Bijlage 1 GEW Beleidskader toekomstbestendige voetbalaccommodaties West Maas en Waal
Tekst van het document
Beleidskader Toekomstbestendige voetbalaccommodaties West Maas en Waal
Vastgesteld tijdens de raadsvergadering van [Datum]
1
Aanleiding De gemeente West maas en Waal heeft 8 kernen, in 7 daarvan is een voetbalaccommodatie beschikbaar. De accommodaties zijn 10 jaar geleden geprivatiseerd, het eigendom en de exploitatie van de sportparken is op basis van een privatiseringsovereenkomst en een huurovereenkomst in handen gegeven van stichtingen, die de velden en gebouwen ter beschikking stellen aan voetbalverenigingen en andere gebruikers. De privatiseringsovereenkomsten liepen eind 2023 af maar zijn met een jaar verlengd. Momenteel lopen gesprekken met de stichtingen over vernieuwen van de overeenkomsten. In dit proces kwam eveneens de vraag naar voren wat de visie van de gemeente West Maas en Waal op de voetbalsport en in het bijzonder de voetbalaccommodaties is. Doelstelling Met dit beleidskader willen we ervoor zorgen dat de voetbalaccommodaties in de gemeente West Maas en Waal blijven voldoen aan de wensen van de voetbalverenigingen en de eisen van de voetbalbond. Daardoor dragen we bij aan gezonde, vitale verenigingen die een belangrijke rol vervullen in de verschillende kernen en zorgen dat er voor onze inwoners voldoende mogelijkheden blijven om te kunnen voetballen. Inventarisatie/huidige situatie Demografie en ontwikkeling inwonertal West Maas en Waal In 1995 had de gemeente West Maas en Waal 17.600 inwoners.
Sindsdien is het aantal inwoners gestaag gegroeid van 19.324 in 2020 tot ruim 20.300 inwoners in 2024. Nederland vergrijst: het aandeel inwoners tot 20 jaar is in de periode van 1975 tot en met 2022 gedaald van 34% naar 21%. Het aandeel inwoners van 40 – 65 jaar is toegenomen van 26% tot 33%, het aandeel 65+ steeg van 11% naar 20%. In de komende jaren zijn de volgende ontwikkelingen te verwachten: • De bevolking tussen 20-64 jaar neemt af, maar de bevolking 65+ jaar neemt toe. Er komen steeds meer oudere inwoners over de tijd heen. • Daarbij neemt ook de ‘grijze druk’ toe (verhouding 65+ers t.o.v. 20-65 jarigen is daarmee uit balans) • Wat echter ook opvalt is dat er de komende jaren een stijging is in de jonge leeftijdsgroep 1217 jaar. • We krijgen te maken met een groeiende groep nieuwkomers. Ontwikkeling sport- en voetbaldeelname Het aantal sportende Nederlanders is in de periode 2017 – 2022 licht gedaald van 26% naar 24% 1. De daling wordt grotendeels veroorzaakt door het lagere deelnemerspercentage van jeugd tussen 5 en 12 jaar (van 52% naar 47%) en tussen 13 en 18 jaar (van 53% naar 49%). Het deelnamepercentage voetbal ligt al geruime tijd op hetzelfde niveau, tussen 6,5 en 7%. De groei van het aantal leden van de voetbalbond (maatstaf voor de voetbaldeelname) houdt gelijke tred met de groei van de Nederlandse bevolking.
Opvallend is de groei van het aantal voetballende meisjes/dames.
1
Bron: Zo sport Nederland – belangrijke trends en ontwikkelingen in sportdeelname 2022; NOC*NSF
2
Accommodaties In de gemeente West Maas en Waal zijn de volgende voetbalaccommodaties beschikbaar: Kern
Accommodatie
Eigenaar
Hoofdgebruiker
Alphen
Mariaveld
St. beheer en exploitatie sportpark Mariaveld
Avios
Altforst
D'n Heppert
Stichting Dheppert
AAC-Olympia
Maasbommel
De Hoge Hof
Stichting de Hoge Hof
DBV
Boven Leeuwen
De Hoge Berg
Stichting De Hoge Berg
DSZ
Beneden Leeuwen
Het Zijvond
Stichting sportcomplex Leones
Leones
Dreumel
De Zeven Morgen
Stichting Maandagmorgen
Aquilla
De Parken
Stichting Unitas'28
Unitas'28
Wamel
De gronden onder de accommodaties zijn door de gemeente verhuurd aan de stichtingen, de opstallen, zowel gemeentelijke als verenigingsopstallen, zijn in eigendom overgedragen aan de stichtingen. Elk van de sportparken heeft een voetbalvereniging als hoofdgebruiker. De velden en gebouwen worden daarnaast gebruikt voor andere activiteiten, zoals sportieve evenementen als bijvoorbeeld de Koningsspelen en voor bewegingsonderwijs van scholen uit de verschillende kernen. De stichtingen zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken op de sportparken en het uitvoeren van het dagelijks onderhoud aan velden en gebouwen en het groot onderhoud aan de velden. De stichtingen ontvangen van de gemeente een onderhoudsvergoeding. Deze bedraagt in totaal € 134.000 (prijspeil 2024) en wordt verdeeld op basis van het aantal natuurgrasvelden (18,5 in 2024). De vergoeding dient te worden gebruikt voor het onderhoud aan de velden, 13% van het bedrag dient te worden gereserveerd voor groot onderhoud/renovatie van de velden. De kleedkamers worden onderhouden door de stichtingen. De gemeente bekostigt het instandhoudingsonderhoud van de kleedkamers, op basis van de gemeentelijke meerjaren onderhoudsplanning (MJOP) zijn hiervoor middelen beschikbaar. Verenigingen Elk sportpark heeft een voetbalvereniging als hoofdgebruiker.
