CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

A7.1 Personeelsmonitor 2020

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: b. Ingekomen stukken derden11.354 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

r o t i n o m s l e e n o Pers eenten Gem

0 2 20

Postbus 11560 2502 AN Den Haag 070 7630030 secretariaat@aeno.nl www.aeno.nl

i

Inhoudsopgave Samenvatting

3

1. Bezetting gemeenten

11

Externe inhuur

2. Instroom, doorstroom & uitstroom Jongeren

24

27 43

3. Ziekteverzuim

50

4. Opleiding & ontwikkeling

57

5. Salarisontwikkelingen en corona

61

Salarisontwikkelingen

62

Corona

66

Bijlagen

69

Bijlage 1 Responsverantwoording

69

Bijlage 2 Ambtelijke samenwerkingen

71

Overzicht tabellen & figuren

72

Bezetting gemeenten

Leeswijzer Evenals in voorgaande jaren omvat de Personeelsmonitor 2020 een samenvatting en een tabellenboek. In het Gegevenswoordenboek vind je meer informatie over de aangehouden berekeningen en definities. Begin juni zijn de belangrijkste tabellen en figuren digitaal beschikbaar op de website van A&O fonds Gemeenten. Over A&O fonds Gemeenten A&O fonds Gemeenten is het fonds voor alle gemeenten van Nederland. We inspireren en ondersteunen bij organisatieontwikkeling en professionalisering van medewerkers met als doel dat gemeenten vitaal en wendbaar zijn en optimaal kunnen blijven aansluiten bij de veranderende samenleving.

2

Samenvatting

!

De Personeelsmonitor en corona Het coronavirus dat onze samenleving in 2020 trof, heeft grote gevolgen gehad voor de economie en arbeidsmarkt in Nederland. Ook de ontwikkelingen op de gemeentelijke arbeidsmarkt zijn door corona beïnvloed. De resultaten van de Personeelsmonitor 2020 moeten we daarom vanuit dit perspectief bekijken.

Bezetting gemeenten Bezetting stijgt verder: in 2020 werkten 171.050 personen bij gemeenten Nederland kende in 2020 355 gemeenten. Op 31 december 2020 waren in totaal 171.050 personen in dienst bij deze gemeenten. De bezetting is met 1,5 procent gestegen ten opzichte van 2019. De stijgende trend van de afgelopen jaren zet daarmee door. Net als in 2019 was de stijging in de bezetting met 6,6 procent het grootst bij gemeenten met 50.000 tot 100.000 inwoners. Ook bij gemeenten met meer dan 100.000 inwoners, exclusief de G4, was de stijging hoog (6,3 procent). Bij gemeenten met 20.000 tot 50.000 inwoners vond er een lichte daling plaats (-0,4 procent). Voor gemeenten in de kleinste gemeentegrootteklasse is een grote daling waarneembaar (-39,6 procent). Dit komt door een vernieuwing van de wegingsmethode voor deze gemeentegrootteklasse.

Nieuwe taken en toename budget belangrijkste redenen voor stijgende bezetting Bijna driekwart van de gemeenten geeft aan dat de bezetting in 2020 is toegenomen. De belangrijkste redenen hiervoor zijn ten opzichte van vorig jaar nauwelijks veranderd. Nog steeds worden nieuwe taken/deprivatisering en een stijging van het budget als belangrijkste redenen voor de toename in de bezetting aangemerkt. In 2020 kwamen er ook extra corona gerelateerde taken bij. 16 procent van de gemeenten geeft aan dat de bezetting in 2020 is afgenomen. Als belangrijkste reden voor de afname van de bezetting geven gemeenten aan moeite te hebben met het invullen van vacatures. Met name in de functiegebieden ruimtelijke ordening/milieu en bouwkunde/civiele techniek blijft het nog steeds lastig om geschikte kandidaten te vinden.

3

Samenvatting

93 procent van gemeenten verwacht volgend jaar een gelijke of grotere bezetting Bijna de helft (47 procent) van de gemeenten verwacht dat de bezetting in 2021 zal toenemen. 46 procent van de gemeenten verwacht dat deze gelijk zal blijven. Minder dan 1 op de 10 (7 procent) gemeenten verwacht dat de bezetting afneemt. Groei wordt vooral verwacht in de functiegebieden ruimtelijke ordening/milieu, welzijn/ jeugdzorg en automatisering/ICT. De eerstgenoemde blijft een uitdaging voor gemeenten: evenals in 2019 is ruimtelijke ordening opnieuw benoemd als functiegebied waarin het moeilijk is vacatures in te vullen. Binnen de functiegebieden dienstverlening/facilitair en burger-/publiekszaken wordt door gemeenten krimp verwacht.

Stijging percentage vrouwelijke leidinggevenden In de afgelopen jaren bleef het percentage vrouwelijke leidinggevenden bij gemeenten redelijk stabiel rond de 40 procent. In 2019 zagen we een voorzichtige stijging met één procentpunt, maar in 2020 is de toename flink doorgezet tot 43 procent. Ter vergelijking: het landelijke percentage vrouwelijke leidinggevenden is met 26 procent opnieuw gelijk gebleven. Naar gemeentegrootteklasse is het aandeel vrouwelijke leidinggevenden met 47 procent het grootst in de G4. Bij gemeenten met minder dan 20.000 inwoners en gemeenten met 20.000 tot 50.000 inwoners is het aandeel het kleinst (40 procent). Het totaal aandeel vrouwen in dienst van gemeenten is in het afgelopen jaar stabiel gebleven. In 2020 was het aandeel vrouwen in de gemeentelijke bezetting met 53 procent, gelijk aan 2019.

Gemiddelde leeftijd gemeentemedewerkers gedaald naar 47,7 jaar De gemiddelde leeftijd van gemeentepersoneel was in de jaren 2015-2017 stabiel met 48,3 jaar. In de daaropvolgende jaren was een lichte daling te zien naar precies 48 jaar. In 2020 heeft de daling doorgezet en is de gemiddelde leeftijd gezakt naar 47,7 jaar. De daling van de gemiddelde leeftijd is te verklaren door een veranderende samenstelling van het personeelsbestand. De opvallendste ontwikkeling is de toename in het aantal medewerkers onder de 25 jaar. In de afgelopen vijf jaar is het aantal medewerkers in deze leeftijdscategorie met maar liefst 120 procent toegenomen. Ook het aantal medewerkers van 25 tot 35 jaar is in de periode 2016-2020 met ongeveer de helft (51 procent) toegenomen. We zien aan de andere kant eveneens het aandeel 60-plussers stijgen, met een toename van 18 procent in de afgelopen vijf jaar. In 2020 nam ook de uitstroom in deze leeftijdscategorie toe.

4

Samenvatting

In de G4 52 procent medewerkers dienstverband langer dan 10 jaar De gemiddelde lengte van een dienstverband is in de afgelopen jaren gedaald. De gemiddeld duur van een dienstverband was vijf jaar geleden nog 12,5 jaar. In 2019 lag het gemiddelde op 11,5 jaar en in 2020 is het verder gedaald tot 11,2 jaar. Hoewel het gemiddelde nog steeds iets hoger ligt dan het gemiddelde in de landelijke beroepsbevolking volgt deze wel dezelfde trend. In de landelijke beroepsbevolking daalde de gemiddelde lengte van een dienstverband van 11,1 jaar in 2016 tot 10,9 jaar in 2020. 44 procent van de gemeentemedewerkers heeft een dienstverband van 10 jaar of langer. Vooral in de vier grote steden is er sprake van lange dienstverbanden. Daar is ruim de helft (52 procent) van de medewerkers langer dan 10 jaar in dienst.

Externe inhuur Uitgaven aan externe inhuur blijven gelijk In 2020 besteedden gemeenten 18 procent van de loonsom aan externe inhuur, gelijk aan het percentage in 2019. De uitgaven aan externe inhuur zijn daarmee dit jaar verder gestabiliseerd; sinds 2016 schommelt dit percentage tussen de 16 en 20 procent. Hoewel het gemiddelde percentage gelijk is aan vorig jaar, verschillen wel de ontwikkelingen tussen de gemeentegrootteklassen. Voor kleinere gemeenten met 50.000 inwoners of minder zijn de uitgaven aan externe inhuur gelijk gebleven of iets gedaald, terwijl de uitgaven voor grotere gemeenten met 50.000 inwoners of meer juist licht gestegen zijn. Een mogelijke verklaring voor deze toename in externe inhuur, vooral in de grotere gemeenten, is het extra werk dat gemeenten hebben gekregen door de coronacrisis en de bijkomende maatregelen. 70 procent van de gemeenten geeft aan ernaar te streven de uitgaven aan externe inhuur terug te dringen (2019: 68 procent). Dit doen ze onder andere door flexibele banen om te zetten in vaste banen, het aanbieden van tijdelijke contracten en flexibele inzet van (eigen) medewerkers door bijvoorbeeld medewerkers van afdelingen waar het werk vanwege corona minder was te verplaatsen naar afdelingen waar juist meer werk was.

Aandeel flexibele bezetting ook gelijk gebleven Net als in 2019 was 18 procent van de bezetting in 2020 flexibele bezetting; medewerkers die op basis van een uitzend-, payroll- of detacheringsovereenkomst werkzaam zijn, ZZP-ers en medewerkers met een tijdelijk dienstverband van maximaal een jaar. Het flexibele deel van de bezetting is daarmee al enkele jaren stabiel. Met de komst van de coronacrisis was de verwachting dat gemeenten wellicht een grotere flexibele bezetting zouden moeten aanhouden vanwege extra corona gerelateerde taken. Toch is de bezetting in 2020 niet meer geflexibiliseerd.

5

Samenvatting

Instroom, doorstroom & uitstroom Instroompercentage niet verder toegenomen in 2020 Het instroompercentage in 2020 is gelijk aan het percentage van 2019, namelijk 13,4 procent. We zien dit jaar wel verschillen in de ontwikkeling van het instroompercentage tussen grotere en kleinere gemeenten. In de gemeenten met meer dan 100.000 inwoners is de instroom toegenomen, terwijl dit percentage in de kleinere gemeenten juist is gedaald. Wat betreft de kenmerken van instromers zijn de verhoudingen over het algemeen vergelijkbaar met voorgaande jaren. De vrouwelijke instroom ligt hoger (58 procent) dan de mannelijke instroom (42 procent). 54 procent van de instromers heeft een voltijds dienstverband tegenover 48 procent deeltijds. De meeste instromers zijn, net als in vorige jaren, tussen de 25 en 35 jaar en met een salaris dat ligt tussen salarisschaal 7 en 9.

