Bijlage 1 -Beleidskader sociaal domein 2024 Bouwen aan een krachtig
Tekst van het document
Bouwen aan een krachtige sociale basis Beleidskader sociaal domein 2024
VERSIE 10 april 2024 Team Samenleving
2
Inhoud Voorwoord ......................................................................................................................... 5 Samenvatting ....................................................................................................................... 6 Inleiding ............................................................................................................................... 7 Aanleiding en doel van het beleidskader ............................................................................ 7 Context .............................................................................................................................. 7 Het sociaal domein ......................................................................................................... 7 Waarom moeten we veranderen? ...................................................................................... 8 Situatie West Maas en Waal .............................................................................................. 8 Leeswijzer..........................................................................................................................
9 Missie en Visie ....................................................................................................................10 Uitgangspunten ..................................................................................................................11 1.
Onze inwoner staat centraal ......................................................................................11
2.
We gaan uit van eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid .....................................11
3.
We werken aan kansengelijkheid ...............................................................................11
4.
We bouwen aan een sterke sociale basis ..................................................................11
5.
We sturen op preventie ..............................................................................................13
6.
We bieden effectieve hulp en ondersteuning als je dat nodig hebt .............................13
Aanpak ................................................................................................................................14 1.
We werken met Positieve Gezondheid ......................................................................14
2.
We stimuleren inwonersparticipatie............................................................................15
3.
We werken integraal ..................................................................................................16 We werken integraal rondom onze inwoner ...................................................................16 We benaderen vraagstukken integraal ..........................................................................16
4.
We zijn regiegemeente ..............................................................................................17 We regisseren samenwerking .......................................................................................18 We monitoren de uitvoering ...........................................................................................18
Programma’s ......................................................................................................................19 Programma 1: Sterke sociale basis ...................................................................................19 Programma 2: Extra steun voor wie het nodig heeft ..........................................................20 Programma 3: Kansrijk opgroeien .....................................................................................20 Programma 4: Vitaal ouder worden...................................................................................21 Literatuur ............................................................................................................................22 Bijlage .................................................................................................................................23 Bijlage 1: Cijfers sociaal domein .......................................................................................23 Demografie....................................................................................................................23 Gezondheid ...................................................................................................................23 3
Sociale omgeving ..........................................................................................................24 Beschikbaarheid van zorg en ondersteuning .................................................................24 Bijlage 2: Sociale Basis.....................................................................................................25 Bijlage 3: Begrippenlijst .....................................................................................................27
4
Voorwoord In de gemeente West Maas en Waal kunnen veel mensen rekenen op steun van familie, buren en verenigingen. Dit is de kracht van een sterke gemeenschap. Daar ben ik als wethouder trots op. En die kracht wil ik koesteren en versterken. Met dit beleidskader werken we aan het versterken van gemeenschappen. Dat noemen we een stevige sociale basis. We krijgen als mensen te maken met veel uitdagingen in onze samenleving. Het is niet altijd makkelijk om die zelf op te lossen. Of om over je problemen te praten en om hulp te vragen. Dat zie ik graag anders. Als wethouder zou ik willen dat we begrijpen dat problemen bij het leven horen. Dat we daarover met elkaar durven te praten en hulp durven te vragen. En dat de hulp en ondersteuning dichtbij beschikbaar zijn als deze nodig zijn. Hulp van elkaar, maar ook van professionals. Een West Maas en Waal waarin iedereen meedoet vanuit zijn eigen kracht. Een kracht die wordt gezien en benut. Dit willen we bereiken door samen met onder andere inwoners, professionals en verenigingen, te werken in de volgende vier programma’s. ▪ ▪ ▪ ▪
Sterke sociale basis; Ondersteuning voor wie dat nodig heeft; Kansrijk opgroeien; Vitaal ouder worden.
Het eerste programma is de basis voor meer samen doen, meer naar elkaar omkijken en makkelijker mee kunnen doen. We bouwen aan een goede basis voor iedereen. Met bijvoorbeeld een bloeiend verenigingsleven. Aanvullend op een goede sociale basis voor iedereen richt het tweede programma zich op mensen die een bepaalde ondersteuning nodig hebben. Bijvoorbeeld als je bestaanszekerheid wordt bedreigd. Het derde programma heeft speciaal aandacht voor onze jeugd. En in het vierde en laatste programma benadrukken we het belang van het vitaal ouder worden. Dit beleidskader geeft aan waar we aan willen werken en hoe we dat willen doen. Samen met u. Ik nodig u dan ook van harte uit om met ons mee te denken over de programma’s. En zeker ook mee te doen. Zodat iedereen in West Maas en Waal een waardevol, gezond en gelukkig leven kan leiden.
Rob Reuvers wethouder Sociaal Domein
5
Samenvatting We willen als gemeente, samen met inwoners en organisaties, eerder zien als er iets niet goed gaat. En elkaar dan helpen. Dit kan met een sterke sociale basis. Die bestaat uit inwoners, verenigingen en professionele organisaties in een dorp. Deze sociale basis willen wij nog sterker maken. Daarom moedigen we aan dat inwoners omkijken naar elkaar. Dat zij een netwerk opbouwen en daarvan gebruik maken. Om zo waardevol en gezond te kunnen leven. En (langer) zichzelf te kunnen redden. Hierdoor kunnen we gespecialiseerde zorg vaker voorkomen. En houden we de zorg betaalbaar en beschikbaar voor als het nodig is. Om dit te bereiken, beschrijven we een paar uitgangspunten in dit beleidskader. Onze inwoner staat centraal en we gaan uit van zijn kracht. We vragen inwoners om mee te denken en mee te doen in hun dorp. Omdat zij de ervaring hebben over wat er beter kan. En we gaan ervan uit dat uitdagingen bij het leven horen. Daarom stimuleren we dat mensen zich niet meer schamen voor bijvoorbeeld schulden of je eenzaam voelen. Maar dat het meer normaal is om met elkaar hierover te praten. Dit kan in een sterke sociale basis. Via die sterke basis werken we ook aan kansengelijkheid. We steunen mensen die eigen kracht nog niet zo ervaren. We werken preventief en in de omgeving van de inwoner. Bijvoorbeeld door begrijpelijke en vindbare informatie te geven.
Of eerder te zien waar het mis dreigt te gaan. We zoeken als het kan naar collectieve oplossingen. Wanneer ondersteuning nodig is, zetten we deze ook zo effectief mogelijk in. We willen hiervoor op een andere manier werken. Zo ondersteunen we inwoners vanuit positieve gezondheid. Ook kijken we vanuit verschillende kanten naar maatschappelijke vraagstukken. We gebruiken data zodat we kunnen volgen wat we doen en kunnen bijsturen. Als gemeente regisseren we de samenwerking tussen inwoners en partners. Via vier programma’s werken we samen met inwoners en partners aan deze basis: 1. Samen bouwen aan een sterke sociale basis In dit programma ondersteunen wij inwoners om een vitale gemeenschap te maken. Waarin iedereen dezelfde kansen krijgt en kan meedoen (waar nodig met ondersteuning). Het verenigingsleven en het elkaar kunnen ontmoeten zien wij als een belangrijke basis hiervoor. Zo hebben we vanuit het accommodatiebeleid ‘een maatschappelijk knooppunt in iedere kern’. Het is een breed programma met aandacht voor bijvoorbeeld het ondersteunen van mantelzorgers. Maar ook signaleren van behoeften hoort daarbij. 2. Ondersteuning voor wie dat nodig heeft In het tweede programma gaat het om duidelijkheid over waar je naartoe kunt met zorgvragen. En om het snel en passend leveren van ondersteuning aan die mensen die dat nodig hebben.
