A1.1 Onderzoeksrapport
Tekst van het document
NATIONAAL RAADSLEDEN ONDERZOEK 2021
ZEVENDE TRENDONDERZOEK NAAR DE TIJDSBESTEDING EN WERKZAAMHEDEN VAN GEMEENTERAADSLEDEN
Nationaal Raadsledenonderzoek 2021
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING
3. TIJDSBESTEDING RAADSLEDEN
1.1 Doel van het Nationaal Raadsledenonderzoek 4
3.1 Gemiddelde tijdsbesteding
10
1.2 Trendonderzoek
4
3.2 Tijdsbesteding naar gemeentegrootte
10
4
3.3 Tijdsbesteding naar rol
11
3.4 Tijdsbesteding naar baan en/of opleiding
11
3.5 Tijdsbesteding naar functie in de raad
12
3.6 Tevredenheid over de totale tijdsbesteding
12
3.7 Raadslid als fulltime functie
15
3.8 Conclusie
15
1.3 Huidige editie van het Nationaal Raadsledenonderzoek 1.4 Vraagstelling
4
1.5 Onderzoeksvragen
5
1.6 Leeswijzer
5
2. ONDERZOEKSMETHODEN 2.1 Methoden van dataverzameling
6
2.2 Respons
6
2.3 Representativiteit
7
2.4 Conclusie
7
4. BESTUURLIJKE EN VOLKSVERTEGENWOORDIGENDE WERKZAAMHEDEN werkmh 4.1 Tijdsverdeling tussen bestuurlijke en 18 volksvertegenwoordigende werkzaamheden 4.2 Tevredenheid tijdsverdeling bestuurlijke en volksvertegenwoordigende taken
20
4.3 Tevredenheid over de tijdsverdeling bestuurlijke en volksvertegenwoordigende taken naar gemeentegrootte
20
4.4 Conclusie
Nationaal Raadsledenonderzoek 2021
20
#NRO2021
5. HONORERING
6.7 Belangrijkste stopredenen
5.1 Vergoeding
22
5.2 Uurtarief
22
5.3 Tevredenheid over de vergoeding
22
5.4 Tevredenheid over de vergoeding naar gemeentegrootte
24
5.5 Tevredenheid over de vergoeding naar tijdsbesteding
24
5.6 Conclusie
25
6. STOPREDENEN 6.1 Herverkiesbaar?
26
6.2 Stoppende raadsleden in verhouding tot gemeentegrootte
26
6.3 Stoppende raadsleden in verhouding tot uren per week en tevredenheid
26
6.4 Nevenfuncties stoppende raadsleden
27
6.5 Stoppende raadsleden in verhouding tot de tevredenheid tussen bestuurlijke en volksvertegenwoordigende taken
28
6.6 Stoppende raadsleden in verhouding tot de vergoeding
28
6.8 Beleving verschillende onderdelen van het raadswerk 6.9 Conclusie
29 29 31
7. CONCLUSIES 7.1 Tijdsbesteding
32
7.2 Tijdsverdeling bestuurlijke en 32 volksvertegenwoordigende werkzaamheden 7.3 Honorering
33
7.4 Stopredenen
34
7.5 Eindconclusie
34
3
01
INLEIDING
Sinds de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur
2009, 2012, 2014, 2017 en 2019 is het onderzoek opnieuw
in 2002 is de tijdsbesteding en honorering van gemeente-
uitgevoerd. De tijdsbesteding van raadsleden vertoont sinds
raadsleden een veelbesproken onderwerp. Om de volksver-
de start lichte schommelingen, maar is nog niet in de buurt
tegenwoordigende rol te versterken, heeft de Stuurgroep
gekomen van de aanbeveling van de Stuurgroep om tenmin-
Evaluatie Dualisering Gemeentebestuur in 2004 tussentijds
ste 50% van de tijd aan volksvertegenwoordigende activitei-
onderzoek gedaan naar de werking van het duale bestel.
ten te besteden.
Zij constateerde dat het doel van de dualisering nog niet behaald was en dat raadsleden nog te veel tijd besteden aan vervolgens de aanbeveling gedaan dat raadsleden minimaal
1.3 HUIDIGE EDITIE VAN HET NATIONAAL RAADSLEDENONDERZOEK
50% van hun raadstijd aan volksvertegenwoordigende taken
Dit is de zevende editie van het Nationaal Raadsledenon-
besteden. Dit onderzoek besteedt zowel aandacht aan deze
derzoek. De resultaten van het onderzoek leiden tot een
aanbeveling als de daadwerkelijke tijdsbesteding en hono-
gedetailleerde beschrijving van de invulling van het Neder-
rering van raadsleden in Nederland.
landse raadslidmaatschap anno 2021. De onderzoekers
vergaderen en het lezen van stukken. De Stuurgroep heeft
zetten de resultaten van de meting af tegen de metingen uit 2007, 2009, 2012, 2014, 2017 en 2019.
1.1 DOEL VAN HET NATIONAAL RAADSLEDENONDERZOEK
In deze editie is er speciale aandacht voor de redenen
Het doel van het Nationaal Raadsledenonderzoek is het
Nederlandse Vereniging voor Raadsladen is geconstateerd
meten van de gemiddelde tijdsbesteding van gemeente-
dat elke raadsperiode ongeveer 40% van de raadsleden
raadsleden aan bestuurlijke en volksvertegenwoordigende
vervangen wordt. Een deel van de raadsleden wordt na elke
activiteiten door de jaren heen en het in kaart brengen
periode vervangen als gevolg van de verkiezingsuitslag. De
van de vergoeding die raadsleden voor deze activiteiten
vraag is of, in het licht van de continuïteit van het gemeen-
ontvangen. Daadkracht voert het onderzoek periodiek uit,
tebestuur, hiermee de 40% verklaard wordt van raadsleden
waardoor het mogelijk is trends inzichtelijk te maken.
die stopt. In dit onderzoek wordt daarom nader ingegaan op
waarom raadsleden stoppen met het raadswerk. Door de
de vraag wat de redenen zijn om te stoppen als raadslid.
1.2 TRENDONDERZOEK In 2007 is Daadkracht het trendonderzoek naar de tijdsbesteding van raadsleden gestart met een nulmeting. In
Nationaal Raadsledenonderzoek 2021
1.4 VRAAGSTELLING In dit onderzoek staat de volgende vraag centraal:
#NRO2021
In hoeverre komt de tijdsbesteding van raadsleden overeen
1.6 LEESWIJZER
met de aanbeveling van de Stuurgroep Evaluatie Duali-
In hoofdstuk 2 worden eerst de gebruikte onderzoeks-
sering Gemeentebestuur om tenminste de helft van hun
methoden toegelicht. Daarna worden in volgorde van de
raadstijd aan volksvertegenwoordigende taken te beste-
onderzoeksvragen achtereenvolgens de tijdbesteding,
den, welke vergoeding ontvangen gemeenteraadsleden
werkzaamheden, honorering van gemeenteraadsleden en
voor het raadswerk in 2021, vergeleken met de voorgaan-
de stopredenen behandeld. Hierbij worden onder andere
de trendstudies en welke redenen voeren raadsleden aan
de verschillen in tijdsbesteding en verdeling van werk-
om te stoppen met hun raadswerk?
zaamheden tussen gemeenten en provincies besproken. In hoofdstuk 7 komen de conclusies van het onderzoek aan bod. De analyses in dit rapport zijn deels uitgewerkt
1.5 ONDERZOEKSVRAGEN
in relatieve cijfers. Dit betekent dat de tijdsbesteding aan
De vraagstelling van dit onderzoek is geconcretiseerd naar
diverse activiteiten in percentages is weergegeven. Tenzij
de volgende onderzoeksvragen:
anders staat aangegeven, gaat het over de relatieve cijfers
1. Wat is de tijdsbesteding van gemeenteraadsleden in
omtrent raadsleden. De procentuele verschillen tussen
Nederland aan raadswerk in 2021 en in hoeverre ver-
2007, 2009, 2012, 2014, 2017 en 2019 zijn in dit rapport
schilt deze van de tijdsbesteding in 2007, 2009, 2012,
telkens als het absolute verschil tussen de betreffende
2014, 2017 en 2019?
percentages uitgedrukt. Bijvoorbeeld: als een bepaalde
2. Wat is de tijdsbesteding aan volksvertegenwoordigende
activiteit in 2019 10% en in 2021 15% van de totale tijdsbe-
en bestuurlijke activiteiten voor raadswerk in Nederland
steding in beslag neemt, staat dit vermeld als een toename
in 2021, hoe verhoudt dit zich tot de aanbeveling van de
van 5% ten opzichte van 2019. Dit onderzoeksrapport en
Stuurgroep Evaluatie Dualisering Gemeentebestuur en
de bijbehorende bijlagen zijn digitaal te verkrijgen op www.
in hoeverre verschilt de tijdsbesteding aan deze werk-
nationaalraadsledenonderzoek.nl.
zaamheden ten opzichte van 2007, 2009, 2012, 2014, 2017 en 2019? 3. Welke vergoeding ontvangen gemeenteraadsleden in
Nederland voor het raadswerk in 2021 en in hoeverre verschilt deze van de vergoeding in 2007, 2009, 2012, 2014, 2017 en 2019? 4. Wat zijn de belangrijkste redenen voor raadsleden om te
Deze onderzoeksrapportage en de bijbehorende bijlagen zijn digitaal te verkrijgen op www.nationaalraadsledenonderzoek.nl
stoppen met het raadswerk?
