CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

A20 Stupers Consultancy - Uitspraak rechtbank Den Haag Uitspraken Biezeveld over granuliet in Zembla

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: b. Ingekomen stukken derden8.646 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/091597585 / 1-lA ZA 20-797 Vonnis van 8 december 2021

in de zaak van GRANIET IMPORT BENELUX B.V. te Amsterdam, eiseres, advocaat mr. 1-I.A.J.M. van Kaam te Amsterdam,

tegen GUSTAAF ALEXANDER BIEZEVELD te Haren, gedaagde, advocaat mr. M.E. Kingma te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Bontrup en Biezeveld genoemd worden.

1.

Inleiding: waar gaat deze zaak over?

1.1. Deze zaak gaat in de kern over de vraag of Biezeveld met zijn uitlatingen in de Zembia-uitzending van 6 februari 2020 over strafbare handelingen van Bontrup bij het storten van granuliet in Over de Maas, te ver is gegaan. Dit materiaal is afkomstig van Bontrup en wordt sinds enkele jaren met toestemming van de rijksoverheid gebruikt bij het minder diep maken (verondiepen) van rivieren en meren in Nederland, zoals bij het project Over de Maas. 1.2. In deze procedure stelt Bontrup zich op het standpunt dat Biezeveld met zijn uitlatingen te ver is gegaan. Volgens Bontrup is het gebruik van granuliet bij het verondiepen van oppervlaktewater volkomen veilig en legaal. Om die reden, aldus Bontrup, kan dus ook geen sprake zijn van strafbare feiten. Bontrup meent dat zij door de op televisie geuite beschuldigingen van Biezeveld, een voormalig hoogleraar milieurecht en officier van justitie, in haar reputatie is aangetast. 1.3. In dit vonnis komt de rechtbank tot het oordeel dat Biezeveld met zijn stellige bewering in de Zembla-uitzending van 6 februari 2020 dat Bontrup zich schuldig heeft gemaakt aan de illegale stort van afval en aan strafbare feiten, inderdaad te ver is gegaan. Met name omdat die bewering zonder enig voorbehoud of nuancering is gedaan en op basis van wat toen bekend was niet staande kan worden gehouden.

Het belang bij de bescherming van de reputatie van Bontrup weegt in dit geval zwaarder dan de vrijheid van meningsuiting van Biezeveld. Dit bekent dat de rechtbank de vorderingen van Bontrup grotendeels toewijst. De rechtbank zal hierna uitleggen hoe zij tot haar beslissing komt.

C109/597585 / HA ZA 20-797 8 december 2021

1 .4. Het vonnis is als volgt opgebouwd. De rechtbank bespreekt eerst de feiten die voor deze zaak van belang zijn. Daarna wordt ingegaan op het juridische toetsingskader. Vervolgens beoordeelt de rechtbank aan de hand van dit toetsingskader hoe in deze zaak moet worden beslist. Het vonnis wordt afgesloten met de beslissing.

2.

De procedure

2.1. In het dossier zitten de volgende processtukken: de dagvaarding van 24juli 2020, met producties 1 tot en met 26; de conclusie van antwoord, met producties 1 en 2; de akte houdende wijziging van eis; de akte met aanvullende producties 27 tot en met 46 van Bontrup; de akte met aanvullende producties 3 tot en met 14 van Biezeveld; het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 12 mei 2021 en de bij die gelegenheid voorgedragen pleitaantekeningen. -

-

-

-

-

-

2.2. Het proces-verbaal van de mondelinge behandeling is, met instemming van partijen, buiten hun aanwezigheid opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken over het proces-verbaal voor zover het feitelijke onjuistheden betreft. Biezeveld heeft hiervan gebruik gemaakt bij faxbrief van 9juni 2021 en Bontrup bij brief van 14juni 2021. Deze brieven zijn aan het dossier toegevoegd. 2.3. Vervolgens is een datum bepaald waarop vonnis zal worden gewezen. Die datum moest door omstandigheden aan de kant van de rechtbank een aantal keren worden uitgesteld.

3.

De feiten

Partijen

Bontrup houdt zich (onder meer) bezig met het verwerken van grote brokken 3. 1. gesteente, veelal graniet, uit Noorwegen en Schotland, tot steenslag. Het steenslag van Bontrup wordt gebruikt in de bouw- en infrastructuursector. De heer P. Bontrup is de statutair directeur van Bontrup. 3.2. Biezeveld is tot 2012 bijzonder hoogleraar Milieurecht geweest aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast is Biezeveld coördinerend rnilieuofficier van justitie geweest bij het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie. Granuliet 3.3. Bij het verwerken door Bontrup van het gesteente tot steenslag komen grote hoeveelheden fijn steengruis vrij. Dit fijne gruis wordt ook wel ‘granuliet’ genoemd. Over dit restproduct gaat deze procedure.

C/091597585 / HA ZA 20-797 8 december 2021

3

3.4. Bontrup slaat het granuliet op haar bedrijfsterrein op totdat zij daarvoor een bestemming heeft gevonden. Bontrup voegt aan het granuliet de stof polyacrylamide toe. Polyacrylamide is een flocculant. Door de toevoeging van polyacrylamide hechten de kleine deeltjes granuliet aan elkaar. Dit voorkomt dat het granuliet gaat stuiven en in water vertroebeling geeft. De regelgeving en de certijicering van granuliet van Bon trup In Nederland zijn meerdere plassen ontstaan of dieper geworden door het winnen 3.5. van zand. Soms worden deze plassen vervolgens minder diep gemaakt door de bodem daarvan op te hogen. Dit wordt het ‘verondiepen’ van plassen genoemd. 3.6. Plassen in Nederland zijn oppervlaktewaterlicharnen in de zin van de Waterwet. Ingevolge artikel 6.2 lid 1 van de Waterwet is het in beginsel verboden om stoffen in een oppervlaktewaterlichaam te brengen. Op grond van het in 2008 in werking getreden Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) gelden hiervoor uitzonderingen. 3.7. Uit artikel 5 lid 2 Bbk volgt dat het verbod om stoffen in een plas te brengen, niet geldt voor zover ‘grond’ in de zin van het Bbk wordt toegepast om de plas te verondiepen, en de toepassing voldoet aan de voorwaarden van artikel 5 lid 1 Bbk. 3.8.

