CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Beleidskader kleine windturbines

Gemeenteraad 13 juli 2023, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.0855183.675 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidskader kleine windturbines 14 april 2020 | versie 2.1

2

1

Samenvatting

We moeten met z’n allen werken aan een duurzaam West Maas en Waal, ook voor toekomstige generaties. Windenergie levert samen met zonne-energie, aquathermie, zonne-thermie en andere duurzame bronnen een bijdrage aan de verduurzaming van de energievoorziening. Wind kan een van de oplossingen zijn om onze klimaatdoelstellingen te behalen en fossiele energiebronnen als kolen en aardgas te vervangen. De uitstoot van CO2 zal hierdoor verlaagd worden. Wat willen we bereiken met dit beleidskader? Voor de energietransitie hebben we alle bronnen nodig. We willen inwoners en bedrijven binnen West Maas en Waal de mogelijkheid bieden om zelf energie op te wekken met kleine windturbines. We willen wel dat dit op een verantwoorde manier gebeurd. Communicatie met de omgeving en inpassing in de omgeving zijn hierbij essentieel. Wat gaan we daarvoor doen? We stellen duidelijke kaders waar we kleine windturbines toestaan, welke afmetingen de windturbines mogen hebben en op welke manier kleine windturbines landschappelijk worden ingepast. Dit beleidskader is de eerste stap voor het mogelijk maken van plaatsing van kleine windturbines. De volgende stap wordt het verankeren van de beleidskaders in het bestemmingsplan. Zodra de kleine windturbines zijn opgenomen in het bestemmingsplan kunnen initiatiefnemers een vergunning aanvragen voor het plaatsen van een kleine windturbine.

Wat mag het kosten? Kosten voor de aanschaf, plaatsing en bijkomende kosten van evt. onderzoeken, legeskosten etc. van kleine windturbines zullen worden gedragen door de initiatiefnemers.

3

2

Inleiding

Om klimaatverandering tegen te gaan, de CO 2 uitstoot te beperken en een duurzame energievoorziening voor de toekomst te garanderen, is er op dit moment een wereldwijde transitie van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen gaande. Ook Nederland schakelt over op 100% duurzame energie. De opgave is groot en daarom moeten alle gemeenten een bijdrage leveren. Ook de gemeente West Maas en Waal heeft zich gecommitteerd aan het Gelderse Energie Akkoord (GEA) en de RES. Hiermee is zij dus ook gecommitteerd aan het lokaal opwekken van duurzame energie en het uiteindelijk energieneutraal1 zijn in 2050. Hoewel kleine windturbines geen grote bijdrage leveren aan de algehele transitie kunnen kleine windturbines wel een grote bijdrage leveren aan het energieneutraal maken van (agrarische) bedrijven. Dit kader is dan ook met name bedoeld om deze bedrijven te helpen om verder te verduurzamen. Windenergie is op dit moment een belangrijke techniek voor de energietransitie. Vaak wordt bij windenergie gedacht aan grote windturbines, maar er zijn ook kleine windturbines of mini-windturbines beschikbaar. Dit beleidskader is van toepassing op zowel kleine (29 meter tiphoogte) als mini windturbines (3 meter tiphoogte). Om verwarring te voorkomen zullen we in dit kader alleen spreken over kleine windturbines, maar bedoelen we beiden.

2.1

Leeswijzer

Het beleidskader omvat de volgende aspecten. In de eerste plaats wordt er een korte algemene toelichting op kleine windturbines gegeven. Vervolgens worden de huidige kaders (waar onder wet- en regelgeving) benoemt. In het laatste hoofdstuk worden de beleidskaders gesteld waar initiatieven in West Maas en Waal aan dienen te voldoen.

Termen als “energieneutraal”, “klimaatneutraal” en “CO2-neutraal” worden vaak door elkaar gebruikt. De exacte betekenissen van deze termen zijn niet gelijk. We hebben gekozen om energieneutraal te gebruiken in dit kader, omdat deze term ook in het GEA gebruikt wordt.

