A3.1 Jaarplan 2021
Tekst van het document
Jaarplan 2021 De wereld is altijd in beweging, alles verandert. Zo kan een plan van vandaag morgen alweer verouderd zijn. Met de wereldwijde pandemie van COVID-19 wordt dit gegeven nog meer waar, want hoe zal het in 2021 gaan met deze virusuitbraak? We gaan uit van onze veerkracht en dat we er samen linksom of rechtsom weer goed uit gaan komen, maar hoe staan we ervoor als het stof van COVID-19 is opgetrokken? En hoe kunnen we blijven werken op het zo belangrijke onderwerp van klimaatverandering? Want, zoals we weten, dát is een crisis die we nog niet succesvol hebben bestreden, met alle (lange termijn) gevolgen van dien. Daarom blijft het goed om door te zetten, plannen te maken en vooruit te kijken. Dat doen we dan ook in dit jaarplan van Klimaatverbond Nederland voor 2021.
Andere context om plannen in te maken Zoals de onderstaande cartoon al weergeeft, staan we in deze tijd voor grote uitdagingen. Sommige zijn acuut en direct voelbaar in onze samenleving zoals de coronacrisis, andere crisissen zoals klimaatverandering en verlies van biodiversiteit zijn groter en hebben uiteindelijk meer impact, maar worden nog steeds als minder acuut en urgent gevoeld: Eerst (economisch) herstel en dan komt het klimaat wel weer. We zien dat onze leden, in het bijzonder de gemeenten en provincies, nu juist te maken hebben met bezuinigingen terwijl de werklast is vergroot. Hierdoor moeten ze hun lokale beleid opnieuw prioriteren. Dat stelt hen en ons voor een extra uitdaging volgend jaar: hoe we het werken aan lokaal klimaatbeleid op een hoog (of zelfs hoger) niveau houden en hoe we tegelijkertijd zorgen voor groen herstel dat toekomstbestendig is en zorgt voor veerkracht, weerbaarheid en duurzame ontwikkeling in plaats van lineaire groei op basis van een race to the bottom.
2
Bij deze belangrijke vragen pakken we onze rol als wegbereider. We doen dat methodisch: We kijken enkele jaren vooruit naar wat er in ons werkveld ontwikkelt en nodig is. Vanuit die positie analyseren we welke belemmeringen of kansen er nu liggen die (aan)gepakt moeten worden. Dat doen we door samen met onze leden en collega-organisaties de vraagstukken te onderzoeken, te analyseren, ze om te zetten in concrete projecten, daarmee te pionieren en de opgedane kennis te delen. Zo kunnen we als wegbereider functioneren. Ons netwerk en werkveld groeit snel. De afgelopen jaren is het in Nederland en in Europa gelukt om het belang van lokaal klimaatbeleid met succes te agenderen. Dat zien we ook in samenwerking met onze partners, de steeds verder groeiende netwerken van Climate Alliance, Energy Cities en het Covenant of Mayors. Ook in Nederland is, met sterke betrokkenheid van Klimaatverbond Nederland en haar leden, het lokale en regionale werkveld sinds het Energieakkoord steeds belangrijker geworden. Gemeenten, provincies en waterschappen zijn flink aan de slag gegaan met het vormgeven van lokaal en regionaal klimaatbeleid. Ze hebben zich in het Klimaatakkoord opgeworpen als essentiële regisseurs van deze werkgebieden. Onze leden hebben hiermee een verantwoordelijkheid gepakt die zich nu vertaalt in vragen naar kennis, methodiek en snelheid.
Complexe uitdagingen van energiebesparing, duurzame energieopwekking en warmtevoorziening, hittestress, energiearmoede, maatschappelijk verantwoord inkopen tot monitoring moeten in korte tijd worden beantwoord. Hierin gaat het niet om algemene intenties en nog beter geformuleerde doelen. Het gaat om concrete en uitvoerbare aanpakken die nodig zijn voor de transitie naar CO2-neutraliteit. Bijvoorbeeld in het aardgasvrij en CO2-neutraal maken van de gebouwde omgeving of het gezamenlijk vormgeven van een lokaal hitteplan in reactie op de hittegolven die met hoge frequentie op ons af komen. Die uitdagingen vragen om een integrale aanpak op gemeente- en wijkniveau. Effectief klimaatbeleid is ook in belangrijke mate onderdeel van de circulaire economie die zich richt op duurzame materialen, effectieve inzet, hergebruik en opwaardering van afvalstromen. CO2-emissies zijn voor meer dan 60% direct verbonden aan de productie van materialen. Van bakstenen voor de bouw tot de grondstoffen voor onze wegen bepaalt het gebruik van materialen in belangrijke mate de uitstoot van broeikasgassen. Tegelijk is effectief klimaatbeleid gericht op het mogelijk maken van de noodzakelijke innovatie en op creatie van zinvolle en duurzame werkgelegenheid; een inclusieve en veerkrachtige regionale economie.
Klimaatverbond Nederland werkt daarom samen met overheden en andere partijen die zich inzetten voor het versterken van de circulaire economie als basis voor hun klimaatbeleid.
