8A.1 Integraal Huisvestingsplan West Maas en Waal
Tekst van het document
Dorpshuis VTC Hier zit ook de kinderopvang Hummeltjeshof. Het dorpshuis heeft een radiostation. Grotere renovaties in 1985, 2011 en 2020 Kinderopvang KION Hummeltjeshof Schoolkidz
Omschrijving scenario(s) Voorkeursscenario: nieuwbouw voor De Laak, De Terebint en De Kom, incl. peuteropvang, kinderopvang en BSO. • • • •
Inhoudelijke samenwerking SO die er nu is met De Laak kan met alle toekomstige gebruikers worden voortgezet in de nieuwe situatie. Voor De Kom is nu rekening gehouden met een aanname dat het twee groepen betreffen, dit zouden er ook drie kunnen worden. Samenwerking in de vorm van een brede school/MFA, geen IKC. Scholen houden eigen gezicht, maar profiteren van het samen gehuisvest zijn in de vorm van ruimten delen, vierkante meters efficiënter inzetten en flexibiliteit in de vorm van wissellokalen. Het voorkeursscenario is nieuwbouw omdat de huidige gebouwen niet aansluiten op de gewenste (onderwijskundige) functionaliteit. De locatie is nader te bepalen, op het kavel van De Terebint is in ieder geval geen optie, daar is onvoldoende ruimte. Nieuwbouw bij het dorpshuis, en daarbij ook een nieuwe sportaccommodatie realiseren, heeft sterke voorkeur.
Termijn: binnen 5 tot 10 jaar Alternatief scenario: Afzonderlijke nieuwbouw of vernieuwbouw van de scholen op de eigen locaties of op een nieuwe locatie. Er is een sterke voorkeur voor het voorkeurscenario. Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 22 van 38
5.6. Dreumel Situatie Dreumel •
•
• •
MFA D’n Hoender is in 2012 gerealiseerd en huisvest naast De Oversteek ook KION, Bambino en Small Steps en diverse maatschappelijke voorzieningen. Het gebouw voldoet in functionaliteit en gebruik, alleen organisatorisch (i.r.t. huurovereenkomst) ervaart Groeisaam moeilijkheden. Er is een nieuwe huurovereenkomst nodig met duidelijkere afspraken. Specifiek aan deze school is dat er relatief veel kinderen van arbeidsmigranten naar school gaan. Het dorp Dreumel kent een rijk verenigingsleven.
MFA D’n Hoender Sporthal Horeca Vergaderen, bibliotheek Muziekzaal Kinderopvang en BSO
Kinderopvang KION, Small steps en Bambino in MFA, Pino naastgelegen
Omschrijving scenario(s) Voorkeursscenario: Vanuit Groeisaam en De Oversteek bezien is de situatie in Dreumel goed. Voor wat betreft huisvesting wordt de huidige situatie gehandhaafd, er zijn geen andere scenario’s geformuleerd. Groeisaam gaat zelf actie ondernemen om duidelijkere afspraken te maken over verantwoordelijkheden, onderhoudstaken en financiën met de MFA. Ondersteuning vanuit de beleidsmedewerkers van de gemeente is hierbij noodzakelijk.
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 23 van 38
5.7. Alphen
Situatie Alphen • • •
De Mariënhof werkt alleen samen met het vernieuwde dorpshuis op het gebied van gym en eventueel vieringen. Uit het vve inspectierapport is gebleken dat er een herstelopdracht ligt. De Mariënhof wil meer gaan samenwerken met de peuteropvang van KION. Het schoolgebouw van de Mariënhof is verouderd en op termijn toe aan vervanging/renovatie. Er is sprake van een fors ruimteoverschot.
Omschrijving scenario(s)
Dorpshuis De Hucht Sporthal Horeca Vernieuwbouw in 2020
Kinderopvang KION
Voorkeursscenario: Nieuwbouw voor de Mariënhof, in samenwerking met kinderopvang in de vorm van een IKC. De keuze voor nieuwbouw is gemaakt omdat het gebouw van de Mariënhof functioneel niet aansluit op het onderwijsconcept. Daarnaast is het ruimteoverschot erg groot. Verder wenst de school te werken aan een betere samenwerking met het dorpshuis. Termijn: binnen 5 – 10 jaar
Alternatief scenario: Als uit een haalbaarheidsstudie blijkt dat vernieuwbouw toch aantrekkelijk kan zijn voor school en gemeente dan is dit als alternatief scenario denkbaar.
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 24 van 38
5.8. Maasbommel
Situatie Maasbommel Situatie is sterk vergelijkbaar met de situatie in Alphen: • De st. Lambertusschool werkt alleen samen met het nieuwe MFA op het gebied van gym en eventueel vieringen. • Uit het vve inspectierapport is gebleken dat er een herstelopdracht ligt. De St. Lambertusschool wil meer gaan samenwerken met de peuteropvang van KION. • Het schoolgebouw van de St. Lambertusschool is verouderd en op termijn toe aan vervanging/renovatie. Het gebouw is 10 jaar jonger dan de Mariënhof. Er is sprake van een fors ruimteoverschot. • Uit het dorpsontwikkelplan van Maasbommel volgt dat er een toenemende vergrijzing is in het dorp, dat er bezorgdheid is over het behouden van voorzieningen en dat er in het dorp sprake is van achterstallig onderhoud van troittoirs en groen.
MFA Het Hanzehuys Sporthal Theater Horeca Cafetaria
Kinderopvang KION
Omschrijving scenario(s) Voorkeursscenario: Vernieuwbouw (incl. verduurzaming) in samenwerking met kinderopvang, peuteropvang en BSO in de vorm van een IKC. Functionele aanpassingen in het gebouw zullen nodig zijn om de IKC gedachte goed in te passen. Er wordt gekozen voor vernieuwbouw omdat het gebouw zelf nog wel grotendeels prettig wordt ervaren, functioneel bezien. Daarnaast wenst de school te werken aan een betere samenwerking met het dorpshuis. Termijn: binnen 10 tot 20 jaar, voorkeur binnen 10-15 jaar Alternatief scenario: Als uit een haalbaarheidsstudie blijkt dat vervangende nieuwbouw toch aantrekkelijker blijkt voor school en gemeente dan is dit als alternatief scenario denkbaar.
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 25 van 38
5.9. Appeltern
Situatie Appeltern • •
• •
De Gravin van Rechteren heeft een beperkt ruimtetekort wat in de toekomst naar verwachting zal toenemen. Direct naast de school ligt de gymzaal en ontmoetingsplek ’t Stèkske, waar de school goed mee samenwerkt. De BSO maakt gebruik van het schoolgebouw. Met ingang van schooljaar 2021/2022 start de Gravin van Rechteren een inhoudelijke samenwerking met kinderopvang. Uit het dorpsplan van Appeltern volgt dat er in het dorp sprake is van ontgroening en vergrijzing, dat er weinig primaire voorzieningen zijn en dat de interne netwerken in het dorp minder sterk zijn dan vroeger.
