CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

6.1 Concept-besluitenlijst Vergadering AB ODR 5 juli 2021

Gemeenteraad 16 september 2021, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: c. Ingekomen stukken Gemeenschappelijke Regelingen2.911 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vergadering Datum Tijd Locatie

: : : :

Algemeen Bestuur 5 juli 2021 15:00-16:30 ODR, J.S. de Jongplein 2 4001 WG Tiel

Aanwezig

: Dhr. Zondag (Zaltbommel, voorzitter), dhr. Van den Hurk (Buren), mevr. Wichgers (Culemborg), dhr. De Vreede (Maasdriel), dhr. Van Wolfswinkel (Neder-Betuwe), dhr. Groen (Tiel), mevr. Klein-de Jong (West Betuwe), dhr. Cruijsen (West Maas en Waal), dhr. Schipper (ODR, secretaris), de heer Dijkstra (ODR) en mevr. Van Egmond (ODR, notulen).

Afwezig

: Dhr. Van der Meer (Provincie Gelderland).

Punt 01

Omschrijving Opening en vaststellen agenda

02

Besluitenlijst vergadering 14 december 2020 Ingekomen post en mededelingen

03

Mevr. Van Egmond meldt bij aanvang dat zij de opname van de vergadering start. Het AB stelt de agenda vast. Het AB stelt de besluitenlijst van de vergadering van 14 december 2020 ongewijzigd vast. 1. Ingekomen post a. Brief Ministerie BZK d.d. 2 december 2020: Het AB neemt kennis van de mededeling dat is voldaan aan de termijn voor vaststelling en inzending van de jaarstukken en begroting; b.

Brief VNG d.d. 6 december 2020 m.b.t. financiering kennisplatform veehouderij en humane gezondheid: Het AB neemt kennis van de brief en stemt in met de mededeling die, in overleg met de voorzitter, op 1 februari 2021 reeds aan de VNG is gedaan en waarbij is aangegeven, dat dit een onderwerp is dat de VNG rechtstreeks met de gemeenten moet regelen;

c.

Brief gemeente Buren d.d. 14 januari 2021 m.b.t. motie grip op uitgaven gemeenschappelijke regelingen: Het AB neemt kennis van de inhoud van de brief en besluit de brief te betrekken bij de behandeling van agendapunt 10, de Programmabegroting 2020.

2. Mondelinge mededelingen Het AB neemt kennis van de in de vergadering gedane mondelinge mededelingen waaronder: a. Tijdelijke waarneming i.v.m. vertrek directeur: De secretaris geeft aan dat de heer Dijkstra, volgens de huidige afspraken, de taken van de secretaris en directeur, na zijn vertrek tijdelijk zal overnemen. In dat kader is de heer Dijkstra vandaag ook bij de vergadering aanwezig. b.

Gebruik maken van optie om het contract met de accountant met twee jaar te verlengen: De voorzitter vertelt, dat in 2019 na een aanbestedingsprocedure een contract van twee jaar met de accountant is gesloten. Daarbij is een optie opgenomen tot verlening voor de boekjaren 2021 en 2022. Het AB heeft destijds mandaat verleend om deze gunning, namens het AB, te doen. Omdat de ODR tevreden is over de dienstverlening van de accountant, wordt voorgesteld om gebruik te maken van deze optie tot verlengen. De voorzitter stelt vast, dat het AB instemt met de verlenging. Pagina 1 van 6

04

Stukken ter kennisname

Het AB neemt kennis van de volgende stukken: a. Managementrapportage ODR 1e trimester 2021; De secretaris licht toe, dat er het eerste half jaar van 2021 een enorme toename van aanvragen is geweest. Dit heeft invloed op de werkvoorraad van de vergunningverleners maar ook op die van de adviseurs en juristen. Het aantal fte aan vergunningverleners is opgehoogd, van 35 fte vorig jaar naar 50 fte op dit moment. De toename van de aanvragen heeft echter wel invloed gehad op de afhandelingstermijnen. Het is goed om rekening te houden met de genoemde omstandigheden als er signalen komen over de dienstverlening. Op dit moment lijkt het er op, dat er een stabilisatie in het aantal ontvangen aanvragen optreedt. Normaal gesproken heeft een vergunningverlener ongeveer 20 zaken in behandeling. Dit is door de toename opgelopen tot wel 40 zaken per medewerker. Op dit moment bedraagt de voorraad per medewerker ongeveer 25 tot 30 zaken. Door juridische procedures na de vergunningverlening, loopt de hoge werkdruk en langere afhandelingstermijnen bij de juridische afdeling en bij advies langer door. Deze dienstverlening zal de komende periode nog onder druk blijven staan. Dhr. Cruijsen merkt op, dat hij begrip heeft voor de situatie zoals die wordt beschreven.

Hij wijst er echter wel op, dat hij signalen krijgt dat het vaak zo is dat net één of twee dagen voor het aflopen van een termijn een vraag komt om nadere stukken in te dienen. Door het verzoek om aanvullende gegevens duurt het dan weer langer voor er een besluit wordt genomen. Hij vraagt zich af of dit niet anders kan. De secretaris geeft aan, dat dit in principe inderdaad geen goede werkwijze is en dat dit zo veel mogelijk zou moeten worden voorkomen. Er is echter geen andere manier om te verhinderen dat er vergunningen van rechtswege worden verleend. Dhr. Cruijsen vraagt of het niet mogelijk is om dit op een andere wijze te doen, bijvoorbeeld door een aanvraag later in behandeling te nemen. De secretaris antwoordt, dat dit niet kan omdat de termijn van een aanvraag gaat lopen op het moment dat de aanvraag is ingediend. Daarnaast is er sprake van fatale termijnen. Dit betekent dat indien er niet tijdig gereageerd wordt, een vergunning van rechtswege is verleend. Als er tijdig om aanvullende gegevens wordt gevraagd, wordt dit voorkomen. Gelet op de grote werkvoorraad, wordt er daarom op dit moment gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Dit dient uiteraard zoveel mogelijk te worden voorkomen, dit is ook zeker de wens van de medewerkers. Vandaar dat de formatie fors is uitgebreid. Mevr.

