A4.1 Adviesrapport betreffende organisatiestructuur
Tekst van het document
Stichting De Maasveren Rapportage inzake de (inrichting van) bestuur en governance van Stichting De Maasveren
2 februari 2021
Introductie Geachte leden van de Raad van Bestuur en Raad van Toezicht van Stichting De Maasveren, Hierbij gaat onze rapportage met bevindingen en aanbevelingen inzake de herziening van het rechtsvorm- en governancemodel van de Stichting De Maasveren (hierna: “De Maasveren” of de “Stichting”), in navolging van het door ons per e-mail aan u gezonden kostenvoorstel met datum 20 oktober 2020 en onze gezamenlijke sessie op 19 november jl. Onze werkzaamheden hebben wij in drie stappen verdeeld, waarvan de noodzakelijkheid van de derde stap in een later stadium van het traject gezamenlijk zal worden afgestemd. De eerste stap ziet op onderzoek naar geschiktheid van de rechtsvorm 'stichting’ voor De Maasveren In deze stap zullen wij onderzoeken of de huidige rechtsvorm voldoet, of dat een andere rechtsvorm (bijvoorbeeld een coöperatie) voor De Maasveren geschikter kan worden geacht. Tijdens onze bespreking op 19 november jl. hebben wij de verschillende uitgangs- en aandachtspunten bij de (herziening van de) structuur van De Maasveren besproken. Onze bevindingen naar geschiktheid van de huidige rechtsvorm en governance van De Maasveren hebben wij vervolgens neergelegd in deze rapportage, zijnde de tweede stap van dit traject.
In deze rapportage staan wij onder meer stil bij (i) de activiteiten en verhoudingen binnen de structuur van De Maasveren; (ii) hoe de activiteiten en verhoudingen – gecombineerd met de door De Maasveren benoemde randvoorwaarden – binnen de nieuwe structuur kunnen worden vormgegeven; en (iii) welke juridische en/of fiscale stappen dienen te worden gezet om tot een transparante, werkbare en toekomstbestendige eindstructuur te komen. Wij zijn natuurlijk graag tot nader overleg bereid. Mochten er nog aanvullende vragen en/of opmerkingen zijn, dan horen wij dat uiteraard graag. Met vriendelijke groet,
Wouter Amersfoort Senior Manager Legal
PwC
Hans Linders Senior Director Legal
2
Inhoud
1.
Probleemstelling en plan van aanpak
4
2.
Uitkomsten gezamenlijke sessie d.d. 19 november 2020
7
3.
Mogelijke structuren voor een vernieuwde inrichting van bestuur en governance
10
4.
Fiscale aspecten
19
5.
Ons advies
21
6.
Stappenplan en vervolg
23
7.
Bijlage – Model organisatiebouw
25
PwC
3
Probleemstelling en plan van aanpak
Probleemstelling en plan van aanpak Probleemstelling Inleiding De Maasveren verzorgt met haar vijf veren de dagelijkse waterverbinding tussen Gelderland en Noord-Brabant. Sinds de oprichting van de stichting in 1983 heeft De Maasveren een aantal wijzigingen doorgevoerd in de wijze waarop bestuur en toezicht is vormgegeven en in hoeverre de verschillende gemeenten zijn betrokken bij de (activiteiten van de) Stichting, zoals blijkt uit een tweetal statutenwijzigingen uit 2007 en 2012. Conform de huidige statuten zijn de gemeenten Maasdriel, West Maas en Waal en Oss vertegenwoordigd via de raad van toezicht van De Maasveren. Binnen De Maasveren hebben afgelopen periode tussen het bestuur en de raad van toezicht verscheidene gesprekken plaatsgevonden over (een wijziging van de) inrichting van bestuur en toezicht. Daarnaast is door een consultancybureau – Meeer BV – een rapportage opgesteld met titel ‘Bestuursmodel Stichting De Maasveren’ (d.d. 19 maart 2020). In deze rapportage wordt, onder andere, stilgestaan bij de huidige inrichting van bestuur en toezicht en mogelijke geschikte alternatieven. Wij bespraken tijdens ons overleg op 15 oktober en 19 november jl. dat de inrichting van De Maasveren en de opbouw van bestuur en governance op sommige onderdelen niet (meer) geheel passend is bij de huidige situatie.
Het bestuur en de raad van toezicht van De Maasveren hebben gezamenlijk geconstateerd dat zij de verschillende gremia in De Maasveren niet goed ‘in hun rol zitten’ en dat bestuur, directie en toezicht in de huidige inrichting onvoldoende onafhankelijk van elkaar opereren. Verder blijkt het voor de huidige raad van toezicht – waarvan ieder lid is voorgedragen door een gemeente – lastig om goed onafhankelijk toezicht te houden door de dubbelrol die zij bekleden. Om deze reden is het van belang dat de huidige inrichting van bestuur en toezicht binnen De Maasveren wordt aangepast. Verder is op 28 januari 2020 het Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen aangenomen door de Tweede Kamer. Deze wet zal leiden tot wijzigingen in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor stichtingen en zal onder andere de verhouding tussen bestuur en toezicht nader formaliseren. In deze rapportage onderzoeken wij, met inachtneming van het Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen, hoe De Maasveren qua structuur en governance toekomstbestendig ingericht zou kunnen worden, met een speciale focus op het bewerkstelligen een duidelijke rol- en taakverdeling van de verschillende gremia. PwC
Onze aanpak Zoals hiervoor en in onze opdrachtbevestiging geschetst, gaat onze aanpak uit van een gezamenlijke analyse van de huidige structuur en governance en de aspecten waarop deze verbeterd kan worden. Zo werken we gezamenlijk uit wat in ieder geval behouden dient te worden van het huidige, waar mogelijke aanpassingen plaats moeten vinden en welke randvoorwaarden gelden bij die aanpassingen. Mocht daarbij geconstateerd worden dat een deel van die randvoorwaarden of de nodige verbeteringen beter of eenvoudiger tot stand zou kunnen worden gebracht in een andere rechtspersoon dan de huidige stichting, dan wordt dat ter overweging meegegeven. Zoals wij eerder bespraken is een stichting bij ondernemingen vergelijkbaar met De Maasveren een logische en veelgebruikte rechtsvorm. Hoewel het mogelijk is om de Stichting om te zetten naar een andere rechtsvorm zoals een coöperatie, hebben wij aan de hand van ons gezamenlijk overleg vast kunnen stellen dat het niet nodig is om een andere rechtsvorm voor De Maasveren serieus in overweging te nemen. Ter volledigheid hebben wij in hoofdstuk 3 beknopt beschreven wat onze beweegredenen hiervoor zijn. Tijdens ons overleg op 15 oktober en 19 november jl. hebben wij gezamenlijk de knel- en verbeterpunten in de huidige structuur en governance van De Maasveren verkend.
