere vaarten en (onder)watervegetatie laten staan. Bij sloten in poldergebieden, plassen en voorkeur ¼ deel. de benedenlopen van riviertjes en • Aanleg vispassages en visgeleiding bij beken.Gedurende het jaar zwemmen stuwen en gemalen. ze in kleine groepjes of schooltjes maar s' winters kunnen op beschutte plaatsen scholen van duizende bittervoorns ontstaan. De soort voedt zich hier met plantaardig en klein dierlijk voedsel. (bron: RAVON.nl). De Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen Ambassadeursoorten

6

Bittervoorn Kenmerken Maatregelen soort komt weinig voor in water met een dikke sliblaag op de bodem.

1.3

Grote modderkruiper

(foto: Floris Brekelmans)

De grote modderkruiper is een soort van verlandende wateren die tijdelijke droogval kan overleven door zich in te graven in de modder en zuurstof in zijn darmen op te slaan. De soort komt verspreid over (vooral) het komgebied in lage aantallen voor Grote modderkruiper Kenmerken De grote modderkruiper geeft de voorkeur aan ondiepe wateren met een dikke modderlaag en een uitbundige waterplantengroei (bron: ravon.nl).

• • • •

•

Maatregelen Het verbeteren van de chemische en ecologische waterkwaliteit. Gefaseerd schonen en baggeren, per keer maximaal ¾ van het oppervlak. Op de kant gezette bagger nazoeken op grote modderkruipers en deze terugzetten in het water. Zorgen dat er altijd een aantal verlandende sloten aanwezig is (maar de sloten niet volledig laten verlanden). De sloten ecologisch schonen

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen Ambassadeursoorten

7

Grote modderkruiper Kenmerken • • • •

1.4

Maatregelen Viswering bij gemaalpompen zodat de grote modderkruipers niet verwond worden. Aanleg vispassages en visgeleiding bij stuwen en gemalen. Aanleg ondiepe zones, zoals bij natuurvriendelijke oevers. Realiseren van ondiepe sloten en greppels in verbinding met sloten, en brede zones langs sloten die in het voorjaar overstromen.

Kleine watersalamander

(foto: Floris Brekelmans)

De kleine watersalamander staat model voor algemene amfibieën, zoals naast de kleine watersalamander zelf de bruine kikker, de bastaardkikker (middelste groene kikker) en de gewone pad. Al deze soorten komen verspreid over de gemeente voor, in alle deelgebieden. Kleine watersalamander Kenmerken De kleine watersalamander heeft, net als alle andere amfibieën, watertjes nodig

•

Maatregelen Aanleg van visvrije poelen en tuinvijvers. Ook kleine vijvers zijn geschikt voor de kleine watersalamander.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen Ambassadeursoorten

8

Kleine watersalamander Kenmerken om zich te kunnen voortplanten. Buiten de voortplantingstijd leeft de salamander in allerlei groengebieden. Slaapt en overwintert veel onder stenen en stukken hout.

• •

•

•

1.5

Maatregelen Kleine stapels hout of stenen om te slapen en te overwinteren. Voldoende groen en onbetegelde grond in tuinen. De kleine watersalamander kan niet leven in volledig betegelde tuinen. Verbindingszones in de vorm van natuurvriendelijke oevers, houtwallen of -singels, hagen, stroken met ruige beplanting, en dergelijke. Mogelijkheden om veilig drukke wegen over te steken, zoals speciale amfibieëntunnels, met name op locaties waar een verbindingszone of een trekroute tussen het voortplantingsgebied en het leefgebied in de rest van het jaar de weg kruist (plekken waar veel doodgereden amfibieën worden gevonden wijzen meestal op een trekroute).