Aantal openstaande vacatures neemt af Op 31 december 2020 stonden iets meer dan 3.000 vacatures bij gemeenten open. Het aantal openstaande vacatures is daarmee met 14 procent gedaald in vergelijking met hetzelfde meetmoment in 2019. De dalende trend van door gemeente zelf geregistreerde openstaande vacatures zet zich daarmee voort. In de Vacaturemonitor zien we een tegenovergestelde beweging; daarin stijgt het aantal vacatures, met een kleine dip in het tweede kwartaal van 2020. In de Vacaturemonitor worden echter alle online geplaatste vacatures gedurende een kwartaal meegenomen, dus niet alleen het aantal openstaande vacatures op een bepaalde meetdatum zoals in de Personeelsmonitor. Het aandeel extern vervulde vacatures is net als in voorgaande jaren licht gestegen. In 2020 is 69 procent van de vacatures met externe kandidaten vervuld. In 2019 was dat aandeel 68 procent en in 2018 nog 67 procent. Het percentage moeilijk vervulbare vacatures is in tegenstelling tot vorig jaar met 0,9 procentpunt toegenomen tot 13,4 procent.

Doorstroompercentage neemt toe in 2020 Doorstroom is gedefinieerd als medewerkers die duurzaam van functie en/of afdeling zijn veranderd. In 2020 steeg het doorstroompercentage van 5,7 procent naar 6,2 procent. Tussen de verschillende gemeentegrootteklassen zijn er wel aanzienlijke verschillen. Zo is de doorstroom het hoogst bij de G4, namelijk 9,3 procent. Het laagst is de doorstroom met 2,9 procent bij gemeenten tot 20.000 inwoners.

Uitstroompercentage licht gestegen in 2020 Ook de uitstroom steeg, weliswaar minder hard dan in de afgelopen jaren, van 8,2 procent in 2019 naar 8,4 procent in 2020. Bijna de helft van de uitstromers (45 procent) nam vrijwillig ontslag. In vergelijking met 2019 is dat iets gedaald; toen nam 49 procent vrijwillig ontslag. Reden van vrijwillig ontslag is vaak verbetering van

6

Samenvatting

de arbeidsvoorwaarden, onvoldoende groei- of opleidingsmogelijkheden of een verkorting van de reistijd woonwerkverkeer. Hierbij komt de ruime meerderheid van de uitstromers terecht bij een andere gemeente (49 procent) of een andere overheidsinstantie (21 procent). Naast vrijwillig ontslag stroomde in 2020 een kwart van de medewerkers uit vanwege leeftijd of pensionering. Dat lag iets hoger dan in 2019 (20 procent).

47 procent verwacht doelstelling banenafspraak te behalen Het kabinet en werkgevers hebben afgesproken om extra banen te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dit wordt geregeld in de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten. In totaal gaat het om 125.000 extra banen (in equivalenten van 25,5 uur per week). Gemeenten, inclusief gemeenschappelijke regelingen, hebben zich sterk gemaakt voor 5.250 banen, die in 2023 gerealiseerd moeten zijn. Eind 2020 hebben gemeenten bijna 5.500 banen in het kader van de banenafspraak ingevuld. Daarmee is de doelstelling van 5.250 gerealiseerde banen vroegtijdig behaald. Een vijfde van de gemeenten verwacht de doelstelling voor de eigen gemeente niet te behalen, en bij een derde is het nog onzeker. Het percentage gemeenten dat verwacht de doelstelling wel te behalen is ten opzichte van 2019 gedaald van 52 procent naar 47 procent.

Jongeren 43 procent van instroom jonger dan 35 jaar Door het vergrijzende personeelsbestand en de toename van de uitstroom als gevolg van leeftijd en/of pensionering wordt de instroom van jongeren steeds belangrijker. De leeftijdsopbouw bij gemeenten blijft namelijk onevenwichtig. Het aandeel medewerkers jonger dan 35 jaar lag in 2020 met 16 procent veel lager dan in de beroepsbevolking (37 procent) en het aantal medewerkers ouder dan 60 jaar lag juist met 33 procent veel hoger dan in de beroepsbevolking (22 procent). Het aandeel jongeren blijft ook laag ten opzichte van het aantal ouderen; er werken bij gemeenten meer medewerkers ouder dan 55 jaar dan medewerkers jonger dan 35 jaar. In 2020 zien we wel een positieve ontwikkeling; van de instroom bestond 43 procent uit jongeren. Dat percentage ligt iets hoger dan in 2019 (40 procent).

Gemeenten actief om instroom jongeren te bevorderen In 2020 voerde 76 procent van de gemeenten actief beleid om de instroom van jongeren te bevorderen. Het aandeel gemeenten dat actief de instroom bevordert ligt dus hoog, maar nam in de afgelopen jaren wel wat af. In 2019 was dit namelijk nog 80 procent en het jaar daarvoor 82 procent. Veel gebruikte vormen van beleid zijn het aanbieden van stageplekken, traineeprogramma’s, het vrijmaken van budget door gefaseerde uitstroom

7

Samenvatting

van oudere medewerkers en specifieke startersfuncties. We zien door corona (en het vele thuiswerken) wel dat de begeleiding bij stage- en werkervaringsplekken in de praktijk lastig blijkt te zijn. Het aantal stagiairs, trainees en werkervaringsplekken daalde in 2020. Daartegenover staat dat het aantal arbeidsovereenkomsten van jonge medewerkers is gestegen van 5,0 arbeidsovereenkomsten per 100 medewerkers in 2019 naar 5,4 arbeidsovereenkomsten per 100 medewerkers in 2020.

15 procent gemeenten ervaart belemmeringen bij aannemen jongeren Het merendeel van het aantal gemeenten ervaart geen belemmeringen bij het aannemen van jongeren. Het aandeel gemeenten dat belemmeringen ervaart is ten opzichte van 2019 wel iets gestegen, tot 15 procent. Dit in tegenstelling tot de trend tot nu toe: in 2017 ervaarde 28 procent problemen, in 2018 en 2019 is dit percentage gedaald tot respectievelijk 16 procent en 13 procent. De belangrijkste belemmering blijft dat leidinggevenden veel waarde hechten aan werkervaring, waardoor jongeren over het algemeen minder kans maken.

Meerderheid gemeenten voert geen actief beleid om jonge medewerkers te behouden Naast het aantrekken van jongeren is het ook belangrijk om jongeren te behouden als ze eenmaal voor een gemeente werken. Sinds 2016 neemt het aandeel jonge medewerkers in de uitstroom echter ieder jaar licht toe. In 2020 zette deze trend zich voort, en bestond 19 procent van de uitstroom uit jonge medewerkers. De voornaamste reden voor jonge medewerkers om uit te stromen is onvoldoende carrièreperspectief/ doorgroeimogelijkheden. Desondanks voert het merendeel van de gemeenten (nog) geen actief beleid om jonge medewerkers te behouden en/of uitstroom te voorkomen. Het aandeel is in het afgelopen jaar wel gedaald van 66 naar 63 procent.

Ziekteverzuim Ziekteverzuim gedaald Het ziekteverzuimpercentage bij gemeenten is in 2020 gedaald tot 5,5 procent (2019: 5,8 procent). Deze daling is waarneembaar in alle gemeentegrootteklassen, met uitzondering van gemeenten met 20.000 tot 50.000 inwoners waar het ziekteverzuimpercentage stabiel bleef. Hoewel het ziekteverzuim bij gemeenten hoger blijft dan het landelijke cijfer is het verschil in 2020 wel kleiner geworden, mede omdat het landelijk ziekteverzuimpercentage iets steeg in 2020 (van 4,4 procent naar 4,8 procent).

8

Samenvatting

Extra lang verzuim licht gestegen Als we het ziekteverzuim uitsplitsen naar verzuimduur, blijkt vooral dat in 2020 het kort verzuim (maximaal 7 kalenderdagen) is gedaald. Het extra lang verzuim, van 365+ dagen, nam afgelopen jaar juist iets toe van 0,8 procent tot 1 procent. Opvallend is ook dat het verzuimpercentage voor lang ziekteverzuim (43 tot 365 dagen) licht gedaald is tot 3,1 procent. Dit in tegenstelling tot voorgaande jaren. Het nulverzuim, het aandeel van de gemeentelijke bezetting dat zich niet heeft ziekgemeld, nam het afgelopen jaar flink toe 44 naar 53 procent. Ook de meldingsfrequentie, het gemiddeld aantal keer dat gemeenteambtenaren zich per jaar ziekmelden, is gedaald van 1,06 naar 0,72 in 2020. In eerste instantie komen deze lagere ziekteverzuimcijfers wellicht onverwacht, aangezien 2020 in het teken stond van corona. De coronabesmettingen lijken echter een bescheiden invloed te hebben op het ziekteverzuim bij gemeenten. Waarschijnlijk heeft het vele thuiswerken in 2020 bijgedragen aan lagere verzuimcijfers. Corona werd dan ook in slechts 13% van de gevallen door bedrijfsartsen aangewezen als één van de belangrijkste oorzaken voor ziekteverzuim. De belangrijkste oorzaak van ziekteverzuim zijn volgens de bedrijfsartsen van gemeenten nog steeds fysieke en fysiologische aandoeningen (52%).

Toch zien we in 2020 werkdruk en stress (45%) en psychische klachten (43%) vaker genoemd als oorzaak. De coronacrisis en alle maatregelen erom heen kunnen indirect hebben bijgedragen aan het ziekteverzuim door een hogere werkdruk, stress en de ontwikkeling van psychische klachten.

Opleiding & ontwikkeling Gemeenten besteden minder aan opleiding en ontwikkeling In de afgelopen jaren is het percentage van de loonsom dat gemeenten uitgaven aan opleidingskosten consistent gedaald van 1,9 procent in 2016 tot 1,3 procent in 2020. De daling van het afgelopen jaar was met 0,3 procentpunt daarbij sterker dan de daling in voorgaande jaren. Ook geldt voor alle gemeentegrootteklassen dat er flink minder is uitgegeven dan begroot. Waar de gemiddelde opleidingskosten per medewerker begroot waren op € 1.020, bedroegen de uitgaven per medewerker slechts € 789. Waarschijnlijk hebben de restricties rondom het organiseren van evenementen en het vele thuiswerken in verband met corona hieraan bijgedragen. Evenals in 2019 is het grootste deel van het bestede opleidingsbudget uitgegeven aan vakinhoudelijke ontwikkeling.

