CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

B4.2 Maasveren Reglement Arbeidsvoorwaarden definitief

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: b. Ingekomen stukken derden5.327 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reglement Arbeidsvoorwaarden Stichting De Maasveren 1 januari 2022

ALGEMENE BEPALING Inleiding Voor de totstandkoming van dit Reglement Arbeidsvoorwaarden heeft het Model Arbeidsvoorwaarden voor de Binnenscheepvaart alsmede de CAO Maasveren die geldig was tot en met 31-12-2021 als basis gediend. De medewerkers die per 31 december 2021 in dienst zijn van de stichting behouden hun rechten op grond van de voorheen geldende CAO Maasveren als gevolg van de nawerking daarvan. De voorwaarden zoals die zijn opgenomen in dit reglement gelden met name voor de medewerkers die vanaf 1 januari 2022 in dienst treden van de stichting en medewerkers die in afwijking van en onder afstand doening van de voor hen geldende bepalingen betreffende de nawerking van de CAO Maasveren zich akkoord verklaren met dit reglement.

WERKINGSSFEER

1. De bepalingen van dit reglement zijn niet van toepassing op de directeur/bestuurder. Voor het overige is dit reglement op alle werknemers van toepassing met ingang van 1 januari 2022. 2. De werknemers die al vóór 1 januari 2022 in dienst waren en op wie de Collectieve Arbeidsovereenkomst Maasveren, die liep van 1 juli 2017 t/m 31 december 2021, van toepassing was verklaard, behouden hun rechten uit hoofde van die CAO op grond van de nawerking daarvan. 3. Indien directie en/of de Raad van Toezicht de bepalingen van dit reglement Arbeidsvoorwaarden in de toekomst wil wijzigen zal dit niet gebeuren dan nadat er overleg is geweest met de Personeelsvertegenwoordiging.

1

DE ARBEIDSOVEREENKOMST Artikel 1

Definities In deze arbeidsvoorwaarden wordt verstaan onder: a.

Arbeidstijd: de tijd gedurende welke de werknemer arbeid op, aan en voor het veerpont en/of de werkgever verricht, is ingedeeld om te werken of zich gereed moet houden om te werken volgens de instructies van de werkgever of zijn vertegenwoordiger;

b.

Veerman: degene die aan boord van een veerpont het gezag van de werkgever uitoefent.

Artikel 2

Pensioenregeling Deelname aan de pensioenregeling van het Bedrijfspensioenfonds voor de Rijn- en Binnenvaart is verplicht. De pensioenregeling is ondergebracht bij het pensioenfonds voor de Rijn- en Binnenvaart: www.rijnenbinnenvaartpensioen.nl Door de verplichtstelling is de pensioenregeling automatisch onderdeel van de arbeidsovereenkomst.

Artikel 3

Algemene verplichtingen van de werkgever 1.

De werkgever is verplicht bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst een afschrift van dit arbeidsreglement en eventuele aanvullende voorschriften aan de werknemer ter hand te stellen.

2.

De werkgever draagt, behoudens wettelijk geregelde verplichtingen, zorg voor goede arbeidsomstandigheden en zal daarbij de belangen van de werknemer behartigen, één en ander zoals een goed werkgever betaamt.

3.

De werkgever geeft de nodige aanwijzingen en voorschriften en stelt de benodigde veiligheidsmiddelen en bedrijfsmiddelen en -kleding ter beschikking.

4.

Bij arbeidsongeschiktheid van de werknemer is de werkgever verplicht zich in te spannen om de werknemer (rekening houdend met diens beperkingen) zijn werk te laten hervatten, zo nodig

2

met in redelijkheid aanvaardbare technische aanpassingen van de werkplek, aanpassingen in de organisatie of scholing. 5.

De werkgever is verplicht de werknemer op de hoogte te stellen van de geldende arbeidsvoorwaarden, alsmede van wijzigingen daarvan.

6.

Overeenkomstig ook het bepaalde in de individuele arbeidsovereenkomsten is de werkgever bevoegd om, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven en er sprake is van zwaarwichtige omstandigheden, de arbeidsvoorwaarden conform artikel 7:613 BW te wijzigen na overleg met de personeelsvertegenwoordiging.

7.

De werkgever is verplicht bij iedere loonbetaling een specificatie te verstrekken gelijktijdig met de uitbetaling van het salaris c.a.; deze specificatie mag elektronisch plaatsvinden.

Artikel 4

Algemene verplichtingen van de werknemer 1.

De werknemer is verplicht alle hem door of namens de werkgever opgedragen werkzaamheden, voor zover deze in redelijkheid van hem kunnen worden verlangd, zo goed mogelijk uit te voeren en daarbij alle geldende voorschriften en verstrekte aanwijzingen in acht te nemen, alsmede de nodige voorzichtigheid en zorgvuldigheid in acht te nemen ter vermijding van gevaren voor de veiligheid of gezondheid van hemzelf of van anderen, één en ander zoals een goed werknemer betaamt.

