B4.1 Unesco Adviesrapport - Noodzaak van volwasseneneducatie voor iedereen
Tekst van het document
2
Auteurs: Prof. Dr. Maurice de Greef (UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie, Vrije Universiteit Brussel) MSc. Mieke de Haan (UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie, Vrije Universiteit Brussel) MSc. Marieke Brugman (Nederlandse UNESCO Commissie) © 2021 Brussel: UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie, Vrije Universiteit Brussel Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevens openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, of gebruikt in bijvoorbeeld een PowerPointpresentatie, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Vrije Universiteit Brussel. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j0 het Besluit van 20 juni 1974, St.b. 351, zoals gewijzigd bij Besluit van 23 augustus 1985, St.b. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijke vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 882, 1180 AW Amstelveen). Voor zover het opnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) dient men zich tot de genoemde partij te wenden. 3
Voorwoord
“…Ik wist wel dat ik niet goed kon lezen en schrijven. Daar schaamde ik me ook niet voor. Maar toen we op het werk meer digitaal gingen werken, werd het wel een probleem….” zegt taalambassadeur Jaco Benjer in het advies dat voor u ligt. Niet goed kunnen lezen en schrijven leidt tot uitsluiting. Te veel mensen verlaten het onderwijs, hier in Nederland en in de wereld, zonder voldoende basisvaardigheden. Dat zijn juist de vaardigheden die je helpen om je te redden in de maatschappij: lezen, schrijven, rekenen, digitale vaardigheden. Het aanpakken van laaggeletterdheid helpt mensen om te kunnen participeren in en een betere aansluiting te vinden binnen het sociale domein. De Corona-crisis heeft eens te meer duidelijk gemaakt dat het belangrijk is om maatregelen en beleid voor iedereen begrijpelijk te formuleren en toegankelijk te maken. Als je de woorden van de minister president op een persconferentie niet goed begrijpt en de vaardigheden mist om die informatie later elders te vinden, is het hoe en waarom van die regels je al gauw een raadsel. Een leven lang toegang tot kwalitatief goed onderwijs voor iedereen, is één van de 17 doelen die de lidstaten van de Verenigde Naties zich hebben gesteld voor 2030. Ook Nederland heeft zich daar achter geschaard. UNESCO speelt een belangrijke rol bij het behalen van dit onderwijsdoel.
Eén van de concrete acties van UNESCO daarbij is het zichtbaar maken en uitwisselen van kennis op het gebied van laaggeletterdheid en volwassenenonderwijs. UNESCO’s netwerk van leerstoelen aan universiteiten en hogescholen kan daar een belangrijke rol in spelen. Daarom zijn wij als Nederlandse UNESCO Commissie blij dat UNESCO-leerstoelhouder Maurice de Greef in zijn onderzoek zo goed laat zien wat de stand van zaken is in het volwassenenonderwijs, en met welke ingrepen we ervoor kunnen zorgen dat meer mensen écht kunnen meedoen in de maatschappij. Het advies dat voor u ligt is gebaseerd op onderzoek van de UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie en wordt onderschreven met een aantal testimonials uit beleid, wetenschap en praktijk. Het laat zien waar op dit moment de gaten vallen. Een belangrijke groep mensen heeft op dit moment te weinig kansen om volwaardig mee te doen in en bij te dragen aan de maatschappij. Dat was al zo, maar door de Corona-crisis kunnen we onze ogen er niet meer voor sluiten. Laten we de komende jaren laaggeletterdheid effectief aanpakken. Kathleen Ferrier (voorzitter Nederlandse UNESCO Commissie)
Fotograaf: Jan Sluijter
4
Testimonial Marjolein Moorman Wethouder Onderwijs, Armoede, Inburgering, Volwasseneneducatie en laaggeletterdheid gemeente Amsterdam “Met het Taaloffensief zetten we in Amsterdam in op de verbinding van taal, rekenen en digitale vaardigheden met zelfredzaamheid, werk, gezondheid, financiële redzaamheid of ouderschap. Taal gaat niet alleen over het leren van de taal, maar over kansen creëren in het leven van mensen. Een mooi voorbeeld vind ik ‘Taal en Ouderbetrokkenheid’. Ouders leren in dit traject de taal, komen in gesprek met leerkrachten en andere ouders, maken kennis met de school en het onderwijs en krijgen handvatten om thuis de ontwikkeling van hun kind te stimuleren. ‘Taal en Ouderbetrokkenheid’ versterkt daarmee de kansen van ouders én kinderen. Via de scholen bereiken we bovendien de ouders die dit aanbod het hardste nodig hebben. Juist om die doelgroep ook in andere domeinen beter te bereiken en de verbinding te versterken tussen de aanpak laaggeletterdheid en het sociaal domein is investeren in volwasseneneducatie essentieel.”
Fotograaf: Gemeente Amsterdam
5
Inhoudsopgave Blz. Voorwoord (Kathleen Ferrier Voorzitter Nederlandse UNESCO Commissie)
4
Testimonial Marjolein Moorman (Wethouder gemeente Amsterdam)
5
Testimonial Judith Bokhove (Wethouder gemeente Rotterdam)
7
Samenvatting Testimonial Jaco Benjert (Taalambassadeur) 1.
2. 3. 4. 5.
6.
7.
