CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Beleidsplan preventie Jeugd maart 2026

Gemeenteraad 20 mei 2026, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.1261097.760 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samen vooruit: Preventie die werkt voor een gezonde toekomst van onze jeugd

Beleidsstuk preventie jeugd 2026 Versie 1.0 Team Samenleving

Voorwoord Onze jeugd is de toekomst van onze samenleving. De keuzes die wij vandaag maken, vormen de basis voor hun welzijn van morgen. Daarom is het onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om te investeren in een gezonde, veilige en kansrijke omgeving waarin kinderen en jongeren zich optimaal kunnen ontwikkelen. In dit beleidsstuk richten wij ons op effectieve preventie: het voorkomen van problemen vóórdat ze ontstaan, of erger worden. Door in te zetten op een sterke basis van gezondheid, weerbaarheid en ondersteuning. We erkennen dat preventie méér is dan een gezondheidsvraagstuk; het raakt onderwijs, opvoeding, leefomgeving, armoede en sociale cohesie. Alleen door samen te werken – over domeinen en sectoren heen – kunnen we duurzame verandering realiseren. Met dit beleid bouwen we verder op het eerder vastgesteld beleidskader “Bouwen aan een krachtige sociale basis”. Ook landelijke, regionale en lokale ontwikkelen worden in dit beleidsstuk meegenomen. We zetten in op bewezen strategieën en vernieuwende initiatieven die bijdragen aan een gezonde toekomst voor onze jeugd. We doen dit met de overtuiging dat elke investering in preventie zich dubbel en dwars terugbetaalt: in een generatie jongeren die sterker in het leven staat, minder afhankelijk is van zorg en vol vertrouwen zijn weg vindt in de samenleving. Dit stuk nodigt uit tot dialoog, samenwerking en actie.

Want preventie is geen losse taak van één partij: Het is een gedeelde opdracht, met gedeelde verantwoordelijkheid én gedeeld belang. Laten we samen bouwen aan een toekomst waarin onze jeugd floreert.

Wethouder Rob Reuvers

Inhoudsopgave Voorwoord ________________________________________________________________ 2 Samenvatting ______________________________________________________________ 5 Inleiding___________________________________________________________________ 6 Preventie piramide __________________________________________________________ 7 Leeswijzer _________________________________________________________________ 8 Hoofdstuk 1. Doelstelling ___________________________________________________ 9 Hoofdstuk 2 Visie ________________________________________________________ 11 We sturen op preventie _____________________________________________________ 11 De pedagogische basis ______________________________________________________ 11 Wat is de pedagogische basis? ________________________________________________ 12 Hoofdstuk 3 Landelijke & regionale ontwikkelingen _____________________________ 13 Hervormingsagenda Jeugd ___________________________________________________ 13 Regiovisie Jeugdhulp, regio Rivierenland ________________________________________ 14 Gezond en Actief Leven Akkoord: ______________________________________________ 14 Integraal Zorg Akkoord: _____________________________________________________ 15 Regionaal Actieplan Dak- en Thuisloosheid Gelderland Zuid _________________________ 15 Van school naar duurzaam werk ______________________________________________ 16 Lokaal

minimabeleid 2024 ___________________________________________________ 16 Hoofdstuk 4 Lokale ontwikkelingen __________________________________________ 18 Samen bouwen aan een krachtige sociale basis___________________________________ 18 De Lokaal Educatieve Agenda (LEA) ____________________________________________ 19 Opgroeien in een Kansrijke omgeving (OKO) _____________________________________ 20 Hoofdstuk 5 Huidig preventief aanbod gemeente West Maas en Waal ______________ 21 Peildatum oktober 2025 Jongerenwerk (Sociom) _________________________________ 21 Schoolmaatschappelijk werk (Sterker sociaal werk) _______________________________ 21 Praktijkondersteuner Huisartsen GGZ jeugd (POH-GGZ jeugd) _______________________ 22 Buurtgezinnen _____________________________________________________________ 22 Kansrijke start _____________________________________________________________ 23 Hoofdstuk 6 (Jongeren)participatie __________________________________________ 24 Bijlagen ________________________________________________________________ 25

Bijlage 1 Sociale Basis _______________________________________________________ 25 Bijlage 2 __________________________________________________________________ 26 Financiën _________________________________________________________________ 26

Samenvatting In dit preventief jeugdbeleid staan kinderen en jongeren centraal (0-23 jaar). We willen dat zij veilig, gezond en kansrijk opgroeien. Daarom richten we ons op het vroeg herkennen en aanpakken van problemen. We investeren in wat werkt: sterke gezinnen, een positief opvoedklimaat, goede samenwerking en duidelijke steun dichtbij huis. Dit preventief jeugdbeleid vloeit voort uit landelijk, regionaal en lokaal beleid zoals de hervormingsagenda jeugd, de regiovisie en de lokaal educatieve agenda. Dit beleid is bedoeld als stevige basis voor de komende jaren. Het geeft richting aan ons denken en doen rondom jeugd. We werken samen met ouders, scholen, welzijnsorganisaties en jongeren zelf. Zo bouwen we aan een samenleving waarin elk kind gezien wordt en de juiste hulp op tijd krijgt. De visie van het preventief jeugdbeleid is het realiseren van een doorgaande preventieve leerlijn, waarbij vanaf de geboorte – te beginnen met kansrijke start (0-2 jaar) – tot en met jongeren tot 23 jaar structureel preventieve activiteiten worden aangeboden voor zowel kinderen, jongeren als hun ouders. De integrale aanpak op het preventief jeugdbeleid vraagt een strategische doelstelling. Deze doelstelling sluit aan op het beleidskader ’Bouwen aan een krachtig sociale basis’ van gemeente West Maas en Waal.

De strategische doelstelling van het preventief jeugdbeleid is: In 2030 is er een breed structureel aanbod van preventieve voorzieningen voor inwoners met opvoed- en opgroeivragen. Omdat we niet alles tegelijk kunnen, richten we ons de komende jaren op: 1. Kinderen krijgen een “Kansrijke start” 2. Jongeren groeien op in een kansrijke omgeving 3. Jongeren zijn mentaal weerbaar 4. Het bevorderen van een veilige en stabiele gezinsomgeving door ouderlijke samenwerking te versterken, relaties geweldvrij te maken en de veerkracht van kinderen te vergroten. (Scheidingsproblematiek, huiselijk geweld en kindermishandeling) 5. Het bevorderen van een veilige en gezonde online omgeving door de digitale weerbaarheid van jongeren te versterken. (Online wereld van jongeren)

Inleiding De meeste jeugdigen in Nederland ontwikkelen zich zonder al te veel problemen tot zelfredzame en sociale volwassenen die een positieve bijdrage leveren aan de samenleving. Elke jeugdige ontwikkelt zich op zijn eigen tempo vanuit de opvoeding die hij of zij krijgt. Opvoeders maken zich wel eens zorgen en hebben vragen over de opvoeding en het opgroeien van hun kinderen. Dat is normaal en laat zien dat zij betrokken zijn bij hun kind en het beste voor hun kind willen. Naast plezierige en liefdevolle situaties zijn er momenten dat opvoeden of opgroeien lastig is. Sommige gezinnen hebben, door de omstandigheden waarin zij leven, te maken met extra uitdagingen. Dat geldt bijvoorbeeld voor kinderen en/ of hun opvoeders met een verstandelijke beperking, of psychosociale problemen, zoals angstklachten of sombere gevoelens. Maar je kan ook denken aan kinderen in gezinnen met geldzorgen, kinderen van ouders/opvoeders met een migratieachtergrond. Veel van deze kinderen zijn jonge mantelzorgers. Ervaren dat opvoeden en opgroeien soms lastig is, is niet erg, want vallen en opstaan hoort bij het leven. We zien echter de laatste jaren een toename in opgroei- en opvoedvragen. Het resultaat daarvan is dat de druk op de specialistische jeugdhulp toeneemt en de kosten stijgen.