2.

De werknemer is verplicht arbeidsongeschiktheid direct te melden aan de werkgever. De werknemer is in geval van arbeidsongeschiktheid verplicht om actieve medewerking te verlenen aan inspanningen gericht op interne of externe re-integratie.

3.

De werknemer is verplicht ook buiten zijn dienstrooster arbeid te verrichten voor zover de geldende voorschriften dat toelaten. Hij is gehouden ook andere dan zijn gewone dagelijkse arbeid te verrichten voor zover die kan worden beschouwd als in de onderneming voor hem gebruikelijke arbeid of daarmee rechtstreeks verband houdend. Met betrekking tot de werkzaamheden van de personen aan boord van een veerpont is de werknemer verplicht de aanwijzingen van de veerman (voorman) op te volgen. Dit geldt ook voor de tijdstippen waarop en de tijden gedurende welke de werkzaamheden moeten worden verricht en het verrichten van overwerk.

3

Artikel 5

Arbocatalogus 1. Voor de bescherming en veiligheid van de werknemer is er in de bedrijfstak een Arbocatalogus. De werkgever leeft de maatregelen uit deze catalogus na en voldoet daarmee aan de wettelijke voorschriften voor gezond en veilig werken. 2. De werkgever is verplicht een RI&E en plan van aanpak op te stellen. Sociale partners in de sector hebben samen een branche RI&E ontwikkeld. De branche RI&E is erkend door het Steunpunt RI&E.

Artikel 6

Indiensttreding 1.

De arbeidsovereenkomst wordt aangegaan: a) hetzij voor onbepaalde tijd, b) hetzij voor bepaalde tijd. In de individuele arbeidsovereenkomst wordt vermeld welke tijdsduur van toepassing is. Ontbreekt deze vermelding, dan wordt de arbeidsovereenkomst geacht te zijn aangegaan voor onbepaalde tijd. Indien de werknemer een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd werd aangeboden, dan is de werkgever verplicht de werknemer te informeren/aan te zeggen over het wel of niet verlengen van de arbeidsovereenkomst, tenzij deze aanzegging reeds in de arbeidsovereenkomst is opgenomen. Bij een overeenkomst van 6 maanden of meer moet deze informatie/aanzegging minimaal een maand voor de einddatum gegeven worden.

2.

Bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor een tijdsduur van meer dan 6 maanden kan uitsluitend schriftelijk een wederzijdse proeftijd worden overeengekomen. Indien de arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor een tijdsduur van meer dan 6 maanden, maar korter dan twee jaar, of voor een bepaalde tijd zonder einddatum, duurt de proeftijd hoogstens één maand. Indien de arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor een tijdsduur van twee jaar of langer duurt de proeftijd hoogstens twee maanden.

3.

De werkgever sluit met iedere werknemer schriftelijk een individuele arbeidsovereenkomst. Deze arbeidsovereenkomst bevat bepalingen omtrent: a) b) c) d) e) f)

De datum van indiensttreding De aard en duur van het dienstverband De functie Het al dan niet van toepassing zijn van een proeftijd De hoogte van het bruto-maandsalaris bij indiensttreding en eventuele andere beloningen of onkostenvergoedingen De arbeidsduur, werktijden en vakantiedagen

4

g) Het al dan niet van toepassing zijn van de Pensioenregeling, ANW- en WGAhiaatverzekering en de WIA h) Eventuele aanvullingen op dit reglement 4.

De werkgever zal met inachtneming van de Wet op de Medische Keuringen, alleen in het geval de aard van de functie bijzondere eisen stelt aan de medische geschiktheid van de werknemers, alleen werknemers in dienst nemen die van tevoren medisch zijn goedgekeurd voor de betreffende functie door een arts van de bedrijfsgeneeskundige dienst. Voor het geval er al een ondertekende arbeidsovereenkomst is wordt deze geacht onder de ontbindende voorwaarde te zijn aangegaan dat de werknemer niet geschikt zal blijken te zijn voor de functie.

Artikel 7

Beëindiging van de arbeidsovereenkomst 1. Tijdens of aan het einde van de proeftijd kan de arbeidsovereenkomst door de werkgever of de werknemer met onmiddellijke ingang worden opgezegd. 2. In geval van ontslag op staande voet wegens een dringende reden in de zin van de artikelen 7: 678 en 7: 679 BW eindigt de arbeidsovereenkomst onmiddellijk. 3. Behoudens het bepaalde in het Burgerlijk Wetboek (BW) eindigt de arbeidsovereenkomst in alle andere gevallen: a. door opzegging met inachtneming van het bepaalde in artikel 7: 672 BW of b. van rechtswege: op de kalenderdatum of op de laatste dag van het tijdvak of van de bepaalde werkzaamheden genoemd in de individuele arbeidsovereenkomst. Bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd; § §

c.