8 10
Toegang tot kwalitatief goed onderwijs voor een grote groep inwoners
11
Testimonial Peter Heijkoop (Wethouder gemeente Dordrecht)
13
Financiering van volwasseneneducatie in Nederland
14
Testimonial Halleh Ghorashi (Hoogleraar Vrije Universiteit Amsterdam)
17
Aanbod van volwasseneneducatie in Nederland
18
Testimonial Kavita Parbhudayal (Wethouder gemeente Den Haag)
20
Kwaliteit van volwasseneneducatie in Nederland
21
Testimonial Abdelkader Benali (Schrijver)
22
Werving van deelnemers voor trajecten volwasseneneducatie in Nederland
23
Testimonial Mariëtte Hamer (Voorzitter SER)
24
Advies gelijkwaardige en succesvolle deelname aan trajecten volwasseneneducatie in Nederland
25
Testimonial Tof Thissen (Algemeen directeur UWV WERKbedrijf)
28
Referenties
29
6
Testimonial Judith Bokhove Wethouder Mobiliteit, Jeugd en Taal gemeente Rotterdam “Investeren in taalvaardigheid levert meerdere voordelen op. Ten eerste: een betere fysieke en vooral geestelijke gezondheid. Het voelt goed als je kunt voorlezen aan je kleinkinderen of je kinderen helpt met huiswerk. Ten tweede: grotere financiële kundigheid, omdat je rekeningen beter snapt. En ten derde: meer kans op de arbeidsmarkt, omdat je een betere sollicitatiebrief kunt schrijven. Of een extra cursus kunt volgen. Voordelen voor 1,3 miljoen volwassenen. Nederland is één van de landen waar de verschillen in taalvaardigheid tussen migranten en autochtonen het grootst is. Ik zou daarom graag zien dat ons Rotterdamse ambitieniveau, en onze inzet, landelijk navolging krijgt. Daar past een budget bij dat recht doet aan de omvang van het probleem. Taalvaardigheid verbeteren levert veel op: als alle laaggeletterden 1 taalcursus volgen, bespaart dit de maatschappij volgens onderzoek 700 miljoen euro aan schade. Iedereen verdient een kans. En daarom vraagt laaggeletterdheid nu om een serieuze, landelijke investering.”
Fotograaf: Casper Rila
7
Samenvatting
De gezamenlijke lidstaten van de UNESCO hebben internationaal afspraken gemaakt omdat zij de meerwaarde inzien van volwasseneneducatie. Op basis van de sustainable development goals willen zij het mogelijk maken dat elke inwoner zich op een gelijkwaardige en adequate wijze kan scholen om een goede plek in de samenleving en op de arbeidsmarkt te krijgen. Onderzoek toont aan dat na deelname aan volwasseneneducatie inwoners deze betere plek op de samenleving en de arbeidsmarkt ook verkrijgen. Een analyse op basis van Europees onderzoek, maar ook onderzoek onder de Nederlandse gemeenten, maakt inzichtelijk dat de huidige Nederlandse infrastructuur van volwasseneneducatie ontoereikend is om aan de internationale afspraken te kunnen voldoen. Op basis van deze inzichten heeft de UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie aanbevelingen opgesteld die ervoor kunnen zorgen dat er een betere infrastructuur voor volwasseneneducatie komt en dat elke inwoner op een gelijkwaardige wijze een kans op educatie krijgt. Dat werpt vervolgens haar vruchten af voor de huidige Nederlandse samenleving. De aanbevelingen zijn gericht op het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. De betrokkenheid van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is noodzakelijk om zorg te dragen voor een sterke infrastructuur voor volwasseneneducatie.
De algemene boodschap luidt: faciliteer een adequate draagkrachtige infrastructuur voor volwasseneneducatie. 1. Realiseer een draagkrachtige sector volwasseneneducatie De huidige middelen zijn ontoereikend om te kunnen spreken van een draagkrachtige sector volwasseneneducatie. Uit de Europese vergelijking maar ook uit het recente onderzoek onder gemeenten en de analyse van de huidige begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen wordt duidelijk dat de middelen in Nederland schaars zijn. Dit in tegenstelling tot vrijwel alle andere Noordwest-Europese landen. De huidige middelen zijn onvoldoende om op een toereikend niveau kwalitatieve trajecten volwasseneneducatie tot uitvoer te brengen. 2. Zorg middels werving voor een makkelijk toegankelijk aanbod Aangezien werving niet vergoed wordt noch gefaciliteerd kan worden, dreigen grote groepen buiten de boot te vallen en niet te kunnen deelnemen aan volwasseneneducatie. Zoals bijvoorbeeld de NT1’ers (mensen die in Nederland geboren zijn en op latere leeftijd een taal- of rekentraject volgen). Vooral mensen die de weg weten, zelfmelders, nemen deel. Door gebrek aan middelen kunnen deelnemers die die weg niet kunnen vinden niet bereikt worden. Hierdoor is de volwasseneneducatie niet voor iedereen makkelijk en op gelijke wijze toegankelijk.
8
3. Stel voldoende financiële middelen beschikbaar voor uitvoer, coördinatie en werving Er zijn alleen vergoedingen beschikbaar voor de begeleiding van trajecten volwasseneneducatie. Andere uitvoeringskosten of kosten voor coördinatie en werving worden niet door het Rijk vergoed. Hierdoor is het niet mogelijk om alle taken voor de realisatie van de volwasseneneducatie tot uitvoer te brengen. Door deze beperking worden in veel gevallen deze taken slechts in geringe mate uitgevoerd waardoor er geen coherente uitvoering en samenhangend beleid voor volwasseneneducatie gerealiseerd kan worden. 4. Bevorder een breed aanbod voor een diverse doelgroep Uit het onderzoek onder de gemeenten blijkt dat het aanbod vooral gericht is op niveauverhoging van taal en rekenen. In de internationale afspraken is echter overeengekomen dat volwasseneneducatie meer omvat dan enkel deze twee basisvaardigheden. Hierin zou meer ruimte moeten komen in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs zodat deelnemers uiteindelijk kunnen doorstromen naar vervolgonderwijs of een plek op de arbeidsmarkt. 5. Draag zorg voor professionalisering docenten Kwaliteit van educatie staat hoog in het vaandel bij de internationale afspraken. Maar ook de meeste gemeenten willen hier zorg voor dragen. Echter hiervoor zijn geen landelijke kaders voor handen noch middelen om de docenten te professionaliseren.
Dit in schril contrast met de faciliteiten in andere landen. Om trajecten volwasseneneducatie van voldoende kwaliteit te laten zijn, is meer aandacht en zijn meer faciliteiten voor professionalisering van docenten noodzakelijk. Tot slot is de betrokkenheid en inzet van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen vereist om kwalitatief voldoende en goede trajecten volwasseneneducatie te faciliteren. Dit valt onder haar regisserende taak in het kader van een adequate realisatie van onderwijs voor alle doelgroepen.