Bijvoorbeeld aan vluchtelingen of mensen met een beperking. 3. Kansrijk opgroeien Met dit programma bouwen we samen aan de pedagogische basis. Een omgeving die onze jeugd en opvoeders aanmoedigt en helpt bij het kansrijk opgroeien. Denk aan het project Kansrijke Start. 4. Vitaal ouder worden In programma vier hebben we aandacht voor de ouderen in West Maas en Waal. Dit is een groeiende groep mensen vanwege de vergrijzing. In dit programma staan het zilverkrachtenbeleid en activiteiten rondom de dementievriendelijke gemeente. In programma’s werken we samen met inwoners en partners aan doelen en activiteiten. Deze komen in een uitvoeringsplan. Zo werken we aan wat belangrijk is en sturen we bij als dat nodig is.
6
Inleiding Aanleiding en doel van het beleidskader Het sociaal domein is altijd in beweging. Veel ontwikkelingen zijn van invloed op het leven van onze inwoners. Denk aan de gevolgen van de coronapandemie en de vergrijzing. Maar ook zorgen over wonen, energie, asiel en klimaat. Daarnaast zorgen onderzoeken, wetswijzigingen en ontwikkelingen op andere beleidsterreinen ervoor dat we steeds opnieuw ons beleid moeten aanpassen. Dit vraagt om flexibiliteit. Het sociaal domein is daarnaast groot en ingewikkeld. Het gaat bijvoorbeeld om opvoeding en werk, maar ook om schulden en zorg. En het gaat om al onze inwoners. Door deze breedte is er geen allesomvattend plan. Maar met dit kader schetsen we een stip op de horizon en een lijn die we gaan volgen. Dit zorgt voor samenhang en helderheid. En het geeft ons de ruimte om flexibel te zijn, maar wel met een duidelijke missie en visie. Vanuit dit kader kunnen we logische keuzes maken, waardoor ons beleid niet versnipperd raakt. Het beleidskader is de kapstok om tot verdere beleidsinvulling te komen. We schetsen de gewenste ontwikkeling (missie en visie) binnen het sociaal domein in West Maas en Waal. En mogelijkheden om te sturen (strategie en uitgangspunten) om deze ontwikkeling zo goed mogelijk te bereiken. Binnen de geschetste programma’s geven we daarna samen met onze partners en inwoners verder vorm aan beleid en aan de uitvoering.
Context Het sociaal domein Onder sociaal domein valt de uitvoering van de Jeugdwet, Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Maar ook de Wet gemeenschappelijke schuldhulpverlening (Wgs) en Wet Inburgering. En een deel van de Wet Publieke gezondheid (Wpg). De Jeugdwet, de Participatiewet en de Wmo hebben alle drie als uitgangspunt de eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid van mensen. De Wpg regelt het lokale gezondheidsbeleid, de jeugdgezondheidszorg, de ouderengezondheidszorg, gezondheidsbevordering en het tegengaan van infectieziekten. Preventie en verbeteren van de gezondheid zijn daarbij uitgangspunt. Daarnaast heeft het sociaal domein ook te maken met ander gemeentelijk beleid. Dat is het beleid van welzijn, leefbaarheid, sport, cultuurbeleid, wonen, accommodatiebeleid en het brede onderwijsbeleid (passend onderwijs, achterstanden, huisvesting e.d.). Bewegen is bijvoorbeeld noodzakelijk voor een gezond lichaam en een gezonde geest. Bewegen en sporten hebben veel positieve invloed op de gezondheid en de maatschappij. Ook welzijn en cultuur hebben een positieve invloed. Dat komt door het verrijkende en verbindende karakter. Daarnaast helpt bijvoorbeeld de bibliotheek mee aan het vergroten van basisvaardigheden. Ook het wonen heeft veel raakvlakken met het sociaal domein.
Het is een feit dat ouderen en kwetsbare inwoners in de toekomst langer zelfstandig thuis zullen blijven wonen. Daarnaast is het belangrijk dat er passende woonruimte beschikbaar is wanneer iemand na Beschermd Wonen of Jeugdzorg weer zelfstandig kan wonen. Om dit goed te laten verlopen is een stevige sociale basis nodig in onze dorpen. Deze wettelijke regels en beleidsterreinen zijn met elkaar verbonden in het dagelijkse leven. Mensen die leven met schulden of arm zijn hebben vaker chronische stress. Zij maken vaker ongezonde keuzes of zijn vaker chronisch ziek. Ook psychologische problemen of opvoedproblemen komen dan vaker voor.1
1
Bron: RIVM Loketgezondleven.nl: Cijfers en feiten over de relatie tussen armoede en gezondheid
7
Waarom moeten we veranderen? Er zijn veel thema’s van invloed op het sociaal domein. En dus op het leven van onze inwoners. Er is een groter gebruik van de voorzieningen (zorg op indicatie) binnen het sociaal domein. En er is nog geen verschuiving van zwaardere naar lichtere hulp. Niet bij de Wmo en niet bij de Jeugdhulp2. Dit zorgt voor een stijging van de kosten. En voor financiële krapte bij de gemeente, niet alleen in West Maas en Waal. Onze maatschappij heeft te maken met ontwikkelingen zoals dubbele vergrijzing, steeds meer chronisch zieken en langer thuiswonende ouderen. Hierdoor neemt de zorgbehoefte in de eerste lijn toe. Ook wonen kwetsbare mensen vaker zelfstandig (decentralisatie beschermd wonen). En dat bij een krappe woning- en arbeidsmarkt. Er zijn ondersteunende technologische ontwikkelingen zoals eHealth en domotica. Maar het is nog niet duidelijk of en voor welk deel deze techniek ook personeel kan vervangen. Daarnaast leidt de groeiende sociale ongelijkheid binnen de maatschappij tot grotere verschillen in gezondheid. Het is bekend dat veel lichamelijke en psychische klachten voortkomen uit sociaalmaatschappelijke problematiek. En dat zorggebruik bij mensen met een lage sociaaleconomisch status (SES) hoger is dan bij mensen met een hogere SES.3 In het nieuwe beleidskader moeten we rekening houden met deze situatie. Duidelijk is dat niet alles maakbaar is.
Maar dat we de zorg en ondersteuning beschikbaar en betaalbaar willen houden voor de inwoners die echt niet zonder kunnen. Dit zorgt voor de noodzaak voor verandering. Daarom kiezen we er in dit beleidskader voor om samen met partners én inwoners de sociale basis sterker te maken. Om preventief te werken. Zodat we dure zorgkosten op een later moment besparen. Om uit te gaan van positieve gezondheid. Zodat inwoners betrokken zijn en op eigen kracht zoveel mogelijk zelfredzaam en samenredzaam kunnen zijn. We willen dat inwoners voelen dat ze bij een gemeenschap horen en waardevol zijn. Zeker ook als ze iets voor elkaar doen. Zo bouwen we samen aan een vitale gemeenschap. Dat is de sleutel om het welzijn en de veerkracht van inwoners te bewaren en sterker te maken. En zo houden we de noodzakelijke zorg en ondersteuning betaalbaar en beschikbaar voor die mensen die deze het hardst nodig hebben.
Situatie West Maas en Waal In onze leefbaarheidsvisie staat dat Maas en Waal in 2030 een samenwerkend netwerk vormt van acht sterke gemeenschappen4. Op verschillende manieren hebben we hier de laatste jaren aan gebouwd. Het sport- en preventieakkoord, het Integraal Zorg Akkoord en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) helpen hier ook aan mee. In 2023 zijn rondom GALA de kenmerken van West Maas en Waal gecombineerd in een rapport5. Zie bijlage 1: Cijfers sociaal domein. Daarin vallen een paar dingen op.