Met (specialistische) jeugdhulp wordt bedoeld; ondersteuning, hulp en zorg (niet zijnde preventie) aan jeugdigen en hun opvoeders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen of omgaan met de gevolgen van diverse problemen. Voorbeelden daarvan zijn psychische problemen, stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige of opvoedingsproblemen van ouders/opvoeders. Deze hulp kan alleen worden ingezet met een indicatie van een verwijzer (bijvoorbeeld een jeugdconsulent of een huisarts) voor specialistische hulp. Het preventief jeugdbeleid is de komende jaren leidend voor de keuzes die de gemeente West Maas en Waal maakt op het gebied van preventie voor jeugdigen en hun ouders/opvoeders. Het creëren van een pedagogische basis raakt een groot deel van de gemeenschap. De direct betrokkenen binnen het jeugdbeleid zijn: 1. Jeugdigen / Jeugd / Jongeren / kinderen Alle jeugdigen van 0 (-9 maanden) tot 23 jaar. Met speciale aandacht voor risicogroepen zoals jeugdigen uit kwetsbare gezinnen, jeugdigen met gedrags- of ontwikkelingsproblemen en jeugdigen in armoede. 2. Ouders en/of opvoeders: Ouders, grootouders, verzorgers en andere primaire opvoeders die verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van jeugdigen 3.

Kinderopvang en onderwijs: Pedagogisch medewerkers, leraren, orthopedagogen, directeuren, en anderen die een cruciale rol spelen in de dagelijkse interactie met jeugdigen en het signaleren en, indien nodig, opschalen van hulp bij problemen. 4. Lokale organisaties: Lokale organisaties zoals Vraagwijzer, het jongerenwerk van Sociom, GGD Gelderland Zuid, Sterker sociaal werk, het verenigingsleven, de bibliotheek en anderen die betrokken zijn bij het organiseren van activiteiten en het bieden van ondersteuning aan jeugdigen.

Preventie piramide Het preventief jeugdbeleid is gericht op het versterken van de ontwikkeling en het welzijn van jeugdigen, met als doel het voorkomen van problematiek op latere leeftijd. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is de preventie-piramide, die inzicht geeft in de verschillende niveaus van preventie en de benodigde inzet per doelgroep (zie afbeelding 1). De piramide onderscheidt drie preventieniveaus: 1. Primaire preventie – voorkomen dat problemen ontstaan Voor alle kinderen, jongeren en hun ouders. Bijvoorbeeld: infoavonden, voorlichting, (sport - cultuur) activiteiten aanbieden 2. Secundaire preventie – vroege signalering aan aanpak bij risico’s Voor kinderen of gezinnen met risicofactoren of eerste signalen van problemen. Bijvoorbeeld trainingen voor weerbaarheid of sociale vaardigheden, vroegsignalering op school of consultatiebureau (taalachterstand, gedrag) 3. Tertiaire preventie – behandeling, stabilisatie en nazorg Voor kinderen, jongeren en gezinnen met ernstige en meervoudige problematiek. Bijvoorbeeld specialistische jeugdhulp, re-integratie naar school of werk We beogen gedragsverandering te bewerkstelligen en een nieuwe beweging op gang te brengen. Van problematiseren naar normaliseren en meer preventieve inzet dan jeugdhulp. We willen een gezonde, veilige en kansrijke ontwikkeling van jeugdigen bevorderen.

En de toename in de specialistische jeugdzorg dempen. Dat kan alleen door het versterken van de sociale basis, gericht te zijn op positief opgroeien en aandacht te hebben voor preventie. Als we inzoomen op de jeugd in de gemeente West Maas en Waal zien we dat in de eerst helft van 2025 13.1 % van de jongeren gebruik maakt van jeugdhulp. Landelijk ligt dit percentage op 11.4 %. (Bron: www.waarstaatjegemeente.nl) Een globaal overzicht van de financiën is te vinden in bijlage 2.

Afbeelding 1. Preventiepiramide

1

Leeswijzer Dit beleidsstuk is opgesteld om inwoners richting en duidelijkheid te geven wat de gemeente West Maas en Waal de komende jaren gaat ondernemen op het gebied van preventie voor de jeugd in West Maas en Waal. We geven duidelijkheid over wat we willen bereiken in de komende jaren. Dit beleidsstuk biedt een kader voor acties en keuzes. Daarnaast biedt het een gemeenschappelijk vertrekpunt binnen de organisatie. In hoofdstuk 1 wordt de doelstelling van het beleidsplan geformuleerd. Hierin zetten we uiteen wat de gemeente de komende jaren op het gebied van preventief jeugdbeleid wil realiseren, en op welke wijze we aan het bereiken van deze doelstellingen werken. Hoofdstuk 2 beschrijft de visie op preventie en de onderliggende pedagogische basis. Deze visie vormt het fundament van het preventief jeugdbeleid en geeft richting aan de gekozen beleidsinzet. In hoofdstuk 3 en 4 worden de relevante landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen geschetst. Deze context is van belang. Aangezien het preventief jeugdbeleid niet op zichzelf staat, maar deel uitmaakt van een breder samenspel tussen lokale, regionale en landelijke beleidsterreinen. Hoofdstuk 5 biedt een overzicht van het huidige preventieve aanbod binnen de gemeente West Maas en Waal. Dit hoofdstuk laat zien welke voorzieningen en initiatieven reeds bestaan en vormt het vertrekpunt voor verdere beleidsontwikkeling.

Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op het belang van (jeugd)participatie. Beleidsvorming en -uitvoering zijn immers niet mogelijk zonder de betrokkenheid van jongeren zelf en andere relevante partners. Daar waar ‘opvoeders’ staat, wordt iedereen bedoeld die actief betrokken is bij de opvoeding van de jeugdige.

1

Niveau 0 staat voor de samenleving. Wat zich op dit niveau afspeelt heb je als organisatie niet in de hand. Dit niveau bepaalt mee de mogelijkheden en de beperkingen van preventie in je organisatie. Niveau 1 Op dit niveau investeer je in het leer-, werk- en leefklimaat van de school. Op een (in)formele manier versterk je het welbevinden en betrokkenheid van mensen. Niveau 2 De aandacht richt zich hier op het versterken van de mogelijkheden en de draagkracht van mensen/structuren. Niveau 3 Hieronder vallen maatregelen die rechtstreeks bedoeld zijn om specifieke problemen te voorkomen. Bijvoorbeeld assertiviteitstrainingen. Niveau 4 Hier wordt de aandacht gericht op een probleem dat zich voordoet.