Aan de hand van de informatie die wij tijdens dit overleg hebben opgehaald alsmede met behulp van de door jullie aan ons gezonden documentatie hebben wij in onderhavige rapportage onze bevindingen neergelegd. In deze rapportage adviseren wij wat – kijkend naar de activiteiten en de omvang van De Maasveren – een geschikte inrichting van bestuur en toezicht zou zijn en hoe de huidige Stichting hierop aangepast dient te worden. Het vervolg Wanneer De Maasveren heeft gekozen voor een definitieve nieuwe (inrichting van haar) structuur kan overgegaan tot implementatie. Daartoe is in ieder geval een statutenwijziging vereist middels het passeren van een notariële akte van statutenwijziging. Daarnaast zullen wij in deze rapportage nog ingaan op overige documentatie die de gewenste wijziging van de structuur en governance kan onderbouwen, zoals een bestuursreglement. Zoals wij bespraken kunnen wij hier uiteraard bij assisteren.
5
Huidige structuur Toelichting huidige structuur Hiernaast is de huidige structuur van De Maasveren weergegeven. In de komende slides lichten wij deze structuur toe vanuit verschillende invalshoeken en doen wij suggesties voor mogelijke aanpassingen.
PwC
•
Het bestuur van De Maasveren bestaat, op grond van de statuten van de Stichting (art. 5 lid 1), uit drie leden. De raad van toezicht van de Stichting bestaat, op grond van de statuten (art. 9 lid 1), uit zeven leden.
•
De gemeentebesturen van de gemeenten Maasdriel, Oss en West Maas en Waal hebben het recht om ieder twee leden van de raad van toezicht te benoemen (art. 9 lid 2) en één lid van de raad van toezicht wordt – op voordracht van het personeel in vaste dienst van de stichting – benoemd (art. 9 lid 4). Naast voornoemd recht van voordracht is de Stichting geenszins afhankelijk van de gemeenten en is zij geen (juridisch dan wel bedrijfsmatig) onderdeel van de gemeenten. De Maasveren opereert zodoende geheel autonoom van de gemeenten.
•
Bestuur en toezicht van De Maasveren bestaat op dit moment dus uit tien personen. In de praktijk is gebleken dat de huidige inrichting van bestuur en toezicht, mede met inachtneming van de geringe grootte en activiteiten van de stichting, als ‘topzwaar’ en inefficiënt wordt ervaren.
•
De relatie tussen de bestuurslaag en de medewerkers van de Stichting is op dit moment beperkt. Uit eerdere gesprekken hierover is gebleken dat er ruimte is voor meer gevoel van ‘verbondenheid’, tussen zowel de medewerkers van verschillende locaties onderling als de medewerkers en de bestuurslaag.
6
Uitkomsten gezamenlijke sessie 19 november 2020
Uitkomsten bespreking: ontwerpcriteria Besproken uitgangspunten Tijdens een gezamenlijke bespreking op 19 november, hebben we een inventarisatie gemaakt van de uitgangspunten, ook wel randvoorwaarden genoemd, waar een toekomstbestendige structuur voor De Maasveren aan moet voldoen. Wij stelden gezamenlijk de volgende vast.
1
Continuïteit De Maasveren exploiteert vijf veerponten (‘veren’) vanuit drie gemeenten (gemeente West Maas en Waal, gemeente Oss en gemeente Maasdriel). Voor De Maasveren heeft langdurige continuïteit van de huidige vijf veren prioriteit. Er is geen sprake van (een voornemen tot) van herijking van de huidige plannen, toetreding van andere partners of uitbreiding van de activiteiten.
2
Eenvoud / efficiëntie Op dit moment is De Maasveren ‘zwaar’ opgetuigd, dat wil zeggen dat de invulling van bestuur en toezicht fors is kijkend naar de activiteiten die door de Stichting worden uitgevoerd. Ook bespraken wij dat de efficiëntie van de besluitvorming binnen De Maasveren door de huidige inrichting van bestuur en toezicht niet optimaal is. Een werkbare en toekomstgerichte governancestructuur is een belangrijk uitgangspunt voor de herziene structuur van De Maasveren. Een belangrijke wens is verder dat er een duidelijk onderscheid komt tussen de besturende taken en uitvoerende taken. Een betere rolvastigheid van de verschillende gremia binnen De Maasveren zal leiden tot meer duidelijkheid en efficiëntie in de governance.
3
PwC
Behoud van de fiscale positie De fiscale positie is als zodanig geen ontwerpcriterium, maar wel relevant voor een toekomstbestendige structuur. Een wijziging in de structuur of governance die fiscale gevolgen zou hebben, zou namelijk onwenselijk zijn. Vastgesteld is dan ook dat de fiscale positie van de Stichting kort inzichtelijk gemaakt moet worden, om er zeker van te zijn dat hierin geen onbedoelde wijzigingen plaatsvinden.
4
Personeelsvertegenwoordiging Op dit moment hebben de medewerkers van De Maasveren een recht van voordracht voor één lid van de raad van toezicht van de stichting. Vastgesteld is dat het lastig kan zijn om dit recht van voordracht te verenigen met een toezichthouder die zonder ‘last en ruggenspraak’ toezicht dient te houden op het bestuur. Het ligt dan ook voor de hand dat deze vorm van personeelsvertegenwoordiging anders ingekleed zal worden. Het is daarbij van belang dat de medewerkers van de Stichting op een zorgvuldige wijze worden betrokken bij de (inrichting van de) organisatie. Daarbij dient ook aandacht te worden besteed aan de (wettelijke eisen van) medezeggenschap.
5
Realisatie van voldoende bestuurskracht Door De Maasveren is benoemd dat het van belang is dat er voldoende ‘bestuurskracht’ aanwezig is binnen de Stichting. Daarbij is belangrijk dat er wordt gezocht naar een invulling aan het bestuur die passend is aan de bestuurlijke taak die er bij De Maasveren ligt. Dat wil zeggen dat er primair behoefte is aan een bestuur met bestuurlijke kennis en ervaring die nodig en passend is voor De Maasveren. Voor overige taken en processen, bijvoorbeeld financieel en administratief, kan gekeken worden in hoeverre het nuttig en nodig is die zelf uit te voeren of dat daarvoor gezocht wordt naar mogelijkheden om dit uit te besteden.