2
Bron: Sociaal en Cultureel Planbureau (maart 2022): Uitdagingen in het sociaal domein, Nieuwe gemeentebesturen aan zet. 3 Raad Volksgezondheid en Samenleving: De basis op orde. Uitgangspunten voor toekomstgerichte eerstelijnszorg (februari 2023) 4 Bron: Gemeente West Maas en Waal (28 november 2013) Samenwerken en Promoten, Visie leefbaarheid kernen 5 Bron: Team Samenleving (juli 2023) Overzicht data en cijfers Brede SPUK gemeente West Maas en Waal en Brede SPUK West Maas en Waal Analyse (PPT).
8
Figuur 1 Prognose grijze druk
Figuur 2 Ervaren veerkracht
Het aantal mensen van 65 jaar en ouder neemt toe. En de bevolking tussen 20 en 64 jaar neemt af. Dit heeft gevolgen voor de aantallen mantelzorgers over een paar jaar. Daarbij stijgt het aantal ouderen met dementie. De veerkracht is bij meer groepen inwoners een aandachtspunt. Wel ervaart 82% van de volwassenen en ouderen sociale steun (mijn leven heeft betekenis en doel). Het aantal huisartsen per inwoner ligt flink lager dan landelijk en regionaal gemiddeld. En de openbare ruimte is minder aantrekkelijk voor de ontwikkeling van een gezonde manier van leven. Denk bijvoorbeeld aan aanwezigheid van fietspaden of parken. Ook zijn de voorzieningen minder vaak in de buurt, zo ervaren de mensen. Dit is in een plattelandsgemeente ook wat lastiger te realiseren.
Figuur 3 Ervaren sociale steun
Figuur 4 Mantelzorg over de jaren
Leeswijzer We geven in het hoofdstuk Missie en Visie aan wat we als gemeente proberen te bereiken. Ook schetsen we wat onze uitgangspunten daarbij zijn. Daarna leggen we in het hoofdstuk Aanpak uit hoe we daar met elkaar aan gaan werken. In het laatste hoofdstuk staan programma’s die we met een uitvoeringsplan verder vorm geven aan dit beleidskader. Waar in dit beleidskader het woord ‘hij’ staat kan ook ‘zij’ of ‘die’ gelezen worden.
9
Missie en Visie Het coalitieakkoord en het collegeprogramma van de gemeente West Maas en Waal zijn in april 2022 vastgesteld. Ze geven een mooie basis voor de visie van het sociaal domein. Beide documenten beschrijven dat we als gemeente de samenleving nog meer willen versterken. En dat we een leefomgeving mogelijk willen maken die past bij de wens van inwoners uit West Maas en Waal. Met hulp van deze twee documenten, interviews met onze beleidsadviseurs en afstemming met onze ketenpartners en de Adviesraad Sociaal Domein zijn de missie en visie voor dit beleidskader sociaal domein 2024 gemaakt.
Missie: waarom bestaan we Binnen de gemeente West Maas en Waal werken we aan een samenleving die bijdraagt aan het welzijn van alle inwoners. Een leefomgeving met sterke preventieve basisvoorzieningen en toegang tot laagdrempelige hulp en ondersteuning.
Visie: wat vinden we belangrijk Wij vinden het belangrijk dat onze inwoners leven in een vitale gemeenschap waarin iedereen meedoet en gelijke kansen krijgt. Waarin mensen naar elkaar omkijken en als het nodig is elkaar helpen. Een samenleving waarin onze inwoners een waardevol en gezond bestaan opbouwen, hierin eigen keuzes maken en veerkrachtig zijn wanneer het leven (even) tegenzit. Waar signalen over behoefte aan hulp worden gegeven en opgepakt. En waar inwoners die dat nodig hebben passende hulp en ondersteuning ontvangen, ook van elkaar.
10
Uitgangspunten Bij deze missie en visie horen de volgende uitgangspunten. Hoe we deze uitgangspunten als gemeente vormgeven, staat verderop beschreven in het hoofdstuk over de aanpak.
1. Onze inwoner staat centraal We gaan uit van de behoeften en leefwereld van inwoners. Dit betekent dat de behoeften, wensen en ervaringen van inwoners belangrijk zijn. Zowel bij het beleid als de uitvoering daarvan. Dat betekent dat we het sociaal domein samen met inwoners verbeteren. Op basis van hun ervaringen. En daarnaast staat de eigen kracht en zelfredzaamheid van inwoners zelf centraal, zie uitgangspunt 2.
2. We gaan uit van eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid Eigen kracht staat voor ‘Het aanboren, vergroten en gebruik maken van eigen sterke kanten en van het sociale netwerk van inwoners. Om te zorgen dat zij weer grip krijgen op hun leven. En (lichte) problemen op kunnen lossen en als het kan te voorkomen in de toekomst’6. Als gemeente gaan wij ervan uit dat inwoners een eigen verantwoordelijkheid hebben voor hoe ze hun leven inrichten. Iedereen is anders. En iedereen zal op een eigen manier moeten omgaan met de uitdagingen die op zijn pad komen. Problemen horen bij het leven. Wij stimuleren dat inwoners zich zoveel mogelijk op eigen kracht redden. En dat zij een draagkrachtig netwerk hebben waar zij op kunnen bouwen (samenredzaamheid).
➢ Eigen regie: Zelf bepalen - Wat wil ik? ➢ Eigen kracht: Zelf kunnen - Wat kan ik? ➢ Zelfredzaamheid: Zelfstandig mee kunnen doen - Is compensatie nodig? ➢ Eigen verantwoordelijkheid: Zelf moeten of mogen - Wat kan ik zelf doen? ➢ Samenredzaamheid: wat kan ik samen met mijn netwerk?
3. We werken aan kansengelijkheid We willen een omgeving stimuleren waarin alle inwoners zich geaccepteerd, gewaardeerd en betrokken voelen. Een inclusieve maatschappij waar iedereen zonder te letten op achtergrond, mogelijkheden of identiteit, als gelijkwaardig wordt gezien. Waar niemand wordt buitengesloten en iedereen helemaal kan meedoen, zoveel als hij wil. Inwoners waarvoor eigen kracht of samenredzaamheid niet vanzelfsprekend is, kunnen informatie en advies vinden over (laagdrempelige) ondersteuning. We richten ons op de inwoner die ons het hardst nodig heeft. We vergroten kansengelijkheid door inwoners te ondersteunen bij het op orde krijgen van de basis. Dat is bijvoorbeeld zelfredzaamheid op het gebied van rekenen en geldzaken of werk/participatie. Maar ook gezondheidsvaardigheden, taalvaardigheid, sociale of digitale vaardigheden en het opbouwen van een sociaal netwerk horen tot de basis. Als dat nodig is, helpen we bij het herstellen van bestaanszekerheid (voldoende inkomen). Of het hebben van een geschikte of aangepaste woning of een veilige leefomgeving. Vanuit deze basis (basisvaardigheden en sociale samenhang) kan iedereen meedoen.
4. We bouwen aan een sterke sociale basis Wij denken dat sterke gemeenschappen, dus een sterke sociale basis, problemen voorkomt. Een evenwichtige sociale leefomgeving verhoogt het welzijn. En zorgt dat inwoners zelf, of samen met professionals, tot de goede oplossingen komen. Ook zorgt het ervoor dat ervaren problemen minder groot gaan lijken. 6
Bron: Eigen kracht versterken jeugd en ouders, Wat weten we? Literatuuronderzoek naar de stand van zaken. Nederlands Jeugd Instituut, (2017) pagina 12
11
De sociale basis zijn alle informele (sociale) verbanden, aangevuld en ondersteund vanuit formele organisaties en voorzieningen. Zie figuur 5 en uitleg in bijlage 2. Zo kunnen inwoners meedoen in de maatschappij op een manier die hun welzijn verbetert. De pedagogische basis is het deel van de sociale basis dat meehelpt aan het opgroeien, het opvoeden en de ontwikkeling van kinderen en jongeren7. In een sociale basis zijn basisvoorzieningen aanwezig (dorpshuis, basisschool, huisarts, kleinschalige sportvoorzieningen). Een sterke sociale basis gaat naast voorzieningen ook om de aanwezigheid van informele netwerken en burgerinitiatieven. En om betekenisvolle relaties tussen inwoners onderling en tussen inwoners, professionals/vrijwilligers en de gemeente.
