Bijlage 1.1 bij Aanbiedingsbrief - Kaderbrief programmabegroting
Tekst van het document
Krachtige gemeenten werken samen.
Kaderbrief Programmabegroting 2026 Allereerst willen wij benadrukken dat we ons zeer bewust zijn van de vele uitdagingen waar gemeenten de komende jaren mee worden geconfronteerd en specifiek de financiële druk als gevolg van het huidige Rijksbeleid met betrekking tot de financiering van gemeenten. Wij hebben daar bij het opstellen van deze kaderbrief op geanticipeerd en zien deze uitdaging als een gezamenlijke opgave waarvoor we ons maximaal zullen inspannen. In deze kaderbrief gaan we specifiek in op de oproep van gemeenten om de vier door gemeenten genoemde punten in het kader van keuze- en besparingsscenario’s voor de begroting 2026 in beeld te brengen en wordt ingegaan op de relatie tussen deze oproep en het momenteel lopende gesprek met gemeenten over de volgende stap in de GR Regio Rivierenland (takendiscussie). Algemene uitgangspunten voor de (Programma)begroting 2026 De kaderbrief geeft het financiële beleidskader weer voor de Programmabegroting 2026 en vormt daarmee de start voor het opstellen van de begroting 2026. In deze kaderbrief worden de belangrijkste financiële en beleidsmatige uitgangspunten opgenomen en wordt ingegaan op de begrotingseffecten van actuele ontwikkelingen.
Bij de samenstelling van de begroting 2026 houden we rekening met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), fiscale en overige wet- en regelgeving en de Financiële verordening Regio Rivierenland. Conform de in 2014 gemaakte afspraken over de werkwijze van Regio Rivierenland, leggen wij voor nieuwe opdrachten in programma 1 binnen onze GR een startnotitie ter besluitvorming voor aan de raden van de deelnemende gemeenten zodat het democratisch proces geborgd is. In de kaderbrief kondigen we de startnotities aan voor de onderwerpen waar deze worden voorzien. De basis voor de begroting 2026 vormt het bestaande beleid zoals geformuleerd en geraamd in de Programmabegroting 2025 inclusief de besluiten van het Algemeen Bestuur. Nieuwe ontwikkelingen die relevant zijn voor de begroting 2026 worden eveneens meegenomen. De inwoneraantallen worden geraamd op de voorlopige aantallen op 1 januari 2025 van het Centraal Bureau voor de Statistiek, conform de in de gemeenschappelijke regeling Regio Rivierenland opgenomen bepalingen. In de begroting 2026 worden de kosten toegerekend aan de activiteiten die door Regio Rivierenland worden uitgevoerd, waarbij de verdeelsleutels geharmoniseerd worden.
Oproep gemeenteraden Hierna gaan we in op de oproep van de gemeenten om te inventariseren of er efficiëntiemaatregelen zijn te nemen, of de kosten op overhead en bedrijfsvoering kunnen worden verlaagd, welke nietwettelijke taken er voor de gemeenten worden uitgevoerd en welke keuzescenario’s er mogelijk zijn. Efficiëntiemaatregelen In april 2024 is het plan bedrijfsvoering Regio Rivierenland door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Dit plan beschrijft welke capaciteit en digitaliseringsslag bij bedrijfsvoering nodig zijn om in balans te zijn met de taken in het primaire proces. De dekking voor uitvoering van dit plan is gevonden binnen de eigen begroting. Door het op orde brengen van de capaciteit in combinatie met een interne digitaliseringsslag, kunnen we efficiënter werken waardoor we kwalitatief goede dienstverlening kunnen blijven leveren zonder dat de kosten voor gemeenten stijgen.
1
Overhead en bedrijfsvoering De minimale capaciteit die bij bedrijfsvoering nodig is om een adequate ondersteuning te bieden aan de primaire processen is beargumenteerd vastgelegd in het plan bedrijfsvoering Regio Rivierenland (april 2024). Na vaststelling van dit plan is de capaciteit bij bedrijfsvoering in balans gebracht met de primaire taken. Er is derhalve geen sprake van overcapaciteit binnen bedrijfsvoering en de bijbehorende budgetten zijn net toereikend. Echter, gelet op het dringende verzoek van de gemeenten en de nijpende situatie die we als een gezamenlijke opgave zien, achten we het (mede gelet op het wegvallen van het traineeship per februari 2025) mogelijk om de capaciteit binnen HR te verlagen met 0,22 fte. Dit resulteert in €28.000 aan lagere overheadkosten. De verwachte opbrengst uit rente zullen we opnemen in de primitieve begroting. Dit resulteert in een verlaging van de gemeentelijke bijdrage. Niet-wettelijke taken Voor alle taken in het primaire proces (programma 1 en programma 2 uit de begroting) is in kaart gebracht of de taak een wettelijke verplichting is voor gemeenten, of er een druk vanuit een andere overheid is voor regionale samenwerking of dat er overige redenen zijn voor een aanpak op regionaal schaalniveau.