Omschrijving scenario(s) Voorkeursscenario: Vernieuwbouw van de Gravin van Rechteren, incl. uitbreiding om het toekomstig ruimtetekort aan te pakken en in de vorm van een IKC plek te bieden aan een kinderopvang en/of peuteropvang. Samenwerking met BSO wordt hierin doorgezet en er wordt gekeken naar verdere samenwerking met de omgeving en het dorpsplatform. Bij voorkeur wordt de gymzaal meegenomen in het project in de vorm van (ver)nieuwbouw.
Dorpshuis De Schuur Horeca Vergaderen Dansvloer In 1971 verbouwd tot dorpshuis, in 2014/15 is een deel grondig gerenoveerd. ’t Stèkske (naast school) Nieuwe dorpsontmoetingplek
Kinderopvang BSO Schoolkidz
De huidige locatie is mooi, het gebouw is functioneel goed, de omgeving rond de school is mooi ingericht en de samenwerking met ’t Stèkske wordt positief ervaren en bij voorkeur doorgezet in de nieuwe situatie. Termijn: binnen 5 tot 10 jaar.
Alternatief scenario: een alternatief scenario zou nieuwbouw kunnen zijn voor de Gravin van Rechteren, op de huidige locatie, voor alleen de school of voor het IKC.
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 26 van 38
5.10. Boven-Leeuwen
Situatie Boven-Leeuwen •
• •
• •
In Boven-Leeuwen bevindt zich MFA D’n Dulper, met daarin naast De Mariaschool ook een sporthal, ruimten voor muziek, horeca, kinderopvang en BSO. Het MFA is in 2009 gerealiseerd en verkeert in goede bouwkundige staat. De Mariaschool maakt op basis van de hoeveelheid groepen die ze hebben afspraken met het bestuur van de MFA over de te gebruiken vierkante meters. Organisatorisch (i.r.t. huurovereenkomst) ervaart Groeisaam net als in Dreumel moeilijkheden. Er is een nieuwe huurovereenkomst nodig met duidelijkere afspraken. Uit het dorpsontwikkelplan blijkt dat jongeren Boven-Leeuwen verlaten, maar dat er ook nieuwbouwwoningen zijn waar jonge gezinnen zich hebben gehuisvest. Boven-Leeuwen kent een rijk verenigingsleven (nadruk op muziek).
MFA D’n Dulper Sporthal Muziekruimte Horeca Kinderopvang en BSO
Kinderopvang KION BSO Le Papillon
Omschrijving scenario(s) Voorkeursscenario: Vanuit Groeisaam en De Mariaschool bezien is de situatie in Boven-Leeuwen goed. Voor wat betreft huisvesting wordt de huidige situatie gehandhaafd, er zijn geen andere scenario’s geformuleerd. Groeisaam gaat zelf actie ondernemen om duidelijkere afspraken te maken over verantwoordelijkheden, onderhoudstaken en financiën met de MFA. Ondersteuning vanuit de beleidsmedewerkers van de gemeente is hierbij noodzakelijk.
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 27 van 38
5.11. Prioritering scenario’s
5.13. Gymzalen
In deze paragraaf volgt een korte samenvatting van de voorkeursscenario’s, gesorteerd in de verschillende termijnen.
Voor alle gymzalen die de scholen in de gemeente West Maas en Waal gebruiken (en die benoemd zijn in de voorgaande paragrafen per dorpskern) zijn de volgende twee vragen gesteld aan de gemeente en schoolbesturen: 1. Biedt de gymzaal voldoende capaciteit aan de school/scholen die deze gebruiken, om de benodigde klokuren gym te verzorgen? 2. Verkeert de gymzaal in goede bouwkundige staat?
Termijn binnen 5 jaar • KC Beneden Leeuwen haalbaarheidsonderzoek • KC Beneden Leeuwen tijdelijke oplossing ruimtetekort • KC Beneden Leeuwen definitieve oplossing ruimtetekort Termijn 5 – 10 jaar • Gravin van Rechteren vernieuwbouw incl. uitbreiding t.b.v. IKC gedachte • Gezamenlijke nieuwbouw De Laak, De Kom en De Terebint incl. opvang en BSO • Nieuwbouw De Tweestroom (bij voorkeur tegen dorpshuis aan) • Nieuwbouw de Mariënhof incl. opvang en BSO t.b.v. IKC gedachte
Voor alle gymzalen was het antwoord op beide vragen positief. Er zijn geen scholen die vanwege gebrek aan capaciteit in gymzalen te weinig kunnen sporten en er zijn geen gymzalen waar een acuut bouwkundig probleem speelt, wat maakt dat de gymzaal op korte termijn zou moeten worden vervangen.
Termijn 10 – 20 jaar • Vernieuwbouw St. Lambertusschool incl. opvang en BSO t.b.v. IKC gedachte (geen uitbreiding nodig, wel functionele aanpassing)
5.12. Samenwerking in scenario’s In diverse voorkeursscenario’s is invulling gegeven aan de eerder uitgesproken ambitie om met PO / SO / VO onderling, met kinderopvang en BSO en met maatschappelijke partners samen te werken, niet alleen inhoudelijk maar ook op het gebied van huisvesting. Concreet zijn op het gebied van samenwerking de ambities als volgt: • Een IKC gedachte bij de Gravin van Rechteren (Appeltern), de Mariënhof (Alphen) en de St. Lambertusschool (Maasbommel). • Samenwerking onder één dak met kinderopvang en BSO bij De Laak, De Terebint en De Kom en natuurlijk de samenwerking als brede school tussen deze drie scholen (Wamel). • Versterken samenwerking met dorpshuis / MFA specifiek benoemd bij De Tweestroom (Altforst), de Gravin van Rechteren (Appeltern), de Mariënhof (Alphen) en de St. Lambertusschool (Maasbommel). • Versterken samenwerking tussen PO, VO en BSO in KC Beneden Leeuwen en het Pax Junior.
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 28 van 38
6. Financiële uitgangspunten en vertaling 6.1. Financiering gemeente West Maas en Waal De gemeente West Maas en Waal stelt het VNG normbudget beschikbaar om de investeringskosten incl. btw te dekken. Het VNG normbudget hangt af van de vierkante meters van een schoolgebouw. In tabel 7.1 in hoofdstuk 7 wordt per beoogd (ver)nieuwbouwproject het VNG normbudget weergegeven. In tabel 6.1 in voorliggend hoofdstuk zijn ook de VNG normbedragen berekend voor de fictieve scholen van 100, 200, 300 en 400 leerlingen.
