Bijlage 1 - Beleidsplan Duurzaam verlicht West Maas en Waal 2025-2029
Tekst van het document
Beleidsplan Duurzaam verlicht
Beleidsperiode 2025 t/m 2029
1
Samenvatting keuzes en acties Beleidsmatige uitgangspunten per hoofdstuk: Doordacht verlichten a. Licht op maat, alleen waar nodig. b. Maximaal 75% horizontale lichtsterkte, met goede gelijkmatigheid. c. Geen onnodige schijnveiligheid creëren. d. Geen Politie Keurmerk Veilig Wonen of KVO voor openbare verlichting. e. Geen verlichte reclames aan lichtmasten; reclame in bushokjes gedimd of uit. f. Tegengaan van lichthinder en lichtvervuiling. g. Geen bloembakken, banieren of dergelijke aan lichtmasten zonder afspraken. Gebiedsgericht verlichten a. Goede kleurherkenning in woongebieden. b. Niet verlichten van bijzondere locaties, achterpaden, en natuurgebieden. c. Voetpaden in parken alleen verlichten als doorgaande route. d. Dimmen/schakelen van parkeerplaatsen en bedrijventerreinen. e. Hoofdfietsroutes binnen de kom verlichten; buiten de kom volgens beslisboom. Energie en milieu a. Streven naar het landelijke energieakkoord. b. Meest energiezuinige en duurzame oplossingen nastreven zonder koploper te zijn. c. Stimuleren van circulaire economie en gebruik van smart city-technologieën. Samenwerking a. Integrale afstemming en tijdige communicatie. Acties Proefprojecten op drie locaties: 1. Woonwijk Fruitbuurt, Beneden-Leeuwen: Implementatie van TMS met sensoren. 2. Bedrijventerrein Expeditieweg, Boven-Leeuwen: Implementatie van TMS. 3.
Fietspad Hogeweg, Wamel: Implementatie van TMS met sensoren voor fietsroute. Deze acties zijn gericht op het verkrijgen van praktijkervaring om verdere uitrol te bepalen, waarbij alle armaturen al zijn voorbereid op deze upgrades.
2
Inhoudsopgave Samenvatting keuzes en acties ......................................................................................................................... 2 Inleiding ........................................................................................................................................................... 5 Visie .................................................................................................................................................................... 5 1.
Beleidskeuzes 2025 t/m 2029 .................................................................................................................. 6
2.
Doordacht verlichten .............................................................................................................................. 7 2.1 Licht op maat en dus alleen daar waar het nodig is .......................................................................... 7 2.1.1 Wat is passieve markering .............................................................................................................. 7 3.1.2 Wat is actieve markering ................................................................................................................ 9 3.1.3 Alternatieve oplossingen ................................................................................................................. 9 3.2 Afwijken van de richtlijn.................................................................................................................... 10 3.2.1 Horizontale lichtsterkte maximaal 75%......................................................................................... 11 3.2.2 Verticale lichtsterkte houden we niet aan ..................................................................................... 11 3.2.3 Gelijkmatigheid zo goed mogelijk waar nodig .............................................................................. 11
4
5
6
3.3
Geen onnodige schijnveiligheid creëren ........................................................................................... 12
3.4
Geen Politie Keurmerk Veilig Wonen ten aanzien van de openbare verlichting ............................. 13
3.5
Geen openbare verlichting met een KVO.......................................................................................... 13
3.6
Geen verlichte reclames aan de lichtmasten .................................................................................... 13
3.7
Terughoudend ten aanzien van andere verlichte reclames ............................................................. 14
3.8
Reclame in bushokjes uit of gedimd ................................................................................................. 14
3.9
Terughoudend ten aanzien van led-displays .................................................................................... 15
3.10
Geen bloembakken, banieren of dergelijke aan de lichtmasten ..................................................... 16
3.11
Tegengaan van onnodige lichtvervuiling en lichthinder .................................................................. 16
Gebiedsgericht verlichten ..................................................................................................................... 17 4.1
Woongebieden goede kleurherkenning ........................................................................................... 17
4.2
Bijzondere locaties niet verlichten .................................................................................................... 18
4.3
Achterpaden niet verlichten .............................................................................................................. 18
4.4
Voetpaden alleen verlichten als doorgaande route is ..................................................................... 19
4.5
Natuurgebieden en bossen niet verlicht ........................................................................................... 19
4.6
Parkeerplaatsen dimmen .................................................................................................................. 19
4.7
Bedrijventerrein dimmen en proef met een telemanagementsysteem ........................................... 20
4.8
Hoofdfietsroutes binnen de kom verlicht, buiten de kom maximaal anders .................................. 20
Energie en milieu .................................................................................................................................. 22 5.1
Streven naar het landelijk energieakkoord ...................................................................................... 22
5.2
De meest energiezuinige en duurzame oplossing zonder koploper te zijn ...................................... 23
5.3
Aanzetten tot circulaire economie .................................................................................................... 23
5.4
Volger smart city ............................................................................................................................... 24
Samenwerken ....................................................................................................................................... 25
3
7
6.1
Integrale afstemming ........................................................................................................................ 25
6.2
Communicatie tijdig en passend ....................................................................................................... 25
Beheersmatige uitgangspunten ............................................................................................................ 26 7.1
Technische levensduur masten 45 jaar en armaturen 20 jaar ......................................................... 26
7.2
Stabiliteitsmetingen .......................................................................................................................... 26
7.3
Verspreiden mast vervanging ........................................................................................................... 26
7.4
Aanvulling budget verduurzamen nodig vanwege inflatie .............................................................. 26
7.5
Uniformiteit ....................................................................................................................................... 26
7.6
Lichtmasten ....................................................................................................................................... 26
4
Inleiding In de beleidsplanning voor de periode 2025-2029 staat de gemeente West Maas en Waal voor een ambitieuze taak: duurzaam en efficiënt omgaan met openbare verlichting. Dit omvat niet alleen technologische vernieuwingen en strategieën voor verkeers- en sociale veiligheid, maar ook een gedegen aanpak om lichthinder en energieverbruik te minimaliseren. Het beleidsplan "Doordacht verlichten, Gebiedsgericht verlichten, Energie en milieu, Samenwerken" richt zich op maatwerk: van passieve markering tot geavanceerde technologieën zoals actieve markering en telemanagement systemen (TMS). Doel van verlichting Het doel van de openbare verlichting is om een bijdrage te leveren aan: Veiligheid bevorderen: Een primair doel van openbare verlichting is het verbeteren van de veiligheid voor voetgangers, fietsers en automobilisten. Goed verlichte wegen en paden verminderen het risico op ongevallen en vergroten het gevoel van veiligheid bij gebruikers. Sociale veiligheid en schijnveiligheid: Goede openbare verlichting kan bijdragen aan een gevoel van veiligheid voor bewoners en bezoekers. Wanneer straten goed verlicht zijn, voelen mensen zich vaak veiliger omdat ze meer zicht hebben en potentiële risico’s beter kunnen inschatten. Te veel verlichting kan ook leiden tot problemen, zoals lichtvervuiling en verstoring van de nachtrust van bewoners.