Zoals veel teamsporten staan ook de ledenaantallen van de voetbalverenigingen onder druk. Daarom hebben verschillende verenigingen in de afgelopen jaren moeite om teams te ‘vullen’ en wordt er veel onderling samengewerkt om in alle leeftijdscategorien teams actief te kunnen houden. Rol van (voetbal-)sport in gemeentelijk beleid Sport en bewegen vormt een belangrijke pijler van de leefbaarheid binnen kernen en de gezondheid van onze inwoners. Het draagt bij aan het behalen van gemeentelijke doelen op diverse beleidsterreinen van het Sociaal Domein. Daarom is ‘sport en bewegen’ verankerd in de volgende beleidsdocumenten. - Bouwen aan een krachtige sociale basis, Beleidskader sociaal domein 2024 We willen als gemeente, samen met inwoners en organisaties, eerder zien als er iets niet goed gaat. En elkaar dan helpen. Dit kan met een sterke sociale basis. Die bestaat uit inwoners, verenigingen en professionele organisaties in een dorp. Deze sociale basis willen wij nog sterker maken. In een sociale basis zijn basisvoorzieningen aanwezig (w.o. sportvoorzieningen). We bouwen aan een sterke sociale basis door onder meer een stevig verenigingsleven te stimuleren. - Omgevingsvisie
3
In de Omgevingsvisie West Maas en Waal staan onze ambities voor de lange termijn over de omgeving waarin we wonen, werken, elkaar ontmoeten en ontspannen. Op diverse thema’s zijn opgaven geformuleerd waar de gemeente aan wil werken. In de visie is opgenomen dat de gemeente per kern zo veel mogelijk basisvoorzieningen behouden, waar onder sportaccommodaties. Ook in het kader van gezondheid en welzijn vervullen sportaccommodaties een belangrijke rol. - Lokale aanpak integraal preventie- en gezondheidsakkoord De vraag naar zorg in Nederland groeit en zorgkosten stijgen. Voor de houdbaarheid en toegankelijkheid van zorg en ondersteuning, is een meer preventieve manier van denken en werken noodzakelijk. Het Gezond en Actief Leven Akkoord (hierna: GALA) is een landelijk akkoord waarin de rijksoverheid, gemeenten en zorgverzekeraars afspraken hebben gemaakt over hoe het preventief gezondheidsbeleid kan worden versterkt en duurzaam kan worden geborgd. De doelen uit het GALA zijn vertaald in een lokaal, integraal plan van aanpak, waarin concrete samenhangende afspraken zijn opgenomen over alle gemeentelijke beleidsterreinen heen, gericht op gezondheidsbevordering van inwoners binnen de gemeente. Aan het GALA is een brede SPUK verbonden, gericht op het ontwikkelen van een samenhangende lokale aanpak op het gebied van gezondheid, sport en bewegen én sociale basis.