Hoofdstuk 1. Doelstelling Het werken aan preventie en normaliseren van opvoed- en opgroeivragen is een breed begrip. Opgroeien en opvoeden omvat verschillende domeinen die met elkaar verbonden zijn en elkaar beïnvloeden. Problemen in het ene domein kunnen effect hebben op omstandigheden in andere domeinen. Bijvoorbeeld als een gezin lang financiële problemen heeft, zijn de negatieve gevolgen voor jeugdigen duidelijk zichtbaar. Jeugdigen die in armoede opgroeien, doen het over het algemeen slechter op school, krijgen later vaker een slecht betaalde baan, en kampen bovengemiddeld vaak met gezondheidsproblemen. Ook krijgen ze niet altijd dezelfde kansen als jeugdigen uit welvarende gezinnen, bijvoorbeeld omdat hun ouders/opvoeders een beperkter netwerk hebben. De integrale aanpak binnen het preventief jeugdbeleid vraagt om een strategische doelstelling. Deze doelstelling sluit aan op het beleidskader ’Bouwen aan een krachtige sociale Basis’ van de gemeente West Maas en Waal. De strategische doelstelling van het preventief jeugdbeleid is In 2030 is er een breed structureel aanbod preventieve voorzieningen voor inwoners met opvoed- en opgroeivragen. De gemeente West Maas en Waal erkent het belang van kansengelijkheid voor alle kinderen en jongeren. Ieder kind verdient de mogelijkheid om zich optimaal te ontwikkelen, ongeacht achtergrond of leefomstandigheden.

Helaas zien we dat niet ieder kind dezelfde startpositie heeft. Kansenongelijkheid begint vaak al op jonge leeftijd en heeft langdurige effecten op het welzijn en de ontwikkelingskansen van jongeren. Met dit beleidsstuk benadrukt de gemeente West Maas en Waal de keuze voor structureel investeren in preventie in het jeugdveld. Door in te zetten op kansengelijkheid en het versterken van het welbevinden van jongeren, leggen we een fundament voor een veerkrachtige generatie. Dit is geen tijdelijke ambitie, maar een duurzame koers voor de komende jaren. Met dit beleidskader zetten wij in op: Structureel aanbod van preventieve voorzieningen voor jeugd Er komt een duurzaam, breed toegankelijk preventief aanbod dat laagdrempelig beschikbaar is voor alle kinderen en jongeren en hun opvoeders in de gemeente. Denk hierbij aan opvoedondersteuning, talentontwikkeling, mentale gezondheid, sport- en cultuuractiviteiten en weerbaarheidstrainingen. Gelijke toegang tot ondersteuning Alle jongeren, ongeacht afkomst, sociaal - economische situatie of gezinssamenstelling, moeten gelijke toegang hebben tot preventieve voorzieningen. Waar nodig zetten we in op maatwerk en laagdrempelige ondersteuning. Versterken van het welbevinden van jongeren Investeren in preventie draagt direct bij aan het sociaal-emotioneel welbevinden van jongeren.

Door op tijd in te grijpen, kunnen problemen worden voorkomen of verminderd. Samenwerking in de lokale netwerken We bouwen voort op bestaande samenwerkingen met scholen, (jeugd)zorginstellingen, sportverenigingen, welzijnsorganisaties en jongerenwerk. Door krachten te bundelen, versterken we de pedagogische basis. De inzet van gespecialiseerde jeugdhulp blijft van toepassing bij complexe en ingrijpende problemen. Om te kunnen zeggen dat het beleid heeft bijgedragen aan het behalen van de doelstelling is het belangrijk om focus aan te brengen.

De preventieve inzet richt zich de aankomende jaren op: 1. Kinderen krijgen een “Kansrijke start” 2. Jongeren groeien op in een kansrijke omgeving 3. Jongeren zijn mentaal weerbaar 4. Het bevorderen van een veilige en stabiele gezinsomgeving door ouderlijke samenwerking te versterken, relaties geweldvrij te maken en de veerkracht van kinderen te vergroten. (Scheidingsproblematiek, huiselijk geweld en kindermishandeling) 5. Het bevorderen van een veilige en gezonde online omgeving door de digitale weerbaarheid van jongeren te versterken. (Online wereld van jongeren) In het kader van het preventief jeugdbeleid is ervoor gekozen zoveel mogelijk gebruik te maken van effectieve interventies uit de databank van het Nederlands Jeugd Instituut (NJI). Hoewel de effecten van afzonderlijke preventieve interventies vaak klein lijken, dragen zij in samenhang substantieel bij aan het creëren van een gezond en veilig opgroeiklimaat. Door preventieve maatregelen op verschillende niveaus en domeinen structureel te combineren, ontstaat een duurzaam en maatschappelijk relevant effect.

Hoofdstuk 2 Visie De visie van het preventief jeugdbeleid is het realiseren van een doorgaande preventieve leerlijn, waarbij vanaf de geboorte – te beginnen met kansrijke start (0-2 jaar) – tot en met jongeren tot 23 jaar structureel preventieve activiteiten worden aangeboden voor zowel kinderen als hun ouders.

We sturen op preventie We voorkomen liever dan dat we genezen. Daarom sturen we op preventie. Preventie is het voorkomen van problemen of voorkomen dat ze erger worden. Daarom willen we alle inwoners meer bewust maken van mogelijke veranderingen in hun leven. En hen helpen hiermee om te gaan. Hierdoor willen we bereiken dat mensen eerder aangeven dat hulp nodig is. Zodat ze eerder worden geholpen en zwaardere zorg niet, of pas later nodig is. Voor preventie is toegankelijke en begrijpelijke informatie over bijvoorbeeld (vrijwilligers)werk, opvoeden, wonen en gezondheid belangrijk. Maar ook over levensgebeurtenissen zoals zwangerschap, scheiding of verlies. We moedigen aan dat mensen zich niet meer schamen voor bijvoorbeeld schulden of je eenzaam voelen. Maar dat het meer normaal is om hierover met elkaar te praten. We versterken hiervoor algemene voorzieningen. Daar is geen indicatie voor nodig en die moeten een snelle oplossing geven. En we ondersteunen hechte gemeenschappen waarin je kunt praten over verschillende dilemma’s en problemen. Zoals bijvoorbeeld eenzaamheid, depressiviteit, vragen bij opvoeden of schulden. Als het eigen netwerk geen oplossing kan bieden, moet duidelijk zijn waar je naartoe kunt. Zodat een professional je kan helpen als dat nodig is. (bron: Beleidskader sociaal domein “bouwen aan een krachtige sociale basis” 2024)

De pedagogische basis Waarom is de pedagogische basis belangrijk? Ieder kind verdient een omgeving waarin het zich veilig, gezien en gewaardeerd voelt. En daarnaast gezond kan opgroeien, ontdekken en leren. Opvoeden doen we in de gemeente samen: ouders, familie, buren, leraren, sportcoaches en anderen spelen allemaal een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen. Toch krijgen niet alle kinderen dezelfde kansen om zich te ontwikkelen. Bijvoorbeeld omdat hun ouders weinig geld hebben, of weinig mensen om zich heen. Daarom is het belangrijk deze kinderen extra aandacht te kunnen geven. Door ongelijk te investeren werken we aan gelijke kansen. Een sterke pedagogische basis is voorwaardelijk voor een goede start en een goede toekomst van iedere jeugdige. Met een sterke pedagogische basis wordt de kans gegeven om voldoende veerkracht te ontwikkelen. Dat betekent dat de kinderen leren omgaan met uitdagingen, veranderingen en tegenslagen. Hoe sterker de basis, hoe beter vragen en problemen in het gewone leven kunnen worden opgepakt.

Wat is de pedagogische basis? De pedagogische basis is het netwerk van de mensen en plekken om het kind heen, waarin het zich kan ontwikkelen. Dit omvat bijvoorbeeld: •

Mensen: met in de grootste rol de ouders, maar ook familieleden, pedagogisch medewerkers, vrienden, leraren, sportcoaches, jeugdverpleegkundigen of welzijnswerkers.