5
ONDERZOEKSMETHODEN 02
2.1 METHODEN VAN DATAVERZAMELING Het Nationaal Raadsledenonderzoek 2021 is opgezet
de ‘bijzondere’ gemeenten (de BES-eilanden: Bonaire, Sint Eustatius en Saba).
door middel van meerdere onderzoeksmethoden.
WEBENQUÊTE LITERATUURONDERZOEK
Op basis van de informatie uit het literatuuronderzoek,
Als start van het onderzoek is literatuuronderzoek uitge-
voorgaande edities van het Nationaal Raadsledenonder-
voerd. Daarbij zijn onder meer de vorige edities van het
zoek en maatschappelijke ontwikkelingen is een weben-
Nationaal Raadsledenonderzoek geraadpleegd. Informa-
quête opgesteld. Uiteindelijk zijn 8.554 raadsleden uitge-
tie van overheid.nl is ingewonnen om de hoogte van de
nodigd voor deelname aan het onderzoek, dit is 99,6% van
vergoeding voor raadswerk vast te stellen. Verder is voor
de totale onderzoekspopulatie van 8590. De overige raads-
onderzoeksvraag 4 wetenschappelijke literatuur geraad-
leden bleken niet bereikbaar op hun e-mailadres, bijvoor-
pleegd.
beeld door een verlopen e-mailadres of een vol Postvak IN. De software achter de webenquête is ontwikkeld door
ONLINE ONDERZOEK
Parantion, een partner van Daadkracht, en is bekend onder
De informatie die is gebruikt om raadsleden aan te schrij-
de naam Easion Survey.
ven voor de webenquête is verzameld op gemeentelijke websites. Van deze websites zijn gegevens zoals naam, geslacht, partij, functie (regulier raadslid of fractievoorzit-
2.2 RESPONS
ter), raadspositie (coalitie of oppositie) en het e-mailadres
In totaal hebben 799 raadsleden deelgenomen aan het on-
verzameld. Indien deze informatie niet beschikbaar was
derzoek. Er zijn 8.554 raadsleden uitgenodigd, waarmee de
op de website van de gemeente, zijn de websites van de
respons op 9,34% ligt. 8,17% van de raadsleden (699) heeft
betreffende politieke partijen geraadpleegd. Alle raads-
de vragenlijst volledig ingevuld, 1,17% van de raadsleden
leden met een openbaar e-mailadres zijn uitgenodigd
(100) heeft de vragenlijst gedeeltelijk ingevuld. Omdat
voor het onderzoek, met uitzondering van een deel van de
sommige raadsleden de vragenlijst gedeeltelijk hebben in-
raadsleden van wie bekend was dat zij geen deel wilden
gevuld, verschilt het aantal valide respondenten per vraag.
nemen aan het onderzoek. Van de meting uitgesloten zijn
Dit is in de figuren te zien aan de N-waarde.
Nationaal Raadsledenonderzoek 2021
#NRO2021
2.3 REPRESENTATIVITEIT GESLACHT
digd met 2,0%. Verder zijn de SP en SGP beide ondervertegen-
De eerste representativiteitstoets is de man/vrouw verhou-
(1,4%) en lokalen (1,3%) oververtegenwoordigd. Alle overige
ding. De totale populatie van raadsleden bestaat uit 68,9%
verschillen zijn kleiner dan 1%. De verdeling van raadsleden
(5894) mannen en 31,1% vrouwen (2660). De respons van
tussen partijen is vervolgens getoetst met de Chi-kwadraat
het onderzoek is 69,1% mannen (552) tegen 30,9% vrou-
toets. Daaruit blijkt dat deze verdeling representatief is voor de
wen (247). Middels een Chi-kwadraat toets is vastgesteld
gehele populatie van raadsleden.
woordigd met 1,1%. Verder zijn D66 (1,5%), de ChristenUnie
dat er geen significant verschil bestaat tussen de frequentieverdeling op basis van geslacht tussen de responden-
PROVINCIE
ten van het onderzoek en de totale onderzoekspopulatie.
Naast partij is er ook gekeken naar de verdeling van res-
Mannelijke en vrouwelijke raadsleden zijn naar verhouding
pondenten over de provincies. De provincie Zuid-Holland is
vertegenwoordigd in het onderzoek.
in de respons relatief het meest ondervertegenwoordigd met -1,6%. Verder zijn de verschillen bij de provincies
FUNCTIE
Drenthe (+1,5%), Overijssel (+1,3%) en Groningen (+1,1%)
De tweede verdeling die belangrijk is voor de representati-
het meest afwijkend van de realiteit. De verschillen tussen
viteit is de verdeling tussen fractievoorzitters en ‘reguliere’
de werkelijke populatie en de respondenten van het onder-
raadsleden. De totale populatie van raadsleden bestaat
zoek zijn in alle andere provincies kleiner dan 1,0%. Met de
uit 32,8% (2806) fractievoorzitters en 67,2% (5748) ‘regu-
Chi-kwadraat toets blijkt ook dat de representativiteit niet
liere’ raadsleden. De respons van het onderzoek is 33,3%
in het geding komt door de verdeling van respondenten
fractievoorzitters (266) tegen 66,7% ‘reguliere’ raadsleden
over de provincies.
(533). De enquête is door relatief meer fractievoorzitters ingevuld. Dit verschil is echter niet significant dus blijft de
GEMEENTEGROOTTE
representativiteit van het onderzoek gewaarborgd.
De laatste representativiteitstoets is gemaakt naar de categorieën van gemeentegrootte. Van de zes categorieën
POSITIE IN DE RAAD
zijn er twee oververtegenwoordigd in het onderzoek, en
De derde toets van representativiteit is de verdeling tussen
een aantal zijn ondervertegenwoordigd. Raadsleden in
coalitie- en oppositieraadsleden. De totale populatie van
gemeenten van 15.001 tot 30.000 inwoners zijn met +3,7%
raadsleden bestaat uit 61,2% raadsleden van de coalitie
oververtegenwoordigd. Verder zijn de categorieën 30.001
(5234) tegenover 38,8% raadsleden van de oppositie (3320).
tot 50.000 en 100.001 tot 150.000 met respectievelijk
De respons van het onderzoek is 59,7% coalitieraadsleden
-1,3% en -1,5% ondervertegenwoordigd. Voor de vier an-
(477) tegen 40,3% oppositieraadsleden (322). De enquête is
dere categorieën zijn de verschillen 0,5% of kleiner. Met de
door relatief meer coalitieraadsleden ingevuld. Ook dit ver-
Chi-kwadraat toets is bepaald dat de representativiteit niet
schil is niet significant, waardoor de representativiteit van
in het geding komt door de verdeling van respondenten
het onderzoek gewaarborgd blijft.
over de gemeentegrootte.
POLITIEKE PARTIJ Als vierde is er gekeken naar de verdeling van partijen van de respondenten. De VVD is in dit onderzoek ondervertegenwoor-
2.4 CONCLUSIE De respons van het Nationaal Raadsledenonderzoek is
7
9,34%, met 799 respondenten uit 8554 genodigden. De representativiteit van het onderzoek is getoetst op basis van verschillende verdelingen, namelijk man en vrouw, functie, coalitie en oppositie, politieke partij, provincie en gemeentegrootte. De resultaten van deze toetsen van representativiteit zijn positief en dus zijn de resultaten van dit onderzoek representatief voor de gehele populatie van raadsleden in Nederland. Raadslid ..
Nationaal Raadsledenonderzoek 2021
#NRO2021
DE RESULTATEN VAN DEZE TOETSEN VAN REPRESENTATIVITEIT ZIJN POSITIEF EN DUS ZIJN DE RESULTATEN VAN DIT ONDERZOEK REPRESENTATIEF VOOR DE GEHELE POPULATIE VAN RAADSLEDEN IN NEDERLAND. 9
TIJDSBESTEDING 03
Dit hoofdstuk staat in het teken van de beantwoording
3.1 GEMIDDELDE TIJDSBESTEDING
van de eerste onderzoeksvraag:
Het raadslidmaatschap van Nederlandse raadsleden kost
‘Wat is de tijdsbesteding van gemeenteraadsleden in
hen in 2021 gemiddeld 16,75 uur per week. Dit is een lich-
Nederland aan het raadswerk in 2021 en in hoeverre
te daling van 0,42 uur per week ten opzichte van 2019. In
verschilt deze van de tijdsbesteding in 2007, 2009, 2012,
figuur 1 is de gemiddelde tijdsbesteding van raadsleden in
2014, 2017 en 2019’?
uren per week over de jaren heen zichtbaar. Sinds de start
Na de algemene tijdsbesteding komt een nadere analyse
van het trendonderzoek in 2007 hebben raadsleden alleen
van de tijdsbesteding naar voren en is de tevredenheid
in 2012 en 2019 meer tijd aan het raadswerk
van raadsleden over de tijdsbesteding aan het raadswerk
besteed.
bepaald.
