Bijlage 1.4 Vergelijking instrumentkeuze tussen GR-teksten
Tekst van het document
Bij de verdeling komen in ieder geval, maar niet uitsluitend, de volgende aspecten aan de orde:
proofadviseurs.nl
Pagina 40 van 59
a. overname door deelnemers van geactiveerde goederen dan wel vergoeding wegens niet overnemen; b. overname van contractuele verplichtingen jegens leveranciers, dan wel vergoeding wegens niet overname; c. overname door deelnemers van personeelsleden, dan wel vergoeding wegens niet overname; d. eventuele nadelige financiële consequenties ten gevolge van de liquidatie; e. eventuele fiscale consequenties in verband met omzetbelasting en/of vennootschapsbelasting. 10. Nadat het voorstel overeenkomstig het zesde lid is vastgesteld is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan UBR te voldoen. De UBR stelt de uittredende deelnemer desgewenst in de gelegenheid door de overname van personeel, materieel, activa, passiva de hoogte van de desintegratiekosten te verminderen. 11. De gevolgen van de uittreding worden, op basis van het voorstel, bedoeld in het zesde lid, bij gelijkluidend besluit vastgesteld door de colleges. 12. Bij geschillen naar aanleiding van de vorige leden, is de geschillenregeling van artikel 47 van overeenkomstige toepassing.
proofadviseurs.nl
Pagina 41 van 59
Uittreding
Minimale variant
Veiligheidsregio Gelderland Zuid
Artikel 36a Voorwaarden en gevolgen van uittreding
1. Uittreding uit deze regeling kan alleen na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s. 2. Als er geen wettelijke voorziening omtrent uittreding is vastgesteld, dan is uittreding alleen mogelijk met inachtneming van de voorwaarden die ingevolge dit artikel worden verbonden aan het uittredingsproces. 3. De deelnemende gemeenten hanteren als uitgangspunt voor de bepaling van de uittreedsom dat de uittredende gemeente over een periode van vijf jaar de eigen bijdrage moet doorbetalen, waarbij deze bijdrage ieder jaar met twintig procent afneemt, zodat de uittredende gemeente in het zesde jaar niet meer hoeft te betalen, tenzij de bevindingen van de projectgroep aanleiding vormen tot bijstelling van dat uitgangspunt. 4. De gevolgen van de uittreding worden in kaart gebracht door een projectgroep die wordt samengesteld door het dagelijks bestuur. Onder de gevolgen van de uittreding wordt in ieder geval begrepen de gevolgen voor het vermogen van deze gemeenschappelijke regeling op het gebied van personeel, contracten, huisvesting en investeringen. De projectgroep levert een eindrapport op waarin de bevindingen, de daaraan verbonden gevolgen en eventuele conclusies zijn opgenomen. 5.
De projectgroep bestaat uit tenminste een afgevaardigde van het dagelijks bestuur, een afgevaardigde van de uittredende gemeente en één of meer onafhankelijk deskundigen waaronder in ieder geval een registeraccountant, in gezamenlijkheid te
proofadviseurs.nl
Pagina 42 van 59
benoemen. De kosten van de in te schakelen deskundigen komen voor rekening van de uittredende gemeente. 6. De projectgroep rapporteert aan het dagelijks bestuur. 7. De ondernemingsraad en/of het georganiseerd overleg worden betrokken bij het uittredingsproces en in de gelegenheid gesteld om hun bevoegdheden ten aanzien van de uittreding uit te oefenen. 8. Alvorens het algemeen bestuur de uittreedsom vaststelt, stelt het dagelijks bestuur het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over het eindrapport van de projectgroep alsmede van de eventuele conclusies die het dagelijks bestuur daaraan verbindt. 9. Het algemeen bestuur stelt de uittreedsom vast bij besluit genomen bij meerderheid van stemmen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 van deze regeling. 10. De frictiekosten en desintegratiekosten maken in ieder geval onderdeel uit van de uittreedsom. De desintegratiekosten betreffen alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door de veiligheidsregio die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van de risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. De frictiekosten betreffen alle incidentele kosten te maken door de veiligheidsregio die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer.