Het kan ook leiden tot de suggestie dat er geen behoefte is aan andere vormen van veiligheid, zoals sociale controle en buurtbewaking. Esthetische waarde en comfort: Verlichting kan bijdragen aan de esthetische waarde van een gebied door de uitstraling. Verlichting maakt openbare ruimtes comfortabeler en toegankelijk om vrijer te bewegen in de avond. Visie We zijn een groene, gezonde en aantrekkelijke gemeente in het mooie rivierengebied met een bloeiende flora en fauna. We houden het belang van een sfeervolle, leefbare en goede openbare ruimte altijd in het oog waarbij dit wel in balans moet staan met het milieu. Licht is alleen daar op die momenten dat het nodig is. Zo is de hinder minimaal en dragen we bij aan een duurzame samenleving.
5
1. Beleidskeuzes 2025 t/m 2029 Voor de periode 2025 t/m 2029 maken we aan aantal beleidskeuzes aan welke we kunnen onderverdelen in: -
Doordacht verlichten (Hoofdstuk 3); Gebiedsgericht verlichten (Hoofdstuk 4); Energie en milieu (Hoofdstuk 5); Samenwerken (Hoofdstuk 6).
Met doordacht verlichten willen we bewuster kijken of licht nodig is, waar licht nodig is, hoeveel licht en op welke tijdstippen. Eerst kijken we of het anders kan. Door nieuwe technieken en nieuwe inzichten maken we andere keuzes dan voorheen. We zetten in op gebiedsgericht verlichten. Immers in een woonwijk wordt anders geleefd dan in op een bedrijventerrein. Een wijkontsluitingsweg is wat anders dan een drukke doorgaande weg. In ons denken en doen staat het milieu centraal en kijken we bewuster naar ons energieverbruik. Mede door nieuwe technieken kunnen we de ambitieuze doelstellingen vanuit onder andere het landelijke energie akkoord wel waarmaken. Aan de voorkant om tafel zitten zorgt ervoor dat het erbuiten beter uit komt te zien. Het klinkt simpeler dan het is. In de volgende hoofdstukken worden deze keuzes nader toegelicht. Het is belangrijk om te realiseren dat verkeersveiligheid wat anders is dan sociale veiligheid. Onderstaand leggen we het verschil uit. Verkeersveiligheid Verkeersveiligheid is een essentieel aspect van onze dagelijkse mobiliteit en heeft als hoofddoel om ervoor te zorgen dat alle weggebruikers veilig van punt A naar punt B kunnen reizen. Het gaat niet alleen om het vermijden van ongelukken, maar ook om het minimaliseren van risico's en het waarborgen van een vlotte verkeersafwikkeling.
Verschillende factoren dragen bij aan verkeersveiligheid, zoals de infrastructuur van de weg zelf, de aanwezigheid van obstakels, bochten die het zicht belemmeren en de diversiteit aan weggebruikers. Sociale veiligheid Sociale veiligheid kunnen we onderverdelen in: • Objectieve sociale veiligheid: is meetbaar, zoals het aantal inbraken. De meeste inbraken vinden overdag of in het begin van de avond plaats. • Subjectieve sociale veiligheid: is het gevoel van veiligheid. Dat is voor iedereen anders. Wat zijn de ervaringen? Hoe goed ken je de omgeving? Wat ben je gewend? Deze en nog veel meer factoren bepalen je gevoel van veiligheid. Sociale veiligheid is een stuk lastiger voor ons om mee om te gaan dan verkeersveiligheid.
6
2. Doordacht verlichten 2.1 Licht op maat en dus alleen daar waar het nodig is Er is de afgelopen jaren al bewust omgegaan met het vervangen en uitbreiden van de openbare verlichting. Toch gaan we nog bewuster kijken. Zo zijn er nieuwe technieken en inzichten die tot andere keuzes kunnen leiden. In het buitengebied in nieuwe situaties of bij reconstructies/vervangingen is ons uitgangspunt: ‘Niet verlichten, tenzij’. Onderstaand is dit in beeld gebracht.
Is de verkeersveilig heid in gevaar? Ja? Kan wegontwerp anders? Nee?
Kunnen we passieve markering toepassen? Nee ? Kunnen we actieve markering toepassen? Nee ?
Energiezuinige verlichting waarbij we kijken wanneer en hoeveel licht nodig is.
2.1.1 Wat is passieve markering Het verloop van de weg wordt aangeduid met borden, lijnen, vluchtheuvels en bermpaaltjes voorzien van reflecterend materiaal. De markering is in het donker zichtbaar wanneer deze wordt aangelicht door licht van voertuigen.