6.2.1 Wettelijk minimum Het kwaliteitsniveau waar een nieuwbouwschool minimaal aan moet voldoen, onderdeel van het huidige wettelijke kader, is een schoolgebouw wat voldoet aan bijna energieneutraal (BENG) en aardgasvrij bouwen. De gemeente is verantwoordelijk voor het realiseren van een school conform Bouwbesluit. Tabel 7.1 geeft de kostenkengetallen voor dit wettelijk minimum. Deze kostenkengetallen zijn berekend via de HEVO kostenconfigurator. Ter vergelijk zijn in de tabel ook de VNG normbedragen voor de vier fictieve schoolgroottes berekend. Dit laat zien dat er ruimte is in de budgettering om boven normatieve kwaliteit te investeren, zie 6.2.2 advies kwaliteitsniveau.
6.2. Kwaliteitsniveau Voor de bepaling van het kwaliteitsniveau staat voorop dat schoolgebouwen worden gerealiseerd die klaar zijn voor de toekomst en die bijdragen aan het welzijn en een gezonde leeromgeving voor kinderen. In de nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen zijn verschillende kwaliteitsniveaus mogelijk welke in voorliggend hoofdstuk worden uitgesplitst. In afstemming met de schoolbesturen en de gemeente West Maas en Waal zijn in dit IHP vier niveaus opgenomen, zijnde: • Het wettelijk minimale kwaliteitsniveau waarvoor de gemeente zorgplicht draagt. • Het advies kwaliteitsniveau, waarbij diverse aspecten zijn toegevoegd die bijdragen aan een gezonder binnenklimaat (Frisse Scholen) en aan toekomstbestendigheid. Dit advies sluit goed aan op het VNG normbudget. • Energieneutraal, waarbij aanvullingen worden gedaan op het advies kwaliteitsniveau om het gebouw energieneutraal te maken. • Hoger ambitieniveau onderwijsvisie, waar financieel rekening is gehouden met het realiseren van een minder compact en standaard school gebouw om meer leerpleinen en open ruimten te realiseren. De gemeente West Maas en Waal heeft gekozen voor het advies kwaliteitsniveau + Energieneutraal (ENG), om op die manier bij te dragen aan gezonde, kwalitatieve en toekomstbestendige onderwijshuisvesting die aansluit bij de energietransitie naar energieneutraal.
Onlosmakelijk verbonden aan deze keuze van de gemeente is de bereidheid van de schoolbesturen om bij te dragen aan de investering in de nieuwbouw in verhouding met de exploitatievoordelen die dit kwaliteitsniveau met zich meebrengt. De afspraken die hierover zijn gemaakt worden nader toegelicht in 6.3.
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Tabel 6.1 Kostenkengetallen wettelijk minimum - nieuwbouw Uitgangspunten Aantal leerlingen:
100
200
300
Uitgangspunt bouwlagen:
1
1
2
400 2
Norm brutovloeroppervlak (bvo) [m²]:
703
1.206
1.709
2.212
Investeringskosten incl. btw, per m2
€
2.435
€
2.281
€
2.034
€
1.982
VNG normbedrag ter vergelijk
€
2.910
€
2.607
€
2.482
€
2.414
Toelichting tabel 7.1: De kostenconfigurator van HEVO maakt onderscheid naar gebouwgrootte (aantal leerlingen). De ervaring leert dat het kostenkengetal van een kleine school hoger ligt dan van een grote school (schaalvoordelen). Op basis van de ruimtebehoefteberekening volgens de verordening is het aantal m² bvo bepaald voor de indicatieve leerlingaantallen. Voor de marktwerking en/of regiotoeslag houden we rekening met een prijsindicator die uitgaat van 0%. Een schoolgebouw wat voldoet aan het wettelijk minimum kan omschreven worden als een ‘sober en doelmatig’ schoolgebouw. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn: • Ambitieniveau onderwijsvisie is minimaal, er wordt niet uitgegaan van leerpleinen, een verhoogd afwerkingsniveau of meer dan het minimaal verplichte aantal ramen in de buitengevels; • Voor wat betreft binnenklimaat voldoet het gebouw aan het bouwbesluit; • Voor wat betreft afwerking wordt gekozen voor materialen met lagere kosten zoals vinyl voor vloerafwerking en scanbehang met coating voor wandafwerking; • Er is weinig budget beschikbaar voor het minimaliseren van dragende binnenwanden en het vergroten van zichtlijnen en transparantie binnen het gebouw en er worden enkel wettelijk verplichte duurzaamheidsmaatregelen genomen
Pagina 29 van 38
6.2.2 Advies kwaliteitsniveau De gemeente West Maas en Waal en de schoolbesturen streven naar een hoger • kwaliteitsniveau dan het wettelijk minimum. Het welzijn van kinderen in een gezonde leeromgeving staat centraal in de bepaling van het kwaliteitsniveau voor (nieuwe) onderwijshuisvesting in de gemeente West Maas en Waal. Schoolgebouwen worden daarom zo gezond en duurzaam mogelijk gerealiseerd, klaar voor de toekomst. Het advies kwaliteitsniveau, uitgesplitst in tabel 6.2, ligt qua investeringsniveau het dichtste bij de VNG normbudgetten. Dit kwaliteitsniveau sluit aan op de bouwstenen van beleid vanwege Frisse Scholen (gezondheid) flexibiliteit in gebruik (flexibel gebouw, verplaatsbare panelenwand) en toekomstbestendigheid (duurzaam bouwen). Een kanttekening hierbij is dat de kostenkengetallen prijspeil januari 2021 zijn en dus geïndexeerd moeten worden. Het VNG normbedrag staat per jaar vast en wordt dus niet in de loop van het jaar nog geïndexeerd. Tabel 6.2 Kostenkengetallen advies kwaliteitsniveau - nieuwbouw Uitgangspunten Aantal leerlingen: Uitgangspunt bouwlagen: Norm brutovloeroppervlak (bvo) [m²]: Investeringskosten incl.