3
Met dit alles zien wij als Klimaatverbond Nederland dat het takenpakket van ons en onze leden op regionaal en lokaal niveau alleen maar groter is geworden. Tegelijk zien we dat al deze taken vragen om een nieuwe manier van werken. En om de inzet van iedereen, gezamenlijk en in samenhang: burgers, bedrijven en overheden. In dit samenspel van publiek-private samenwerking hebben onze leden verschillende taken en rollen op zich te nemen. Dat is een stevige uitdaging. Want tegelijk loopt de werklast en het begrotingstekort op. We moeten veranderen met een instrumentarium en personele capaciteit in het huidige systeem van governance, aanbestedingsregels en andere regelgeving dat nu niet toegerust is voor die verandering. Daarom investeert Klimaatverbond Nederland met haar leden ook in het ontwikkelen van instrumenten en goed vormgegeven samenwerkingsverbanden. Zodat we ervoor kunnen zorgen dat er efficiënt en effectief gewerkt wordt aan de transitie naar CO2-neutraliteit en aan de aanpassingen die zo nodig zijn om gezond en veilig te kunnen blijven leven in een veranderend klimaat. Dit met maatregelen en aanpakken die tegelijk zeker stellen dat iedereen in staat is om mee te doen in en bij te dragen aan deze transitie.
Zo zullen we ook in 2021 onze leden ondersteunen en samen met hen de weg bereiden voor doelmatig en daadkrachtig lokaal klimaatbeleid dat zorgt voor veerkracht, toekomstbestendigheid en actieve participatie. Dat doen we in twee overkoepelende programmalijnen: klimaatadaptatie en klimaatmitigatie.
4
Klimaatadaptatie: focus op hitte-adaptatie voor gebied, gebouw, gezondheid De afgelopen vijf jaar heeft klimaatadaptatie – het aanpassen aan de nu onvermijdbare gevolgen van klimaatverandering – een grotere vlucht gekregen. Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie is verder regionaal georganiseerd in werkregio’s die RAS-en (Regionale Adaptatie Strategieën) ontwikkelen. Klimaatstresstesten zijn gedaan en risicodialogen worden gevoerd. Vanaf 1 januari is een impulsregeling voor programma’s voor de aanpak van wateroverlast, overstromingen en droogte beschikbaar. Wel wordt landelijk geconstateerd dat de aanpak van de hitteproblematiek achterblijft. Klimaatverbond Nederland deelt die constatering en is zich in de loop van 2020 nog specifieker op de niche voor hitte-adaptatie gaan richten. Deze lijn zal in 2021 worden voortgezet. Vanuit de contacten met onze leden en de resultaten van de enquête over hitteadaptatie die we in 2020 samen met TAUW en Samen Klimaatbesteding onder gemeenten hebben gehouden, weten we dat het onderwerp steeds meer erkenning krijgt, maar dat de uitvoering moeizaam is. In onze aanpak kijken we specifiek naar ouderen en mensen met somatische en psychische aandoeningen, omdat zij het meest kwetsbaar zijn voor hittestress. Daarbij zien we de kansen voor hitte-adaptatie in drie domeinen: Gebied, Gebouw, Gezondheid.
Mede door de aanpak vanuit deze drie G’s heeft Klimaatverbond Nederland haar netwerk van samenwerkingen met andere organisaties in 2020 flink uitgebreid. Voorbeelden zijn Samen Klimaatbestendig, de Groene Huisvesters, Stichting Steenbreek, Rode Kruis, Alles is gezondheid, verschillende GGD-en, kennisinstituten, adviesbureaus en vele anderen. Dit werken in netwerken vormt de bodem onder ons werk en zal in 2021 verder worden versterkt in concrete programma’s en projecten om hitte-adaptatie verder te brengen.
5
In 2020 zijn de voorbereidingen gestart voor drie nationale projecten, gericht op de zomer van 2021:
Gebied
Met o.a. gemeenten, Staatsbosbeheer, Stichting Steenbreek en de
Hogeschool
van
Amsterdam
werken
we
aan
kwaliteitsverbetering van koele plekken in de openbare ruimte.
Gebouw
Met o.a. wooncorporaties, de Groene Huisvesters en TAUW werken we aan een hitteprotocol voor wooncorporaties, aan meer en beter onderzoek naar de temperatuur(beleving) in woningen, gekoppeld aan ‘hittehulp’ en zetten we stappen in de (al dan niet gezamenlijke) inkoop van zonwering.
Gezondheid
In samenwerking met het Nationaal Ouderenfonds, Rode Kruis, Alles
is
Gezondheid,
seniorenorganisatie
KBO-PCOB,
gemeenten en lokale organisaties worden tijdens een hittegolf sociale activiteiten georganiseerd in koele gebouwen in de wijk, specifiek gericht op voor hitte kwetsbare mensen. Doordat dit initiatief niet alleen hittestress maar ook zomereenzaamheid beperkt, snijdt het mes aan twee kanten.
Met Samen Klimaatbestendig, provincies en andere geïnteresseerden werken we in 2021 door op het hittedossier dat in 2020 is opgesteld. Voor provincies organiseren we kennissessies over hittestress die de werkregio’s van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (RAS) ondersteunen in het opstellen en uitvoeren van hun hitte-adaptatiestrategie. De aanpak van hittestress voor Gebied, Gebouw en Gezondheid komt samen op wijkniveau. We willen in het voorjaar in een aantal gemeenten wijksafari’s organiseren waarbij bewoners met professionals uit deze drie domeinen hitte-adaptatiemogelijkheden in de wijk gaan onderzoeken. In 2021 zetten we de verkenning en wegbereidende werkzaamheden voort die we in 2020 gestart zijn. We werken eraan dat met de uitvoering van de hierboven beschreven programma’s en projecten scherper in beeld komt wat werkt en waar al of niet structurele (beleids)obstakels liggen. Die vormen de bouwstenen voor de programmering in de volgende jaren. De indeling in aanpakken voor Gebied, Gebouw en Gezondheid bieden ook goede aanknopingspunten voor het werk van Klimaatverbond op het thema ‘koeltebehoefte’.