4. Bij het eindigen van het dienstverband zal de werkgever aan de werknemer op diens verzoek een getuigschrift verstrekken waarin vermeld staat hoelang de dienstbetrekking heeft geduurd en welke werkzaamheden de werknemer heeft verricht. Indien de werknemer dit wenst wordt in het getuigschrift tevens vermeld de wijze waarop hij zijn arbeid heeft verricht en de reden van beëindiging van het dienstverband.

Artikel 8

Nevenwerkzaamheden 1.

Het is de werknemer niet toegestaan al dan niet tegen beloning enigerlei arbeid voor derden of als zelfstandige te verrichten, tenzij de werkgever hem schriftelijk toestemming heeft verleend. Dit geldt niet voor werkzaamheden waarvan het tijdsbeslag en het risico van bijkomstige aard zijn.

2.

Overtreding van het bepaalde in het 1e lid wordt beschouwd als een dringende reden voor ontslag in de zin van artikel 7: 678 BW.

5

3.

De werknemer die arbeidsongeschikt wordt als gevolg van het verrichten van nevenwerkzaamheden als bedoeld in het 1e lid en die daarvoor geen toestemming van de werkgever heeft, heeft gedurende die arbeidsongeschiktheid geen aanspraak op een bovenwettelijke doorbetaling.

ARBEIDSTIJD EN DIENSTROOSTER Artikel 9

Arbeidstijd 1.

De (gemiddelde) arbeidsduur per week, die wordt vastgesteld in een dienstrooster, bedraagt 36 uur per week.

2.

Het dienstrooster (zowel het zomer- als het winterrooster) wordt na overleg met de werknemer door de werkgever vastgesteld.

3.

De normale arbeidstijd op jaarbasis bedraagt 1656 uur en wordt als volgt berekend: aantal kalenderdagen: af wegens aanspraak op vrije tijd: zater- en zondagen 2/7x 365,25 = vakantiedagen tweede Paas-, tweede Pinkster- en Hemelvaartsdag Koningsdag, Kerstdagen en Nieuwjaarsdag 5/7 x 4 =

• • • •

365,25

104,357 25 3 2,857

aantal werkdagen: 230,036 normale arbeidstijd op jaarbasis: 230,036 x 7,2 uur = 1656,259 uur. 4.

De werknemer verricht in elke periode van 52 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid.

Artikel 10

Dagelijkse diensttijd 1. De dagelijkse diensttijd kan 8,2 uren zijn. In de dagelijkse diensttijd is in dat geval 1 uur schafttijd inbegrepen; de overige uren zijn arbeidstijd. Wijziging van het aantal uren dagelijkse diensttijd vereist de instemming van de werknemer. Aanvang en einde van de diensttijd en de schafttijd worden door de werkgever bepaald. 2. De dagelijkse diensttijd valt binnen het tijdvenster van 07.30 tot 19.00 uur. In dat geval is er geen recht op een onregelmatigheidstoeslag. De werkgever en de werknemer kunnen evenwel overeenkomen dat de diensttijd dagelijks wordt vastgesteld buiten het tijdvenster van 07.30 tot 19.00 uur. 6

3. Indien de dagelijkse diensttijd buiten het reguliere tijdvenster van 07.30 – 19.00 uur valt ontvangt de werknemer een toeslag op zijn uurloon.

Artikel 11

Dienstroosters 1. De diensttijd wordt op maandag tot en met zondag ingeroosterd. Inroostering gebeurt zoveel mogelijk na overleg met de werknemer. De werkgever en de werknemer kunnen : a) een dienstrooster overeenkomen waarbij wekelijks een aantal uren buiten het tijdvenster van 07.30 – 19.00 uur wordt verricht in welk geval er een onregelmatigheidstoeslag op het uurloon voor de desbetreffende uren van toepassing is. (ORT) maandag t/m vrijdag van 06.00 – 07.30 uur : toeslag van 15% op uurloon maandag t/m vrijdag van 19.00 – 24.00 uur : toeslag van 30% op uurloon b)

een dienstrooster overeenkomen waarin zaterdagen en/of zon- en feestdagen structureel zijn opgenomen. In dat geval geldt voor het werken op: • Zaterdag van 06.00 tot 24.00 uur : een toeslag van 30 % op het uurloon (TZZ) • Zondag van 06.00 tot 24.00 uur : een toeslag van 45% op het uurloon.(TZZ)

c)

Voor het verrichten van werkzaamheden op Christelijke of Nationale feestdagen waarbij het gebruikelijk is dat werknemers normaliter geen verplichting hebben om werkzaamheden te verrichten, geldt een toeslag van 45% op het uurloon. ( TF = Toeslag Feestdagen)