6
Relatie oevergemeenten In de huidige structuur van De Maasveren hebben de oevergemeenten een voordrachtsrecht voor leden van de raad van toezicht van de Stichting. Doordat het van belang is en wordt geacht dat toezichthouders zonder last en ruggenspraak toezicht houden op het bestuur van De Maasveren, is het uitgangspunt om in de nieuwe situatie van dit recht tot voordracht af te zien. Dit zal (moeten) leiden tot een zuivere relatie met de gemeenten, gezien politieke afwegingen geen onderdeel meer (kunnen) uitmaken van de bedrijfsvoering van De Maasveren. 8
Uitkomsten bespreking: rechtsvormkeuze De keuze voor een stichting Algemeen Wij bespraken dat een stichting op dit moment door De Maasveren als werkbare rechtsvorm wordt ervaren om de activiteiten inzake het exploiteren van de vijf veerdiensten in onder te brengen. Onderdeel van ons onderzoek is het bezien of een andere rechtsvorm (mogelijk) beter aansluit bij de wensen van De Maasveren. Wij zien geen juridische of fiscale redenen om De Maasveren om te zetten in een andere rechtsvorm. De enige denkbare alternatieven, een vereniging, coöperatie of een besloten vennootschap, brengen in de huidige situatie geen voordelen met zich, maar wel enkele nadelen. Zo zou zich bijvoorbeeld direct de vraag opdringen wie de leden/eigenaar van De Maasveren zouden zijn en hoe die zich (in percentages bijvoorbeeld) tot elkaar verhouden. Indien er noodzaak zou zijn tot het versterken van het eigen vermogen door het aantrekken van een financier, zou een coöperatie of een besloten vennootschap een voordeel kunnen bieden. In de huidige situatie is echter juist de eigenstandigheid die hoort bij een stichting passend bij de Maasveren en haar positie.
Vergelijkbare organisaties Voor de positie die De Maasveren heeft, met een publieke functie maar in wezen onafhankelijk van de gemeenten en provincies, is de stichting ook een vaker voorkomende rechtsvorm. We zien dat vaker voor publiek/private mengvormen in bijvoorbeeld openbare buitenruimte in privé-eigendom, of andere kleinschalig geëxploiteerde infrastructuur of vervoersvoorzieningen. Veelal zijn er dan wel afspraken gemaakt, al dan niet statutair vastgelegd, over de samenwerking en relatie met de betrokken stakeholders. Ook vanuit dit perspectief, de vergelijking met andere organisaties, vinden wij de stichting als rechtsvorm dan ook passend voor De Maasveren.
Stichting Een stichting is een rechtsvorm die voor uiteenlopende maatschappelijke activiteiten wordt ingezet. Een stichting streeft ernaar bepaalde vastgelegde doelen te realiseren. In die zin is de rechtsvorm stichting ook een zeer ‘doelgerichte’ organisatie: er is geen eigenaar of algemene (leden)vergadering die over de stichting kan beschikken. De doelstelling van een stichting ligt statutair vast in een doelomschrijving en die moet worden nagestreefd met het vermogen dat de stichting heeft. Op basis van de informatie die ons verstrekt is over De Maasveren, achten wij een stichting dan ook een passende rechtsvorm.
PwC
9
Mogelijke structuren voor een vernieuwde inrichting van bestuur en governance
Verschil tussen ‘RvT-model’ en het ‘directiemodel’ Uitgaande van een stichting en de wens tot vereenvoudiging, dient de toekomstbestendige structuur en governance van De Maasveren in de basis vormgegeven te worden in ofwel het RvT-model ofwel het directiemodel. Het verschil tussen deze modellen, zit in de taakverdeling tussen het uitvoerende en het toezichthoudende orgaan. Deze modellen komen in de praktijk voor als verschillende uitwerkingen binnen hetzelfde (wettelijke) kader. De Maasveren heeft op dit moment een RvT-model. Wij leggen het RvT-model hieronder en op de volgende slides naast het directiemodel. Vervolgens kijken wij – met inachtneming van de uitgangspunten van De Maasveren – welk model het beste bij de stichting past en met welke inrichting.
Het directiemodel
Het Raad van Toezicht-model
•
In het ‘RvT-model’ ligt de eindverantwoordelijkheid voor de besturing van de Stichting bij het bestuur, met een toezichthoudende rol voor de raad van toezicht. Het is een veelvoorkomend governancemodel bij stichtingen. In dit model dient het bestuur veelal voor bepaalde belangrijke beslissingen voorafgaande goedkeuring te vragen van de raad van toezicht en houdt de raad van toezicht (op enige afstand) toezicht op het beleid van het bestuur en de dagelijkse gang van zaken.
•
De precieze bevoegdheden van de raad van toezicht worden vastgelegd in de statuten. Over het algemeen heeft de raad van toezicht onder meer de bevoegdheid om leden van het bestuur te benoemen en te ontslaan. Daarnaast is het gebruikelijk dat beleidsplannen, jaarverslagen en jaarrekeningen door de raad van toezicht goedgekeurd worden. Verder kan de raad van toezicht gevraagd en ongevraagd advies geven aan het bestuur.
•
Ten aanzien van de twee punten hierboven dient te worden benadrukt dat het altijd aan de stichting zelf is hoe de taakinvulling van de raad en toezicht en het bestuur precies wordt vormgegeven. Een vormgeving op maat is – met inachtneming van de in de wet- en regelgeving opgenomen kaders – altijd mogelijk. Zo kunnen de taken en bevoegdheden van zowel RvB als RvT passend bij de organisatie ingericht worden.
PwC
•
Het ‘directiemodel’ kenmerkt zich door een toezichthoudend orgaan dat meer bij de dagelijkse gang van zaken betrokken is. De dagelijkse gang van zaken is in het directiemodel in handen van een directeur/directie. Het beleid van de Stichting wordt vastgesteld door het (algemeen) bestuur. Een door het bestuur te benoemen directielid is in dienst van de Stichting en is geen onderdeel van het bestuur in juridische zin. Wel kan aan een lid van de directie – door middel van bijvoorbeeld een lopende volmacht – verregaande bevoegdheden en taken worden gegeven. Verder kunnen de taken en bevoegdheden van de directie worden vastgelegd in statuten of in een directiereglement. De taakverdeling tussen RvB en directie is dan ook volledig op maat in te richten.
•
Ook taken van het bestuur kunnen aan de directie worden gedelegeerd. Hoewel het bestuur in de praktijk daardoor (desgewenst) – vergelijkbaar met een raad van toezicht in het RvT-model – een iets meer toezichthoudende c.q. adviserende rol op zich kan nemen door de directie een groot pakket aan taken en verantwoordelijkheden toe te bedelen, is het goed om te beseffen dat het bestuur te allen tijde alle wettelijke en statutaire verantwoordelijkheden van een bestuurder blijft dragen.
•
Doordat bestuurders in het directiemodel formeel volledig bevoegd en verantwoordelijk zijn, zitten zij erg dicht op het vuur. Dat kan wenselijk en nodig zijn, afhankelijk van de activiteiten 11 van de stichting en de gewenste dynamiek tussen het uitvoerend en toezichthoudend orgaan.