Artikel 1 Bbk geeft de volgende definitie van ‘grond’: Vast materiaal dat bestaat uit ,ninerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korreigrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie. 3.9. De ‘Nationale Beoordelingsrichtljn BRL 9321 Industriezand en/of (gebroken) industriegrind’ (hierna: BRL 9321) geeft criteria om vast te stellen dat een product zand ofwel grind is dat is bedoeld voor ongebonden toepassing op de bodem. Als een door de Minister erkende certificeringinstantie voor een product een productcertificaat afgeeft conform de BRL 9321, geldt dat als wettig bewijsmiddel dat dit product ‘grond’ is in de zin van het Bbk. 3.10. Sinds 2008 beschouwt Rijkswaterstaat granuliet afkomstig van Bontrup als grond. Daarna is granuliet van Bontrup gebruikt voor het verondiepen van plassen. 3.1 1. SGS Intron een van overheidswege erkende certificeringsinstantie heeft op 17 september 2009 een productcertificaat conform de BRL 9321 afgegeven voor het door Bontrup geproduceerde granuliet. SGS Intron heeft hiervoor in 2013 opnieuw een productcertificaat conform de BRL 9321 afgegeven. Dit certificaat is voor onbepaalde duur geldig. —

—

De betrokken organen van de overheid 3.12. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) draagt zorg voor de ruimtelijke indeling, het verkeer en het waterbeheer van ons land. Tot de organisatieonderdelen van het ministerie behoren onder meer het Directoraat-Generaal

4

C/09/597585 / HA ZA 20-797

8 december 2021

Water en Bodem (DGWB), Rijkswaterstaat en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). 3.13. DGWB ontwikkelt beleid op het gebied van waterbeleid en waterveiligheid. klimaatadaptatie, waterprojecten in specifieke gebieden, alsmede op het gebied van water en bodem. Rijkswaterstaat voert het beleid van DGWB uit. ILT is de toezichthouder van IenW. Het project ‘Over de Maas’ en discussies over de toepassing van granuliet

Het project ‘Over de Maas’ is een zandwin- en natuurontwikkelingsproject in de 3.14. uiterwaarden van de Maas tussen Alphen en Dreumel in de gemeente West Maas en Waal. In de uiterwaarden wordt zand en grind gewonnen met drijvende verwerkingsinstallaties en per schip afgevoerd. Daarnaast wordt in een groot deel van het gebied nieuwe riviergebonden natuur ontwikkeld. Hiertoe wordt de rivier verondiept door granuliet in het water te storten. Over de Maas valt onder verantwoordelijkheid van de afdeling Zuid-Nederland van Rijkswaterstaat. Vanaf 2018 is bij Rijkswaterstaat intern discussie gevoerd over de vraag of granuliet kan worden gekwalificeerd als ‘grond’ in de zin van het Bbk, en, in het verlengde daarvan, of granuliet al dan niet valt onder het bereik van BRL 9321. Een aantal ambtenaren heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat granu liet géén grond is en niet valt onder het bereik van BRL 9321. Volgens deze ambtenaren mag granuliet daarom niet worden toegepast voor het verondiepen van plassen. 3.15.

3.16. In een interne conceptnotitie van april 2019 van enkele medewerkers van ILT is het standpunt ingenomen dat granuliet geen grond is maar een bouwstof, en dus niet valt onder BRL 9321. 3.17. In de jaren 2018 en 2019 heeft Rijkswaterstaat, op regionaal niveau, meerdere meldingen van Bontrup voor de voorgenomen toepassing van granuliet in oppervlaktewater afgewezen. De voorraad granuliet op het bedrijfsterrein van Bontrup liep daardoor verder op. 3.18. Op 17september2019 heeft de afdeling Zuid-Nederland van Rijkswaterstaat een aanvraag van Bontrup ontvangen om een partij van 100.000 ton granuliet toe te passen in Over de Maas. In eerste instantie heeft een medewerker van deze regionale afdeling van Rijkswaterstaat de aanvraag beoordeeld als niet-toereikend, mede omdat granuliet volgens deze medewerker geen grond is in de zin van het Bbk. 3.19. Op 10 oktober 2019 heeft DGWB in een brief aan Rijkswaterstaat onder meer het volgende bericht: ‘Vastgesteld is dat in de concepinotities voorbij ii’ordt gegaan aan het fit dat granuliet vanaf de inwerkingtreding van het Besluit bode,nlrn’aliteit (sinds 2008) als grond is beschouwd. De bredere maatschappelijke gevolgen van de keuze zijn in de conceptnotitie niet in beeld gebracht.

DGWB heeft daarom in overleg ‘net RWS vastgesteld dat gezien de historie en context geen nieuwe overtuigende argumenten zijn aangedragen om het toepassen van granuliet als grond niet te accepteren.’ —

—

C109/597585 / HA ZA 20-797 8 december 2021

5

3.20. Vanaf oktober 2019 heeft Bontrup granuliet per schip naar Over de Maas laten vervoeren en daar laten gebruiken voor het verondiepen van het water. De uitzending van Ze,nbla, de uitlatingen van Biezeveld en de ontwikkelingen daarna 3.21. Het televisieprogramma Zembla van omroep BNN VARA is een actualiteitenprogramma dat gebruik maakt van onderzoeksjournal istiek. Zembla richt zich mede op het aan het licht brengen en aan de kaak stellen van maatschappelijke misstanden. 3.22. Op 6 februari 2020 is er een televisie-uitzending van Zembla geweest met de titel ‘De afvaldump door Rijkswaterstaat’ (hierna ook: ‘de Zembla-uitzending van 6 februari 2020’). In deze uitzending is aandacht besteed aan het toepassen van granuliet, afkomstig van Bontrup, voor het verondiepen van Over de Maas. 3.23. In de Zembia-uitzending van 6 februari 2020 is uitgedragen dat granuliet niet als grond kan worden aangemerkt en dus niet mag worden toegepast voor het verondiepen van plassen. In de uitzending is gesteld dat hoge ambtenaren van Rijkswaterstaat door beïnvloeding van buitenaf hebben besloten om granuliet niettemin als grond aan te merken. Daarbij zouden hoge ambtenaren binnen Rijkswaterstaat lagere ambtenaren hebben gedwongen om in te stemmen met toepassing van granuliet in Over de Maas. Daarnaast is

gesteld dat er risico’s zijn verbonden aan de toevoeging van polyacrylamide aan het toegepaste granuliet, omdat polyacrylamide kan worden omgezet in acrylamide, een kankerverwekkende stof. In de uitzending is ook Biezeveld aan het woord geweest. Voor zover in deze zaak van belang, heeft hij daarbij het volgende gezegd: Als je het in Juridische termen zou kwaijficeren dan zou je zeggen dat die bedrijven opzettelijk valsheid in geschrfie hebben gepleegd door het zelf al te definiëren als grond, het aan te bieden als grond. En bovendien hebben ze zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk storten van afealstoffen in een plas. In strijd met de wel bodembescherming. Dan is het een economisch delict van de hoogste categorie, en dat betekent dat erforse straffen op staan. (...) Dan moet je aan gevangenisstraffen denken van maximaal zes jaar.

Dat bedrijfheeft een groot probleem en doet het voorkomen alsof het geen probleem is, want anders kan het niet opgelost t’orden en op deze manier komen ze relatiefgoedkoop van een afralslof af Dus door illegaal te storten ja behalen ze ook een enorm economisch voordeel.

3.24. De Zembia-uitzending heeft bij bewoners van het gebied van Over de Maas tot onrust geleid. De ministers van Milieu en Wonen en van lenW hebben bij brief van 5 maart 2020 de Tweede Kamer bericht dat, om onrust bij omwonenden weg te nemen, een review uitgevoerd zal worden naar de milieukwaliteit van granuliet door een niet eerder betrokken bureau. In de brief wordt verder een toelichting gegeven op de in 3.15 bedoelde discussie binnen Rijkswaterstaat over granuliet. In de brief wordt gesteld dat met de standpuntbepaling op 10 oktober 2019 door DGWB (zie 3.19) een einde is gekomen aan die interne discussie. In de brief schrijven de ministers dat er geen informatie is die wijst op negatieve gevolgen voor de milieuhygiënische kwaliteit van de omgeving bij het toepassen van granuliet en dat de resultaten van de nadien door Rijkswaterstaat uitgevoerde verificatieonderzoeken bevestigen dat de toepassing overeenkomstig de geldende regels plaatsvindt en er geen negatieve gevolgen voor het milieu zijn.