4

3

Algemene introductie kleine windturbines

Kleine windturbines kunnen door de relatief geringe afmetingen vrijwel overal geplaatst worden. Ze leveren een elektriciteitsproductie die aansluit bij de vraag van kleine tot middelgrote energiegebruikers. In deze categorie vallen de meeste bedrijven in onze gemeente. De meeste types kleine windturbines kunnen worden aangesloten op bestaande elektrische aansluitingen. Kleine windturbines zijn qua elektriciteitsproductie en aansluiting op het elektriciteitsnet te vergelijken met zonnepanelen op daken.

Figuur 1: Indicatie verschil in elektriciteitsproductie diverse duurzame bronnen Grofweg bestaan er 2 types kleine windturbines: met een verticale as en met een horizontale as. Deze typen staan toegelicht in Bijlage A. In voorliggend beleidskader maken we geen onderscheid tussen de 2 types. Beide types kunnen op daken en op masten worden geplaatst. Ook dit is verder toegelicht in Bijlage A. Technieken niet benoemd in deze bijlage worden niet bij voorbaat uitgesloten. De definitie van een kleine windturbine is nergens wettelijk vastgelegd. Wij hanteren daarom de definitie zoals die door NWEA (de brancheorganisatie van windontwikkelaars) wordt gehanteerd. Een ashoogte van 12 tot 21 meter en een rotordiameter van 2 tot 12 meter. Dit komt dus neer op een maximale tiphoogte van 28 meter. We tellen hierbij 1 meter op omdat we meten vanaf het montagepunt. Die meestal 1 meter boven het maaiveld uitsteekt.

5

4

Bestaande kaders

Voorliggend beleidskader is niet bedoeld als een allesomvattende beschrijving van alle bestaande weten regelgeving en andere (financiële) randvoorwaarden. Het is de volledige verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om te zorgen voor een haalbaar en uitvoerbaar plan. Sommige kaders willen we echter wel benoemen, omdat deze impact hebben op de omgeving en inwoners van West Maas en Waal.

4.1

Bestaande wet en regelgeving

4.1.1

Veiligheid en technische eisen

Kleine windturbines moeten voldoen aan alle, relevante, kaders die gelden in Nederland voor windturbines. Deze worden regelmatig vernieuwd. Hieronder een aantal eisen, maar dit is niet een uitputtende lijst. ✓ ✓

✓ 4.1.2

Het ontwerp van kleine windturbines moet voldoen aan de NEN-EN- IEC norm 61400-Deel 2, Ontwerp eisen van kleine windturbines; De draagconstructie wordt ontworpen volgens de NEN-normen en Eurocode, aan de hand van de door de leverancier aantoonbaar opgegeven rotorbelasting. De geldende normen zijn: NEN-EN 1991-1-4+A1+C2:2011 nl en Eurocode 1: Belastingen op constructies - Deel 1-4: Algemene belastingen – Windbelasting; Een fundering voldoet aan het bouwbesluit en wordt verder ontworpen om aantoonbaar voldoende sterkte te geven aan de draagconstructie; Slagschaduw en geluid

De sterkte van het brongeluid van de windturbines moet zijn vastgesteld volgens de methode als opgenomen in de richtlijn voor Generatorsystemen voor windturbines - Deel 11: Meettechnieken voor akoestisch geluid (IEC 61400-11). De normen voor geluid en slagschaduw zijn identiek voor alle soorten windturbines en staan benoemd in het Activiteitenbesluit (paragraaf 3.2.3). Dit activiteitenbesluit geldt niet meer voor windparken (meer dan 3 turbines) maar geldt nog wel voor 1 of 2 turbines per aanvraag. Deze normen zijn dus ook van toepassing op de turbines in dit beleidskader. Kleine windturbines met een dichte rotor (voor voorbeeld zie Figuur 4) veroorzaken geen slagschaduw. Wanneer er nieuwe wet en regelgeving gaat gelden, dan zal dit nieuwe beleid ook van toepassing zijn op dit beleidskader.