Gemeenten ontvangen vanuit deze Brede SPUK gelden om projecten op te starten die bijdragen aan de doelstellingen van het GALA en het lokale plan van aanpak. - Sportakkoord In 2020 is het Maas en Waals sportakkoord gesloten tussen de gemeente en lokale sport- en beweegaanbieders. In het sportakkoord, dat een lokale vertaling is van het landelijke sportakkoord, zijn de West Maas en Waalse ambities op sportgebied vastgelegd. In 2022 is het sportaakoord herzien voor de periode 2023 – 2026 en onderdeel geworden van het integrale plan van aanpak in het kader van het GALA. Het bieden van voldoende en kwalitatief goede sportaccommodaties draagt bij aan álle ambities uit het sportakkoord. Bovendien zorgt het voor vitale verenigingen, die op hun beurt weer een belangrijke rol vervullen in de West Maas en Waalse samenleving. Kaders nieuw beleid Op basis van de huidige situatie, gemeentelijke beleidsdoelen en wensen van de stichtingen/verenigingen stellen we een nieuw beleidskader op. In dit beleidskader schetsen we de uitgangspunten voor het te voeren beleid richting de voetbalaccommodaties en -verenigingen. We onderscheiden daarbij zeven hoofdonderwerpen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Eigendom Basisvoorzieningen Capaciteit / Spreiding – Ruimtegebruik Onderhoud en beheer Kwaliteit / Toegankelijkheid Duurzaamheid Breedte – en topsport
Binnen deze hoofdonderwerpen stelt de gemeente West Maas en Waal haar uitgangspunten met betrekking tot de voetbalaccommodaties. Deze uitgangspunten vormen de basis voor de nieuw af te sluiten overeenkomsten met de stichtingen/verenigingen. Uitgangspunten
4
De negen hoofdonderwerpen met bijbehorende uitgangspunten worden hierna beschreven. 1. Eigendom De eigendomssituatie van accommodaties kan verschillen. Vaak is de gemeente (zowel juridisch als financieel) eigenaar van de accommodatie, maar in enkele gevallen ligt het eigendom bij een andere partij (vereniging, commercieel, etc.). In West Maas en Waal is het eigendom van de accommodaties overgedragen aan stichtingen. Bij het aangaan van de privatiseringsovereenkomsten in 2012 was dit de meest gunstige beheersvorm, mede met het oog op het in aftrek brengen van btw in het kader van ‘gelegenheid geven tot sporten’. Vanaf 2019 is sportbeoefening vrijgesteld van btw. Dat betekent dat de belangrijkste reden om het eigendom bij stichtingen te beleggen is komen te vervallen. Verenigingen kunnen ervoor kiezen beheer en exploitatie door stichtingen te blijven voeren, maar dit hoeft niet, de gemeente kan ook rechtstreeks met de vereniging overeenkomsten aaangaan. De gemeente West Maas en Waal wil altijd eigenaar van de grond waarop basissportvoorzieningen zijn gevestigd zijn/blijven. Het eigendom van de accommodaties (velden, opstallen) dragen we over aan stichtingen op basis van een recht van opstal. Dit met name omdat de gemeente West Maas en Waal sport belangrijk vindt en daar strategisch grip op wil blijven houden.
De gemeente investeert alleen in voetbalaccommodaties als dit op gemeentelijke gronden plaats vindt. De stichting betaalt géén huur-, retributie- of andere vergoeding aan de gemeente. Om de verdeling van verantwoordelijkheden in een juridisch kader te plaatsen sluiten we met elke stichting / vereniging een privatiseringsovereenkomst en een huurovereenkomst af. In de privatiseringsovereenkomst leggen we vast dat de accommodatie eigendom is van de stichting/vereniging. De huurovereenkomst zorgt ervoor dat de onderliggende gronden eigendom van de gemeente blijven. Uitgangspunt 1: Het eigendom dragen we over aan stichtingen/verenigingen. We stellen daarom (nieuwe) privatiseringsovereenkomsten en huurovereenkomsten op met de bestaande stichtingen/verenigingen. Uitgangspunt 2: We investeren alléén in voorzieningen als deze op gemeentelijke gronden komen en of staan. Eigendom dragen we over op basis van een recht van opstal. Stichting/vereniging betaalt géén retributie of huurvergoeding aan de gemeente 2. Basisvoorziening Voetbalaccommodaties komen in vele soorten en maten. Al naar gelang van bijvoorbeeld speelniveau van de gebruiker, financiele mogelijkheden en beleidskeuzes van vereniging en gemeente kan het voorzieningen niveau aanzienlijk verschillen. In de basis zijn om te kunnen voetballen altijd minimaal benodigde voorzieningen noodzakelijk.
NOC*NSF en de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) hebben een overzicht opgesteld van de minimale norm voor de voetbalsport, dat we hier ‘basisvoorziening’ noemen: • Wedstrijd- en trainingsvelden, incl. vast verankerde en losse spelelementen op de sportvelden (bijv. doelen, hoekvlaggen , grondpotten, ballenvangers en veldafrastering) • Trainingsveldverlichting op het aantal trainingsvelden dat conform NOC*NSF norm noodzakelijk is • Kleedkamers
5
Per onderdeel is een norm opgesteld waaraan deze moet voldoen qua afmetingen, aantallen en kwaliteit. Deze normen zijn na te lezen in bijlage 1 (kwaliteitsnormen voetbalaccomodaties) Hoewel verenigingen vaak aanvullende wensen hebben bovenop de genoemde basisvoorzieningen zien we hierin als gemeente geen verantwoordelijkheid. Het belang van de gemeente is dat inwoners kunnen voetballen, dit kan met voldoende basisvoorzieningen. Het staat verenigingen uiteraard vrij om te investeren in aanvullende voorzieningen. De gemeente zal hieraan géén financiele bijdrage leveren, maar verleent medewerking in de vorm van het faciliteren van gesprekken tussen verenigingen om te kijken of samenwerking mogelijk is. Uitgangspunt 3: We faciliteren alléén basisvoorzieningen. Uitgangspunt 4: Stichtingen/verenigingen investeren zélf in voorzieningen die niet als basisvoorziening zijn aangemerkt. De gemeente draagt financieel niet bij, wel faciliteren we gesprekken tussen verenigingen en andere partijen om te onderzoeken of in samenwerking schaalvoordelen gehaald kunnen worden. 3. Capaciteit / Spreiding Er zijn ontwikkelingen (vergrijzing en op langere termijn ontgroening) die van invloed zijn op de benodigde capaciteit van voetbalaccommodaties.