6
Op het snijvlak van klimaatadaptatie en mitigatie: Toenemende koeltebehoefte In 2021 zetten we stevige stappen om de groeiende koeltebehoefte structureel verankerd te krijgen in beleid. In 2020 is met succes gewerkt aan het agenderen van dit vraagstuk: de notie begint te ontstaan dat koeling relevant is in de gebouwde omgeving. Dat is mede te danken aan publiciteit in diverse landelijke media: o.a. artikelen in Algemeen Dagblad en Binnenlands Bestuur en via een uitzending van Een Vandaag. In 2021 zetten we de volgende stap: de communis opinio wordt dat door verdergaande isolatie in combinatie met een in rap tempo opwarmend klimaat onze energiehuishouding fundamenteel van karakter verandert. En juist in de gebouwde omgeving, waar veel investeringen een afschrijvingstermijn hebben van al snel veertig jaar, is dat een cruciaal inzicht. Net als klimaatadaptatie kent ook de koeltebehoefte een aanpak in drie domeinen: in deze context zijn dit Gebied, Gebouw en Gebruiker. Dat vraagt om een benadering die aan al deze drie gebieden aandacht geeft. De kern van onze aanpak doen we samen met onze partners in de Koelte Alliantie. De Koelte Alliantie bestaat naast Klimaatverbond Nederland uit Stichting W/E-adviseurs en de Hogeschool van Amsterdam. Samen werken we structureel aan verbreding en verdieping van de benodigde kennis, en de ontsluiting daarvan via onze website www.koelebuurt.nl.
Projecten die we vanuit 2020 voortzetten in 2021 zijn de volgende: Samenwerken en schrijven van artikelen met de Koelte Alliantie (Gebied, Gebouw, Gebruiker). Het doel is hier om te zorgen voor zichtbaarheid en we profileren ons als deskundig in de breedte. In deze coalitie focussen wij ons op het beleid, W/E-adviseurs op de techniek en de HvA op gebouw, omgeving en gedrag. Daarnaast zetten we in op de Transitievisies Warmte die gemeenten in 2021 geschreven moeten hebben. (Gebied en Gebouw/eigenaar). Het doel van deze inzet is handelingsperspectief bieden aan onze leden: Eerst besparen via isoleren, pas later kiezen voor (evt. grootschalige) technische oplossing). Dit handelingsperspectief wordt o.a. geschetst in de artikelen die worden geschreven.
7
In samenwerking met TKI Urban Energy is het doel om te zorgen voor beter zicht op de modelmatige doorrekeningen van de koeltebehoefte in modellen van CPB en PBL, en waar nodig aanpassing van deze modellen. Deze modellen vormen immers de basis voor de berekeningen waarmee gemeenten de warmtetransitie vorm geven. (Gebouw, wellicht invloed Gebied bij Urban Heat Islands). Bijeenkomsten van een ‘Koudetafel’ organiseren met betrokken instanties om dit inzichtelijk maken én te agenderen. Verbinding met OSKA (Overleg Standaarden Klimaatadaptatie, gericht op Gebied, Gebouw). Het doel van deze samenwerking is beïnvloeding van de relevante wet- en regelgeving zodat koeling zo milieuvriendelijk mogelijk wordt verankerd. Deze wet- en regelgeving werkt in eerste instantie direct door in nieuwbouw, maar heeft ook consequenties voor renovatie van bestaande bouw. De intentieverklaring t.b.v. die beïnvloeding wordt uitgewerkt in een ISSO-handreiking (van de stichting Instituut voor Studie en Stimulering van Onderzoek op het gebied van gebouwinstallaties). Zo’n handreiking is een plus bovenop het minimum dat door de wet wordt bepaald. Daarmee worden koplopers bediend en beïnvloeden we wet- en regelgeving die in de maak is. Op Europees niveau wordt verankerd dat klimaatverwijzingen voor bouwstandaarden dynamisch (toekomstgericht) zijn i.p.v. historisch.
Verbinding met relevant bedrijfsleven (op Gebouw) met als doel goed inzicht te hebben in beschikbare technieken, aanjagen innovatie en het kennen van aansprekende voorbeelden. Hiervoor wordt regelmatig overlegd met de DHZ-branche via Doe-Het-Zelf – Doe-Het-Duurzaam. Deze samenwerking is in 2020 ontstaan om te zorgen dat de DHZ-branche aandacht ging besteden aan het hittevraagstuk. Dit is o.a. gelukt door te zorgen dat (buiten)zonwering is meegenomen in de lijst met ‘verduurzamingsproducten’ en daarmee actief gepromoot wordt in de aangesloten bouwmarkten. Verder houden we actief contact met innovatieve partijen zoals EWF (Bronsema), RAW-paints (witte verf voor daken en muren o.b.v. poeder ipv vloeibare verf). Inzetten op verbinding met wooncorporaties (Gebouw maar ook Gebied, hopelijk doorontwikkeling naar Gebruiker). Woningcorporaties zijn belangrijke opdrachtgevers, vanwege de grootte van het woningbezit. Dit maakt dat een businesscase voor corporaties eerder sluitend gemaakt kan worden. Daarnaast zijn woningcorporaties in de wijken belangrijke partners voor gemeenten. In 2021 zetten we daarom in op meer samenwerking met de Groene Huisvesters en Aedes en zorgen we voor een artikel in Duurzaam Gebouwd.