Wat is passend voor De Maasveren? Geschiktheid RvT-model of directiemodel voor De Maasveren Alvorens kan worden bepaald welk bestuursmodel – het RvT-model of het directiemodel – voor De Maasveren het meest geschikt kan worden geacht, dient De Maasveren voor zichzelf de vraag te beantwoorden wat zij in de dagelijkse praktijk het meest nodig heeft. Uitvoerend orgaan Op dit moment zijn er in juridische zin twee uitvoerende organen, namelijk de directeur en het bestuur. Wij adviseren in ieder geval dit te combineren. Vervolgens is de vraag welke positie het uitvoerend orgaan moet krijgen: puur op de praktische bedrijfsvoering, of ook in de vaststelling en uitvoering van het bredere beleid en de relatie met de interne en externe stakeholders van de Stichting? Toezichthoudend orgaan De rol die het toezichthoudend orgaan heeft kan in de verschillende modellen wezenlijk anders zijn. In het directiemodel bestaat meer vrijheid om de rol van het toezichthoudend orgaan op maat te maken, maar bestaat ook minder sterk onderscheid tussen bestuur en toezicht. Wij begrijpen dat De Maasveren behoefte heeft aan zowel organisatorische als technische aansturing. Er is sprake van een dagelijkse gang van zaken, waar toezicht op nodig is. Dat is iets dat zowel het RvT-model als het directiemodel kunnen bieden.
Het verschil tussen de twee bestuursmodellen is echter de mate van betrokkenheid en de mate van meewerken die je van het toezichthoudende gremium kan verwachten.
De crux is dan ook met name gelegen in een goede verbinding tussen organisatie en personeel, de borging van continuïteit in dienstverlening en het onderhouden van relatie. Daarbij is de vraag hoe dit het beste verdeeld kan worden over bestuur en toezicht. Wat is passend voor De Maasveren? In beginsel zijn beide modellen, het RvT-model en het directiemodel, mogelijk. De Maasveren is een relatief kleine organisatie met een sterke regionale inbedding, waarbij in het verleden de inregeling van een onafhankelijk bestuur en toezicht een uitdaging is gebleken. Om deze reden kan het RvT-model, qua rolzuiverheid, mogelijk geschikter worden geacht dan het directiemodel. Reden daarvoor is dat bestuur en toezicht binnen het RvT-model meer afstand tot elkaar bewaren. Dit zorgt voor meer duidelijkheid in de verdeling van taken en bevoegdheden binnen de Stichting. Ook is er minder mogelijkheid tot belangenverstrengeling. Op basis van de door ons gevoerde gesprekken met De Maasveren hebben wij de indruk dat dit duidelijke onderscheid tussen bestuur en toezicht de voorkeur verdient boven het ‘meewerkend-toezicht’ dat ingericht kan worden in het directiemodel. Het RvT-model lijkt de randvoorwaarden van De Maasveren dan ook beter te borgen. Ter verdere onderbouwing hebben wij op de volgende pagina’s het RvT-model en het directiemodel verder uitgewerkt.
Daarbij gaan wij er overigens van uit dat de betrokken gemeenten en de medewerkers geen bezwaar hebben tegen de voorgenomen wijziging in governance van De Maasveren.
De activiteiten van De Maasveren kennen een sterke uitvoerende component (de exploitatie van de veren en de technische werkzaamheden die daaruit voortvloeien) alsmede een component die sterk gericht is op stakeholdermanagement. Wij bespraken dat laatstgenoemde, meer klassieke, bestuurswerkzaamheden naar verwachting niet al teveel tijd zullen kosten.
PwC
12
Samengevat: versteviging van rollen binnen huidig model De keuze voor een stichting
Ons advies
Zoals in deze rapportage benoemd achtten wij een stichting een geschikte rechtsvorm voor De Maasveren. Wij adviseren, zoals wij al eerder bespraken, dan ook om de rechtsvorm niet aan te passen en om de huidige rechtsvorm houden. Wij zien geen juridische of fiscale redenen om De Maasveren om te zetten in een andere rechtsvorm.
Op basis van de gesprekken die wij gevoerd hebben en de documentatie die wij hebben ingezien, adviseren wij het RvT-model te handhaven maar de opzet daarvan opnieuw uit te werken in statuten en reglementen, in lijn met de geformuleerde randvoorwaarden. Zo kan de RvT opnieuw gepositioneerd worden als afgeslankte toezichthouder, op een klein en slagvaardig bestuur. Dit past goed bij de geformuleerde randvoorwaarden, met een belangrijke nadruk op de efficiëntie, rolvastheid van de gremia en realisatie van bestuurskracht. Het directiemodel brengt een mogelijkheid om de uitvoerende en toezichthoudende rollen bij elkaar te brengen, maar gelet op de geformuleerde randvoorwaarden en met name de geconstateerde noodzaak om bestuur en toezicht in een duidelijker kader te positioneren, achten wij de strikte scheiding van het RvTmodel geschikter.
RvT-model versus directiemodel Na de constatering dat de rechtsvorm stichting geschikt is voor De Maasveren, dient gekeken te worden hoe bestuur en toezicht het beste ingericht kan worden. Wij hebben daarbij benoemd dat De Maasveren op dit moment een RvT-model hanteert. Een ander model dat mogelijk toepasbaar is voor De Maasveren is het directiemodel. Alvorens kan worden bepaald welk bestuursmodel voor De Maasveren het meest geschikt kan worden geacht, dient de Stichting voor zichzelf een aantal vragen te beantwoorden: 1. Welke rol wil De Maasveren het toezichthoudend orgaan in de nieuwe structuur geven? Is er behoefte aan een puur toezichthoudend orgaan (RvT-model) of aan betrokkenheid die dichter bij de organisatie ligt (directiemodel)? 2. Welke werkzaamheden dient het bestuur in de nieuwe structuur op zich te nemen? 3. Hoe wordt de relatie met de gemeenten en de werknemers vormgegeven, als zij geen vertegenwoordiging in de RvT hebben?
De beantwoording van deze vragen zal richtinggevend zijn voor de verdere invulling van bestuur en toezicht in De Maasveren. Het is van belang dat daarbij tevens het eerder benoemde Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen in ogenschouw wordt genomen, alsmede de afspraken zoals neergelegd in de overeenkomst tussen het bestuur en de raad van toezicht van De Maasveren d.d. 2 september 2020. Graag stellen wij gezamenlijk vast of De Maasveren – na beantwoording van voorgaande vragen – het beste kan kiezen voor een RvT-model of een directiemodel. Aan de hand van deze keuze richten wij bestuur en toezicht nader graag in op grond van de in hoofdstuk 4 genoemde uitgangspunten. PwC
Door een herinrichting van bestuur en toezicht aan hand van de in dit rapport genoemde vereisten, portefeuille- en rolverdeling, kan de governance van De Maasveren efficiënter, doel- en taakgerichter worden ingericht. Dat is in lijn met alle randvoorwaarden, maar ook passend bij vergelijkbare organisaties. Het vier ogen principe dat gewenst is voor de goede inrichting van bestuur en toezicht bij De Maasveren, kan hierin optimaal worden geborgd. Ter versteviging van dit vier ogen principe kunnen overigens, ter ondersteuning van het bestuur, bepaalde financiële en ondersteunende processen zoals administratie of salarisverwerking mogelijk uitbesteed worden. Dit heeft tot gevolg dat de bestuurder van De Maasveren zich primair kan richten op de bestuurlijke taak en dat informatievoorziening over deze processen rechtstreeks en onafhankelijk aan bestuur en toezicht kan worden gericht. Technische vaardigheden die benodigd zijn voor het in vaart houden van de veren is c.q. kan worden belegd bij het daarvoor aangestelde technische personeel. Hoewel het directiemodel voor De Maasveren in beginsel ook goed zou kunnen werken, heeft dit model als nadeel dat het onderscheid tussen bestuur en toezicht mogelijk (mettertijd) vertroebelt, doordat door deze gremia nauwer wordt samengewerkt dan in het RvT-model.