Naast de op demografische ontwikkelingen gebaseerde vraag spelen ook andere factoren een rol, zoals sportieve ambities van verenigingen, die van invloed kunnen zijn op het aantal leden. De gemeente West Maas en Waal stemt het aantal basissportvoorzieningen zo veel mogelijk af op de vraag van de gebruikers. Hierbij wordt uitgegaan van de normen van de sportbonden en NOC*NSF. Voor de voetbalsport geldt dat middels de KNVB Rekentool de behoefte aan wedstrijd- en trainingsvelden kan worden berekend op basis van het aantal teams. Dit betekent dat de accommodatiebehoefte niet wordt afgestemd op het aantal leden maar het aantal teams. We maken dan ook geen onderscheid tussen leden die afkomstig zijn uit de gemeente West Maas en Waal of leden die woonachtig zijn in een andere gemeente. Andersom investeren we ook niet in voetbalaccommodaties buiten de gemeente wanneer die worden gebruikt door leden uit de gemeente West Maas en Waal. In de huidige situatie zijn er op basis van een inventariserend onderzoek geen knelpunten geconstateerd in de capaciteit van de sportparken. In het algemeen is sprake van voldoende voorzieningen, op een aantal sportparken is zelf sprake van overcapaciteit.
Bij toename van veldgebruik en het daarmee ontstaan van behoefte aan een extra veld, kijken we eerst of gebruik kan worden gemaakt van capaciteitsruimte in de bestaande veldcapaciteit op hetzelfde terrein, daarna of gebruik gemaakt kan worden van voorzieningen op andere sportparken. De actuele behoefte geldt als uitgangspunt. We toetsen deze elk jaar in december met behulp van de KNVB Rekentool. Eens per 3 jaar gaan we op basis van de resultaten van de toetsing met de gebruikers in gesprek over de capaciteitsbehoefte. Als blijkt dat er in de bestaande situatie teveel voorzieningen zijn binnen een bepaald sportpark zal de gemeente niet langer een vergoeding betalen voor het onderhoud/renovatie van de velden die ‘overcapaciteit’ opleveren, maar alleen voor het noodzakelijke basisonderhoud. Hieronder verstaan we maaien, 1x/jaar wiedeggen en onkruidbestrijding.
6
Wanneer uit trend/prognoses blijkt dat op langere termijn structurele toename van het gebruik te verwachten is, zal de gemeente: • Zoeken naar mogelijkheden voor medegebruik van accommodaties in andere kernen; • Als dat niet mogelijk is, is uitbreiden dan wel inbreiden een optie, behalve als verwacht mag worden dat de extra capaciteit tijdelijk nodig is. De gemeente wil op deze manier kapitaalvernietiging voorkomen. De gemeente West Maas en Waal wil de sportbeoefening in principe binnen de daarvoor al bestemde terreinen laten plaatsvinden. Uitbreidingen (of inbreidingen) zullen dus binnen die veelal beperkte ruimte moeten plaatsvinden. De huidige spreiding is goed te noemen. Op basis van de (op langere termijn) benodigde capaciteit zal de gemeente beoordelen of de huidige ruimte hiervoor voldoet. Indien meer capaciteit nodig is wordt in de eerste plaats gekeken naar nieuwe uit- en inbreidingtechnieken. Daar waar natuurgrasvelden onvoldoende capaciteit kunnen bieden is de aanleg van hybride- of kunstgrasvelden een optie. Waar natuurgrasvelden een bespelingscapaciteit van ca. 300 uur per jaar bieden, is op een hybrideveld 600 uur per jaar te spelen en op een kunstgrasveld zelfs 1500 uur. Daarnaast zal, op basis van prognoses van de bevolkingsontwikkeling en ledenaantallen, worden onderzocht in hoeverre de huidige ruimte op langere termijn (5-10 jaar) nodig is.