Ontwikkelgesprekken meest gebruikte en meest effectieve mobiliteitsinstrument Net als in voorgaande jaren gaf 86 procent van de gemeenten aan dat ontwikkelgesprekken tot de meest gebruikte instrumenten behoren om mobiliteit te bevorderen. Daarbij gaf 66 procent aan dat ontwikkelgesprekken ook de meest effectieve manier zijn voor mobiliteitsbevordering. Verder stimuleren gemeenten mobiliteit door middel van uitleen/detachering en loopbaangesprekken met een loopbaanadviseur.

9

Samenvatting

Salarisontwikkelingen Stijging bruto maandsalaris houdt aan Het gemiddelde bruto maandsalaris bij gemeenten is in de afgelopen jaren consistent gestegen. In 2020 is het bruto maandsalaris wederom toegenomen tot € 3.854 per maand (exclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering en gecorrigeerd naar deeltijd). Deze stijging is waarneembaar voor alle gemeentegrootteklassen, behalve gemeenten met meer dan 100.000 inwoners (excl. G4). In deze gemeentegrootteklasse is het bruto maandsalaris licht afgenomen. Het meest opvallend is de grote stijging van het bruto maandsalaris van vrouwen. Het salaris is gestegen van € 3.721 bruto per maand in 2019 naar € 3.853 per maand in 2020. Het ligt daarmee € 2 onder het bruto maandsalaris van mannen. Nog niet eerder lagen de bruto maandsalarissen tussen mannen en vrouwen zo dicht bij elkaar.

Corona Coronacrisis zorgt voor meer (thuis)werk en verslechtering financiële situatie Om de gevolgen van de coronacrisis bij gemeenten in kaart te brengen, zijn gemeenten dit jaar gevraagd een inschatting te maken van de mate waarin corona het werk heeft beïnvloed in het afgelopen jaar en wat de verwachtingen hieromtrent zijn voor de toekomst. Nagenoeg alle gemeenten geven aan dat thuiswerken het belangrijkste effect was van corona op het werk van gemeenten. Verder geven veel gemeenten aan dat er door corona een toename in werk en financiële tekorten zijn ontstaan. De verwachting is dat deze effecten in 2021 zullen aanhouden. 73 procent van gemeenten geeft aan dat de coronapandemie zal zorgen voor meer werk en 59 procent schat in dat de aard van het werk gaat veranderen. Ook thuiswerken blijft volgens het merendeel van gemeenten ‘here to stay’. Tegelijkertijd verwacht 70 procent van de gemeenten een verdere verslechtering van de financiële situatie van de gemeente.

10

1

Bezetting gemeenten Toename gemeentelijke bezetting

gemiddelde leeftijd

houdt aan

gedaald

47,7 jaar

bezetting gestegen tot

171.050 personen

Bezetting

vast/flexibel

=Gelijk

gebleven

€

Detachering

37% gestegen

als contractvorm

gemiddelde lengte

dienstverband stijging

43%

Vrouwelijke leidinggevenden

iets gedaald

11,2 jaar

11

Bezetting gemeenten Het aantal ambtenaren dat werkzaam is bij Nederlandse gemeenten blijft in beweging. Factoren die daar invloed op hebben zijn de pensionering van de babyboomgeneratie en de krapte op de arbeidsmarkt. Maar ook processen als de transities of verzelfstandiging hebben invloed op de bezetting van gemeenten. Om deze bewegingen te kunnen volgen, wordt de jaarlijkse ontwikkeling van de gemeentelijke bezetting en haar onderliggende kenmerken geanalyseerd.

Tabel 1.1 Ontwikkeling van de gemeentelijke bezetting * 2016

2017

2018

2019

2020

In personen

157.290

160.810

163.650

168.500

171.050

In fte’s

137.930

140.980

144.750

149.460

151.890

Alle gemeenten

* Inclusief medewerkers in gemeentelijke samenwerkingen. Gemeenten in gemeentelijke samenwerkingen tellen in de Personeelsmonitor mee als één organisatie.

In 2020 is er bij gemeenten meer ruimte in de formatie dan er mensen zijn. Er is dus nog ruimte (in medewerkers of inhuur) om de bezetting uit te breiden, vergelijkbaar met voorgaande jaren. In 2017 was het tegenovergestelde aan de hand. Toen liepen gemeenten, vermoedelijk naar aanleiding van het uitbreiden van het takenpakket, vooruit op de verruiming van de formatie en hadden al meer mensen in dienst genomen.

Figuur 1.1 Bezetting als percentage van de formatie

12

96

104

2016

2017

fte/%

98

99

98

2018

2019

2020

Bezetting gemeenten Steeds meer gemeenten vervangen ‘de formatie’ als kengetal door de ‘de totale loonsom’. Vandaar dat deze tabel naast figuur 1.1 is toegevoegd. Net als in figuur 1.1 laat ook dit kengetal zien dat er nog ruimte is voor groei. Er is meer ruimte voor uitbereiding van de formatie in de loonkosten dan voor uitbreiding van de bezetting in aantal fte.

Tabel 1.2 Loonsom in procenten van het loonkostenbudget G4

98

> 100.000 inwoners

89

50.000 tot 100.000 inwoners

93

20.000 tot 50.000 inwoners

92

< 20.000 inwoners

89

Alle gemeenten

93 n=173

Figuur 1.2 Bezetting en aantal inwoners naar gemeentegrootte

5 15

4 26

25

24

21 Bezetting

pers./%

G4 > 100.000 inwoners

31

26 23

50.000 tot 100.000 inwoners 20.000 tot 50.000 inwoners < 20.000 inwoners

Inwoners

13

Bezetting gemeenten

Tabel 1.3 Bezetting per 1.000 inwoners

fte 2016

2017

2018

2019

2020

G4

15

15,4

15,7

16,5

16,9

> 100.000 inwoners

7,6

7,7

7,8

7,9

8,0

50.000 tot 100.000 inwoners

7

7,1

7,6

7,5

7,7

20.000 tot 50.000 inwoners

6,3

6,3

6,1

6,4

6,8

< 20.000 inwoners

8,4

8,5

8,4

10,5

6,9

Alle gemeenten

8,1

8,3

8,3

8,6

8,7

Figuur 1.3 Ontwikkeling van de gemeentelijke bezetting

pers.

50000

40000

30000

20000

0

14

G4

> 100.000

50.000 - 100.000

20.000 - 50.000

2020

2019

2018

2017

2016

2020

2019

2018

2017

2016

2020

2019

2018

2017

2016

2020

2019

2018

2017

2016

2020

2019

2018

2017

2016

10000

< 20.000 inwoners

Bezetting gemeenten

Tabel 1.4 Jaarlijkse verandering van de gemeentelijke bezetting

pers./%

2016

2017

2018

2019

2020

G4

3,4

4,6

1,7

4,0

5,7

> 100.000 inwoners

0,1

1,8

4,4

0,6

6,3

50.000 tot 100.000 inwoners

-0,1

1,9

8,7

5,4

6,6

20.000 tot 50.000 inwoners

0,1

1,2

-2,6

5,2

-0,4

< 20.000 inwoners

-0,4

0,5

-7,4

-7,3

-39,6

Alle gemeenten

0,8

2,2

1,8

3,0

1,5

Voor de gemeenten in de kleinste grootteklasse is een grote daling waarneembaar. Dit komt door een vernieuwing van de wegingsmethode voor deze grootteklasse. De voorgaande methode hield niet goed rekening met gemeentelijke herindelingen (die vooral in deze grootteklasse hebben plaatsgevonden).

Tabel 1.5 Gemeentelijke bezetting naar geslacht

pers./% 2020

2016 Man

Vrouw

Man

Vrouw

G4

52

48

48

52

> 100.000 inwoners

49

51

47

53

50.000 tot 100.000 inwoners

49

51

46

54

20.000 tot 50.000 inwoners

49

51

46

54

< 20.000 inwoners

50

50

45

55

Alle gemeenten

50

50

47

53

53

47

53

47

Landelijke beroepsbevolking

15

Bezetting gemeenten

Figuur 1.4 Aandeel mannen en vrouwen

53

47

Personen

%

50

50

Fte

Tabel 1.6 Verhouding voltijd en deeltijd

pers./% 2020

2016

16

Voltijd

Deeltijd

Voltijd

Deeltijd

G4

66

34

67

33

> 100.000 inwoners

59

41

58

42

50.000 tot 100.000 inwoners

56

44

55

45

20.000 tot 50.000 inwoners

52

48

52

48

< 20.000 inwoners

51

49

48

52

Alle gemeenten

57

43

57

43

Landelijke werkzame beroepsbevolking

51

49

50

50

Bezetting gemeenten

Tabel 1.7 Het aantal voltijders, deeltijders en deeltijdfactor Voltijd

Deeltijd

Deeltijdfactor

G4

29.701

14.712

0,93

> 100.000 inwoners

23.709

17.502

0,89

50.000 tot 100.000 inwoners

19.912

16.075

0,88

20.000 tot 50.000 inwoners

22.184

20.626

0,86

< 20.000 inwoners

3.209

3.424

0,84

Alle gemeenten

98.715

72.339

0,89

4.546.000

4.468.000

0,80

Landelijke werkzame beroepsbevolking

Tabel 1.8 Gemeentelijke bezetting naar leeftijdsklasse

pers./%

< 25

25 - 35

35 - 45

45 - 55

55 - 60

> 60

Gemiddelde leeftijd

G4

2

16

23

28

15

16

47,0

> 100.000 inwoners

2

14

22

30

16

17

47,6

50.000 tot 100.000 inwoners

2

13

21

30

17

18

48,0

20.000 tot 50.000 inwoners

2

13

20

30

17

18

48,1

< 20.000 inwoners

2

13

21

28

18

18

48,3

Alle gemeenten

2

14

21

29

16

17

47,7

16

21

19

23

11

11

41,0

Landelijke beroepsbevolking

17

Bezetting gemeenten

Figuur 1.5 Gemeentelijke bezetting versus werkzame beroepsbevolking naar leeftijdsklasse pers./% 29