btw, per m2 Boven normatief: advies kwaliteitsniveau Kosten Frisse Scholen Duurzaam bouwen Exploitatiegericht ontwerpen Flexibel gebouw Vergroten zichtlijnen binnen Ambitieniveau onderwijsvisie (1 laag) Verplaatsbare panelenwand Investeringskosten incl. btw, per m2 VNG normbedrag ter vergelijk
100 1 703 € 2.435
200 1 1.206 € 2.281
300 2 1.709 € 2.034
400 2 2.212 € 1.982
€ € € € € € € € €
€ € € € € € € € €
€ € € € € € € € €
€ € € € € € € € €
155 71 68 77 22 48 70 2.946 2.910
136 66 64 77 22 44 41 2.731 2.607
129 53 68 77 22 45 29 2.457 2.482
125 49 67 77 22 44 22 2.388 2.414
Toelichting tabel 7.2: Frisse Scholen Voor het thema Frisse scholen is het kwaliteitsadvies van HEVO voor de balans tussen kosten, kwaliteit en duurzaamheid opgenomen. Per Frisse Scholen-thema wordt een afweging gemaakt welk ambitieniveau optimaal is. Met het Frisse Scholen kwaliteitsadvies worden goed geklimatiseerde schoolgebouwen gerealiseerd die klaar zijn voor de toekomst. De enige uitzondering op het HEVO kwaliteitsadvies is dat in de basiskwaliteit van het IHP West Maas en Waal energieneutraal (ENG) nog niet is opgenomen. Duurzaam bouwen Hoewel ENG niet is opgenomen in de basiskwaliteit, is wel het thema ‘duurzaam bouwen’ voorzien. Duurzaam bouwen houdt in dat geïnvesteerd wordt in een betere gebouwschil, een betere isolatie. Dit zorgt ervoor dat het gebouw in basis minder energie verbruikt, de eerste stap naar een duurzaam gebouw. Dit is een toekomstgerichte investering met als uitgangspunt dat er geen desinvesteringen worden gedaan en dat voor de eventuele stap naar ENG enkel nog zonnepanelen op het dak hoeven te worden toegevoegd. Het gebouw is voorbereid op de energietransitie in de toekomst. Concreet vallen onder het thema duurzaam bouwen: • Vergroten kierdichtheid gevel • Vergroten isolatiewaarden gevel en dak • Triple beglazing i.p.v.
HR++ • Elektrisch (centraal) bedienbare buitenzonwering Exploitatiegericht ontwerpen Exploitatiegericht ontwerpen gaat over het kiezen van vloer- en wandafwerkingen die gunstiger zijn in de exploitatie. Er wordt rekening gehouden met aluminium kozijnen i.p.v. houten kozijnen, een onderhoudsarme vloerafwerking zoals vinyl i.p.v. marmoleum en scanbehang met coating i.p.v. spuitwerk op de wanden. Flexibel gebouw Een flexibel gebouw is een toekomstbestendig gebouw, omdat het geen dragende binnenwanden heeft, waardoor de indeling in de toekomst relatief eenvoudig te veranderen is. Vergroten zichtlijnen Grotere zichtlijnen dragen bij aan transparantie binnen het gebouw – er kunnen meer openingen in binnenwanden worden gemaakt, zoals ramen tussen lokalen en gangen/leerpleinen. Ambitieniveau onderwijsvisie naar niveau 1 – laag Deze toeslag gaat over het toevoegen van voorzieningen (beperkte klimaatinstallatie) om leerpleinen mogelijk te maken en over het toevoegen van (enige) esthetische kwaliteit. Leerpleinen worden binnen dezelfde vierkante meters gerealiseerd, maar zorgen voor meerkosten i.v.m. meer complex en minder efficiënt bouwen (bouwkundig en installatietechnisch). Verplaatsbare panelenwand Deze reservering in het kostenkengetal maakt het mogelijk om één verplaatsbare panelenwand in het schoolgebouw te plaatsen.
Bijvoorbeeld om het speellokaal en de aula met elkaar te verbinden.
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 30 van 38
6.2.3 Energieneutraal (ENG)
6.2.5 Vernieuwbouw (renovatie)
Bovenop het advies kwaliteitsniveau is het mogelijk om te investeren in energieneutraal (ENG). Hiermee is een nieuw schoolgebouw volledig voorbereid op de energietransitie, mede om deze reden kiest de Gemeente West Maas en Waal voor dit kwaliteitsniveau. In tabel 6.3 zijn de bijbehorende kostenkengetallen weergegeven. Deze kostenkengetallen zijn gebaseerd op het realiseren van een ENG gebouw bij nieuwbouw. Indien op een later moment, nadat het gebouw al is opgeleverd, de stap van BENG naar ENG wordt gemaakt zullen de kosten hoger zijn.
In de scenario’s omschreven in hoofdstuk 5 is voor sommige scholen het voorkeursscenario om te kiezen voor vernieuwbouw (levensduur verlengende renovatie) in plaats van nieuwbouw. De belangrijkste redenen hiervoor zijn dat deze schoolgebouwen nog steeds als zeer functionele gebouwen worden ervaren, passend bij de onderwijsvisie. Het kwaliteitsniveau voor vernieuwbouw is om, binnen de beschikbare financiële middelen en (bouw)technische haalbaarheid, het gekozen kwaliteitsniveau van nieuwbouw zo veel mogelijk te evenaren.
6.2.4 Hoger ambitieniveau onderwijsvisie
Voorafgaand aan de start van deze projecten zal een uitgebreid onderzoek moeten plaatsvinden naar de technische haalbaarheid van vernieuwbouw van deze schoolgebouwen en naar de daadwerkelijke benodigde financiële middelen hiervoor. In sommige gevallen is vernieuwbouw goedkoper dan nieuwbouw omdat veel delen van het gebouw hergebruikt kunnen worden. Het komt echter ook regelmatig voor dat de investeringskosten nagenoeg gelijk zijn of zelfs hoger in het geval van vernieuwbouw. Veiligheidshalve wordt daarom in de investeringsplannen voor alle projecten (nieuwbouw en vernieuwbouw) uitgegaan van de kostenkengetallen voor nieuwbouw.
Tot slot kan gekozen worden om een hoger ambitieniveau op het gebied van onderwijsvisie te faciliteren in de vorm van een goede klimaatinstallatie voor leerpleinen, meer binnenwanden en / of binnenwandopeningen en meer gevel en gevelopeningen als gevolg van een minder compact gebouw. De architect krijgt meer vrijheid om het gebouw naadloos te laten aansluiten op een onderwijsvisie die slechts voor een deel uitgaat van klassikaal onderwijs. Tabel 6.3: kostenkengetallen extra kwaliteit Uitgangspunten Aantal leerlingen: 100 200 300 400 Uitgangspunt bouwlagen: 1 1 2 2 Norm brutovloeroppervlak (bvo) [m²]: 703 1.206 1.709 2.212 Investeringskosten incl. btw, per m2 € 2.435 € 2.281 € 2.034 € 1.982 Advies kwaliteitsniveau + ENG Kosten Frisse Scholen € 155 € 136 € 129 € 125 Duurzaam bouwen € 71 € 66 € 53 € 49 Exploitatiegericht ontwerpen € 68 € 64 € 68 € 67 Flexibel gebouw € 77 € 77 € 77 € 77 Vergroten zichtlijnen binnen € 22 € 22 € 22 € 22 Ambitieniveau onderwijsvisie (1 laag) € 48 € 44 € 45 € 44 Verplaatsbare panelenwand € 70 € 41 € 29 € 22 Kosten ENG € 113 € 112 € 94 € 93 Investeringskosten incl. btw, per m2 € 3.059 € 2.843 € 2.551 € 2.481 Advies kwaliteitsniveau + ENG + hoger ambitieniveau onderwijsvisie Ambitieniveau onderwijsvisie 2 (midden) € 155 € 136 € 129 € 125 Investeringskosten incl.