Kamsalamander

(foto: Floris Brekelmans)

De kamsalamander is een zeldzame salamander, die in West Maas-en-Waal vooral op de oeverwal van de Waal voorkomt en daarnaast in de Meren. Dit is de doelsoort van de ecologische verbindingszone langs de Grote Wetering. De soort is zeldzaam in West Maas

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen Ambassadeursoorten

9

en Waal, maar het is niet duidelijk hoe goed de gemeente is onderzocht op het voorkomen van de kamsalamander. Voor de kamsalamander is van belang om de huidige leefgebieden met elkaar te verbinden. De provincie heeft een ecologische verbindingszone door het komgebied vastgesteld volgens het model kamsalamander. Maar het is van belang om juist aandacht te besteden aan de oeverwal en de uiterwaarden (dicht langs de dijk), waar de huidige leefgebieden vooral liggen. De kamsalamander is een weinig mobiele soort. Het verdient daarom de voorkeur om maatregelen eerst dichtbij de huidige leefgebieden te leggen. Kamsalamander Kenmerken De kamsalamander leeft vooral in kleinschalige halfopen landschappen met bos of bosjes en rijkbegroeide wateren, zoals wielen en poelen. Hij komt echter hier en daar voor in groene wijken met veel tuinvijvers.

•

•

•

•

Maatregelen Rijk begroeide visvrije poelen en ander visvrij klein water (ook natuurlijk ingerichte tuinvijvers). Deze liggen bij voorkeur binnen 300 m (max. 500m) van andere poelen waar kamsalamanders zich voortplanten. In de uiterwaarden moeten poelen in de weinig overstroomde delen liggen. Verbindingen tussen die poelen, bijvoorbeeld met stroken ruigte, natuurvriendelijke oevers langs watergangen, houtsingels of rijen knotwilgen met ruig gras er onder. Stapstenen met enkele poelen, bos, bosjes of struwelen in combinatie met bloemrijk of ruig gras en of moerasjes (grootte 1-3 ha). Mogelijkheden om veilig drukke wegen over te steken op plekken waar verbindingszones deze kruisen, zoals speciale amfibieëntunnels.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen Ambassadeursoorten

10

1.6

Patrijs

(foto: Martin Bonte)

De patrijs is in Nederland een typische vogel van het agrarische landschap. De vogel gaat landelijk sterk in aantal achteruit (bron: sovon.nl). In West Maas en Waal komt de vogel nog in redelijke aantallen voor, vooral in de komgronden en de oeverwal en uiterwaarden bij Alphen en Moordhuizen. Patrijs Kenmerken Patrijzen nestelen bij voorkeur onder dekking van ruige grasachtige begroeiing. Bijvoorbeeld langs hagen en in slootkanten, bermen en overhoekjes. Patrijzenkuikens leven de eerste twee weken alleen van insecten. Daarna gaan ze ook zaden en bladgroen eten.

• • •

• •

Maatregelen Laten staan of aanleggen van ruige overhoekjes. Inzaaien van kruidenrijke akkerranden (en deze in de winter laten staan). Aanplanten van hagen of randen met struweel (vooral op de oeverwal en evt. in de uiterwaarden). Aanleggen van keverbanken. Laten staan van winterstoppels of een strook graan ongeoogst laten.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen Ambassadeursoorten

11

1.7

Grutto

(foto: Camiel Heunks)

De grutto wordt gezien als onze nationale weidevogel, die staat voor de groep van kritische weidevogels waartoe ook de watersnip, tureluur, gele kwikstaart en veldleeuwerik behoren. De grutto gaat in Nederland ondanks alle maatregelen nog steeds sterk in aantal achteruit. West Maas en Waal ligt buiten de echte gruttogebieden en de soort komt er in vrij lage aantallen voor (bron: sovon.nl). De soort is toch opgenomen als ambassadeursoort omdat diverse andere minder kritische weidevogels profiteren van de maatregelen, zoals de kievit, scholekster en graspieper. Grutto Kenmerken De grutto broedt in kruidenrijke graslanden met een hoge waterstand in een zeer open gebied. Voor een succesvolle bescherming van weidevogels is een uitgekiend pakket aan maatregelen nodig, die in samenhang moeten worden uitgevoerd. In West Maas en Waal worden deze

Maatregelen • Uitgestelde maaidatum tot na het uitkomen van de jongen (bij voorkeur met langzaam groeiend gras, bijvoorbeeld door een hoge grondwaterstand). • Bij het maaien maatregelen om de jongen te beschermen. • Voldoende ongemaaid kuikenland. • Bemesting met ruige stalmest in plaats van drijfmest en kunstmest.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen Ambassadeursoorten

12

Grutto Kenmerken gecoördineerd door het Collectief Rivierenland.

