Bijlage 1.6.1 Quickscans hoofdrapport
Tekst van het document
Algemene inzichten laten zien dat in gunstige gevallen een hybride systeem soms al na 8 jaar in totale kosten goedkoper kan zijn dan een volledig gas-gestookte-cv.
22
7.5
Conclusie en aandachtspunten all-electric
Net zoals een hybride warmtepomp hangt de implementatie van een all-electric systeem (nog sterker) af van de specifieke woning. Vanwege de leverbare temperaturen is dit systeem voornamelijk geschikt voor woningen met een hoge isolatiegraad (label B of beter). Mits deze woningen ook goed geschikt te maken zijn voor een afgiftesysteem op lage temperatuur (speciale radiatoren of vloerverwarming) kan een all-electric systeem in de loop van de tijd goedkoper zijn en minder CO2 uitstoten dan een volledig gas-gestookte-woning. Daarnaast kan een all-electric systeem ook koeling leveren in de zomer. Let wel, dit kan de totale energievraag juist verhogen. Bij dit systeem is er geen gasaansluiting meer nodig. Als niet elke woning geschikt, te maken, is voor een all-electric systeem zal het gassysteem echter ‘in stand’ gehouden moeten worden door een kleiner aantal woningen. Ook moet worden opgemerkt dat CO2 uitstoot van dit systeem afhangt van wat voor stroom er door het net wordt geleverd. Het stroomnet speelt ook een rol in de capaciteit, en zal moeten worden verzwaard als een groot deel van de woningen elektrisch gaat verwarmen. De kostenschatting hiervoor is in de berekeningen meegenomen, maar het is de vraag of alle netverzwaring moet worden toegerekend aan het warmtesysteem. Ook de toenemende hoeveelheid zonnepanelen en elektrische auto’s vragen om een netverzwaring. 7.6
Vervolgstappen
Voor de verdere ontwikkeling baseren wij ons advies op drie sporen: het technisch-economisch spoor, het organisatorische spoor en het sociaalmaatschappelijke spoor. Technisch-economisch: De Quickscans kunnen waar nodig worden aangevuld en verdiept. Deze studie geeft een mooi beeld van een afwegingskader om uiteindelijk een beter afgewogen keuze te kunnen maken. In het geval er wordt overgegaan tot realisatie van een warmtesysteem, zal er telkens zowel een technische als een economische verdiepingsslag moeten plaatsvinden. Als naar aanleiding van deze studie blijkt dat er mogelijkheden zijn om ‘de knoppen’ zo te draaien dat een warmteoplossing realiseerbaar lijkt kan dat in vervolgstudies worden uitgezocht. Hierbij valt te denken aan: ▪ Concept engineering van het systeem;
▪ ▪
Bodem onderzoek t.b.v. de WKO; Financieringsmogelijkheden nader onderzoeken.
Organisatorisch: Het is van belang na te gaan wie (intern en extern) mee kunnen en zouden moeten praten over het toekomstige warmtesysteem. Ook moet de rolverdeling tussen gemeente, andere (semi-)overheden, betrokken bedrijven en inwoners verduidelijkt worden. Hiervoor kan een plan van aanpak worden opgesteld. Ook een tijdige voorbereiding vanuit het college is wenselijk, zodat ze tijdig een besluit kan nemen over rolneming in collectieve warmtesystemen. In dit plan zou ook een voorstel kunnen worden opgenomen over het meenemen/betrekken van de gemeenteraad en andere bestuurders van (semi-)overheden als het waterbedrijf, Provincie en het waterschap. Sociaal-maatschappelijk: Voor het vervolgtraject is het aan te raden om een communicatie- en participatieplan op te stellen. Hierin moet duidelijk worden waarom er met bepaalde wijken eerder wordt gestart dan in andere wijken (transitievisie). Samen met stakeholders wordt daarin bepaald hoe en op welk moment inwoners kunnen en willen participeren: co-creatie, actief input geven of vooral meeluisteren. Eerst moet de communicatie en participatie zich richten op de keuze voor een warmtesysteem, later ook op de uitvoering en realisatie van dit systeem. Dit resulteert in een samengevat stappenplan; 1. Opstellen communicatie- en participatieplan; voor, samen en met eigenaren en bewoners; 2.
Starten van verdiepend onderzoek naar alternatieven (waar nodig en gewenst voor het maken van een keuze); 3. Indien nog collectieve opties voor ogen, Politiek voorbereiden op besluit over rolneming in collectieve warmtenetten; o De randvoorwaarden opstellen over de organisatie of eigenaarschap van een collectief warmtesysteem (mits collectief net tot de mogelijkheden behoort) o Een voorstel maken over de rol van de gemeente voor collectief warmtesysteem o Bodemenergieplan 4. Samen met de bewoners, politiek en andere stakeholders uitgangspunten (‘keuze-kader’) formuleren en uiteindelijk een voorkeursscenario kiezen 5. Opstellen uitvoeringsplan al dan niet in co-creatie met de bewoners;
23
6. Plan maken voor de realisatie en exploitatie, bijvoorbeeld via concessieverlening; 7. Realisatie – de aanleg van het warmtesysteem; 8. Gebruik en exploitatie – o.a. monitoren hoe het systeem functioneert.