6

C/09/597585 / HA ZA 20-797 8 december 2021

3.25. Op enig moment is door IenW aan de heer Wim Kuijken (hierna: Kuijken) opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de milieukwaliteit van granuliet. 3.26. Op 5 maart 2020 is naar aanleiding van de in 3.24 bedoelde brief een artikel op de website van Zembia gepubliceerd, getiteld ‘Conclusies kabinet over granuliet te voorbarig’. 1-let artikel luidt, voor zover van belang, als volgt: De ministers schreven donderdag een uitgebreide reactie op de Zenbla-uitzending over de dumpingen van granuliet in natuurplas Over de Maas. De brief komt vlak voor het rondetafelgesprek over de kwestie, dat aanstaande maandag, op verzoek van de Tweede Kamer, wordt gevoerd. Volgens milieuchemicus Joop Harmsen is bij de onderzoeken die de ministers in de brief aanhalen, gemeten op een standaard lijst van stoffen. Van die stoffen was bij voorbaat al duidelijk dat ze niet in granuliet aanwezig zijn, zegt Harmsen: Normaal gesproken mneetje juist op alle verdachte stoffen. Ze kunnen dus niet zeggen dat het schoon is, want ze hebben niet opflocculant (de aan het granuliet toegevoegde chemische stof red.) gemeten. Volgens Hartnsen kun je nog niet zeggen of het storten van zoveel granuliet wel ofniet

schadelijk is. ‘Granuliet is geen grond maar een bouwstof De discussie zou op dit moment niet over de schadeljkheid mnoeten gaan, maar over de vraag ofgranuliet grond’ of een ‘bouwstof’ is, vindt voormalig milieuofficier Gustaaf Biezeveld. De ministers beweren in de brief dat granuliet al langere tijd als ‘grond’ is geloi’ali/lceerd, maar waarop ze dat baseren is volgens Biezeveld en Harmsen een raadsel. “Ik zie daar in de briefgeen enkel bet’ijs voor aldus Harmsen. Biezeveld is helder: Granuliet is een bouistofen een bouit’stof magje niet storten. Het moetfluictioneel zijn. Dit is het clunpen van afi’alstoffen en dat mag niet en dat is iaar het hier om gaat. “,

3.27. Op 9 maart 2020 heeft de commissie voor Infrastructuur en Waterstaat van de Tweede Kamer een rondetafelgesprek gehouden over de stort van granuliet in de Maasplassen. Daaraan hebben ook Bontrup en Biezeveld deelgenomen. In haar position paper ten behoeve van dit rondetafelgesprek heeft Bontrup zich op het standpunt gesteld dat granuliet grond is, al jaren wordt gebruikt voor het verondiepen van plassen en schoon is. Biezeveld heeft in zijnpositionpaper zijn standpunt uiteengezet dat granuliet geen grond is en dat Bontrup zich heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

Op 9 maart 2020 is over het rondetafelgesprek een artikel op de website van 3.28. Zembla verschenen, getiteld ‘Ministerie wist al dat granuliet geen grond is’. Voor zover van belang vermeldt het artikel onder meer: ‘Cert(ficaat is vals’ Voormalig mnilieuofficier G ustaaf Biezeveld voegde toe dat het bedr ijf Graniet Import Benelux b. v. aljarenlang met een onrechtmatig productcertijlcaat t’erkt. Het certijicaat dat het bedrijfgebruikt om goedkeuring te krijgen voor granulietstortingen is volgens hem niet van toepassing op steenslag en gesteente. Granuliet is steenslag en daarom is het document dat het bedrijfgebruikt volgens Biezeveld vals. “Het zou hooguit als bouwstof kunnen worden beschouwd, mits het nuttig wordt toegepast, maar niet als grond”, aldus Biezeveld.

C/09/597585 / NA ZA 20-797

7

8 december 2021

De voormalig officier van Justitie doet een beroep op de minister om de stortingen van granuliet in Over de Maas per direct te stoppen en aangijie te doen tegen het bedrijf”

3.29. c#p 31 maart 2020 heeft de minister van IenW Kamervragen beantwoord over de kwalificatie van granuliet, het productcertificaat en de schadelijkheid van granuliet. De minister heeft geantwoord (kort samengevat) dat granuliet als grond wordt gekwalificeerd, dat het productcertificaat in orde is en dat de toepassing van granuliet niet schadelijk is voor mens en milieu. 3.30. In brieven aan Biezeveld van 10 april 2020 en 23 april 2020 heeft (de advocaat van) Bontrup zich op het standpunt gesteld (kort gezegd) dat de beschuldigingen van Biezeveld aan het adres van Bontrup over strafbare feiten ongefundeerd zijn en onrechtmatig jegens Bontrup. In de brieven is Biezeveld aansprakelijk gesteld voor de schade als gevolg van die beschuldigingen en is Biezeveld verzocht om zijn uitlatingen te rectificeren. Biezeveld heeft hieraan geen gevolg gegeven. In zijn brief aan Bontrup van 17 april 2020 heeft Biezeveld de aansprakeljkstelling en het verzoek om rectificatie afgewezen. 3.31. Op 12 mei 2020 is op de website van Zembla een artikel verschenen getiteld ‘Inspectie waarschuwde Rijkswaterstaat al in 2018 om geen granuliette storten’. De ILT heeft daarop in een persbericht van 12 mei 2020 laten weten dat zij zich in de inhoud van het artikel niet herkent.

Het persbericht van ILT luidt verder als volgt: De ILTheeft steeds gehandeld vanuit de volgende praktijk: Granuliet dient voorzien te zijn van een milieuhygiënische verklaring voordat het op de markt wordt gebracht. Deze verklaring kan op basis van een cerijficaat of een partijkeuring worden afgegeven. Een cerijficaat wordt door een zogenoemde cerijficerende instelling afgegeven op basis van een normdocument. De ILT houdt toezicht op deze certficerende instelling en op de cerijficaathouder. De IL T ziet toe of de cerijficerende instelling werkt conform het normdocument en of de certijicaathouder handelt conform het normdocument. De cerijficerende instelling bepaalt bij het cerijficeren of het betreffende product, in dit geval granuliet, binnen de scope van de beoordelingsrichtljn (BRL) past. Het normdocumnent BRL 9321 wordt sinds 2008 gebruikt voor granuliet. Er is discussie ontstaan over het normdocument, op basis waarvan het certijicaat voor granuliet is afgegeven. Zo ontstond er binnen RWS met betrokkenheid van de ILT en het directoraat Water en Bodem (DGWB,) van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW,.) een inhoudelijke discussie over de vraag ofgranuliet toch niet zou moeten worden gezien als “bouwstof’, in plaats van grond”. In deze discussie speelden verschillende zienswijzen een rol.

Zoals het interne Juridische advies van november 2018 met als uitgangspunt dat granuliet bouwstof is. Dit advies was een bijdrage aan de bredere discussie hierover. len I’V heeft overigens een Kam erbriefverstuurd waarin de discussie over granuliet nader wordt toegelicht: KamerbriefZembia uitzending over granuliet /2020/03/05 Er ligt inmiddels een ander concept-BRL (BRL 9344,) die specijiek voor granuliet is geschreven. Deze BRL zal tot norm document worden verheven door opname in de Regeling

C109/597585 / HA ZA 20-797 8 december 2021

8

bodemkwaliteit. In aftvachting hiervan, is de vraag voorgelegd aan DGWB hoe tussentijds te handelen. Uitkomst in de brief van DGWB aan RWS op 10 oktober 2019 dat granuliet beschouwd kan worden als grond en een nieuwe BRL wordt opgesteld, heeft de ILT doen besluiten dat het bestaande certijîcaat voor granuliet nog kan worden gebruikt tot de nieuwe BRL als normdocument in de regeling is opgenomen.”