7
Foto: Markering op de Zijveld, weg in buitengebied, voorbeeld van passieve markering
De reflectie wordt steeds beter en er zijn ook meerdere varianten verkrijgbaar. Reflectorpaaltjes en schrikhekken zorgen dat een bocht of t-splitsing goed zichtbaar is. Staat er op de locatie een lantaarnpaal dan zien we alleen het licht en niet meer de weg. Glasbollen, ook wel kattenogen genoemd, worden steeds vaker in het wegdek gebruikt. Ze zorgen ervoor dat je goed kunt zien hoe de bocht loopt. Wanneer een weg nieuw wordt aangelegd of een nieuwe toplaag krijgt, kunnen we kiezen voor een zogenaamd reflecterend wegdek. Dit kan een lichter wegdek met lichte steenslag zijn of met reflecterende materialen zoals glasparels. Deze laatste techniek is nog volop in ontwikkeling. Ze zijn nu nog minder effectief en daarom passen we dit niet toe. Met een lichter en reflecterend wegdek kan je goed het contrast zien en het verloop van de weg. Zonder dat er verlichting nodig is. In de gemeente wordt nu vaak reflecterende markering (belijning) toegepast.
Foto: Een stuk wegdek elders in het land voorzien van een witte toplaag.
8
3.1.2 Wat is actieve markering Actieve markering is markering waar een lichtpunt aanwezig is, meestal ledlampjes, die uit zichzelf licht geven. De verlichting wordt gevoed door zonne-energie of door het elektriciteitsnetwerk. Door het systeem en energiegebruik zijn de kosten van actieve markering hoger dan van passieve markering. Het wordt daarom alleen toegepast als markering op basis van alleen reflectie onvoldoende veiligheid biedt. Dit kan het geval zijn bij hogere snelheden (de koplamp reikt dan relatief minder ver) of wanneer er meer omgevingslicht is waardoor de reflectie minder goed te zien is. Een andere techniek is ‘Glow in the Dark’. Hiermee worden zelfs hele lijnen actief gemarkeerd. De lijnen absorberen licht overdag en stralen dat uit in het donker. Het kan gecombineerd worden met het elektriciteitsnetwerk of gevoed worden door een zonnepaneel. De kosten zijn (nog) hoog en het kan nog niet de gewenste tijdspanne halen. De gemeente past deze maatregelen dan ook niet toe, maar houdt de ontwikkelingen van actieve markering wel in de gaten.
Foto: ‘Glowing lines' op de N329 bij Oss/ Louis Dekker/ NOS
3.1.3 Alternatieve oplossingen Als passieve of actieve markeringen de verkeersonveilige situatie niet oplossen, passen we verlichting toe. We dimmen deze verlichting na de spits en laten deze branden op de uren dat het nodig is voor de verkeersveiligheid. Door de verlichting te dimmen, laten we het licht minder fel branden. We besparen energie, verminderen lichthinder en lichtvervuiling, en zorgen ervoor dat de lampen langer meegaan. We dimmen al een aantal jaren op diverse locaties. In de late avond en nacht verlagen we het lichtniveau nog verder. Er is dan minder verkeer op straat en 's nachts nog minder. Onze ogen zijn later op de avond ook beter aan het donker gewend. We verminderen de lichthinder en besparen energie. In de ochtend maken we het licht weer feller. Op onderstaande foto’s is het effect van dimmen te zien.
9
Foto: De Wielstraat in Beneden-Leeuwen links op 100%, rechts op 70% en onder op 50%
De beheerder van de openbare verlichting (OVL) heeft hierin altijd de lead en beoordeelt de situatie. Het uitgangspunt is dat alle ledverlichting gedimd wordt.
3.2 Afwijken van de richtlijn In Nederland zijn we niet verplicht om te verlichten. Er kunnen redenen zijn om niet, dan wel zeer beperkt te verlichten. De keuze hiervoor is een beleidsafweging. Deze keuze hangt nauw samen met aspecten zoals veiligheid, duurzaamheid en/of donkerte. Ook kunnen bepaalde omstandigheden tijdsgebonden zijn en kan dus de verlichtingskeus hiermee variëren. Als de keuze voor verlichting wordt gemaakt, dan geeft de richtlijn NPR13201/A1 daarvoor duidelijke aanwijzingen. Per situatie en omstandigheid wordt aangegeven welke verlichtingskwaliteit wordt geadviseerd. Er is een advies voor de hoeveelheid licht op de weg (horizontaal) en op 1,5m hoogte (verticaal) en over de verdeling van het licht op de weg (gelijkmatigheid) opgenomen in de NPR.
10
3.2.1 Horizontale lichtsterkte maximaal 75% De horizontale lichtsterkte is de hoeveelheid licht dat op het wegdek valt zoals op onderstaande situatietekening te zien is.
Horizontale sterkte op het wegdek Onze keuze is dat we verlichten op maximaal 75% van deze horizontale lichtsterkte, met uitzondering van enkele winkelstraten waar soms wat meer licht is. Dit past ook bij de omliggende gemeenten.
3.2.2 Verticale lichtsterkte houden we niet aan De verticale lichtsterkte is de hoeveelheid licht op 1,5m hoogte. Dit is op onderstaande situatietekening te zien.
Verticaal punt 1,5m hoogte
Op deze hoogte zijn veel lichtbronnen die deze waarde beïnvloeden, bijvoorbeeld licht vanuit etalages, koplampen van auto’s, licht vanuit woningen e.d. De opgegeven waarde in de richtlijn is daarnaast ook nog erg hoog. Er zouden dan veel meer lantaarnpalen bij moeten komen dan we nu hebben staan. Dat is voor ons (evenals in de omliggende gemeenten) niet wenselijk. Daarom houden we deze verticale lichtsterkte niet aan.