9
Testimonial Jaco Benjert Taalambassadeur “Op mijn 14e ging ik van school af. Sindsdien werk ik bij de afvalservice. Nu al ruim 30 jaar. De mooiste baan die er is! Ik wist wel dat ik niet goed kon lezen en schrijven. Daar schaamde ik me ook niet voor. Maar toen we op het werk meer digitaal gingen werken, werd het wel een probleem. Het lezen van werkinstructies, het aanvragen van verlof, het bestellen van werkkleding, het gaat allemaal digitaal. De tijd dat we dit aan het bureau van onze leidinggevende regelden is écht voorbij. Ik heb via mijn werkgever een cursus ‘Taal & Tablet’ gevolgd. Dat heeft me op het werk verder gebracht. Ik heb een nieuwe functie. Ik ben zelfs gepromoveerd! Ook privé heb ik er veel aan: ik kan mijn kind nu voorlezen. Dat had ik nog nooit gedaan. Alles wat je kan leren, moet je leren. Je moet jezelf blijven updaten!”
Fotograaf: Brigitt Albers
10
1.
Toegang tot kwalitatief goed onderwijs voor een grote groep inwoners
“Ensure inclusive and quality education for all and promote lifelong learning (goal 4): Obtaining a quality education is the foundation to improving people’s lives and sustainable development. Major progress has been made towards increasing access to education at all levels and increasing enrolment rates in schools particularly for women and girls. Basic literacy skills have improved tremendously, yet bolder efforts are needed to make even greater strides for achieving universal education goals” (United Nations, 2021).
Gelijke toegang tot kwalitatief goed onderwijs voor iedereen. Een streven dat er voor kan zorgen dat elke inwoner in Nederland de kans krijgt om een goede plek in de samenleving en op de arbeidsmarkt te krijgen. Zo luidt het vierde doel van de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Een doel dat in ons land meer en meer aandacht verdient gezien de huidige ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Grote groep achterblijvers Ruim een derde van de laagopgeleiden is niet actief op de arbeidsmarkt (Van der Aalst & IJzerman, 2017). En daarnaast is duidelijk dat nog steeds een groot percentage inwoners (te weten 17%) is uitgesloten van participatie in de samenleving (CBS, 2019). De sociale ongelijkheid die hieruit voorkomt, wordt volgens Bijl et al. (2011) veroorzaakt door het verschil in opleiding. Daarnaast blijkt ook het aantal mensen dat onvoldoende taal- en rekenvaardigheden heeft ongekend groot. Volgens de Algemene Rekenkamer (2016) zijn dat 2,5 miljoen mensen. Deze mensen ervaren problemen tijdens het functioneren in het dagelijks leven doordat zij deze basisvaardigheden onvoldoende beheersen. Hierdoor kan het moeilijk zijn om een geschikte baan te vinden, de juiste zorg te kunnen gebruiken, de eigen financiën te kunnen beheren, de kinderen te kunnen opvoeden of actief te zijn in de eigen buurt, het dorp of de wijk.
Investeren in volwasseneneducatie kan het tij keren vanwege de significante impact op onder andere arbeid, zorg en welzijn (Berkman et al., 2004; De Greef et al., 2012; Department of Labour New Zealand, 2010; PurcellGates et al., 2000; Reder, 2012; Tett et al., 2006). Uit deze onderzoeken blijkt dat naast het verkrijgen van betere taal-, reken- en digitale vaardigheden deelnemers na een leertraject een baan gaan zoeken, een baan vinden, een betere ervaren gezondheid krijgen, meer mensen ontmoeten en actiever worden in de omgeving. Internationale afspraken over volwasseneneducatie In 2015 hebben de lidstaten van UNESCO, waaronder Nederland, de ‘Recommendation on Adult Learning and Education’ opgesteld. Hiermee zijn op internationaal niveau afspraken gemaakt om de kwaliteit van de volwasseneneducatie voor een ieder in de deelnemende landen op een zelfde wijze en een zelfde niveau en kwaliteit te garanderen (UNESCO, 2016). Uit onderzoek 2016 en 2018 blijkt dat Nederland die verplichting niet voldoende nakomt. Vraag is of dat nog steeds het geval is. Naast een Europese vergelijking en een eerder onderzoek onder gemeenten over de mogelijkheden en randvoorwaarden voor volwasseneneducatie heeft de
11
UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie begin 2021 een nieuw onderzoek gerealiseerd. De huidige stand van zaken betreffende de realisatie van volwasseneneducatie is in kaart gebracht in samenwerking met alle arbeidsmarktregio’s. Circa 200 gemeenten hebben middels een online survey aangegeven of de randvoorwaarden voor het realiseren van volwasseneneducatie wel of niet toereikend zijn. In samenwerking met 196 professionals van zowel centrum- als regiogemeenten {waarvan het merendeel beleidsadviseur (83%) en ambtenaar (9%) is}, is in kaart gebracht of Nederland haar internationale afspraken nakomt betreffende volwasseneneducatie. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek (en de eerdere twee onderzoeken) is dit advies opgesteld om ervoor te zorgen dat, als het advies wordt opgevolgd, het in Nederland net als in andere Europese landen voor elke burger mogelijk is deel te nemen aan een leertraject. Zo wordt voorkomen dat Nederland structureel als ‘achterblijver’ wordt bestempeld.
12
Testimonial Peter Heijkoop Wethouder Werk en Inkomen, Zorg en Welzijn, Arbeidsmarkt, Onderwijs Inburgering en Educatie gemeente Dordrecht “Toegang tot goede educatie en laagdrempelig onderwijs biedt volwassenen kansen om hun plek in de samenleving en hun positie op de arbeidsmarkt te verbeteren. Het draagt bij aan de strijd tegen de groeiende ongelijkheid in onze samenleving en doordat meer mensen mee kunnen doen, draagt het ook bij aan een sterkere economie. Van links tot rechts zou zich daarom moeten inzetten voor extra geld, want met de huidige financiële mogelijkheden lukt het niet! Burgers met voldoende basisvaardigheden krijgen meer greep op hun situatie. Dit heeft positieve impact op hun welzijn, gezondheid, hun positie op de arbeidsmarkt en niet in de laatste plaats op hun rol als opvoeder. Investeren in goede volwasseneneducatie is ook investeren in kansen van kinderen.”
Fotograaf: Gemeente Dordrecht
13
2.
Financiering van volwasseneneducatie in Nederland
“Member States should mobilize and allocate sufficient financial resources to support enhanced and successful participation in adult learning and education, through appropriate mechanisms, including inter-ministerial coordination, partnerships and cost-sharing” (UNESCO, 2016, p. 10).