4.2

Bestaand beleid

4.2.1 Provinciaal beleid In het provinciaal ruimtelijk beleid onderscheiden we het Gelders Natuurnetwerk (GNN), Groene Ontwikkelingszone (GO) en Natura 2000. Van deze gebieden zijn wezenlijke kenmerken of waarden vastgesteld. Gelders Natuur Netwerk (GNN) Voor het GNN geldt de 'nee tenzij-benadering’. Dit betekent dat geen nieuwe functies mogelijk zijn, tenzij er geen reële alternatieven zijn en er een groot openbaar belang is (de zogenaamde ADCtoets). In dat geval zijn maatregelen nodig die ervoor zorgen dat: • negatieve effecten zo veel mogelijk worden voorkomen (mitigatie); • als er toch natuur verloren gaat, dit gecompenseerd wordt door het aanleggen van nieuwe natuur. Voor enkele delen van GNN geldt dat windturbines onder voorwaarden toegestaan zijn.

6

Groene Ontwikkelingszone (GO) Kleinschalige nieuwe ontwikkelingen in de GO zijn alleen mogelijk als ze de kernkwaliteiten van het gebied substantieel versterken. Voor nieuwe grootschalige ontwikkelingen gelden dezelfde eisen als in het GNN. Van een grootschalige ontwikkeling is sprake, als de nieuwe ontwikkeling van een zodanig aard en schaal is danwel qua effecten zodanig is, dat het karakter van het betreffende gebied verandert. Natura 2000 De Wet natuurbescherming beschermt Natura 2000-gebieden tegen ontwikkelingen die de instand– houdingsdoelstellingen kunnen aantasten. Om te beoordelen of windturbines toegestaan zijn, moeten de effecten op de aangewezen habitattypen, soorten en natuurlijke kenmerken in beeld worden gebracht. Wanneer significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet kunnen worden uitgesloten, is een passende beoordeling verplicht. De passende beoordeling maakt inzichtelijk of de activiteit haalbaar is vanuit de Wet natuurbescherming. 4.2.2

Gemeentelijk beleid

Er is momenteel alleen ruimte in ons beleid voor molens tot 12,5 meter tiphoogte.

7

5

Kaders kleine windturbines West Maas en Waal

Een hedendaags windenergie project dient aan vele voorwaarden te voldoen. Veel voorwaarden liggen verankerd in landelijke wet- en regelgeving, zoals een aantal zijn benoemd in hoofdstuk 4. Er dient sprake te zijn van een haalbaar en uitvoerbaar plan, dat getuigt van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zetten we uiteen welke kaders West Maas en Waal in aanvulling op de landelijke en provinciale wet- en regelgeving stelt. Onderstaande kaders zullen worden opgenomen in het bestemmingsplan. Zodra de kleine windturbines zijn opgenomen in het bestemmingsplan kunnen initiatiefnemers eenvoudig een vergunning aanvragen voor het plaatsen van een kleine windturbine. De beslisregels hiervoor zijn opgenomen in Bijlage B en C.

5.1

Facilitair

Kleine windturbines zijn een facilitaire voorziening. Dit betekent dat de kleine windturbines ten dienste moeten zijn van één bedrijf. De molens worden dus ‘achter de meter’ geïnstalleerd. En per bedrijf mag er maximaal één turbine worden geplaatst. Bij hoge uitzondering kan er via een collegebesluit afgeweken worden naar maximaal twee turbines. Hierbij dient te worden aangetoond dat de tweede turbine nodig is voor de bedrijfsvoering van de initiatiefnemer.

5.2

Afmetingen

De afmetingen van de kleine windturbines moeten passen in het huidige landschappelijke beeld. Er moeten sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening en landschappelijke inpassing. Daarom stellen we maximale afmetingen aan de kleine windturbines. Voor een dakopstelling is de maximale totale hoogte 3m en voor grondopstelling is de maximale totale hoogte niet hoger dan 29 meter. De totale hoogte wordt gemeten vanaf het montagepunt (maaiveld bij grondopstelling en dakoppervlak bij dakopstelling) tot aan de bovenkant van de rotor.