Kijkend naar de omstandigheden die in het verleden bij de Stichting hebben gespeeld en naar de door De Maasveren gestelde randvoorwaarde voor (meer) rolvastigheid van bestuur en toezicht, kan het directiemodel daarmee voor De Maasveren ongeschikt worden geacht. 13
Mogelijke structuur: RvT-model
In de structuurtekening op deze slide is een voorstel opgenomen voor een mogelijke nieuwe indeling van het RvT-model van De Maasveren. Daarbij gaan wij uit van een RvT van drie leden en een RvB van één persoon.
1
Gemeenten: geen recht van voordracht De drie op dit moment bij de stichting betrokken gemeenten hebben in deze mogelijke structuur geen recht van voordracht op basis van de statuten, maar een contractuele relatie, in nader te bepalen vorm, voor het borgen van hun belangen.
2
Wij constateerden tijdens onze bespreking dat de volgende profielen wenselijk zijn voor leden van de raad van toezicht: financieel, HR en politiek/bestuurlijk. Bedoeld met politiek/bestuurlijk betekent dat dit lid van de raad van toezicht dient te beschikken over politiek/bestuurlijke sensitiviteit en ervaring dient te hebben met politieke/bestuurlijke processen. Gelet op de omvang en activiteiten van De Maasveren, lijkt een RvT van drie personen voldoende voor de toezichthoudende taak. Gelet op het belang van de binding met de stakeholders, kan aan de RvTleden ook gevraagd worden contact met de relevante gemeenten te onderhouden en bij periodieke werkbezoeken het personeel te spreken om goed op de hoogte te blijven van wat er speelt in de organisatie.
1
2
3
Inrichting de raad van toezicht
3
Inrichting van het bestuur Gelet op de activiteiten van De Maasveren, de rol van de raad van toezicht en de technische ondersteuning van het bestuur, lijkt het ons haalbaar om het bestuur in de herziene structuur uit één natuurlijk persoon te laten bestaan. De bestuurstaak bestaat, samengevat, uit het besturen van de stichting, het bewaren van een gezonde en stabiele organisatie en externe vertegenwoordiging. Ter ondersteuning van de bestuurder kan een (technisch) bedrijfsleider worden aangesteld. Deze persoon zal met twee benen in de organisatie staan en zich primair richten op de (technische) dagelijkse uitvoering. Wij bespraken dat nader kan worden bepaald welke tijdsverdeling wordt gehanteerd voor deze rollen. Indien een extra managementlaag ongewenst is, kan de bestuurder worden ondersteund door een (technisch) medewerker, eventueel aangevuld door noodzakelijke aanvullende (technische) expertise.
PwC
Ook kunnen ter ondersteuning van het bestuur (indien dat voor de kwaliteit en qua kosten efficiënt is) bepaalde ondersteunende processen zoals financiële en 14 administratieve extern worden uitbesteed.
Mogelijke structuur: directiemodel In de structuurtekening op deze slide is een voorstel opgenomen voor een mogelijke indeling van een directiemodel voor De Maasveren. Daarbij gaan wij uit van een statutair bestuur bestaande uit drie personen en één directeur.
1
Inrichting van het bestuur Bij de inrichting van het bestuur in dit model, ligt het voor de hand dezelfde profielen te hanteren als voor de RvT in het RvT-model. Dat betekent dat bestuurders worden aangesteld met een HR, financiële en een politiek/bestuurlijke portefeuille. Op basis van de wensen van De Maasveren, kan vervolgens een meer op maat gemaakte taakverdeling tussen RvB en directie worden gemaakt. De werkzaamheden van de RvB zullen voornamelijk op beleidsmatig en toezichthoudend niveau liggen, maar bijvoorbeeld ook te maken hebben met de binding met de stakeholders zoals de gemeenten en werknemers. Het bestuur bemoeit zich in het directiemodel niet met de dagelijkse gang van zaken, maar staat wel dichterbij de organisatie en haar stakeholders dan een raad van toezicht in een RvT-model normaal doet. Het ligt daarom voor de hand dat de bestuursfunctie in dit model bezoldigd is.
1 2 2
PwC
Inrichting van de directie De directeur van de organisatie zal een ‘schaap met vijf poten’ moeten zijn die feitelijk de dagelijkse gang van zaken volledig kan aansturen en de uitvoering van het door/gezamenlijk met het bestuur vastgestelde beleid voor zijn rekening neemt. Waardevol aan een directeursfunctie is dat deze zal met twee benen in de organisatie staat en zich primair richt op de (technische) uitvoering, terwijl het bestuur meer in helikopterperspectief naar de Stichting kijkt en zich (bijvoorbeeld) richt op beleid en contact met stakeholders. Zo kan een goede verdeling gemaakt worden tussen lange en korte termijn, waarbij zowel directie als bestuur zich ook direct verbonden houden met de organisatie en haar stakeholders. Nader kan worden bepaald welke tijdsverdeling wordt gehanteerd. Zo kan worden gedacht aan een fulltime directeur en parttime bestuurders. 15
Keuze tussen het ‘RvT-model’ en het ‘directiemodel’ Op de vorige slides hebben wij beknopt beschreven wat het verschil is tussen het RvT-model, momenteel in gebruik door De Maasveren, en het directiemodel. Hieronder beschrijven wij een aantal (algemene) voor- en nadelen die voor deze twee modellen kunnen worden geformuleerd.
Het directiemodel
Het Raad van Toezicht-model Voordelen
Voordelen
•
De meeste stichtingen in Nederland hebben van oudsher een model dat uitgaat van een bestuur en een interne toezichthouder. Doordat het een zeer bekend model betreft is de rolverdeling binnen een stichting erg duidelijk, zowel binnen de stichting (voor werknemers) als daarbuiten (voor externe stakeholders). Hoewel het directiemodel ook een interne toezichthouder heeft (namelijk de bestuurder), is deze rolverdeling voor stakeholders vaak minder zichtbaar en kenbaar.