De lidstaten van de UNESCO hebben gezamenlijk afgesproken dat er voldoende middelen moeten zijn om voldoende inwoners succesvol te kunnen laten deelnemen aan trajecten volwasseneneducatie. Hierbij heeft men afgesproken dat er op landelijk niveau vanuit ministeries voldoende sturing en facilitering zou zijn. Echter bleek uit een Europese vergelijking in 2016 dat Nederland in vergelijking met andere landen hier vrij laag op scoort (De Greef en Segers, 2016). Vrijwel alle landen uit Noordwest-Europa investeren meer dan het dubbele bedrag dat Nederland investeert (zie tabel 1). Tabel 1: Jaarlijks budget vanuit landelijke overheid of federale staten voor formele en nonformele educatie (De Greef en Segers, 2016, p. 7) Hoogte budget in euro’s
Land
Onbekend
Spanje, Roemenië
Geen
Portugal
1 miljoen of minder
Bulgarije, Italië, Slowakije, Letland
Tussen 1 en 10 miljoen
Estland, Litouwen, Kroatië, Cyprus, IJsland, Zwitserland, Luxemburg
Tussen 10 en 50 miljoen
Tsjechië, Malta, Griekenland, Slovenië, Hongarije
Tussen 50 en 100 miljoen
Nederland
Tussen 100 en 150 miljoen Tussen 150 en 200 miljoen
Noorwegen
200 miljoen of meer
Polen, Denemarken, Frankrijk, Zweden, Finland, Ierland, Duitsland, België, Oostenrijk, Verenigd Koninkrijk
Kijkend naar het te besteden bedrag per inwoner blijkt ook dat dat in Nederland het laagst is in NoordwestEuropa. Daarnaast wordt uit tabel 2 duidelijk dat in landen als Polen of Slovenië men meer te besteden heeft per inwoner. Een nuancering van de cijfers in tabel 2 is op zijn plaats betreffende het bedrag per inwoner voor Duitsland. Het budget in Duitsland is 200 miljoen euro of meer. Naar alle waarschijnlijkheid is dit meer dan 200 miljoen euro en zal ook dat bedrag per inwoner hoger zijn dan in Nederland.
14
Tabel 2: Jaarlijks budget vanuit landelijke overheid of federale staten voor formele en nonformele educatie per inwoner (De Greef en Segers, 2016, p. 11) Land 1. Ierland 2. Finland 3. Denemarken 4. Noorwegen 5. Malta 6. Oostenrijk 7. Zweden 8. België 9. Polen 10. Slovenië 11. Verenigd Koninkrijk 12. Frankrijk 13. IJsland 14. Nederland 15. Duitsland 16. Luxemburg 17. Hongarije 18. Tsjechië 19. Griekenland 20. Cyprus 21. Estland 22. Litouwen 23. Kroatië 24. Zwitserland 25. Letland 26. Slowakije 27. Bulgarije 28. Italië 29. Portugal 30. Spanje 31. Roemenië
Hoogte budget per inwoner in euro’s 40,88 of meer 36,52 of meer 35,51 of meer 28,79-38,39 24,16-120,78 23,08 of meer 20,40 of meer 17,66 of meer 5,19 of meer 5,04-25,21 3,11 of meer 3,01 of meer 3,01-30,13 2,95-5,90 2,47 of meer 1,75-17,54 1,01-5,05 0,94-4,70 0,93-4,64 0,84-8,41 0,79-7,91 0,35-3,47 0,22-2,24 0,12-1,23 0-0,50 0-0,18 0-0,14 0-0,02 0 Onbekend Onbekend
Vraag is of het huidige budget in Nederland toereikend is. Uit het onderzoek onder gemeenten in 2018 werd reeds duidelijk dat het merendeel van de gemeenten te weinig capaciteit, tijd en formatie hebben om het regionaal educatief plan (betreffende volwasseneneducatie) te kunnen uitvoeren (De Greef, 2018). Kijkend naar de huidige begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen wordt dit knelpunt des te duidelijker. Slechts 0,5% van de onderwijsbegroting wordt vrijmaakt voor volwasseneneducatie gericht op het vergroten van de basisvaardigheden (Tweede Kamer der Staten-Generaal, 2020). Wat in schril contrast staat met de investering van de andere landen in Noordwest-Europa. Het huidige onderzoek onder gemeenten laat zien dat volgens bijna 90% van de gemeenten de landelijke financiering te gering is om de toekomst van de educatietrajecten te kunnen waarborgen (zie tabel 3). Circa 50% tot 70% van de gemeenten geeft aan dat de huidige formatie en capaciteit te weinig zijn voor het coördineren van de uitvoer van en het leveren van een inhoudelijke bijdrage aan de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB) naast het werven van deelnemers (zie tabel 3). Hiermee wordt duidelijk dat de uitvoeringskosten bij een groot deel van de gemeenten tekort schieten of ontbreken.
15
Tabel 3: Randvoorwaarden financiering trajecten volwasseneneducatie (N = 161) Financiering randvoorwaarden trajecten
Percentage gemeenten
volwasseneneducatie Noodzaak voor meer landelijke financiering voor
88%
waarborgen toekomst educatietrajecten Te weinig formatie en capaciteit voor coördinatie besteding
50%
WEB Te weinig formatie en capaciteit voor werving deelnemers
68%
Te weinig formatie en capaciteit voor inhoudelijke bijdrage
48%
besteding WEB
16
Testimonial Halleh Ghorashi Hoogleraar Diversiteit en Integratie bij de afdeling Sociologie van de Faculteit der Sociale Wetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam, kroonlid van de SER en lid van de KNAW en KHMW “2020 heeft ons op verschillende wijzen een spiegel voorgehouden. De coronacrisis maakte bijvoorbeeld onzichtbare, maar structurele vormen van uitsluiting en ongelijkheid zichtbaar. We zien grote verschillen in hoe corona groepen raakt: sommige mensen worden eerder slachtoffer van het virus, vanwege een slechtere gezondheid, doordat ze dag in dag uit in een kleine ruimte moeten verblijven, beperkter zijn in hun mobiliteit of geen geld hebben voor digitale verbinding. Het valt niet meer te ontkennen dat we in een samenleving leven die, ondanks de belofte van gelijkheid, veel ongelijkheden (re)produceert. Deze signalen zouden ons bewust moeten maken van de noodzaak om inclusieve structuren te creëren die toegankelijk zijn voor iedereen. Het is nodig om verbinding te maken met de leefwereld van gemarginaliseerde groepen en hen meer bij onze structuren te betrekken. Dit alles maakt de urgentie van investeringen in goed volwassenenonderwijs meer dan ooit zichtbaar. Met dit onderwijs krijgen mensen de kans hun leven een positieve draai te geven en meer regie over hun leven te krijgen.