8
Losse aandachtspunten voor 2021: Programma met Bart Volkers (en TAUW) in noordelijke provincies, met als doel met deze koplopergroep de ontwikkeling te ondersteunen van een integrale aanpak voor gemeenten: adaptatie en mitigatie in de gebouwde omgeving als één verbonden opgave. Daarmee hopen we ook de transitievisies warmte te beïnvloeden én werken we samen met gemeenten aan een concreet handelingsperspectief. Aquathermie in combinatie met bodemenergie (en -opslag). Door zomers warmte te onttrekken aan oppervlaktewater (juist op plaatsen waar sprake is van een Urban Heat Island) kan de verkoelende werking van water vergroot worden. Dit biedt kansen om samen te werken met onze waterschapsleden. En we leggen verbindingen met vooroplopende partijen als IF Technology en Hogeschool van Amsterdam.
9
Snijvlak Gebouwde Omgeving en Duurzame Opwek: Energieke Samenleving In 2020 heeft Klimaatverbond onderzoek gedaan naar wat we de ‘energieke samenleving’ noemen: het samenspel tussen actoren en processen uit verschillende groepen in de samenleving, die we grofweg indelen in overheid, bewoners of burgers en bedrijven. In dit onderzoek, dat als doel had om de visievorming van Klimaatverbond op dit thema te ondersteunen, lag de focus vooral op de energietransitie in de gebouwde omgeving. Uit het onderzoek kwamen duidelijke aandachtspunten naar voren. In 2021 zien we dan ook een rol weggelegd voor onze organisatie, bijvoorbeeld in het faciliteren van een betere samenwerking tussen overheden en energiecoöperaties, kijkend naar het streven van 50% lokaal eigendom van grootschalige energie-opwekprojecten als wind- en zonneparken. Daarnaast willen we zorgen dat er een goede (kennis)uitwisseling ontstaat binnen en tussen gemeenten. Uitwisseling over succesvolle projecten en de processen die daartoe hebben geleid, maar ook over situaties waar de uitkomsten tegenvielen. Zo kunnen de overheden van elkaar leren en samen toewerken naar een betere structurele samenwerking met commerciële bedrijven en bewonersinitiatieven als energiecoöperaties.
Naast deze specifieke focus op de energietransitie in de gebouwde omgeving zal Klimaatverbond Nederland haar visie op de energieke samenleving ook verwerken in haar andere projecten en programma’s. Het is namelijk altijd van groot belang om het overzicht te bewaren over de betrokken partijen in een proces. Wie zitten er aan tafel, wie doen er mee en hoe ontwikkelen het proces en dynamiek zich? Waar zit de samenhang en hoe kunnen we die verder versterken? Of, als deze samenhang er onvoldoende is, wat voor rol kunnen wij als Klimaatverbond dan spelen om hier positieve verandering in te brengen? In 2021 zullen we structureel aandacht besteden aan deze vragen en de mogelijke bijbehorende instrumenten, om onze projecten en programma’s zo goed mogelijk vorm te geven en uit te voeren met de juiste partners en middels gedegen processen.
10
Inclusieve energietransitie De energietransitie in de gebouwde omgeving vraagt om beleid dat direct en indirect bij mensen achter de voordeur belandt en het vraagt om investeringen en ander gedrag van mensen. Dat kan niet succesvol zijn zonder dat er draagvlak voor is, actieve participatie mogelijk is en mensen weten wat ze zelf kunnen doen. Dat betekent dat iedereen mee moet kunnen doen. Daarom is de inclusieve participatie een specifiek aandachtspunt voor Klimaatverbond. De afgelopen jaren is geconstateerd dat (groepen) mensen met een andere culturele achtergrond of (niet-westerse) migratieachtergrond veelal nog niet participeren in de processen van energietransitie. Wij verkennen daarom met een coalitie van samenwerkingspartners hoe dit meer gestimuleerd kan worden om inclusieve participatieprocessen te realiseren. Daar is de energietransitie (en de wijk) bij gebaat. De transitie lijkt nu vooral weggelegd voor inkomensgroepen uit de midden- en hogere sociale klassen: mensen die al relatief makkelijk hun weg vinden met nieuwe ontwikkelingen en zich vaak al bewust zijn van de consequenties van hun gedrag op het energieverbruik (TNO, 2017, Rapportage Energiearmoede). Veel gezinnen met een niet-westerse migratieachtergrond vallen hierbuiten. De opkomst van mensen met een migratieachtergrond bij veel klimaat gerelateerde bijeenkomsten blijkt erg laag.
Ze blijken ook moeilijk bereikbaar voor gemeenten en natuur- en milieuorganisaties. Daar komt nog bij dat een deel van de bewoners door hun migratieachtergrond geen of beperkt Nederlands spreekt. De taalbarrière kan ook een reden zijn waardoor burgers al snel ervan afzien hun mening, wensen en gedachten verder te communiceren. Verder weten we dat mensen met een niet-westerse migratieachtergrond relatief vaak in wijken wonen waar er weinig ‘duurzame’ activiteiten plaatsvinden, denk hierbij aan bijvoorbeeld de aanwezigheid van parken, zonnepanelen en elektrische auto’s. Dit zorgt ervoor dat zij al in zekere zin minder kans hebben om in aanraking te komen met deze thema’s en zo er van (en van elkaar) te leren.