Dit overzicht is reeds in de beeldvormende vergaderingen van september en oktober 2024 met de raden gedeeld, inclusief een toelichting op de bij ons belegde taken. Bijgevoegd treft u dit overzicht nogmaals aan. Keuzescenario’s Op dit moment zijn we samen met de gemeenten in gesprek over de volgende stap in de GR Regio Rivierenland (takendiscussie). In dit lopende proces hebben we onze huidige taken in beeld gebracht. Tevens is er een afwegingskader opgesteld als hulpmiddel om af te wegen of een opgave bij de GR Regio Rivierenland belegd zou moeten worden (dit inclusief helderheid over de benodigde governance om de taken, rollen en verantwoordelijkheden binnen de GR uit te voeren en in te vullen). Daarnaast is er een berekeningssystematiek opgesteld voor op- en afschalen van bedrijfsvoering in programma 3 om de programma's 1 en 2 te faciliteren. Momenteel bespreken we samen met de gemeenten alle bij de GR Regio Rivierenland belegde taken met behulp van een afwegingskader om te bezien of de taken toekomstbestendig zijn belegd of dat taken anders georganiseerd moeten worden. In dit lopende proces wordt duidelijk hoe we met de taken om moeten gaan, waarna het, conform besluitvorming in de raden, wordt doorgevoerd.
Programma 1: Regionale Samenwerking Het faciliteren van de regionale samenwerking op en uitvoering van opgaven, programma's en projecten - Economie (incl. accenten), Mobiliteit, Public affairs & Lobby, Regionale Energiestrategie (RES) en Wonen- en bijbehorende ambitieversnellers als de Regio Deal, LEADER, het Mobiliteitsfonds en het Regionaal Stimuleringsfonds vraagt personele inzet (programmamanagers en adviseurs) van de Regio. Deze inzet wordt zo veel als mogelijk binnen de bestaande budgettaire kaders van de (meerjaren)begroting uitgevoerd. Wel wordt bij het opstellen van deze kaderbrief, net als in de kaderbrief 2025, de samenwerking rond het ruimtelijk vraagstuk voorzien als een meerjarige regionale opgave voor gemeenten. Deze opgave hangt nauw samen met de andere bij programma 1 belegde opgaven. Voor deze ruimtelijke opgave volgt, na eventuele positieve besluitvorming door de raden over ‘de volgende stap voor GR Regio Rivierenland’, een startnotitie. Dit geldt ook voor de doorontwikkeling van de regionale gebiedsagenda naar een regionale kansenagenda en bijbehorende regionale investeringsagenda (RIA). Deze integrale opgave hangt nauw samen met de bij programma 1 belegde opgaven en het realiseren van de daarvoor noodzakelijke geldstromen.
Voor deze opgave volgt, na eventuele positieve besluitvorming door de raden over ‘de volgende stap voor GR Regio Rivierenland’ een startnotitie.
2
Wel is het specifieke uitgangspunt dat de opgave ‘Regionale kansenagenda en investeringsagenda’ als opgave zoveel mogelijk kostenneutraal wordt gefinancierd, ondanks dat het een nieuwe bij Regio Rivierenland belegde taak betreft. Onderdeel van de discussie ‘de volgende stap voor Regio Rivierenland’ betreft daarom voor deze opgave een verschuiving van inzet van bestaande middelen. Het proces bij het Rijk om te gaan werken met regionale meerjarige structurele kansenagenda's volgt op het landelijke proces van de afgelopen jaren om te werken met de kortlopende, incidentele Regio Deals. In afwachting van de besluitvoering door het Rijk, hopen wij in 2026 uitvoering te mogen geven aan de Regio Deal FruitDelta Rivierenland 6e tranche.
Programma 2: Contractgestuurde Dienstverlening
Binnen programma 2 worden de volgende taken uitgevoerd: Inkoop, Leerplicht, Doorstroompunt en vsv-programma, Sociale recherche, Versis, WMO/Jeugd en Inburgering. Deze taken zijn onderdeel van het gesprek met de gemeenten over de volgende stap in de GR Regio Rivierenland (takendiscussie). Hierbij wordt, met behulp van een afwegingskader, besproken of de taken toekomstbestendig zijn belegd of dat taken anders georganiseerd moeten worden. Uitgangspunt voor de begroting 2026 is, dat de uurtarieven van de activiteiten die onder Contractgestuurde Dienstverlening vallen in lijn liggen met het niveau van de werkelijke kosten. Vanaf 2026 wordt de wetswijziging Van School naar Duurzaam Werk verwacht. Voor het Doorstroompunt betekent dit een verbreding van de doelgroep van 23 tot 27 jaar en intensievere samenwerking met het mbo en Werk en Inkomen. Het Doorstroompunt wordt bekostigd vanuit rijksmiddelen. Landelijk is een nieuwe financiële verdeelsleutel aangekondigd. De doorberekening naar onze regionale formatie en inzet moet nog gemaakt worden. Dit proces is opgestart en zal in 2025 verder vorm krijgen. In de begroting van 2026 wordt de nieuwe DVO Uitvoering Wet Inburgering 2021 verwerkt.