Landelijk werkzame beroepsbevolking Gemeenten

22

21

21 19 16

17

16 14 11

11

2 Jonger dan 25 jaar

25 tot 35 jaar

35 tot 45 jaar

45 tot 55 jaar

55 tot 60 jaar

60 jaar en ouder

Figuur 1.6 Gemeentelijke bezetting naar leeftijd en geslacht

pers./%

4.000 3.500 3.000 2.500

2016 2020

2.000 1.500 1.000 500

2016

0

2020 16

18

18

20

22

24

26

28

30

32

34

36

38

40

42

44

46

48

50

52

54

56

58

60

62

64

66

68

70

Bezetting gemeenten

Tabel 1.9 Vergelijking gemeentelijke bezetting naar leeftijdscategorie

pers. Verandering in 2016-2020

2016

2020

absoluut

in

Jonger dan 25 jaar

1.670

3.682

2.012

120

25 tot 35 jaar

16.150

24.357

8.207

51

35 tot 45 jaar

36.060

37.073

1.013

3

45 tot 55 jaar

52.000

49.293

-2.707

-5

55 tot 60 jaar

27.230

28.141

911

3

60 jaar en ouder

24.080

28.508

4.428

18

Figuur 1.7 O ntwikkeling gemiddelde leeftijd (figuur boven) en vergelijking jongeren en ouderen (figuur onder)

45,8

2010

16%

46,5

46,9

2010

48,1

48,3

48,3

48,3

48,1

48,0

47,7

gemiddelde leeftijd 2011

15%

2012

14% 11%

8%

47,5

2013

13% 11%

2014

2015

14%

14%

11%

11%

2016

15%

11%

2017

2018

16%

16%

12%

2019

2020

17%

17%

15%

16%

13% > 60 jaar

9% < 35 jaar 2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

19

Bezetting gemeenten

Tabel 1.10 Gemeentelijke bezetting naar dienstjaren

pers./%

Korter dan 3 jaar

3 tot 10 jaar

10 jaar of meer

G4

27

21

52

> 100.000 inwoners

36

19

45

50.000 tot 100.000 inwoners

36

30

35

20.000 tot 50.000 inwoners

35

22

43

< 20.000 inwoners

35

20

46

Alle gemeenten

33

23

44

Gemiddelde lengte dienstverband (in jaren)

2016

2020

Gemeenten

12,5

11,2

Landelijke beroepsbevolking

11,1

10,9

Figuur 1.8 Gemeentelijke bezetting naar dienstjaren

pers./%

60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% G4 0-3 jaar

20

>100.000 (excl. G4) 3-10 jaar

50.000 - 100.000 10+ jaar

20.000 - 50.000

<20.000

Alle gemeenten

Bezetting gemeenten

Tabel 1.11 Verhouding vast en tijdelijk dienstverband

fte/% 2020

2019 vast

tijdelijk

vast

tijdelijk

G4

91

9

90

10

> 100.000 inwoners

86

14

86

14

50.000 tot 100.000 inwoners

91

8

90

10

20.000 tot 50.000 inwoners

92

8

87

13

< 20.000 inwoners

93

7

92

8

Alle gemeenten

90

10

88

12

74

26

76

24

Werknemers in landelijke werkzame beroepsbevolking

n=199

Tabel 1.12 Leidinggevenden per 100 medewerkers

fte/% 2016

2017

2018

2019

2020

G4

7,1

6,6

6,3

6,3

6,3

> 100.000 inwoners

5,7

5,5

5,4

5,1

5,3

50.000 tot 100.000 inwoners

5,1

4,8

4,5

4,3

3,9

20.000 tot 50.000 inwoners

4,6

5,3

4,4

4,4

3,9

< 20.000 inwoners

6,1

6,7

5,2

5,7

4,7

Alle gemeenten

5,9

5,7

5,2

5,1

4,9 n=196

21

Bezetting gemeenten

Tabel 1.13 Percentage vrouwelijke leidinggevenden

% 2016

2017

2018

2019

2020

G4

39

41

45

43

47

> 100.000 inwoners

38

41

41

41

41

50.000 tot 100.000 inwoners

37

37

38

42

41

20.000 tot 50.000 inwoners

31

39

34

38

40

< 20.000 inwoners

37

33

37

36

40

Alle gemeenten

37

40

40

41

43

25

26

25

26

26

Vrouwelijke leidinggevenden in landelijke werkzame beroepsbevolking

n=198

Tabel 1.14 Verhouding krimp en groei gemeentelijke bezetting in 2020

%

Toegenomen

Gelijk gebleven

Afgenomen

100

0

0

> 100.000 inwoners

79

11

10

50.000 tot 100.000 inwoners

67

19

14

20.000 tot 50.000 inwoners

71

12

17

< 20.000 inwoners

64

15

21

Alle gemeenten

70

13

16

G4

n=206

22

Bezetting gemeenten

Tabel 1.15 Top 3 redenen van toename bezetting

1

Nieuwe taken/deprivatiseren

2

Toename budget

3

Afname externen

% 25 21 8 n=85

Tabel 1.16 Top 3 redenen van afname bezetting

%

1

Niet ingevulde vacatures

2

Fusie

6

3

Afstoten taken/privatiseren

6

34

n=30

Figuur 1.9 Verwachte ontwikkeling van de bezetting

De bezetting zal het komende jaar gelijk blijven

De bezetting zal het komende jaar lager uitvallen

46

%

47

De bezetting zal het komende jaar hoger uitvallen

7 n=167

23

Bezetting gemeenten

Tabel 1.17 Top 5 functiegebieden waar komende drie jaar groei verwacht wordt Ruimtelijke ordening/milieu

25

Welzijn/jeugdzorg

19

Automatisering/ICT

19

Sociale zaken/werkgelegenheid

17

Openbare orde/veiligheid

16

%

n=206

Tabel 1.18 Top 5 functiegebieden waar komende drie jaar krimp verwacht wordt Dienstverlening/facilitair

5

Burger- /publiekszaken

5

Financieel/economisch

4

Buitendienst/groenvoorziening

3

Belastingen

2

%

n=206

Externe inhuur Tabel 1.19 Uitgaven aan externe inhuur

% 2016

2017

2018

2019

2020

G4

17

18

21

18

19

> 100.000 inwoners

18

20

21

19

20

50.000 tot 100.000 inwoners

14

16

18

17

18

20.000 tot 50.000 inwoners

13

18

19

18

17

< 20.000 inwoners

16

21

19

19

19

Alle gemeenten

16

18

20

18

18 n=165

24

Bezetting gemeenten

Figuur 1.10  Aandeel gemeenten dat externe inhuur probeert te verminderen

niet

30

%

wel

70

n=178

Tabel 1.20 Top 5 manieren waarop externe inhuur wordt teruggedrongen

%

1

Omzetten flexibele banen in vaste banen

49

2

Aanbieden tijdelijke arbeidsovereenkomsten

49

3

Flexibele inzet (eigen) medewerkers

4

Raamcontracten inhuur

5

Bestuurlijke maatregelen

40 28 20 n=128

25

Bezetting gemeenten

Figuur 1.11 Aandeel vaste en flexibele* bezetting

%

20

18

21

15

17

18

flexibele bezetting

80

82

79

85

83

82

vaste bezetting

G4

> 100.000

50.000 - 100.000

20.000 - 50.000

< 20.000 inwoners

Alle gemeenten n=198

* Onder het flexibele deel van de bezetting verstaan wij hier ‘externe’ numerieke flexibiliteit, ook wel contractflexibiliteit: medewerkers die op basis van een uitzend-, payroll- of detacheringsovereenkomst werkzaam zijn, ZZP-ers en medewerkers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van max. 1 jaar.

Tabel 1.21 Meest gebruikte flexibele contractvormen

% 2018

2019

2020

Detacheringsovereenkomsten

26

33

37

Uitzendkrachten

28

26

26

Payrolling

30

19

16

ZZP-ers

4

9

8

Dienstverbanden voor bepaalde tijd

10

9

9

Anders

2

3

5 n=189

26

2

Instroom, doorstroom & uitstroom

Instroom

gelijk gebleven

13,4%

Doorstroom

Uitstroom

6,2%

8,4%

gestegen tot

Groei Krimp

verwacht in

gestegen tot

verwacht in

ruimtelijke ordening/milieu, welzijn/jeugdzorg en automaticering/ICT

dienstverlening facilitair en burgerpubliekszaken 27

Instroom, doorstroom & uitstroom Er zijn twee stromen die de omvang van de gemeentelijke bezetting bepalen: de instroom en de uitstroom van medewerkers. De instroom bestaat uit nieuwe medewerkers die door gemeenten worden aangetrokken. Bij de uitstroom gaat het om medewerkers die uit dienst treden bij gemeenten. In dit hoofdstuk komen deze stromen aan bod en worden zowel de ontwikkeling als de kenmerken van de stromen weergegeven. Daarnaast wordt ook gekeken naar de doorstroom: dit betreft medewerkers die van functie en/of afdeling zijn veranderd.

Figuur 2.1 Instroom, doorstroom en uitstroom

%

13,4

13,4

11,4 10,1

7,6

7,4 6,3

6,2 5,3

8,4

8,2

7,8

5,7

6,2

4,6

Instroom Doorstroom Uitstroom

2016

28

2017

2018

2019

2020

Instroom, doorstroom & uitstroom

Figuur 2.2 Ontwikkeling instroom en overzicht instroompercentages

%

13,4

13,4

2019

2020

11,4 10,1

7,6

2016

2017

2018

2016

2017

2018

2019

2020

G4

7,9

9,9

10,9

12,8

13,3

> 100.000 inwoners

6,8

10,0

11,3

11,6

13,0

50.000 tot 100.000 inwoners

8,2

10,1

11,2

13,2

13,1

20.000 tot 50.000 inwoners

7,6

10,4

12,3

15,2

14,1

< 20.000 inwoners

7,5

9,6

11,5

15,1

14,1

Alle gemeenten

7,6

10,1

11,4

13,4

13,4

29

Instroom, doorstroom & uitstroom

Tabel 2.1 Kenmerken van de instroom

% 2016

2017

2018

2019

2020

Man

43

46

43

42

42

Vrouw

57

54

57

58

58

Voltijd

53

54

55

52

54

Deeltijd

47

46

45

48

46

Jonger dan 25 jaar

9

9

7

8

11

25 tot 35 jaar

34

34

34

32

32

35 tot 45 jaar

25

26

26

26

24

45 tot 55 jaar

21

21

21

22

21

55 tot 60 jaar

7

7

7

7

7

60 jaar en ouder

4

4

5

5

5

Schaal 1-3*

2

3

3

1

2

Schaal 4-6

16

16

15

14

15

Schaal 7-9

42

46

45

47

46

Schaal 10-12

25

28

30

32

29

Schaal 13 en hoger

3

3

3

3

3

Niet nader gespecificeerde schaal

13

3

3

3

5

Naar geslacht

Naar arbeidsduur

Naar leeftijdsklasse

Naar salarisschaal

* De categorie ‘schaal 1-3’ omvat ook de instroom die behoort tot salarisschaal A.