5.3

Locaties

Kleine windturbines kunnen vanuit een technisch perspectief bijna overal in West Maas en Waal worden toegepast. We zien echter wel een verschil tussen gebieden in onze gemeente. We willen kleine windturbines toestaan binnen het bestemmingsplan: ‘agrarisch-komgebied’ en ‘bedrijf’. 5.3.1

Bebouwde kom

Kleine windturbines binnen het stedelijk gebied leiden tot verrommeling. Door de dichtheid van de bebouwing zullen kleine windturbines een knellend effect geven, wat leidt tot een negatief effect op de leefbaarheid van de openbare ruimte en in de kernen. Kleine windturbines kunnen daarnaast overlast veroorzaken door geluidshinder en slagschaduw. We sluiten daarom kleine windturbines binnen de bebouwde kom en een cirkel van 80m rondom de bebouwde kom uit. We hanteren hierbij de definitie bebouwde kom uit het bestemmingsplan. 5.3.2

Buitengebied

In het buitengebied zijn kleine windturbines mogelijk, gekoppeld aan bebouwing van (agrarische) bedrijven en glastuinbouwbedrijven. De windturbines dienen geplaatst te worden op het erf, de bedrijfslocatie, of het gebouw zelf. Bij uitzondering mag de turbine ook geplaatst worden op ashoogte van het bouwvlak. Dit moet via een collegebesluit worden toegekend. Daarbij dient initiatiefnemer aan te tonen dat bouwen binnen het bouwvlak onmogelijk is. Kleine windturbines bij losse woonbestemmingen in het buitengebied sluiten we uit. 5.3.3

Bedrijventerreinen

Bedrijventerreinen kennen vaak een zeer gevarieerd uiterlijk, door de diversiteit van de gebouwen. Daarnaast is het lastig om nieuwe ontwikkelingen te faciliteren op bedrijventerreinen omdat het elektriciteitsnet vol begint te raken. We stimuleren daarom bedrijven(terreinen) om oplossingen te zoeken ‘achter de meter’. Een van die oplossingen zou een kleine grondgebonden windturbine kunnen zijn, we staan deze daarom toe onder dezelfde voorwaarden als in het buitengebied. Daken van bedrijfsgebouwen zijn onttrokken van het straatbeeld en worden daarom al vaak gebruikt voor technische faciliteiten als luchtbehandelingskasten, liftsystemen etc. Op bedrijventerreinen staan we daarom ook kleine windturbines toe op de daken van gebouwen of bouwwerken.

8

5.3.4

Natuurgebieden (Natura2000, GNN en GO)

Volgens beleid zijn er geen mogelijkheden tot het plaatsen van kleine windturbines in natuurgebieden. Hiervoor moeten procedures voor worden doorlopen, inclusief uitgebreide (ecologische) onderzoeken. We verwachten dat de kosten van dergelijk onderzoek niet opwegen tegen de baten van een kleine windturbine. We zien daarom geen kans voor een haalbaar en uitvoerbaar initiatief voor kleine windturbines in natuurgebied. We sluiten daarom initiatieven voor kleine windturbines in natuurgebieden uit.

5.4

Afstand tot andere bebouwing

Indien er woningen van derden in de directe omgeving van een initiatief zijn, dient er een minimale afstand tussen de kleine windturbine en de gevel van deze woning(en) aangehouden te worden. Deze minimale afstand bedraagt 80 meter. Dit geldt enkel voor grondgebonden kleine windturbines. Dit geldt ook voor andere gevoelige objecten zoals zorgcomplexen, scholen, recreatiewoningen en kantoren. De eigen woning (van de initiatiefnemer) valt buiten de bescherming van de richtlijnen. Dit zijn zogenaamde molenaarswoningen. Er kan alleen sprake zijn van een molenaarswoning wanneer voldaan wordt aan minimaal 2 van de 3 bindingen tussen pand en windturbine. De drie bindingen zijn: technisch, organisatorisch en functioneel.