btw, per m2 € 3.180 € 2.958 € 2.670 € 2.597 VNG normbedrag ter vergelijk € 2.910 € 2.607 € 2.482 € 2.414
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Afweging nieuwbouw / renovatie In de voorkeursscenario’s is reeds aangeven of de voorkeur renovatie of nieuwbouw is. Uit de haalbaarheidsonderzoeken bij aanvang van ieder project zal moeten volgen wat het best passende scenario is, hierbij worden de afwegingen zoals geformuleerd in bouwsteen 5 meegenomen.
6.2.6 Voorfinanciering kinderopvang en andere partners Gemeente en schoolbesturen streven naar het verder versterken van de voorschoolse voorzieningen, de doorgaande ontwikkelingslijn en realiseren van onderwijs en opvang onder één dak. Bij nieuwbouw kan de onderwijshuisvesting op initiatief van het schoolbestuur worden aangevuld met niet-onderwijsfuncties die bijdragen aan de doelstellingen van onderwijs en opvang onder één dak. Deze aanvullende functies dienen ook te worden gefinancierd, de gemeente heeft aangegeven bereid te zijn deze kindfuncties voor te financieren. Kindpartners (bijvoorbeeld kinderopvang) zullen bij nieuwbouw een marktconforme huur (conform de Wet Markt en Overheid) betalen voor het deel van het gebouw dat voor
Pagina 31 van 38
deze functie aan het bouwvolume van de school is toegevoegd door voorfinanciering van de gemeente. De insteek is dat bij verhuur de gemeente het huurcontract met de kinderopvangorganisatie aangaat. Het is wenselijk dat elke school (schoolbestuur) op inhoudelijke gronden een keuze maakt voor een aanbieder van kinderopvang. Voorfinanciering brengt risico’s met zich mee, bijvoorbeeld bij leegstand. Dit kan deels worden ondervangen door langjarige huurcontracten. Het is van belang bij nieuwe ontwikkelingen in de businesscase (haalbaarheidsonderzoek) deze risico’s per kern en school af te wegen alvorens hierin een besluit te nemen.
6.3. Bijdrage schoolbesturen De gemeente West Maas en Waal vindt de kwaliteit, gezondheid en toekomstbestendigheid van onderwijshuisvesting belangrijk en is daarom bereid bovennormatief te investeren in de vervangingsopgaven zoals vastgelegd in dit IHP. Deze bereidheid is onlosmakelijk verbonden aan de bereidheid van schoolbesturen om ook een bijdrage te leveren aan de investering in de nieuwe en gerenoveerde schoolgebouwen welke in verhouding staat tot de exploitatievoordelen die het hogere kwaliteitsniveau met zich meebrengt. De schoolbesturen zijn verplicht om per project bezien of en op welke manier zij een financiële bijdrage kunnen leveren aan de investeringskosten voor de (ver)nieuwbouw van scholen. De te overwegen mogelijkheden zijn: • Schoolbesturen stemmen het meerjaren onderhoudsplan (MJOP) en de investering in de nieuwbouw op elkaar af. Dit houdt in dat schoolbesturen enkele jaren vooraf aan de nieuwbouw waar mogelijk alleen nog investeren in noodzakelijk onderhoud. De financiële ruimte die daarbij mogelijk ontstaat zou dan kunnen worden geïnvesteerd in het behalen van een hogere duurzaamheidsambitie of een beter binnenklimaat (Frisse Scholen). Het advies aan de schoolbesturen is om deze mogelijke investeringen tijdig op te nemen in de schoolbegrotingen.
• Schoolbesturen investeren in de (ver)nieuwbouw op basis van de toekomstige besparing op exploitatiekosten (op basis van een Total Cost of Ownership, TCO, berekening). De TCO berekening toont aan hoeveel geld geïnvesteerd zou kunnen worden, rekening houdend met een terugverdientijd van 15 jaar. De berekening kijkt
Referentie: 1662004-0032.5.0.
naar energiekosten en onderhoudskosten en hoe deze kosten wijzigen bij de stap naar een duurzamer of beter te exploiteren schoolgebouw. Een financiële bijdrage aan de (ver)nieuwbouwprojecten die de schoolbesturen in ieder project zullen leveren heeft te maken met die onderdelen die in de demarcatie niet onderdeel uitmaken van het bouwbudget, maar van het inrichtingsbudget. Dit zijn o.a. de invulling van het buitenterrein (stuiken, speeltoestellen, bijdrage aan een groen speelplein), ICT (WiFi Access Points, toegangscontrole) en diverse inrichtingselementen zoals garderobehaken en kasten. In de initiatieffase of de aanvang van de definitiefase van ieder afzonderlijk project zal in overleg tussen het betreffende schoolbestuur/de schoolbesturen en de gemeente onderzocht worden op welke manier een bijdrage van de schoolbesturen aan de investeringskosten van het project mogelijk is. Dit is o.a. afhankelijk van: • Het berekende exploitatievoordeel (energiekosten, schoonmaak en onderhoud); • De afweging tussen een grotere investering bij aanvang van het project, of een jaarlijkse investering op basis van jaarlijks exploitatievoordeel; • De financiële gevolgen van de bestuurlijke verantwoordelijkheid die de schoolbesturen hebben naar instandhouding van scholen in andere gemeente.
Indien uit bovengenoemd onderzoek volgt dat het betreffende schoolbestuur niet in staat is om financieel bij te dragen aan de investeringskosten van de nieuwbouw/ renovatie, treden gemeente en schoolbestuur met elkaar in gesprek hierover. Er zullen dan in overleg keuzes gemaakt moeten worden in het kwaliteitsniveau. Bij deze keuzes zullen ook de wensen van de gebruikers van het betreffende schoolgebouw worden meegewogen. In alle gevallen zal de basis (het wettelijk minimum kwaliteitsniveau) door de gemeente worden gefinancierd.