Figuur 5 Sociale basis West Maas en Waal Het versterken van de sociale basis begint met aandacht voor de inwoner zelf. Als de inwoner in zijn eigen persoonlijke sociale basis niet voldoende ondersteuning vindt, kan de gemeenschap helpen. Daar wordt al zelforganiserend gewerkt. Denk bijvoorbeeld aan dorpsplatforms of een vereniging als Samenredzaam Dreumel. Waar nodig wordt de gemeenschap ondersteund door professionals en voorzieningen, de institutionele sociale basis. In een sterke sociale basis is sprake van sociale samenhang, verbondenheid en samenredzaamheid, ondersteund door organisaties, waardoor meer inwoners: ▪ ▪ ▪
Zich fysiek, mentaal en emotioneel gezond voelen (positieve gezondheid); Zelf vorm en richting kunnen geven aan hun leven (eigen regie en zelfredzaamheid); Sociaal en betrokken zijn en een bijdrage willen leveren aan de samenleving.
De sociale basis zorgt ervoor dat mensen mee kunnen doen en brengt mensen bij elkaar. Het maakt dat een gemeenschap een gemeenschap is en blijft. En in deze sociale basis 7
Bron: Opgroeien doe je samen. Bouwen aan een stevige pedagogische basis. Nederlands Jeugdinstituut, December 2022
12
kunnen we veel doelen bereiken. Bijvoorbeeld op gezondheid, zorg en veiligheid. Voor het versterken van de sociale basis richten we ons op de kansen, de kracht en de mogelijkheden van de gemeenschap. En vooral op de verbinding en samenwerking met elkaar. Het versterken van een sociale basis is een proces dat nooit af is. En het vraagt om duurzaam investeren terwijl op korte termijn de gevolgen vaak nog niet te zien zijn.
5. We sturen op preventie We voorkomen liever dan dat we genezen. Daarom sturen we op preventie. Preventie is zorgen dat mensen gezond blijven door gezondheid en veerkracht te bevorderen en te beschermen. Daarom willen we alle inwoners meer bewust maken van mogelijke veranderingen in hun leven. En hen helpen hiermee om te gaan. Toegankelijke en begrijpelijke informatie over bijvoorbeeld (vrijwilligers)werk, opvoeden, wonen en gezondheid is dan belangrijk. Maar ook over levensgebeurtenissen zoals zwangerschap, scheiding of verlies. We moedigen aan dat mensen zich niet meer schamen voor bijvoorbeeld schulden of je eenzaam voelen. Maar dat het meer normaal is om hierover met elkaar te praten. Als het eigen netwerk geen oplossing kan bieden, moet duidelijk zijn waar je naartoe kunt. Zodat een professional je kan helpen als dat nodig is. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor ondersteuning van mantelzorgers; waar vind je deze en wat is mogelijk aan ondersteuning. We versterken hiervoor algemene voorzieningen. Daar is geen indicatie voor nodig en die moet een snelle oplossing geven. En we ondersteunen hechte gemeenschappen waarin je kunt praten over verschillende dilemma’s en problemen. Zoals bijvoorbeeld eenzaamheid, depressiviteit en vragen bij opvoeden of schulden. Hierdoor willen we bereiken dat mensen eerder aangeven dat er hulp nodig is.
Zodat ze eerder worden geholpen en zwaardere zorg niet, of pas later, nodig is.
6. We bieden effectieve hulp en ondersteuning als je dat nodig hebt Iedereen zal op een eigen manier moeten omgaan met de uitdagingen die het leven biedt. In de meeste gevallen geeft de eigen draagkracht, iemands netwerk en/of de sociale basis voldoende ondersteuning. We zetten alleen gespecialiseerde hulp en ondersteuning in wanneer deze eigen kracht, het netwerk en de sociale basis niet voldoende zijn om de (hulp)vraag op te lossen. Dit noemen we maatwerk. Bij dat maatwerk kijken wij met name naar de mensen die ondersteuning en zorg niet zelf kunnen organiseren. Ook deze gespecialiseerde hulp en ondersteuning is effectief en gericht op preventie en zelfredzaamheid. Waar dat kan, zijn er collectieve voorzieningen, dus waar meer mensen gebruik van kunnen maken. Wanneer hulp en ondersteuning nodig is, werken we met 1 gezin, 1 plan. Daarin stellen we haalbare doelen. Hulp wordt waar mogelijk kort en licht geboden. Het uitgangspunt is dat de inwoner snel zelf verder kan. Van zorg vóór, naar zorgen dát. Dit vraagt om ‘ketensamenwerking’, zie figuur 6. De sociale basis (0e lijn), eerstelijnszorg en specialistische zorg (2e lijn) sluiten op elkaar aan. Figuur 6 Ketensamenwerking bij ondersteuning 13
Aanpak We willen een verandering. Meer kracht bij inwoners om (samen) om te kunnen gaan met de uitdagingen van het leven. Meer normaal vinden om te praten over moeilijke dingen in plaats van je ervoor te schamen. Eerder zien van de behoefte en ondersteunen vanuit een sterke sociale basis. Deze verandering wordt de transformatie van het sociaal domein genoemd. Bij deze transformatie gaat het om een verandering in gedrag van ambtenaren, professionals, vrijwilligers en inwoners. De leefwereld van inwoners staat centraal. Daar sluiten we als overheid in het sociaal domein zoveel mogelijk bij aan. Aanpak: hoe werken we? Samen met inwoners en partners werken we aan een sterke sociale basis. Van daaruit werken we preventief; we bieden informatie en advies, signaleren behoeftes en ondersteunen inwoners vanuit de gedachte van positieve gezondheid. Hiervoor regisseren we de samenwerking en meten we de resultaten om bij te kunnen sturen als dat nodig is. Dit vraagt om een andere manier van werken. Voor de gemeente betekent dit dat de wet niet meer zozeer de leidende gids is maar een basis voor werken vanuit de bedoeling. We vragen professionals om steeds meer aanwezig te zijn op de plekken waar mensen zijn. Zodat zij dichtbij de inwoners staan en daardoor behoeftes kunnen opvangen. Ook zijn zij daardoor zichtbaar en benaderbaar voor informatie en advies.
Deze beweging vraagt ook om een aanpak die aansluit op de leefwereld van inwoners. En die we met elkaar vorm geven. Waar mogelijk heeft de inwoner de regie. En we hebben aandacht voor wat juist wel goed gaat. Dat kan ook al een deel van de oplossing zijn. Voor deze manier van werken hebben we een aantal uitgangspunten geformuleerd waarmee wij ervan uitgaan dat we in de richting van onze visie bewegen. Dit zal niet van vandaag op morgen gaan. Veranderingen komen over langere periodes tot stand. Daarom werken we in de onder dit kader hangende beleidsplannen en uitvoeringsplannen. Daarmee kunnen we monitoren of we op de goede weg zijn.