•

Plekken: thuis, school & kinderopvang, sportclubs, speeltuinen, bibliotheken en (nu meer dan ooit) de online omgeving van kinderen.

In de pedagogische basis sluiten we aan bij de interesses, mogelijkheden en behoeften van het kind. Spel, verkenning en dialoog staan centraal. Elk kind krijgt de ruimte om zich op diens eigen tempo te ontwikkelen. Binnen de pedagogische basis wordt de rol van ouders en opvoeders extra benadrukt. Zij zijn de belangrijkste personen in het leven van een kind. We zien hen als gelijkwaardige partners. In samenwerking met de andere partners uit de pedagogische basis dragen zij bij aan een gezonde, veilige en stimulerende opvoeding. Wij vinden het belangrijk dat onze inwoners leven in een vitale gemeenschap waarin iedereen meedoet en gelijke kansen krijgt. Waarin mensen naar elkaar omkijken en als het nodig is elkaar helpen. Een samenleving waarin onze inwoners een waardevol en gezond bestaan opbouwen, hierin eigen keuzes maken en veerkrachtig zijn wanneer het leven (even) tegenzit. Waar signalen over behoefte aan hulp worden gegeven en opgepakt. En waar inwoners die dat nodig hebben passende hulp en ondersteuning ontvangen, ook van elkaar. (Bron: Beleidskader sociaal domein “bouwen aan een krachtige sociale basis” 2024)et belangrijk dat onze inwoners leven in ?)

Hoofdstuk 3 Landelijke & regionale ontwikkelingen

Hervormingsagenda Jeugd Volgens de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdzorg, zoals kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdhulp en jeugdreclassering. Op 18 april 2023 hebben de Vereniging van Nederlandse Gemeente (VNG) en het Rijk een principeakkoord bereikt over de Hervormingsagenda Jeugd. In de periode 2023 – 2028 wordt met de Hervormingsagenda Jeugd gewerkt aan een brede maatschappelijk agenda. De agenda is gericht op het structureel verbeteren van de kwaliteit en beschikbaarheid van passende jeugdhulp voor jeugdigen en gezinnen en de lange-termijnhoudbaarheid van het jeugdstelsel. Preventie is daarbij een belangrijke sleutel. De Hervormingsagenda Jeugd bestaat uit 8 thema’s: 1. Reikwijdte: jeugdhulpplicht voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen; 2. Jeugdhulp steviger verbinden aan aanpalende domeinen zoals het onderwijs, volwassenen-ggz en bestaanszekerheid; 3. Stevige lokale teams en toegang; 4. Terugdringen residentiële jeugdhulp: zo thuis mogelijk; 5. Kwaliteitsverbetering en blijvend leren; 6. Verbeteren van de organisatie en inkoop van specialistische jeugdzorg; 7. Eenvoudigere uitvoering en inkoop, minder administratieve lasten en aanpak negatieve effecten marktwerking; 8. Verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel met data en monitoring.

Op dit moment heeft de Jeugdwet een breed en open karakter, zeker in vergelijking met andere wetten. De aanscherping van de Jeugdwet (thema 1) betekent dat niet alle hulpvragen van jeugdigen of ouders/opvoeders in de toekomst beantwoord gaan worden met jeugdhulp. Maar zal zich ook richten op andere ontwikkelingen zoals: Meer preventie en vroegsignalering: De bedoeling is dat er in de toekomst meer preventie en vroegsignalering plaatsvindt. Dit betekent dat problemen rondom jeugdigen en hun gezinnen eerder worden gesignaleerd, er toegankelijke ondersteuning beschikbaar is en er ruimte is voor makkelijk bereikbare activiteiten of interventies zoals groepstrainingen, sport, spelactiviteiten en laagdrempelige ondersteuning. Versterken eigen kracht: Er wordt ook ingezet op het versterken van de eigen kracht van gezinnen. Ouders leren het zelf te doen, nog voordat er jeugdhulp is. Belangrijk is om gedrag te normaliseren. Het voorliggend veld (preventie) speelt hierin een belangrijke rol. Wanneer ouders/opvoeders en hun kind ondanks de inzet van het voorliggend veld, gebruik moeten maken van jeugdhulp, worden zij meer betrokken en krijgen ondersteuning om hun opvoedingsvaardigheden te ontwikkelen. Hierdoor kunnen ze jeugdigen beter zelf begeleiden en is er minder jeugdhulp nodig.

Regiovisie Jeugdhulp, regio Rivierenland De regiovisie jeugdhulp, regio Rivierenland is in september 2023 opgesteld en is de regionale uitwerking van de hervormingsagenda jeugd. Met de regiovisie willen we goede en betaalbare jeugdhulp bereiken. De regiovisie is opgesteld door de acht gemeenten binnen de regio Rivierenland. Door goed samen te werken, verminderen we de kwetsbaarheid van de afzonderlijke gemeenten. Vanuit de landelijke ontwikkelingen, en de vele gesprekken met zorgaanbieders, adviesraden, ouders, jeugdigen, gemeenten, het onderwijs, GGD en huisartsen, zijn vier actielijnen geformuleerd. (Regiovisie jeugdhulp, regio Rivierenland, 2023) Actielijn 1: Normaliseren Er wordt te veel gefocust op de jeugdige als individu: de oorzaak van het probleem ligt bij de jeugdige, terwijl de oorzaak steeds vaker samenhangt met hoe de omgeving is ingericht en de steeds hogere verwachtingen die de maatschappij aan de jeugdigen stelt. Om dit te keren moeten we meer accepteren dat er verschillen mogen bestaan in ontwikkeling en niet te snel spreken van een afwijkende of abnormale ontwikkeling. De afwijking en diagnose zet de deur open voor behandeling, en dat is lang niet altijd nodig. Actielijn 2: Een bredere blik Een hulpvraag van jeugdigen of hun ouders kunnen we alleen goed begrijpen als we de omgeving goed zien en de diepere oorzaken onderzoeken.

Hoe ziet de gezinssituatie eruit? Zijn er andere problemen in het gezin? Is er voldoende geld? Hoe is het gesteld met de gezondheid en leefstijl? Hoe staat het met onderlinge relaties? Als we dit niet goed onderzoeken is het risico groot dat we met de inzet van jeugdhulp symptomen aan het bestrijden zijn in plaats van achterliggende problemen en stressfactoren aan te pakken. Soms moet het passende antwoord op een hulpvraag niet in de context van de Jeugdwet worden gezocht. De lokale teams zijn bij uitstek de plek waar dergelijk breed onderzoek naar achterliggende oorzaken kan plaatsvinden. Actielijn 3: Zo thuis mogelijk Iedere jeugdige heeft recht om in een veilige en stabiele omgeving op te groeien, bij voorkeur in de eigen thuissituatie. En waar dat tijdelijk niet lukt, dan ‘zo thuis mogelijk’. Daarmee bedoelen we een pleeggezin, of kleine gezinsgerichte woonvormen. Het niet meer kunnen opgroeien in de eigen thuissituatie is een zeer ingrijpende gebeurtenis. Alle inspanningen dienen erop gericht te zijn uithuisplaatsingen waar mogelijk te voorkomen. Actielijn 4: Duurzaam en betaalbaar Voor goede en betaalbare jeugdhulp gaan grip op de kwaliteit en de kosten hand in hand. We hebben scherpe keuzes nodig over hoe we de beschikbare middelen inzetten. Dit vereist betrouwbare gegevens die inzicht geven in trends en ontwikkelingen van de inzet van jeugdhulp.