3.2 TIJDSBESTEDING NAAR GEMEENTEGROOTTE In figuur 2 is de gemiddelde tijdsbesteding in uren per
18
17,17 16,76
17
16,03
16 uren per week
16,75
15,91
15 14,01 14 13,95 13 12
week naar gemeentegrootte weergegeven. Het eerste wat opvalt, is dat er een verband lijkt tussen de tijdsbesteding en de grootte van de gemeente. Hoe groter de gemeente, hoe meer tijd raadsleden gemiddeld besteden aan het raadswerk. Raadsleden in de grootste gemeenten besteden gemiddeld 21,6 uur per week aan raadswerk, waar raadsleden in de kleinste gemeenten gemiddeld 15 uur per
2007 2009 2012 2014 2017 2019 2021 (N=2686) (N=1508) (N=2479) (N=2264) (N=1151) (N=1623) (N=730)
week besteden aan raadswerk. Uit de gegevens blijkt dat raadsleden uit de eerste en twee-
Figuur 1: Gemiddelde tijdsbesteding van raadsleden in uren per week (2007-2021)
Nationaal Raadsledenonderzoek 2021
de categorie meer tijd aan het raadswerk zijn gaan besteden ten opzichte van 2019. Het aantal gewerkte uren is in
25
20
19,5
21,6
17,4
15
15,0
15,7
uren per week
uren per week
#NRO2021
20
18
16,3
15,8
10
14
5
12
0
10 < 15.000 (N=46)
15.001 30.000 (N=236)
30.001 50.000 (N=193)
17,4
16
50.001 100.000 (N=160)
100.001 > 150.001 150.000 (N=36) (N=59)
coalitie (N=438)
oppositie (N=292)
Figuur 2: Gemiddelde tijdsbesteding naar gemeentegrootte in uren per week (2021)
Figuur 3: Gemiddelde tijdsbesteding naar rol in uren per week (2021)
die gemeenten toegenomen met respectievelijk 2,2 uur en
den. Raadsleden in de coalitie besteden gemiddeld 16,3
0,4 uur per week. In de overige gemeenten is het aantal
uur per week aan het raadswerk, dit is een daling van 0,4
gewerkte uren afgenomen. De andere veranderingen zijn
uur in vergelijking met het aantal uur dat coalitieleden in
geconstateerd in de twee grootste categorieën. In de ge-
2019 aan het raadswerk besteedden. Raadsleden in de
meenten met 100.001 tot 150.000 inwoners is het aantal
oppositie besteden gemiddeld 17,4 uur per week aan het
gemaakte uren met 1 uur per week gedaald naar 19,5 uur.
raadswerk, dit is een daling van 0,5 uur ten opzichte van
Nog niet eerder in ons trendonderzoek is in deze categorie
2019. Sinds de uitvoering van dit trendonderzoek kost
zo’n laag aantal gewerkte uren per week geconstateerd. In
oppositie voeren raadsleden meer tijd. Dit is in 2021 niet
de grootste gemeenten is het gemiddelde aantal uren met
anders.
3,3 uur per week afgenomen. Enkel in 2009 werd een lager gemiddelde (21,5) vastgesteld voor deze categorie. Een volledig overzicht van de tijdsbesteding naar grootte door de jaren heen staat in figuur 3 van de bijlage.
3.4 TIJDSBESTEDING NAAR BAAN EN/OF OPLEIDING De tijdsbesteding van raadsleden verschilt wanneer raadsleden wel of geen baan hebben en/of opleiding volgen. 66%
3.3 TIJDSBESTEDING NAAR ROL
van de raadsleden heeft een baan, een eigen bedrijf, volgen
Bij de vergelijking van tijdsbesteding naar rol is onder-
een opleiding of een combinatie van twee of meer van deze
scheid gemaakt tussen raadsleden die deel uitmaken van
dingen. 34% van de raadsleden heeft geen baan, geen ei-
een coalitiepartij en raadsleden die deel uitmaken van een
gen bedrijf en volgen ook geen opleiding. Uit de resultaten
oppositiepartij. In figuur 3 is te zien hoeveel tijd raadsleden
blijkt dat raadsleden zonder baan en/of opleiding meer
uit de coalitie en oppositie in 2021 aan raadswerk beste-
tijd besteden aan het raadswerk met gemiddeld 18,4 uur
11
per week. Dit is een daling van 1 uur per week ten opzichte van 2019. Raadsleden met een baan, eigen bedrijf en/of opleiding besteden gemiddeld 15,9 uur per week aan het raadswerk, een verschil van 2,1 uur met de andere groep.
24,8%
Voor deze groep is het aantal aan het raadswerk bestede 54,3%
uren met 0,3 uur gedaald ten opzichte van 2019. 20,8%
3.5 TIJDSBESTEDING NAAR FUNCTIE IN DE RAAD Bij de vergelijking in tijdsbesteding naar functie is onderscheid gemaakt tussen fractievoorzitters en ‘reguliere’
Tevreden
Graag minder
Graag meer
raadsleden. Fractievoorzitters besteden gemiddeld 18,8
(N=294)
(N=151)
(N=180)
uur per week aan raadswerk, dat is 3,1 uur per week meer dan ‘reguliere’ raadsleden, die 15,7 uur per week aan
Figuur 4: Totale tevredenheid over de tijdsbesteding (2021)
raadswerk besteden. Dit is groter dan het verschil in 2019, namelijk 1,3 uur. Toen waren fractievoorzitters 18 uur per uur per week. Het aantal fractievoorzitters in het gehele
3.6 TEVREDENHEID OVER DE TOTALE TIJDSBESTEDING
raadsledenbestand is sinds 2019 met 2% gestegen. Het is
Om te achterhalen in hoeverre raadsleden in 2021 tevreden
mogelijk dat er meer eenmansfracties zijn bijgekomen.
zijn over de totale tijdsbesteding is hen gevraagd: ‘Bent u te-
week aan het raadswerk kwijt, en reguliere raadsleden 16,7
vreden over het totale aantal uren dat u gemiddeld per maand
“EEN MEERDERHEID VAN DE RAADSLEDEN (54,3%) GEEFT AAN TEVREDEN TE ZIJN OVER HET AANTAL UREN DAT HIJ/ ZIJ BESTEEDT AAN RAADSWERK.”
aan raadswerk besteedt?’ Een meerderheid van de raadsleden (54,3%) geeft aan tevreden te zijn over het aantal uren dat hij/zij besteedt aan raadswerk. Dit is een daling ten opzichte van 2019, toen 63,2% van de ondervraagden tevreden was met de tijdsbesteding. Verder geeft 24,8% aan meer tijd te willen besteden aan het raadswerk. De resterende 20,8% zou graag minder tijd willen besteden aan het raadswerk.
TEVREDENHEID NAAR ZITTINGSPERIODE De raadsleden die in hun eerste periode zitten, zijn voor 49,5% tevreden over hun tijdsbesteding, raadsleden die in hun tweede periode zitten zijn voor 53,7% tevreden en de langer zittende raadsleden (3 periodes of meer) zijn voor 62,1% tevreden over de tijdsbesteding. Raadsleden die langer in de raad zitten, zijn over het algemeen tevredener over hun tijdsbesteding.
Nationaal Raadsledenonderzoek 2021
#NRO2021
periode zit met 9,7% gedaald is ten opzichte van 2019. Voor raadsleden in de tweede periode is dit 11,4% en voor
100%
23,2%
30,1%
80%
60%
18,3% 19,6%
23,2%
20,4%
raadsleden in de laatste categorie is dit 6,2%.
TEVREDENHEID NAAR GEMEENTEGROOTTE Uit de resultaten blijkt dat raadsleden uit gemeenten met
40%
53,7%
49,5%
20%
62,1%
30.001 tot 50.000 inwoners het meest tevreden zijn over hun totale tijdsbesteding: 61,5% van hen is tevreden. Raadsleden uit de grootste gemeenten (> 150.000) zijn
0%
1e periode (N=329)
2e periode (N=177)
>3 periodes (N=219)
(wederom) het minst tevreden over hun totale tijdsbeste-
Tevreden
Graag minder
Graag meer
hen aan meer tijd te willen besteden aan het raadswerk.
Figuur 5: Tevredenheid over de tijdsbesteding naar zittingsperiode (2021)
ding met 45,8% van de raadsleden. Echter geeft 33,9% van
TEVREDENHEID NAAR BAAN EN/OF OPLEIDING Vervolgens is de tevredenheid met de tijdsbesteding ver-
Verder willen raadsleden die in hun eerste periode zitten,
geleken voor raadsleden met verschillende nevenfuncties.
relatief graag meer tijd aan het raadswerk besteden. Deze
Bij het interpreteren van deze gegevens is het belangrijk te
behoefte neemt af naarmate men langer in de raad zit.
realiseren dat sommige categorieën vaker voorkomen dan
Deze uitkomst is ook in 2019 geconstateerd. Tot slot is te
andere. In figuur 7 staat een weergave van de verdeling
zien dat het aantal tevreden raadsleden die in hun eerste
van deze functies van de deelnemende raadsleden.
100% 20,5%
20,3%
26,0%
80% 18,2%
20,5% 23,8%
60%
26,3%
25,7%
18,8%
25,7%
33,9%
20,3%
40% 59,1% 20%
61,5% 50,2%
55,0%
48,6%
45,8%
50.001 100.000 (N=160)
100.001 150.000 (N=35)
> 150.000
0% < 15.000 (N=44) Tevreden
15.001 30.000 (N=235)
30.001 50.000 (N=192)
Graag minder
(N=59)
Graag meer
Figuur 6: Tevredenheid over de tijdsbesteding naar gemeentegrootte (2021)
13
Uit de resultaten blijkt dat raadsleden die met pensioen zijn of niet werken over het algemeen het meest tevreden zijn met de tijdsbesteding. Respectievelijk 77,4% en 61,1% van hen geeft aan tevreden te zijn met hun gemaakte uren.