Uitgangspunt 5: we houden de capaciteit van de voetbalaccommodaties in overeenstemming met NOC*NSF/KNVB normen. Dit actualiseren we eens per 3 jaar. Wanneer er géén vereniging gebruik maakt van de accommodatie als (hoofd-)speellocatie draagt de gemeente, behoudens een maaivergoeding, niet (meer) bij in de kosten van onderhoud en renovatie. Uitgangspunt 6: we houden er géén rekening mee waar leden vandaan komen, (actieve) leden van buiten West Maas en Waal tellen we mee in de berekening van de benodigde capaciteit. We investeren níet in accommodaties buiten de gemeente, ook niet als deze worden gebruikt door sporters die afkomstig zijn uit West Maas en Waal. Uitgangspunt 7: wanneer een tekort aan capaciteit beschikbaar is kijken we naar mogelijkheden van uit- of inbreiding of medegebruik op de bestaande locaties/accommodaties. 4. Onderhoud en beheer Aandachtpunt dat van toepassing is en cruciaal voor het succes van dit beleidskader is dat er een duidelijke rolverdeling tussen de gemeente, gemeentelijke afdelingen en de stichtingen moet zijn. Er zullen concrete en eenduidige afspraken worden gemaakt die geldend zijn voor alle voetbalaccommodaties én de Gemeente West Maas en Waal, tenzij in onderling overleg anders wordt besloten. De gemeente is verantwoordelijk voor eerste realisatie van de basisvoorzieningen.
Op het niveau van onderdelen van een accommodatie worden onder basisvoorzieningen verstaan: • Velden • Vast verankerde en losse spelelementen op de sportvelden (bijv. doelen, hoekvlaggen , grondpotten, ballenvangers en veldafrastering) • Trainingsveldverlichting op het aantal trainingsvelden dat conform NOC*NSF norm noodzakelijk is • Kleedkamers • Groenvoorziening/bestrating/hekwerken
7
•
Riolering/nutsaansluitingen
De taken en verantwoordelijkheden die de gemeente bij de stichting/vereniging neerlegt en de rolverdeling tussen gemeente, gebruiker en aannemer(-s) zullen worden vastgelegd in een demarcatielijst, die concreet, duidelijk en eenduidig weergeeft wie waarvoor verantwoordelijk is. De demarcatielijst maakt onderdeel uit van de privatiseringsovereenkomst. Uitgangspunt 8: We dragen (dagelijkse) beheer- en onderhoudstaken van basisvoorzieningen over aan de gebruikers, omwille van de doelmatigheid. Deze taken leggen we vast in een demarcatielijst, die onderdeel is van de privatiseringsovereenkomst. 4.1 Onderhoud velden Het onderhoud aan de natuurgras- en kunstgrasvelden is specialistisch werk en vraagt daarom een behoorlijke vakkennis. Het zijn intensieve werkzaamheden die het hele jaar door plaatsvinden. Wanneer deze werkzaamheden niet zorgvuldig en tijdig worden uitgevoerd loopt de gemeente (of eigenlijk de stichting) risico van kapitaalvernietiging. Bovendien wordt met onbespeelbare velden het wezen van het complex aangetast. Daarom draagt de gemeente (deels) bij aan het onderhoud van de velden. Het onderhoud aan en vervanging van de verankerde en losse (spel)elementen op en rond de velden zijn eveneens de verantwoordelijkheid van de stichting/vereniging.
Uitgangspunt 9: De stichting/vereniging is verantwoordelijk voor het onderhoud aan en renovatie/vervanging van de speelvelden (incl. verankerde en losse elementen). De gemeente draagt hier in financiele zin aan bij. 4.1.1 Calamiteiten Sportvelden zijn gevoelig voor invloeden van weer/klimaat of andere natuurverschijnselen. Daardoor kan, zelfs als de kwaliteit van het uitgevoerde onderhoud vrijwel perfect is, de kwalieteit van het veld onvoldoende worden. Denk aan extreme droogte of regenval of plagen (schimmels in de grasmat, konijnen, roeken). We vinden het niet fair om (de kosten van) dergelijke tegenvallers ten laste van de stichting (en daarmee de leden van de voetbalverenigingen) te laten komen. Tot op heden hadden we de beschikking over een zogenaamd ‘calamiteitenfonds’ waarop stichtingen een beroep konden doen in geval van overmacht. In de nieuwe situatie richten we geen fonds in maar comitteren we ons als gemeente om met de stichting in overleg te gaan over de ontstane schade. Onderdeel hiervan is een onafhankelijk, door de gemeente en stichting/vereniging gezamenlijk bekostigd onderzoek naar de oorzaak van de calamiteit. Wanner daaruit blijkt dat de stichting/vereniging geen blaam treft zal de gemeente in alle redelijkheid en billijkheid bijdragen aan de kosten vaqn herstel. In dat geval leggen we de raad hiertoe een voorstel voor.