3.2.3 Gelijkmatigheid zo goed mogelijk waar nodig De verdeling van het licht over het wegdek, noemen we de gelijkmatigheid. Als het licht over de weg goed is verdeeld, ontstaan er geen donkere plekken. Op locaties waar de sociale veiligheid een belangrijke rol speelt (zoals in enkele winkel- of woongebieden) of de verkeersveiligheid (zoals hoofdontsluitingswegen binnen de kom), willen we de verdeling zo goed mogelijk hebben. Bij vervanging van bestaande verlichting blijft de afstand tussen de lichtmasten zoals die is. Streven is de gelijkmatigheid zo goed mogelijk te krijgen op die locaties waar dat wenselijk is. Op nieuwe locaties streven we naar de gelijkmatigheid uit de adviesrichtlijn zonder te veel masten. Dit kan door een juiste lensafstelling.
11
Foto: Zandstraat, licht is gelijkmatig verdeeld over het wegdek
3.3 Geen onnodige schijnveiligheid creëren Licht wordt vaak in eén adem genoemd met veiligheid. Doordat er licht aanwezig is, voelen sommige mensen zich veilig. Maar dat is per persoon verschillend. Het is afhankelijk van hoe goed je de omgeving kent, waar je bent opgegroeid, of er wel eens wat is gebeurd etc. Als we spreken over veiligheid, dan zijn er twee soorten, namelijk de verkeersveiligheid en sociale veiligheid. Deze laatste bestaat uit: - objectieve sociale veiligheid: bijvoorbeeld het aantal inbraken; - subjectieve sociale veiligheid: gevoelswaarde: hoe beleeft de gebruiker zijn omgeving. Verlichting levert een bijdrage aan de overzichtelijkheid van een gebied, maar ook aan schijnveiligheid. De echte veiligheid hangt namelijk met name af van de mate van de sociale controle. Staan er veel huizen dicht bij de weg, is er veel verkeer, etc. Dan pas is een weg veiliger. Niet doordat er verlichting staat. De gemeente plaatst dan ook geen extra verlichting op basis van subjectieve sociale veiligheid. Hoe werkt ons oog: Ons oog went direct aan licht, maar heeft even nodig om aan het donker te wennen. Bijvoorbeeld, als we op een weg fietsen die verlicht is, kunnen we niet zien wat er aan de zijkant (achter het licht) gebeurt. Het licht lijkt dus wel veilig, maar is dat niet. De beheerder OVL van de gemeente West Maas en Waal bepaalt welke lichtkleur wordt toegepast.
In elk geval is dit, in centrum- en woongebieden, een lichtkleur waarbij kleuren en gezichten goed herkenbaar zijn, zoals bijvoorbeeld (warm) wit. Dit draagt bij aan de sociale veiligheid. De gemeente probeert onnodige schijnveiligheid te voorkomen.
12
Foto: Dezelfde bakjes, maar links met oude oranje licht en rechts met wit licht. Voor de sociale veiligheid is het dus belangrijk om de juiste kleuren te kunnen zien.
3.4 Geen Politie Keurmerk Veilig Wonen ten aanzien van de openbare verlichting In Nederland kennen we het Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW). Het is geen verplicht keurmerk. Dit keurmerk wordt veel gebruikt door projectontwikkelaars en bestaat uit certificaten. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen bestaande- en nieuwbouw. Voor de openbare verlichting in de gemeente, is het keurmerk Veilige Omgeving van belang. Het keurmerk geeft aan dat achterpaden verlicht moet worden en de richtlijn voor de openbare verlichting volledig aangehouden wordt. De richtlijn houdt de gemeente niet volledig aan (zie ook paragraaf 3.2) net als in de omliggende gemeenten. De gemeente verlicht haar eigen achterpaden niet. Derden kunnen dit wel doen. De gemeente houdt het keurmerk al vele jaren niet meer aan en zet deze lijn door. Projectontwikkelaars gebruiken het Politie Keurmerk Veilig Wonen vaak als een verkoopargument vanwege het gevoel van veiligheid van inwoners en de korting die door verzekeraars op de verzekeringspremies wordt gegeven als een woning het keurmerk heeft. Het gaat dan echter om het keurmerk Veilige Woning. Dit certificaat gaat om de woning zelf, het hang- en sluitwerk van de woning. Projectontwikkelaars kunnen op de nieuwbouwprojecten wel een PKVW Veilige Woning afgeven, maar zonder het certificaat Veilige Omgeving.
De inwoners hebben dan toch recht op korting op hun verzekeringspremies. 3.5 Geen openbare verlichting met een KVO Het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) is een vrijwillig keurmerk voor bedrijventerreinen en winkelgebieden. Er worden door ondernemers, verenigingen, politie, brandweer en de gemeente onderlinge afspraken gemaakt over diverse zaken, waaronder de openbare verlichting. We hebben nu geen keurmerk KVO. Mocht dit er wel komen dan is voor de hoeveelheid licht dit beleidsplan ‘Duurzaam verlicht’ leidend. 3.6 Geen verlichte reclames aan de lichtmasten Reclameborden aan de lichtmasten kunnen verlicht of onverlicht zijn. Deze kunnen hangen aan de lichtmasten of er omheen staan. Als de reclames verlicht zijn, dan kan dit zorgen voor lichtvervuiling en een hoger energieverbruik. Ook kan het ervaren worden als een aantasting van de leefomgeving. Als er reclameborden aan de lichtmast bevestigd moeten worden, dan dienen de masten verzwaard te worden. De krachten op de lichtmast zijn anders bij een reclamebord aan de mast dan zonder wat eraan.