Denk bijvoorbeeld aan verwijsgedrag van jeugd- en huisartsen en gecertificeerde instellingen, het declaratiegedrag van zorgaanbieders, gegevens over de instroom, gemiddelde doorlooptijd en de uitstroom.

Gezond en Actief Leven Akkoord: Naast de Hervormingsagenda Jeugd is het beleidsakkoord ‘Gezond en Actief Leven Akkoord’ (GALA) opgesteld door de het ministerie van VWS in samenwerking met verschillende stakeholders, zoals de vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), GGD GHOR Nederland en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Het akkoord is gericht op het bevorderen van gezondheid en welzijn van de bevolking en het verbeteren van de leefomgeving. Het doel van het GALA is een gezonder en actiever leven voor alle inwoners van Nederland. Het GALA loopt nog tot en met 2026. Op het moment van schrijven van dit beleidsstuk zijn er nog geen besluiten genomen over het vervolg. De belangrijkste doelstellingen van het Gezond en Actief Leven Akkoord zijn:

o o o o o o

Terugdringen van gezondheidsachterstanden Een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten Het versterken van (de verbinding met) de sociale basis Gezonde leefstijl mogelijk maken voor iedereen Versterken mentale weerbaarheid en mentale gezondheid Gezond en sterk ouder worden

Integraal Zorg Akkoord: Naast het GALA is op 22 september 2022 een akkoord gesloten tussen de Nederlandse overheid en verschillende partijen in de zorgsector, zoals zorgverzekeraars, zorgaanbieders, gemeenten en patiëntenorganisaties, namelijk het Integraal Zorg Akkoord (IZA). Het IZA richt zich op de toekomst van de Nederlandse gezondheidszorg en heeft als doel om de zorg duurzaam, betaalbaar en toegankelijk te houden voor alle inwoners. Sinds juli 2025 is er akkoord voor het aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) AZWA is een uitbreiding van IZA. Het legt de nadruk op het oplossen van personeelstekorten, het verminderen van regeldruk, het verbeteren van vervolgzorg, het stimuleren van huisvesting, het inzetten van digitalisering (zoals AI), en het versterken van de eerste lijn. Deze drie ontwikkelingen (hervormingsagenda, GALA en IZA) organiseren een beweging van zorg naar preventie en van individuele zorg naar collectief aanbod. Dit beleidsplan geeft weer wat de doelen van de gemeente West Maas en Waal zijn op het gebied van preventief jeugdbeleid.

Regionaal Actieplan Dak- en Thuisloosheid Gelderland Zuid Op 30 november 2022 hebben het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)het Nationaal Plan Dakloosheid - Eerst een thuis gelanceerd (Rijksoverheid, 2023). Het plan sluit aan op de Verklaring van Lissabon om dakloosheid in 2030 te beëindigen (European Commission, 2023). Het Nationaal Plan vraagt in essentie om op een totaal andere manier te kijken naar het vraagstuk ‘dakloosheid’. Hiervoor zijn zes leidende principes benoemd die als kompas dienen voor de regionale vertalingen van dit landelijke actieplan. De zes leidende principes als kompas: 1. Huisvesting is een mensenrecht 2. Dakloosheid voorkomen is altijd het beste 3. Respect voor eigen keuze en regie 4. Herstelondersteuning en inzet ervaringsdeskundigheid 5. Scheiden van wonen en zorg 6. Ondersteuning is flexibel en op maat Een uitgangspunt van Maatschappelijke opvang is dat er geen thuisloosheid mag zijn van kinderen en jongeren onder de 23 jaar. In totaal zijn er in onze regio 1357 dak- en thuisloze personen geteld, waarvan 1.197 volwassen en 160 kinderen. Opvallend is dat 31% langer dan 2 jaar dakloos is. Ook valt op dat er relatief meer jonge mensen zijn geteld dan in andere regio’s.

We hebben in het regionaal actieplan Dak- en Thuisloosheid belangrijke regionale kansen opgenomen. Voor het jeugdbeleid is het van belang dat deze kansen worden opgenomen in het beleid. Zo is opgenomen in het Regionaal Actieplan Dak- en

Thuislozen dat preventie voor jongeren tot 23 jaar hierin meegenomen wordt. De belangrijkste elementen voor het regionale uitvoeringsplan zijn: • • •

Goed vindbare informatie Gelijke termen en begrippen, En een eenduidig mensbeeld (om stigma tegen dak- en thuisloze mensen te verminderen) De uitkomsten van de preventiescan geven daarnaast vooral inzicht in wat lokaal nog kansrijk is om dak- en thuisloosheid te voorkomen

Van school naar duurzaam werk In het concept meerjarenbeleidplan van de Arbeidsmarktregio Rivierenland wordt de verbinding gelegd met jongeren en preventieve aanpak. Hierbij staan vroeg signaleren en gerichte ondersteuning voor kwetsbare jongeren centraal. Dat willen ze bereiken via het programma “Van school naar duurzaam werk". Het doel van de wet is het tegengaan van voortijdig schoolverlaters en het verbeteren van de overstap van (kwetsbare) jongeren naar de arbeidsmarkt. Het is bedoeld voor jongeren tussen de 12-27 jaar. De wet heeft 4 onderdelen: Doorstroompunt: met art. 7a van de Participatiewet krijgen gemeenten meer handelingsruimte om in samenwerking met scholen en het Doorstroompunt jongeren meer preventieve en passende ondersteuning te bieden gericht op zo duurzaam mogelijke arbeidsinschakeling. Onderwijs: de gemeente kan een jongere al tijdens de schoolperiode ondersteuning bieden gericht op werk. Dit kan op verzoek van een school uit het praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of een mbo-instelling of op verzoek van een student uit het hoger of wetenschappelijk onderwijs. Werk en inkomen: gemeenten moeten altijd eerst onderzoeken of terugkeer naar voltijd initieel onderwijs mogelijk is.

Als terugkeer niet mogelijk of passend is én de jongere heeft geen startkwalificatie, dan krijgt praktijkgerichte bij- of omscholing via een leerwerktraject voorrang boven directe toeleiding naar werk. Regionaal programma: partijen werken verplicht samen in een aanvullend regionaal programma.

Lokaal minimabeleid 2024 Op 13 juli 2023 heeft de gemeenteraad de notitie “Uitgangspunten lokaal minimabeleid 2024” vastgesteld. Deze notitie vormt het uitgangspunt voor het actualiseren en concretiseren van het gemeentelijk minimabeleid. Op basis hiervan zijn een aantal beleidsregels opgesteld die gericht zijn op het ondersteunen van inwoners met een laag inkomen. Voor de doelgroep kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar zijn vijf specifieke beleidsregels geformuleerd. Deze regels zijn gericht op het bevorderen van gelijke kansen voor kinderen, het voorkomen van sociale uitsluiting en het ondersteunen van gezinnen met beperkte financiële middelen. Voor inwoners van 18 jaar en ouder geldt één algemene beleidsregel. Voor deze groep is daarnaast aanvullende ondersteuning beschikbaar voor inwoners die chronisch ziek zijn of een beperking hebben.