proofadviseurs.nl
Pagina 43 van 59
11. Het algemeen bestuur neemt het besluit tot vaststelling van de uittreedsom uiterlijk twaalf maanden na ontvangst van het gemeentelijke uittredingsbesluit als dat aan de orde is of twaalf maanden nadat de indeling in regio’s zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s is gewijzigd. De beslistermijn kan éénmaal worden verdaagd met zes maanden. 12. Nadat het algemeen bestuur de uittreedsom heeft vastgesteld, stelt het bestuur de gewijzigde gemeenschappelijke regeling op met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 van de wet. 13. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij de colleges van burgemeester en wethouders van hun gemeente conform het bepaalde in artikel 1 van de wet hun zienswijze over het ontwerp van de regeling zoals deze eruit komt te zien na uittreding van de betreffende gemeente naar voren brengen. 14. De colleges van burgemeester en wethouders gaan niet over tot het treffen van de gewijzigde regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden conform het bepaalde in artikel 1 van de wet. 15. De uittredende gemeente blijft tot aan het moment van daadwerkelijke uittreding volwaardig deelnemer en dient tot aan dat moment al zijn verplichtingen na te komen met betrekking tot deze gemeenschappelijke regeling. 16. De aangepaste gemeenschappelijke regeling wordt bekend gemaakt overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 van de wet.
proofadviseurs.nl
Pagina 44 van 59
Uittreding
Minimale variant
Werkzaak Artikel 36 – Uittreding Rivierenland
1. Uittreding van een of meer deelnemers is gedurende een periode van vijf jaar na toetreding niet mogelijk. 2. Na de in het eerste lid genoemde periode kan een deelnemer uittreden door toezending van de daartoe strekkende besluiten van de bestuursorganen aan het algemeen bestuur. 3. De uittreding kan slechts plaatsvinden op 1 januari van ieder jaar met inachtname van een opzegtermijn van 2 jaar. 4. Het algemeen bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor Werkzaak Rivierenland. Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel, bedoeld in het vierde lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid, van de wet. De kosten voor het maken van het voorstel komen voor rekening van het college dat voornemens is uit te treden. 5. Ten behoeve van het voorstel voor de financiële, personele en overige gevolgen, bedoeld in het vorige lid schrijven wordt een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant opdracht verleend een de genoemde gevolgen in kaart te brengen. De opdracht wordt verstrekt door het dagelijks bestuur. Voorafgaand aan de opdrachtverstrekking wordt de uitredende deelnemer in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de opdracht. 6.
Het voorstel bedoeld in het vierde lid wordt definitief vastgesteld door het algemeen bestuur nadat de uittredende deelnemer in de gelegenheid is gesteld een zienswijze te geven.
proofadviseurs.nl
Pagina 45 van 59
Voor de zienswijze geldt een termijn van acht werken voor vaststelling. Alsdan zijn de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen bindend. Het definitieve voorstel wordt vastgesteld uiterlijk acht kalendermaanden nadat de deelnemer zijn voornemen tot uittreding overeenkomstig het vorige lid bekend heeft gemaakt. 7. Werkzaak Rivierenland en de uittredende deelnemer en de blijvende deelnemers spannen zich gezamenlijk in om frictiekosten en desintegratiekosten zo laag mogelijk te houden. 8. Het voorstel bedoeld in het vierde en zesde lid vermeldt de verdeling van desintegratiekosten en frictiekosten. Financieel uitgangspunt voor de bepaling van kosten en prijzen vormt de meest recente vastgestelde jaarrekening op dat moment. Bij de verdeling komen in ieder geval, maar niet uitsluitend, de volgende aspecten aan de orde: a. overname door deelnemers van geactiveerde goederen dan wel vergoeding wegens niet overnemen; b. overname van contractuele verplichtingen jegens leveranciers, dan wel vergoeding wegens niet overname; c. overname door deelnemers van personeelsleden, dan wel vergoeding wegens niet overname; d. eventuele nadelige financiële consequenties ten gevolge van de liquidatie; e. eventuele fiscale consequenties in verband met omzetbelasting en/of vennootschapsbelasting.