13
Een verzwaarde mast is duurder in aanschaf. Dat is niet wenselijk en het uitgangspunt is dat er geen verlichte reclames aan de lantaarnpalen bevestigd worden. Bovendien is het vanuit de netbeheerders niet wenselijk dat er doorgelust wordt van de lichtmast naar een ander object. 3.7 Terughoudend ten aanzien van andere verlichte reclames Er zijn ook lichtgevende reclameborden bij bijvoorbeeld bedrijven. We zijn hierin uiterst terughoudend. Het mag niet de leefomgeving aantasten, verrommeling van het landschap geven of de verkeersveiligheid in gevaar brengen. In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is in artikel 4.15 vastgelegd dat hinderlijke of gevaarlijke reclame verboden is. Er dient een omgevingsvergunning aangevraagd te worden om reclame op of aan een gebouw te plaatsen. 3.8 Reclame in bushokjes uit of gedimd In bushokjes (abri’s) is niet altijd verlichte reclame geplaatst. Het licht van een abri wordt vaak als fel en/of kan storend ervaren. We hebben de abrireclame niet in eigen beheer, maar uitbesteed. Verlichte reclame in bushokjes (abri’s) proberen we tussen 01.00 en 06.00 uur uit te laten zetten als dat mogelijk is. Maar in elk geval dat de reclame na de spits gedimd wordt. Dit vergt een contractuele aanpassing waarover de gemeente in gesprek gaat met de contractpartner.
Foto: Van Heemstraweg Beneden-Leeuwen, abri verlicht.
14
3.9 Terughoudend ten aanzien van led-displays De gemeente is terughoudend ten aanzien van nieuwe led-displays, lcd-schermen en dergelijke (grote digitale reclameborden met of zonder wisselende beelden) in de openbare ruimte. Deze kunnen storend zijn in het landschap en ze dragen vaak niet bij aan de verkeersveiligheid. Daarnaast speelt ook de omgevingswet een rol; er mag geen hinder ontstaan aan de fysieke leefomgeving. Per situatie dient goed bekeken te worden: - Of het geen gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert; - Of het geen onnodige lichthinder veroorzaakt (Richtlijn NSVV lichthinder 2016); - Of de leefomgeving niet wordt aangetast; - Of de flora en fauna geen hinder ondervindt; - Of het geen negatief effect op de openbare verlichting heeft. Is het antwoord ‘ja’ op één van deze vragen, dan is een Led-display niet toegestaan. Daarnaast dient de lichtkleur en de hoeveelheid licht van een led-display altijd afgestemd te zijn op de omgeving en aangepast te kunnen worden aan de omgeving door middel van lichtsensoren. Het dimregime van de gemeentelijke openbare verlichting dient aangehouden te worden. De gemeente kijkt naar de ‘Richtlijn Lichthinder’ van de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV), de CROW-handreiking ‘Reclame langs wegen’ en de handreiking reclame van Rijkswaterstaat. Ook is de gemeente terughoudend ten aanzien van led-displays in etalages.
Het verzoek aan ondernemers is om deze uit te doen na sluitingstijd. Waar het is toegestaan, mag het geen hinder voor omwonenden of flora en fauna geven en ook geen verkeershinder veroorzaken.
Foto: Zandstraat Beneden-Leeuwen scherm in etalage zorgt voor veel licht op straat.
15
3.10 Geen bloembakken, banieren of dergelijke aan de lichtmasten Een lichtmast is ontworpen om een armatuur te dragen, waarbij rekening wordt gehouden met zowel het gewicht van het armatuur als de krachten die het armatuur op de mast uitoefent. Op verschillende locaties hangen er bloembakken of vlaggen aan de lichtmasten. Standaard lichtmasten zijn echter niet geschikt voor dergelijke belastingen. Hiervoor zijn verzwaarde masten nodig die specifiek berekend zijn op het beoogde gewicht. Deze zwaardere masten zijn duurder en zijn momenteel niet beschikbaar binnen de gemeente. Om deze reden staat de gemeente het niet toe om objecten aan de lichtmasten te bevestigen. In gevallen waar momenteel wel objecten aan lichtmasten zijn bevestigd, zullen we contact opnemen met de betrokken partijen om tot een passende oplossing te komen. 3.11 Tegengaan van onnodige lichtvervuiling en lichthinder We spreken van lichthinder als licht bijvoorbeeld in een slaapkamer schijnt. Lichtvervuiling is het verlichten van de hemel waardoor er een lichtkoepel zichtbaar is. Onnodige lichthinder en vervuiling wil de gemeente voorkomen. De gemeente kijkt (nog meer) naar lichthinder en –vervuiling. We dimmen de verlichting en zetten in op een goede optiek, niet te fel licht, gerichter licht zodat er minder strooilicht ontstaat en in uiterste gevallen kan de achterzijde afgedekt worden.
De beheerder OVL bepaalt dit. Eventueel kan het licht in de nacht op bepaalde locaties uit. Daarnaast kan lichthinder of lichtvervuiling ook komen door bijvoorbeeld reclame of aangelichte gebouwen. Vaak wordt niet alleen het pand aangelicht, maar ook de omgeving of de hemel.
Foto: Kersentuin in Beneden-Leeuwen waar de openbare verlichting lichthinder op de gevel geeft. Het licht schijnt fel in de woning.
16
4 Gebiedsgericht verlichten 4.1 Woongebieden goede kleurherkenning Openbare verlichting speelt een belangrijke rol in onze woongebieden. Door de juiste lichtkleur toe te passen wordt een goede leefomgeving gecreëerd. Zoals in paragraaf 3.3 beschreven is, kan een lichtkleur effect hebben op de echte kleurweergave en dus op de sociale veiligheid. Alle verlichting wordt gedimd en voorzien van een Zagha connector om eventueel een systeem toe te voegen waarmee we op afstand kunnen dimmen (telemanagementsysteem). We vervangen de verlichting meestal 1 op 1 en proberen het licht zo goed mogelijk te verdelen over het wegdek. In nieuwe woonwijken proberen we de gelijkmatigheid vanuit de adviesrichtlijn zo goed mogelijk te realiseren, maar we houden niet de horizontale hoeveelheid licht aan. Vrij liggende voetpaden en achterpaden verlichten we niet tenzij het een doorgaande route is en er voldoende sociale controle is.
