CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

6a 15 informatienota Voorontwerpbestemmingsplan UWDH

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Principebesluit Uiterwaarden Wamel Dreumel en Heerewaarden1.221 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatienota voor de gemeenteraad

Onderwerp

Voorontwerpbestemmingsplan UWDH

Registratienummer Datum collegebesluit Portefeuillehouder Behandelend ambtenaar Aangeleverd aan de griffie Programma Bijlagen Openbaarheid

Z.025798 /181311 31 augustus 2021 R.G.M. Cruijsen van Mil 31 augustus 2021 Wonen, werken en recreëren Openbaar

Kennis nemen van: 1. Ons besluit ten aanzien van het in procedure brengen van het voorontwerpbestemmingsplan voor het project UWDH en de wijze waarop wij zijn omgegaan met het door uw raad op 20 mei 2021 aangenomen amendement. 2. Aanleiding Op 23 maart 2021 besloten wij om uw raad voor te stellen een principebesluit te nemen voor het project UWDH op basis van het Stappenplan Grootschalig Grondverzet en om te starten met de voorbereiding van de bestemmingsplanprocedure. En daarbij te streven naar het starten van de procedure van het voorontwerpbestemmingsplan voor de zomervakantie. Tijdens de raadsbehandeling op 20 mei 2021 nam uw raad een amendement aan ten aanzien van drie onderwerpen: geohydrologie (kwel- en wegzijgingsneutrale uitvoering), vermijden uitloging schadelijke milieu-hygiënische stoffen (voormalig speciedepot) en stikstof. Ten aanzien van die onderwerpen is nader onderzoek verricht, waarmee maximaal invulling is gegeven aan het amendement. Vanwege de gewenste zorgvuldigheid heeft dit consequenties gehad voor de planning en kon het bestemmingsplan niet voor de zomer in procedure worden gebracht. Inmiddels is het voorontwerpbestemmingsplan gereed en besloten wij om de procedure van inspraak en vooroverleg te starten. 3. Beoogd effect Het bestemmingsplan legt de planologisch-juridische kaders vast waarbinnen de realisatie van het project kan plaatsvinden. 4.

Informatie Ten aanzien van de in het op 20 mei 2021 aangenomen amendement hebben wij het volgende overwogen: 1.1 Door het treffen van mitigerende maatregelen zijn geohydrologische effecten teruggebracht tot een maatschappelijk en beleidsmatig aanvaardbaar niveau. Uw raad heeft in het amendement uitgesproken dat realisatie niet mag leiden kwel- en/of wegzijgingseffecten. Voor zover die effecten wel optreden dienen deze te worden gecompenseerd, waarbij de kosten en risico's voor de initiatiefnemer zijn. Naar aanleiding hiervan is door de initiatiefnemer nader onderzoek verricht. In dit onderzoek is ingegaan op zowel de “natte” als “droge” effecten van de nieuwe inrichtingsmaatregelen, evenals de mitigerende maatregelen en restrisico’s. Om de effecten aan de natte kant (kwel binnendijks) tegen te gaan wordt een kleilaag aangebracht in de voorgestelde nevengeulen en andere ontgravingen. Daarmee is dit restrisico gereduceerd tot nihil.

Alphen - Altforst

- Appeltern

- Beneden-Leeuwen - Boven-Leeuwen - Dreumel

- Maasbommel - Wamel

Ten aanzien van eventuele verdrogingseffecten (wegzijging) blijft een beperkt restrisico aanwezig. Dit risico is echter verwaarloosbaar klein. Het treffen van aanvullende mitigerende maatregelen is hierbij niet effectief of zinvol. Daarmee zijn de aanwezige restrisico's maximaal onderzocht en ondervangen. Ten aanzien van het resterende risico worden een adequate (schade)regeling opgenomen in de te sluiten realisatieovereenkomst. 1.2 Door het treffen van enkele beheersmaatregelen heeft de realisatie van het project geen negatieve gevolgen voor het buiten het plangebied gelegen voormalig speciedepot. Uw raad heeft in het amendement uitgesproken dat effecten als gevolg van realisatie van het project UWDH op een buiten het plangebied gelegen voormalig speciedepot dienen te worden voorkomen. Daarom is door de initiatiefnemer nader onderzoek verricht naar de hydrologische effecten van de voorgenomen geul bij Dreumel in de nabijheid van het voormalig speciedepot. De conclusies van dit onderzoek geven inzicht in twee zaken: a. Mogelijke (extra) uitloging en daarmee verspreiding van stoffen door de aan te leggen geul; b. Mogelijk effect van de geul op de werking en stabiliteit van de leikade en depot. Door het treffen van enkele beheersmaatregelen worden mogelijke negatieve effecten weggenomen.