Waardoor ze bijvoorbeeld systemen ter discussie kunnen stellen die ze buitensluiten.” Fotograaf: Yvonne Compier
17
3.
Aanbod van volwasseneneducatie in Nederland
“The types of adult learning and education activities vary widely. Adult learning and education includes many learning opportunities for equipping adults with literacy and basic skills; for continuing training and professional development, and for active citizenship, through what is variously known as community, popular or liberal education. Adult learning and education provides a variety of learning pathways and flexible learning opportunities, including second chance programmes to make up for lack of initial schooling, including for people who have never been to school, early school leavers and drop outs” (UNESCO, 2016, p. 7).
Op internationaal niveau is overeengekomen dat volwassenen de kans moeten krijgen om geschoold te worden op verschillende thema’s. Centraal staat dat ze de mogelijkheid moeten krijgen om bijscholing te krijgen waardoor ze actief kunnen deelnemen aan de samenleving en op de arbeidsmarkt. Uit het onderzoek onder gemeenten blijkt echter dat in bijna driekwart van de gemeenten het aanbod voornamelijk uit NT2 bestaat (zie tabel 4). Bij slechts 19% is dat NT1. En dat is nu net de groep die momenteel het meest urgent is gezien de omvang van deze groep op basis van de resultaten van het PIAAC onderzoek (Buisman et al., 2013). Daarnaast wordt duidelijk dat nog niet de helft van de gemeenten een aanbod heeft gericht op het gebied van andere sociale vaardigheden zoals sociale, financiële en gezondheidsvaardigheden. Ook is bij bijna de helft van de gemeenten de capaciteit te beperkt om aan de vraag van alle deelnemers te kunnen voldoen. Tabel 4: Inhoudelijk aanbod trajecten volwasseneneducatie (N = 164) Inhoud aanbod trajecten volwasseneneducatie
Percentage gemeenten
Voornamelijk NT1
19%
Voornamelijk NT2
74%
Naast Taal, Rekenen, Digitale vaardigheden ook basisvaardigheden als sociale,
46%
financiële en gezondheidsvaardigheden Beperkte capaciteit aanbod om aan vraag van alle deelnemers te voldoen
48%
Aanbod gericht op doorstroom beroepsonderwijs voor werk
59%
Op de vraag wat er zou moeten gebeuren om tot een gevarieerd aanbod te komen geven gemeenten aan dat er meer bestedingsvrijheid in de WEB moeten komen om bijvoorbeeld andere trajecten naast taal- en rekentrajecten te kunnen aanbieden (zie tabel 5). Ook zouden er meer middelen moeten komen wat reeds eerder is geconstateerd. Dit om te voorkomen dat door het aanbieden van gevarieerdere trajecten andere doelgroepen worden uitgesloten. Daarnaast lijken verbreding van het aanbod, meer ruimte om lokaal aanbod te realiseren en extra aandacht op landelijk niveau voor werving van NT1’ers mogelijkheden te bieden voor een gevarieerder aanbod voor alle doelgroepen (zie tabel 5).
18
Tabel 5: Noodzakelijke aanpassingen verbreding aanbod trajecten volwasseneneducatie Noodzakelijke aanpassingen
Top 5 van meest gegeven antwoorden
Meer bestedingsvrijheid WEB
1e plaats
Meer financiële middelen
2e plaats
Verbreding inhoud aanbod
3e plaats
Landelijke prioritering werving NT1
4e plaats (gedeeld)
Meer lokale mogelijkheden
4e plaats (gedeeld)
19
Testimonial Kavita Parbhudayal Wethouder Zorg, Jeugd en Volksgezondheid gemeente Den Haag “Met volwasseneneducatie zetten wij in op het verbeteren van basisvaardigheden als taal, rekenen en digitale vaardigheden. Den Haag is een stad met veel laaggeletterden. Wij moeten hen stimuleren de Nederlandse taal te leren. Daarmee kunnen mensen hun zelfredzaamheid vergroten. Ook willen wij daarmee actieve deelname aan de samenleving bevorderen en een beter perspectief op werk bieden. Daarmee zorgen zij niet alleen voor een eigen inkomen, maar versterken zij ook hun gevoel voor eigenwaarde. Volwaardig kunnen meedoen aan de samenleving brengt uiteindelijk ook levensgeluk, ook in samenhang met andere thema’s zoals participatie en inburgering. Volwasseneneducatie is dus van wezenlijk belang voor mensen die in het sociaal domein veel met de overheid en hulpinstanties te maken hebben. In grote steden, zoals Den Haag, kunnen problemen beter en sneller bij de kop worden gepakt als mensen zich de taal eigen maken.”
Fotograaf: Martijn Beekman
20
4.
Kwaliteit van volwasseneneducatie in Nederland
“Member States should promote, according to their specific conditions, governing structures and constitutional provisions, flexible and seamless learning pathways between formal and non-formal education and training, and build necessary capacities for policy and programme evaluation to that end (…) Member States should foster an environment where quality adult learning and education is provided” (UNESCO, 2016, p. 12).