1. We werken met Positieve Gezondheid Vanuit de gedachte van Positieve Gezondheid werken de professionals en ervaringsdeskundigen samen met inwoners. Positieve Gezondheid is een aanpak die een betekenisvol leven van mensen centraal stelt. De nadruk ligt daarbij op veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van mensen. Niet op de beperking of de ziekte maar op wat nog wel kan. Als je je gezond voelt kun je meer. En ben je beter in staat de uitdagingen in het leven aan te gaan. Het vergroot je eigen kracht. Hierbij gaat het om lichamelijke en om geestelijke gezondheid. Zie ook figuur 7. De zes dimensies van Positieve Gezondheid zijn: Positieve Gezondheid ziet 1. Lichamelijke gezondheid: ik voel me gezond gezondheid als het vermogen om je en fit aan te passen en je eigen regie te 2. Mentaal welbevinden: ik voel me vrolijk voeren, in het licht van de sociale, 3. Zingeving: ik heb vertrouwen in mijn eigen toekomst fysieke en emotionele uitdagingen 4. Kwaliteit van leven: ik geniet van mijn leven van het leven. 5. Meedoen: ik heb goed contact met andere mensen 6. Dagelijks leven: ik kan goed voor mijzelf zorgen 14
Die zes dimensies zijn allemaal belangrijk voor hoe je je eigen gezondheid ervaart. Door de breedte raakt Positieve Gezondheid ook de omgeving, de buitenruimte waar wij als gemeente ook voor een deel verantwoordelijk voor zijn.
Figuur 7 Spinnenweb Positieve Gezondheid persoon
2. We stimuleren inwonersparticipatie Samen met inwoners willen wij onze acties gaan vormgeven, afgestemd op de behoeften van inwoners. Dat doen wij aan de hand van vier sporen: 1. Ideeën van inwoners staan centraal Wij moedigen inwoners aan om hun ideeën en activiteiten voor de lokale samenleving te delen. En actief deel te nemen aan de ontwikkelingen in onze gemeente. Daarvoor stimuleren en faciliteren wij burgerinitiatieven en samenwerking tussen inwoners en maatschappelijke partners in de dorpen. Ook betrekken wij verenigingen, (dorps)platforms, de Adviesraad Sociaal Domein en resultaten van bijvoorbeeld cliëntervaringsonderzoeken. 2. Expertise van inwoners staat centraal Om goede dingen te doen hebben we kennis en ervaring van onze inwoners nodig. Zij kennen hun dorp het beste. Zij weten dus waar behoefte aan is. Als het kan, werken we dan ook samen met inwoners bij het vorm geven, uitvoeren en beoordelen van beleid. 3. Ervaringskennis staan centraal De extra waarde van mensen met ervaring is groot. Zij gebruiken hun ervaringen en daarmee opgebouwde kennis om anderen te helpen. Ervaringskennis kan heel goed 15
helpen. Zeker bij het weer normaal worden van en het praten over lastige situaties in je leven. Het inzetten van opgeleide ervaringsdeskundigen zorgt ervoor dat beleid en ondersteuning aansluiten op de praktijk. En dus op de mensen voor wie het bedoeld is. Mensen voelen zich meer begrepen. Ook de voorbeeldfunctie moedigt aan om op eigen kracht verder te kunnen. Daarom werken wij waar mogelijk met ambassadeurs, ervaringsdeskundigen en sleutelfiguren. 4. Hulpvraag/behoefte van inwoners staat centraal We hebben oog voor kwetsbare mensen die geen hulpvraag kunnen of durven stellen. We proberen hen via signalen vanuit de sociale basis in beeld te krijgen en te houden. En we verwachten dat inwoners deze hulp en ondersteuning steeds beter zelfstandig en op tijd kunnen vragen. Want uiteindelijk is dit hun eigen verantwoordelijkheid. Bij een hulpvraag zoeken wij samen naar oplossingen die passen bij de situatie. Dat betekent dat wij goed naar de inwoners luisteren. Dat we samen kijken wat iemand zelf kan, wat mogelijk is in het netwerk en wat daarnaast nog nodig is. Dit doen we door een brede verkenning van de behoefte. We kiezen voor een kwalitatief goede oplossing voor de lange termijn waarmee de ‘echte oorzaak’ van de hulpvraag wordt aangepakt. We betrekken inwoners waar het mogelijk is. Het gaat bij deze participatie om inbreng die past bij de situatie en bij de inwoner.
Per beleidsveld wegen we af op welke manier en op welk moment inspraak, meedenken of meedoen het best plaats kan vinden.
Participatie ontstaat niet als de overheid zegt dat het moet, maar als alle mensen vinden dat het kan. (Movisie 2018)
3. We werken integraal Onze visie is gebaseerd op een integrale blik op de samenleving en de samenwerking. Daarbij streven we naar integraal werken op verschillende niveaus.
We werken integraal rondom onze inwoner Integraal werken betekent dat er samenhang is in de aanpak op het niveau van de inwoner. We begrijpen dat problemen en behoeften van inwoners vaak niet gaan over één bepaald onderwerp. Maar dat ze invloed hebben op verschillende onderdelen van hun leven. Bij complexe of meervoudige vragen van inwoners werken we samen met hen en andere partners. Zodat we waar nodig meer of minder ondersteuning kunnen geven. We maken duidelijk waarvoor iemand bij de gemeente terechtkan en waarvoor bij andere organisaties. Van de professionals vragen wij dat zij de onderliggende problematiek kennen en met elkaar samenwerken. Dat betekent dat zij processen, manier van werken en expertise op elkaar afstemmen. En ervoor zorgen dat de inwoner met hen tot één gezamenlijk plan komt (1 gezin, 1 plan). Daarin moet aandacht zijn voor alle leefgebieden en alle vraagstukken van de inwoner en zijn netwerk. De inwoner krijgt zo een samenhangende aanpak die aandacht heeft voor alle leefgebieden. Zoals gezondheid, werk, onderwijs, welzijn, en sociale en fysieke omgeving.
We benaderen vraagstukken integraal Grote problemen kunnen vaak niet met één aanpak worden opgelost. Maar moeten vanuit allerlei kanten worden bekeken en aangepakt. Positieve Gezondheid kan worden gebruikt om tot verbeteringen in de eigen leefomgeving te komen. Zie figuur 8. De inbreng van inwoners helpt daarbij. Het mogelijk maken van een gezonde leefomgeving overstijgt de grenzen van het sociaal domein. Ook een veilige omgeving, activerende en groene openbare ruimte, voldoende activiteiten en verenigingen op het gebied van sport en cultuur en passende woningen dragen bij aan een goede gezondheid. Daarom betrekken we verschillende beleidsterreinen als we naar grotere maatschappelijke vraagstukken kijken. 16
Integraal werken op alle terreinen is in het sociaal domein dan ook een voorwaarde. Net als het samen werken met inwoners. Het gaat om nieuwe verhoudingen en vormen van samenwerking tussen inwoners, overheid en professionals. Inwoners hebben meer ruimte nodig om hun eigen leefomgeving vorm te geven. En professionals verdienen het vertrouwen om hun werk goed te kunnen doen. Dorps- en netwerkversterking is dan ook waar we op inzetten. We gaan ervan uit dat alle partijen werken op basis van hun eigen kennis en ervaring. En dat zij dit doen in samenwerking met anderen. En dat ze als dat mogelijk is samen initiatief nemen.
Figuur 8 Positieve Gezondheid omgevingsfactoren
4. We zijn regiegemeente De gemeente West Maas en Waal is een regiegemeente. Dat betekent dat we als gemeente de kaders vaststellen in de vorm van beleid. En dat we sturen op de uitvoering. Deze uitvoering hebben we in het sociaal domein uitbesteed aan diverse partners. We regisseren als regiegemeente de samenwerking en faciliteren en monitoren deze uitvoering.