Programma 3: Algemene Baten & Lasten
De gemeenschappelijke regelingen (GR-en) in de regio Rivierenland hebben in overleg met de controllers van de gemeenten met elkaar afspraken gemaakt over de systematiek van indexatie van lonen en prijzen. Uitgangspunt hierbij zijn de CPB indexcijfers, zoals opgenomen in de septembercirculaire van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Bij de samenstelling van de begroting 2026 (meerjarenramingen 2027 - 2029) wordt rekening gehouden met de navolgende financiële uitgangspunten.
Salarissen
Algemeen uitgangspunt is dat de personele formatie en de bijbehorende salariskosten voor de begroting 2026 worden geraamd op basis van de actuele personele formatie in februari/maart 2025.
Cao-afspraken en raming salariskostenstijging Voor de lonen wordt als basis de laatst bekende CAO gehanteerd. De huidige CAO heeft een looptijd tot en met 31 maart 2025. Vanaf 1 april 2025 wordt daarom aansluiting gezocht bij de door het CPB geraamde stijging van de lonen (loonvoet sector overheid), die in de door BZK uitgebrachte septembercirculaire is gepubliceerd. Hierin wordt ook de correctie op het jaar 2025 meegenomen.
3
De loonkostenindexering wordt dan: Correctie indexatie 2025 Loonindexering begroting 2025 (conform kadernota 2025) Loonindexering 2025 (conform septembercirculaire 2024) Correctie 2025
5,80% 4,70% -1,10%
Index 2026 Loonvoet sector overheid (septembercirculaire 2024) Indexatie 2026
3,80% 3,80%
Totaal
2,70%
Sociale lasten
Uitgangspunt in de kadernota is dat de sociale lasten en pensioenpremies in 2025 en 2026 per saldo niet stijgen.
Prijsstijgingen
Bij inkoop- en aanbesteding wordt ingezet op een juiste prijs-/kwaliteitverhouding. Indien mogelijk worden afspraken gemaakt voor de te hanteren inflatie.
Prijsindexering kostenbudgetten
De prijsindexering wordt toegepast conform de door het CPB opgestelde cijfers (‘prijs overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC)’) zoals opgenomen in de septembercirculaire 2024. Om de budgetten op het niveau van 2026 conform het CPB te brengen moeten we daarvoor ook het jaar 2025 corrigeren. Correctie indexatie 2025 Overheidsconsumptie netto materieel (conform kadernota 2025) Overheidsconsumptie netto materieel (conform septembercirculaire 2024) Correctie 2025
1,60% 2,70% 1,10%
Index 2026 Overheidsconsumptie netto materieel (conform septembercirculaire 2024) Indexatie 2026
2,20% 2,20%
Totaal
3,30%
Alleen indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, wordt afgeweken van het algemene indexeringspercentage en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt. Ook de in onze begroting opgenomen werkbudgetten worden geïndexeerd. In de meerjarenbegroting worden de actuele bedragen geraamd, waarbij rekening gehouden wordt met de bekende meerjarige aanpassingen, zoals mutaties op het gebied van salarissen, prijsindexeringen, actualisatie van werkbudgetten en kapitaallasten.
4
Slotopmerking Wij menen met deze kaderbrief zo goed mogelijk te anticiperen op de verminderde inkomsten voor gemeenten als gevolg huidige Rijksbeleid. We zijn zeer terughoudend geweest in het opnemen van voorstellen met financiële consequenties en beschouwen het anticiperen op de verminderde inkomsten als een gezamenlijke opgave. We doen het samen. Graag denken wij ook mee of en op welke wijze de inzet op meer regionale samenwerking een oplossing kan zijn voor de verminderde gemeentelijke inkomsten. Deze kaderbrief Programmabegroting 2026 is besproken in de vergadering van het Dagelijks Bestuur van Regio Rivierenland op 28 oktober 2024. Het Algemeen Bestuur heeft op 13 november 2024 de in deze kaderbrief opgenomen financiële (beleids-)kaders als uitgangspunten voor de begroting 2026 vastgesteld. de secretaris,
de voorzitter,
mr. J.W.A. Hakkert
S. Stoop
5