30

Instroom, doorstroom & uitstroom

Figuur 2.3 Ontwikkeling aantal openstaande vacatures

peildatum 31 december; fte

4.215 3.934 3.633

3.544 3.049

2016

2017

Tabel 2.2 Aantal openstaande vacatures

2018

2020

2019

peildatum 31 december; fte 2019

2020

> 100.000 inwoners (incl. G4)

1.610

1.141

50.000 tot 100.000 inwoners

446

639

20.000 tot 50.000 inwoners

1.209

1.038

278

230

3.544

3.049

< 20.000 inwoners Alle gemeenten

n=202

31

Instroom, doorstroom & uitstroom

Tabel 2.3 Aandeel moeilijk vervulbare vacatures

% 2018

2019

2020

> 100.000 inwoners (incl. G4)

21,4

17,3

16,5

50.000 tot 100.000 inwoners

11,3

9,4

13,2

20.000 tot 50.000 inwoners

11,6

12,4

18,3

< 20.000 inwoners

9,7

9,5

9,4

Alle gemeenten

13,0

12,5

13,4 n=167

Tabel 2.4 Verhouding intern en extern vervulde vacatures

% Interne kandidaten

Externe kandidaten

2019

2020

2019

2020

> 100.000 inwoners (incl. G4)

38

37

62

63

50.000 tot 100.000 inwoners

28

31

72

69

20.000 tot 50.000 inwoners

25

22

75

78

< 20.000 inwoners

26

19

74

81

Alle gemeenten

32

31

68

69 n=172

32

Instroom, doorstroom & uitstroom

Tabel 2.5 Top 5 functiegebieden met hoogste aandeel moeilijk vervulbare vacatures

%

1

Ruimtelijke ordening/milieu

47

2

Bouwkunde/civiele techniek

47

3

Financieel/economisch34

4

Automatisering/ICT24

5

Juridisch19 n=139

Tabel 2.6 Top 5 functiegebieden waarin een tekort gemeenten belemmert in het uitvoeren van de activiteiten

1

Ruimtelijke ordening/milieu

2

Bouwkunde/civiele techniek

3

Financieel/economisch8

4

Automatisering/ICT8

5

Openbare orde/veiligheid

% 17 10

4 n=137

33

Instroom, doorstroom & uitstroom

Tabel 2.7 Top 5 belangrijkste plekken om vacatures te plaatsen

1

Eigen website

2

Regionale vacaturesite

3

LinkedIn63

4

Gemeentebanen.nl31

5

Indeed.nl21

% 84 66

n=204

Tabel 2.8 Realisatie participatiebanen Aantal ingevulde participatiebanen t/m 2020 G4

1.319

> 100.000 inwoners

1.654

50.000 tot 100.000 inwoners

1.084

20.000 tot 50.000 inwoners

1.186

< 20.000 inwoners

205

Alle gemeenten

5.447 n=172

34

Instroom, doorstroom & uitstroom

Tabel 2.9 Verwachting ten aanzien van het behalen van de participatiebaandoelstelling

%

Ja, doelstelling wordt behaald

Nee, doelstelling wordt niet behaald

Weet niet

100

-

-

> 100.000 inwoners

52

36

12

50.000 tot 100.000 inwoners

29

22

50

20.000 tot 50.000 inwoners

48

18

35

< 20.000 inwoners

59

15

25

Alle gemeenten

47

20

33

G4

n=203

35

Instroom, doorstroom & uitstroom

Figuur 2.4 Ontwikkeling doorstroom en overzicht doorstroompercentages

6,2

2016

2017

6,2

5,7

5,3

4,6

%

2018

2020

2019

2016

2017

2018

2019

2020

G4

4,1

8,6

7,2

7,8

9,3

> 100.000 inwoners

6,2

7,3

5,6

6,9

7,1

50.000 tot 100.000 inwoners

4,9

5,8

6,1

5,3

5,2

20.000 tot 50.000 inwoners

3,2

3,8

2,7

3,1

3,3

< 20.000 inwoners

2,4

3,1

3,8

3,2

2,9

Alle gemeenten

4,6

6,2

5,3

5,7

6,2 n=172

36

Instroom, doorstroom & uitstroom

Figuur 2.5 Ontwikkeling uitstroom en overzicht uitstroompercentages

7,4

7,8

%

8,2

8,4

2019

2020

6,3

2016

2017

2018

2016

2017

2018

2019

2020

G4

5,3

5,9

7,1

7,1

6,2

> 100.000 inwoners

6,4

7,4

7,7

8,2

8,7

50.000 tot 100.000 inwoners

6,7

8,3

7,0

8,5

8,6

20.000 tot 50.000 inwoners

6,6

8,1

9,1

8,7

9,6

< 20.000 inwoners

7,6

8,1

8,5

10,2

9,8

Alle gemeenten

6,3

7,4

7,8

8,2

8,4

37

Instroom, doorstroom & uitstroom

Tabel 2.10 Redenen van uitstroom

% 2016

2017

2018

2019

2020

Vrijwillig ontslag

33

40

46

49

45

Leeftijd* of ouderdomspensioen**

23

23

22

20

25

Privatisering of verzelfstandiging (ook Gemeenschappelijke regeling bijvoorbeeld voor oprichting RUD)

14

8

6

5

0

Beëindigen arbeidsovereenkomst van rechtswege

5

10

9

11

14

Reorganisatie of fusie (niet zijnde een privatisering of verzelfstandiging)

4

3

1

2

1

Vertrekregeling

4

3

2

2

3

Arbeidsongeschiktheid/invaliditeitspensioen

2

3

3

3

3

Overige redenen

1

3

5

2

3

Overlijden

2

2

2

1

2

Ontslag op staande voet

4

1

1

1

0

Onbekend

8

2

3

4

4 n=194

* VUT/FPU (incl. FPU als ontslaggrond in het kader van FLO overgangsrecht) ** incl. ouderdomspensioen als ontslaggrond in het kader van FLO overgangsrecht

38

Instroom, doorstroom & uitstroom

Tabel 2.11 Gemeenten met exitgesprekken bij vrijwillige uitstroom

%

Ja, structureel

Ja, in voorkomende gevallen

Nee

Weet niet

> 100.000 inwoners (inclusief G4)

17

47

32

5

50.000 tot 100.000 inwoners

24

42

24

10

20.000 tot 50.000 inwoners

40

34

24

2

< 20.000 inwoners

34

44

17

5

Alle gemeenten

33

39

24

5 n=203

Tabel 2.12 Top 5 belangrijkste redenen voor vrijwillige uitstroom

%

1

Verbetering arbeidsvoorwaarden (incl. salaris)

2

Onvoldoende groei- of opleidingsmogelijkheden

28

3

Reistijd woon-werkverkeer (baan dichter bij huis)

28

4

Overige redenen

5

Privéomstandigheden (combinatie werk-privé levert problemen op)

47

17 10 n=203

39

Instroom, doorstroom & uitstroom

Figuur 2.6 Bestemming vrijwillige uitstromers

26

Weet niet

Anders Bedrijfsleven

%

Andere gemeente

49

2 2 21

Andere overheidsinstantie

n=203

40

Instroom, doorstroom & uitstroom

Tabel 2.13 Kenmerken van de uitstroom

% 2016

2017

2018

2019

2020

Man

55

52

51

49

50

Vrouw

45

48

49

51

50

Voltijd

54

53

54

52

53

Deeltijd

46

47

46

48

47

Jonger dan 25 jaar

2

2

2

2

5

25 tot 35 jaar

12

13

14

15

14

35 tot 45 jaar

18

20

20

21

17

45 tot 55 jaar

19

20

19

21

18

55 tot 60 jaar

9

9

8

8

8

60 jaar en ouder

40

36

36

33

37

Korter dan 1 jaar in dienst

21

21

24

19

22

1 tot 3 jaar in dienst

9

18

20

23

21

3 tot 5 jaar in dienst

7

6

5

6

9

5 tot 10 jaar in dienst

22

20

16

14

10

10 tot 20 jaar in dienst

20

19

20

23

21

20 jaar of meer in dienst

20

17

16

16

18

Schaal 1-3*

2

2

2

1

2

Schaal 4-6

18

16

14

13

14

Schaal 7-9

36

37

35

39

35

Schaal 10-12

31

32

34

37

35

Schaal 13 en hoger

7

6

7

9

6

Onbekende schaal

5

7

7

1

8

Naar geslacht

Naar arbeidsduur

Naar leeftijdsklasse

Naar duur dienstverband

Naar salarisschaal

* De categorie ‘schaal 1-3’ omvat ook de uitstroom die behoort tot salarisschaal A.