Pagina 32 van 38
6.4. Prijspeil, risico’s bouwkosten en andere randvoorwaarden De investeringsniveaus voor het onderwijs zijn bepaald op prijspeil 1 januari 2021, inclusief btw. Niet opgenomen zijn: eventuele kosten of baten van grondverwerving of grondexploitatie bij vrijkomende terreinen. Daarnaast is de financiële vertaling nog exclusief: • Indexering. • Sloopkosten. • Tijdelijke huisvesting. • Voorfinanciering kinderopvang en overige partners (structureel gebruik). • Locatie specifieke kosten (infrastructurele voorzieningen). • Afschrijving boekwaarden. • Stikstof- en PFAS-problematiek. • Bijkomende kosten voor interne en/of externe ondersteuning.
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 33 van 38
7. Investeringsplanning 7.1. Overzicht investeringsplanning schoolgebouwen In tabel 7.1 is het investeringsoverzicht voor de komende 15 jaar in beeld gebracht. De diverse (ver)nieuwbouw projecten zijn, in overleg tussen de gemeente en schoolbesturen, gekoppeld aan de jaartallen waarin de realisatie van deze opgaven zal plaatsvinden. Deze jaartallen komen o.a. voort uit de quickscanscores, de voorkeursscenario’s uit hoofdstuk 5 en de prioritering zoals toegelicht in paragraaf 5.11. De leerlingaantallen waarvan wordt uitgegaan is het gemiddeld aantal leerlingen gedurende de komende 20 jaar, zoals geprognosticeerd door Pronexus in 2021. De uitvoering van de Gravin van Rechteren staat één jaar eerder op de planning dan wat voortkwam uit de prioritering, dit heeft o.a. te maken met de ambities om een IKC te vormen waar de huisvesting momenteel geen mogelijkheden toe biedt en met het gegeven dat er in de toekomst een (beperkt) ruimtetekort zal zijn bij de Gravin van Rechteren.
De jaartallen in de investeringsplanning geven aan wanneer projecten worden opgeleverd, de start van de projecten zal dus al enkele jaren eerder moeten aanvangen met een haalbaarheidsonderzoek. De onderste rij in de tabel laat zien wat de investeringskosten incl. btw voor de diverse opgaven betreffen. Ter vergelijk is ook het VNG normbudget per bouwproject opgenomen. Het is belangrijk om te beseffen dat de investeringskosten incl. btw zoals weergegeven in tabel 7.1 niet alle kosten dekken die komen kijken bij de (ver)nieuwbouw van schoolgebouwen. Voor de gemeente komen er kosten bij voor locatieonderzoeken, afschrijving van boekwaarden, infrastructurele voorzieningen en, indien van toepassing, sloop, tijdelijke huisvesting en voorfinanciering van kinderopvang of andere partners die medegebruiker worden in de schoolgebouwen. De bedragen in 7.1 gaan alleen over onderwijshuisvesting en nog niet over huisvesting van bijvoorbeeld kinderopvang in geval van een (I)KC.
Tabel 7.1: Meerjaren investeringsplanning IHP (investeringskosten incl. btw) – de doorkijk is niet volledig tot 2041 gemaakt, tussen 2036 en 2041 zijn geen opgaven voorzien
Nu
Eerste 4 jaar
2021 KC Beneden School Leeuwen HaalbaarheidsOpgave onderzoek Aantal leerlingen gemiddeld 2021-2041 523 Oplossen m2 bvo onderwijs (dus excl. kdv) ruimtetekort VNG normbudget nieuwbouw n.t.b. Advies kwaliteitsniveau + ENG
Prijspeil januari 2021
2022 KC Beneden Leeuwen
2023 KC Beneden Leeuwen Permanente Tijdelijke oplossing oplossing 523 523 Oplossen Oplossen ruimtetekort ruimtetekort n.t.b. n.t.b.
2024
Termijn 5-10 jaar 2025 2026 2027 Gravin van De Laak, De Rechteren Terebint, De Kom De Tweestroom Vernieuwbouw IKC Nieuwbouw Brede + uitbreiding school Nieuwbouw 56 254 43 481 € €
1799 1.561.191 € 1.471.261 €
414 4.436.909 € 4.588.168 €
2028 De Mariënhof Nieuwbouw IKC 98
692 1.414.817 € 1.266.104 €
2.021.747 2.116.773
*let op: opgenomen vierkante meters De Kom zijn indicatief, 280 m2 voor twee groepen
Termijn 10-20 jaar 2029 School Opgave Aantal leerlingen 2035 m2 bvo onderwijs (dus excl. kdv) VNG normbudget Advies kwaliteitsniveau + ENG
Referentie: 1662004-0032.5.0.
2030
2031 St. Lambertus Vernieuwbouw IKC 87 637 € 1.901.511 € 1.948.251
2032
2033
2034
2035
2036
Pagina 34 van 38
7.2. Investering eerste vier jaar
7.2.3 Voorfinanciering kinderopvang
In deze paragraaf wordt in meer detail ingegaan op opgaven die zijn vastgelegd voor de eerste vier jaar.
Zoals in paragraaf 6.2.6 toegelicht is het bij de realisatie van een IKC het uitgangspunt dat de gemeente de huisvesting voor de kinderopvang voorfinanciert en een huurcontract aangaat met de kinderopvangorganisatie. De betreffende huisvesting voor de kinderopvang moet als zelfstandige unit los van het schoolgedeelte van het gebouw kunnen functioneren (eigen ingang, sanitair, etc.). Voor de volledigheid is in tabel 7.2 deze voorfinanciering reeds opgenomen. Dit is op basis van een aanname dat het één groep kinderopvang zal betreffen en dat zij 100 m 2 bvo nodig hebben. Er is voor de investeringskosten gerekend met hetzelfde kostenkengetal als voor de rest van het schoolgebouw, zoals volgt uit het gekozen kwaliteitsniveau. Uit het haalbaarheidsonderzoek zal de daadwerkelijke ruimtebehoefte voor de kinderopvang moeten volgen.
7.2.1 Projecten Zoals te zien in tabel 7.2 staan er tijdens de eerste vier jaar opgaven op de planning in Beneden Leeuwen (KC Beneden Leeuwen) en in Appeltern (de Gravin van Rechteren). In Beneden Leeuwen heerst er momenteel een zeer acuut probleem t.a.v. ruimtegebrek voor het primair onderwijs en de kinderopvang, zoals omschreven in paragraaf 5.3. De opgave die nog in 2021 uitgevoerd zou moeten worden is een haalbaarheidsonderzoek om te komen tot een oplossing voor de korte termijn en een definitieve oplossing voor dit structurele ruimtetekort. Bij de uitvoering van dit haalbaarheidsonderzoek zullen alle stakeholders betrokken worden: de gemeente, Groeisaam, de schoolleiding van De Wijzer en De Leeuwenkuil, het Pax Junior en KION. Op dit moment is nog niet aan te geven wat de kosten zullen gaan zijn van de tijdelijke en de definitieve oplossing. De tijdelijke oplossing dient in 2022 te worden uitgevoerd en de definitieve oplossing in 2023. In 2025 staat de (ver)nieuwbouw van de Gravin van Rechteren op de planning. Het haalbaarheidsonderzoek waarmee dit project zal worden opgestart moet uitwijzen of (ver)nieuwbouw inderdaad de beste optie is. Het voorkeursscenario is dat het gebouw wordt gerenoveerd, verduurzaamd en uitgebreid om een toekomstig ruimtetekort op te lossen en plek te bieden aan een kinderopvangorganisatie in het kader van IKC-vorming.