11
Om de participatie bij de energietransitie breed en goed vorm te geven, zien wij als Klimaatverbond het als onze rol en als noodzaak om te weten of en hoe groepen burgers met een migratieachtergrond in de beleidsvorming en plannenmakerij worden betrokken en hoe we dit kunnen bevorderen. Wij zijn gestart met een traject waarin we samen met partners nagaan welke aspecten van belang zijn bij een brede, diverse participatie, om vervolgens onze leden meer gerichte informatie en voorbeelden te bieden. Dit doen we via een drietal lijnen waar op we het vraagstuk hebben uitgezet, namelijk: • Agenderend (politiek); • Uitvoerend (lokaal proeftuinen opzetten); • Onderbouwend (meer onderzoek en voorbeelden). Uit de enquête die wij in 2019 hebben uitgezet, blijkt o.a. dat vooral ‘het ontbreken van goede voorbeeldprojecten’ als grote belemmering werd ervaren door onze leden. Verder gaven ze aan dat beweging ‘vanuit de groepen zelf’ zou helpen. Om hierop in te spelen zijn we samenwerkingen aangegaan met Bureau Wijland, Verwey-Jonker Instituut en de gemeenten Arnhem en Utrecht. Deze samenwerkingen worden verder uitgebreid in 2021. Er is nog maar weinig landelijk onderzoek gedaan die deze thematiek behandelt.
Voor Klimaatverbond Nederland is het - ook in het kader van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (doel 10 en 17) - van belang om zich voor het vraagstuk sterk te maken en van meer onderbouwing en voorbeelden te voorzien. Hiervoor hebben wij een samenwerking met het Verwey-Jonker Instituut voor een onderzoekstraject in een tweetal wijken in Utrecht en Arnhem. Hierbij organiseren we (groeps)interviews en bijeenkomsten met zowel professionals vanuit de gemeenten als sleutelpersonen vanuit de migrantengroepen. Daarna wordt een dialoog op gang gebracht die zal helpen bij ‘het naar elkaar toebrengen van de agenda’s van beide partijen’. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Verwey-Jonker Instituut, met ondersteuning en betrokkenheid van Klimaatverbond. Dit onderzoek moet het belang van dit vraagstuk verder agenderen en dient ook als aanzet voor vervolgonderzoek op grotere schaal.
12
Activiteiten in 2021: De plannen met Bureau Wijland worden uitgewerkt in de praktijk in de vorm van duurzame activiteiten, bijeenkomsten, workshops en een project genaamd ‘Kleurrijke energieambassadeurs’ in Arnhem en Nijmegen. Samenwerking met het Verwey Jonker Instituut krijgt vervolg in de vorm van een groter onderzoek in samenwerking met (verschillende) ministeries (BZK, SZW). In samenwerking met Spectrum, partner met elan, een een groter (lerend) netwerk/coalitie op te zetten, bestaande uit meerdere partijen en op verschillende niveaus. Hierbij kan gedacht worden aan ambtenaren vanuit gemeenten en provincies, bewonersorganisaties en netwerken, woningcorporaties, onderzoeksinstellingen etc. Dit moet de bewustwording bij de partijen vergroten en een ieder handelingsperspectief bieden. Door middel van mini-enquêtes activiteiten en ervaringen rondom dit vraagstuk ophalen bij de leden van Klimaatverbond. Met lidgemeenten en Spectrum een project opzetten met de focus op ‘religie en duurzaamheid’ in samenwerking met CMO (Contactorgaan Moslims en Overheid).
13
Gebouwde Omgeving en Maatschappelijke Energiedienstenbedrijven (M-ESCo’s) Waar we in 2020 als Klimaatverbond Nederland vooral conceptueel pleitbezorger waren van de gezamenlijke en integrale aanpak van het verduurzamen van de gebouwde omgeving zetten we nu met een breed consortium van betrokken partijen en vanuit concrete samenwerking met gemeenten de stap naar onderzoek in de wijken en naar concrete uitvoering. Enerzijds door het ontwikkelen van een publiek-private organisatie voor technische en financiële ontzorging in de wijktransitie: de maatschappelijke ESCo (Energy Service Companies of Energiedienstenbedrijven). Anderzijds door het samenhangende wijkenergiesysteem in beeld te brengen en, concreet gekoppeld aan wijken, dit ook zo te ontwerpen dat voor bewoners/eigenaren de beste samenhangende route naar CO2-neutraliteit gerealiseerd kan worden. We spelen daarbij in op de wijkuitvoeringsplannen die alle gemeenten zullen gaan vormgeven. In 2021 hebben alle gemeenten een wijkgericht warmteplan geschreven, waarna voor prioritaire wijken de wijkuitvoeringsplannen gemaakt worden. Dat zijn complexe opgaven die gemeenten met bewoners, woningcorporaties, bedrijfsleven, netbeheerders en andere partijen oppakken.
De huidige wet- en regelgeving, een gefragmenteerde markt (aanbod) en beperkte collectieve aanpak belemmeren noodzakelijke innovaties die de transitie naar CO2-neutraal mogelijk maakt. Klimaatverbond Nederland pakt deze uitdaging samen met onze leden op. Belangrijke ankerpunten zijn daarbij eigenaarschap, zeggenschap, collectiviteit en lokale economie. In de gebouwde omgeving werkt Klimaatverbond Nederland in 2021 aan twee hoofdthema’s: financiële en technische ontzorging door Maatschappelijke ESCo’s en de aanpak van wijkgerichte energiesystemen door Knooppunt Wijkenergie. De Maatschappelijke ESCo die borgt dat iedereen mee kan doen in de transitie naar een CO2-neutrale wijk is van groot belang. Financiële en technische ontzorging in een gezamenlijke (collectieve) aanpak is daarvoor noodzakelijk, maar hoe organiseer je dat eigenlijk? Door dit met meerdere regio’s, gemeenten en wijken gezamenlijk te doen kunnen we organisatorisch, technisch en financieel het optimale rendement behalen. In meer dan twintig gemeenten zullen we daarom gezamenlijk uitwerken hoe deze Maatschappelijke ESCo eruit kan zien. Daarbij kijken we naar eigenaarschap, zeggenschap, schaal in samenwerking van overheid, ondernemers en bewoners.