2. De toeslagen als bedoeld in lid 1 zijn niet van toepassing op de werknemers op wie de CAO Maasveren van toepassing is als gevolg van de nawerking daarvan. 3. Indien de werknemer ten opzichte van het overeengekomen dienstrooster een positief of negatief saldo aan roostervrije dagen (uren) toekomt wordt dit saldo door de werkgever op een voor de werknemer controleerbare wijze geregistreerd. 4. Roostervrije dagen (of uren) die – eventueel na overleg - niet in vrije tijd aan de werknemer kunnen worden toegekend, worden beloond tegen het overwerktarief, berekend over de arbeidstijd per werkdag. Dit geldt ook indien overwerk in het dienstrooster wordt opgenomen door het aantal werkdagen uit te breiden en het aantal roostervrije dagen (of uren) te verminderen. 5. Het onderling ruilen van diensten in het dienstrooster is uitsluitend toegestaan na voorafgaande instemming van de werkgever. 6. Indien bij aflossing blijkt dat wegens onvoorziene omstandigheden, de aflossende bemanning niet tijdig compleet is, is degene die dezelfde functie heeft als de ontbrekende werknemer van de opkomende bemanning, verplicht zijn dienst met maximaal 2 uren voor te zetten tenzij de

7

werkgever anders beslist. De maximale arbeidstijd per dag mag nooit meer dan 9 aaneengesloten uren bedragen. 7. Indien de werknemer werkzaam is op basis van een oproepovereenkomst is de werknemer verplicht aan een oproep gehoor te geven mits deze de werknemer tenminste vier dagen van tevoren heeft bereikt. In geval van calamiteiten wordt van de werknemer verwacht, aan een oproep gehoor te geven ook als hiervoor niet de vereiste vier dagen in acht kunnen worden genomen. 8. Onder reservediensten worden verstaan, diensten welke bij ziekte, vakantie of andere omstandigheden door werknemer moeten worden ingevuld tot maximaal negen uur per dag. Bij de verrekening van de vermelde arbeidstijd worden de volgens dienstrooster vermelde reservediensten uitsluitend in de berekening meegenomen, indien daadwerkelijk ook een dienst wordt verricht.

Artikel 12

Verschoven diensttijd 1.

Het incidenteel verschuiven van diensttijd naar een zaterdag, een zondag of een christelijke feestdag wordt gecompenseerd in bezoldiging overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 lid 1, tenzij de werknemer gebruik maakt van een tijd voor tijdregeling als bedoeld in lid 2.

2.

Eens per twee maanden dient de werkgever de werknemer in de gelegenheid te stellen zijn tegoed aan wegens verschoven diensttijd verworven vrije dagen (uren) op te nemen. De werkgever dient de werknemer vóór 18.00 uur op de voorafgaande dag mede te delen dat één of meer vrije dagen opgenomen kunnen worden. In overleg tussen werkgever en werknemer kunnen delen van een werkdag als vrije tijd worden opgenomen.

Artikel 13

Overwerk 1.

Buiten de dagelijkse diensttijd gewerkte uren worden beloond tegen het toepasselijke overwerktarief, voor zover het reguliere tijdvenster niet werd overschreden (zie artikel 23)

2.

De werkgever en de werknemer kunnen een structureel gemiddeld aantal overuren overeenkomen. Het gemiddelde aantal overuren moet vooraf voor tenminste een maand worden vastgesteld.

3.

Overuren kunnen uitsluitend worden verlangd, om in geval van ziekte, vakantie, kort verzuim, onderbezetting, etc. het noodzakelijke werk uit te voeren

8

VAKANTIE Artikel 14

Registratie van gewerkte uren 1. De werkgever registreert de gewerkte uren op een door de werknemer controleerbare wijze en verstrekt indien gewenst per loonperiode een overzicht hiervan.

Artikel 15

Feestdagen De werknemer heeft aanspraak op vrije dagen met behoud van loon voor de navolgende (christelijke) feestdagen, voor zover deze niet vallen op een zaterdag of zondag: • Nieuwjaarsdag; • Tweede Paasdag; • Koningsdag; • Hemelvaartsdag; • Tweede Pinksterdag; • beide Kerstdagen Indien en voor zover de werknemer op deze dagen werkzaamheden verricht ontvangt hij daarvoor een Toeslag Feestdagen (TF) als vermeld in artikel 11 lid 1 sub c.

Artikel 16

Vakantie 1. De werknemer heeft per vakantiejaar recht op 25 werkdagen van gemiddeld 7,2 uur vakantie met behoud van loon. 2. Oudere werknemers hebben recht op de navolgende aantallen extra vakantiedagen: • • • • • •

55 t/m 59 jaar 60 jaar 61 jaar 62 jaar 63 jaar 64 jaar en ouder

2 dagen 3 dagen 4 dagen 5 dagen 6 dagen 7 dagen

Collectief extra verlof toekennen op basis van leeftijd is wettelijk alleen toegestaan als onderdeel van beleid. Overheid, werkgevers en werknemers investeren in duurzame inzetbaarheid, ontwikkeling en loopbanen. De veranderingen in onze samenleving gaan echter voor een deel van onze medewerkers te snel, het lukt niet voor iedereen om inzetbaar te blijven. Het is om die reden dat oudere werknemers extra verlofdagen worden toegekend.