25,7%
Verder geven respondenten die enkel een opleiding volgen
39,2%
aan tevreden te zijn of meer tijd aan het raadswerk te wil-
0,8%
7,4%
len besteden. Van alle categorieën met meer dan 10 respondenten zijn de raadsleden met een baan of een eigen
19,9%
1,4% 0,7%
2,2%
bedrijf het minst tevreden. Respectievelijk 42,6% en 48,6%
2,8%
van hen geeft aan tevreden te zijn met de tijdsbesteding. Deze percentages liggen onder het gemiddelde van 54,3% tevredenheid. De enige groep respondenten van de nog
baan (N=284)
baan + eigen bedrijf (N=20)
baan + opleiding (N=16)
werkende raadsleden die bovengemiddeld tevreden zijn over de tijdsbesteding, is de groep die zowel een baan als
eigen bedrijf eigen bedrijf + opleiding opleiding (N=144) (N=5) (N=10) geen (N=54)
arbeidsongeschikt (N=6)
een eigen bedrijf hebben. 60% van hen geeft aan tevreden te zijn.
pensioen (N=186)
TEVREDENHEID NAAR FUNCTIE 57,1% van de ‘reguliere’ raadsleden is tevreden over de tijds-
Figuur 7: Verdeling nevenfuncties van raadsleden
besteding aan het raadswerk, 24,7% van hen geeft aan dat
100% 80%
33,5%
20,0%
31,3%
31,3%
40,0%
23,9%
25,0%
20,4%
50,0%
20,1% 77,4%
40%
40,0% 60,0%
20%
16,1%
40,0%
20,0% 60%
6,5%
18,5%
43,8%
42,6%
48,6%
60,0%
61,1%
50,0%
20,0% 0% (N=284)
(N=20)
(N=16)
(N=144)
(N=5)
(N=10)
(N=54)
(N=6)
(N=186)
baan
baan + eigen bedrijf
baan + opleiding
eigen bedrijf
eigen bedrijf + opleiding
opleiding
geen
arbeidsongeschikt
pensioen
Tevreden
Graag minder
Graag meer
Figuur 8: Tevredenheid over de tijdsbesteding naar nevenfunctie (2021)
Nationaal Raadsledenonderzoek 2021
#NRO2021
100%
24,7%
25,1%
80%
60%
18,3%
25,9%
43,6%
41,4%
40%
57,1%
49,0%
20%
15,0%
0%
Raadslid (N=482) Tevreden
Fractievoorzitter (N=243)
Graag minder
Graag meer
Figuur 9: Tevredenheid over de tijdsbesteding naar functie in de raad (2021)
zij graag meer tijd aan raadswerk zouden willen besteden en
(Volledig) eens
Neutraal
(Geheel) oneens
Figuur 10: Antwoorden op de vraag: “De functie van raadslid zou goed als fulltime functie ingevuld kunnen worden.” (2021)
3.8 CONCLUSIE
18,3% geeft aan dat zij graag minder tijd aan het raadswerk
De gemiddelde tijdsbesteding in 2021 van raadsleden be-
zouden willen besteden. Over het algemeen zijn fractievoor-
draagt 16,75 uur per week. Dit is een daling van 0,42 uur ten
zitters gemiddeld minder tevreden over hun tijdsbesteding:
opzichte van 2019. De verschillen tussen raadsleden blijven
49% van hen geeft aan tevreden te zijn. 25,1% van hen geeft
echter groot. Qua gemeentegrootte is te zien dat de raads-
aan meer tijd te willen besteden aan het raadswerk en 25,9%
leden in de kleinste gemeenten het minst aantal uren aan
wil graag minder tijd besteden aan het raadswerk.
het raadswerk besteden, en dat de uren oplopen naarmate de gemeente groter wordt. Ook is te zien dat raadsleden uit kleinere gemeenten over het algemeen tevredener zijn met
3.7 RAADSLID ALS FULLTIME FUNCTIE
hun tijdsbesteding dan de raadsleden uit grotere gemeenten.
Aan de raadsleden is ook gevraagd in hoeverre zij het eens zijn met de stelling dat de functie van raadslid als fulltime
Daarnaast besteden raadsleden die naast het raadswerk
functie kan worden ingevuld. 41,4% van de raadsleden
nog een nevenfunctie vervullen gemiddeld 15,9 uur aan het
geeft aan het (geheel) eens te zijn met deze stelling, terwijl
raadswerk, een afname van 0,3 uur per week ten opzichte
43,6% van hen aangeeft het (geheel) oneens te zijn met de
van 2019. Raadsleden die geen nevenfunctie hebben, be-
stelling. Het antwoord op deze stelling verschilt per ge-
steden gemiddeld 18,4 uur aan het raadswerk, een afname
meentegrootte. In de grootste gemeenten is 67,9% van de
van 1 uur per week ten opzichte van 2019. Verder is er een
raadsleden het (geheel) eens met de stelling, en is 30,4%
verschil tussen de tijdsbesteding van fractievoorzitters en
het (geheel) oneens met de stelling. In de kleinste gemeen-
de tijdsbesteding van reguliere raadsleden. Fractievoorzit-
ten is dit respectievelijk 27,9% en 53,5%.
ters besteden gemiddeld 18,8 uur aan het raadswerk, en
15
de ‘reguliere’ raadsleden 15,7 uur. Het verschil tussen de twee functies is in 2021 gemiddeld 3,1 uur per week. Dit is een toename van 1,8 uur per week ten opzichte van 2019, toen het verschil 1,3 uur was. Verder geeft 54,3% van de raadsleden aan tevreden te zijn over de tijdsbesteding. Dit is minder dan in 2019, toen 63,2% van de raadsleden aangaf tevreden te zijn. Reguliere raadsleden zijn over het algemeen tevredener dan fractievoorzitters. 57,1% van hen geeft aan tevreden te zijn over hun tijdsbesteding, terwijl 49% van de fractievoorzitters tevreden is. Daarnaast zijn raadsleden die langer in de raad zitten over het algemeen tevredener over hun tijdsbesteding. De raadsleden die in hun eerste periode zitten, zijn voor 49,5% tevreden over hun tijdsbesteding, raadsleden die in hun tweede periode zitten zijn voor 53,7% tevreden en de langer zittende raadsleden (3 periodes of meer) zijn voor 62,1% tevreden over de tijdsbesteding. Het is lastig aan te geven wat specifiek de redenen zijn dat raadsleden wel of niet tevreden zijn met hun tijdsverdeling. Qua gemeentegrootte loopt het aantal ontevreden raadsleden bijvoorbeeld op naarmate de gemeente groter wordt, en fractievoorzitters maken meer uren en zijn bijvoorbeeld minder tevreden. Er zijn echter altijd categorieën waar de regel niet voor geldt.
Het is niet uit te sluiten dat andere factoren meespelen bij de tevredenheid over de tijdsbesteding.
Nationaal Raadsledenonderzoek 2021
#NRO2021
DE GEMIDDELDE TIJDSBESTEDING IN 2021 VAN RAADSLEDEN BEDRAAGT 16,75 UUR PER WEEK. DE TIJDSBESTEDING VAN RAADSLEDEN LOOPT OP NAARMATE DE GEMEENTE GROTER WORDT.
17
BESTUURLIJKE EN VOLKSVERTEGENWOORDIGENDE WERKZAAMHEDEN 04
Het Nationaal Raadsledenonderzoek gaat ook in op de
deling aan bod. Aan de hand van de aanbeveling van de
verdeling tussen bestuurlijke en volksvertegenwoordi-
Stuurgroep Evaluatie Dualisering Gemeentebestuur is het
gende werkzaamheden van raadsleden. Dit hoofdstuk
mogelijk te bepalen in hoeverre de huidige tijdsverdeling
geeft antwoord op onderzoeksvraag 2:
hiermee overeenkomt.
‘Wat is de tijdsbesteding aan volksvertegenwoordigende en bestuurlijke activiteiten voor raadswerk in Nederland
hoeverre verschilt de tijdsbesteding aan deze werkzaam-
4.1 TIJDSVERDELING TUSSEN BESTUURLIJKE EN VOLKSVERTEGENWOORDIGENDE WERKZAAMHEDEN
heden ten opzichte van 2007, 2009, 2012, 2014, 2017 en
Aan de raadsleden is gevraagd om aan te geven hoeveel
2019?’
uur per maand zij aan 16 verschillende werkzaamheden
Na de uitwerking van deze onderzoeksvraag, komt ook
besteden. Deze werkzaamheden zijn in drie categorieën ac-
de tevredenheid van de raadsleden zelf over deze ver-
tiviteiten verdeeld: bestuurlijke, volksvertegenwoordigende
in 2021, hoe verhoudt zich dit tot de aanbeveling van de Stuurgroep Evaluatie Dualisering Gemeentebestuur en in
Nationaal Raadsledenonderzoek 2021
#NRO2021
100% 80% 60% 40%
29,5%
30,8%
29,8%
30,9%
31,6%
31,3%
3,8%
4,7%
4,2%
4,3%
4,7%
4,3%
66,7%
64,5%
66,0%
64,8%
63,7%
64,4%
2007 (N=2686)
2009 (N=1508)
2012 (N=2193)
2014 (N=2232)
2017 (N=1151)
2019 (N=1623)
25,4% 4,6%
70,0%
20% 0%
Bestuurlijke werkzaamheden
Volksvertegenwoordige werkzaamheden
2021 (N=725)
Overige werkzaamheden
Figuur 11: Tijdsverdeling tussen bestuurlijke en volksvertegenwoordigende taken (2007-2021)
en overige activiteiten. Een volledige tabel met de tijdsbe-
ken (-1,6%). Het is denkbaar dat de coronapandemie ervoor
steding per activiteit, is te zien in figuur 11 in de bijlage.
gezorgd heeft dat raadsleden minder tijd aan dit soort activiteiten hebben besteed. De enige volksvertegenwoor-
Figuur 11 laat zien dat raadsleden in 70% van hun werktijd be-
digende activiteit waar procentueel meer tijd aan wordt
steden aan bestuurlijke werkzaamheden en 25,4% van de tijd
besteed in deze categorie is contact met media (+0,1%).