Foto: Haverveld, Woonwijk met witte ledverlichting
In de woonwijk de Fruitbuurt in Beneden-Leeuwen starten we een pilot. We gaan de verlichting voorzien van een telemanagementsysteem (TMS) die we voorzien van sensoren. Met het TMS kunnen we een storing op afstand zien en kunnen we het lichtniveau aanpassen. Door de combinatie met sensoren reageert het lichtniveau op de aanwezigheid van mensen. Zo kunnen we testen of het prettiger is als in de nacht het licht uit is en bij beweging aangaat. Of dat het zachtjes brandt en wat feller wordt bij beweging. We gaan kijken hoeveel energiebesparing dit realiseert en wat prettig en acceptabel voor de inwoners is. Aan het eind van deze beleidsperiode bekijken we of we dit verder uitrollen.
17
In elk geval voorzien we de verlichting nu overal van een Zagha connector zodat we straks makkelijk het TMS erop kunnen aansluiten. 4.2 Bijzondere locaties niet verlichten Parken, groenvoorzieningen en speelplekken worden niet verlicht omdat hier in de avond en nacht geen/weinig sociale controle is. Het licht zou dan schijnveiligheid geven zoals in paragraaf 3.3 beschreven is. Bovendien neemt de kans op hangjeugd en een hangplek toe als we deze locaties verlichten. Ook willen we de flora en fauna niet onnodig verstoren. Gaat er door een park een drukke fietsroute of wandelpad en is er geen andere route dan kunnen we de route wel verlichten maar dan op de tijden dat er gebruik van gemaakt wordt. Het licht kan met een sensor aangaan bij gebruik na een bepaalde tijd. Of we zetten het licht na een bepaalde tijd uit. Dit is situatie afhankelijk. Ook op hondenuitlaatplekken en jeu de boules banen is in de avond weinig sociale controle en daarom wordt hier ook geen verlichting geplaatst. Op de plekken waar nu wel verlichting staat hanteert de gemeente een uitsterfbeleid.
Foto: Azaleastraat, Park zelf is onverlicht, alleen de doorsteek is verlicht.
4.3 Achterpaden niet verlichten Achterpaden zijn paden die achter de woningen liggen en bedoeld zijn om de tuinen te bereiken. Veel achterpaden zijn niet in eigendom van de gemeente. Soms is de verlichting nog in beheer van de gemeente. We hanteren een uitsterfconstructie. Zodra de mast of het armatuur aan vervanging toe is, wordt het verwijderd.
18
4.4 Voetpaden alleen verlichten als doorgaande route is Veel voetpaden liggen langs de weg. Deze paden worden niet apart verlicht. Sommige voetpaden liggen tussen wijken in. Deze zijn voorzien van verlichting indien het een veel gebruikte route in de avonduren is en er voldoende sociale controle is. Ook is er geen andere route in de buurt die wel verlicht is. Losse voetpaden ,zonder aanliggende bebouwing, worden niet per verlicht omdat daar weinig sociale controle is en deze routes hoofdzakelijk overdag gebruikt worden. 4.5 Natuurgebieden en bossen niet verlicht Natuurgebieden en bossen zijn de afgelopen jaren niet verlicht. Dat houden we ook zo. De flora en fauna zijn niet gebaat bij verlichting. Er is ook vaak weinig sociale controle en licht zou dan alleen maar schijnveiligheid geven. Zie ook paragraaf 3.3.
Foto: Uiterwaarden, niet verlicht
4.6 Parkeerplaatsen dimmen Veel parkeerplaatsen en parkeerterreinen in de gemeente zijn openbaar, maar we hebben ook parkeerplaatsen- en terreinen die van derden zijn. Voor de parkeergelegenheden die van de gemeente zijn, kijken we in nieuwe situaties en bij reconstructies of verlichting zinvol is. We kijken ook in bestaande situaties of verlichting in de nachtelijke uren wel nodig is. Alle verlichting wordt gedimd en op parkeergelegenheden waar in de avond en nacht geen gebruik van wordt gemaakt, kan het licht in de nacht uitgezet worden. Dit wordt door de OVL-beheerder bepaald en is situatieafhankelijk.
19
4.7 Bedrijventerrein dimmen en proef met een telemanagementsysteem We hebben een paar bedrijventerreinen in onze gemeente. Deze moeten goed bereikbaar en aantrekkelijk zijn voor bedrijven om zich te vestigen. Elk bedrijventerrein is anders. Soms is er veel beweging in de avond en nacht, soms ook helemaal niet. De openbare verlichting wordt altijd gedimd na de spits. We gaan bovendien met een kleine pilot op het bedrijventerrein aan de Expeditieweg in Boven-Leeuwen kijken of een telemanagementsysteem (TMS) een goede aanvulling is. Een telemanagementsysteem is een systeem waarmee we de openbare verlichting kunnen regelen (‘managen’) vanaf de pc. Door het toevoegen van intelligentie aan een armatuur, kan het licht op afstand worden bestuurd (licht feller zetten of minder fel op elk gewenst moment). Maar ook meldt het armatuur zich als deze uit is. Zo krijgen we de storingen direct door. Door een proef te doen op de Expeditieweg kunnen we kijken of dit zinvol is om verder uit te rollen. We kunnen de storingen sneller signaleren en kunnen de hoeveelheid licht op afstand aanpassen wanneer dat nodig blijkt te zijn. Aan het einde van deze beleidsperiode wordt de pilot geëvalueerd en op basis van deze conclusie wordt het systeem wel of niet verder uitgerold.