•
Het voordeel van een directiemodel is dat de directie en RvB nauwer kunnen samenwerken. Dit omdat beide gremia in het directiemodel dichter tegen elkaar aanzitten en dichter op de operatie zitten. Gelet op de aard van de organisatie van De Maasveren (klein maar geografisch verspreid en weinig overloop tussen de verschillende organisatieonderdelen) kan dit een voordeel zijn.
• •
De raad van toezicht staat op afstand van het bestuur. Zij heeft primair een toezichthoudende rol, waardoor haar takenpakket beperkt en overzichtelijk is. Dit betekent ook dat de gevraagde inzet van een lid van de raad van toezicht minder tijd vraagt dan, bijvoorbeeld, een bestuurdersrol in het directiemodel.
De (directe) betrokkenheid van bestuurders in een directiemodel is in beginsel groter dan leden van de raad van toezicht in het RvT-model. Er kan dan ook volledig maatwerk gezocht worden in de taakverdeling tussen RvB en directie, zonder dat daar de beperkingen van een rol als toezichthouder op zitten zoals bij een RvT.
•
Leden van de raad van toezicht kunnen ook een (beperkte) rol in de externe vertegenwoordiging op zich nemen. Hier kan De Maasveren haar voordeel uit halen. Tevens kan de raad van toezicht het bestuur – naast hun toezichthoudende rol – waar gewenst met raad en daad terzijde staan.
Nadelen
Nadelen •
•
De raad van toezicht raakt doordat zij op afstand staat van het bestuur en de operatie mogelijk minder betrokken bij de werkzaamheden en vraagstukken die spelen op de werkvloer. De binding van een RvT met interne en externe stakeholders, wordt in enige mate beperkt door de rol die zij als toezichthouder hebben, zij moeten immers primair toezichthouden en andere taken of verantwoordelijkheden mogen deze rol niet storen. Dat de raad van toezicht op enige afstand van de organisatie staat moet passen bij de wijze waarop bestuur en toezicht samen willen werken.
PwC
•
De rol en taakverdeling in uitvoering en toezicht is minder scherp dan in het RvT-model, omdat de gremia in dit model nauwer samenwerken. Het directiemodel is daarin meer ‘uitvoeringsgericht’.
•
Naar buiten toe (d.w.z. voor externe stakeholders en derden) is er bij het directiemodel niet altijd een duidelijk onderscheid te maken tussen uitvoering en toezicht.
•
Afhankelijk van de precieze rol van de RvB, kan het zijn dat het uitvoeren van de RvB functie meer tijd zou vergen dan een vergelijkbare RvT functie. Dat kan in de werving en selectie van geschikte kandidaten een rol spelen.
•
De bestuurders dienen zich er ook van bewust te zijn dat zij, ondanks enige afstand tot de organisatie, wel de volledige bestuursverantwoordelijkheid dragen.
16
Aanvullende aandachtspunten: medewerkers en gemeenten Algemeen Een belangrijk uitgangspunt voor De Maasveren is dat de medewerkers van de Stichting de nieuwe inrichting van bestuur en toezicht ondersteunen en zicht voldoende gehoord en vertegenwoordigd voelen. Het wordt van groot belang geacht dat de medewerkers van de stichting op een zorgvuldige wijze worden betrokken bij de (inrichting van de) organisatie. Gelet op het aantal personeelsleden, is vastgesteld dat er geen formele wettelijke vereisten zijn voor personeelsvertegenwoordiging, en De Maasveren dit dus in overleg met het personeel naar eigen inzicht kan inrichten. Recht van voordracht voor een lid in de raad van toezicht Op dit moment hebben de medewerkers van De Maasveren een recht van voordracht voor één lid van de raad van toezicht van de Stichting. Vastgesteld is dat het lastig kan zijn om dit recht van voordracht te verenigen met een toezichthouder die zonder ‘last en ruggenspraak’ toezicht dient te houden op het bestuur. Dit gecombineerd met de wens om de raad van toezicht te verkleinen en de toezichthoudende rol te versterken, geeft aanleiding om de personeelsvertegenwoordiging anders vorm te geven.
Vertegenwoordiging Wij bespraken dat het wenselijk is dat de werknemers van De Maasveren het gevoel hebben dat zij gehoord worden door het bestuur en toezicht, maar niet per se op de wijze zoals dat op dit moment gebeurt. Wij adviseren om de personeelsvertegenwoordiging ten dele in lijn te brengen met de Wet op de ondernemingsraden, maar op een manier en mate die past bij de organisatie. De afspraken over het contact met het personeel kunnen vervolgens uitgewerkt worden in een apart reglement, of onderdeel worden gemaakt van bijvoorbeeld het bestuursreglement of RvT reglement. Verder adviseren wij om een structurele overleggen in te plannen met alle medewerkers. Op deze manier wordt een connectie gezocht tussen bestuur en medewerkers. Het is belangrijk dat de medewerkers het gevoel hebben dat zij gehoord worden en dat het bestuur zichtbaar is. Door de afstand in communicatie tussen het management en de operatie te verkleinen kan, zoals wij bespraken, het gewenste “wij-gevoel” worden gecreëerd. PwC
Gemeenten Wij adviseren De Maasveren om de positie van de gemeenten ten opzichte van de stichting te heroverwegen, aangezien de huidige zware optuiging van bestuur en toezicht vrijwel direct het gevolg is van de betrokkenheid van de gemeenten op dat niveau. Een lichtere inrichting van bestuur en toezicht betekent dat een andere relatie met de gemeenten onderhouden moet worden. Gelet op het belang dat de gemeenten hebben lijkt dat ook mogelijk. Inspraak, informatie en toezicht op de operationele kwaliteit behoeft niet via een statutaire positie geborgd te worden, maar kan ook gevat worden in een contractuele of subsidierelatie aangevuld met goed stakeholdermanagement. Verder valt het recht van voordracht die de gemeenten hebben voor het aandragen van leden van de raad van toezicht niet goed te verenigen met een toezichthouder die zonder ‘last en ruggenspraak’ toezicht dient te houden op het bestuur.
Indien een gemeente graag enige vorm van invloed wil uitoefenen en/of (indirect) toezicht wil (blijven) uitoefenen op de activiteiten van de stichting, kan er desgewenst ook voor worden gekozen om een prestatiecontract met de relevante gemeente(n) te sluiten. In een dergelijk contract is – kort gezegd – neergelegd dat De Maasveren haar werkzaamheden op een gedegen wijze uitvoert en daarbij de door betreffende gemeente neergelegde belangen (zo veel als mogelijk) behartigt. Daar kunnen ook prestatieindicatoren (zogenoemde KPI’s) aan gekoppeld worden. Door een dergelijke prestatieplicht aan te gaan kan door De Maasveren (indien van toepassing) de wens van de gemeente(n) om indirect, door middel van het recht tot voordracht voor leden van de raad van toezicht, betrokken te blijven bij de Stichting mogelijk worden weggenomen. Reglementen De inrichting van het door De Maasveren te kiezen model, de verhouding tot de interne en externe stakeholders en eventuele andere uitwerkingen, dienen uiteindelijk in zowel de statuten als de reglementen van de Stichting te worden gevat. Wij adviseren daarbij: • Een reglement voor het toezichthoudend orgaan: met (o.a.) afspraken over de portefeuilleverdeling, vergaderingen en besluitvorming.