17
We regisseren samenwerking Samenwerking zorgt voor integraliteit in beleid en het gebruik maken van elkaars kennis en expertise. En daardoor voor bijvoorbeeld het oplossen van een probleem vanuit verschillende invalshoeken. Wij regisseren als gemeente de samenwerking van en met professionals (netwerk). We sturen op deze samenwerking via bijvoorbeeld afspraken over doelen en daaraan gekoppelde financiering. En we gaan ervan uit dat de partners de kennis uit de praktijk hebben over hoe deze doelen te halen. Ook stimuleren we organisaties om met elkaar en met inwoners samen te werken aan resultaten. Denk bijvoorbeeld aan de verbindende rol van het jongerenwerk. En om de kracht en behoefte van mensen met elkaar te verbinden. Zo kun je integrale ondersteuning geven aan inwoners. En kan iedereen vanuit zijn eigen expertise een goede bijdrage leveren. Intern in ons gemeentehuis erkennen we dat (horizontale) samenwerking tussen teams essentieel is om tot een geïntegreerde aanpak te komen. Daarom werken we dit kader uit in programma’s die de verschillende beleidsvelden verbinden. Daarnaast werken we (verticaal) integraal. Dat betekent dat de bestuurlijk vastgestelde lijn logisch doorloopt in beleid. En we dit beleid vertalen naar het werken in de uitvoering. Tot slot werken we samen met andere gemeenten in de regio en daarbuiten en kijken in het land wat werkt.
We monitoren de uitvoering Door het vaststellen van dit beleidskader wordt de visie van het sociaal domein de richting waarin we samen werken. We maken de samenwerking concreet in een uitvoeringsplan. Daarin staan doelen en resultaten die we via data (gegevens) kunnen monitoren. Door meer gegevens te gebruiken, zien we problemen eerder. En kunnen we hierop preventief inspelen. Bijvoorbeeld met meer aanbod dat gericht is op groepen. Zo kunnen we datagedreven werken. En op tijd bijsturen op de resultaten als dat nodig is. Financiering van de uitvoering is een van de mogelijkheden om te sturen op deze resultaten. Bij toekomstige financiering van activiteiten is dit beleidskader het uitgangspunt. We kijken of het aanbod dat er nu is, voldoende meehelpt aan wat we willen bereiken. En we bekijken welke activiteiten nodig zijn om de doelen te halen. We bepalen welke activiteiten het meest belangrijk zijn. De activiteiten moet passen binnen het financiële kader van de gemeente.
18
Programma’s Om de integraliteit te vergroten, verdelen we ons werk in vier programma’s. Deze werken we met partners en inwoners verder uit naar meetbare doelen met indicatoren. Ook vertalen we de uitgangspunten in dit beleidskader voor de uitvoering. Wat betekenen deze praktisch voor het werk van bijvoorbeeld de consulenten van VraagWijzer. De geschetste onderwerpen onder deze programma’s zijn geen uitputtende opsomming van wat er allemaal gebeurt. Maar geven aan waar onze focus ligt.
Programma 1: Sterke sociale basis Dit programma gaat over de vitale gemeenschap waarin iedereen mee kan doen. Ieder op zijn eigen manier. En waarbij het gevoel is: mijn bijdrage doet ertoe! De meeste inwoners helpen al mee aan deze gemeenschap, via werk of vrijwilligerswerk bijvoorbeeld. Maar dat is niet voor iedereen zo. Daarom willen we met dit programma de veerkracht van mensen versterken en de samenredzaamheid en inclusie vergroten. Maas en Walers voelen zich gezien en gehoord; er is sprake van samenredzaamheid en iedereen kan terugvallen op een netwerk. Er is sprake van verbondenheid en betrokkenheid bij elkaar. Wij bouwen aan deze sterke (sociale) basis vanuit drie niveaus: ▪ Elkaar helpen (persoonlijke sociale basis): We zetten als gemeente in op: - Stimuleren, motiveren en ondersteunen van vrijwilligers om inwoners met een passende hulpvraag te helpen; - Ondersteunen van mantelzorgers; - Ondersteunen van initiatieven van inwoners die voor hun naasten willen zorgen, zoals het (ver)bouwen van/tot een zogeheten ‘meergeneratiewoning’ of het toevoegen van een zorg-voor-elkaar-woning op het perceel; - We stimuleren het leggen van verbindingen tussen inwoners met een hulpvraag en mensen die deze hulp kunnen bieden.
▪ Een stevig verenigingsleven (gemeenschappelijke sociale basis): We richten ons als gemeente op: - Ondersteunen van het behoud en de totstandkoming van sterke sociale banden binnen de gemeenschappen door het verstevigen van netwerken tussen inwoners en organisaties, het faciliteren en/of subsidiëren van relevante activiteiten en het waar mogelijk ondersteunen van dorpshuizen/MFA’s in iedere kern; - Ondersteunen en faciliteren van verenigingen om vanuit hun eigen expertise bij te dragen aan een actieve en gezonde leefstijl (o.a. combinatiefunctionaris volwassenen, sport- en preventiecafé, subsidiebeleid, ondersteunen van vrijwilligers); - Stimuleren van een passend activiteitenaanbod: o.a. cultureel, cultuurhistorie, ontmoeting etc.; - Stimuleren van samenwerking tussen verenigingen binnen en tussen de dorpskernen, zoals faciliteren van het kringberaad; - Vitale kernen: Stimuleren dorpsplatforms en dorpendeals. Faciliteren dorp van de maand. Ondersteunen van lokale verenigingen en platforms die evenementen organiseren. ▪ Ondersteuning binnen de sociale basis door professionals zonder indicatie (institutionele sociale basis): Hier zijn o.a. de volgende partijen actief: Sociom, Bibliotheek, Steunpunt mantelzorg, Vraagwijzer, De Kernen, gezondheidsmakelaars GGD etc.
We richten ons als gemeente op: Stimuleren van integraal samenwerken tussen de gemeente en bovengenoemde partijen (preventieplatform); Facilitering ondersteuning aanpak laaggeletterdheid (Bibliotheek); 19
-
Faciliteren ondersteuning organisaties, vrijwilligers (Sociom); Beperken van de zorgvraag van inwoners met psychosociale problematiek door het verhogen van het welbevinden vanuit positieve gezondheid (welzijn op recept, Sociom); Ondersteuning mantelzorgers (Steunpunten mantelzorg); Faciliteren van een Dementievriendelijk West Maas en Waal; Opstellen van een inclusie agenda; Bevorderen van een actieve en gezonde leefstijl.
Programma 2: Extra steun voor wie het nodig heeft Aanvullend op de sociale basis hebben we drie programma’s met aanvullende doelen voor bepaalde groepen inwoners. Dit tweede programma gaat uit van een sterke sociale basis met gerichte ondersteuning als dat nodig is. Het gaat om alle hulp waar de inwoners wettelijk recht op hebben zoals vanuit de Wmo, Participatiewet en de Jeugdwet. Daarbij leggen we de nadruk op enkele onderwerpen als signaleren en samenwerken. Maatschappelijk resultaat: Maas en Walers zijn (financieel) zelfredzaam en ontvangen alleen specialistische ondersteuning wanneer dat nodig is. Als gemeente zetten we in op: ▪ Specifieke samenwerking, preventie en ondersteuning: - Versterken van de toegang via businesscase toegang/VraagWijzer; - Bevorderen preventie en vroegsignalering, zoals via zichtbaarheid in de wijk, betere communicatie, toegankelijke informatie en eenvoudig taalgebruik; - Versterken samenwerking regiogemeenten op het gebied van wmo/jeugd; - Verbeteren van de toegankelijkheid van de openbare ruimte voor minder mobiele inwoners, bijvoorbeeld voor rollators en rolstoelen.
▪ Ondersteuning door professionals met maatwerk: - Bevorderen van bestaanszekerheid, via bijvoorbeeld arbeidsparticipatie, schuldhulpverlening of inkomensondersteuning; - Opvang en ondersteunen van vluchtelingen en inburgering van statushouders; - Decentralisatie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang.