1.8

Maatregelen • Natuuurvriendelijke oevers en plasdrasgedeelten in graslanden aangrenzend aan geschikt kuikenlland. • Realiseren van een voldoende hoge waterstand. • (Indien nodig) nestbescherming en planmatig beheer van predatiedruk.

Steenuil

(foto: Camiel Heunks)

De steenuil is onze kleinste uil en is de bewoner van kleinschalig en halfopen boerenlandschap. De soort is sinds de jaren ’80 flink in aantal achteruit gegaan, maar neemt de laatste 12 jaar weer in aantal toe (bron: sovon.nl). De soort komt in West Maas en Waal vooral voor op de oeverwal, maar in mindere mate ook in de uiterwaarden en komgronden. De dichtheid aan broedvogels in de gemeente is vrij laag, maar de aantallen in de winter zijn juist relatief hoog (bron: sovon.nl). Mogelijk zijn dit jongen van een kerngebied ten noordoosten van West Maas en Waal (vooral gemeente Nederbetuwe).

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen Ambassadeursoorten

13

Steenuil Kenmerken De steenuil is een soort van kleinschalig boerenlandschap. De soort broed in allerlei holten, zoals in knotwilgen, schuurtjes en speciale nestkasten. De soort is nogal honkvast en jaagt meest binnen 300 m van het nest, vooral op muizen maar ook op grote insecten en regenwormen.

1.9

Maatregelen Creëren nestgelegenheid door: o speciale nestkasten in bomen of (open) schuren; o Handhaven van bomen met holtes; o planten van knotwilgen en hoogstamfruitbomen, waar na verloop van tijd holtes in kunnen komen. • Vergroting voedselaanbod (vooral muizen, in mindere mate regenwormen en insecten) door: o ruigte- en bloemrijke stroken langs percelen of ruige overhoekjes); o hagen; o door paarden of schapen begraasd grasland (bij voorkeur met stroken lang gras, ruigte of struweel er langs); o paaltjes waar de uilen vanaf kunnen jagen. Voor meer maatregelen zie: https://www.steenuil.nl/bescherming/maatregelen •

Huismus

De huismus is een echte cultuurvolger, die alleen voorkomt in de nabijheid van huizen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. De soort is sinds de jaren ’80 sterk in aantal achteruit gegaan,

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen Ambassadeursoorten

14

maar de aantallen blijven sinds 2000 ongeveer stabiel. De soort komt in West Maas en Waal in relatief grote dichtheden voor (bron: sovon.nl). De huismus staat voor vogelsoorten die in, op of aan gebouwen nestelt, zoals daarnaast ook de gierzwaluw, huiszwaluw, zwarte roodstaart en spreeuw.

Huismus Kenmerken De huismus is een echte cultuurvolger, die alleen voorkomt in de nabijheid van huizen.

•

• •

• •

1.10

Maatregelen Nestgelegenheid, door nestvoorzieningen voor huismus en gierzwaluw (die vaak ook door de huismus worden gebruikt en daardoor door gierzwaluwen wordt ontdekt). Schuilgelegenheid door de aanleg van dichte hagen of struiken van bijvoorbeeld liguster of meidoorn. Voedsel (insecten en zaden) door het toepassen van bij voorkeur inheemse planten en stukken met ruige begroeiing. Water om te drinken en voor een bad; Liefst ook wat kaal zand om een zandbad te nemen.