3.32. Op 29juni 2020 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan naar aanleiding van een door de gemeente West Maas en Waal aan de minister en staatssecretaris van IenW gericht (en later afgewezen) verzoek om handhavend op te treden tegen het storten van granuliet in het project Over de Maas (ECLI:NL:RVS:2020:1506). Daarbij is de door de gemeente West Maas en Waal gevraagde voorlopige voorziening afgewezen. Daartoe heeft de voorzieningenrechter overwogen dat onvoldoende aanleiding wordt gevonden voor de conclusie dat het standpunt van de minister en de staatssecretaris dat granuliet als ‘grond’ in de zin van het Bbk aangemerkt dient te worden, onjuist is en dat het door de gemeente West Maas en Waal aangevoerde in zoverre geen basis geeft voor het oordeel dat het niet is toegestaan om granuliet toe te passen ten behoeve van het verondiepen van de plas. De voorzieningenrechter heeft voorts, mede gelet op het karakter van granuliet, geen grond gezien om te veronderstellen dat het productcertificaat in dit geval niet had mogen worden afgegeven. Evenmin heeft de voorzieningenrechter aanleiding gezien om op voorhand te twijfelen aan de milieuhygiënische kwaliteit van granuliet.

Op 1 september 2020 heeft Kuijken zijn rapport uitgebracht, getiteld ‘Kleine korrels, grote discussie Rapportage over granuliet en het Besluit bodemkwaliteit’. Daarin is onder meer opgenomen dat er verschillende inhoudelijke opvattingen zijn over de vraag of ‘granuliet’ grond is. Het rapport vermeldt onder meer: 3.33.

—

“Uit wetenschappelijk onderzoek gericht op de afbraak van polyaciylamide houdende flocculanten, blijkt dat in de meeste gevallen sprake is van langzame afbraak zonder dat er acrylamide vrijkomt of dat het slechts in zeer geringe hoeveelheden gebeurt. Ook in het ‘European Union Risk Assessment Report’ actylamide’ is aangegeven dat het niet waarschijnlijk is dat actylamide vrijkomt bij de afbraak van polyacmylamide. Indien dat wel het geval zou zijn, is relevant dat acmylamide zeer snel afbreekt in het milieu tot niet toxische aJbraakproducten, waardoor het onwaarschijnlijk is dat er sprake is van relevante effecten voor mens en milieu.

3.34. Op 10 september 2020 is de uitzending van Zembla van 6 februari 2020 integraal herhaald. Op 24 september 2020 is er een tweede uitzending van Zembla over granuliet geweest. Biezeveld heeft ook aan deze uitzending meegewerkt en heeft daarin (kort gezegd) zijn standpunt herhaald dat granuliet geen grond is, niet gestort had mogen worden in Over de Maas en risicovol is voor het milieu. 3.35.

3.36. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft opdracht gegeven aan STAB Gerechtelijke omgevingsdeskundigen om een onderzoek te verrichten ten behoeve van een bij haar lopende procedure over granuliet. Op 11 november 2020 heeft STAB een rapport uitgebracht. Daarin is, voor zover nu relevant, opgenomen dat granuliet

C109/597585 / HA ZA 20-79 7 8 december 2021

9

voldoet aan de wettelijke definitie van ‘grond’. Daarnaast bevat dit rapport de volgende passage: “Organisch e slof

Uit analyses van granuliet blijkt dat in granuliet organische st of aanwezig is. Het percentage varieert in de verschillende analyses tussen de minder dan 0,2% (detectiegrens,.) en 0.8% droge stof (ds.). Het meest frequent gemeten percentage bedraagt 0, 7 % d.s. Er is dus, zij het weinig, organische stof aantoonbaar aanwezig in granuliet. De aanwezigheid van organische stof laat zich mogelijk verklaren door de openingen en spieten in het gebergte waar graniet en kwartsiet gewonnen wordt en waar in de loop der tijden organisch materiaal in terecht is gekomen. In de ondergrond van Nederland bevinden zich meerdere natuurlijke afzettingsmaterialen die uiterst weinig organische stof bevatten, bijvoorbeeld zand, grind, zeeklei en ook fijnkorrelige fettingen zoals landijsafettingen. De gemeente wees in het gesprek op de stelling dat op granuliet “geen plant kan groeien” en dat hierom granulfel geen grond is. Deze stelling is geponeerd door de heer Vink tijdens de technische briefing in de Tweede Kamercommissie en komt ook in de technische briefing met de heer Kuijken aan de orde. 1k merk op dat dit criterium niet in cle definitie in het Besluit bodemkwaliteit is opgenomen.

De stelling van Vink heeft een relatie mei de hoeveelheid organische stof Dit geldt, zoals gezegd, ook voor andere grote volumes materiaal in de ondergrond van Nederland met weinig (ofzelfs zonder) organische stof terwijl dat materiaal zonder discussie als grond wordt gezien. Bij toepassing van granuliet in “Over de Maas” speelt overigens nog mee dat het reconstructiemateriaal (waarmee de verondieping plaatsvindt) wordt afgedekt niet een leejlaag van 3 meter. Van deze leejlaag mag verwacht worden dat hier organisch materiaal in zit, om waterplanten de gelegenheid te geven zich te vestigen en te ontwikkelen. Overigens zijn proeven uitgevoerd met hei toepassen van granuliet als natuurlijke grond in grondwerken. Voor het vestigen van vegetatie is het mengen van de toplaag niet organisch materiaal nodig. (..) Ik stel vast dat granuliet organische stof bevat in een verhouding zoals die ook wel van nature wordt aangetroffen.”

3.3 7. Op 7 december 2020 heeft de Raad voor de Journalistiek uitspraak gedaan in een klachtprocedure die was aangespannen door (onder meer) Bontrup tegen de Zembla uitzending van 6 februari 2020. Hierin concludeert de Raad voor de Journalistiek (zakelijk weergegeven) dat, voor zover de klacht was gericht tegen de aantasting van de privacy van de klagers, Zembla zorgvuldig had gehandeld. Voor het overige was de handelwijze van Zembla journalistiek onzorgvuldig. Adviesbureau Arcadis heeft in opdracht van IenW onderzoek gedaan naar het 3.3 8. toepassen van granuliet in Over de Maas. Op 16 april 2021 heeft Arcadis hierover een rapport uitgebracht met de titel ‘Review-Onderzoek Granuliet Over de Maas’. In dit rapport is verwoord dat het toepassen van granuliet in Over de Maas geen negatieve effecten heeft voor mens en milieu en dat vorming van de kankerverwekkende stof acrylamide bij afbraak van polyacrylamide niet waarschijnlijk is.

C109/597585 / HA ZA 20-797 8 december 2021

4.

4.1.