Voor gezinnen met kinderen tot 18 jaar met een laag inkomen én voor gezinnen die deelnemen aan een traject binnen de schuldhulpverlening (ongeacht de leeftijd van de kinderen), is er aanvullend de waardebonnenregeling. Deze regeling biedt extra financiële ondersteuning bij lokale winkeliers die zijn aangesloten in de gemeente. Met deze beleidsregels geeft de gemeente invulling aan een sociaal en preventief minimabeleid, waarbij extra aandacht uitgaat naar kinderen en jongeren, zodat zij volwaardig kunnen meedoen in de samenleving – ongeacht de financiële situatie van het gezin waarin zij opgroeien.

Hoofdstuk 4 Lokale ontwikkelingen

Samen bouwen aan een krachtige sociale basis Het beleidskader “Bouwen aan een krachtige sociale basis” is in april 2024 vastgesteld door de gemeenteraad. Het biedt een kader voor dit beleidsstuk. Het doel van “Bouwen aan een krachtige sociale basis’ is het op gang brengen van de beweging van ‘formele zorg’ naar ‘maatschappelijke zorg’. In het beleidskader wordt een sterke sociale basis als volgt omschreven: De sociale basis wordt gevormd door alle informele (sociale) verbanden, aangevuld en ondersteund door formele organisaties en voorzieningen. Zo kunnen inwoners meedoen in de maatschappij op een manier die hun welzijn verbetert. De pedagogische basis is het deel van de sociale basis dat meehelpt aan het opgroeien, het opvoeden en de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Wij denken dat sterke gemeenschappen, dus een sterke sociale basis, problemen voorkomt. Een evenwichtige sociale leefomgeving verhoogt het welzijn. En zorgt dat inwoners zelf, of samen met professionals, tot de goede oplossingen komen. Ook zorgt het ervoor dat ervaren problemen minder groot gaan lijken.

Afbeelding 2. Sociale basis West Maas en Waal Het versterken van de sociale basis begint met aandacht voor de inwoner zelf. Als de inwoner in zijn eigen persoonlijke sociale basis niet voldoende ondersteuning vindt, kan de gemeenschap helpen. Daar wordt zelf organiserend gewerkt. Denk bijvoorbeeld aan dorpsplatforms. Waar nodig wordt de gemeenschap ondersteund door professionals en voorzieningen: de institutionele sociale basis. De sociale basis zorgt ervoor dat mensen mee kunnen doen en brengt mensen bij elkaar. Het maakt dat een gemeenschap een gemeenschap is en blijft. En in deze sociale basis kunnen we veel doelen bereiken. Bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, zorg en veiligheid. Voor het versterken van de sociale basis richten we ons op de kansen, de kracht en de mogelijkheden van de gemeenschap. En vooral op de verbinding en samenwerking met elkaar.

Een sterke sociale basis gaat om de aanwezigheid van informele netwerken en inwonerinitiatieven. En om betekenisvolle relaties tussen inwoners onderling en tussen inwoners, professionals/vrijwilligers en de gemeente. In een sociale basis zijn basisvoorzieningen aanwezig (dorpshuis, basisschool, huisarts, kleinschalige sportvoorzieningen), die de basis verder versterken. Het versterken van een sociale basis is een proces dat nooit af is. En het vraagt om duurzaam investeren, terwijl op korte termijn de gevolgen vaak nog niet te zien zijn. Zie voor meer informatie bijlage 2 over de sociale basis in West Maas en Waal. Het samen bouwen aan een krachtige sociale basis in de gemeente West Maas en Waal wordt vormgegeven op basis van 6 bouwstenen: 1 2 3 4 5 6

De inwoner staat centraal We gaan uit van eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid We werken aan kansengelijkheid We bouwen aan een sterke sociale basis We sturen op preventie We bieden effectieve hulp en ondersteuning als dat nodig is

(Bron: Beleidskader sociaal domein “bouwen aan een krachtige sociale basis” 2024) Het preventief jeugdbeleid vindt zijn uitwerking in bouwstenen 4 en 5. De pedagogische basis is het uitgangspunt voor de jeugdigen.

De Lokaal Educatieve Agenda (LEA) Samen met de educatieve partners (onderwijs, kinderopvang, schoolmaatschappelijk werk, samenwerkingsverband, VraagWijzer) is in 2025 de LEA voor de gemeente West Maas en Waal opgesteld. De LEA richt zich op de educatieve activiteiten en ontwikkeling van kinderen en jongeren (van 0-23 jaar). Het doel van de LEA is een heldere taak- en verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeente, kinderopvang en schoolbesturen Dit in onderwijsachterstandenbeleid, maar ook in passend en inclusief onderwijs en de jeugdhulp. Iedere organisatie draagt vanuit haar eigen rol en professionaliteit bij aan de ontwikkeling van kinderen. De LEA voor West Maas en Waal richt zich op thema’s : opgaves waarvoor afstemming nodig is tussen de lokale partijen in de komende vier jaar. De komende periode richt de LEA zich op: • Het versterken van de pedagogische basis, • Preventie • Gelijke kansen. Dit beleidsstuk sluit aan op de acties benoemd in de LEA en is een gedeeltelijke uitwerking hiervan.

Opgroeien in een Kansrijke omgeving (OKO) Dit programma gaat over gezond en veilig opgroeien. We werken vanuit de ontwikkelingsmogelijkheden en behoeften van kinderen en hun ouders/omgeving. Het versterken van de pedagogische kwaliteit van de leefomgeving is daarvoor een belangrijke voorwaarde. We leggen de nadruk op preventie en het meer ‘gewoon’ oplossen van problemen in plaats van via geïndiceerde jeugdhulp. Maatschappelijk resultaat: Jeugdige Maas en Walers groeien zo gezond en veilig mogelijk op. Ze kunnen zichzelf en hun talenten ontwikkelen. Ze kunnen veerkrachtig worden en uitgroeien tot zelfredzame volwassenen die betekenis bieden aan elkaar. Wij vinden het belangrijk dat: Jeugdigen veilig en gezond opgroeien en hun talenten ontwikkelen: - Vormgeven aan ‘Ruimte voor de jeugd’. Zoals bijvoorbeeld realiseren van ontmoetingsplekken en bevorderen van een actieve en gezonde leefstijl; - Versterken van de pedagogische basis; - Faciliteren ketenaanpak Kansrijke Start; - Faciliteren Lokaal Educatieve Agenda samen met alle educatieve partners; - Uitvoering Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor de scholen; - Stimuleren van cultuureducatie; - Stimuleren van activiteiten tussen jeugd en politiek.

Jeugdigen en opvoeders hun veerkracht kunnen versterken: - Faciliteren van het onderwijsachterstandenbeleid; - Uitvoeren Hervormingsagenda jeugd; - Faciliteren Jeugdhulp in het Voortgezet Onderwijs

Hoofdstuk 5 Huidig preventief aanbod gemeente West Maas en Waal

Peildatum Januari 2026 Jongerenwerk (Sociom) Een jongerenwerker is iemand die zich richt op het begeleiden, ondersteunen en coachen van jongeren, meestal in de leeftijd van 10 tot 25 jaar. Het werk van een jongerenwerker is divers en kan op verschillende plekken plaatsvinden, zoals in scholen, of in de wijk. De belangrijkste taken van een jongerenwerker zijn: 1. Ondersteuning en begeleiding: Ze helpen jongeren met persoonlijke problemen, zoals gedragsproblemen, leefproblemen, opvoedingsvraagstukken-, of psychische problemen. Dit kan door gesprekken te voeren, advies te geven of door te verwijzen naar professionele hulp. 2. Preventie en voorlichting: Ze geven voorlichting over onderwerpen zoals gezondheid, drugsgebruik, relaties en pesten. Ook werken ze preventief om jongeren te helpen gezonde keuzes te maken en risicogedrag te voorkomen. 3. Sociale integratie: Jongerenwerkers dragen bij aan de sociale integratie van jongeren, vooral diegenen die mogelijk in een achterstandssituatie verkeren, bijvoorbeeld door armoede, cultuurverschillen of een problematische thuissituatie. 4. Aansluiten bij bestaande activiteiten: Jongerenwerker sluit aan bij bestaande activiteiten en evenementen. Jongerenwerker maakt verbinding met de jongeren en ouders. Hierdoor kan hij vroegtijdig (probleem)gedrag signaleren. 5.