aan volksvertegenwoordigende werkzaamheden in 2021. Zij
In figuur 12 is de tijdsverdeling tussen bestuurlijke en
besteden 4,6% van hun tijd aan overige activiteiten. De relatieve
volksvertegenwoordigende taken door de jaren heen weer-
tijdsbesteding aan bestuurlijke activiteiten is vergeleken met
geven. Raadsleden besteden ieder jaar het grootste deel
2019 gestegen met 5,6%. Nog nooit besteedden raadsleden
van hun tijd aan bestuurlijke taken.
zo’n groot deel van hun tijd aan bestuurlijke activiteiten. Raadsleden besteden 21,6% van hun tijd aan het lezen van vergaderstukken, nota’s en rapporten, 0,8% meer dan in 2019. Ook
80%
deelname aan de verschillende vergaderingen blijft raadsleden
60%
relatief veel tijd kosten, namelijk 33,7%. Dit is 3,5% meer dan in
40%
2019. De grootste stijger in deze categorie is de tijdsbesteding
20%
voor specifiek coalitievergaderingen met 2,3%, terwijl de grootste daling is geconstateerd bij partijvergaderingen met 0,5%. Bij de volksvertegenwoordigende taken is de grootste daling te zien bij de bestede uren aan activiteiten in maatschappelijke organisaties (-1,9%) en buurt- en wijkbezoe-
66,7% 64,5%
66,0%
64,8%
63,7%
64,4%
29,8%
30,9%
31,6%
31,3%
70,0%
50% 29,5% 30,8%
25,4%
2007 2009 2012 2014 2017 2019 2021 (N=2686)(N=1508)(N=2193)(N=2232)(N=1151)(N=1623) (N=725) Bestuurlijke werkzaamheden Aanbeveling Volksvertegenwoordige werkzaamheden
Figuur 12: Tijdsverdeling van bestuurlijke en volksvertegenwoordigende taken tegenover aanbeveling Stuurgroep Evaluatie Dualisering Gemeentebestuur (2007-2021)
19
4.2 TEVREDENHEID TIJDSVERDELING BESTUURLIJKE EN VOLKSVERTEGENWOORDIGENDE TAKEN Om te achterhalen in hoeverre raadsleden in 2021 tevreden
4.3 TEVREDENHEID OVER DE TIJDSVERDELING BESTUURLIJKE EN VOLKSVERTEGENWOORDIGENDE TAKEN NAAR GEMEENTEGROOTTE
zijn over de verdeling tussen bestuurlijke en volksverte-
Kijkend naar de tijdsverdeling tussen bestuurlijke en volksver-
genwoordigende taken is hen het volgende gevraagd: ‘Bent
tegenwoordigende activiteiten naar gemeentegrootte, blijkt dat
u tevreden over de huidige verdeling van uw tijd over de
raadsleden in gemeenten met 100.001 tot 150.000 inwoners
bestuurlijke en volksvertegenwoordigende taken?’ Uit de
het meest tevreden zijn over hun tijdsverdeling (60%). Raadsle-
resultaten blijkt dat raadsleden over het algemeen minder
den in de grootste gemeenten (>150.000) zijn het minst tevre-
tevreden zijn met de tijdsverdeling tussen bestuurlijke en
den. 33,9% van hen is tevreden met de tijdsverdeling. Het lijkt
volksvertegenwoordigende taken dan de afgelopen vier tren-
er niet op dat er een direct verband is tussen de echte tijdsver-
donderzoeken. Bijna de helft van de raadsleden (49,5%) geeft
deling en de tevredenheid met deze tijdsverdeling. Raadsleden
aan hun tijd het liefst anders in te delen. Dit is een stijging
uit de eerste twee categorieën zijn minder tevreden met de
van 6,7% sinds 2019. Sinds 2009 is de gemiddelde tevre-
tijdsverdeling dan raadsleden uit de categorieën 3 en 4.
denheid met de tijdsverdeling niet meer zo laag geweest. De raadsleden die tevreden zijn met de tijdsverdeling besteden gemiddeld 69,7% van hun tijd aan bestuurlijke taken en
4.4 CONCLUSIE
25,7% aan volksvertegenwoordigende taken. Voor degenen
In dit hoofdstuk is getracht een antwoord op de tweede
die ontevreden zijn is dit respectievelijk 70,2% en 25,3%.
deelvraag te formuleren, namelijk: ‘Wat is de tijdsbesteding
100% 80% 60%
62,2%
43,5%
44,2%
44,5%
56,5%
55,8%
55,5%
2012 (N=2193)
2014 (N=2232)
2017 (N=1151)
53,1%
40% 20%
42,8%
49,5%
57,2% 37,8%
46,9%
50,5%
0% 2007 (N=2686) Tevreden
2009 (N=1508)
2019 (N=1587)
2021 (N=725)
Ontevreden
Figuur 13: Tevredenheid over de tijdsverdeling tussen bestuurlijke en volksvertegenwoordigende taken (2007-2021)
Nationaal Raadsledenonderzoek 2021
#NRO2021
aan volksvertegenwoordigende en bestuurlijke activiteiten
Dualisering Gemeentebestuur nog altijd niet gehaald. Ster-
voor raadswerk in Nederland in 2021, hoe verhoudt dit zich
ker nog: raadsleden zijn een groter deel van hun tijd aan
tot de aanbeveling van de Stuurgroep Evaluatie Dualisering
bestuurlijke taken gaan besteden. Zoals aangegeven staan
Gemeentebestuur en in hoeverre verschilt de tijdsbeste-
deze ontwikkelingen wellicht in relatie tot de coronapan-
ding aan deze werkzaamheden ten opzichte van 2007,
demie. Dit kan het gevolg hebben gehad dat raadsleden
2009, 2012, 2014, 2017 en 2019?’
minder in staat waren inwoners op te zoeken en met hen in
Uit de resultaten is gebleken dat raadsleden procentueel meer
gesprek te gaan. Met andere woorden: volksvertegenwoor-
tijd zijn gaan besteden aan bestuurlijke taken dan voorheen.
digende taken zijn moeilijker uit te voeren wanneer het
Raadsleden besteden in 2021 gemiddeld 70% van hun tijd aan
advies is menselijk contact zo veel mogelijk te beperken.
bestuurlijke taken, en 25,4% van hun tijd aan volksvertegen-
Denkbaar is dat hierdoor ook relatief minder tijd is besteed
woordigende taken. Verder is geconstateerd dat raadsleden
aan de categorieën “activiteiten in maatschappelijke orga-
vooral meer tijd zijn gaan besteden aan het bijwonen en voor-
nisaties” en “wijkbezoeken”.
bereiden van verschillende soorten vergaderingen.
Slechts een kleine meerderheid (50,5%) geeft aan tevreden
Het verschil in tijdsbesteding tussen bestuurlijke en volks-
te zijn met de huidige tijdsverdeling tussen bestuurlijke
vertegenwoordigende taken is toegenomen sinds 2019.
en volksvertegenwoordigende taken. Dit is een daling van
Toen werd 64,4% van de tijd aan bestuurlijke taken besteed
6,7% sinds 2019. De tevredenheid loopt op naarmate de
en 31,3% aan vertegenwoordigende taken. Het verschil
gemeenten groter worden, met uitzondering van de ca-
tussen de twee is toegenomen van 33,1% naar 44,6%. Hier-
tegorie 15.001-30.000 en de groep grootste gemeenten,
mee wordt de aanbeveling van de Stuurgroep Evaluatie
waar de tevredenheid juist het laagst is.
100% 80%
50,0%
52,3%
46,9%
44,4%
40,0% 66,1%
60% 40% 20%
50,0%
47,7%
53,1%
55,6%
60,0% 33,9%
0% < 15.000 (N=44) Tevreden
15.001 30.000 (N=235)
30.001 50.000 (N=192)
50.001 100.000 (N=160)
100.001 150.000 (N=35)
> 150.000 (N=59)
Ontevreden
Figuur 14: Tevredenheid over de tijdsverdeling bestuurlijke en volksvertegenwoordigende taken naar gemeentegrootte (2021)
21
05
HONORERING
Dit hoofdstuk staat in het kader van de derde onder-
raadsleden per maand aan hun raadswerk besteden. Uit de
zoeksvraag: ‘Wat is de hoogte van de vergoeding die
resultaten blijkt dat het uurloon over het algemeen het laagst
gemeenteraadsleden ontvangen in Nederland voor het
is in kleine gemeenten en hoger is in de grotere gemeenten.
raadswerk in 2021 en in hoeverre verschilt deze van de
De enige uitzondering hierop is dat raadsleden uit gemeenten
vergoeding in 2007, 2009, 2012, 2014, 2017 en 2019?’
in de categorie 60.001 tot 100.000 een lager uurloon krijgen dan raadsleden uit kleinere gemeenten (40.001 tot 60.000). Zij krijgen €0,13 minder per uur. In 2021 is het gemiddelde uur-
5.1 VERGOEDING
tarief €17,94, een toename van €1,13 ten opzichte van 2019.