Programma 3: Kansrijk opgroeien Dit programma gaat over gezond en veilig opgroeien. We werken vanuit de ontwikkelingsmogelijkheden en behoeften van kinderen en hun ouders/omgeving. Het versterken van de pedagogische kwaliteit van de leefomgeving is daarvoor een belangrijke voorwaarde. We leggen de nadruk op preventie en het meer ‘gewoon’ oplossen van problemen in plaats van via geïndiceerde jeugdhulp. En we werken daarnaast met de hervormingsagenda aan een kwalitatieve verbetering van de jeugdzorg en beheersing van de uitgaven. Maatschappelijk resultaat: Jeugdige Maas en Walers groeien zo gezond en veilig mogelijk op. Ze kunnen zichzelf en hun talenten ontwikkelen. Ze kunnen veerkrachtig worden en uitgroeien tot zelfredzame volwassenen die betekenis bieden aan elkaar. We richten ons als gemeente op: ▪ Jeugdigen groeien gezond op en ontwikkelen hun talenten: - Vorm geven aan ‘Ruimte voor de jeugd’. Zoals bijvoorbeeld realiseren van ontmoetingsplekken en bevorderen van een actieve en gezonde leefstijl; - Versterken van de pedagogische basis; - Faciliteren ketenaanpak Kansrijke Start; - Faciliteren Lokaal Educatieve Agenda samen met alle educatieve partners; - Uitvoering Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor de scholen; - Stimuleren van cultuureducatie; 20
▪
- Stimuleren van activiteiten tussen jeugd en politiek. Jeugdigen en opvoeders kunnen veerkracht versterken: - Faciliteren van het onderwijsachterstandenbeleid; - Invoeren Hervormingsagenda jeugd; - Faciliteren Jeugdhulp in het Voortgezet Onderwijs.
Programma 4: Vitaal ouder worden Vanwege toenemende vergrijzing in combinatie met krapte in de zorg hebben we specifiek aandacht voor oudere inwoners. Het gaat om bewustwording over wat je in de toekomst kunt verwachten en hoe je daar nu al op in kunt spelen. Zodat oudere inwoners zich beter zelf of met hulp van hun netwerk kunnen redden. Maar ook specifieke ondersteuning aan de oudere inwoner hoort in dit programma. Maatschappelijk resultaat: Oudere Maas en Walers voeren regie over hun eigen leven, maken gezonde keuzes en maken deel uit van een gemeenschap met een ondersteunend netwerk. Vanuit de gemeente zetten we in op: ▪ Ondersteunen bij langer thuis wonen; - Valpreventie (voorlichting/preventie en opzetten ketenaanpak; - Stimuleren van cultuurparticipatie door senioren; - Toezien op voldoende voorzieningen in de openbare ruimte als ontmoetingsplekken voor ouderen zoals parkbankjes en jeu-de-boules banen. ▪ Ondersteunen bij veranderingen: - Vorm geven aan het Integraal Zorg Akkoord; - Ontwikkelen van nieuwe woonconcepten voor ouderen dichtbij de voorzieningen (over het algemeen dus dichtbij de dorpskern); - Bevorderen van aandacht voor senioren en hulpbehoevenden via het Zilverenkrachtbeleid. Zoals bijvoorbeeld stimuleren van geschikte woonvormen en faciliteren van het netwerk geriatrie.
21
Literatuur ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Verbondenheid en samenredzaamheid, sociale cohesie/sociale samenhang: effecten op gezondheid en welbevinden (Verwey Jonker & Cramm e.a.) Verharen, L. (2017). Being There. Samen werken aan het versterken van sociale kwaliteit. Nijmegen: Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Cijfers en feiten over de relatie tussen armoede en gezondheid | Loketgezondleven.nl geraadpleegd 26 februari 2024 Raad Volksgezondheid en Samenleving (februari 2023): De basis op orde. Uitgangspunten voor toekomstgerichte eerstelijnszorg Deniz Ince, Anne Schmidt (2017): Eigen kracht versterken jeugd en ouders, Wat weten we? Literatuuronderzoek naar de stand van zaken. Nederlands Jeugd Instituut, Utrecht. Sociaal en Cultureel Planbureau (maart 2022): Uitdagingen in het sociaal domein, Nieuwe gemeentebesturen aan zet. Team Samenleving (juli 2023): Overzicht data en cijfers Brede SPUK gemeente West Maas en Waal. Gemeente West Maas en Waal (28 november 2013): Visie Leerbaarheid Kernen 2030, Koers Samenwerken en Promoten. Positieve Gezondheid in woon- en leefomgeving - Institute for Positive Health (iph.nl). Geraadpleegd op 21 februari 2024 https://nederlands-jeugdinstituut.foleon.com/wegwijzer-gemeenten/bouwstenen/ Geraadpleegd op 26 februari 2024 Nederlands Jeugdinstituut (December 2022): Opgroeien doe je samen. Bouwen aan een stevige pedagogische basis.
ontwerp-omgevingsvisie-west-maas-en-waal.pdf (sim-cdn.nl) geraadpleegd 19 maart 2024
22
Bijlage Bijlage 1: Cijfers sociaal domein Demografie ▪
▪
▪
Bevolking tussen 20-64 jaar neemt af, maar bevolking 65+ jaar neemt toe; Daarbij neemt ook de ‘grijze druk’ toe. De verhouding 65+ers tov 2065 jarigen, de zogenaamde ‘productieve leeftijdstroep, is daarmee uit balans. Deze grijze druk is groter dan landelijk: 36,1% ten opzichte van 33,1%. In de grafiek staat de prognose van de grijze druk; Figuur 1 Prognose grijze druk Wat echter ook opvalt is dat er de komende jaren een stijging is in de jonge leeftijdsgroep 12-17 jaar.
Gezondheid ▪ ▪ ▪
▪ ▪
▪
Het aantal ouderen met dementie laat al duidelijk een stijgende trend zien en is hoog vergeleken met de regio; Ook het aantal valongelukken is iets hoger dan landelijk gemiddeld; Mentale gezondheid heeft bij meerdere doelgroepen aandacht nodig. 14% van de volwassenen in West Maas en Waal heeft (zeer) lage veerkracht. Specifiek voor jeugd is er een hoog percentage te zien op stress en weerbaarheid. De beschikbare data is nog wel gebaseerd op informatie van voor de corona pandemie en kan daarmee een niet volledig betrouwbaar beeld opleveren; Figuur 2 Ervaren veerkracht Alcoholgebruik onder de 18 jaar is zeer opvallend in onze gemeente. Net als goedkeuring daarvan door volwassenen; Inwoners in de gemeente bewegen net iets minder dan landelijk gemiddeld. Er is ook iets vaker sprake van overgewicht en obesitas dan landelijk gemiddeld. En er is minder fietsgebruik (24% in West Maas en Waal tov 36,6% landelijk); Wat opvalt bij sport en bewegen is dat de fysieke ruimte lager dan landelijk gemiddeld aantrekkelijk is ingericht voor activering. Met name op de punten nabijheid van faciliteiten. Er zijn wel meer dan gemiddeld speeltuintjes aanwezig. 23
Sociale omgeving ▪
▪
▪ ▪ ▪
Eenzaamheid laat in de gemeente dezelfde landelijke stijging zien in het aantal personen dat zich eenzaam voelt. Hierbij valt met name het percentage in Beneden Leeuwen op; In West Maas en Waal ervaart 82% van de volwassenen en ouderen sociale steun (mijn leven heeft betekenis en doel); Figuur 3 Ervaren sociale steun Mantelzorgpotentieel neemt af, terwijl de vraag in de toekomst gaat stijgen. Ook gezien de vergrijzing van de gemeente; De openbare ruimte is minder dan gemiddeld aantrekkelijk voor fysieke en gezonde leefstijlontwikkeling. Daarnaast is de nabijheid van faciliteiten minder groot; Ongeveer 8% van de volwassenen heeft mobiliteitsbeperkingen. Het is onbekend in hoeverre hulp binnen het netwerk en lokale initiatieven toereikend zijn.