4.8 Hoofdfietsroutes binnen de kom verlicht, buiten de kom maximaal anders Door onze ligging in het mooie rivierenlandgebied, hebben we een omgeving die uitnodigt tot fietsen. Ook is fietsen gezond voor de mens en goed voor het milieu. We stimuleren het fietsgebruik dan ook zeker en hebben veel fietsroutes. Zowel recreatieve als dagelijkse fietsroutes. Ook kunnen we een onderverdeling maken tussen fietspaden binnen en buiten de bebouwde kom. Recreatieve fietsroutes worden niet verlicht. Deze worden hoofdzakelijk overdag gebruikt. Verlichting geeft dan eerder schijnveiligheid (zie paragraaf 3.3). Het gaat om recreatieve fietsroutes binnen en buiten de bebouwde kom. Dagelijkse fietsroutes kunnen we verdelen in hoofd- en doorgaande fietsroutes. Uitgangspunt is dat alleen hoofdfietsroutes binnen de kom verlicht worden. Per situatie bekijken we of deze verlichting misschien in de nacht wel uit kan. In ieder geval wordt het licht gedimd na de spits. Tussen de kernen onderling is of wordt maximaal 1 hoofdfietsroute voorzien van verlichting of alternatieven die het verloop van het fietspad goed weergeven. Dat kan bijvoorbeeld met reflecterende belijning of een lichter wegdek (zie paragraaf 3.1).
20
Foto: Van Heemstraweg in Beneden-Leeuwen, hoofdfietsroute binnen de kom op de rijbaan is verlicht.
We starten een pilot op het fietspad Hogeweg in Wamel, een fietsroute tussen de dorpskernen. We voorzien de verlichting van een telemanagementsysteem (TMS) en sensoren. Met het TMS zien we storingen op afstand en passen we het dimniveau aan. De sensoren zorgen ervoor dat het licht aangaat of feller brandt als er iemand nadert, waardoor de route altijd goed verlicht is bij gebruik. We evalueren deze aanpak en meten hoeveel energie we besparen. Aan het eind van de beleidsperiode beslissen we of we dit systeem op meerdere locaties uitrollen.
21
5 Energie en milieu 5.1 Streven naar het landelijk energieakkoord Naast onze ambitie en die van de omliggende gemeenten, is er ook het landelijke Energieakkoord. Gezamenlijk met 47 partijen is door de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten), namens alle Nederlandse gemeenten, het landelijk Energieakkoord (SEREnergieakkoord) in 2013 ondertekend. Hierin zijn afspraken gemaakt om gezamenlijk tot een duurzame, klimaatvriendelijke omgeving te komen. Ten aanzien van de openbare verlichting zijn de volgende relevante doelstellingen genoemd: 1. 50% energiebesparing in 2030 ten opzichte van 2013 2. 40% is voorzien van slim energiemanagement in 2020 (behaald d.m.v. dimmen) 3. 40% is energiezuinig in 2020 (behaald) Slim energiemanagement is het op een slimme wijze schakelen en dimmen van het lichtniveau van de openbare verlichting. Energiezuinige openbare verlichting is de mate waarin de totale openbare verlichting is voorzien van energiezuinige componenten. De cijfers gelden voor Gemeenten, Rijkswaterstaat, Waterschappen en Provincies tezamen. Wel heeft elke gemeente haar verantwoordelijkheid om deze doelstellingen te halen en niet te wachten of te kijken naar andere gemeenten. De openbare verlichting beslaat ongeveer 35% van het energieverbruik van de gemeente. Een energiezuinige openbare verlichting levert dus een aanzienlijke bijdrage aan het beperken van de energievraag.
Foto: Peppelveld in Beneden-Leeuwen waar ledverlichting is toegepast die we in de avond na de spits dimmen.
22
We zijn actief bezig om deze doelstellingen te kunnen realiseren. Begin 2025 is 70% al ledverlichting. Ter vergelijking: in 2013 was dat 1%. Door alleen ledverlichting toe te passen halen we de doelstelling in 2030 niet. We dimmen de verlichting al waar dat technisch mogelijk is. Maar ook dat is niet voldoende om 50% energiebesparing te realiseren in 2030. Dit is te verklaren door de uitbreiding van het areaal door de komst van nieuwbouwwijken. Om de doelstellingen te halen moet de gemeente daarvoor keuzes maken in de trant van minder lichtmasten, uitzetten in nachtelijke uren en nog verder dimmen. Alleen dan kan de doelstelling behaald worden. Deze beleidsperiode worden dan ook pilot opgestart met een telemanagementsysteem (TMS) zodat op afstand het lichtniveau aangepast kan worden. Ook is er een pilot met sensoren. Daarmee kan het licht aan gaan als er gebruik gemaakt wordt van de openbare ruimte en uit gaan als er niemand is. De gemeente gaat door met oude verlichting te vervangen. Het tempo waarin dit kan gebeuren wordt bepaald door de beschikbare middelen. De prijsstijging heeft geleid tot een vertraging in de uitvoering. Er dienen stappen gezet te worden omdat bepaalde lampen sinds maart 2023 niet meer geproduceerd worden. Hoe meer vertraging er ontstaat hoe langer het duurt voordat de doelstellingen gehaald worden.
5.2 De meest energiezuinige en duurzame oplossing zonder koploper te zijn Net als in de omliggende gemeenten, wordt al veel jaren gekozen voor duurzame en energiezuinige verlichting en oplossingen. Per situatie bekijken we wat de beste oplossing is, passend in de omgeving en binnen het beschikbare budget. We kijken naar duurzaamheid en energiebesparing. We zijn volger van nieuwe technieken, maar willen geen koploper zijn. We hebben immers ook geen grote centra. We streven naar uniformiteit in de openbare verlichting om de beheerkosten zo laag mogelijk te houden. Dit helpt ons om de kosten voor beheer en onderhoud te beperken. Een groot aantal lampen (conventionele lampen) zijn sinds 2023 ook niet langer te verkrijgen. Hier moeten we een nieuw armatuur voor plaatsen als onze voorraad op is (2028) We plaatsen een Zagha connector op elk armatuur zodat we makkelijk een telemanagementsysteem (TMS) (zie paragraaf 3.3) kunnen toepassen of eventueel sensoren. Met een TMS kunnen we op afstand storingen signaleren, de hoeveelheid licht aanpassen en bijvoorbeeld sensoren koppelen.