Gemeenteraadsleden in Nederland krijgen een vergoeding
Raadsleden uit gemeenten in de categorie 40.001-60.000
die is vastgesteld aan de hand van het aantal inwoners van
krijgen in 2021 gemiddeld €19,79, dit is een toename van
de gemeente. De hoogte van deze vergoeding wordt jaar-
€1,81. De raadsleden uit gemeenten met 60.001-100.000
lijks vastgesteld door het Rechtspositiebesluit decentrale
inwoners krijgen €19,66, dit is een toename van €1,37. In
politieke ambtsdragers en is afhankelijk van het aantal
de gemeenteklassen 100.001-150.000 (+€2,26) en 150.001-
inwoners van de gemeente, verdeeld naar 6 inwonersklas-
375.000 (+€1,94) is de toename per uur groter. In de ge-
sen. De reden hiervoor is dat het raadswerk in de grote
meenten 150.001 tot 375.000 was het uurtarief €23,03.
gemeenten over het algemeen meer tijd vraagt.
In 2019 was het uurtarief voor de grootste gemeenten (375.000>) €16,24. Dit jaar is het aantal respondenten in de categorie 375.000> echter te laag om zinvolle uitspraken
5.2 UURTARIEF
over 2021 te doen. In figuur 15 staat het uurtarief van 2021
In de vorige editie is uitgebreid aandacht besteed aan de ver-
afgezet tegen dat van 2019. Aangezien de categorie <40.000
anderingen rondom de vergoeding voor raadsleden. Sinds
in 2019 nog bestond uit vier verschillende categorieën, is
2019 krijgen alle raadsleden in gemeenten tot en met 40.000
geen uurtarief voor deze categorie in 2019 weergegeven.
inwoners dezelfde vergoeding per maand. Voorheen waren deze gemeenten ingedeeld in vier klassen waarbij de klasse de klasse met de grootste gemeenten de hoogste vergoeding.
5.3 TEVREDENHEID OVER DE VERGOEDING
In figuur 15 is de gemiddelde vergoeding per uur per ge-
Aan alle raadsleden is gevraagd of zij tevreden zijn met
meentegrootte weergegeven. Dit bedrag is gebaseerd op de
de vergoeding die zij krijgen, of dat zij de vergoeding juist
maandelijkse vergoeding, gedeeld door het aantal uur dat
te hoog of te laag vinden. In 2021 geeft een meerderheid
met de kleinste gemeenten de laagste vergoeding kregen en
Nationaal Raadsledenonderzoek 2021
#NRO2021
€ 25,00
€23,03
€21,45 € 20,00
€17,98 €19,79
€18,29 €19,66
40.001 60.000
60.001 100.000
€19,51
€19,19
€15,57 € 15,00 € 10,00 € 5,00 €< 40.000
2019
100.001 150.000
150.001 375.000
2021
Figuur 15: Gemiddeld uurtarief naar gemeentegrootte (2019-2021)
van 55,1% van de raadsleden aan tevreden te zijn met de
in 2019 naar 42,8% in 2021. De stijging van het gemiddelde
vergoeding. Dit is een lichte stijging van 0,4% ten opzichte
uurtarief met €1,13 heeft er niet voor gezorgd dat de ge-
van 2019. Echter is het deel van de raadsleden dat de ver-
middelde tevredenheid over de vergoeding gestegen is.
goeding te laag vindt ook met 0,3% toegenomen, van 42,5%
2021 (N=715)
55,1%
42,8%
2,1%
2019 (N=1542)
54,7%
42,5%
2,8%
2017 (N=1151)
47,3%
50,3%
2,4%
2014 (N=2232)
57,1%
39,7%
3,2%
2012 (N=2193)
53,3%
43,5%
3,1%
0%
20% Vergoeding volstaat
40% Vergoeding is te laag
60%
80%
100%
Vergoeding is te hoog
Figuur 16: Tevredenheid over de tijdsverdeling bestuurlijke en volksvertegenwoordigende taken naar gemeentegrootte (2021)
23
100% 80%
44,5%
39,4%
44,5%
60% 1,9%
2,6%
53,6%
52,9%
< 40.000
40.001 60.000 (N=155)
38,2%
33,3% 1,9%
2,9%
40% 20%
57,7%
61,8%
64,8%
100.001 150.000 (N=34)
150.001 375.000 (N=54)
0%
(N=366)
Vergoeding volstaat
60.001 100.000 (N=104) Vergoeding is te hoog
Vergoeding is te laag
Figuur 17: Tevredenheid over de vergoeding naar gemeentegrootte (2021)
5.4 TEVREDENHEID OVER DE VERGOEDING NAAR GEMEENTEGROOTTE
per week. Raadsleden die aangeven tevreden te zijn over
Per categorie gemeentegrootte is onderzocht hoe tevre-
het raadswerk, dit is 0,5 uur minder dan in 2019 (16 uur).
den raadsleden zijn over hun vergoeding. In de categorie
Raadsleden die de vergoeding te laag vinden besteden ge-
<40.000 zijn raadsleden meer tevreden, met 53,6% te-
middeld 18,5 uur per week aan het raadswerk, dit is ook 0,5
vreden raadsleden, ten opzichte van de categorie 40.001-
uur minder dan in 2019 (19 uur). Een verschil van 3 uur per
60.000, waar dit 52,9% is. Hier tegenover staat dat in de
week. Raadsleden die aangeven de vergoeding te hoog te
eerste categorie 1,9% de vergoeding te hoog vindt, terwijl
vinden besteden gemiddeld 17,6 uur aan het raadswerk.
dit in de categorie 40.001-60.000 2,6% is. In beide cate-
De groep die de vergoeding te hoog vindt wijkt deze editie
gorieën vindt 44,5% van de raadsleden de vergoeding te
af van de trend. In eerdere edities was dit altijd de groep
laag. Voor de overige categorieën geldt dat het percentage
die het minste aantal uur aan het raadswerk besteedde. In
tevreden raadsleden oploopt naarmate de gemeente groter
2021 is dit echter niet het geval. Het raadswerk kost hen
wordt. In de grootste categorie is 64,8% van de raadsleden
gemiddeld 17,6 uur per week, dus 2,1 uur meer dan de
tevreden met de vergoeding.
raadsleden die wel tevreden zijn. Dit is met uitzondering
de vergoeding besteden gemiddeld 15,5 uur per week aan
van 2014 (toen de groep die de vergoeding te hoog vond gemiddeld 0,1 uur per week meer tijd besteedde dan de
5.5 TEVREDENHEID OVER DE VERGOEDING NAAR TIJDSBESTEDING
groep die tevreden was) nog nooit voorgekomen.
Als laatste is gekeken naar de tevredenheid van raadsleden
vraag of zij vinden dat de vergoeding volstaat, te laag of
over de vergoeding in relatie tot het aantal gemaakte uren
te hoog is, toe te lichten. Over het algemeen zeggen de
Nationaal Raadsledenonderzoek 2021
Aan de raadsleden is gevraagd om hun antwoord op de
#NRO2021
tevreden raadsleden dat zij de vergoeding niet hoog vinden maar dat dat ook niet nodig is, omdat zij het raadswerk zien als een hobby of iets wat je uit idealisme doet. Ze geven aan dat de vergoeding dus nooit zo hoog zou moeten zijn dat raadsleden om die reden in de raad blijven zitten. Ook zijn ze blij dat de vergoeding voor de kleinere gemeenten verhoogd is, zodat het in vergelijking met de grotere gemeenten meer in lijn is. De raadsleden die de vergoeding te laag vinden geven over het algemeen aan dat de vergoeding niet in verhouding staat tot hoeveel tijd het raadswerk kost. Zij vinden ook dat het raadswerk belangrijk werk is, maar dat de huidige vergoeding hen niet aanzet om extra werk te leveren.
5.6 CONCLUSIE Over het algemeen is de honorering voor raadsleden toegenomen sinds 2019. Het gemiddelde uurtarief in 2021 is €17,94. Dit is €1,13 meer dan in 2019. Sinds 2019 zijn de verschillen tussen het uurloon van raadsleden uit verschillende gemeenten verminderd, gezien de verhoging van de vergoeding voor raadsleden uit kleinere gemeenten. In de jaren daarvoor verdienden raadsleden in kleine gemeenten soms minder dan €5,- per uur en raadsleden in grote gemeenten bijna €20,- per uur. Na de verhoging van de vergoeding was het verschil in uurloon tussen de grootste en kleinste gemeenten in 2019 slechts €5,61. Het verschil in 2021 bedraagt €7,46. Naast de vergoeding is ook de tevredenheid over de vergoeding licht gestegen. In 2021 is 55,1% van de raadsleden tevreden over de vergoeding, tegenover 54,7% in 2019. In tegenstelling tot 2019, toen de raadsleden uit de kleinste gemeenten het meest tevreden waren, loopt de tevredenheid over de vergoeding nu juist op wanneer de gemeente groter wordt. Tot slot besteden raadsleden die tevreden zijn met de vergoeding minder tijd aan het raadswerk dan raadsleden die ontevreden zijn met de vergoeding (15,5 uur tegen 18,5 uur).