• Een reglement voor het uitvoerend orgaan: met (o.a.) afspraken over de taakverdeling, mandaat vanuit het toezicht en de organisatie en nadere bevoegd- en verantwoordelijkheden. • Borging van de relatie met de gemeenten en het personeel, zoals hiervoor genoemd. 17
Aandachtspunten bij het vormgeven van de RvT-structuur (1/2) 1
Vastleggen van rollen binnen de organisatie Op dit moment is er naar wij begrijpen sprake van veel informele relaties binnen de organisatie, hetgeen de effectiviteit en professionaliteit kan beperken. Als de RvTstructuur van De Maasveren opnieuw wordt vormgegeven, dient aandacht te worden besteed aan een duidelijke opsplitsing van de verschillende gremia en rollen binnen de organisatie. Dit dient haar weerslag te hebben in de statuten van de stichting en in aanvullende reglementen. De statuten gelden daarbij als basis. In aanvullende reglementen worden de taken van het bestuur en de raad van toezicht vervolgens nader gedefinieerd. Daarbij wordt geadviseerd na te denken over de volgende rolverdeling, die wij tijdens onze gezamenlijke (digitale)bijeenkomst van 11 januari 2021 bespraken: Raad van toezicht: Houdt toezicht op de doelrealisatie van De Maasveren en de (wijze van) besturing van de stichting door het bestuur. De raad van toezicht kan bestaan uit drie personen, met (bijvoorbeeld) de volgende profielen: financieel, HR en politiek/bestuurlijk. Gekozen worden kan voor een raad van toezicht die is samengesteld met inachtneming van het geografische spreidingsgebied van de activiteiten van De Maasveren, maar dat is niet noodzakelijk. Wel kan dit voornemen worden opgenomen in de nieuwe statuten van de stichting, indien gewenst.
De drie profielen voor de raad van toezicht kunnen nader worden uiteengezet in het (nog op te stellen) reglement voor de raad van toezicht. Dat geeft flexibiliteit in het van tijd tot tijd herzien van de profielen, zonder dat daarvoor de statuten hoeven te worden aangepast. Bestuur De bestuurder van De Maasveren is de cultuurdrager van de stichting. Hoewel techniek wegens de aard van de activiteiten van de stichting relevant is, hoeft deze kennis niet in het bestuur aanwezig te zijn. Verder dient het professionaliteitsniveau op het gebied van administratie en financiële- of technische ondersteuning te worden geborgd. Dit kan door de bestuurder worden uitbesteed aan de organisatie of aan externe partijen waar noodzakelijk en/of mogelijk. Belangrijk is dat ervoor wordt gezorgd dat de bestuurder niet op zichzelf staat d.w.z. dat er geen sprake is van een ‘eenzame’ bestuurder – er dient sprake te zijn van gedegen toezicht en goede ondersteuning door de raad van toezicht PwC waar nodig.
2
De statuten Statuten worden bij voorkeur toekomstbestendig geschreven, zodat deze voor een periode van ten minste van 5-10 jaar aansluiten bij de activiteiten en doelstellingen van de organisatie. De statuten dient, zoals bekend, als ‘fundering’ van de stichting.
Goedkeuringsrecht voor de raad van toezicht Op dit moment is in artikel 7 lid 2 van de statuten van De Maasveren opgenomen voor welke besluiten van het bestuur van De Maasveren voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht is vereist. Bekeken dient te worden of deze goedkeuringslijst nog steeds actueel is. Ook kan desgewenst besloten worden om de besluitenlijst verder aan te vullen c.q. te specificeren. Daarbij kan worden gedacht aan het opnemen van (een variant van) de volgende besluiten die voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht behoeven, waarmee de taakverdeling van de bestuur en de raad van toezicht nader worden vastgelegd: o De vaststelling van het (nog op te stellen) bestuursreglement. o Het aangaan, wijzigen of verbreken van een duurzame samenwerking van de stichting met andere rechtspersonen of organisaties, indien die samenwerking van ingrijpende betekenis is voor de stichting. o Rechtstreekse of middellijke deelneming in het kapitaal van vennootschappen of ondernemingen en het wijzigen van de omvang van een zodanige deelneming. o Gelijktijdige beëindiging of beëindiging binnen een kort tijdsbestek van de arbeidsovereenkomst van een aanmerkelijk aantal werknemers, of van het verbreken van een overeenkomst met een aanmerkelijk aantal personen dat als zelfstandige of als samenwerkingsverband werkzaam is voor de stichting.
o Het sluiten van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen, alsmede het sluiten van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt, of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt. o Het aangaan van geldleningen boven een door de raad van toezicht vast te stellen bedrag binnen een bepaalde periode. o Het aangaan van geldleningen boven een jaarlijks door de raad van toezicht vast te stellen bedrag. o Het leveren van diensten die afwijken van of een aanvulling vormen op de gebruikelijke activiteiten van de stichting.
18
Aandachtspunten bij het vormgeven van de RvT-structuur (2/2) 3
Reglementen Ter nadere duiding van de taken en verantwoordelijkheden, adviseren wij een bestuursreglement ofwel directiestatuut en een reglement voor de raad van toezicht op te stellen. In dergelijke reglementen worden (onderlinge) afspraken neergelegd tussen de (leden van) deze verschillende organen van de stichting. Denk daarbij aan een verdeling of toewijzing van verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden of beperkingen ten aanzien van (bestuurs)bevoegdheden. Reglement voor de raad van toezicht Denk bij het reglement voor de raad van toezicht aan bepalingen, in aanvulling op de statuten van De Maasveren, die zien op: o Taken en werkzaamheden van de raad van toezicht. o Wijze van toezicht en evaluatie op het (functioneren van het) bestuur. o De wijze waarop de relatie met andere stichtingsorganen is vormgegeven. o Wijze van opstellen profielschets, opvolgingsplan en diversiteitsbeleid. o Onafhankelijkheidsbepalingen, waarin is vastgelegd dat de leden van de raad van toezicht en opzichte van elkaar, het bestuur en welk deelbelang dan ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. Kort gezegd bepalingen ten aanzien van (het voorkomen van) belangenverstrengeling. o Taakverdeling van de leden van de raad van toezicht (kijkend naar de profielverdeling van de verschillende leden).
o Aanvullende afspraken ten aanzien van (de wijze van) het beleggen van vergaderingen, de besluitvormingsprocedure en het opstellen van notulen. Directiestatuut In het bestuursreglement ofwel directiestatuut is beschreven wat de taken zijn van de bestuurder van De Maasveren. Denk bij het reglement voor het bestuur aan bepalingen, in aanvulling op de statuten van De Maasveren, die zien op: o De positionering van het bestuur in de stichting en haar taken en werkzaamheden. o De wijze waarop de relatie van het bestuur met de raad van toezicht en de operatie is vormgegeven. o De wijze van waarneming en de mate van bereikbaarheid van de bestuurder. o Bepalingen omtrent het borgen van de (mate van) deskundigheid van de bestuurder. o Bepalingen ten aanzien van (het voorkomen van) belangenverstrengeling. o Aanvullende afspraken ten aanzien van (de wijze van) het beleggen van vergaderingen, de besluitvormingsprocedure en het opstellen van notulen.