9

3. De werknemer die slechts een deel van het vakantiejaar in dienst van de werkgever is heeft recht op een evenredig deel van de in het 1e lid genoemde vakantie. 4. Van de in het 1e lid genoemde vakantie zullen, behoudens het bepaalde in het 5e lid, als regel drie weken aaneengesloten worden verleend. Zo nodig dienen daartoe dienstperioden met andere werknemers te worden geruild. 5. Het tijdstip van de vakantie wordt door de werkgever vastgesteld overeenkomstig de wens van de werknemer, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten. 6. Indien een dienstrooster is overeengekomen worden, tenzij uitdrukkelijk anders is overeengekomen, alle vakantiedagen geacht te zijn inbegrepen in de roostervrije perioden. 7. De werknemer kan per kalenderjaar maximaal 10 vakantiedagen opnemen op weekend dagen, christelijke dan wel nationale feestdagen. 8. Indien de mogelijkheid daartoe bestaat, kan een werknemer aaneensluitend drie kalender weken vakantie opnemen. Van het aantal verlofdagen dat een werknemer toekomt, dienen tenminste twee kalenderweken aaneensluitend verleend te worden. De aaneengesloten kalenderweken verlof bevatten in beginsel maximaal drie weekends. Indien het aantal verlofdagen waarop men recht heeft minder dan twee kalender weken en meer dan een kalenderweek bedraagt, dient tenminste een kalenderweek aaneengesloten verlof te worden gegeven en opgenomen. 9.

Vaststelling van verlofdagen geschiedt na overleg tussen werkgever en werknemer door de werkgever, - onvoorziene omstandigheden voorbehouden – uiterlijk een week voor de aangevraagde verlofdag. Aangevraagde verlofdagen blijven als regel ook gelden, indien door onvoorziene omstandigheden de bedrijfsactiviteiten alsdan zijn gestaakt. De verlofdagen zullen voor het einde van het lopende jaar moeten worden opgenomen tenzij anders door werkgever en werknemer is overeengekomen. Verlofdagen opgebouwd tijdens ziekte, kunnen indien er wegens ziekte geen mogelijkheid bestaat om de verlofdagen op te nemen meegenomen worden naar het daaropvolgende kalenderjaar. 10. De werkgever registreert de vakantiedagen op een door de werknemer controleerbare wijze en verstrekt indien mogelijk per loonperiode aan de werknemer een overzicht hiervan. 11. De werknemer en de werkgever hebben de gezamenlijke verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de wettelijk opgebouwde vakantierechten in datzelfde jaar worden opgenomen. Restant vakantiedagen van het lopende kalenderjaar dienen uiterlijk 1 juli van het daaropvolgende jaar opgenomen te zijn. 12. Indien niet alle (wettelijke en bovenwettelijke) vakantiedagen in het jaar van opbouw kunnen worden genoten is het de werknemer toegestaan maximaal 5 dagen over te hevelen naar het daaropvolgende jaar.

Een overschot aan vakantiedagen kan op verzoek van de werknemer worden uitbetaald.

10

13. Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst worden de resterende verlofdagen alsnog aan de werknemer verleend of vergoed.

GEOORLOOFD KORT VERZUIM

Artikel 17

Geoorloofd verzuim 1.

In afwijking en met uitsluiting van het bepaalde in de Wet Arbeid en Zorg en artikel 7:628 BW heeft de werknemer in de navolgende gevallen recht op betaald verlof, mits hij dit in de onder a, d, e, f en g bedoelde gevallen tijdig aanvraagt en de gebeurtenis bijwoont: a. Bij huwelijk van de werknemer Bij huwelijk van de kinderen, pleegkinderen, ouders Schoonouders, broers, zusters, zwagers, schoonzusters Bij ondertrouw van de werknemer

2 dagen

b. Bij de bevalling van de echtgenote/partner (kraamverlof)

5 dagen

c. Bij overlijden van de echtgeno(o)t(e) Bij overlijden van een inwonend kind Bij overlijden van een niet-inwonend kind

4 dagen 4 dagen 2 dagen

d. Voor het bijwonen van de begrafenis/crematie van een der ouders of schoonouders een schoonzoon of schoondochter een broer, zuster, zwager of schoonzuster een kleinkind of een der grootouders van de werknemer of diens echtgeno(o)t(e)

1 dag 1 dag

2 dagen 1 dag 1 dag 1 dag

e. Bij 25- en 40-jarige echtviering van de werknemer Bij 25-, 40-, 50- en 60-jarige echtviering van de ouders of schoonouders

1 dag

f.

1 dag

Bij het 25- en 40-jarig dienstjubileum van de werknemer

g. Bij vervulling van een van overheidswege zonder geldelijke vergoeding opgelegde persoonlijke verplichting

1 dag

de werkelijke benodigde tijd

11

2.