10

Het geschil

Bontrup vordert samengevat en na wijziging van eis dat de rechtbank bij vonnis: a: verklaart voor recht dat Biezeveld onrechtmatig jegens Bontrup heeft gehandeld door Bontrup herhaaldelijk, onder andere in de uitzending van het programma Zembla van 6 februari 2020, ervan te beschuldigen dat zij zich schuldig zou hebben gemaakt aan dan wel betrokken zou zijn geweest bij strafbare feiten, waaronder het opzettelijk plegen van valsheid in geschrifte en het opzettelijk illegaal storten van afval; b: verklaart voor recht dat Biezeveld onrechtmatig jegens Bontrup heeft gehandeld door te weigeren de hiervoor genoemde beschuldigingen recht te zetten ondanks dat Biezeveld herhaaldelijk is gewezen op de onjuistheid daarvan; II. Biezeveld beveelt zich binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te onthouden van het hiervoor onder la omschreven onrechtmatig handelen jegens Bontrup en Biezeveld op basis van het thans beschikbare feitenmateriaal te verbieden zich in soortgelijke bewoordingen over Bontrup uit te laten; III.

Biezeveld beveelt om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de hieronder weergegeven rectificatie publiek te maken door verzending via het Algemeen Nederlands Persbureau, meer specifiek via de dienst “Landelijke media via het ANP-netwerk inclusief plaatsing van het persbericht op de website van ANP Pers Support en Twitter”, zonder enige toevoeging van Biezeveld, onder overlegging van een kopie van het aangeboden persbericht aan de advocaat van Bontrup: —

—

RECTIFIc’A TIE BERICHTGEVING BONTRUP In de televisie-uitending van het programma Zembla van 6februari 2020 heb ik, GustaafBiezeveld, het bedrijf Graniet Import Benelux, mede hande/end onder de naam Bontrup, alsmede haar statutair directeur, beschuldigd van strafbare feiten, meer in het bijzonder het opzettelijk plegen van valsheid in geschrijie en het opzettelijk illegaal storten van afral in de plas Over de Maas. Daarnaast heb ik na de uitzending van Zembla geweigerd de strafrechtelijke beschuldigingen recht te zetten. De rechtbank Den Haag heeft bij vonnis van [datum van het vonnis in deze zaak] geoordeeld dat deze beschuldigingen onrechtmatig zijn jegens de onderneming Bontrup, nu deze beschuldigingen geen steun vinden in het feitenmnateriaal. De rechtbank Den Haag heeft mij, GustaafBiezeveld, veroordeeld tot het publiek maken van deze recij/Icatie door middel van verzending als persbericht.”

IV.

V. VI.

althans een door de rechtbank in goedejustitie vast te stellen tekst; Biezeveld veroordeelt binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de omroepvereniging BNNVARA schriftelijk te verzoeken de rectificatie als • geformuleerd onder III te publiceren op de homepage van Zembla, zonder enige toevoeging van Biezeveld, noch van Zembla, onder overlegging van een kopie van het verzoek aan de advocaat van Bontrup; een dwangsom verbindt aan de veroordelingen bedoeld onder II, III en III; Biezeveld te veroordelen tot voldoening aan Bontrup van € 25.000 aan immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met wettelijke handelsrente;

C/091597585 / HA ZA 20-797 8 december 202!

VII.

Biezeveld te veroordelen tot vergoeding aan Bontrup van de materiële schade die zij heeft geleden door de onrechtmatige daad van Biezeveld, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met wettelijke rente; een en ander niet veroordeling van Biezeveld in de proceskosten en de nakosten. 4.2. Bontrup baseert zijn vorderingen op onrechtmatige daad als bedoeld in artikel 6: 162 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Bontrup stelt dat Biezeveld onrechtmatig heeft gehandeld door in de Zembla-uitzending van 6 februari 2020 en daarna zonder deugdelijke feitelijke enjuridische grondslag strafrechtelijke beschuldigingen te uiten aan het adres van Bontrup over het storten van granuliet in Over de Maas. Ook handelt Biezeveld onrechtmatig door ondanks herhaald verzoek van Bontrup te weigeren deze strafrechtelijke beschuldigingen recht te zetten, aldus Bontrup.

4.3.

Biezeveld voert verweer en concludeert tot afwijzing van het gevorderde.

4.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.

De beoordeling

Hetjuridische kader 5.1. Het gaat in deze zaak inhoudelijk om een botsing van twee fundamentele rechten: het recht van Biezeveld op vrijheid van meningsuiting op grond van artikel 7 Grondwet en artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) tegenover het belang van Bontrup bij bescherming van haar eer en goede naam op grond van artikel 8 EVRM. 5.2. Uit rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) volgt dat ook het belang bij bescherming van de eer en goede naam (‘reputation’) van een onderneming onder de reikwijdte van artikel 8 EVRM valt) Hoewel partijen van mening verschillen over de mate van bescherming die een onderneming aan artikel 8 EVRM kan ontlenen, neemt de rechtbank aan dat Bontrup in deze procedure een beroep kan doen op artikel 8 EVRM. 5.3. Toewijzing van de vorderingen van Bontrup houdt een beperking in van het grondrecht van Biezeveld op vrijheid van meningsuiting. Dit recht kan slechts worden beperkt, indien dit bij de vet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving, bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien, is sprake wanneer de uitlatingen van Biezeveld onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BW.

Het belang van Biezeveld is er in gelegen dat hij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moeten kunnen uitlaten over in dit geval het gebruik van granuliet in Over de Maas. Het belang van Bontrup is er in gelegen dat zij niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan verdachtmakingen en dat haar professionele reputatie niet onnodig wordt geschonden. Bij de afweging die de rechtbank moet maken moeten alle omstandigheden van het geval worden meegewogen. —

—

EHRM 16 februari 2016. EHRC 2016/101 (Ârtzekammer für Wieri v. Austria).

12

C109/597585 / HA ZA 20-797 8 december 2021

5.4. De Hoge Raad heeft in het Gemeenteraadslid-arrest2 een aantal omstandigheden genoemd, die bij een afweging als deze een rol kunnen spelen: a) de aard van de uitlatingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie deze uitlatingen betrekking hebben; b) de ernst bezien vanuit het algemeen belang van de misstand die men met de uitlatingen aan de kaak beoogt te stellen; c) de mate waarin de uitlatingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal; d) de inkleding van de uitlatingen, gezien in verhouding tot de onder a c genoemde factoren; e) de mate van waarschijnlijkheid dat, ook zonder de desbetreffende uitlatingen, in het algemeen belang het nagestreefde doel langs andere, voor de wederpartij minder schadelijke wegen met een redelijke kans op succes bereikt had kunnen worden; f) een mogelijke beperking van het door de uitlatingen te veroorzaken nadeel voor degene die erdoor wordt getroffen, in verband met de kans dat hetgeen waarop de uitlatingen betrekking hebben op andere wijze openbaar bekend zou zijn geworden. Deze opsomming is niet begrensd tot de hiervoor genoemde gezichtspunten: alle relevante omstandigheden moeten worden meegewogen. —

—

—

5.5. Bij de afweging komt niet in beginsel voorrang toe aan de vrijheid van meningsuiting of de bescherming van de eer en goede naam. Dit betekent dat de toetsing in één keer moet plaatsvinden, waarbij het oordeel dat één van beide rechten, gelet op alle relevante omstandigheden, zwaarder weegt dan het andere recht, meebrengt dat daarmee de inbreuk op dat andere recht voldoet aan de noodzakelijkheidstoets van het tweede lid van de artikelen 8 en 10 EVRM. 5.6. Bij de afweging die in de onderhavige zaak moet worden gemaakt betrekt de rechtbank als doorslaggevende gezichtspunten (1) de maatschappelijke positie van Biezeveld, (2) de ernst van de aan de kaak gestelde misstand, 3) de aard van de uitlatingen en de ernst van de te verwachten gevolgen, (4) de feitelijke basis van de uitlatingen en (5) de inkleding van de uitlatingen. (1) de maatschappelijke positie van Biezeveld