7.2.2 Locatie gebonden kosten Voor de realisatie van de (ver)nieuwbouw van de Gravin van Rechteren zal tijdig een haalbaarheidsonderzoek moeten starten, niet alleen om een definitieve keuze te maken tussen nieuwbouw en renovatie, maar ook om inzicht te bieden in de te verwachten locatiegebonden kosten en de verwachting of tijdelijke huisvesting benodigd zal zijn.
Tabel 7.2: investeringsplanning voor de eerste vier jaar (investeringskosten incl. btw, prijspeil 2021)
Nu
2021 KC Beneden School Leeuwen HaalbaarheidsOpgave onderzoek Aantal leerlingen 2035 523 Oplossen m2 bvo onderwijs (dus excl. kdv) ruimtetekort VNG normbudget Stichtingskosten IHP West Maas en Waal n.t.b. Voorfinanciering kinderopvang* n.t.b. Tijdelijke huisvesting n.t.b. Locatiegebonden kosten** n.t.b.
Eerste 4 jaar 2022 KC Beneden Leeuwen
2023 KC Beneden Leeuwen Permanente Tijdelijke oplossing oplossing 523 523 Oplossen Oplossen ruimtetekort ruimtetekort n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b.
2024
n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b.
2025 Gravin van Rechteren Vernieuwbouw IKC + uitbreiding 56 481 € € € n.t.b. n.t.b.
1.561.191 1.471.261 305.900
*Voorfinanciering kinderopvang, op basis van 100m2, één groep kdv. Vierkante meter prijs gelijkt aan school. Deze gegevens zijn indicatief **Sloopkosten, bouwrijp maken, infrastructurele voorzieningen, etc.
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 35 van 38
8. Duurzaamheid
uitgangspunten gehanteerd voor de berekening van de verwachte toekomstige CO2uitstoot van de schoolgebouwen die binnen de scope van dit IHP zijn voorzien:
8.1. Doelstellingen klimaatakkoord Naar aanleiding van de doelstellingen zoals geformuleerd in het Klimaatakkoord is er voor het scholenbestand van de gemeente West Maas en Waal in het kader van dit IHP een analyse gedaan van de benodigde ingrepen om de CO2-uitstoot te verlagen om in 2030 en 2050 aan deze doelstellingen te voldoen. In deze analyse is alleen gekeken naar de 9 gebouwen voor PO huisvesting.
School Gravin van Rechteren De Laak, De Kom en De Terebint De Tweestroom De Mariënhof St. Lambertus
De doelstellingen zijn als volgt:
*Gebouwen worden gerenoveerd naar een gasloos gebouw en er worden zonnepanelen op het dak gelegd (photovoltaïsche panelen, PV).
Doelstelling CO2-reductie 2030 CO2-reductie 2050
Referentiejaar 1990 49,0%* 95,0%
Referentiejaar 2017 44,0% 94,5%
*Op basis van een uitspraak van de Europese Commissie wordt het streefdoel van 2030 mogelijk verhoogd naar 55% reductie. Mede vanwege het demissionair kabinet is de precieze uitwerking hiervan voor Nederland op dit moment nog niet duidelijk.
Dit betekent dat ten opzichte van de huidige CO2-uitstoot, representatief gesteld voor referentiejaar 2017, het einddoel per 2050 gesteld wordt op 94,5% CO2-reductie ten opzichte van dat referentiejaar. Voor 2030 is 44% reductie ten opzichte van 2017 door het rijk als doelstelling geformuleerd.
8.2. Duurzaamheidsambitie IHP De ambitie op het gebied van duurzaamheid is in dit IHP als volgt geformuleerd: de gemeente West Maas en Waal wil duurzame, gezonde en toekomstbestendige schoolgebouwen realiseren. Daarom is bij nieuwbouw gekozen voor een kwaliteitsniveau wat voldoet aan ENG, gemiddeld Frisse Scholen B, wat het mogelijk maakt om flexibel en duurzaam te bouwen en afwerkingen te kiezen die gericht zijn op exploitatievoordelen (en lange levensduur). Voor renovatie wordt dit kwaliteitsniveau zo veel mogelijk nagestreefd, waarbij minimaal aan BENG wordt voldaan.
8.3. Analyse CO2-reductie 8.3.1 Input analyse Op basis van de scenario’s zoals omschreven in hoofdstuk 5, de kwaliteitsniveaus zoals omschreven in hoofdstuk 6 en de meerjarenplanning uit hoofdstuk 7 zijn de volgende
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Ingreep Vernieuwbouw gasloos + PV* Nieuwbouw ENG gasloos Nieuwbouw ENG gasloos Nieuwbouw ENG gasloos Vernieuwbouw gasloos + PV*
Jaartal 2025 2026 2027 2028 2031
8.3.2 Uitkomsten analyse Wanneer deze ingrepen als resultaat van het IHP worden doorberekend leidt dat tot een verwachte CO2reductie in 2030 van 66 % ten opzichte van de uitstoot in 2017. Hiermee worden de doelstellingen uit het Klimaatakkoord voor 2030 ruim behaald. De doelstelling voor 2050 vraagt echter aanvullende ingrepen aan de schoolgebouwen. De berekende CO2reductie in 2030 t.o.v. 2017 is namelijk 75 %.
8.3.3 Doelstelling CO2 reductie 2050 behalen De voornaamste reden waarom er nog te veel CO2 uitstoot is in 2050 t.o.v. de klimaatdoelstelling is dat De Oversteek en De Mariaschool tegen die tijd nog niet vervangen zijn en nog zijn voorzien van een gasaansluiting. In verhouding is de gerekende CO2 uitstoot voor gasgebruik veel hoger dan voor elektriciteitsverbruik. Door vóór 2050 de gebouwen te renoveren zodat ze gasloos zijn, kan de doelstelling in 2050 voor de PO onderwijshuisvesting in West Maas en Waal wel worden behaald. KC Beneden Leeuwen is al gasloos. Deze ingrepen worden niet in voorliggend IHP vastgesteld, maar worden wel doorgerekend in het kader van de CO2 berekening in dit hoofdstuk. Na het renoveren van de twee schoolgebouwen in Dreumel en Boven Leeuwen komt de CO2 reductie in 2050 uit op 94%, waarmee de doelstelling van 94,5% nagenoeg wordt gehaald.