Voorts is de Wet arbeid en zorg (WAZO) van toepassing. (wetten.overheid.nl/BWBR0013008/2020-07-01) Voor de toepassing van de WAZO worden ongehuwde werknemers die duurzaam samenwonen gelijkgesteld met gehuwden, indien de samenwoning tenminste een jaar heeft geduurd en bij de werkgever bekend is.

3.

In aanvulling op hetgeen in de Wet arbeid en zorg is bepaald, heeft de werknemer recht op betaald verlof voor de werkelijk benodigde tijd voor het afleggen van een examen voor zover dat nodig is voor de uitoefening van de functie.

FUNCTIES EN LOON

Artikel 18

Functies en loon 1. Naast de functie van directeur worden er bij werkgever de volgende functies onderscheiden: a. Administratief medewerker, belast met de verzorging van de financiële administratie en de loonadministratie, zelfstandig en onder toezicht van de directeur, inclusief de voorbereidende werkzaamheden ten behoeve van de begroting, de jaarrekening en de management rapportages, levert een bijdrage aan de opstelling van roosters personeel b. Technisch Medewerker, belast met de coördinatie, uitvoering en administratie van het preventief en curatief onderhoud van alle veerponten, het inschakelen van derden voor specialistische werkzaamheden, het toezien op het juiste gebruik van technische middelen, het opzetten en aapassen van dienstroosters ten behoeve van een optimale personeelsbezetting, functioneert als 2de operationeel aanspreekpunt van de organisatie en is direct lijnondersteunend door coördinatie operatie. c. De Veerman is een schipper die door de werkgever als Veerman van een Veerpont is aangesteld.

Als zodanig is hij belast met het optimaal, veilig en schadevrij beladen, vervoeren en lossen van passagiers en voertuigen, de inschatting van de risico’s in verband met de weersgesteldheid en eventuele stremming, de heffing van veergelden, het beheer van de inkomsten en de administratie daarvan, het correct omgaan met mensen, het uitvoeren van het dagelijks onderhoud en het oplossen van technische problemen op basis van bekende opties. d. De Veerman (Voorman) is degene die als meewerkend veerman de informatiestroom tussen de veerverbinding en de stichting coördineert, het dagelijkse onderhoud coördineert en de nodige administratie uitvoert; hij is verantwoordelijk voor de dagelijkse voortgang (beslist bijvoorbeeld over stremmingen)

12

e. Kaartverkoper, belast met de verkoop, controle en administratie van vervoersbewijzen en abonnementen en beheer van inkomsten, het verschaffen van op- en afrij-instructies aan passagiers, ondersteunend aan de veerman. f. Verkeersteller, belast met de telling en registratie van verkeersstromen over een bepaald point in een bepaalde periode en overdracht van de informatie 2. De werknemer wordt geacht werkzaam te zijn in de functie waarin hij is aangesteld. Indien de uitgevoerde functie in opdracht van de werkgever echter aanspraak geeft op een hoger loon ontvangt hij het bij die functie behorende loon, mits en zolang de functie feitelijk en structureel door hem wordt uitgeoefend. 3. Het loon is tenminste gelijk aan het bij de functie van de werknemer vermelde loon in de door de Stichting gehanteerde tabel Loonschalen Stichting De Maasveren. a. Met ingang van 1 januari 2022 zullen de loonbedragen in deze tabel verhoogd worden met een percentage van 3,28%, zijnde dit percentage de verhoging van de salarissen op grond van de stijging van het prijsindexcijfer huishoudens CBS (2015 = 100) met de referentieperiode oktober / oktober. b. Tevens zal per 1 januari 2022 een initiële verhoging van 1.5% worden toegepast op de salarissen. Een afschrift van de per 1 januari 2022 geldende loontabel (1-1-2022) wordt als bijlage bijgevoegd. 4.

Het weekloon is het maandloon gedeeld door 4,3333; het uurloon is het weekloon gedeeld door 36. Op jaarbasis bedraagt het loon (365,25/7) x 36 = 1878,44 uurlonen. 5. Onverminderd het bepaalde in de Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag geldt voor de werknemer het maandloon als contraprestatie voor de normale arbeid in zijn functie. 6. Voor de werknemer onder 22 jaar geldt het wettelijk minimum(jeugd)loon. 7. Voor stagiairs en andere leerlingen die niet onder het werknemersbegrip vallen geldt een stagevergoeding van € 350,00 per maand.

Artikel 19

Loonontwikkeling Per 1 januari van elk jaar wordt het loon verhoogd met het stijgingspercentage van de afgeleide consumentenprijsindex voor alle huishoudens in de voorafgaande periode van oktober tot oktober zoals dit stijgingspercentage door het CBS wordt vastgesteld (2015 = 100)

13

VAKANTIETOESLAG Artikel 20

Vakantietoeslag 1.

Het vakantietoeslagjaar loopt van 1 mei van enig jaar tot en met 30 april van het volgende jaar.

2.