5.7. Biezeveld is een deskundige op het terrein van milieurecht en heeft een bijzondere achtergrond. Hij heeft niet alleen gewerkt als hoogleraar milieurecht, maar is ook coördinerend milieuofficier van justitie bij het Landelijk Parket geweest. In de uitzending van Zembla is hij ook uitdrukkelijk als zodanig gepresenteerd. Het ligt in de rede dat een strafrechtelijke kwalificatie of beschuldiging door iemand met die achtergrond door een breed publiek geloofwaardig wordt geacht. Dat Biezeveld inmiddels is gepensioneerd, doet aan zijn gezag niet af. Hij is zijn kennis en ervaring met zijn pensionering niet opeens kwijtgeraakt. Bovendien heeft Biezeveld zich klaarblijkelijk ook zelf voldoende deskundig geacht om in de uitzending van Zembla en bij het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over de granulietkwestie te worden bevraagd. 5.8. De rechtbank kent aan de maatschappelijke positie van Biezeveld een groot gewicht toe. 2

1-IR 24juni 1983. ECLI:NL:HR:1983:AD2221 (Gemeenteraadslid).

C/09/597585 / 1-JA ZA 20-797 8 december 2021

13

(2) de ernst van de aan de kaak gestelde inisstand De rechtbank kent ook, vanuit het algemeen belang, aan de ernst van de in de 5.9. uitzending van Zembla van 6 februari 2020 aan de kaak gestelde kwestie gewicht toe. Burgers moeten er immers vanuit kunnen gaan dat het materiaal dat wordt gebruikt bij het verondiepen van oppervlaktewater veilig is en geen schade toebrengt aan mens en milieu. Biezeveld heeft, als bezorgde burger met een bijzondere deskundigheid, zich deze kwestie terecht aangetrokken. (3,) de aard van de uitlatingen en de ernst van de te verwachten gevolgen 5.10. Het verwijt van Bontrup ziet in de kern op de uitlatingen van Biezeveld in de Zembla-uitzending van 6 februari 2020, zoals geciteerd in randnummer 3.23 van dit vonnis. Biezeveld heeft zich in de tv-uitzending niet beperkt tot zijn visie op de vraag of granuliet juridisch als grond kan worden gekwalificeerd en milieutechnisch veilig kan worden gebruikt voor het verondiepen van oppervlaktewater. Biezeveld is verder gegaan dan dat en heeft zich uitgelaten over de strafrechtelijke laakbaarheid van de handelwijze van Bontrup en over de ernst daarvan. 5.11. In dit opzicht acht de rechtbank dein artikel 6 lid 2 EVRM neergelegde onschuldpresumptie van belang, omdat de gewraakte uitlatingen over een betrokkenheid bij strafbare feiten gaan.

Wie van zijn vrijheid van meningsuiting gebruik maakt zal bepaalde grenzen in acht moeten nemen, waaronder respect voor het vermoeden van onschuld, wanneer het om verdachtmakingen gaat. Temeer wanneer hij of zij een grote kennis van het strafrecht heeft. 5.12. In dit geval heeft Biezeveld, ondanks zijn achtergrond als voonrialig officier van justitie, geen enkel voorbehoud of nuance gemaakt. Het wettelijke vermoeden van onschuld klinkt niet door in zijn uitlatingen. Biezeveld heeft in de Zembla-uitzending stellig beweerd dat in het geval van Bontrup sprake is geweest van valsheid in geschrifte, het opzettelijk storten van illegaal afval en het trekken van voordeel uit die illegale stort. 5.13. Deze beweringen komen neer op beschuldigingen van ernstige strafbare feiten aan het adres van Bontrup. Biezeveld spreekt in de Zembla-uitzending zelf van economische delicten van de hoogste categorie waarop gevangenisstraffen van maximaal zes jaar staan. Bij die beschuldigingen is, zoals gezegd, geen voorbehoud of nuancering geplaatst. Het spreekt voor zich dat de impact van deze beschuldigingen groot is, te meer nu deze zijn geuit door iemand die zich als onafhankelijke deskundige met specifieke expertise heeft laten interviewen en aan wiens oordeel gezag toekomt.

Te verwachten viel dat die beschuldigingen, gedaan in een bekend prilnetime landelijk uitgezonden tv-prografnma voor onafhankelijke onderzoeksjournalistiek, afbreuk zouden doen aan de reputatie van Bontrup en mogelijk negatieve invloed konden hebben op opdrachten van Bontrup voor de levering van granuliet. 5.14.

De rechtbank acht ook dit gezichtspunt van aanmerkelijk gewicht.

14

C/09/597585 / HA ZA 20-797 8 december 2021

(4) de feitelijke basis van de uitlatingen 5.15. Een belangrijk gezichtspunt uit vaste rechtspraak is dat de gedane uitlatingen voldoende steun moeten vinden in het beschikbare feitenmateriaal. Dit geldt temeer wanneer sprake is van beschuldigingen van strafbare feiten. Hoe serieuzer de beweringen, hoe meer solide de feitelijke basis moet zijn. Dit is niet wezenlijk anders wanneer bij de gewraakte uitingen sprake is geweest van een (louter) waardeoordeel, omdat zelfs een waardeoordeel excessief en daarom onrechtmatig kan zijn indien elke feitelijke basis daarvoor ontbreekt.3 Bij de beantwoording van de vraag of de gedane uitlatingen voldoende steun 5.16. vinden in het beschikbare feitenmateriaal moet worden uitgegaan van het kennisniveau op het moment waarop de uitlatingen zijn gedaan, in dit geval 6 februari 2020, de dag van de Zembla-uitzending. Het gaat dus om het feitenmateriaal waarover Biezeveld ten tijde van de uitzending beschikte en kon beschikken.4 Ten tijde van de Zembla-uitzending op 6 februari 2020 was de feitelijke stand van zaken, kort en zakelijk weergegeven, als volgt. 5.16.1. Vanaf 2008 heeft Rijkswaterstaat granuliet van Bontrup beschouwd als grond.