1
A1
Bijlage 1: voorwaarden en aannames waaronder deze studie is uitgevoerd
Deze Quickscan is gebaseerd op deskresearch en informatie die is aangeleverd door de gemeente West Maas en Waal. Het betreft een momentopname en heeft een beperkt detailniveau. Deze bijlage omschrijft de belangrijkste uitgangspunten van deze studie, die de resultaten significant kunnen beïnvloeden. Dit geeft een beeld van de belangrijkste parameters, die in een vervolg gedetailleerder uitgewerkt kunnen worden. Naast het verder verdiepen van het beoogde systeem, is het ook aan te raden om de haalbaarheid van andere alternatieven (warmteoplossingen) te onderzoeken en te vergelijken met het beoogde systeem. Het steeds gedetailleerder uitwerken van enkele strategieën is in lijn met de handreiking lokale analyse van het expertise centrum warmte (ECW). Ook de rekenmethodes zijn overeenkomstig met de templates van het ECW, maar gedetailleerder en specifieker uitgevoerd. Er zijn veel
kengetallen en datasets gemoeid met de technisch-economische analyse in de Quickscan. We verdelen deze data in drie categorieën op basis van de impact op de resultaten van de analyse en de mate waarin de generieke data past bij de lokale situatie (zie figuur 9). Enkele concrete getallen staan in bijlage 4. ▪ Te verrijken data (zie figuur 9- linksboven): data die grote impact hebben op de resultaten én waar op landelijk niveau weinig informatie over beschikbaar is. ▪ Optioneel te verrijken data (zie figuur 9 – linksonder): data die of een kleine impact hebben op de resultaten van de analyse, of al van redelijke kwaliteit zijn, kunnen worden verrijkt. Maar dit heeft geen prioriteit. Als er reden is om aan te nemen dat de lokale situatie sterk afwijkt van het gebruikte uitgangspunt kan verrijken van dit datatype een verbetering van de resultaten opleveren. ▪ Landelijk gevalideerde data (zie figuur 9 – rechtsboven): data die is afgestemd met verschillende stakeholders en geen verrijking behoeft. ▪ Rekenregels (zie figuur 9 – rechtsonder): er zijn enkele rekenregels en definities vastgesteld waar bij analyses rekening mee gehouden moet worden.
Figuur 5. Overzicht gebruikte data en bronnen
2
A2
Bijlage 2: Tabellen met gebruikte getallen
In de tabellen hieronder staan enkele van de gebruikte kentallen (CBS,PBL,SDE++,RHDHV).
Investering Bronnen HT
EUR/MW Warmtepomp
Opslag
X
€ 750.000 EUR/#
Open WKO bronnen (incl. Bronnet) Bronnen LT/Regeneratie
Warmtenet
Referentie vermogen MW
Herinvestering
0,50
€ 300.000
1,00 X
#
€ 300.000
EUR/MW Aquathermie
Schalingsfactor
1,00
X
EUR/#
1,00
EUR/#
EUR/MW 0,82
€0
€0
1,00
MW
€ 214.286
EUR/MW
Kosten verwijdering EUR/MW
€ 50.000
EUR/MW €0
EUR/M Transportnet
€ 1.000.000/m
Distributienet
€ 700/m
Aansluitleidingen
€ 400/m
Onderhoud en beheer Opex vaste kosten
2%
% van CAPEX
Verzekeringen
0%
% van CAPEX
Beheerkosten
7%
% van Rev
Communicatie
0,2
Euro/aansluiting/dag
Energie inkoop Inkoopprijs elektra
€ 0,05
EUR/kWh
Inkoopprijs gas
€ 0,25
EUR/m3
SDE Basis bedrag TEO
€ 0,0900
€ 0,0350
Correctie bedrag 3.500,00
Maximale vollasturen 15,00
Aantal subsidie jaren
€0
3
A3
Bijlage 3: RWS TEO viewer screenshots
Op de volgende pagina’s volgen per studiegebied screenshots uit de RWS TEO viewer. De rekenregels en modelparameters die voor deze viewer zijn gebruikt zijn te vinden in de technische bijsluiter: https://maps.rijkswaterstaat.nl/ExterneDocumentenProj/WVL_Aquathermie/Techni scheBijsluiter.pdf . Meer informatie kan verkregen worden bij RWS.
4
RWS TEO-viewer: TEO ALPHEN
5
RWS TEO-viewer: Altforst
6
RWS TEO-viewer: Appeltern
7
RWS TEO-viewer: Boven leeuwen
8
RWS TEO-viewer: Dreumel
9
RWS TEO-viewer: Maasbommel
10
RWS TEO-viewer: Wamel