Veiligheid bevorderen: Ze werken samen met andere professionals, zoals politie, scholen en gemeente, om de veiligheid van jongeren in de wijk te waarborgen. Ze kunnen ook optreden als bemiddelaar bij conflicten tussen jongeren.

Schoolmaatschappelijk werk (Sterker sociaal werk) Een schoolmaatschappelijk werker is een professional die binnen een school werkt en zich richt op het ondersteunen van leerlingen, ouders en het schoolteam bij sociaal-emotionele, psychische of maatschappelijke vraagstukken. De schoolmaatschappelijk werker speelt een belangrijke rol in het bevorderen van het welzijn van leerlingen en het creëren van een positieve leeromgeving. De belangrijkste taken van een schoolmaatschappelijk werker zijn: 1. Ondersteuning van leerlingen: De schoolmaatschappelijk werker biedt begeleiding aan leerlingen die te maken hebben met persoonlijke, emotionele of gedragsproblemen, zoals angst, depressie, pesten, echtscheiding van ouders, of andere ingrijpende gebeurtenissen in hun leven. Dit kan door middel van individuele gesprekken, coaching of begeleiding. 2. Ouderbegeleiding: Soms hebben ouders ondersteuning nodig bij het opvoeden of omgaan met bepaalde problemen van hun kinderen. De schoolmaatschappelijk werker biedt ook begeleiding en advies aan ouders, bijvoorbeeld bij opvoedingsproblemen of zorgen over het gedrag van hun kind. 3. Preventie en voorlichting: Schoolmaatschappelijk werkers geven voorlichting over thema's zoals sociale vaardigheden, zelfbeeld, conflicthantering, of het omgaan met stress.

Ze kunnen ook programma’s ontwikkelen en uitvoeren die gericht zijn op het bevorderen van het welzijn en de mentale gezondheid van leerlingen. 4. Samenwerking met andere professionals: De schoolmaatschappelijk werker werkt vaak samen met leraren, schoolleiders, psychologen, intern begeleiders, en externe hulpverleners om het welzijn van leerlingen te waarborgen. Ook kan de schoolmaatschappelijk werker kinderen doorverwijzen naar andere vormen van professionele hulp als dat nodig is. De schoolmaatschappelijk werker kan ook de leerkracht of teams versterken in het begeleiden van het kind.

Praktijkondersteuner Huisartsen GGZ jeugd (POH-GGZ jeugd) Een praktijkondersteuner GGZ-jeugd (ook wel POH-GGZ jeugd genoemd) is een professional die werkt binnen de eerstelijnszorg, vaak in een huisartsenpraktijk of bij een jeugdgezondheidszorgteam, en zich richt op de geestelijke gezondheidszorg van jongeren (tot ongeveer 18 jaar). De praktijkondersteuner ondersteunt zowel de jongeren zelf als hun ouders, en werkt samen met huisartsen, jeugdartsen, en andere zorgprofessionals om de mentale gezondheid van de jeugd te verbeteren. De belangrijkste taken van een praktijkondersteuner GGZ-jeugd zijn: 1. Diagnostiek en screening: De praktijkondersteuner voert gesprekken met jongeren (en soms hun ouders) om te helpen bij het herkennen van psychische problemen zoals angst, depressie, gedragsproblemen of andere emotionele klachten. Ze kunnen ook screenings gebruiken om de ernst van de klachten in kaart te brengen en te bepalen of verder onderzoek of behandeling nodig is. 2. Begeleiding en kortdurende therapie: Veel praktijkondersteuners GGZ-jeugd bieden kortdurende, praktische begeleiding en therapie aan jongeren. Dit zijn veelal kortdurende behandelmethoden, gericht op het verbeteren van het welzijn. 3. Ondersteuning bij dagelijkse problemen: Ze helpen jongeren omgaan met uitdagingen in hun dagelijks leven, zoals op school, in de thuissituatie of in sociale relaties.

Dit kan betekenen dat ze jongeren coachen om vaardigheden te ontwikkelen zoals stressmanagement, zelfvertrouwen opbouwen, of omgaan met conflicten. 4. Samenwerking met andere zorgprofessionals: De praktijkondersteuner GGZ-jeugd werkt vaak samen met huisartsen, psychologen, psychiaters, jeugdzorgmedewerkers en andere professionals om een integrale benadering van de zorg te waarborgen. Ze kunnen jongeren doorverwijzen naar andere zorginstellingen of gespecialiseerde behandelaars als dat nodig is. 5. Informatie en advies: Ze geven ouders en verzorgers informatie en advies over de geestelijke gezondheid van hun kind. Bijvoorbeeld over hoe om te gaan met gedragsproblemen, hoe ze hun kind kunnen ondersteunen bij psychische klachten, en welke vervolgstappen er eventueel genomen kunnen worden. 6. Preventie en voorlichting: Ze bieden preventieve zorg door bijvoorbeeld voorlichting te geven over het herkennen van psychische problemen bij jongeren of door groepsbijeenkomsten te organiseren waar jongeren leren omgaan met stress, emoties of sociale uitdagingen.

Buurtgezinnen Stichting Buurtgezinnen is een sociale onderneming, opgericht in 2015. Door gezinnen die het moeilijk hebben te koppelen aan een stabiel steungezin in de buurt, wil Buurtgezinnen voorkomen dat problemen in gezinnen verergeren. Buurtgezinnen wil eraan bijdragen dat kinderen thuis in hun eigen gezin kunnen (blijven) opgroeien. Onder het motto: Opvoeden doen we samen, werkt Buurtgezinnen mee aan een maatschappij waar we elkaar weer meer helpen met het grootbrengen van kinderen. Steungezinnen bieden bijvoorbeeld praktische hulp, zoals het ophalen van kinderen van school, spelen met de kinderen, of het ondersteunen bij huishoudelijke taken. Het doel is om ouders in moeilijke situaties te helpen zodat zij meer rust en ruimte krijgen en kinderen zich in een veilige en liefdevolle omgeving kunnen ontwikkelen. Het is een initiatief dat gericht is op sociale steun en zorg in de directe omgeving, zodat gezinnen elkaar kunnen helpen en samen sterker kunnen staan. Hiermee wordt de sociale basis versterkt. Binnen de gemeente West Maas en Waal is de afspraak dat buurtgezinnen 10 koppelingen per jaar mag maken. Dat heeft te maken met financiële kaders. In de praktijk blijkt er meer behoefte aan koppelingen.