Pagina 36 van 38
9. Verankering van het IHP De verankering van het IHP zorgt ervoor dat de in dit IHP gemaakte plannen conform afspraken en planning worden uitgevoerd. Verankering van het IHP kan verdeeld worden over het strategisch, tactisch en operationeel niveau.
genoemde stelsel, de Algemene Uitkeringen van het Gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Bouwbesluit, energie akkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden
9.3. Operationeel 9.1. Strategisch Het IHP fungeert als beleidskader voor de uitgaven aan onderwijshuisvesting. Daarmee fungeert het IHP tevens als toetsingskader voor de aanvraagprocedure conform de verordening voor nieuwbouw en overige voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Uitzondering zijn de nieuwbouw voor een nieuw te stichten school en kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair. Het IHP wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Om het IHP up-to-date te houden, vindt elke 4 jaar een herijking van het IHP plaats. Bij deze herijking kunnen de leerpunten van de evaluatie van het eerste 5-jaren tijdvak worden opgenomen en kan het IHP op onderdelen worden herzien en uitgebreid met een nieuwe scope van 15 tot 20 jaar. Over herijking dient, net als over het voorliggende IHP, overeenstemming te zijn tussen gemeente en schoolbesturen.
9.2. Tactisch Het jaarlijks uitvoeringsprogramma komt in de plaats van het huisvestingsprogramma dat voorheen werd opgesteld aan de hand van de aanvragen voor voorzieningen van schoolbesturen. Het uitvoeringsprogramma wordt opgesteld conform het IHP en jaarlijks vastgesteld in het Bestuurlijk Overleg Onderwijs. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om het IHP jaarlijks ter discussie te stellen. Het IHP wordt eenmaal per 4 jaar vastgesteld. Indien er afwijkingen zijn, wordt dit besproken in het Bestuurlijk Overleg Onderwijs en opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Op basis van het uitvoeringsprogramma geeft het College van B&W de beschikkingen af. Het uitvoeringsprogramma wordt ter informatie aangeboden aan de gemeenteraad. Dit IHP is opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van opstellen daarvan. Echter, wet- en regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht; zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Op het operationeel niveau moeten er per in dit IHP gedefinieerd project een aantal acties worden uitgevoerd en keuzes worden gemaakt. Ten eerste moeten gemeente en schoolbesturen afspraken maken over het bouwheerschap: welke partij wordt bouwheer en op welke manier wordt de andere partij bij het project en de te maken beslissingen betrokken? In de basis is het schoolbestuur de bouwheer, hierover kunnen per project afspraken worden gemaakt tussen gemeente en schoolbestuur. Daarnaast dient bij de vaststelling van het uitvoeringsprogramma reeds rekening te worden gehouden met het moment waarop een haalbaarheidsonderzoek moet worden uitgevoerd om vervolgens tijdig met de definitiefase te starten. Bij aanvang van de definitiefase is het raadzaam dat gemeente en schoolbesturen een eenduidige demarcatielijst opstellen. In deze lijst wordt inzichtelijk gemaakt wie de budgeteigenaar is of hieraan bijdraagt (gemeente of schoolbestuur) en waaruit de kosten worden betaald (type budget). Er wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende budgetgroepen: 1. Locatiekosten: dit zijn kosten die gemaakt moeten worden door de gemeente om de grond over te dragen aan de bouwheer. Hieronder vallen de kosten voor onder andere aankoop van gronden en opstallen, sloopkosten opstallen, bouwrijp maken, aanpassingen openbare ruimte, bestemmingsplanwijziging, inclusief bezwaren etc.
De financiële risico’s bij bijvoorbeeld het bouwrijp maken of de bestemmingsplanwijziging liggen dus bij de gemeente. 2. Bouwkosten: betreft de kosten voor het ontwerp en de realisatie van het gebouw. Dit is inclusief de vaste (gebouwelijke) voorzieningen waar de gebruiker de inrichting en voorzieningen op kan aansluiten. 3. Inrichtingskosten: alle losse en vaste inrichting en voorzieningen om het schoolgebouw te gebruiken voor de doelgroep/type leerling. 4. Overige kosten/opbrengsten: tijdelijke huisvesting, festiviteiten, verkoop gronden, verhuiskosten, interne kosten onderwijsinstellingen/opdrachtgever.
Pagina 37 van 38
Bij het opstarten van een in dit IHP gedefinieerd project, dient op dat moment het projectinitiatief getoetst te worden aan de dan geldende randvoorwaarden. De toetsing is bedoeld om te zorgen dat het project aansluit bij de dan geldende omstandigheden en vindt plaats in het uitvoeringsprogramma. Het gaat om actualisaties van bijvoorbeeld (lijst is niet uitputtend): • De leerlingenprognose met een scope van 15 jaar. Van belang is dat de definitieve leerlingenaantallen waarvoor gebouwd wordt in het uitvoeringsprogramma (definitieve planvorming) nader worden gedefinieerd op basis van een actuele prognose waarbij rekening wordt gehouden met actuele woningbouwplannen. • Een definitieve afweging tussen nieuwbouw of renovatie (conform bouwsteen 5). • De dan bekende bouwkostenniveaus en geïnventariseerde risico’s. • De TCO-benadering, waarbij er wordt bepaald welke investeringsbijdrage van het schoolbestuur kan worden verwacht, op basis van exploitatievoordelen (onderhoud, energie) en eventueel op basis van extra kwaliteit voor het betreffende schoolgebouw. • Indien de school grenst aan een gymzaal of gebruikmaakt van een gymzaal die zich aan- of richting het einde van de levensduur bevindt, dient onderzocht te worden of deze gymzaal ook vervangen of gerenoveerd zou moeten worden.
Indien dit het geval is, is het over het algemeen verstandig om deze renovatie- of nieuwbouwopgaven te combineren.
Colofon Uitgave: Datum:
HEVO B.V. 9 augustus 2021
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Contact Statenlaan 8 5223 LA 's-Hertogenbosch
Postbus 70501 5201 CB 's-Hertogenbosch
T +31 (0)73 6 409 409 info@hevo.nl www.hevo.nl
www.rpmbyhevo.nl
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Niets uit deze uitgave mag zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van HEVO B.V. worden gekopieerd, noch aan derden ter inzage worden gegeven
Referentie: 1662004-0032.5.0.
Pagina 38 van 38