De lidstaten hebben gezamenlijk aangegeven dat kwaliteit van de trajecten volwasseneneducatie voorop moet staan. Dat gaat verder dan sec een goede organisatie van het traject. Volgens het merendeel van de gemeenten (83%) moeten de betaalde beroepskrachten (docenten) hier ook voor zijn opgeleid. Ook zou de overheid volgens circa 60% van de gemeenten voor de opleiding criteria moeten vastleggen om de kwaliteit te kunnen borgen (zie tabel 6). Voor de professionalisering van de docenten is in Nederland geen expliciet landelijk bedrag vastgelegd terwijl dit in Finland bijvoorbeeld wel het geval is. Het gaat dan om circa 20 miljoen euro (Koikkalainen et al., 2016). Eveneens zouden vrijwilligers getraind moeten worden voor uitvoering van hun taken als extra ondersteuning, tijdens de educatietrajecten, naast de inzet van de docent. In driekwart van de gemeenten is de inzet van gekwalificeerde docenten een eis voor uitvoering van de educatietrajecten (zie tabel 6). Zoals eerder aangegeven blijken die landelijke kwaliteitseisen te ontbreken. Ten slotte blijkt volgens circa de helft van de gemeenten het ontbreken van gevalideerde en passende toetsen voor deelnemers aan educatietrajecten een probleem te zijn. Ondanks dat in de WEB wel staat, dat dit van belang is om de kwaliteit te kunnen borgen.
Tabel 6: Kwaliteitseisen trajecten volwasseneneducatie (N = 157) Kwaliteitseisen trajecten volwasseneneducatie
Percentage gemeenten
Noodzaak opleiding voor betaalde beroepskrachten
83%
Landelijke overheid moet kwaliteitscriteria voor docenten vastleggen
59%
voor borging kwaliteit educatietrajecten Noodzaak trainen van vrijwilligers aan de hand van landelijke
80%
kwaliteitseisen Eis financiering educatietrajecten is inzet gekwalificeerde docenten
75%
aan de hand van landelijke kwaliteitseisen Ontbreken van gevalideerde en passende toetsen voor deelnemers
52%
educatietrajecten
21
Testimonial van Abdelkader Benali Schrijver “De kloof in onze samenleving tussen zij die de tekens van de tijd kunnen lezen en zij die daar mee worstelen wordt alleen maar groter. Dat komt ook door de verregaande digitalisering die het menselijk contact tot een minimum aan het terugbrengen is. De orale overdracht van kennis, informatie en inzicht - van oudsher de belangrijkste overdrachtsvorm waarin de mens wijs voor de wereld werd gemaakt - sneeft daarbij. Daarnaast verplicht de overheid om het contact met instanties via digitale weg te doen, wat een hoge mate van geletterdheid vereist. We zullen tot op hoge leeftijd nieuwe talen moeten blijven leren om onze samenleving te lezen. De weg naar het schrift wordt moeilijker niet makkelijker. Volwasseneneducatie helpt drempels wegnemen, biedt kansen en verlicht de strijd om erkenning. Alleen al om deze reden is het aan ons als samenleving om hier vol op in te zetten.”
Fotograaf: Bob Bronshoff
22
5.
Werving van deelnemers voor trajecten volwasseneneducatie in Nederland
“Member States should guarantee equitable access to adult learning and education, and promote broader and sustained participation by fostering a culture of learning throughout life and by minimizing barriers to participation” (UNESCO, 2016, p. 12).
Eén van de sleutels tot succes is dat deelnemers kunnen deelnemen aan trajecten volwasseneneducatie en dat er geen drempels zijn om te kunnen deelnemen. Psychologische redenen zoals eerdere slechte schoolervaringen kunnen, naast een lage vooropleiding, ervoor zorgen dat men niet deelneemt aan een traject volwasseneneducatie (Kilpi-Jakonen et al., 2015). Om ervoor te zorgen dat toch alle potentiële doelgroepen gebruik maken van trajecten volwasseneneducatie is werving dus van belang. Alleen dan kunnen barrières voor deelname beslecht worden zoals men dat gezamenlijk onder de lidstaten van de UNESCO heeft afgesproken. Het huidig onderzoek onder gemeenten laat echter zien dat de werving niet goed verloopt. In 74% van de gemeenten wordt bijvoorbeeld extra aanbod voor NT2’ers aangeboden als men simpelweg de werving van NT1’ers niet voldoende succesvol kan realiseren. Tabel 7 laat zien dat volgens gemeenten er met name meer financiële middelen, capaciteit en formatie voor de werving zouden moeten komen. Dit wordt in feite niet vanuit de WEB bekostigd. Dus de middelen ontbreken in de meeste gevallen. Daarnaast zou meer bestedingsvrijheid van de WEB kunnen bijdragen aan een betere realisatie van de werving van deelnemers voor trajecten volwasseneneducatie.
Ten slotte geven de gemeenten aan dat het verbeteren van de samenwerking op lokaal en regionaal ervoor kan zorgen dat er nieuwe en andere deelnemers gaan deelnemen aan trajecten volwasseneneducatie (zie tabel 7). Deze samenwerking zou met name moeten worden aangegaan met verschillende partners uit het sociaal domein waaronder werkgevers. Tabel 7: Noodzakelijke aanpassingen voor werving deelnemers trajecten volwasseneneducatie Noodzaak tot veranderen
Top 5 van meest gegeven antwoorden
Meer financiële middelen
1e plaats
Optimalisering samenwerking
2e plaats
Meer bestedingsvrijheid WEB
3e plaats (gedeeld)
Meer capaciteit en formatie
3e plaats (gedeeld)
Optimalisering samenwerking sociaal domein (inclusief werkgevers)
3e plaats (gedeeld)
23
Mariëtte Hamer Voorzitter Sociaal-Economische Raad “Scholing en ontwikkeling is één van de belangrijke aandachtspunten voor het functioneren van de Nederlandse samenleving en voor de ontwikkeling van onze economie. De SER benadrukt het enorme belang van voortgaande scholing en ontwikkeling. Omdat de wereld continue verandert, is het essentieel dat iedereen zich een leven lang blijft ontwikkelen om mee te kunnen blijven doen. Dat betreft zowel het ontwikkelen ten behoeve van veranderende (beroeps-)kwalificaties als de verwerving en het onderhouden van basisvaardigheden. Met name het grote aantal laaggeletterden vormt daarbij een belangrijk aandachtspunt, zeker omdat er nog steeds kinderen van school komen met een tekort aan basisvaardigheden. De SER heeft in haar advies ‘Samen werken aan taal’ (2019) geconstateerd dat er in Nederland te weinig wordt geïnvesteerd om het onderwijs voor volwassenen laagdrempelig toegankelijk te laten zijn. Gemeenten, overheidsinstellingen en onderwijsorganisaties hebben veelal de ambities, maar missen voldoende middelen om volwassenen toegang te geven tot goede onderwijsvoorzieningen. Een fors groter budget voor volwasseneneducatie is een investering die de Nederlandse samenleving ten goede zal komen en zich uiteindelijk terugverdient.” Fotograaf: Sicco van Grieken
24
6.