Bontrup beschikt sinds 2009 over een door SGS Intron een van overheidswege erkende certificeringsinstantie afgegeven productcertificaat conform de BRL 9321, een wettig bewijsmiddel dat het granuliet van Bontrup ‘grond’ is in de zin van het Bbk. Granuliet van Bontrup is daarna gebruikt voor het verondiepen van plassen. —

—

5.16.2. In 2018 is bij Rijkswaterstaat intern discussie ontstaan over de vraag of granuliet wel kon worden gekwalificeerd als ‘grond’ in de zin van het Bbk. en, in het verlengde daarvan, of granuliet al dan niet viel onder het bereik van BRL 9321. Een aantal ambtenaren heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat granuliet géén grond is en niet valt onder het bereik van BRL 9321. Volgens deze ambtenaren mocht granuliet daarom niet worden toegepast voor het verondiepen van plassen. Ook in een interne conceptnotitie van april 2019 van enkele medewerkers van ILT is het standpunt ingenomen dat granuliet geen grond is maar een bouwstof, en dus niet valt onder BRL 9321. Deze interne discussie heeft ertoe geleid dat Rijkswaterstaat, op regionaal niveau, in 2018 en 2019 meldingen van Bontrup voor de voorgenomen toepassing van granuliet in oppervlaktewater heeft afgewezen. 5.16.3. Aan deze interne ambtelijke discussie is in oktober 2019 door DGWB een einde gemaakt en is vanuit Rij kswaterstaat en ILT bevestigd dat granu liet grond is in de zin van het Bbk en onder het bereik van BRL 9321 valt. Vanaf dat moment kon Bontrup het storten van granuliet in Over de Maas hervatten. 5.17.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting leidt de rechtbank af dat Biezeveld bij zijn uitspraken is afgegaan op de regelgeving en op mondelinge en schriftelijke informatie die hij van de redactie van Zembla had gekregen. Die informatie had, aldus Biezeveld, betrekking op de afgifte van een productcertificaat voor granuliet op basis van BRL 9321, de in 5.16.2 bedoelde ambtelijke discussie en (deels) op informatie die Bontrup aan de redactie van Zembla had verstrekt. Uit niets blijkt echter dat Biezeveld, gegeven ook zijn deskundigheid, zich verder had verdiept in de beleidslijn van de betrokken EHRM 19december2006. nr. 18235/02 (Dabrowski. Poland). Vergelijk GerechtshofAmsterdam 23 juni 2015. ECLI:NL:GHAMS:2015:2536. ru. 3.6: en Gerechtshof Amsterdam 1 september 2015. ECLI:NL:GHAMS:2015:3609. r.o. 3.7.

C/09/597585 / HA ZA 20-797 8 december 2021

15

overheidsinstanties, de daaraan ten grondslag liggende documentatie, de afloop van de interne ambtelijke discussie enkele maanden voor de uitzending en de vraag wat dit betekende voor de wettigheid van de handelwijze van Bontrup. Onweersproken is dat dit informatie was waarover Biezeveld destijds wel kon beschikken. Die informatie hield in dat dat granuliet al véôr de inwerkingtreding van het Bbk (sinds 2008) door de bevoegde instanties als grond was aangemerkt, sinds september 2009 was gecertificeerd overeenkomstig BRL 9321 en al vele jaren werd toegepast als grond. Ook hield de informatie in dat de interne ambtelijke discussie niet had geleid tot een officiële beleidswijziging of (in ieder geval tot 1 0 oktober 2019 niet) een officiële standpuntbepaling en dat granuliet dus legaal gebruikt mocht worden voor het verondiepen van oppervlaktewater. De rechtbank volgt Biezeveld niet in zijn standpunt dat er ten tijde van de Zembla-uitzending evengoed genoeg feitelijke en juridische aanknopingspunten waren voor de onverkorte stelling dat granuliet ten onrechte als grond wordt gekwalificeerd, dat het aan Bontrup verstrekte productcertificaat niet in orde is, dat de toepassing van granuliet van Bontrup schadelijk is voor mens en milieu. Geen van de door Biezeveld aangedragen gegevens rechtvaardigt die zonder enig voorbehoud door hem gemaakte gevolgtrekking.

met name ook voor wat betreft de strafrechtelijke kwalificatie. Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat er geen voldoende solide feitelijke basis was voor de stellige bewering van Biezeveld dat Bontrup betrokken was bij de illegale stort van granuliet in Over de Maas en zich schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. 5.18. De na de Zembla-uitzending verschenen rapportages van Kuijken, STAB, Arcadis werpen overigens geen ander licht op de zaak. Integendeel, ook uit deze rapporten volgt dat er geen basis is voor het oordeel dat het Bontrup niet was (en is) toegestaan om granuliet toe te passen ten behoeve van het verondiepen van oppervlaktewater. Aan het ontbreken van voldoende feitelijke basis voor de stellige beweringen van 5.19. Biezeveld kent de rechtbank zwaar gewicht toe. (5,) de inkieding van de uitlatingen 5.20. Voor wat betreft de inkleding van de uitlatingen is van belang dat Biezeveld de beschuldigingen in de tv-uitzending heeft gedaan zonder enig voorbehoud en zonder enige nuance. Biezeveld stelt dat sprake is van het opzettelijk storten van illegaal afval en het plegen van een economisch delict waarop een gevangenisstraf van 6 jaar staat. Ook stelt hij dat sprake is van het opzettelijk plegen van valsheid in geschrifte. Conclusie en toeu’ijsbaarheid van de vorderingen 5.20.1.

Gelet op de betekenis die de rechtbank ten gunste van Bontrup toekent aan de gezichtspunten (1), (3), (4) en (5), legt gezichtspunt (2) in het voordeel van Biezeveld onvoldoende gewicht in de schaal. De rechtbank komt dan ook alle besproken omstandigheden van het onderhavige geval in onderling verband en samenhang in aanmerking nemend tot de conclusie dat de belangenafweging in het voordeel uitvalt van de bescherming van de goede naam van Bontrup. —

—

5.2 1. Dat betekent dat de rechtbank de stelling van Bontrup dat de uitlatingen van Biezeveld in de Zembla-uitzending van 6 februari 2020 jegens haar onrechtmatig waren, onderschrijft. In zoverre is de onder 1(a) gevorderde verklaring voor recht dus toewijsbaar.

16

C/09/597585 / HA ZA 20-797 8 december 2021

5.22. Dat laatste is anders voor zover de uitlatingen van Biezeveld over de granulietkwestie buiten de Zembia-uitzending hebben plaatsgevonden. De gevorderde verklaring voor recht is op dit punt door Bontrup onvoldoende geconcretiseerd en vaag gebleven. Weliswaar kan uit de beschikbare stukken worden afgeleid dat Biezeveld op enig moment zijn beschuldigingen heeft herhaald (zoals tijdens het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer), maar de gebezigde bewoordingen en context van die latere gevallen zijn binnen het bestek van deze procedure niet met de vereiste mate van precisie komen vast te staan. 5.23. Wel rechtvaardigt het gegeven dat Biezeveld zijn beschuldigingen van strafbare feiten aan het adres van Bontrup heeft herhaald, het onder II gevorderde verbod, versterkt met een gematigde en gemaximeerde dwangsom. De op de datum van dit vonnis beschikbare stukken (waaronder ook de recente rapportages van Kuijpers, STAB en Arcadis) bieden nog steeds geen solide feitelijke basis voor de beschuldiging dat Bontrup zich met de stort van granuliet in oppervlaktewater schuldig maakt aan strafbare feiten. De rechtbank acht Biezeveld, gegeven zijn deskundigheid, voldoende in staat om te beoordelen wanneer het feitenmateriaal voldoende is gewijzigd om de uitlating wél te mogen doen. 5.24.