Balance, LSA Bewoners, Energie Samen|Buurtwarmte en SVn zijn deel van ons consortium dat financieel ondersteund wordt vanuit het ministerie van BZK en via Europese samenwerking.
14
Knooppunt Wijkenergie: In de wijkaanpak zien we een aanpak achter elke voordeur, bijvoorbeeld gericht op energiebesparing of het leggen van zonnepanelen. Tegelijk wordt gewerkt aan een stabiel elektriciteitsnet en komt er een laadinfrastructuur voor elektrische auto’s en mogelijk een warmtenet. Zelden wordt gewerkt aan een collectieve en samenhangende oplossing voor het optimaliseren van de energie(voorziening en -infrastructuur) op wijkniveau. Het toekomstperspectief is dat opslag van elektriciteit door elektrische auto’s, of een collectieve opslag van warmte en koude, slim ingeregeld in de wijk het elektriciteitsnet kan balanceren waardoor de netbeheerder ruimte krijgt voor innovatieve investeringen. Samenhang is het sleutelwoord. Met Knooppunt Wijkenergie onderzoeken we dit. We werken daarbij samen met Hogeschool Arnhem Nijmegen, de ontwikkelaar Van Wijnen/WDW, netbeheerder Alliander en en de coöperatie Energie Samen en zo hebben we als consortium een MOOI-subsidieaanvraag (topsector energie) ingediend bij RVO voor Knooppunt Wijkenergie dat start in 2021. Daarnaast werken we in 2021 samen op Europese schaal: In de Green Deal van Frans Timmermans en het programma van de Renovation Wave komen de hiervoor genoemde onderwerpen op Europees niveau aan bod. Klimaatverbond Nederland werkt, o.a.
in het kader van de EU City Facility, samen met haar Europese partners om ook op dat niveau kennis te ontwikkelen en te delen. Samen met Energie Samen/Buurtwarmte en de Deense warmtenetorganisaties werken we aan directe samenwerking tussen coöperaties, gemeenten en de partijen die warmtenetten faciliteren. Denemarken is met haar coöperatieve warmtenetten een belangrijke inspiratiebron. In 2021 zal Klimaatverbond Nederland samen met onze coöperatieve partners in Nederland en Denemarken de haalbaarheid van intensievere samenwerking onderzoeken.
15
Energiebesparing Samen met onze collega-organisaties en andere partijen op het gebied van energiebesparing wil Klimaatverbond Nederland stil staan bij het belang van en de knelpunten bij energiebesparing. Dit doen we mede in het kader van het 15-jarig jubileum van onze grootse klimaatcampagne Warmetruiendag, maar ook omdat we bemerken dat het belang van energiebesparing beaamd wordt in woorden, maar dat dit in de praktijk een zeer moeilijk doel blijkt om te realiseren. Een bijzonderheid die hierin ook meespeelt is het feit dat er in het huidige klimaat ook weer andere energievragen bijkomen in Nederland, zoals onze koeltebehoefte in de zomer. Er zijn door de jaren heen vele initiatieven geweest om energiebesparing – zeker als het gaat om gedragsverandering in individuele huishoudens – te stimuleren. Daarnaast zijn er, als het gaat om aanpassingen in de woningen, vele technische oplossingen en zoektochten naar opschaling van het verduurzamen van bestaande bouw. In ons eigen team hebben we ons de vraag gesteld waarom energiebesparing nog steeds zo broodnodig is en waarom de doelen (nog) niet gehaald worden. In onze zoektocht komen we (schijnbare) tegenstellingen tegen als individuele actie versus collectieve, of systemische verandering.
Daarnaast is er ook het dilemma waar op in te zetten: Op gedragsverandering of op technische maatregelen? Moet je je huis isoleren of juist je lichaam isoleren? Het antwoord is dan natuurlijk dat het verstandig is om in te zetten op beide, maar waarom zien we dit dan moeilijk terug in de praktijk? We zijn allemaal opgegroeid met de slogan: Een beter milieu begint bij jezelf en nu hebben we natuurlijk de campagne: Iedereen doet wat. Maar is dit wel de weg die doelmatig is als het gaat om echte energiebesparing? Of begint een beter milieu NIET bij jezelf, zoals Tielbeke bepleit in zijn gelijknamige boek? Om deze vragen of dilemma’s rondom energiebesparing landelijk met elkaar te bespreken wil Klimaatverbond dit thema gezamenlijk met collega’s en partners neerzetten, bijvoorbeeld in een inhoudelijke conferentie op Warmetruiendag: een nationaal besparingscongres op 5 februari 2021.