proofadviseurs.nl
Pagina 46 van 59
9. Nadat het voorstel overeenkomstig het zesde lid is vastgesteld is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan Werkzaak Rivierenland te voldoen. Werkzaak Rivierenland stelt de uittredende deelnemer desgewenst in de gelegenheid door de overname van personeel, materieel, activa, passiva de hoogte van de desintegratiekosten te verminderen. 10. De gevolgen van de uittreding worden, op basis van het voorstel, bedoeld in het zesde lid, bij gelijkluidend besluit vastgesteld door de colleges. 11. Bij geschillen over het naar aanleiding van de vorige leden, is de geschillenregeling van artikel 34 van de WGR van overeenkomstige toepassing.
proofadviseurs.nl
Pagina 47 van 59
1.7 Onderzoeksbevoegdheid Instrument
Variant
Organisatie
Artikel
Wijziging
Onderzoeksbevoegdheid
Zonder keuze
AVRI
Artikel 31: Verantwoordelijkheid algemeen bestuur
4.De raden kunnen gezamenlijk op voorstel van een van hen een onderzoek instellen naar het gevoerde bestuur en voor dat doeleinde een onderzoekscommissie instellen. De artikelen 155g en 155h van de Gemeentewet zijn van toepassing. Een en ander onverminderd de bevoegdheid van de rekenkamers van de deelnemers op grond van artikel 184 Gemeentewet.
Onderzoeksbevoegdheid
Zonder keuze
BSR
Artikel 3 Bestuur
7. De gemeenteraden en algemeen besturen van de deelnemers kunnen gezamenlijk op voorstel van een van hen een onderzoek instellen naar het gevoerde bestuur en voor dat doeleinde een onderzoekscommissie instellen. De artikelen 155g en 155h van de Gemeentewet zijn van toepassing. Een en ander onverminderd de bevoegdheid van de rekenkamers van deelnemers op grond van artikel 184 Gemeentewet.
Onderzoeksbevoegdheid
Zonder keuze
BVEB
Artikel 12
5. De raden van de gemeenten kunnen gezamenlijk op voorstel van een van hen een onderzoek instellen naar het gevoerde bestuur en voor dat doeleinde een onderzoekscommissie instellen. De artikelen 155g en 155h van de Gemeentewet zijn van toepassing. Een en ander onverminderd de bevoegdheid van de rekenkamers van gemeentes op grond van artikel 184 Gemeentewet.
proofadviseurs.nl
Pagina 48 van 59
Onderzoeksbevoegdheid
Zonder keuze
BWB
Artikel 12 – Informatie, zienswijzen, inlichtingen, verantwoording en ontslag bestuursleden
6. De raden van de gemeenten kunnen gezamenlijk op voorstel van een van hen een onderzoek instellen naar het gevoerde bestuur en voor dat doeleinde een onderzoekscommissie instellen. De artikelen 155g en 155h van de Gemeentewet zijn van toepassing. Een en ander onverminderd de bevoegdheid van de rekenkamers van gemeentes op grond van artikel 184 Gemeentewet.
Onderzoeksbevoegdheid
Zonder keuze
GGD Gelderland Zuid
Niet in de GR opgenomen zodat de wettelijke bepaling van artikel 155g Gemeentewet geldt.
Er heeft geen wijziging in de GR-tekst plaatsgevonden ten aanzien van dit instrument.
Onderzoeksbevoegdheid
Zonder keuze
ODR
Artikel 7. Bevoegdheden
3. De gemeenteraden en Provinciale Staten kunnen gezamenlijk op voorstel van een van hen een onderzoek instellen naar het gevoerde bestuur en voor dat doeleinde een onderzoekscommissie instellen. De artikelen 155g en 155h van de Gemeentewet zijn van toepassing. Een en ander onverminderd de bevoegdheid van de rekenkamers van de deelnemers op grond van artikel 184 Gemeentewet.