25
06
STOPREDENEN
In elke editie van het Nationaal Raadsledenonderzoek
leden geeft aan zich niet opnieuw verkiesbaar te stellen.
wordt een verdiepingsslag gemaakt naar een bepaald, op
2% van de raadsleden geeft aan zich wel verkiesbaar te
dat moment interessant en relevant onderwerp. In deze
stellen, maar geen nieuwe periode als raadslid te willen.
editie wordt extra aandacht besteed aan de redenen dat
Van de stoppende raadsleden maakt 64,5% deel uit van een
raadsleden stoppen met het raadswerk. Door de Neder-
coalitie en 35,5% van de oppositie. Daarnaast zijn 29,8%
landse Vereniging voor Raadsleden is geconstateerd dat
van hen fractievoorzitter en zijn de overige 70,2% van hen
na elke periode ongeveer 40% van de raadsleden vervan-
regulier raadslid.
gen wordt. Een deel daarvan is toe te wijzen aan de verkiezingsuitslag. De vraag is hoe groot dat deel eigenlijk is zijn te stoppen met het raadswerk. In dit hoofdstuk is een
6.2 STOPPENDE RAADSLEDEN IN VERHOUDING TOT GEMEENTEGROOTTE
antwoord geformuleerd op onderzoeksvraag 4:
In figuur 18 staat het aantal stoppende raadsleden per ge-
‘Wat zijn de belangrijkste redenen voor raadsleden om te
meentegrootte, afgezet tegen de vertegenwoordiging van
stoppen met het raadswerk?’
de categorieën in de steekproef. Het grootste verschil is
Allereerst is onderzocht of raadsleden zich verkiesbaar
dat de categorie 30.001 tot 50.000 inwoners 4% meer van
zouden stellen na afloop van de huidige ambtsperiode.
de stoppende raadsleden bevat dan op basis van de steek-
Vervolgens onderzocht of er een verband is tussen ge-
proef te verwachten is. 26,5% van de raadsleden komt uit
meentegrootte en het stoppen van raadsleden. Daarnaast
deze gemeenten, maar van de stoppende raadsleden komt
is onderzocht of er een relatie is tussen de tijdsbesteding
30,5% uit deze gemeenten.
en wat behalve de verkiezingsuitslag, de redenen kunnen
en het stoppen van raadsleden. Tot slot is onderzocht of er een verband bestaat tussen het stoppen van raadsleden en de tevredenheid over de verhouding volksvertegenwoordigende- en bestuurlijke werkzaamheden.
6.3 STOPPENDE RAADSLEDEN IN VERHOUDING TOT UREN PER WEEK EN TEVREDENHEID Raadsleden die stoppen besteden gemiddeld 16 uur per
6.1 HERVERKIESBAAR?
week aan het raadswerk. Raadsleden die doorgaan be-
796 raadsleden hebben antwoord gegeven op de vraag:
steden gemiddeld 16,9 uur per week aan het raadswerk.
“Wilt u zich weer verkiesbaar stellen na afloop van uw
Qua tevredenheid liggen de groepen dicht bij elkaar. 54,8%
huidige ambtsperiode als Raadslid?” 15,7% van de raads-
van de raadsleden die doorgaat geeft aan tevreden te zijn
Nationaal Raadsledenonderzoek 2021
#NRO2021
35%
32,6% 32,2%
30%
30,5% 26,5%
25% 19,9% 21,7%
20% 15% 10% 5%
5,7% 6,4%
5%
4,9%
6,4%
8,4%
0% < 15.000
15.001 30.000
50.001 100.000
30.001 50.000
% van de stoppende raadsleden
100.001 150.000
150.000>
% van de steekproef
Figuur 18: Aantal stoppende raadsleden per gemeentegrootte (2021)
raadsleden tevreden is. 27,2% van de raadsleden die door-
6.4 NEVENFUNCTIES STOPPENDE RAADSLEDEN
gaat zou graag meer tijd aan het raadswerk besteden. Voor
Uit de resultaten blijkt dat de totale groep raadsleden die
raadsleden die stoppen is dit 17,9%. Raadsleden die stop-
stopt minder uur besteedt aan een baan, opleiding of ei-
pen besteden gemiddeld minder tijd aan het raadswerk en
gen bedrijf naast het raadswerk: gemiddeld 18,5 uur per
zij zijn ook degene die relatief vaker aangeven graag min-
week aan een nevenfunctie voor raadsleden die stoppen
der tijd aan het raadswerk te besteden.
en gemiddeld 25,3 uur voor raadsleden die doorgaan. Dit is
met deze tijdsbesteding, terwijl 55,3% van de stoppende
waarschijnlijk te verklaren door het feit dat 55,2% van de raadsleden die stoppen geen nevenfunctie vervult, dat wil zeggen: niet meer werken, met pensioen zijn of arbeidson100%
17,9%
26,8%
27,2%
17,9%
54,8%
55,3%
Doorgaan (N=485)
Stoppen (N=123)
80% 60% 40% 20%
geschikt zijn. Kijkend naar raadsleden die een wél nevenfunctie vervullen, geldt dat raadsleden die stoppen over het algemeen meer tijd aan deze functies besteden dan raadsleden die doorgaan. Stoppende raadsleden met een nevenfunctie besteden daar gemiddeld 41,3 uur per week aan. Raadsle-
0%
Tevreden
Graag meer
Graag minder
den die doorgaan besteden gemiddeld 37,3 uur per week aan nevenfuncties. Van de groep raadsleden die stopt en een nevenfunctie heeft, is 48,2% tevreden met de tijdsbe-
Figuur 19: Tevredenheid van raadsleden die stoppen/ doorgaan tegenover de tijdsbesteding (2021)
steding. Dit is 7,1% lager dan het gemiddelde van de groep
27
stoppende raadsleden. Raadsleden die stoppen en een
steden zij aan overige taken. Raadsleden die doorgaan
nevenfunctie vervullen zijn gemiddeld wel tevredener over
besteden gemiddeld 69,6% van hun tijd aan bestuurlijke
de vergoeding. 57,1% van hen geeft aan dat de vergoeding
taken, 25,6% aan volksvertegenwoordigende taken en 4,8%
volstaat. Dit is 2% hoger dan de gemiddelde tevredenheid
aan overige taken.
over de vergoeding.
6.5 STOPPENDE RAADSLEDEN IN VERHOUDING TOT DE TEVREDENHEID TUSSEN BESTUURLIJKE EN VOLKSVERTEGENWOORDIGENDE TAKEN
6.6 STOPPENDE RAADSLEDEN IN RELATIE TOT DE VERGOEDING Ook opmerkelijk is dat 57,4% van de stoppende raadsleden tevreden is met de vergoeding en 39,3% de vergoeding te laag vindt. Raadsleden die doorgaan zijn minder tevreden
Opmerkelijk is dat raadsleden die stoppen over het alge-
met de vergoeding: 52,5% geeft aan tevreden te zijn, terwijl
meen tevredener zijn met de verdeling tussen bestuurlijke
45,6% de vergoeding te laag vindt. Raadsleden die stoppen
en volksvertegenwoordigende werkzaamheden dan raads-
zijn over het algemeen meer tevreden met de vergoeding
leden die doorgaan. 54,5% van hen geeft aan tevreden
dan raadsleden die doorgaan.
te zijn met de huidige verdeling. Van de raadsleden die doorgaan is 51,3% tevreden. Wel besteden raadsleden die stoppen relatief meer tijd aan bestuurlijke taken. 71,7%
6.7 BELANGRIJKSTE STOPREDENEN
van hun tijd gaat uit naar bestuurlijke taken, 23,7% naar
Raadsleden zijn gevraagd aan te geven wat voor hen de
volksvertegenwoordigende taken en de overige 4,7% be-
belangrijkste reden is geen nieuwe raadsperiode te willen
Stopreden
Percentage raadsleden dat deze reden noemt
Ik wil graag ruimte maken voor vernieuwing
33,3%
Ik wil meer tijd aan mijn gezin/familie besteden
18,4%
Ik wil meer vrije tijd
14,9%
Ik wil meer tijd kunnen besteden aan andere hobby’s
12,1%
Ik vind het raadswerk niet (meer) leuk
12,1%
Er is te weinig dualisme, waardoor je vrijwel geen invloed uit kunt oefenen
10,6%
Er wordt te weinig op inhoud vergaderd
9,9%
Ik kan het raadswerk niet goed combineren met mijn baan/ bedrijf
7,8%
Ik vind het na x-aantal jaar mooi geweest
6,4%
Er zijn naar mijn idee mensen binnen mijn politieke partij die de functie beter kunnen vervullen
5,7%
De werkdruk voor het raadswerk is te hoog
5,7%
Het raadswerk kost mij te veel tijd
5,7%
Vergaderingen zijn te lang
5,7%
Ik ben te oud
3,5%
Tabel 1: Meest genoemde stopredenen door raadsleden
Nationaal Raadsledenonderzoek 2021
#NRO2021
vervullen. Uit een lijst met potentiële redenen mochten zij
schillende facetten van het raadswerk. Denk hierbij aan
er maximaal 3 kiezen die op hen van toepassing zijn. Ook
algemeen werkplezier, omgang met zowel partijgenoten
kregen zij de mogelijkheid zelf een antwoord toe te voegen
als leden van andere fracties, maar bijvoorbeeld ook over
als hun reden niet bij de opties stond. Tabel 1 geeft de be-
tevredenheid over het functioneren van de gemeenteraad
langrijkste resultaten van deze vraag weer.
als geheel. De respondenten beantwoorden de stellingen met behulp van een Likertschaal. Dit houdt in dat zij vijf
Uit tabel 1 blijkt dat redenen die te maken hebben met
antwoordmogelijkheden hebben, van geheel eens tot ge-
tijdsbesteding het meest genoemd worden door raads-
heel oneens. Hieronder komen de belangrijkste verschillen
leden. 18,4% van de raadsleden geeft aan meer tijd aan
tussen de antwoorden van de stoppende raadsleden en
gezin/familie te willen besteden, 14,9% van de raadsleden
van de raadsleden die graag nog een nieuwe raadsperiode
geeft aan meer vrije tijd te willen en 12,1% van de raadsle-
willen aan bod.
den geeft aan meer tijd te willen besteden aan andere hob-
De cijfers in de tabellen laten zien welk deel van de twee
by’s. De tijdsbesteding is voor hen een belangrijke reden
groepen (stoppende raadsleden en raadsleden die door-
om te stoppen met het raadswerk.