5.5

Inpassing

De kleine windturbines moeten ingepast worden in de bestaande omgeving. Er dient een ruimtelijke koppeling te zijn met de bestaande bebouwing, zodat een ruimtelijke eenheid wordt gevormd. Hierbij moet rekening gehouden te worden met de kleurstelling en het formaat van de windturbine in relatie tot de bestaande bebouwing en/of begroeiing. De voet van een grondgebonden windturbine kan eventueel ingepast worden met struweel. De windturbine moet daarom altijd in het bouwvlak gerealiseerd worden. Bij uitzondering kan er via een collegebesluit afgeweken worden tot maximaal ashoogte afstand van het bouwvlak. Hierbij dient aangetoond te worden dat bouwen binnen het bouwvlak onmogelijk is. Er dient daarnaast rekening gehouden te worden met zichtlijnen in het landschap vanaf woningen, wegen, paden en monumentale gebouwen. De grondgebonden kleine windturbines moeten gekoppeld zijn aan het erf, passend bij de landschappelijke structuur.

5.6

Communicatie

Kleine windturbines hebben impact op de directe omgeving. Het is daarom van belang om de omgeving in te lichten en te betrekken over/bij een initiatief en reacties uit de omgeving ter harte te nemen in de vergunningsaanvraag. We schrijven voor dat grond- en huiseigenaren 10x de totale hoogte van de kleine windturbine en binnen het slagschaduw- geluid- en externe veiligheidsgebied worden geïnformeerd (per brief, maar bij voorkeur persoonlijk) over het initiatief uiterlijk 1 maand voor het indienen van de vergunningsaanvraag. Bij de aanvraag dient een verslag van de omgevingsdialoog te worden opgenomen.

5.7

Inspanningsverplichting zon

De mogelijkheden voor zon-op-dak moeten volledig benut zijn voordat er over gegaan zal worden naar het bouwen van een kleine windturbine. We leggen een inspanningsverplichting op het realiseren van zon-op-dak alvorens kleinschalig wind een optie zal worden. Voor monumentale panden is de mogelijkheid voor zon-op-dak beperkter en zullen we hier soepeler mee omgaan, mits de windturbine geen afbreuk doet aan de monumentale panden.

5.8

Overige kaders

Om reflectie van zonlicht te voorkomen zijn reflecterende materialen niet toegestaan. Voor bedrijfsactiviteiten anders dan agrarisch gebruik moet worden aangetoond dat de windturbine te verenigen is met de activiteiten van het bedrijf.

9

Uitsluitend bij collegebesluit en initiatiefnemer moet aantoonbaar maken dat bouwvlak vol is

Figuur 1: plaatsing van een kleine windturbine als onderdeel van het (ruimtelijk ensemble van het) erf

10

6

Referenties en bronnen 1. 2. 3. 4.

Praktische toepassing van mini-windturbines, Agentschap NL Handreiking-miniwind-en-kleine-windmolens, NWEA Catalogue of European Urban Wind Turbine Manufacturers, Urbanwind.org Beleidslijn Windenergie, Provincie Gelderland

11

Bijlage A: Technieken kleine windturbines In deze bijlage zetten we kort en beknopt uiteen welke belangrijkste verschillende technieken er worden toegepast bij kleine windturbines. Het is niet bedoeld om allesomvattend te zijn, maar wel een helder beeld te geven over de verschillende technieken en de uiterlijke kenmerken. De techniek gaat hard en is aan verandering onderhevig. Technieken niet benoemd in deze bijlage worden niet bij voorbaat uitgesloten.

Horizontale as turbines Horizontale as turbines (HAT types) maken gebruik van dezelfde techniek als grote windturbines. De as ligt evenwijdig aan de richting van de wind en de wieken staan loodrecht op de richting van de wind. Sommige HAT types maken gebruik van het zogenaamde venturi-effect. Door de toepassing van een ring rondom de rotor. Door de vernauwing in de ring ontstaat een verschil in luchtdruk en versnelt de luchtstroom door de ring waardoor de rotor sneller gaat draaien.