De onder 1(b) gevorderde verklaring voor recht komt erop neer dat Biezeveld volgens Bontrup een tweede onrechtmatige daad heeft gepleegd door tot dusver te weigeren die uitlatingen recht te zetten. De rechtbank volgt Bontrup hierin niet. De weigering van Biezeveld om te rectificeren hangt onlosmakelijk samen met diens standpunt dat de uitlatingen niet onrechtmatig (of onjuist) waren. Zijn weigering om te rectificeren kan op zichzelf gezien geen eigenstandige onrechtmatige daad opleveren. Om die reden zal de verklaring voor recht onder 1(b) worden afgewezen. De rechtbank zal Biezeveld wel veroordelen tot de onder lii en IV gevorderde 5.25. rectificatie, versterkt met een gematigde en gemaximeerde dwangsom, een en ander op de wijze zoals in het dictum vermeld. Biezeveld heeft op zitting gezegd dat hij niet beschikt over een btw-nummer en om die reden niet kan voldoen aan de onder III gevorderde wijze van rectificatie via het ANP. Van de zijde van Bontrup is ter zitting verklaard dat zij op dit punt kan voorzien in een praktische oplossing. Daarmee is het voor Biezeveld dus mogelijk om de rectificatie te bewerkstelligen. Voor de goede orde merkt de rechtbank op dat Biezeveld voor wat betreft de onder IV gevorderde rectificatie op de website van Zembla afliankelijk is van de medewerking van de redactie van dit programma.

Om die reden is de toewijzing van die rectificatie is beperkt (zoals overigens ook gevorderd door Bontrup) tot het doen van een verzoek aan Zembla om de rectificatie ongewijzigd te plaatsen. 5.26. Biezeveld heeft aangevoerd dat Bontrup niet gespecificeerd of gesubstantieerd heeft dat zij schade heeft geleden door zijn uitlatingen. De rechtbank gaat hieraan voorbij. Volgens vaste rechtspraak is voor een verwijzing naar de schadestaatprocedure noodzakelijk maar tegelijkertijd voldoende dat aannemelijk is dat de benadeelde mogelijk schade heeft geleden als gevolg van het tekortschieten of onrechtmatig handelen van zijn wederpartij. Dat is naar het oordeel van de rechtbank hier het geval. Door de handelwijze van Biezeveld is voldoende aannemelijk dat Bontrup, zoals zij heeft toegelicht, zakelijk nadeel heeft ondervonden in die zin dat afbreuk is gedaan aan haar reputatie en dat opdrachten voor de levering van granuliet daardoor negatief zijn beïnvloed. Daarom zal de

—

—

C109/597585 / HA ZA 20-797 8 december 2021

17

zaak, zoals door Bontrup onder VII gevorderd, naar de schadestaatprocedure worden verwezen. 5.27. Bontrup heeft ook betaling van een bedrag van € 25.000 aan immateriële schadevergoeding gevorderd. Immateriële schadevergoeding is als regel alleen bij natuurlijke personen aan de orde, maar rechtspersonen zoals Bontrup zijn daarvan op zich niet uitgesloten. Wel zal bij een rechtspersoon sprake moeten zijn van bijzondere individuele omstandigheden. Met het oog daarop rust bij Bontrup een verzwaarde stelplicht. De vereiste bijzondere omstandigheden (zoals risico’s voor de continuïteit van de bedrijfsvoering of voortdurende imagoschade) zijn in dit geval tegenover de betwisting door Biezeveld onvoldoende gesteld of gebleken. De vordering onder VI zal daarom worden afgewezen.

5.2 8. De slotsom is dat er voldoende grond is voor de hierna onder 6 gegeven verklaring voor recht, het verbod, de rectificatie en de verwijzing naar de schadestaatprocedure. In deze uitkomst ligt ook besloten dat artikel 10 lid 2 EVRM hieraan niet in de weg staat. Proceskosten 5.29. Biezeveld zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. Deze worden tot op heden aan de zijde van Bontrup begroot op: dagvaarding € 83,38 griffierecht € 656,-salaris advocaat € 1.126,-- (2 punt x tarief II onbepaalde waarde â € 563) totaal € 1.865,38 -

-

-

5.3 0. Voor een afzonderlijke veroordeling in de nakosten, zoals Bontrup heeft gevorderd, bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BLI 116, NJ 2011/237). De rechtbank zal de nakosten begroten conform het liquidatietarief. 6.

De beslissing

De rechtbank 6.1. verklaart voor recht dat Biezeveld onrechtmatig jegens Bontrup heeft gehandeld door Bontrup in het programma Zembla van 6 februari 2020 ervan te beschuldigen dat zij zich schuldig zou hebben gemaakt aan, dan wel betrokken zou zijn geweest bij, strafbare feiten, te weten valsheid in geschrifte en het opzettelijk illegaal storten van afval; 6.2. verbiedt Biezeveld om verder uitlatingen over Bontrup te doen die inhouden of ertoe strekken dat (1) Bontrup valsheid in geschrifte heeft gepleegd door granu liet aan te merken en aan te bieden als grond en door daartoe gebruik te maken van een vervalst certificaat ofwel (ii) dat Bontrup illegaal afval heeft gedumpt door granuliet te laten toepassen in Over de Maas, op straffe van een dwangsom van € 1 .000 per keer dat Biezeveld dit verbod schendt, tot een maximum van € 50.000; beveelt Biezeveld om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de 6.3. hieronder weergegeven rectificatie publiek te maken door verzending via het Algemeen

C109/597585 / HA ZA 20-797 8 december 2021

Nederlands Persbureau, meer specifiek via de dienst “Landelijke media via het ANPnetwerk inclusief plaatsing van het persbericht op de website van ANP Pers Support en Twitter”, zonder enige toevoeging van Biezeveld, onder overlegging van een kopie van het aangeboden persbericht aan de advocaat van Bontrup, op straffe van een dwangsom van € 1.000 per dag dat Biezeveld hiermee in gebreke blijft, tot een maximum van € 50.000: RECTIFICA TIE BERICHTGEVING BONTR UP In de televisie-uitzending van het progra,mna Zembla van 6 februari 2020 heb ik, Gustacif Biezeveld, het bedrijf Graniet Import Benelux, mede handelend onder de naam Bontrup, alsmede haar statutair directeur, beschuldigd van strafbare feiten, te weten het opzettelijk plegen van valsheid in geschrijie en het opzettelijk illegaal storten van afeal in de plas Over de Maas. De rechtbank Den Haag heeft bij vonnis van 8 december 2020 geoordeeld dat deze beschuldigingen onrechtmatig zijn jegens de onderneming Bontrup, nu deze beschuldigingen geen deugdelijke basis hebben in hetfeiteninateriaal. De rechtbank Den Haag heeft mij, GustaafBiezeveld, veroordeeld tot het publiek maken van deze rectificatie door middel van verzending als persbericht. 6.4.

veroordeelt Biezeveld om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de omroepvereniging BNN VARA schriftelijk te verzoeken de rectificatie als geformuleerd onder 6.3 te publiceren op de homepage van Zernbla, zonder enige toevoeging van Biezeveld, noch van Zembla, onder overlegging van een kopie van het verzoek aan de advocaat van Bontrup, op straffe van een dwangsom van € 1.000 per dag dat Biezeveld nalaat aan deze veroordeling te voldoen, tot een maximum van € 50.000; veroordeelt Biezeveld tot vergoeding aan Bontrup van de materiële schade die zij 6.5. heeft geleden door de onrechtmatige daad van Biezeveld, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met wettelijke rente; 6.6. veroordeelt Biezeveld in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Bontrup begroot op€ 1.865.38 en op € 163 aan nog te maken nakosten, te vermeerderen met€ 85 in geval van betekening: 6.7.

wijst het meer af anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.L. Harmsen en in het openbaar uitgesproken door mr. D. Nobel, rolrechter, op 8 december 2021.

JEC 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11049341/1