16
Om deze vragen of dilemma’s rondom energiebesparing landelijk met elkaar te bespreken wil Klimaatverbond dit thema gezamenlijk met collega’s en partners neerzetten, bijvoorbeeld in een inhoudelijke conferentie op Warmetruiendag: een nationaal besparingscongres op 5 februari 2021. Verder gaat Klimaatverbond in 2021 onderzoeken of er een meerjarig samenwerkend programma opgezet kan worden, o.a. naar aanleiding van de bevindingen van de Energiebesparingsconferentie en de 15e editie van Warmetruiendag. We pakken onze rol als wegbereider positief kritisch op en kijken vooruit naar hoe energiebesparing en energiebesparingscampagnes er over 5 jaar uit zien. We weten dat het klimaat verandert, nu ook steeds meer voelbaar en merkbaar in Nederland. Wat is er over 5 jaar dan leidend in het maken van onze keuzes? Wat maakt het dan dat we andere keuzes gaan maken, in ons eigen gedrag maar ook in de vraag of wens richting het (economische) systeem of politieke keuzes. Die bijvoorbeeld de nu alternatieve opties aantrekkelijker en betaalbaar maken (zoals van vliegschaamte en toch vliegen, naar niet vliegen omdat andere opties bereikbaar, goedkoper en leuker zijn).
17
CO2-beprijzing Klimaatverbond gaat in 2021 volop door met haar werk op (interne) CO2-beprijzing. Dit doen we op drie niveaus: regionaal/lokaal, nationaal en internationaal.
Regionale aanpak
Verder uitbouwen in processen en concrete programma's op regioniveau (en daarin dus de meest relevante aspecten, van CO2-voetafdruk combinatie
(CO2-Prestatieladder),
CO2-beprijzing,
structuurversterking
tot
marktsamenwerking,
circulariteit
bijdragen
en
aan
economische uitvoering
in
belangrijkste werkvelden vormgeven (maak het concreet en zichtbaar),
verbinding
met
Buyer
Groups
leggen.
Klimaatverbond faciliteert deze meerjarige processen en verbindt daarin de vier overheidslagen en de markt, en zet bestuurders, de faciliterende ambtenaren inkoop en circulariteit en de ambtelijke opdrachtgevers goed in positie. Een specifiek spoor in de regionale aanpak is het wegbereidersprogramma dat in 2020 is opgestart met de noordelijke provincies. In 2021 zal
dit
programma
verder
doorontwikkeld, waarbij
we
worden ook
uitgebouwd
en
samenhang
en
meer
samenwerking zoeken met waterschappen en gemeenten.
Nationaal
Kennisdeling, Communities of Practices, verbinding met publieke, semipublieke en marktpartijen in kennis en kunde, instrumentatie versterken, bestuurlijke fundamenten versterken (ook de bestuurlijke opdracht) en communicatie. Belangrijk hierbij is om de begeleiding van een steile leercurve te verzorgen (er is natuurlijk grote dynamiek, goed om dat open tegemoet te treden).
Europees
Zorg dragen voor kennisdeling en instrumentenontwikkeling, aansluiting
bij
bijvoorbeeld
de
Green
Deal
(Green
Procurement), Covenant of Mayors en opschaling, verbinding met PEF's en instrumentatie daaromtrent. Ook hierin pakken we de CO2-voetafdruk (met CO2-Prestatieladder) op en verbinden die met het monitoringinstrumentarium van het Covenant of Mayors. We doen dat deels via/met steun van het Rijk, maar onze belangrijkste partner hierin is Climate Alliance.
18
Naast het werk op de verschillende niveaus werken we als wegbereider op dit thema ook aan verdieping en agenderen: • Bijvoorbeeld de relatie CO2-beprijzing/MKI, samenhang CO2-beprijzing/circulariteit en niet het minste: samenhang met economische structuurversterking. Vanuit een logische bestuurlijke agenda, want in (post-)coronatijd zal economische structuurversterking bestuurlijk hoog op de agenda staan. Marktconsultatie, Total-Cost-of-Ownershipmodellen (TCO), design-build-maintanance in combinatie met TCO en duurzaamheidsstandaarden én gezamenlijke marktintroductie is dan bestuurlijk logisch en renderend. De rol van Klimaatverbond Nederland is dit te agenderen en de verdieping met partners te zoeken en uit te werken naar een concrete aanpak. • Onderzoeken van de (reële) CO2-prijs: We verwachten dat komend jaar de nieuwe Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving (WLO) scenario's in beeld gaan komen. Waar het Rijk nog uitgaat van €100/ton zie je netbeheerders uitgaan van €200/ton (via Ecorys (preventiekosten) en dat is gebaseerd op de oude (verouderde) WLO scenario's. Amsterdam gaat naar €375/ton (preventiekosten) en ziet dat maatschappelijke kosten eigenlijk meegenomen moeten worden. En de discontovoet voor maatschappelijke kosten zal sterker ter discussie gaan staan.
Deze voorbeelden laten zien dat het zinnig is om de CO2-prijs niet 'plat te slaan' maar juist als dynamisch te zien voor de verschillende instrumenten. Ook hier geldt weer dat de rol van Klimaatverbond is om dit te blijven agenderen en onderzoeken. Ook zal Klimaatverbond op sommige momenten meer specifieke advisering doen in 2021. In toenemende mate krijgen we contacten met decentrale overheden die rond de opbouw van hun instrumentarium rond hun CO2-voetafdruk en CO2-beprijzing ondersteuning zoeken. We doen dat ook in relatie tot de Buyer Groups (in samenwerking met PIANOo). Klimaatverbond Nederland is wegbereider en zal in beperkte mate in dit werkveld willen opereren, vooral om praktische binding met het 'veld' te hebben. Tot slot doen we onderzoek naar een Klimaatfonds. Een onderdeel van CO2-beprijzing kan fondsenvorming zijn. Onder andere voor innovatie lokaal en regionaal, maar ook voor internationale samenwerking. Dit is een vrijwel onontgonnen werkveld. Klimaatverbond Nederland, met een internationaal partnerschap met de COICA, houdt op deze thematiek goed de vinger aan de pols en zoekt naar mogelijkheden om dit aspect uit te werken. Ze onderhoudt daarbij ook de contacten met partners die zich bezig houden met CO2-compensatie (zoals Fair Climate Fund en Trees4All) en organisaties voor internationale samenwerking (zoals OxfamNovib, ActionAid, Hivos, Care en anderen).