De geul zal dan ook geen effect hebben op de werking en stabiliteit van de leikade en het depot. Aanvullend hieraan wordt voorgesteld om naar de toekomst de grondwaterkwaliteit rondom het depot te blijven monitoren. Dit valt formeel buiten de scope van het project UWDH en betreft een aangelegenheid tussen het bevoegd gezag (Rijkswaterstaat) en de eigenaar van het depot. Deze aanbeveling zal wel als zodanig worden opgenomen in de planMER. 1.3 Een onafhankelijke review door bureau BOOT in opdracht van de gemeente bevestigt dat ten aanzien van de geohydrologische situatie en het speciedepot voldoende zorgvuldig onderzoek is verricht en maatregelen worden getroffen. Bureau BOOT heeft in opdracht van de gemeente een onafhankelijke review uitgevoerd op de door de initiatiefnemers aangeleverde onderzoeken ten aanzien van de geohydrologische situatie en het voormalig speciedepot. Deze review bevestigt dat voldoende zorgvuldig onderzoek is gedaan. BOOT verwacht dat, na aanvullend onderzoek en de uitvoering van de UWDH volgens de algemene aanpak voor de verschillende deelgebieden en vervolgstappen, er geen grotere negatieve gevolgen optreden in de geohydrologische situatie. Daarnaast onderschrijft BOOT de bevindingen en aanbevelingen ten aanzien van het voormalig speciedepot.

1.4 Advies van de Omgevingsdienst Rivierenland bevestigt dat het plan geen beperkingen oplevert voor toekomstige binnendijkse ontwikkelingen op het gebied van stikstof. Het plangebied van het project UWDH is aangewezen als Natura2000 gebied. Een Natura2000 gebied heeft een uitstralende werking. In een Natura2000 gebied kan stikstofgevoelige natuur beperkend zijn voor nieuwe ontwikkelingen elders (binnendijks). In het definitief ontwerp voor de UWDH komt nieuwe stikstofgevoelige natuur. De realisatie van deze nieuwe stikstofgevoelige natuur kan gevolgen hebben (beperkend zijn) voor uitbreiding van bestaande bedrijven of nieuwe (woningbouw)ontwikkelingen in de toekomst in de omgeving van het projectgebied. Dus in de dorpen Wamel en Dreumel. Uit onderzoek is gebleken dat het project niet zorgt voor extra beperkingen ten opzichte van de huidige situatie. Daarnaast is gebleken dat er door het beheersplan voor de UWDH minder kans is op spontane natuurontwikkeling. Ook spontane natuurontwikkeling binnen een Natura2000 gebied kan stikstofgevoelig zijn en kan een beperking vormen voor toekomstige ontwikkelingen. Het beheersplan voor de UWDH voorkomt spontane (stikstofgevoelige) natuurontwikkeling en voorkomt daarmee ongewenste beperkingen in de toekomst (positief voor toekomstige ontwikkelingen binnendijks).

De Omgevingsdienst Rivierenland heeft inmiddels een positief advies uitgebracht op dit onderdeel. 5. Kanttekeningen 1.1 Er blijft sprake van restrisico's bij de realisatie van het project UWDH De conclusie op basis van de door bureau BOOT uitgevoerde review is dat de gehanteerde werkwijze van modelleren, effect-, risico- en maatregelenbenadering degelijk zijn uitgevoerd. En dat de gehanteerde werkwijze juist is. Het restrisico voor de kwelintensiteit bij Wamel is voldoende gemitigeerd. Door onvermijdbare modelnauwkeurigheden is een risico voor met name de ontwatering van de Viaductenbuurt in Wamel niet volledig uit te sluiten. Wel wordt dit risico als nihil beschouwd.

De droogteproblematiek kan niet door het nemen van maatregelen worden voorkomen, ook niet door het aanbrengen van een dikkere kleilaag in de geulbodem. Maatregelen vanuit de huidige (geo)hydrologische situatie rondom Wamel zijn allen beschouwd. Geen enkele maatregel heeft extra positief effect op de droogtebestrijding. Daarmee is de conclusie dat bovenop de autonome ontwikkelingen extra negatieve effecten optreden die voornamelijk invloed hebben op de bebouwing. Deze effecten zijn niet te voorkomen. De berekende invloeden in worst-case zijn 10mm in 30 jaar extra t.o.v. autonome zettingen tussen de 30 en 90 mm in 30 jaar. De hiermee potentieel samenhangende risico's en kosten zullen privaatrechtelijk worden afgedekt in de nog te sluiten realisatieovereenkomst. 6. Financiën In het kader van de planologische procedure sluiten wij met de initiatiefnemers een realisatieovereenkomst. In de realisatieovereenkomst worden afspraken gemaakt over o.a. de kosten, beheer en onderhoud en eventuele (plan)schade. Zodat de risico’s en de kosten voor de gemeente zijn afgedekt. Burgemeester en wethouders van West Maas en Waal,

P.G. (Perry) Arissen gemeentesecretaris

V.M. (Vincent) van Neerbos burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10480863/1