PwC
19
Fiscale aandachtspunten Fiscale positie Behoud van de fiscale positie is het uitgangspunt bij de voorgenomen wijziging in bestuur en toezicht bij De Maasveren. Hierna gaan we in op de belangrijkste elementen.
1
2
Subsidierelatie De Maasveren heeft op dit moment een subsidierelatie met de gemeente Oss. Het is van belang dat deze subsidierelatie behouden blijft. Vanuit fiscaal perspectief wat ons betreft in de nieuwe situatie geen wijzigingen. Wel kunnen wij ons voorstellen dat – hoe verder de gemeente(n) op afstand komen te staan – hoe lastiger het wordt om de gewenste subsidie te ontvangen. Echter, wij begrijpen dat De Maasveren het voornemen heeft prestatieovereenkomsten te sluiten met de gemeenten, waarin concrete financiële kengetallen worden opgenomen. Dit zal de gemeenten, naar wij begrijpen, meer en directere invloed geven dan op dit moment het geval is, waardoor het behoud van de subsidierelatie zoveel mogelijk zeker kan worden gesteld. Btw-positie Wij hebben begrepen dat de stichting geen btw afdraagt uit de ontvangen veergelden, de aan de Stichting in rekening gebrachte btw niet in aftrek brengt. Deze handelwijze is toegestaan op basis van het besluit “Heffing van omzetbelasting ten aanzien van veerdiensten” van 20 december 2002 (CPP 2002-3638M). De voorgenomen wijziging in bestuur en toezicht heeft hierop geen impact. Wij merken op dat De Maasveren wel beschikt over een geldig btw-nummer. Indien en voor zover de toezichthouders btw in rekening brengen over hun vergoeding zijn er ontwikkelingen in de jurisprudentie, waaruit blijkt dat dit veelal niet hoeft.
Het verdient aanbeveling om dit in samenspraak met de toezichthouders te exploreren, aangezien dit een besparing voor De Maasveren oplevert.
3
PwC
Voor het drijven van een onderneming dient (cumulatief) sprake te zijn van: 1. een duurzame organisatie van kapitaal & arbeid; 2. deelname aan het economisch verkeer; en 3. oogmerk winst te behalen. 4. (concurrentiecriterium: alleen wanneer een winstoogmerk ontbreekt).
Vennootschapsbelastingpositie Verder begrijpen wij dat De Maasveren op dit moment aangemerkt wordt als nietbelastingplichtig voor de vennootschapsbelasting omdat zij met haar activiteiten geen onderneming drijft.
Gezien de behaalde (en verwachte toekomstige) verliezen ontbreekt het (geobjectiveerd) winststreven. Om diezelfde reden treedt zij ook niet in concurrentie (voorwaarde daarvoor is dat een particulier een zogenaamd ‘bescheiden bestaan’ kan ontlenen aan de resultaten). Mochten er in de toekomst positieve resultaten worden behaald kan dit betekenen dat De Maasveren vennootschapsbelastingplichtig wordt en een aangifte vennootschapsbelasting moet indienen. Wij adviseren om de resultaten jaarlijks te monitoren. Gegeven de huidige activiteiten van De Maasveren heeft de voorgenomen wijziging in bestuur en toezicht géén impact op de vennootschapsbelastingpositie van De Maasveren. Zij is (en blijft) vennootschapsbelastingplichtig indien en voor zover zij een onderneming drijft.
4
Wet normering topinkomens (WNT) Tot slot de WNT. Instellingen waarbij de overheid één of meer leden van het bestuur of raad van toezicht benoemt, vallen onder de WNT. De voorgenomen wijziging in bestuur en toezicht leidt ertoe dat De Maasveren niet langer onder de WNT valt. Voor de volledigheid merken wij op dat we niet hebben gecontroleerd of De Maasveren aan de voorwaarden van de WNT voldoet (bijv. openbaarmaking gegevens, overschrijding normbedragen). Wij adviseren om dit na te gaan.
20
Bijlagen: Stappenplan vervolg Model Organisatiebouw
Stappenplan
1
Onderwerp
Indicatieve timing
Opmerkingen
Vaststellen van de voorgenomen herziene structuur van De Maasveren.
December 2020
Het voornemen tot het herzien van de structuur wordt vastgesteld door het bestuur en de raad van toezicht van De Maasveren. Aan de hand daarvan kan een plan van aanpak en een projectplan worden opgesteld, waarin onder andere werkafspraken kunnen worden opgenomen.
Inrichting van de nieuwe structuur 2
Stakeholderdialoog
Januari 2020
Op basis van de voorgenomen nieuwe structuur en governance van De Maasveren zullen gesprekken gevoerd moeten worden met de relevante stakeholders. Op basis daarvan kunnen mogelijk nog wijzigingen in de verdere uitwerking van de nieuwe structuur en governance worden vastgesteld.
3
Uitwerken nieuwe statuten De Maasveren.
Januari 2020
Omdat de statuten van De Maasveren eisen stelt aan het minimumaantal bestuurders en leden van de raad van toezicht kan hiervan slechts worden afgeweken na herziening van de statuten. Op basis van onze gezamenlijke besprekingen en deze rapportage zal een (concept) akte van statutenwijziging worden opgesteld.
4
Nadere uitwerking aanvullende reglementen
Januari – Februari 2020
In aanvulling op de statutenwijziging van De Maasveren zal andere documentatie moeten worden aangepast of opgesteld zoals (een) regelement(en) voor het bestuur, de directie of de raad van toezicht.
5
Formele vaststelling nieuwe structuur en governance: inwerkingtreding
Maart/April 2020, of zoveel eerder als mogelijk.
Nadat de gesprekken met de stakeholders zijn gevoerd en alle documenten zijn uitwerkt, kan de besluitvorming daarover geformaliseerd worden.
PwC
22
Model Organisatiebouw Doelstellingen
Stap 1
Stap 2
Randvoorwaarden
Activiteiten
Stakeholders en zeggenschap
Weging opties aan criteria
Stap 3
Rechtsvorm/structuur
Stap 4
Inrichting zeggenschap & governance
Bestuur
Toezicht
Stakeholder management
Stap 5
Financiering
Activa/passiva
Personeel
Fiscaliteit
23