Figuur 4: Voorbeelden van horizontale as turbines

Verticale as turbines Bij verticale as turbines (VAT types) staat de as loodrecht op de richting van de wind en de wieken of schoepen evenwijdig aan de as. VAT typen draaien niet met de windrichting mee en vangen de wind die loodrecht op de wieken komt. VAT types maken gebruik van een savonius rotor of een darrieus rotor. Soms worden VAT types ook horizontaal gemonteerd. Daardoor zijn er veel verschillende vormen van VAT types.

12

Savonius-rotor VAT types met een Savonius rotor maken gebruik van “schoepen” die de lucht vangen en de as laten draaien. Het werkingsprincipe van een Savonius rotor staat schematisch afgebeeld in Figuur 4.

Figuur 5: Werkingsprincipe Savonius-rotor

Figuur 6: Voorbeelden van verticale as turbines met Savonius-rotor

13

Darrieus-rotor VAT types met een Darrieus rotor maken gebruik van “vleugels” die door de wind gelift worden en de as laten draaien. Het werkingsprincipe van een Darrieus rotor staat schematisch afgebeeld in Figuur 6

Figuur 7: Werkingsprincipe Darrieus-rotor

Figuur 7: Voorbeelden van verticale as turbines met Darrieus-rotor

14

Montage mogelijkheden Kleine windturbines worden, met behulp van een sokkel of mast, gemonteerd op de grond of op een gebouw. Voor de montage met behulp van een mast zijn meerdere opties beschikbaar, welke in dit hoofdstuk worden toegelicht. In dit beleidskader zijn kaders opgenomen die betrekking hebben op de totale hoogte van de windturbine. Dit betreft bij alle types en in alle gevallen de afmeting gemeten vanaf de montagebasis (maaiveld of dakoppervlak) tot de bovenkant van de rotor.

Figuur 8: Maatvoering van HAT en VAT-type turbines

15

Grondopstelling met vakwerkmast Vakwerkmasten kennen we met name van hoogspanningsmasten. Maar ook windturbines maken gebruik van deze techniek. Een voorbeeld is weergegeven in Figuur 9.

Figuur 9: Voorbeeld van een HAT met een grondopstelling met vakwerkmast

16

Grondopstelling met zelfdragende mast Onder een zelfdragende mast wordt een buisvormige mast verstaan, welke zelfdragend en vrijstaand is. Een voorbeeld is weergegeven in Figuur 10.

Figuur 10: Voorbeeld van een HAT met een grondopstelling met zelfdragende mast

17

Grondopstelling met getuide mast Ook een getuide mast maakt gebruik van een buisvormige mast. De mast is niet zelfdragend, maar is verstevigd door tui-kabels. Een voorbeeld is weergegeven in Figuur 11.

Figuur 11: Voorbeeld van een HAT met een grondopstelling met getuide mast

18

Dakopstelling Kleine windturbines kunnen op bestaande gebouwen en bouwwerken worden geplaats. In sommige gevallen wordt hierbij gebruik gemaakt van een sokkel, kleine mast of andere vorm van montage. Voorbeelden zijn weergegeven in Figuur 12.