gaan) aangeven het (geheel) eens te zijn met de stellingen. Raadsleden die stoppen lijken over het algemeen minder plezier aan het raadswerk te beleven dan de raadsleden
6.8 BELEVING VERSCHILLENDE ONDERDELEN VAN HET RAADSWERK
die doorgaan. Vrijwel alle stellingen over werkplezier zijn
Aan het einde van de enquête is de raadsleden een aan-
gaan. Het grootste verschil is aangetroffen bij de stelling
tal stellingen voorgelegd die betrekking hebben op ver-
“ik besteed met plezier tijd aan het raadswerk”. 92,1% van
positiever beantwoord door raadsleden die door willen
Eens met de stelling
Stoppen
Doorgaan
Verschil
Het raadswerk is gevarieerd
82,5%
95,4%
-12,9%
Ik kan mijn ei kwijt in het het raadswerk
73,3%
89,1%
-15,8%
Ik besteed met plezier tijd aan het raadswerk
71,7%
92,1%
-20,4%
Ik leer veel van het werk als raadslid
80,0%
90,8%
-10,8%
Eens met de stelling
Stoppen
Doorgaan
Verschil
Ik slaag er geregeld in onderwerpen die ik belangrijk vind op de agenda te krijgen
58,0%
65,2%
-7,2%
Ik heb veel van de doelen die ik aan het begin van de raadsperiode had, kunnen verwezenlijken
35,8%
46,2%
-10,4%
De gemeenteraad neemt voorstellen van iedere partij even serieus
38,7%
46,8%
-8,2%
Tabel 2: Beleving over baantevredenheid
Tabel 3: Beleving over invloed in de raad
29
Eens met de stelling
Stoppen
Doorgaan
Verschil
De gemeenteraad heeft voldoende zicht op het doen en laten van het college van burgemeester en wethouders
37,8%
33,0%
4,8%
De gemeenteraad krijgt voldoende en op tijd informatie verstrekt van het college van burgemeester en wethouders
47,1%
32,6%
14,5%
Als ik (schriftelijke) vragen stel aan het college van burgemeester en wethouders, krijg ik hier snel antwoord op
57,6%
52,6%
5,1%
Tabel 4: Beleving over de verhouding tussen college en raad
de raadsleden die doorgaan is het eens met deze stelling,
10,8% vaker aan het (geheel) eens te zijn met deze stellin-
terwijl dit bij de stoppende raadsleden 71,7% is. De stellin-
gen dan hun collega’s die willen stoppen.
gen “het raadswerk is gevarieerd”, “ik kan mijn ei kwijt in het raadswerk” en “ik leer veel van het werk als raadslid”
Een ander verschil tussen de antwoorden van de stoppen-
zijn ook positiever beantwoord door raadsleden die door
de raadsleden en raadsleden die doorgaan van elkaar, zit
willen gaan. Zij geven respectievelijk 12,9%, 15,8% en
in de vragen omtrent het functioneren van de gemeenteraad, de relatie tussen de raad en het college en de macht van de raad ten opzichte van andere overheidsorganen. Raadsleden die stoppen zijn het 8,2% minder vaak eens met de stelling dat de gemeenteraad voorstellen van iede-
“RAADSLEDEN DIE STOPPEN GEVEN MINDER VAAK AAN VARIATIE IN HET WERK TE ERVAREN, TE LEREN VAN HET RAADSWERK EN PLEZIER TE HEBBEN BIJ HET UITVOEREN VAN HUN TAKEN’’.”
re partij even serieus neemt en 7,2% minder vaak eens dat zij er regelmatig in slagen onderwerpen die zij belangrijk vinden op de agenda te krijgen. Daarnaast geven zij 10,4% minder vaak aan de gelegenheid hebben om hun doelen te verwezenlijken dan raadsleden die doorgaan. Raadsleden die stoppen zijn positiever over het functioneren van het college dan raadsleden die doorgaan. Zij zijn het 14,5% vaker eens met de stelling dat de gemeenteraad voldoende en op tijd informatie verstrekt krijgt van het college en 5,1% vaker eens dat het college vragen van raadsleden snel beantwoordt. Raadsleden die stoppen vinden ook 4,8% vaker dat de gemeenteraad voldoende zicht heeft op het doen en laten van het college. Een volledig overzicht van alle stellingen en de gegeven antwoorden staat in tabel 4 in de bijlage.
Nationaal Raadsledenonderzoek 2021
#NRO2021
6.9 CONCLUSIE In dit hoofdstuk is getracht een antwoord te formuleren op onderzoeksvraag 4:
‘Wat zijn de belangrijkste redenen voor raadsleden om te stoppen met het raadswerk?’ Van de 796 raadsleden geeft 17,7% aan te willen stoppen na de volgende periode. Gemiddeld besteedt de groep raadsleden die stopt minder uur aan het raadswerk (16 uur per week) dan de groep raadsleden die doorgaat (16,9 uur per week). Relatief gezien is een even groot deel van de groepen (stoppende raadsleden en raadsleden die doorgaan) tevreden met de tijdsbesteding. Raadsleden die doorgaan geven echter relatief vaker aan graag meer tijd aan het raadswerk te willen besteden. Dit is aangegeven door 27,2% van raadsleden die doorgaan en 17,9% van de raadsleden die stoppen. Raadsleden die stoppen besteden gemiddeld 71,7% van hun tijd aan bestuurlijke activiteiten en 23,7% van hun tijd aan volksvertegenwoordigende activiteiten. 55,2% van de stoppende raadsleden vervult geen nevenfunctie(s). De groep raadsleden die dit wel doet en wil stoppen besteedt gemiddeld 41,3 uur aan het raadswerk. Raadsleden die door willen en een nevenfunctie hebben besteden gemiddeld 37,3 uur aan het raadswerk. De meest genoemde redenen om te stoppen met het raadswerk gaan over de tijdbesteding. Wat betreft de beleving van verschillende onderdelen van het raadswerk, is te zien dat raadsleden die stoppen minder tevreden zijn over baangerichte aspecten van het raadswerk.
Zij geven minder vaak aan variatie in het werk te ervaren, te leren van het raadswerk en plezier te hebben bij het uitvoeren van hun taken. Daarnaast ervaren raadsleden die stoppen minder vaak invloed te hebben in de raad. Opvallend is dat raadsleden die stoppen, positiever zijn over het functioneren van de raad dan raadsleden die doorgaan.
31
07
CONCLUSIES
Het Nationaal Raadsledenonderzoek is ingegaan op de
tievoorzitters (18,8 uur) waargenomen. 54,3% van de raads-
tijdsbesteding, werkzaamheden en honorering van ge-
leden geeft aan tevreden te zijn met de tijdsbesteding, een
meenteraadsleden in 2021, en hoe dit zich verhoudt tot de
daling van 8,9% ten opzichte van de vorige meting in 2019.
resultaten uit de eerdere trendonderzoeken uit 2007, 2009, 2012, 2014, 2017 en 2019. Verder is ingegaan op de redenen dat raadsleden stoppen met het raadswerk. Dit hoofdstuk bevat de antwoorden op alle onderzoeksvragen.
7.2 TIJDSVERDELING BESTUURLIJKE EN VOLKSVERTEGENWOORDIGENDE WERKZAAMHEDEN De tweede onderzoeksvraag luidt: Wat is de tijdsbesteding
7.1 TIJDSBESTEDING
aan volksvertegenwoordigende en bestuurlijke activiteiten
De eerste onderzoeksvraag luidt: Wat is de tijdsbesteding
voor raadswerk in Nederland in 2021, hoe verhoudt dit zich
van gemeenteraadsleden in Nederland aan raadswerk in
tot de aanbeveling van de Stuurgroep Evaluatie Dualisering
2021 en in hoeverre verschilt deze van de tijdsbesteding in
Gemeentebestuur en in hoeverre verschilt de tijdsbeste-
2007, 2009, 2012, 2014, 2017 en 2019?
ding aan deze werkzaamheden ten opzichte van 2007,
Een raadslid in Nederland besteedt in 2021 gemiddeld 16,75
2009, 2012, 2014, 2017 en 2019?
uur per week aan het raadswerk. Dit is 0,42 uur minder dan in 2019. Zoals in voorgaande edities is het aantal bestede uren
Nederlandse raadsleden besteden in 2021 70,0% van hun
afhankelijk van de gemeentegrootte: raadsleden besteden
tijd aan bestuurlijke activiteiten. Dit is een stijging van
over het algemeen meer tijd aan het raadswerk naarmate de
5,6% vergeleken met 2019. Niet eerder zijn raadsleden
gemeentegrootte toeneemt. Ook is in 2021 een verschil tussen
zo’n groot deel van hun tijd kwijt geweest aan bestuurlijke
de tijdsbesteding van reguliere raadsleden (15,7 uur) en frac-
taken. Het lezen van vergaderstukken, nota’s en rapporten
Tijdsbesteding
2007 (N=2686)
2009 (N=1508)
2012 (N=2479)
2014 (N=2264)
2017 (N=1151)
2019 (N=1623)
2021 (N=730)
14,01
13,95
16,76
15,91
16,03
17,17
16,75
Tabel 5: Gemiddelde tijdsbesteding van raadsleden in uren per week (2007-2021)
Nationaal Raadsledenonderzoek 2021
#NRO2021
100% 80% 60% 40%
29,5%
30,8%
29,8%
30,9%
31,6%
31,3%
3,8%
4,7%
4,2%
4,3%
4,7%
4,3%
66,7%
64,5%
66,0%
64,8%
63,7%
64,4%
2007 (N=2686)
2009 (N=1508)
2012 (N=2193)
2014 (N=2232)
2017 (N=1151)