Advies gelijkwaardige en succesvolle deelname aan trajecten volwasseneneducatie in Nederland
De gezamenlijke lidstaten van de UNESCO hebben internationaal afspraken gemaakt om de meerwaarde van de volwasseneneducatie in de lidstaten te borgen. Op basis van de sustainable development goals willen zij ervoor zorgen dat elke inwoner op latere leeftijd zich op adequate wijze kan scholen om een goede plek in de samenleving en op de arbeidsmarkt te krijgen. Onderzoeken tonen aan dat scholing daar inderdaad voor zorgt. Uit diverse onderzoeken blijkt dat in diverse regio’s door inzet van volwasseneneducatie 60% tot 80% van de deelnemers een betere taalbeheersing krijgt en 40% tot 60% een betere plek in de samenleving krijgt (De Greef et al., 2012; De Greef et al., 2014; De Greef en Poppelaars, 2018). Naast het verkrijgen van een betere plek in de samenleving kan iemand ook een betere plek op de arbeidsmarkt krijgen. Volwassenen gaan na deelname aan een leertraject een stage lopen, beter functioneren in een betaalde baan (met begeleiding), werk zoeken of vrijwilligerswerk doen (De Greef, 2012a, 2012b, 2012c, 2012d). Daarnaast blijkt uit onderzoek van Kok en Scholte (2013), dat specifiek taaltrajecten voor laaggeletterden uiteindelijk een financieel rendement van 700 miljoen euro opleveren. Dat komt door onder andere een daling van de gezondheidszorgkosten, een verhoging van de arbeidsproductiviteit en een verbetering van de gezondheid (Kok en Scholte, 2013).
Hieruit blijkt dus dat de impact van invloed is op de resultaten voor veel andere sustainable development goals waaronder naast de garantie op educatie voor iedereen (doel 4) de doelen die refereren aan reductie van armoede (doel 1), bevorderen van gezondheid en welzijn (doel 3), bevorderen van gelijkheid tussen man en vrouw (doel 5), bevorderen van werkgelegenheid (doel 8), terugdringen van ongelijkheid (doel 10) en het bevorderen van duurzame ontwikkeling (doel 17). Vraag is of Nederland de meerwaarde van de volwasseneneducatie borgt zoals dat in de internationale afspraken is vastgelegd. Noodzakelijke wijzigingen voor gelijkwaardige deelname aan volwasseneneducatie Bij eerder onderzoek werd al geconstateerd dat de Nederlandse infrastructuur van volwasseneneducatie ontoereikend is om aan de internationale afspraken te kunnen voldoen. Het nieuw gerealiseerde onderzoek onder gemeenten laat zien dat dat nog steeds het geval is. Op basis van deze inzichten heeft de UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie een vijftal aanbevelingen geformuleerd die het mogelijk maken dat elke inwoner op een gelijkwaardige en adequate wijze kans krijgt op educatie en die vervolgens haar vruchten afwerpt voor de huidige Nederlandse samenleving. De aanbevelingen zijn gericht op het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
De betrokkenheid van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is noodzakelijk om zorg te dragen voor een sterke infrastructuur voor volwasseneneducatie. De algemene boodschap luidt: faciliteer een adequate draagkrachtige infrastructuur voor volwasseneneducatie.
25
1. Realiseer een draagkrachtige sector volwasseneneducatie De huidige middelen zijn ontoereikend om te kunnen spreken van een draagkrachtige sector volwasseneneducatie. Uit de Europese vergelijking maar ook uit het recente onderzoek onder gemeenten en de analyse van de huidige begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen wordt duidelijk dat de middelen in Nederland schaars zijn. Dit in tegenstelling tot vrijwel alle andere Noordwest-Europese landen. De huidige middelen zijn onvoldoende om op een toereikend niveau kwalitatieve trajecten volwasseneneducatie tot uitvoer te brengen. 2. Zorg middels werving voor een makkelijk toegankelijk aanbod Aangezien werving niet vergoed wordt noch gefaciliteerd kan worden, dreigen grote groepen buiten de boot te vallen en niet te kunnen deelnemen aan volwasseneneducatie. Zoals bijvoorbeeld de NT1’ers (mensen die in Nederland geboren zijn en op latere leeftijd een taal- of rekentraject volgen). Vooral mensen die de weg weten, zelfmelders, nemen deel. Door gebrek aan middelen kunnen deelnemers die die weg niet kunnen vinden niet bereikt worden. Hierdoor is de volwasseneneducatie niet voor iedereen makkelijk en op gelijke wijze toegankelijk. 3. Stel voldoende financiële middelen beschikbaar voor uitvoer, coördinatie en werving Er zijn alleen vergoedingen beschikbaar voor de begeleiding van trajecten volwasseneneducatie.
Andere uitvoeringskosten of kosten voor coördinatie en werving worden niet door het Rijk vergoed. Hierdoor is het niet mogelijk om alle taken voor de realisatie van de volwasseneneducatie tot uitvoer te brengen. Door deze beperking worden in veel gevallen deze taken slechts in geringe mate uitgevoerd waardoor er geen coherente uitvoering en samenhangend beleid voor volwasseneneducatie gerealiseerd kan worden. 4. Bevorder een breed aanbod voor een diverse doelgroep Uit het onderzoek onder de gemeenten blijkt dat het aanbod vooral gericht is op niveauverhoging van taal en rekenen. In de internationale afspraken is echter overeengekomen dat volwasseneneducatie meer omvat dan enkel deze twee basisvaardigheden. Hierin zou meer ruimte moeten komen in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs zodat deelnemers uiteindelijk kunnen doorstromen naar vervolgonderwijs of een plek op de arbeidsmarkt. 5. Draag zorg voor professionalisering docenten Kwaliteit van educatie staat hoog in het vaandel bij de internationale afspraken. Maar ook de meeste gemeenten willen hier zorg voor dragen. Echter hiervoor zijn geen landelijke kaders voor handen noch de middelen om de docenten te professionaliseren. Dit in schril contrast met de faciliteiten in andere landen.