41

Instroom, doorstroom & uitstroom

Figuur 2.7 Verdeling uitstroom naar geslacht en leeftijd

% 48

29 21 17 11 5

7

6

Jonger dan 25 jaar

42

13

20 16

25 tot 35 jaar

35 tot 45 jaar

45 tot 55 jaar

8

55 tot 60 jaar

60 jaar en ouder

Tabel 2.14 Uitstroompercentage per leeftijdsklasse

%

Jonger dan 25 jaar

17,6

25 tot 35 jaar

7,0

35 tot 45 jaar

5,6

45 tot 55 jaar

4,5

55 tot 60 jaar

3,0

60 jaar en ouder

16,4

Instroom, doorstroom & uitstroom

Tabel 2.15 Prognose uitstroom

Aantal uitstromers op basis van AOW-gerechtigde leeftijd Aantal uitstromers als percentage van de bezetting 2019

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal in 5 jaar

4.123

4.516

4.542

4.635

4.286

22.102

2,4

2,6

2,7

2,7

2,5

12,9

Jongeren Tabel 2.16 Wat wordt ingezet om instroom jongeren te bevorderen*

%

1

Stageplekken67

2

Traineeprogramma’s45

3

Vrijmaken van budget door gefaseerde uitstroom van oudere medewerkers (bijv. generatiepact)

4

Geen specifiek beleid

5

Specifieke startersfuncties

6

Wervingsactiviteiten specifiek gericht op jongeren

7

Anders4

* Er waren meerdere antwoorden mogelijk

31 24

21 4

n=192

43

Instroom, doorstroom & uitstroom

Tabel 2.17 Totaal aantal werkervaringsplekken

per 100 medewerkers

Werkervaringsplekken tot 27 jaar

Werkervaringsplekken vanaf 27 jaar

Totaal aantal werkervaringsplekken

> 100.000 inwoners (inclusief G4)

0,2

0,1

0,3

50.000 tot 100.000 inwoners

0,1

0,4

0,6

20.000 tot 50.000 inwoners

0,2

0,3

0,4

< 20.000 inwoners

0,3

0,3

0,6

Alle gemeenten

0,2

0,2

0,4 n=183

Tabel 2.18 Aantal nieuw aangenomen jonge medewerkers

per 100 medewerkers

Aanstellingen tot 27 jaar

Aanstellingen 27 tot 35 jaar

Totaal aanstellingen tot 35 jaar

G4

2,0

3,6

5,5

> 100.000 inwoners

1,9

3,7

5,5

50.000 tot 100.000 inwoners

1,9

3,6

5,4

20.000 tot 50.000 inwoners

1,8

3,4

5,1

< 20.000 inwoners

1,9

3,4

5,3

Alle gemeenten

1,9

3,5

5,4 n=179

44

Instroom, doorstroom & uitstroom

Tabel 2.19 Overzicht gebruik en omvang traineeprogramma

% 2020

2019 Percentage gemeenten met trainees in dienst

Totaal aantal trainees begonnen

Percentage gemeenten met trainees in dienst

Totaal aantal trainees begonnen

G4

50

37

100

178

> 100.000 inwoners

58

90

77

162

50.000 tot 100.000 inwoners

36

67

43

128

20.000 tot 50.000 inwoners

53

207

38

111

< 20.000 inwoners

27

53

30

31

Alle gemeenten

45

454

43

610 n=191

Tabel 2.20 De manier waarop het traineeprogramma is georganiseerd*

%

Gedeeld (regionaal) traineeprogramma met andere organisaties

50

Eigen traineeprogramma

40

Gemeente neemt deel aan een commercieel traineeprogramma

17

Anders

11

* Er waren meerdere antwoorden mogelijk

n=92

45

Instroom, doorstroom & uitstroom

Tabel 2.21 Aantal stagiairs als percentage van bezetting pers.

%

G4

1.925

4

> 100.000 inwoners

2.222

6

50.000 tot 100.000 inwoners

1.064

3

20.000 tot 50.000 inwoners

1.429

4

< 20.000 inwoners

206

3

6.846

4

Alle gemeenten

n=203

Tabel 2.22 Aandeel gemeenten dat stagiairs werft voor functies met tekorten

%

G4

50

> 100.000 inwoners

28

50.000 tot 100.000 inwoners

21

20.000 tot 50.000 inwoners

16

< 20.000 inwoners

11

Alle gemeenten

18 n=205

46

Instroom, doorstroom & uitstroom

Figuur 2.8 Aandeel gemeenten dat belemmeringen ervaart bij aannemen jongeren

Ervaart wel belemmeringen bij het aannemen van jongeren

15 Ervaart geen belemmeringen bij het aannemen van jongeren

%

85

n=179

Tabel 2.23 Top 5 belemmeringen bij werven van jongeren

%

1

Er wordt grote waarde gehecht aan werkervaring waardoor jongeren minder kans maken

2

Geen mogelijkheid om medewerkers in te werken, nieuwe medewerkers moeten meteen productief zijn

3

Manier van werving sluit niet aan bij manier waarop jongeren werk zoeken

4

Gemeente is onvoldoende bekend als werkgever

5

Ontbreken van vacatures 12

82

32 28

21

n=26

47

Instroom, doorstroom & uitstroom

Tabel 2.24 Top 3 manieren om jonge medewerkers te behouden

1

Opleiding & ontwikkeling

2

Vaste contracten aanbieden

3

Inzetten op verschillende projecten door de organisatie heen

% 82 50 47 n=74

Tabel 2.25 Top 5 redenen uitstroom jonge medewerkers

1

Onvoldoende carrièreperspectief/doorgroeimogelijkheden

2

Onvoldoende aansluiting met organisatiecultuur

3

Geen financiële ruimte voor (vaste) arbeidsovereenkomst

3

4

Ontevredenheid over arbeidsvoorwaarden

3

5

Onvoldoende begeleiding

% 34 6

2 n=204

Figuur 2.9 Aandeel gemeenten dat actief beleid voert om jonge medewerkers te behouden

%

Wel actief beleid om jongeren te behouden

37 Geen actief beleid om jongeren te behouden

63

n=185

48

Instroom, doorstroom & uitstroom

Figuur 2.10 Aandeel gemeenten met generatiepact

2

Nog niet maar wel in overweging

Geen generatiepact

%

56

43

Wel generatiepact

n=204

Figuur 2.11 Gebruikte variant generatiepact/vitaliteitspact

%

Weet niet

8 Ontslagvariant

15

77

Verlofvariant

n=113

49

3

Ziekteverzuim meldingsfrequentie gedaald naar

0,72

langdurig verzuim is

4,1% gedaald naar het

verzuimpercentage

gedaald 5,5% is 53% nulverzuim gestegen naar 50

Ziekteverzuim In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij het ziekteverzuim binnen de gemeentelijke bezetting. Naast het totale verzuimpercentage wordt onderscheid gemaakt naar de duur van het verzuim. Ook wordt aandacht besteed aan de gemeentelijke verzuimnorm en het nulverzuim bij gemeenten.

Figuur 3.1 Overzicht ziekteverzuim

% 2019

6,3

6,1

G4

5,7

5,8 5,2

>100.000 (excl. G4)

5,5

50.000 - 100.000

5,4

5,4

5,4

20.000 - 50.000

2020

5,8

5,5

5,2

<20.000

Alle gemeenten n=195

Tabel 3.1 Gemeentelijke verzuimnorm en best practice

% Gemeentelijke verzuimnorm*

Best practice**

2019

2020

2019

2020

> 100.000 inwoners (incl. G4)

5,3

4,5

3,8

2,2

50.000 tot 100.000 inwoners

5,2

5,0

4,0

3,2

20.000 tot 50.000 inwoners

4,6

4,3

2,0

2,5

< 20.000 inwoners

4,2

4,2

1,6

3,0

* 25 procent van de gemeenten per gemeentegrootteklasse heeft een ziekteverzuimpercentage dat lager is dan het genoemde percentage. ** Laagste ziekteverzuimpercentage per gemeentegrootteklasse.

n=195

51

Ziekteverzuim

Figuur 3.2 Vergelijking ziekteverzuim gemeenten en landelijk

%

5,8

5,8 5,6

5,5 5,4

5,4

5,2

5,2 4,8

4,7

4,8 4,4

4,3

Gemeenten

4

3,9

Landelijk (alle organisatles) Landelijk (> 100 medewerkers) 2016

2017

2018

2020

2019

n=195

Tabel 3.2 Verdeling ziekteverzuim*

% Kort verzuim (max. 7 kalenderdagen)

Middellang verzuim (8 t/m 42 kalenderdagen)

Lang verzuim (43 t/m 365 kalenderdagen)

Extra lang verzuim (meer dan een jaar)

G4

6,8

20,2

59,9

13,1

> 100.000 inwoners

8,8

14,4

53,3

23,5

50.000 tot 100.000 inwoners

8,3

13,7

57,3

20,7

20.000 tot 50.000 inwoners

10,5

15,3

54,5

19,7

< 20.000 inwoners

11,4

15,9

54,9

17,8

Alle gemeenten

8,6

16,2

56,4

18,8

* In afwijking van de CBS definities voor ziekteverzuim komt bij gemeenten een verzuimduur langer dan 2 jaar voor. Dit is hier opgenomen in het ‘Extra lang verzuim’.

52

n=195

Ziekteverzuim

Figuur 3.3 Opbouw ziekteverzuim

%

6,1 0,8

Totaal

5,5

5,4

1,1

1,1

5,5

5,2

5,2

3,6

Extra lang verzuim (meer dan een jaar)

1,0 0,9

1,2

2,7

3,2

3,0

2,8

3,1 Lang verzuim (43 t/m 365 kalenderdagen)

1,2

0,7

0,8

0,8

0,8

0,9

Middellang verzuim (8 t/m 42 kalenderdagen)

0,4

0,5

0,5

0,6

0,6

0,5

Kort verzuim (max. 7 kalenderdagen)

G4

> 100.000

< 20.000 inwoners

Alle gemeenten

50.000 - 100.000 20.000 - 50.000

Toelichting: De figuur hierboven laat zien in welke verhouding het ziekteverzuimpercentage is opgebouwd uit kort, middellang, lang en extra lang verzuim. Het percentage geeft weer hoeveel procent van de potentieel beschikbare kalenderdagen in 2020 verzuimd is. Daarbij tellen de percentages op tot het totale ziekteverzuimpercentage binnen een gemeentegrootteklasse, dat weergeeft hoeveel procent van de potentieel beschikbare kalenderdagen in totaal in 2020 verzuimd is. .