De werknemer ontvangt in de maand mei 8% vakantietoeslag.

3.

Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst wordt de vakantietoeslag naar evenredigheid uitbetaald.

ONREGELMATIGHEIDSTOESLAGEN Artikel 21

Onregelmatigheidstoeslagen 1.

Wanneer de werkgever en de werknemer een verruimd tijdvenster voor de dagelijkse diensttijd overeengekomen zijn is een onregelmatigheidstoeslag van toepassing: a. Als de dagelijkse diensttijd valt binnen het tijdvenster van 07.30 – 19.00 uur is er geen onregelmatigheidstoeslag van toepassing b. Indien overeengekomen is dat de diensttijd op maandag tot en met vrijdag dagelijks wordt vastgesteld buiten het tijdvenster van 07.30 tot 19.00 uur heeft de werknemer recht op een onregelmatigheidstoeslag als vermeld in artikel 11 lid 1 sub a (ORT) 2. De toeslagen als bedoeld in lid 1 zijn niet van toepassing op de werknemers op wie de CAO Maasveren nog van toepassing is als gevolg van de nawerking daarvan na 1 januari 2022.

Artikel 22

Toeslagen voor arbeid op zaterdagen en zon- of feestdagen 1.

2.

Indien een dienstrooster is overeenkomen waarin de normale arbeidstijd structureel voor een deel op zaterdagen en een deel op zondagen, alsmede op feestdagen is ingeroosterd geldt een toeslag als vermeld in artikel 11 op het uurloon voor de desbetreffende gewerkte uren op zaterdagen (+30%) en zondagen (+45%) of feestdagen (+45%). (art. 11 lid 1 sub b) Indien op Nieuwjaarsdag, de beide Kerstdagen of een andere Christelijke of nationale feestdag gewerkt wordt, ontvangt de werknemer een extra vergoeding; in afwijking van het bepaalde in het 1e lid bedraagt deze vergoeding in totaal 45% van het uurloon berekend over de gewerkte uren. (TF) (art. 11 lid 1 sub c) De extra beloning voor het werken op een christelijke feestdag is van toepassing op de gewerkte uren vanaf 00.00 uur tot 24.00 uur op die dag. 14

De extra beloning voor het werken op een bij Koninklijk Besluit als zodanig aangewezen nationale feestdag en Koningsdag is van toepassing van 00.00 tot 24.00 uur op die dag. 3.

De toeslagen als bedoeld in lid 1 en lid 2 zijn niet van toepassing op de werknemers op wie de CAO Maasveren van toepassing is.

Artikel 23

Overwerktoeslagen 1. Wanneer de werkgever en de werknemer overeengekomen zijn dat er meer dan de normale arbeidstijd van gemiddeld 36 uur per week gewerkt wordt, worden de overuren beloond met het overwerktarief. 2. Het overwerktarief bedraagt per uur: a. Van maandag tot en met vrijdag 116,5% van het uurloon, b. op zaterdagen 150% van het uurloon, c. op zondagen 180% van het uurloon. 3. Indien een dienstrooster is overeenkomen waarin de normale arbeidstijd structureel voor zaterdagen en op zondagen is ingeroosterd bedraagt het overwerktarief op alle (zater- en zondagen) dagen 135% van het uurloon voor de uren die als overwerk worden beschouwd.

LOONDOORBETALING BIJ ZIEKTE Artikel 24

Doorbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid 1.

Bij arbeidsongeschiktheid wordt aan de werknemer gedurende de eerste 52 weken 100% van de vaste beloning doorbetaald. De vaste beloning is het loon inclusief de als vast (structureel) overeengekomen toeslagen en/of overeengekomen gemiddelde overwerkvergoeding. Indien de werknemer ook variabele (incidentele) beloningscomponenten ontvangt wordt de doorbetaling aangevuld tot 80% van de gemiddelde beloning. Dit alleen wanneer dit hoger is dan de vaste beloning. De gemiddelde beloning wordt hierbij berekend over de drie voorafgaande kalendermaanden.

2.

Gedurende de tweede 52 weken wordt 70% van de vaste beloning doorbetaald. Aan de werknemer wordt tenminste het wettelijk minimum (jeugd) loon doorbetaald.

15

ONKOSTENVERGOEDINGEN

Artikel 25

Kostenvergoedingen 1.

De werkgever en de werknemer komen een regeling overeen betreffende de vergoeding van kosten voor het reizen naar en van de veerpont en/of het kantoor c.q. de werkplaats van werkgever. Deze vergoeding bedraagt 0,19 ct per kilometer, waarbij met inachtneming van de fiscale regels de vergoeding maandelijks wordt vastgesteld op een vast bedrag volgens de formule (afstand woning – werk vv in km x 214 x 0,19) : 12 = maandelijkse vergoeding.

2.

Kostenvergoedingen voor zakelijke (dienst)reizen worden door de werkgever aan de werknemer voor zover de fiscale wet- en regelgeving dat toelaat netto uitbetaald. Deze bedraagt thans 0,19 ct per kilometer.