Uitgangspunt 10: wanneer zich onvoorziene zaken voordoen treden we met de betrokken stichting in overleg om te kijken op welke wijze we, financieel of anderszins, bijdragen aan de oplossing. Indien nodig vragen we de raad om aanvullende middelen. 4.2 Onderhoud en beheer gebouwen De gebouwen op de sportparken zijn in eigendom van de stichting/vereniging. De verantwoordelijkheid voor het onderhoud aan de gebouwen ligt daarmee bij de stichting/vereniging. . Voor het deel van het gebouw dat onder de basisvoorziening valt (de kleedkamers) draagt de gemeente bij in de kosten van het instandhoudingssonderhoud van constrcutieve delen (dak,
8
buitenwanden, -kozijnen en -deuren) en installaties. De stichting/vereniging kan bij renovatie/vervanging van deze onderdelen, indien de noodzaak kan worden aangetoond, een gemeentelijke bijdrage hiervoor krijgen. De eindverantwoordelijkheid ligt ook hier bij de stichting/vereniging als eigenaar van het gebouw. De hoogte van de bijdrage is gebaseerd op een gemeentelijke meerjaren onderhoudsplanning (MJOP), waarin de werkzaamheden en geraamde kosten zijn opgenomen. De MJOP wordt eens per 5 jaar geactualiseerd. Uitgangspunt 11: de stichting/vereniging is als eigenaar verantwoordelijk voor het onderhoud aan de gebouwen. Op basis van een MJOP draagt de gemeente bij in de kosten van het instandhoudingsonderhoud van daken en constructieve delen en installaties van de kleedkamers (basisvoorziening). 4.3 Onderhoud en beheer groenvoorzieningen, (half-)verharding, terreininrichting, amaturen en lichtmasten. Het onderhoud aan de genoemde voorzieningen op de sportparken (niet zijnde sportvelden) is de verantwoordelijkheid van de stichtingen/verenigingen, die dit voor eigen rekening uitvoeren. Enige uitzondering is het onderhoud aan bomen, dat door de gemeente wordt uitgevoerd. 5. Kwaliteit / Toegankelijkheid De voetbalvoorzieningen moeten blijven voldoen aan de minimale eisen van KNVB en NOC*NSF. De verenigingen kunnen dan op een veilige en functionele manier hun sport beoefenen.
Dit betekent o.a. dat er altijd sprake is van gecertificeerde kunstgrasvelden. De gemeente draagt bij aan de sociale en fysieke veiligheid op de sportparken, zodat mentale en fysieke drempels om een sport te beoefenen worden verminderd dan wel weggenomen. De basis voor het creëren van succesvolle ruimten wordt gelegd door een combinatie van beleidsmatige uitgangspunten, samenwerking, gebiedskennis, beheerinspanningen en een juiste communicatie met de omgeving. Samen zorgen deze punten voor passende keuzes, die inspelen op de plaatselijke behoefte. De pijlers Inrichting, Gebruik en Beheer zijn onderling op de volgende wijze met elkaar verbonden: • Inrichting: een goede inrichting betekent dat het ontwerp is afgestemd op het huidige en toekomstige gebruik en dat de keuzes beheerbaar zijn, zodat de inrichting duurzaam in stand wordt gehouden. • Gebruik: het gebruik is een bewijs dat beheer en inrichting voorwaarden scheppen voor mensen om openbare ruimte te gebruiken zoals deze bedacht is. Verkeerd gebruik kan een teken zijn dat de openbare ruimte niet voldoet aan verwachtingen. • Beheer: een goed beheer betekent dat het beheer de functionaliteit van de ruimte in stand houdt, zoals deze door inrichting is voorzien. Mensen gebruiken deze ruimte zonder overlast te ondervinden.
De Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte (KOR) beschrijft de beeldkwaliteitniveaus voor het onderhoud van de openbare ruimte. De kwaliteitsniveaus voor objecten in de openbare ruimte zijn opgenomen in beeldmeetlatten met foto's, beschrijvingen en prestatie-eisen. Deze meetlat beeldkwaliteit is een belangrijk instrument om te bepalen of de openbare ruimte aan de gewenste kwaliteit voldoet. Daarbij gelden andere normen voor het bedrijventerrein dan voor het centrum van de stad. De meetlat bevat de uitgangspunten, in de vorm van foto’s en normeringen, zodat de situatie
9
getoetst kan worden aan de gemaakte afspraken. Wanneer het beeld niet voldoet, moet dit hersteld worden. Ter beoordeling van de kwaliteit van de voorzieningen voert de gemeente een periodieke kwaliteitsscan uit. Wanneer gebreken worden geconstateerd dienen deze door de stichting/vereniging te worden hersteld. Uitgangspunt 12: We houden/brengen de kwaliteit van de sportvoorzieningen in overeenstemming met de daarvoor geldende minimumnormen opgesteld door NOC*NSF, zodat sportbeoefening binnen de daarvoor geldende regels kan worden beoefend. Uitgangspunt 13: de sportparken (velden/kleedkamers maar ook openbare ruimte die onderdeel uitmaakt van het sportpark of daarvoor bedoeld zijn zoals bijvoorbeeld parkeerterreinen) dienen minimaal te voldoen aan CROW kwaliteit B en de VER. De toegankelijkheid heeft betrekking op het letterlijk overal toegang hebben voor mensen met een beperking tot accommodaties ten of dit te realiseren. De verenigingen zijn primair verantwoordelijk voor de toegankelijkheid van hun accommodatie voor elke sporter. De Richtlijnen Toegankelijkheid Buitensportaccommodaties is een uitgave van de Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek (BSNC) en Stichting Onbeperkt Sportief. De Richtlijn behandelt de fysieke toegankelijkheid van een sportaccommodatie 2. De Richtlijn heeft betrekking op sporters en bezoekers van een sportaccommodatie.