Tabel 3.3 Top 5 meest genoemde oorzaken ziekteverzuim

1

Fysieke en fysiologische aandoeningen

2

Werkdruk en stress

3

Psychische klachten

4

Privéomstandigheden27

5

Corona13

* Gemeenten is gevraagd deze vraag voor te leggen aan de bedrijfsarts en op basis van diens informatie aan te geven wat de belangrijkste oorzaken zijn van het ziekteverzuim. Gemeenten mochten maximaal 3 antwoorden aankruisen.

n=195

%* 52 45 43

n=205

53

Ziekteverzuim

Figuur 3.4 Aandeel nulverzuim

% 2019

54 49

46

44

41

G4

>100.000 (excl. G4)

53 48

46

50.000 - 100.000

57

56

54

20.000 - 50.000

2020

44

<20.000

Alle gemeenten n=158

Figuur 3.5 Overzicht meldingsfrequentie 2019 1,11

1,06

1,04

1,06

2020

1,06 0,94

0,74

G4

0,70

>100.000 (excl. G4)

0,68

50.000 - 100.000

0,73

20.000 - 50.000

0,75

<20.000

0,72

Alle gemeenten n=186

54

Ziekteverzuim

Figuur 3.6 Overzicht langdurig zieken per 100 medewerkers 2,08 1,77

1,75

1,50

1,27

1,35

35-45

45-55

1,20

0,87

0,09 < 25

25-35

55-60

>60

man

vrouw

totaal n=197

Figuur 3.7 Vergelijking langdurig zieken ten opzichte van de bezetting

% 62 53

47 38 27 19

29

21

25 20

17

16

14

Langdurig zieken

9

Bezetting

2

0 < 25

25-35

35-45

45-55

55-60

>60

man

vrouw n=205

55

Ziekteverzuim

Figuur 3.8 Gemeenten die werken aan vitaliteit van medewerkers

Nog niet maar wel in overweging Nee, werkt niet aan vitaliteit

4

%

18 78

Ja, werkt aan vitaliteit

n=200

Tabel 3.4 Gemeentelijke norm meldingsfrequentie

% Gemeentelijke norm

Best practice

G4

0,69

0,67

> 100.000 inwoners

0,66

0,49

50.000 tot 100.000 inwoners

0,60

0,48

20.000 tot 50.000 inwoners

0,62

0,32

< 20.000 inwoners

0,62

0,25 n=186

56

Opleiding & ontwikkeling

4

Minder besteed aan

opleiding en ontwikkeling

Uitgaven opleiding per medewerker gedaald naar

789 euro

vakinhoudelijke opleidingen zijn

populair Hoogste

opleidingsuitgaven in 100.000+ gemeenten

835 euro

57

Opleiding & ontwikkeling Het vergroten van de bredere en duurzame inzetbaarheid van medewerkers in gemeenten wordt steeds belangrijker. In dit hoofdstuk wordt daarom ingegaan op de inzet van opleidingen bij gemeenten. We bekijken allereerst de opleidingsuitgaven en vervolgens het opleidingsbeleid van gemeenten.

Tabel 4.1 Overzicht opleidingskosten per medewerker 2020

2019 Begroot

Besteed

Begroot

Besteed

G4

€ 971

€ 938

€ 1.023

€ 764

> 100.000 inwoners

€ 1.116

€ 1.032

€ 1.042

€ 835

50.000 tot 100.000 inwoners

€ 1.105

€ 1.047

€ 993

€ 760

20.000 tot 50.000 inwoners

€ 1.034

€ 988

€ 1.022

€ 795

< 20.000 inwoners

€ 1.049

€ 956

€ 1.003

€ 790

Alle gemeenten

€ 1.052

€ 996

€ 1.020

€ 789 n=175

Tabel 4.2 Overzicht opleidingskosten als percentage van de loonsom

% 2018

2019

2020

G4

1,5

1,4

1,1

> 100.000 inwoners

1,8

1,6

1,3

50.000 tot 100.000 inwoners

1,7

1,7

1,2

20.000 tot 50.000 inwoners

1,8

1,7

1,4

< 20.000 inwoners

1,8

1,7

1,4

Alle gemeenten

1,7

1,6

1,3 n=175

58

Opleiding & ontwikkeling

Tabel 4.3 Top 5 opleidingsuitgaven

%

1

Vakinhoudelijke ontwikkeling

2

Persoonlijke effectiviteit

3

Leiderschap5

4

Arbo/veiligheid/BHV2

5

Communicatievaardigheden1

72 12

n=165

Tabel 4.4 Top 5 vormen van leren*

%

1

Training/opleidingen97

2

Externe coaching

3

Tijdelijke projecten

4

Training on the job

5

Wisselen van functie of taak

43 35 29 21

* Aan gemeenten is gevraagd om maximaal 3 vormen van leren in hun gemeente aan te kruisen.

n=200

59

Opleiding & ontwikkeling

Tabel 4.5 Top 5 gebruikte en effectieve mobiliteitsinstrumenten

%

Gebruikt

n=204

1

Ontwikkelgesprekken86

2

Uitleen/detachering62

3

Loopbaangesprekken met loopbaanadviseur

4

Loopbaanoriëntatietrajecten/loopbaantrainingen45

5

Strategische personeelsplanning

61

42

Meest effectief

60

n=195

1

Ontwikkelgesprekken66

2

Loopbaangesprekken met loopbaanadviseur

3

Uitleen/detachering32

4

Loopbaanoriëntatietrajecten/loopbaantrainingen24

5

Interne of regionale ontwikkel- en loopbaanwebsite

41

14

Salarisontwikkelingen en corona

3.855 euro

5

3.853 euro

gemiddeld bruto maandsalaris

Daling aantal medewerkers 67% eindschaal aantal medewerkers in

hogere salarisschalen

daalt licht

61

Salarisontwikkelingen en corona

Salarisontwikkelingen In dit hoofdstuk komen de arbeidsvoorwaarden binnen gemeenten aan bod. Tabel 5.1 Overzicht salarisschaalindeling

% Schaal 1 t/m 3*

Schaal 4 t/m 6

Schaal 7 t/m 9

Schaal 10 t/m 12

Schaal 13 en hoger

Onbekende schaal

G4

4

12

39

37

8

0

> 100.000 inwoners

1

12

41

37

6

3

50.000 tot 100.000 inwoners

1

15

44

33

3

4

20.000 tot 50.000 inwoners

1

17

44

31

3

5

< 20.000 inwoners

1

17

44

29

2

6

Alle gemeenten

2

14

42

34

5

3

Man

2

19

33

37

6

3

Vrouw

1

11

52

31

3

2

Jonger dan 25 jaar

4

30

42

3

0

21

25 tot 35 jaar

1

12

54

30

1

2

35 tot 45 jaar

1

11

42

42

4

1

45 tot 55 jaar

1

14

41

36

6

2

55 tot 60 jaar

1

18

42

31

6

2

60 jaar en ouder

2

19

40

29

6

3

Naar gemeentegrootteklasse

Naar geslacht

Naar leeftijdsklasse

* De categorie ‘schaal 1-3’ omvat ook het gedeelte van de bezetting dat behoort tot salarisschaal A.

62

Salarisontwikkelingen en corona

Figuur 5.1 Gemeentelijke bezetting per salarisschaal

% 2016

2020

19 17 17 16

13 13 11

11 11

10

8 7

7 6

6 5

5

5

3 2 1 0 Schaal 1

0

0 2

2

2

1

0 3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13 >

Onbekend

63

Salarisontwikkelingen en corona

Tabel 5.2 Aantal medewerkers in de eindschaal

% 2018

2020

2019

Naar gemeentegrootteklasse G4

66

64

66

> 100.000 inwoners

72

68

66

50.000 tot 100.000 inwoners

71

70

67

20.000 tot 50.000 inwoners

73

71

69

< 20.000 inwoners

73

72

67

Alle gemeenten

71

68

67

Man

74

75

72

Vrouw

67

66

64

Jonger dan 25 jaar

1

1

2

25 tot 35 jaar

16

15

14

35 tot 45 jaar

62

61

59

45 tot 55 jaar

80

79

77

55 tot 60 jaar

87

87

85

60 jaar en ouder

92

93

91

Naar geslacht

Naar leeftijdsklasse

64

Salarisontwikkelingen en corona

Tabel 5.3 Ontwikkeling gemiddeld bruto maandsalaris* 2016

2017

2018

2019

2020

Man

€ 3.678

€ 3.653

€ 3.734

€ 3.813

€ 3.855

Vrouw

€ 3.591

€ 3.679

€ 3.706

€ 3.721

€ 3.853

G4

€ 3.713

€ 3.791

€ 3.852

€ 3.984

€ 4.179

> 100.000 inwoners

€ 3.742

€ 3.730

€ 3.792

€ 3.800

€ 3.775

50.000 tot 100.000 inwoners

€ 3.726

€ 3.700

€ 3.748

€ 3.743

€ 3.894

20.000 tot 50.000 inwoners

€ 3.471

€ 3.530

€ 3.648

€ 3.613

€ 3.727

< 20.000 inwoners

€ 3.409

€ 3.372

€ 3.519

€ 3.473

€ 3.515

Alle gemeenten

€ 3.635

€ 3.666

€ 3.745

€ 3.769

€ 3.854

Naar geslacht

Naar gemeentegrootteklasse

* exclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering, gecorrigeerd voor deeltijd

Figuur 5.2 Overzicht bruto maandsalaris 5.000

4.000

3.000

2.000

1.000

0

18

20

22

24

26

28

30

32

34

36

38

40

42

44

46

48

50

52

54

56

58

60

62

64

< leeftijd

65

Salarisontwikkelingen en corona

Corona Tabel 5.4 Ingeschat effect van corona op de hoeveelheid werk in 2021

%

Veel meer werk

10

Meer werk

63

Eenzelfde hoeveelheid werk

16

Minder werk

1

Veel minder werk

0

Weet niet

10 n=206

Tabel 5.5 Ingeschat effect van corona op de aard van het werk in 2021

%

Zal helemaal hetzelfde blijven

2

Zal grotendeels hetzelfde blijven

33

Zal enigszins veranderen

47

Zal behoorlijk veranderen

11

Zal grotendeels veranderen

1

Weet niet

10 n=206

66

Salarisontwikkelingen en corona

Tabel 5.6 Ingeschat effect van corona op de financiële situatie in 2021

%

Sterke verbetering

0

Verbetering

0

Geen effect

6

Verslechtering

59

Sterke verslechtering

11

Weet niet

24 n=206

Tabel 5.7 Top 5 belangrijkste effecten van corona op het werk van gemeenten in 2021*

1

Toename thuiswerken

2

Toename van het werk

3

Financiële tekorten

4

Daling opleidingsuitgaven

5

Daling ziekteverzuim

* Er waren meedere antwoorden mogelijk. 

% 99

48 36 31 27 n=206

67

Salarisontwikkelingen en corona

Tabel 5.8 Inschatting aankomende bezuinigingen in 2021 vanwege corona

%

Zeker wel

8

Waarschijnlijk wel

14

Mogelijk

27

Waarschijnlijk niet

19

Zeker niet

1

Weet niet

30 n=206

Tabel 5.9 Inschatting effect van corona op hoeveelheid thuiswerken over een jaar

%

Veel meer

33

Meer

57

Even veel

1

Minder

7

Veel minder

1

Weet niet

0 n=206

68

Bijlagen

Bijlage 1 Responsverantwoording De Personeelsmonitor Gemeenten is grotendeels gebaseerd op twee bronnen, te weten de geanonimiseerde salarisbestanden die door gemeenten ter beschikking worden gesteld en een (internet) enquête onder deze gemeentelijke organisaties. Van de 355 gemeenten die Nederland op 1 januari 2020 telde, zijn er 57 gemeenten die ambtelijk gefuseerd zijn tot werkorganisaties. De gemeenten in deze samenwerkingen tellen mee als één organisatie. Dit betekent dat de Personeelsmonitor 2020 uitgaat van 321 organisaties. De samenwerkingen tellen mee in de gemeentegrootteklasse van het totaal aantal inwoners van de gemeenten in dat samenwerkingsverband. Zie bijlage 2 voor een overzicht.