Onderzoeksbevoegdheid
Zonder keuze
RAR
Artikel 18
7. De gemeenteraden van de deelnemers kunnen gezamenlijk op voorstel van een van hen een onderzoek instellen naar het gevoerde bestuur en voor dat doeleinde een onderzoekscommissie instellen. De artikelen 155g en 155h van de Gemeentewet zijn van toepassing. Een en ander onverminderd de bevoegdheid van de rekenkamers van deelnemers op grond van artikel 184 Gemeentewet.
Onderzoeksbevoegdheid
Zonder keuze
Regio Artikel 15 Externe inlichtingenRivierenland en verantwoordingsverplichtingen
proofadviseurs.nl
9. De raden van de gemeenten kunnen gezamenlijk op voorstel van een van hen een onderzoek instellen naar het gevoerde bestuur en voor dat doeleinde een onderzoekscommissie instellen. De artikelen 155g en 155h van de Gemeentewet zijn van
Pagina 49 van 59
toepassing. Een en ander onverminderd de bevoegdheid van de rekenkamers van gemeentes op grond van artikel 184 Gemeentewet. Onderzoeksbevoegdheid
Zonder keuze
UBR
Artikel 5: Algemeen
5. De raden kunnen gezamenlijk op voorstel van een van hen een onderzoek instellen naar het gevoerde bestuur en voor dat doeleinde een onderzoekscommissie instellen. De artikelen 155g en 155h van de Gemeentewet zijn van toepassing. Een en ander onverminderd de bevoegdheid van de rekenkamers van deelnemers op grond van artikel 184 Gemeentewet.
Onderzoeksb evoegdheid
Zonder keuze
Veiligheidsregio Gelderland Zuid
Niet in de GR opgenomen zodat de wettelijke bepaling van artikel 155g Gemeentewet geldt.
Er heeft geen wijziging in de GR-tekst plaatsgevonden ten aanzien van dit instrument.
Onderzoeksbevoegdheid
Zonder keuze
Werkzaak Artikel 25 – Recht van Rivierenland onderzoek en rekenkameronderzoek
proofadviseurs.nl
De raden van de gemeenten kunnen gezamenlijk op voorstel van een van hen een onderzoek instellen naar het gevoerde bestuur en voor dat doeleinde een onderzoekscommissie instellen. De artikelen 155g en 155h van de Gemeentewet zijn van toepassing. Een en ander onverminderd de bevoegdheid van de rekenkamers van gemeentes op grond van artikel 184 Gemeentewet.
Pagina 50 van 59
1.8 Termijnen P&C Cyclus Instrument
Variant
Organisatie
Artikel
Wijziging
Termijnen
Zonder keuze
AVRI
Artikel 27: Kadernota en begroting
1.Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden. 2.Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden. 8.Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.
Termijnen
Zonder keuze
BSR
Artikel 28: Jaarrekening
1.Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, de voorlopige jaarrekening aan de raden.
Artikel 30 Kadernota en Begroting
1. Het dagelijks bestuur zendt de algemene financiële en beleidskaders uiterlijk 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan de algemene besturen dan wel de gemeenteraden van de deelnemers van BSR. 2. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de algemene besturen c.q. de raden van de deelnemers van BSR.
Artikel 32 Jaarstukken
proofadviseurs.nl
1. Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige jaarstukken voor 30 april van het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking
Pagina 51 van 59
hebben, aan de algemene besturen dan wel de gemeenteraden van de deelnemers van BSR. Termijnen
Termijnen
proofadviseurs.nl
Zonder keuze
Zonder keuze
BVEB
BWB
Artikel 18 Kaderbrief
Het bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders toe aan de raden van de deelnemers. Deze kaders bevatten in ieder geval een indicatie van de gemeentelijke bijdrage, de beleidsvoornemens en de prijscompensatie voor het begrotingsjaar.
Artikel 20 Jaarrekening
1. Het bestuur zendt de voorlopige jaarrekening over het afgelopen kalenderjaar jaarlijks vóór 30 april toe aan de raden van de deelnemers.