Kansrijke start "Kansrijke Start" is een Nederlands overheidsprogramma dat zich richt op het verbeteren van de gezondheid en ontwikkelingskansen van kinderen in de eerste 1.000 dagen van hun leven — vanaf de zwangerschap tot ongeveer twee jaar oud. Kansrijke Start is een landelijk programma, gestart door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), met als doel: Meer kinderen een goede start geven in het leven, vooral als er sprake is van medische, sociale of financiële kwetsbaarheid. Het programma verbindt zorg en ondersteuning rondom (aanstaande) ouders, en stimuleert samenwerking tussen: • • • •

Verloskundigen, huisartsen, kraamzorg Gemeenten Jeugdgezondheidszorg Sociaal domein (zoals schuldhulp, jeugdhulp)

Hoofdstuk 6 (Jongeren)participatie Jongeren zijn de toekomst van onze samenleving. Daarom is het belangrijk dat zij actief meedenken en meebeslissen over onderwerpen die hen raken. Jongerenparticipatie zorgt ervoor dat beleid beter aansluit bij hun leefwereld. Het versterkt ook hun gevoel van betrokkenheid en verantwoordelijkheid. We zien dat jongeren vaak wel ideeën hebben, maar niet altijd de weg weten naar invloed. Daarom moeten we de drempels verlagen. We zorgen voor duidelijke communicatie, toegankelijke bijeenkomsten en ondersteuning waar nodig. Ook willen we jongeren actief uitnodigen om mee te doen, bijvoorbeeld via scholen, sportverenigingen of sociale media. Jongerenparticipatie werkt alleen als we hun mening serieus nemen. Dat betekent: luisteren, ruimte geven en laten zien wat er met hun inbreng gebeurt. Zo bouwen we samen aan een samenleving waarin iedereen telt – ook jongeren. Ook ouders zijn onmisbaar in het realiseren van effectief en passend jeugdbeleid. Door ouders actief te betrekken versterken we de verbinding tussen gezin en samenleving. We benutten hun kennis, ervaring en perspectieven. Dat zorgt voor beter beleid, meer draagvlak en een groter gevoel van eigenaarschap onder ouders. Wij geloven dat wanneer ouders zich gehoord, gezien en serieus genomen voelen, zij actiever bijdragen aan het welzijn van hun kinderen én aan de gemeenschap als geheel.

Bijlagen

Bijlage 1 Sociale Basis Definitie sociale basis De sociale basis is het geheel van informele (sociale) verbanden, aangevuld en ondersteund door formele organisaties en voorzieningen. Ze bieden inwoners de mogelijkheid om te participeren in de samenleving op een manier die hun welzijn verbetert. De sociale basis gaat dus om een breed scala aan verbindingen tussen voorzieningen en personen die zich met uiteenlopende bedoelingen bewegen in de drie onderstaande kringen (afbeelding 2). De sociale basis bestaat uit alle inwoners, organisaties (basisvoorzieningen zoals kinderopvang, onderwijs, sport, ouderenvoorzieningen, supermarkt) en netwerken die zich inzetten voor een veilige, gezonde en fijne plek om met elkaar samen te leven. De inwoner staat centraal en hieromheen bevindt zich een kring van sociale verbanden en informele- en formele netwerken.

Uit verschillende landelijke en internationale studies blijkt dat het vergroten van sociale samenhang (sociale cohesie), verbondenheid en samenredzaamheid in combinatie met een sterke sociale basis een positieve invloed heeft op de fysieke en mentale gezondheid van mensen. Daarnaast heeft sociale cohesie positieve effecten op leefbaarheid en (ervaren) veiligheid. (Verwey Jonker 2008, Cramm e.a. 2013). Persoonlijke sociale basis Dit bestaat uit de inwoner zelf en het sociale netwerk. In de persoonlijke sociale basis redden mensen zichzelf en vragen zij het eigen sociale netwerk om hulp. Dit is een belangrijke bedoeling van investeren in de sociale basis. Gemeenschappelijke sociale basis Bestaat uit georganiseerde verbindingen tussen inwoners en door inwoners geïnitieerde activiteiten als dorpsinitiatieven en activiteiten uit het verenigingsleven. Het biedt een laagdrempelige, natuurlijke ondersteuning aan mede inwoners. Niet uit een opdracht, maar omdat zij het een belangrijke waarde vinden. En vanzelfsprekend vinden dat je elkaar helpt. Mensen doen nieuwe contacten op waarmee zij ook eigen netwerk in de persoonlijke basis versterken. Als inwoners elkaar ontmoeten in de wijk kunnen ze ook eerder hulp aan elkaar vragen. Dit versterkt de persoonlijke sociale basis.

Institutionele sociale basis In deze basis werken sociaal werkers vanuit collectieve voorzieningen om verbinding te ondersteunen. En deze verbinding eventueel te organiseren tussen inwoners. Ze werken nauw samen met vrijwilligers. Ze onderhouden goede contacten met hulpverleners. Opbouwwerkers werken aan het versterken van de gemeenschappelijke sociale basis en de persoonlijke sociale basis. Sociaal werk krijgt een ‘opdracht’ met bijbehorende financiële middelen. Ook scholen, woningbouwcoöperaties, zorgorganisaties, religieuze instellingen enzovoorts behoren tot deze basis.

Doelstelling sterke sociale basis In een samenleving met een sterke sociale basis redden inwoners zich samen in de persoonlijke sociale basis. Daar zijn inwoners, bewonersinitiatieven en verenigingen verbonden met de samenleving. En op zo’n manier betrokken dat hulp vragen en aanbieden aan elkaar vanzelfsprekend is. Als zij in de gemeenschappelijke sociale basis niet de uitkomst vinden, dan weten inwoners de weg naar de institutionele sociale basis waar formele organisaties kunnen ondersteunen. Toepassing sociale basis Instrumenteel De sociale basis kan worden gezien als een categorie van voorzieningen in het sociaal domein. Deze categorie is instrumenteel voor de beleidsdoelstellingen. Dat betekent dat de sociale basis een middel is om bepaalde doelen te realiseren. Bijvoorbeeld om de verschuiving van formele naar informele zorg te realiseren om zo de formele zorg te verminderen. Intrinsiek Een sterke sociale basis wordt hier gezien als de stip op de horizon waar naar gestreefd wordt. De nadruk ligt op de samenleving zelf waar men samen redzaam is en elkaar ondersteunt. Bewonersinitiatieven zijn verbonden en betrokken, zodat hulp vragen en aanbieden aan elkaar normaal is. Het is een te behalen einddoel. We: -

Versterken wat er al is Initiëren en werken samen Vullen aan wat er mist Stoppen met wat niet werkt Onderzoeken wat wel werk

Aspecten bij versterken sociale basis: 1. Wat kunnen mensen zelf /samen doen? 2. Wat kunnen professionals doen? 3. Wat kan de gemeente initiëren en faciliteren

Bijlage 2 Financiën De gespecificeerde financiële onderbouwing van de inzet binnen het preventief jeugdbeleid is opgenomen in het bijbehorende uitvoeringsplan. Hierin zijn de geraamde kosten per maatregel en doelgroep inzichtelijk gemaakt. Ter aanvulling op het uitvoeringsplan is er een tussentijds financieel overzicht opgesteld met de stand van zaken tot en met oktober 2025. Hieruit blijkt dat er in totaal 130.305 uren, dagdelen of etmalen aan inzet zijn gedeclareerd. Deze inzet betreft 510 jeugdigen binnen onze gemeente. De hiermee gemoeide kosten bedragen in totaal € 3.654.326,34. Dit overzicht biedt inzicht in de omvang van de ingezette ondersteuning en vormt een belangrijke basis voor de verdere monitoring en bijsturing van het beleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16834016/1