Bijlage 1.1  Responsverantwoording geanonimiseerde salarisbestanden Personeelsmonitor Alle gemeentelijke organisaties

Aantal salarisbestanden

In % van het totaal

G4

4

4

100

> 100.000 inwoners

32

29

88

50.000 tot 100.000 inwoners

61

56

92

20.000 tot 50.000 inwoners

165

148

90

< 20.000 inwoners

59

52

87

Alle gemeenten

321

299

89

69

Bijlagen Alle gemeentelijke organisaties in Nederland zijn benaderd voor deelname aan de enquête op basis waarvan deze monitor is samengesteld. Van de 321 gemeentelijke organisaties in Nederland hebben er in totaal 206 gerespondeerd.

Bijlage 1.2 Responsverantwoording enquête Personeelsmonitor Respons in aantal

70

Respons in werkzame personen

Populatie

Absoluut

In % van totaal

Absoluut

In % van totaal

G4

4

4

100

44.413

100

> 100.000 inwoners

32

31

97

38.592

97

50.000 tot 100.000 inwoners

61

41

67

23.275

71

20.000 tot 50.000 inwoners

165

93

56

23.449

59

< 20.000 inwoners

59

37

63

4.247

69

Alle gemeenten

321

206

64

133.976

82

Bijlagen

Bijlage 2 Gemeentelijke samenwerkingen Van de 355 gemeenten die Nederland op 1 januari 2020 telde, zijn er 57 gemeenten die ambtelijk gefuseerd zijn tot werkorganisaties: • 1stroom - Duiven - Westervoort • ABG-organisatie - Alphen-Chaam - Baarle-Nassau - Gilze en Rijen • Amstelveen - Aalsmeer - Amstelveen • Amsterdam - Amsterdam - Weesp • BAR-organisatie - Barendrecht - Albrandswaard - Ridderkerk • BEL-combinatie - Blaricum - Eemnes - Laren (NH) • BUCH gemeenten - Bergen (NH) - Castricum - Heiloo - Uitgeest • GR De Bevelanden - Borsele - Goes - Kapelle - Noord-Beveland - Reimerswaal

• Haarlem-Zandvoort - Haarlem - Zandvoort • HLTsamen - Hillegom - Lisse - Teylingen • Mijngemeentedichtbij - Boxtel - Sint Michielsgestel • Noardeast-Fryslân - Noardeast-Fryslân - Dantumadiel • Over-Gemeenten - Oostzaan - Wormerland • Purmerend - Purmerend - Beemster • Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen - Hoogeveen - De Wolden • SED-organisatie - Stede Broec - Enkhuizen - Drechterland • Noaberkracht - Tubbergen - Dinkelland

• De Kompanjie - Veendam - Pekela • Werkorganisatie Duivenvoorde - Wassenaar - Voorschoten • Werkorganisatie CGM - Cuijk - Grave - Mill en Sint Hubert • Woerden - Oudewater - Woerden • Werkorganisatie Druten-Wijchen - Druten - Wijchen • Werkorganisatie Langedijk en Heerhugowaard - Heerhugowaard - Langedijk

Dit betekent dat de Personeelsmonitor 2020 uitgaat van 321 gemeentelijke organisaties. De gemeentelijke samenwerkingen tellen mee in de gemeentegrootteklasse van het totaal aantal inwoners van de gemeenten in dat samenwerkingsverband.

71

Overzicht tabellen & figuren Bezetting gemeenten

72

12

Tabel 1.1

Ontwikkeling van de gemeentelijke bezetting

Figuur 1.1

Bezetting als percentage van de formatie

12

Tabel 1.2

Loonsom in procenten van het loonkostenbudget

13

Figuur 1.2

Bezetting en aantal inwoners naar gemeentegrootte

13

Tabel 1.3

Bezetting per 1.000 inwoners

14

Figuur 1.3

Ontwikkeling van de gemeentelijke bezetting

14

Tabel 1.4

Jaarlijkse verandering van de gemeentelijke bezetting

15

Tabel 1.5

Gemeentelijke bezetting naar geslacht

15

Figuur 1.4

Aandeel mannen en vrouwen

16

Tabel 1.6

Verhouding voltijd en deeltijd

16

Tabel 1.7

Het aantal voltijders, deeltijders en deeltijdfactor

17

Tabel 1.8

Gemeentelijke bezetting naar leeftijdsklasse

17

Figuur 1.5

Gemeentelijke bezetting versus werkzame beroepsbevolking naar leeftijdsklasse

18

Figuur 1.6

Gemeentelijke bezetting naar leeftijd en geslacht

18

Tabel 1.9

Vergelijking gemeentelijke bezetting naar leeftijdscategorie

19

Figuur 1.7

Ontwikkeling gemiddelde leeftijd en vergelijking jongeren en ouderen

19

Tabel 1.10

Gemeentelijke bezetting naar dienstjaren

20

Figuur 1.8

Gemeentelijke bezetting naar dienstjaren

20

Tabel 1.11

Verhouding vast en tijdelijk dienstverband

21

Tabel 1.12

Leidinggevenden per 100 medewerkers

21

Tabel 1.13

Percentage vrouwelijke leidinggevenden

22

Tabel 1.14

Verhouding krimp en groei gemeentelijke bezetting in 2020

22

Tabel 1.15

Top 3 redenen van toename bezetting

23

Tabel 1.16

Top 3 redenen van afname bezetting

23

Figuur 1.9

Verwachte ontwikkeling van van de bezetting

23

Tabel 1.17

Top 5 functiegebieden waar komende drie jaar groei verwacht wordt

24

Tabel 1.18

Top 5 functiegebieden waar komende drie jaar krimp verwacht wordt

24

Overzicht tabellen & figuren

Externe inhuur

24

Tabel 1.19

Uitgaven aan externe inhuur

24

Figuur 1.10

Aandeel gemeenten dat externe inhuur probeert te verminderen

25

Tabel 1.20

Top 5 manieren waarop externe inhuur wordt teruggedrongen

25

Figuur 1.11

Aandeel vaste en flexibele bezetting

26

Tabel 1.21

Meest gebruikte flexibele contractvormen

26

Instroom, doorstroom & uitstroom

27

Figuur 2.1

Instroom, doorstroom en uitstroom

28

Figuur 2.2

Ontwikkeling instroom en overzicht instroompercentages

29

Tabel 2.1

Kenmerken van de instroom

30

Figuur 2.3

Ontwikkeling aantal openstaande vacatures

31

Tabel 2.2

Aantal openstaande vacatures

31

Tabel 2.3

Aandeel moeilijk vervulbare vacatures

32

Tabel 2.4

Verhouding intern en extern vervulde vacatures

32

Tabel 2.5

Top 5 functiegebieden met hoogste aandeel moeilijk vervulbare vacatures

33

Tabel 2.6

Top 5 functiegebieden waarin een tekort gemeenten belemmert in het uitvoerenvan de bedrijfsactiviteiten

33

Tabel 2.7

Top 5 belangrijkste plekken om vacatures te plaatsen

34

Tabel 2.8

Realisatie participatiebanen

34

Tabel 2.9

Verwachting ten aanzien van het behalen van de participatiebaandoelstelling

35

Figuur 2.4

Ontwikkeling doorstroom en overzicht doorstroompercentages

36

Figuur 2.5

Ontwikkeling uitstroom en overzicht uitstroompercentages

37

Tabel 2.10

Redenen van uitstroom

38

Tabel 2.11

Gemeenten met exitgesprekken bij vrijwillige uitstroom

39

Tabel 2.12

Top 5 belangrijkste redenen voor vrijwillige uitstroom

39

Figuur 2.6

Bestemming vrijwillige uitstromers

40

Tabel 2.13

Kenmerken van de uitstroom

41

Figuur 2.7

Verdeling uitstroom naar geslacht en leeftijd

42

Tabel 2.14

Uitstroompercentage per leeftijdsklasse

42

Tabel 2.15

Prognose uitstroom

43

73

Overzicht tabellen & figuren

Jongeren

74

43

Tabel 2.16

Wat wordt ingezet om instroom jongeren te bevorderen

43

Tabel 2.17

Totaal aantal werkervaringsplekken

44

Tabel 2.18

Aantal nieuw aangenomen jonge medewerkers

44

Tabel 2.19

Overzicht gebruik en omvang traineeprogramma

45

Tabel 2.20

De manier waarop het traineeprogramma is georganiseerd

45

Tabel 2.21

Aantal stagiairs als percentage van bezetting

46

Tabel 2.22

Aandeel gemeenten dat stagiairs werft voor functies met tekorten

46

Figuur 2.8

Aandeel gemeenten dat belemmeringen ervaart bij aannemen jongeren

47

Tabel 2.23

Top 5 belemmeringen bij werven van jongeren

47

Tabel 2.24

Top 3 manieren om jonge medewerkers te behouden

48

Tabel 2.25

Top 5 redenen uitstroom jonge medewerkers

48

Figuur 2.9

Aandeel gemeenten dat actief beleid voert om jonge medewerkers te behouden

48

Figuur 2.10

Aandeel gemeenten met generatiepact

49

Figuur 2.11

Gebruikte variant generatiepact/vitaliteitspact

49

Ziekteverzuim

50

Figuur 3.1

Overzicht ziekteverzuim

51

Tabel 3.1

Gemeentelijke verzuimnorm en best practice

51

Figuur 3.2

Vergelijking ziekteverzuim gemeenten en landelijk

52

Tabel 3.2

Verdeling ziekteverzuim

52

Figuur 3.3

Opbouw ziekteverzuim

53

Tabel 3.3

Top 5 meest genoemde oorzaken ziekteverzuim

53

Figuur 3.4

Aandeel nulverzuim

54

Figuur 3.5

Overzicht meldingsfrequentie

54

Figuur 3.6

Overzicht langdurig zieken per 100 medewerkers

55

Figuur 3.7

Vergelijking langdurig zieken ten opzichte van de bezetting

55

Figuur 3.8

Gemeenten die werken aan vitaliteit van medewerkers

56

Tabel 3.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10248879/1