Werknemers met een beperking in een sportaccommodatie hebben daarnaast te maken met diverse andere wet- en regelgeving. De Integrale Toegankelijkheid standaard (ITS) is dé (internationaal) erkende standaard voor toegankelijk bouwen in Nederland. In deze standaard zijn de algemene toegankelijkheidsrichtlijnen en -normen door ons omgewerkt naar bouwtechnische eisen, die worden toegepast bij het ontwerpen en realiseren van integraal toegankelijke projecten. Als gemeente willen we dat sportvoorzieningen (dus ook de voetbalaccommodaties) toegankelijk zijn voor ál onze inwoners. De gemeente West Maas en Waal werkt aan een inclusieagenda. Daarin schetsen we de randvoorwaarden waaronder alle inwoners van West Maas en Waal kunnen deelnemen aan het sociale leven in de gemeente. We stimuleren daarom de realisatie van aanpassingen aan voorzieningen of in de openbare ruimte die de toegankelijkheid verbeteren. Uitgangspunt 14: We stimuleren dat de voetbalaccommodaties voldoen aan de Richtlijnen Toegankelijkheid Buitensportaccommodaties en de ITS normeringen. 8. Duurzaamheid Duurzaamheid is een belangrijk thema, ook bij realisatie en beheer van sportaccommodaties. De volgende aspecten zijn daarbij van belang: Green Deal Sportvelden
2
De sociale toegankelijkheid, aspecten zoals omgang met- en adequate begeleiding van sporters met een beperking, is uitermate van belang maar zal hier niet behandeld worden. Dit hoort thuis in de uitwerking van andere beleidsterreinen, zoals bijvoorbeeld het participatiebeleid.
10
Het milieuvriendelijk maken van sportveldbeheer komt voort uit de Green Deal Sportvelden (GDS). De GDS is een samenwerkingsovereenkomst tussen diverse partijen met als doel om vanaf 2020 geen gewasbeschermingsmiddelen meer te gebruiken op sportvelden. De partijen die deze ‘Green Deal’ hebben ondertekend zijn o.a. de ministeries van Infrastructuur & Milieu en Economische Zaken, NOC*NSF, Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) en de Branchevereniging Sport en Cultuurtechniek (BSNC). De verenigingen zijn verplicht het onderhoud volgens de bepalingen uit de Green Deal uit te (laten) voeren. Beheer kunstgrasvelden Kunstgrasvelden bevatten microplastics en rubber. Deze stoffen kunnen door gebruik en beheer van de velden in het omliggende milieu terechtkomen. De gemeente heeft een zorgplicht als het gaat om het voorkomen van milieuschade door kunstgrasvelden, de verantwoordelijkheid ligt bij de eigenaar van het desbetreffende veld. Daarom verplichten we de eigenaar(-s) van kunstgrasvelden een protocol op te stellen waarin de verantwoordelijkheden van eigenaar, aannemer én gebruiker worden vastgelegd. Alle partijen die zijn betrokken bij gebruik van, beheer en/of onderhoud aan de accommodaties zijn gehouden aan naleving van het protocol. Vanaf 2030 is de toepassing van rubber in en onder kunstgrasvelden niet meer toegestaan.
Er wordt daarom veel onderzoek gedaan naar alternatieven voor de rubberinfill. Bij renovatie van het bestaande kunstgrasveld of realisatie van nieuwe velden volgen we dan ook de ontwikkelingen in de markt en stimuleren we de eigenaar van het veld te kiezen voor duurzame oplossingen die (bewezen) voldoen aan de normen van NOC*NSF. Dit houdt in dat het veld op de sportvloerenlijst het predicaat ‘goedgekeurd’ heeft. Energieprestatie – BENG Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen sinds 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Gemeente West Maas en Waal vervult een regierol en zal verenigingen op het gebied van verduurzamen van de eigen gebouwen zoveel mogelijk actief laten ondersteunen door deskundige partijen zoals de Groene Club. Wanneer een stichting/vereniging het gebouw wil verduurzamen dan draagt de gemeente hieraan bij binnen de kaders van het MJOP. Dit betekent dat eventuele meerkosten ten opzichte van de MJOPraming voor rekening van de stichting/vereniging komen. De positieve (financiele) effecten van de verduurzaming komen echter wel ten goede aan de stichting/vereniging.