Om trajecten volwasseneneducatie van voldoende kwaliteit te laten zijn, is meer aandacht en zijn meer faciliteiten voor professionalisering van docenten noodzakelijk.
26
Tot slot is de betrokkenheid en inzet van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen vereist om kwalitatief voldoende en goede trajecten volwasseneneducatie te faciliteren. Dit valt onder haar regisserende taak in het kader van een adequate realisatie van onderwijs voor alle doelgroepen.
27
Testimonial Tof Thissen Algemeen directeur UWV WERKbedrijf “Het is ongelooflijk belangrijk om mensen te stimuleren om zich naar vermogen, talenten en dromen te blijven ontwikkelen. Daarom is het van grote meerwaarde om de drempel tot volwasseneneducatie zoveel mogelijk weg te nemen en de ontwikkeling van (kwetsbare) mensen veel beter te faciliteren. Een investering in kwalitatief goede volwasseneneducatie betekent een investering in mensen en daarmee de maatschappij. Want het ontwikkelen en vergroten van de basisvaardigheden, betekent meestal een stap in het vergroten van ieders weerbaarheid, wendbaarheid en van de zelfredzaamheid. In het meedoen naar vermogen. En een stap dichter bij werk. Een leven lang ontwikkelen geldt voor iedereen. De maatschappelijke winst is onbetaalbaar. Is goud waard!” Fotograaf: UWV
28
7.
Referenties
Algemene Rekenkamer. (2016). Aanpak van laaggeletterdheid. Den Haag: Algemene Rekenkamer. Berkman, N.D., DeWalt, D.A., Pignone, M.P., Sheridan, S.L., Lohr, K.N., Lux, L., Sutton, S.F., Swinson, T. & Bonito, A.J. (2004). Literacy and Health Outcomes. Rockville, MD: Agency for Healthcare Research and Quality. Bijl, R., Boelhouwer, J., Cloïn, M. & Pommer, E. (2011). De sociale staat van Nederland 2011. Den Haag: Sociaal Cultureel Planbureau. Buisman, M., Allen, J., Fouarge, D., Houtkoop, W., & Velden, R. van der. (2013). PIAAC: Kernvaardigheden voor werk en leven. Resultaten van de Nederlandse Survey 2012. ’s-Hertogenbosch/Utrecht: Expertisecentrum Beroepsonderwijs. CBS. (2019). Armoede & sociale uitsluiting 2019. Den Haag, Heerlen, Bonaire: Centraal Bureau voor de Statistiek. De Greef, M. (2012a). Educatietrajecten van ROC ID College hebben aantoonbaar effect voor inwoners in de regio’s Midden-Holland, Zoetermeer en Holland-Rijnland. ’s-Hertogenbosch: Artéduc. De Greef, M. (2012b). Educatietrajecten van het Kellebeek College afdeling Via hebben aantoonbaar effect voor inwoners in de regio West-Brabant. ’s-Hertogenbosch: Artéduc. De Greef, M. (2012c). Educatietrajecten in Den Haag zorgen voor betere taalbeheersing, plek in de samenleving en op de arbeidsmarkt bij inwoners. ’s-Hertogenbosch: Artéduc. De Greef, M. (2012d).
Educatietrajecten in Noordoost Twente zorgen voor betere taalbeheersing, plek in de samenleving en op de arbeidsmarkt bij inwoners. ’s-Hertogenbosch: Artéduc. De Greef, M. (2018). Evaluatieonderzoek onderbesteding WEB-budget. Vught: Artéduc. De Greef, M., Hanekamp, M., Segers, M., Verté, D. en Lupi, C. (2012). Leren in verschillende contexten. ’sHertogenbosch: CINOP. De Greef, M., Segers, M., Nijhuis, J. & Lam, J.F. (2014). Impact onderzoek taaltrajecten Taal voor het Leven door Stichting Lezen & Schrijven op het gebied van sociale inclusie en leesvaardigheid Deel A. Maastricht: Maastricht University. De Greef, M. & Poppelaars, M. (2018). Educatietrajecten als maatschappelijke oplossing voor kwetsbare inwoners van Noord-Brabant. ’s-Hertogenbosch: Artéduc.
29
De Greef, M. & Segers, M. (2016). Europese vergelijking systemen van volwasseneneducatie en aanpak laaggeletterdheid. Maastricht: Maastricht University. Department of Labour New Zealand (2010). Upskilling Partnership Programme: Evaluation Report. Wellington: Department of Labour New Zealand. Kilpi-Jakonen, E., De Vilhena, D.V. & Blossfeld, H-P. (2015). Adult learning and social inequalities: Processes of equalisation or cumulative disadvantage? International review of Education, 61, p. 529-546. Koikkalainen, M., Lyytinen, H., Nieminen, L., Richardson, U., Rönnholm, P.-O. & Sulkunen, S. (2016). Literacy in Finland: Country report Short Version. Cologne: Elinet. Kok, L. & Scholte, R. (2013). Rendement van cursussen voor laaggeletterden. Amsterdam: SEO Economisch Onderzoek. Purcell-Gates, V., Degener, S., Jacobson, E. & Soler, M. (2000). Affecting change in literacy practices of adult learners: impact of two dimensions of instruction. Cambridge: NCSALL. Reder, S. (2012). The Longitudinal Study of Adult Learning: Challenging Assumptions. Montreal: the Centre for Literacy. Tett, L., Hall, S., Maclachlan, K., Thorpe, G., Edwards, V. & Garside, L. (2006). Evaluation of the Scottish Adult Literacy and Numeracy (ALN) Strategy. Edinburgh: Scottish Executive Social Research. Tweede Kamer der Staten-Generaal. (2020).
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2021. Den Haag: Tweede Kamer der Staten-Generaal. UNESCO. (2016). Recommendation on Adult Learning and Education. Paris: UNESCO. United Nations. (2021). Sustainable Development Goals. 17 Goals to transform our world. Retrieved: 10-032021. <http://www.un.org/sustainabledevelopment/sustainable-development-goals/>. Van der Aalst, M & IJzerman, S. (2017). Kansen voor laagopgeleiden: Analyse. Amsterdam: UWV.
30
31