19
Programma’s gericht op jeugd In de afgelopen jaren is er in het team discussie gevoerd over of en hoe onze activiteiten
gericht
op
kinderen
en
jongeren
(Groene
Voetstappen,
Kinderklimaattop, de pilot ‘Stem van jongeren in aardgasvrije wijken’) nog passen bij de rol van Klimaatverbond als wegbereider. Is het nog nodig dat wij deze activiteiten uitvoeren en doorontwikkelen of zijn onze samenwerkingspartners hier veel beter op hun plek? Wat gaat er op het gebied van het betrekken van de jeugd de komende 5 jaar spelen en is onze inzet daar op zijn plek? In het voorjaar van 2021 gaat het team deze vragen verder verkennen en beantwoorden door in gesprek te gaan met onze leden, samenwerkingspartners en (oude) financiers van deze projecten zoals het ministerie van EZK, BZK en RVO.
20
Eigen organisatie in 2021 en verder In 2021 blijven we inzetten op doorontwikkeling van onze organisatie, omdat we een dynamische, lerende organisatie zijn en willen blijven. Dat vraagt aandacht voor competentieontwikkeling, teamontwikkeling en kennisoverdracht. Daarom maken we in 2021 weer plek vrij voor stagiairs en als de financiën het toelaten plek voor een nieuwe trainee of junior. Als organisatie zijn en blijven we financieel kwetsbaar, in die zin dat de inkomsten vanuit de ledengelden ongeveer een kwart opleveren van de opbrengsten die nodig zijn voor alle ambities die we hebben in een jaar. We zijn dus in sterke mate afhankelijk van (vaak kortlopende) projectmatige gelden. Er gaat dan veel tijd zitten in het aantrekken van deze projectgelden. Onze wens is om mee te doen in meer grotere (programmatische), liefst meerjarige geldstromen, echter dat vraagt ook weer tijd en inzet en soms ook directe kosten die voor de baten uitgaan. In het verlengde van wat er al is ingezet, binnen Nederland en ook in internationaal samenwerkingsverband, zetten we in 2021 hier nog meer op in en onderzoeken we wat hiervoor nodig is en met wie we op dit vlak kunnen samenwerken. De samenwerking met de koepels van decentrale overheden is in 2020 op de diverse inhoudelijke thema’s goed op gang gekomen en die bouwen we verder uit in 2021.
In 2020 zijn we als organisatie gecertificeerd in het kader van de CO2-Prestatieladder (op niveau 3 van de 5). Dat willen we natuurlijk zo houden, dus gaan we stappen zetten om onze CO2-voetafdruk als organisatie nog verder te verkleinen. We zetten in op verdere energiebesparing. De stappen die voor de hand liggen, maar tegelijk het moeilijkst zijn, gaan we nemen in het monumentale pand dat we huren. Daarnaast gaan we in 2021 verder met de samenwerking met de beheerder van de Ladder, SKAO, en de andere koepels, om de CO2-Prestatieladder zo goed mogelijk onder de aandacht te krijgen van overheden. Het is van belang dat alle overheden een goed inzicht krijgen in hun CO2-voetafdruk, zodat ze beter weten bij welke afdelingen en projecten de grootste CO2-reductie te realiseren valt. Dit inzicht kan ook helpen bij het uitstippelen van de route naar CO2- of klimaatneutraliteit, iets dat veel overheden nastreven, sommigen al in 2030.
21
Communicatie Er is een duidelijk toename te zien in het communicatiewerk binnen Klimaatverbond. En vooruitkijkend naar de toekomst voorzien we, door de sterke ontwikkelingen van onze organisatie en het inhoudelijke werk van het team, alleen maar meer communicatie ontstaan. De ‘organisatie’communicatie, relatiebeheer, onderhoud
sociale
media,
pers,
communicatie
vanuit
de
werkgroepen,
communicatie-ondersteuning gericht op samenwerkingen, etc: het vergt steeds meer inzet om het verhaal van onze organisatie goed te stroomlijnen en dat zien we als een positieve ontwikkeling. De druk op de capaciteit van het communicatieteam (in uren en strategische inzet) neemt wel toe en dat is daarmee een aandachtspunt voor het jaar 2021. We blijven zoeken naar de beste manieren van communicatie en interactie met onze doelgroepen, onze leden, andere decentrale overheden, collega-organisaties en samenwerkingspartners. Eind 2020 is de nieuwe website online gegaan die meer mogelijkheden biedt en nog meer directe toegang geeft tot ons inhoudelijke werk. Klimaatverbond Nederland maakt al intensief gebruik van de diverse sociale mediakanalen, waarbij we o.a. meer groeimogelijkheden zien op LinkedIn. Daarnaast blijven we eens per maand een inhoudelijke nieuwsbrief versturen en regelmatig een mini-enquête inzetten om de stand van zaken op een specifiek thema te peilen onder onze leden. In 2021 onderzoeken we tevens of een online vragenuurtje de interactie met en de ondersteuning van leden nog verder kan brengen. Samen met het team kijk ik uit naar een actief en succesvol 2021! 20 november 2020 Petra Lettink directeur Klimaatverbond Nederland
22