Uitgangspunt 15: We stimuleren de verduurzaming van (het onderhoud van) de voetbalaccommodaties. Eventuele positieve financiele effecten van verduurzaming door dekking van de meerkosten door de vereniging, komen ten goede aan de vereniging. 9.Breedte- en topsport Het buitensportaccommodatiebeleid kan worden beschouwd als een middel bij het realiseren van de doelen uit het het gemeentelijk sportbeleid. In gemeente West Maas en Waal is dit alleen gericht op de stimulering van de amateur sportbeoefening (‘breedtesport’).
11
Het staat een vereniging uiteraard vrij om een zo hoog mogelijk niveau na te streven of een topsportevenement te organiseren. De gemeente zal als dat nodig is echter niet in topsporttechnische onderdelen van de accommodatie investeren. Uitgangspunt 16: We faciliteren alléén breedtesport en dragen níet bij aan realisatie en/of onderhoud en vervanging van voorzieningen die bedoeld zijn om topsport te faciliteren. Financiering en monitoring Om goede contractuele afspraken te kunnen maken, zowel met verenigingen als met de aannemer van het onderhoud, moet de uitgangssituatie helder zijn. Daarom hebben we in 2024 een schouw van alle sportvelden laten doen, om de actuele stand van zaken in kaart te brengen. De schouw dient als nulmeting op basis waarvan de stichtingen/verenigingen opdracht aan de aannemer kunnen verlenen. Om te bewaken dat de kwaliteit van het onderhoud voldoende is om de sportvelden in goede conditie te houden zullen we de onderhoudstoestand van de velden regelmatig monitoren door eens per 4 jaar een schouw van de velden te laten houden door een externe partij. De resultaten van de schouw bespreken we met de stcihting/vereniging. Uitgangspunt 17: We houden elke vier jaar een schouw van de velden, om de kwaliteit van het uitgevoerde onderhoud te toetsen. De gemeente vindt het van belang dat er betaalbare voorzieningen zijn voor de voetbalsport.
Daarom draagt de gemeente met een vast bedrag bij per veld aan het onderhoud en de renovatie van de velden. We gaan bij het dekken van de kosten van onderhoud ook uit van een stuk eigen verantwoording van stichtingen/verenigingen. Wanneer de gemeente de velden verhuurt is het gebruikelijk dat huurders slechts een deel van de kostprijs in de vorm van huur wordt doorberekend. Een gebruikelijk percentage is 35-40%, wat betekent dat de gemeente 60-65% van de kosten draagt. De gemeente West Maas en Waal heeft géén eigenaarsrol maar onderstreept wél het belang van vitale verenigingen met goede faciliteiten. Daarom draagt de gemeente bij in de kosten van onderhoud en renovatie en verleent de stichting/vereniging een bijdrage ter hoogte van 75% van de genoemde onderhoudskosten en 75% van de genoemde jaarlasten voor renovatie. Eens per 3 jaar bekijken we of de bijdrage nog in verhouding staat tot het aantal teams/leden van de vereniging. Dit doen we om de verenigingen de kans te geven hun ledenaantal over een langere periode stabiel te houden of zelf te laten groeien en hen niet meteen af te rekenen op een (misschien tijdelijke) daling van het aantal leden. Door middel van inzet van middelen en capaciteit vanuit het Sportakkoord ondersteunen we de verenigingen hierin. Op basis van normcijfers kost het onderhoud van een natuurgrasveld op jaarbasis € 12.000.
Het onderhoud van een kunstgrasveld € 10.000. Bij goed onderhoud zullen natuurgrasvelden nauwelijks renovatie behoeven. Het is echter verstandig rekening te houden met een toplaagrenovatie eens per 30 jaar. De geraamde kosten van een toplaagrenovatie bedragen € 84.000. Dit betekent dat een jaarlijkse reservering van € 2.800 benodigd is. De toplaag van een kunstgrasveld dient (afhankelijk van de gebruiksintensiteit) gemiddeld eens per 12 jaar te worden vervangen. De geraamde kosten van de vervanging bedragen € 410.000, wat betekent dat rekening moet worden gehouden met een jaarlijkse reservering ter hoogte van € 41.000.
12
Concreet betekent dit dat de gemeente per veld per jaar bijdraagt 3: - Natuurgras onderhoud: € 12.000 * 75% = € 9.000 - Natuurgras renovatie; € 84.000 * 75% / 30 = € 2.800 - Kunstgras onderhoud: € 10.000 * 75% = € 7.500 - Kunstgras renovatie: € 410.000 8 75% / 12 = € 25.625 Uitgangspunt 18: We dragen deels bij in de kosten van het onderhoud en de renovatie van de sportvelden. We gaan daarbij uit van een vaste vergoeding per veld. Eens per 3 jaar bekijken we op basis van de ledenontwikkeling of de bijdrage nog in verhouding staat tot het gebruik.
3
Prijspeil 2024
13