Beschikbaarheid van zorg en ondersteuning ▪
Het valt op dat het aantal huisartsen per inwoner flink lager is dan landelijk en regionaal gemiddeld; ▪ Nu zijn er 12 inwoners van 50-65 (potentieel beschikbaar) voor het leveren van mantelzorg ten opzichte van één inwoner van 85 jaar of ouder. In 2038 daalt dit tot onder het dan landelijk gemiddelde van vier potentieel beschikbare mantelzorgers op één 85+er; ▪ Er zijn minder huishoudens met een voorziening (Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), Participatiewet, Jeugdwet) dan landelijk (12,6% ten opzichte van 20,2%). Figuur 4. Mantelzorgpotentieel over de jaren
24
Bijlage 2: Sociale Basis Definitie sociale basis De sociale basis is het geheel van informele (sociale) verbanden die aangevuld en ondersteund worden vanuit formele organisaties en voorzieningen. Ze bieden inwoners de mogelijkheid om te participeren in de samenleving op een manier die hun welzijn verbetert. De sociale basis bestaat uit alle inwoners, organisaties (basisvoorzieningen zoals kinderopvang, onderwijs, sport, ouderenvoorzieningen, supermarkt) en netwerken die zich inzetten voor een veilige, gezonde en fijne plek om met elkaar samen te leven. De inwoner staat centraal en hieromheen staat een kring van sociale verbanden en informele- en formele netwerken. Uit verschillende landelijke en internationale studies blijkt dat het vergroten van sociale samenhang (sociale cohesie), verbondenheid en samenredzaamheid in combinatie met een sterke sociale basis een positieve invloed heeft op de fysieke en mentale gezondheid van mensen. Daarnaast heeft sociale cohesie positieve effecten op leefbaarheid en (ervaren) veiligheid. (Verwey Jonker 2008, Cramm e.a. 2013).
De sociale basis gaat dus om veel verschillende verbindingen tussen voorzieningen en personen die zich met uiteenlopende bedoelingen bewegen in drie kringen. De persoonlijke kring, de gemeenschappelijke kring en de institutionele kring. Persoonlijke sociale basis Dit bestaat uit de inwoner zelf en het sociale netwerk. In de persoonlijke sociale basis redden mensen zichzelf en vragen zij het eigen sociale netwerk om hulp. Dit is een belangrijke bedoeling van investeren in de sociale basis. Gemeenschappelijke sociale basis Bestaat uit georganiseerde verbindingen tussen inwoners en door inwoners geïnitieerde activiteiten als dorpsinitiatieven en activiteiten uit het verenigingsleven. Het biedt een laagdrempelige, natuurlijke ondersteuning aan medeburgers. Niet uit een opdracht, maar omdat zij het een belangrijke waarde vinden. En vanzelfsprekend vinden dat je elkaar helpt. Mensen doen nieuwe contacten op waarmee zij ook eigen netwerk in de persoonlijke basis versterken. Als inwoners elkaar ontmoeten in de wijk kunnen ze ook eerder hulp aan elkaar vragen. Dit versterkt de persoonlijke sociale basis. Institutionele sociale basis In deze basis werken sociaal werkers vanuit collectieve voorzieningen om verbinding te ondersteunen. En deze verbinding eventueel te organiseren tussen inwoners. Ze werken nauw samen met vrijwilligers. Ze onderhouden goede contacten met hulpverleners.
Opbouwwerkers werken om de gemeenschappelijke sociale basis en de persoonlijke sociale basis te versterken. Sociaal werk krijgt een ‘opdracht’ met bijbehorende financiële middelen. Ook scholen, woningbouwcoöperaties, zorgorganisaties, religieuze instellingen enzovoorts zijn onderdeel van deze basis.
25
Figuur 5 Sociale basis West Maas en Waal Doelstelling sterke sociale basis In een samenleving met een sterke sociale basis redden inwoners zich samen in de persoonlijke sociale basis. Daar zijn inwoners, bewonersinitiatieven en verenigingen verbonden met de samenleving. En op zo’n manier betrokken dat hulp vragen en aanbieden aan elkaar vanzelfsprekend is. Als zij in de gemeenschappelijke sociale basis niet de uitkomst vinden, dan weten inwoners de weg naar de institutionele sociale basis waar formele organisaties kunnen ondersteunen. Toepassing sociale basis Instrumenteel De sociale basis kan worden gezien als een categorie van voorzieningen in het sociaal domein. Deze categorie is instrumenteel voor de beleidsdoelstellingen. Dat betekent dat de sociale basis een middel is om bepaalde doelen te realiseren. Bijvoorbeeld om de verschuiving van formele naar informele zorg te realiseren om zo de formele zorg te verminderen. Intrinsiek Een sterke sociale basis wordt hier gezien als de stip op de horizon waar naar gestreefd wordt. De nadruk ligt op de samenleving zelf waar men samenredzaam is en elkaar ondersteunt. Bewonersinitiatieven zijn verbonden en betrokken dat hulp vragen en aanbieden aan elkaar normaal is. Het is een te behalen einddoel. We: -
Versterken wat er al is Initiëren en werken samen Vullen aan wat er mist Stoppen met wat niet werkt Onderzoeken wat wel werk
Aspecten bij versterken sociale basis: 1. Wat kunnen mensen zelf /samen doen? 2. Wat kunnen professionals doen? 3. Wat kan de gemeente initiëren en faciliteren
26
Bijlage 3: Begrippenlijst Burgerinitiatief
Domotica eHealth
Leefbaarheid
Leefwereld
Mantelzorg
Positieve gezondheid
Regie
Samenredzaamheid
Sociale basis
Vrijwilliger
Zelfredzaamheid
Een initiatief of idee van een groep inwoners om de leefbaarheid in het dorp te verbeteren. Of de samenredzaamheid te vergroten. Huisautomatisering. Elektronische processen in en om de woning die het woongemak en de veiligheid vergroten. Het gebruik van informatie- en communicatie techniek in de zorg. Denk aan beeldzorg, robots, valsensoren, leefstijlmonitoring. De mate waarin de kwaliteit van de leefomgeving is afgestemd op de menselijke behoeften, verlangens en eisen. De directe omgeving van iedere inwoner zelf. Je hoort tot de leefwereld van iemand anders omdat je familie van elkaar bent, buren, of elkaar kent van de sportclub bijvoorbeeld. Zorg en ondersteuning die je geeft aan een naaste (zoals partner, ouder, kind, buur, kennis) die chronisch ziek is en/of een beperking heeft. De mantelzorger geeft langdurig, intensief en onbetaald hulp en ondersteuning aan iemand met wie diegene een persoonlijke band heeft. In het concept Positieve Gezondheid wordt gezondheid gezien als het vermogen van mensen om zich aan te passen en een eigen regie te voeren. Dit in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. Het concept is uitgewerkt in zes dimensies die bijdragen aan dit vermogen: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, sociale en maatschappelijke participatie en dagelijks functioneren.
Met de nadruk op het vermogen van de mens in plaats van op ziekte of problemen, en met de breedte van de zes dimensies, gaat positieve gezondheid over een brede (integrale) en positieve kijk op gezondheid. Het zelf beslissen over je leven en zorg en ondersteuning daarbij. Het nemen van de leiding houden van overzicht en controle. Er met elkaar voor zorgen dat iedereen kan meedoen door elkaar te steunen en verantwoordelijkheid te nemen, zie ook zelfredzaamheid. De sociale basis is het geheel van informele (sociale) verbanden die aangevuld en ondersteund worden vanuit formele organisaties en voorzieningen. Dit maakt het mogelijk dat inwoners kunnen participeren in de samenleving op een manier die hun welzijn verbetert. Iemand die zich onbetaald en zonder eigen voordeel inzet voor anderen (individueel of groepen) met een behoefte aan ondersteuning, of voor activiteiten in het dorp. Zelfredzaamheid gaat over het vermogen om de dagelijkse activiteiten zelfstandig te kunnen doen. Je bent ook zelfredzaam als je met mensen in je omgeving hulp organiseert. Dan ben je samenredzaam.
27