3.

Volgens een door werkgever vastgesteld plan wordt aan de medewerkers bedrijfskleding beschikbaar gesteld. Werknemer draagt zelf zorg voor een adequaat onderhoud van de bedrijfskleding. Hiervoor verstrekt werkgever jaarlijks een vergoeding van € 50 netto aan de werknemer.

4.

De kosten verbonden aan het behalen van de wettelijk voorgeschreven diploma’s, getuigschriften of certificaten worden door werkgever vergoed. De werknemer dient voor aanvang van de studie of cursus toestemming te krijgen tot het volgen ervan. De studiekosten worden vergoed onder de voorwaarde dat indien werknemer binnen drie jaar na het voltooien van de studie op eigen verzoek uit dienst treedt, hij/zij deze vergoeding moet terugbetalen, met dien verstande dat per volledig gewerkt jaar, te rekenen vanaf het moment van het voltooien van de studie, een derde deel van deze schuld wordt kwijtgescholden.

SENIOREN FIT REGELING Artikel 26 Indien een werknemer tenminste 10 jaar onafgebroken in dienst is bij werkgever kan hij twee jaar vóór zijn pensionering gebruik maken van een senioren fit regeling, waarbij 80% wordt gewerkt tegen 90% van het loon en een 100%-opbouw van het pensioen.

16

UITKERING BIJ OVERLIJDEN Artikel 27 Bij overlijden van een werknemer zal door werkgever aan de nagelaten betrekkingen van de werknemer een uitkering worden gedaan conform hetgeen daaromtrent in de wet is bepaald.

SLOTBEPALING Artikel 28 In alle gevallen waarin dit reglement of de individuele arbeidsovereenkomst niet voorziet geldt de toepasselijke wettelijke bepaling.

Aldus vastgesteld door het bestuur van Stichting De Maasveren te Lith op … december 2021.

………………………………………………

…………………………………………….

17

TOELICHTING BELONINGSSTELSEL De beloning is opgebouwd uit vijf onderdelen : 1. Loon Het loon is de contraprestatie voor de normale arbeidstijd (artikel 9) overeenkomstig het bepaalde in artikel 18 lid 3 2. Onregelmatigheidstoeslag Wanneer de werkgever en de werknemer een verruimd tijdvenster voor de dagelijkse diensttijd overeengekomen zijn is een onregelmatigheidstoeslag van toepassing (artikel 11 lid 1 en artikel 21 lid 1. • Als de dagelijkse diensttijd valt binnen het tijdvenster van 07.30 – 19.00 uur is er geen onregelmatigheidstoeslag van toepassing. • Als de dagelijkse diensttijd valt buiten het tijdvenster van 07.30 – 19.00 uur op maandag t/m vrijdag bedraagt de onregelmatigheidstoeslag bij arbeid van 06.00 – 07.30 = 15% resp. bij arbeid van 19.00 - 24.00 uur = 30% berekend over de uren buiten het normale tijdvenster. 3. Toeslag voor werken op zater- en zon- of feestdagen a. Wanneer de werkgever en de werknemer een dienstrooster overeengekomen zijn waarin de normale arbeidstijd voor een deel op zaterdagen en een deel op zondagen, is ingeroosterd, is een toeslag van 30% op het uur loon van toepassing bij arbeid op zaterdagen en 45% op het uurloon bij arbeid op zondagen van toepassing (artikel 11 lid 1 sub b en artikel 22 ) b.

Als de werkgever en de werknemer een ander dienstrooster overeengekomen zijn moet de toeslag apart worden berekend voor de op zater- en zondagen ingeroosterde uren (artikel 22 lid 1) c. als de werkgever en de werknemer een dienstrooster overeengekomen zijn waarin de normale arbeidstijd plaatsvindt op Christelijke of Nationale feestdagen geldt een toeslag van 45% als bedoeld in artikel 11 lid 1 sub c jo. art. 22 lid 2. Schematische weergave Toelage voor onregelmatige Arbeid

maandag t/ vrijdag maandag t/ vrijdag zaterdag zon- en feestdagen

6.00 uur tot 7.30 uur 19.00 uur tot 24.00 uur 6.00 uur tot 24.00 uur

+15% uurloon +30% uurloon +30% uurloon + 45% uurloon

4. Overwerkvergoeding Wanneer de werkgever en de werknemer overeengekomen zijn dat er meer dan de normale arbeidstijd van gemiddeld 36 uur per week of 1656 uur per jaar (artikel 9) gewerkt wordt, moeten de overuren worden beloond met het overwerktarief (artikel 23)

18

5. Incidentele beloning Als de werkgever en de werknemer een incidentele beloning overeengekomen zijn moeten de toeslaguren en/of overuren worden geregistreerd (artikel 14) en met het toepasselijke tarief worden afgerekend (artikel 23)

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11044010/1