Egel

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen Ambassadeursoorten

15

De egel is een algemene soort die in West Maas en Waal voorkomt, zowel in de dorpen als in het buitengebied. De soort heeft veel last van het verkeer. Elk jaar worden vele egels doodgereden, doordat egels niet vluchten, maar vertrouwen op hun stekels. Egel Kenmerken In onze streken leeft de egel in bijna alle landschappen. In kleinschalige landschappen met veel landschapselementen als hagen, bosjes en dergelijke zijn ze echter algemener dan in grootschalige open gebieden. Tuinen, bosranden, struweel en loofbos, liefst met ondergroei, zijn goede leefgebieden. Egels komen ook in steden voor, zolang er maar groen en schuilplaatsen aanwezig zijn (bron: Zoogdiervereniging).

•

•

•

• •

•

Maatregelen Aanbrengen van bijvoorbeeld stapels dood hout, takkenrillen, takkenhopen of stapels stenen (met openingen ertussen) als verblijfplaats voor de egel (vergelijkbaar met die voor kleine marterachtigen) of een speciaal egelhuis. Vergroting voedselaanbod door gericht vegetatiebeheer (vergroting vegetatiestructuur, voedselplanten voor insecten en (huisjes)slakken, etc). Creëren veilige oversteekplaatsen, met name bij 50 km-wegen, bijvoorbeeld door bestaande duikers of via een buis onder de weg. Maken van een opening van 15x15 cm in schuttingen en gaashekken, om de egel doorgang te verlenen. Robotmaaiers ’s nachts uitschakelen, om verwonding van egels te voorkomen (dit geldt ook voor robotmaaiers met een egelbescherming!). Aanleggen (vlecht)heggen als verbindingszone.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen Ambassadeursoorten

16

1.11

Gewone dwergvleermuis

(foto: Annette Karels)

De gewone dwergvleermuis komt in West Maas en Waal algemeen voor, zowel in het buitengebied als in de bebouwde kom.

Gewone dwergvleermuis Kenmerken De gewone dwergvleermuis heeft zijn verblijfplaatsen in spouwmuren, achter houten gevelbetimmeringen onder daken en dergelijke. De soort jaagt graag in de beschutting van hoge begroeiing, zoals bosranden, hoge hagen, houtwallen, bomenrijen en dergelijke.

•

•

• •

Maatregelen Uitvoeren van onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen, voordat werkzaamheden als sloop, ingrijpende renovaties, isolatie van spouwmuren en dergelijke plaatsvinden. Plaatsen van vleermuiskasten, liefst ingebouwd in gebouwen. Naast kleine kasten zijn ook grote, zogenaamde kraamkoloniekasten en vorstvrije kasten van belang. In plaats van kasten is ook het toegankelijk maken (of houden) van spouwmuren geschikt. Maatregelen die de insectenrijkdom verhogen zijn ook goed voor vleermuizen. Denk aan bloem- en kruidenrijk gras, natuurvriendelijke oevers, poelen, hagen, bosjes, bloemrijke akkerranden, en dergelijke.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen Ambassadeursoorten

17

1.12

Bunzing

(foto: Peter Trimming)

De bunzing staat voor de groep kleine marterachtigen, waartoe ook de hermelijn en de wezel behoort. Deze soorten zijn meestal ’s nachts actief en erg schuw. Ze worden daarom weinig gezien. Bunzing Kenmerken De bunzing heeft een voorkeur voor kleinschalig landschap met houtwallen, greppels en sloten met overhangende vegetatie, ook dorpen en buitenwijken van steden vormen geschikt leefgebied (bron: Zoogdiervereniging).

•

•

• •

Maatregelen Aanbrengen van bijvoorbeeld stapels dood hout, takkenrillen, takkenhopen of stapels stenen (met openingen ertussen) als verblijfplaats voor de bunzing. Vergroting voedselaanbod door gericht vegetatiebeheer (zorgen voor lijnvormige elementen met voldoende dekking). Creëren veilige oversteekplaatsen, bijvoorbeeld door bestaande duikers of via een buis onder de weg. Aanleggen (vlecht)heggen als verbindingszone.

Samen voor meer biodiversiteit in West Maas en Waal! Bijlage I Profielen Ambassadeursoorten

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12647267/1