5.3 Aanzetten tot circulaire economie In onze huidige economie maken we, gebruiken we en gooien we weer weg. Dit noemen we een lineaire economie. Het tegenovergestelde is een circulaire economie. Daarbij onttrekken we grondstoffen maar een keer aan de omgeving, om ze daarna steeds opnieuw te gebruiken. Afval bestaat in de circulaire economie dus niet meer. De natuur is van zichzelf al circulair. Doordat de wereldbevolking en welvaart toenemen, is het steeds belangrijker om
23
efficiënt om te gaan met grondstoffen. Dan belasten we het milieu minder en ontstaat er geen tekort aan materialen. We stimuleren dat grondstoffen opnieuw gebruikt worden. Bij de aanschaf van masten, armaturen en andere producten kijken we op basis van het aanbod welke producten al circulair zijn. Daarbij kijken we naar de hele cyclus van winning, productie, gebruik, verwijderen en hergebruik van materialen. Natuurlijk moeten ze wel voldoen aan de eisen met betrekking tot licht, onderhoud, garantie, verkrijgbaarheid en dergelijke.
Afbeelding circulaire economie.
5.4 Volger smart city Smart City is een breed begrip. Het is onder te verdelen in smart gemeente, smart bedrijven en smart inwoners. Concreet komt het neer op het slim aansturen van alles in de openbare ruimte. Voor een smart gemeente kan je daarbij denken aan een sensoren die een signaal geven als de vuilnisbakken vol zijn, fijnstofmeting, verkeerstelling, wifi in de lichtmast etc. Er zijn veel ontwikkelingen op dit vlak. Wij hebben niet de ambitie om koploper te zijn, maar houden de ontwikkelingen wel goed in de gaten. We bereiden ons hier wel op voor door nieuwe armaturen te voorzien van een Zagha connector zodat er makkelijk een telemanagementsysteem (TMS) aangesloten kan worden. Zodra smart city technieken zinvol en betaalbaar zijn, passen we dat toe. We letten daarbij op de privacy van onze inwoners en de beveiliging van de data.
24
6 Samenwerken 6.1 Integrale afstemming Bij nieuwbouw of een herinrichting is het van belang om vanaf het eerste ontwerp een goede afstemming tussen de weg, het groen en de openbare verlichting te hebben. Bijvoorbeeld (hoog) groen langs een fietspad kan een gevoel van onveiligheid geven. Dan komt er een vraag voor verlichting terwijl dat anders wellicht niet nodig is. Of de verlichting staat tussen de bomen waardoor de lichtstraal geblokkeerd wordt. Dit kan vaak voorkomen worden door tijdig en goed de plannen op elkaar af te stemmen.
Foto: Nijverheidsstraat. Lantaarnpaal staat dicht op de boom zodat deze over een paar jaar volledig in kroon van de boom komt te staan.
6.2 Communicatie tijdig en passend Zowel intern als extern willen we met elkaar in gesprek over waar licht wel en niet nodig is. Bij elk ontwerp wordt bekeken of het ontwerp zo gemaakt kan worden dat er geen licht als compenserende factor nodig is of dat het met bijvoorbeeld reflectie opgelost kan worden. Waar nodig volgens de NPR-norm wordt verlichting geplaatst. Zo stemmen we het licht in de openbare ruimte bewuster en beter af met als resultaat een kwalitatief duurzame en prettige leefomgeving voor iedereen inclusief de flora en fauna.
25
7 Beheersmatige uitgangspunten Qua beheersmatige uitgangspunten houden we de onderstaande uitgangspunten aan. Deze worden verder uitgewerkt in het beheerplan en staan hieronder kort benoemd. 7.1 Technische levensduur masten 45 jaar en armaturen 20 jaar Een lantaarnpaal bestaat uit een mast (paal) en een kap (armatuur). De mast is vaak een stalen mast. Deze kan ongeveer 45 jaar blijven staan. Daar zit een armatuur op die gemiddeld 20 jaar mee kan gaan. We schaffen materialen aan die zo lang mogelijk meegaan, zo duurzaam mogelijk zijn en waar mogelijk ook circulair zijn. We hebben 250 aluminium masten in beheer met een maximale leeftijd van 25 jaar. Vanaf 35 jaar dienen deze gemonitord te worden. 7.2 Stabiliteitsmetingen Voorheen ondergingen masten van 45 jaar een stabiliteitsmeting. Bij een goed resultaat konden ze nog tot 6 jaar langer blijven staan. Nu worden masten bij 45 jaar vervangen en zijn stabiliteitsmetingen voor stalen masten niet meer nodig. 7.3 Verspreiden mast vervanging In 2029 zijn 1560 masten aan vervanging toe welke een leeftijd van 45 jaar hebben bereikt en ook kwalitatief afgeschreven zijn. Dit aantal bevat ook de masten waarvan de levensduur al verlengd is door voorgaande stabiliteitsmeting. We verspreiden de masten gelijkmatig over een periode van vijf jaar (2025, 2026, 2027, 2028 en 2029) om te vervangen.
7.4 Aanvulling budget verduurzamen nodig vanwege inflatie De afgelopen twee jaar zijn de prijzen enorm gestegen. Niet alleen van materiaal maar ook van arbeid. De beschikbaar gestelde budgetten dienen hierop aangepast te worden om deze beleidsperiode naar 100% led te kunnen gaan. Dit is verder uitgewerkt in het beheerplan. 7.5 Uniformiteit Het is belangrijk om vanuit beheeroogpunt zoveel mogelijk dezelfde masten en armaturen toe te passen. Hierdoor houden we minder verschillende soorten op voorraad en kunnen we bij schade sneller handelen. Daarnaast verkleinen we de kans op uitfasering van armaturen, wat de continuïteit bij toekomstige vervangingen waarborgt. 7.6 Lichtmasten In beginsel worden stalen masten toegepast. In winkelstraten, verblijfs- of recreatiegebieden past de gemeente soms een andere kleur of model toe. Mochten er nieuwe materialen komen of nieuwe inzichten ontstaan, dan kiest de gemeente voor het materiaal dat het beste past bij de uitgangspunten van een circulaire economie en duurzaamheid.
26