Artikel 21 – Kaderbrief
Het bestuur zendt uiterlijk op 15 februari van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders toe aan de raden van de deelnemers. Deze kaders bevatten in ieder geval een indicatie van de gemeentelijke bijdrage, de beleidsvoornemens en de prijscompensatie voor het begrotingsjaar.
Artikel 23 – Jaarrekening
1.Het bestuur zendt de voorlopige jaarrekening over het afgelopen kalenderjaar jaarlijks vóór 30 april toe aan de raden van de deelnemers.
Pagina 52 van 59
Termijnen
Zonder keuze
GGD Gelderland Zuid
Artikel 30a Kaderbrief
1. Het dagelijks bestuur zendt middels een kaderbrief de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten, vóór 15 oktober van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de ontwerpbegroting voor het daarop volgende jaar wordt vastgesteld. In de kaders wordt in ieder geval ingegaan op de wijze waarop wordt omgegaan met de jaarlijkse loonontwikkeling en de prijsontwikkeling, en worden de belangrijkste te verwachten begrotings-ontwikkelingen opgenomen.
Artikel 31 Begrotingsprocedure
1. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting vóór 1 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 4. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur biedt de raden een termijn van minimaal twaalf weken voor het schriftelijk naar voren brengen van een zienswijze. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 6. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient.
Artikel 33 Jaarrekening
proofadviseurs.nl
8. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten. 1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 april van het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft de voorlopige
Pagina 53 van 59
jaarrekening (met daarbij gevoegd de accountantsverklaring) en het jaarverslag aan de raden van de deelnemende gemeenten. Termijnen
Zonder keuze
ODR
Artikel 27. Jaarrekening
2. Het dagelijks bestuur zorgt voor de toezending van de voorlopige jaarrekening vergezeld van een behoorlijke toelichting aan Provinciale Staten en de gemeenteraden en wel vóór 30 april van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.
Termijnen
Zonder keuze
RAR
Artikel 24
1. Alvorens door het algemeen bestuur tot vaststelling c.q. voorlopige vaststelling van de begroting, een wijziging van die begroting wordt besloten krijgen de gemeenteraden minimaal 12 weken de gelegenheid zienswijzen tegen bedoelde (concept) stukken bij het algemeen bestuur in te dienen, conform de procedure zoals opgenomen in de Wet. 4. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten en, zo nodig, aan de raden van de deelnemers. 6. Het dagelijks bestuur overlegt aan de gemeenteraden van de deelnemers voor 30 april van elk jaar de algemene financiële- en beleidsmatige kaders voor het volgend jaar en de voorlopige jaarrekening over het afgelopen jaar.
Termijnen
Zonder keuze
Regio Rivierenland
Artikel 22 Begroting
1.Het dagelijks bestuur zendt vóór uiterlijk 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden. 2. Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks, vóór 1 april maar in elk geval ten minste twaalf weken voor de in lid 6 bedoelde vaststelling, de raden een ontwerp aan voor de begroting met toelichting van Regio Rivierenland en een meerjarenraming met
proofadviseurs.nl
Pagina 54 van 59
toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren.
Termijnen
proofadviseurs.nl
Zonder keuze
UBR
Artikel 25 Aanbieding rekening
2. De in het eerste lid bedoelde stukken worden aan het algemeen bestuur en aan de raden van de gemeenten toegezonden voor 30 april van het jaar dat volgt op het dienstjaar waarop zij betrekking hebben.
Artikel 26 Vaststelling rekening Artikel 24: Kadernota
1. Het algemeen bestuur onderzoekt de rekening zonder uitstel en stelt haar vast voor 15 juli van het jaar volgende op dat waarop zij betrekking heeft. Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 april maar in elk geval uiterlijk 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden.
Artikel 29: Jaarrekening
2. Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 april maar in elk geval uiterlijk voor 30 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening aan de raden.
Pagina 55 van 59
Termijnen
Zonder keuze
Veiligheidsregio Gelderland Zuid
Artikel 32 Begrotingsprocedure
1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders (kortweg: kadernota) aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting tenminste twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 8. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten.