Figuur 12: Voorbeelden van kleine windturbines met een dakopstelling

Bijlage B: Beslisregels grondgebonden kleine windturbines Ten behoeve van inpassing in het bestemmingsplan en de welstandsnota, zijn onderstaande beslisregels opgesteld. Voor het toetsen van initiatieven voor grondgebonden kleine windturbines gelden de onderstaande beslisregels: 1) Kleine grondgebonden windturbines kunnen worden toegestaan in de gebieden zoals benoemd in paragraaf 5.3. 2) De kleine windturbine is een facilitaire voorziening. Onder een facilitaire voorziening verstaan wij een voorziening die ten dienste is van de eigen bedrijfsvoering; 3) De kleine windturbine is maximaal 29 meter hoog; 4) Er maximaal één turbine per bedrijf wordt gerealiseerd, bij een goede onderbouwing kan bij collegebesluit afgeweken worden naar maximaal twee per bedrijf, aanvrager toont daarbij aan dat de tweede molen een significante bijdrage kan leveren aan de bedrijfsvoering van aanvrager; 5) Er geen woning van derden binnen een straal van 80 meter bestemd is; 6) De kleine windturbine niet gekoppeld is aan een woonbestemming; 7) Aangetoond is dat de externe effecten binnen we gestelde normen van het Activiteitenbesluit blijven; 8) Aangetoond is dat de omgeving op de hoogte is gesteld van het initiatief; 9) De kleine windturbine op een erf wordt geplaatst of maximaal op ashoogte buiten het erf; 10) De exacte locatie van de kleine windturbine is gelegen binnen bestemmingsplan

‘agrarisch-komgebied’ of ‘bedrijf’, binnen het bestemmingsvlak of maximaal op ashoogte buiten het bouwvlak. Wanneer bouwvlak vol is, dan kan er met goede onderbouwing bij collegebesluit afgeweken worden van deze eis maar maximaal tot ashoogte buiten het bouwvlak; 11) Er bij het de kleine windturbine in kwestie geen gebruik wordt gemaakt van reflecterende materialen; 12) Er een ruimtelijke koppeling is tussen de kleine windturbine en de gebruiker van de geproduceerde elektriciteit; 13) De kleine windturbine zo goed mogelijk wordt ingepast; 14) De kleine windturbines moeten gekoppeld zijn aan het erf, passend bij de landschappelijke structuur; 15) Initiatiefnemer geeft schatting van verwachte opbrengsten en verbruik van energie; 16) Het initiatief voldoet aan alle relevante wet- en regelgeving; 17) Kleurstelling van de turbine moet passen binnen ruimtelijke omgeving. Waarbij felle kleuren verboden zijn;

Bijlage C: Beslisregels dakgebonden kleine windturbines Ten behoeve van inpassing in het bestemmingsplan en de welstandsnota, zijn onderstaande beslisregels opgesteld. Voor het toetsen van initiatieven voor grondgebonden kleine windturbines gelden de onderstaande beslisregels: 1) Kleine dakgebonden windturbines kunnen worden toegestaan in de gebieden zoals benoemd in paragraaf 5.3. 2) De kleine windturbine is een facilitaire voorziening. Onder een facilitaire voorziening verstaan wij een voorziening die ten dienste is van één bedrijf. 3) De kleine windturbine is maximaal 3m hoog. Dit betreft bij alle types en in alle gevallen de afmeting gemeten vanaf de montagebasis (dakoppervlak) tot de bovenkant van de rotor.; 4) De kleine windturbine niet gekoppeld is aan een woonbestemming; 5) Aangetoond is dat de externe effecten binnen we gestelde normen van het Activiteitenbesluit blijven; 6) Aangetoond is dat de omgeving op de hoogte is gesteld van het initiatief; 7) De kleine windturbine op een erf wordt geplaatst; 8) De exacte locatie van de kleine windturbine gelegen is binnen bestemmingsplan: ‘agrarisch-komgebied’ of ‘bedrijf’, binnen het bestemmingsvlak; 9) Bij plaatsing op een bedrijventerrein gebruik wordt gemaakt van een dakmontage; 10) Er bij het de kleine windturbine in kwestie geen gebruik wordt gemaakt van reflecterende materialen; 11) Er een ruimtelijke koppeling is

tussen de kleine windturbine en de gebruiker van de geproduceerde elektriciteit; 12) De kleine windturbine zo goed mogelijk wordt ingepast; 13) Het initiatief voldoet aan alle relevante wet- en regelgeving; 14) Kleurstelling van de turbine moet passen binnen ruimtelijke omgeving. Waarbij felle kleuren verboden zijn;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12878964/1