Artikel 34 Jaarrekening
Termijnen
Zonder keuze
Werkzaak Artikel 31 – Jaarrekening Rivierenland
1.Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. 1. Tot de grondslag van het financiële beheer van het openbaar lichaam strekt een jaarlijkse jaarrekening, die telkens uiterlijk 14 juli van het jaar, volgend op het kalenderjaar waar zij voor geldt, door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. De rekening moet zijn vergezeld van een verslag van het onderzoek naar de betrouwbaarheid van de jaarrekening ingesteld door de overeenkomstig art. 213 van de Gemeentewet aangewezen deskundigen en van hetgeen het dagelijks bestuur voor zijn verantwoordingstaak verder dienstig acht. 2. Het dagelijks bestuur zendt de voorlopige jaarrekening voor 30 april, toe aan de raden van de deelnemers. Deze raden worden in de gelegenheid gesteld bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de voorlopige jaarrekening naar voren te brengen. De termijn hiervoor is acht weken. Het dagelijks bestuur voegt de
proofadviseurs.nl
Pagina 56 van 59
commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de voorlopige jaarrekening, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
1.9 Verplichte reactie DB op zienswijze op begroting Instrument
Variant
Organisatie
Artikel
Wijziging
Reactie DB Zonder op zienswijze keuze begroting
AVRI
Artikel 27: Kadernota en begroting
5. Het dagelijks bestuur stelt de raden voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Reactie DB Zonder op zienswijze keuze begroting
BSR
Artikel 30 Kadernota en begroting
5.Het dagelijks bestuur stelt de gemeenteraden en de algemeen besturen van de deelnemers voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 8.Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, toe aan gedeputeerde staten van Gelderland. 11.Van het bepaalde in het achtste lid alsmede van het bepaalde in artikel 191 van de Gemeentewet en artikel 101 Waterschapswet kan worden afgeweken ten aanzien van begrotingswijzigingen die het totaalbedrag van de begroting en de deelnemersbijdrage niet aantasten, alsmede geen afwijking inhouden van het algemeen en financieel beleid.
proofadviseurs.nl
Pagina 57 van 59
Reactie DB Zonder op zienswijze keuze begroting
BVEB
Artikel 19 Begroting
2. Voorafgaand aan de vaststelling van de begroting door het bestuur, stelt het bestuur de raden van de deelnemers schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze en de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Reactie DB Zonder op zienswijze keuze begroting
BWB
Artikel 22 – Begroting
2. Voorafgaand aan de vaststelling van de begroting door het bestuur, stelt het bestuur de raden van de deelnemers schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze en de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Reactie DB Zonder op zienswijze keuze begroting
GGD Gelderland Zuid
Artikel 31 Begrotingsprocedure
5. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting door het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze zoals bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Reactie DB Zonder op zienswijze keuze begroting
ODR
Artikel 26. Begroting
9. Het dagelijks bestuur stelt de raden en provinciale staten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het zesde lid, alsmede van de eventuele conclusie die het daaraan verbindt.
Reactie DB Zonder op zienswijze keuze begroting
RAR
Artikel 24
3. Het dagelijks bestuur stelt de gemeenteraden van de deelnemers voorafgaande aan het vaststelling van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
proofadviseurs.nl
Pagina 58 van 59
Reactie DB Zonder op zienswijze keuze begroting
Regio Artikel 22 Begroting Rivierenland
5. Het dagelijks bestuur stelt de raden voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Reactie DB Zonder op zienswijze keuze begroting
UBR
Artikel 26: Begrotingsprocedure
4. Het dagelijks bestuur stelt de raden voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Reactie DB Zonder op zienswijze keuze begroting
Veiligheidsregio Gelderland Zuid
Artikel 32 Begrotingsprocedure
5. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting door het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze zoals bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Reactie DB Zonder op zienswijze keuze begroting
Werkzaak Artikel 30 – Begroting Rivierenland
proofadviseurs.nl
3. Het dagelijks bestuur stelt de gemeenteraden voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het tweede lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Pagina 59 van 59