Klein-de Jong vraagt of de omvang van de werkvoorraad gevolgen heeft voor de kwaliteit van de afhandeling. De secretaris antwoordt, dat de kwaliteit in een aantal gevallen helaas inderdaad minder goed is geweest. Dit komt tot uitdrukking in de juridische procedures. Om dit goed te kunnen monitoren is een kwaliteitscontroleur aangesteld. Het AB neemt voor het overige kennis van de Managementsrapportage ODR 1e trimester 2021. b. Jaarverslag klachtafhandeling 2020; Het AB neemt kennis van het jaarverslag. c.

Notitie voor het BOGO m.b.t. uitstel Omgevingswet en bestuurlijke toelichting onderzoek structurele effecten Omgevingswet; De secretaris licht toe, dat het bestuurlijk opdrachtgeversoverleg hierover geïnformeerd is vanuit de opdrachtgeversrol. In het DB is besloten, dat de ODR samen met de gemeentelijke projectleiders een brief voor de gemeenten opstellen waarin wordt aangegeven welke acties en besluiten er in het kader van de voorbereiding nog door de gemeenten moeten worden genomen. Dhr. De Vreede geeft aan, dat dit voorstel tot het opstellen van een brief ook in het bestuurlijk opdrachtgeversoverleg is besproken en hier is mee ingestemd. Het AB neemt voor het overige kennis van de notities.

Pagina 2 van 6

d. Notitie financiële gevolgen Omgevingswet, Wet kwaliteitsborging bouwen en bodemtaken De secretaris geeft aan, dat in deze notitie de gevolgen van de nieuwe wetgeving samengebracht zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om het feit dat er meer werkzaamheden verricht gaan worden als een gemeente meer inzet op participatie, maar er verdwijnen ook taken. Het financiële effect voor de ODR is in zijn geheel gezien te verwaarlozen maar belangrijk is ook wat er gaat gebeuren bij de overdracht van de bodemtaken en de vraag of daar een financiële compensatie voor wordt gegeven. Op basis van de cijfers die er nu liggen, is de ODR in staat om een financieel nadeel op te vangen omdat er sprake is van een personele flexibele schil. Dhr. Cruijsen merkt op, dat het heffen van leges voor vooroverleg of milieutaken effect heeft. De secretaris antwoordt dat dit inderdaad zo is, maar dat is een keus van de gemeente, daar kan de ODR in de berekeningen niet op vooruitlopen. Dhr. De Vreede geeft aan, dat in het bestuurlijk opdrachtgeversoverleg is afgesproken dat er een brief voor de gemeenten wordt opgesteld over deze keuzes die te maken zijn. Het AB neemt de notitie voor het overige voor kennisgeving aan, waarbij dhr. Cruijsen opmerkt dat het van belang is rekening te houden met hetgeen hierover zojuist is gezegd en dat het streven moet zijn om zoveel als mogelijk is gezamenlijk op te trekken.

Voorkomen moet worden dat een vooroverleg in de ene gemeente bijna gratis is en dat er in een andere gemeente flinke kosten voor in rekening worden gebracht. e. Notitie toezicht en handhaving complexe bedrijven. De voorzitter geeft aan, dat over dit voorstel vorige week tijdens het overleg van de voorzitters consensus is bereikt. Mevr. Klein-de Jong vraagt hoe het zit met de verrekening binnen de ODR. De secretaris antwoordt, dat er nu al gewerkt wordt met een programma “complexe bedrijven”. Waarschijnlijk is het mogelijk om het daar uit te halen en op die wijze te financieren. 05

Rapport “om de leefomgeving” van de commissie Van Aartsen

De voorzitter geeft aan, dat de ontvangen reacties vorige week in het DB zijn besproken. De reacties geven geen aanleiding om het standpunt te herzien en de voorzitter heeft tijdens het overleg met de voorzitters van het Gelders Stelsel op 29 juni aangegeven dat het DB zich kan vinden in de concept-reactie zoals die m.b.t. het rapport is opgesteld. In het DB is afgesproken, dat er, namens het DB, nog een bericht naar de deelnemers wordt verzonden waarin is aangegeven welke reacties er zijn ontvangen, wat hiermee gedaan is en hoe het uiteindelijke standpunt luidt. De voorzitter vertelt, dat er tijdens dit overleg nog gesproken is over de telefonische aankondiging van de heer Jan Markink van de provincie Gelderland dat er een onderzoek op basis van artikel 217a van de Provinciewet bij de omgevingsdiensten zal worden uitgevoerd. Het lijkt er echter op, dat de insteek van het onderzoek breder is dan hetgeen waarvoor zo’n onderzoek kan worden ingezet. Een onderzoek o.b.v. artikel 217a betreft een onderzoek naar rechtmatigheid. De provincie wekt de indruk dat er nu een brede evaluatie wordt uitgevoerd over het functioneren van het Gelders Stelsel. Als dit de bedoeling is, dan moet hiervoor een andere procedure worden gevolgd en kan zo’n evaluatie niet eenzijdig door de provincie op basis van artikel 217a van de Provinciewet worden opgestart.

Op 6 juli wordt hierover door Gedeputeerde Staten overleg gevoerd. Het advies is om de uitkomst van dit overleg af te wachten. Het AB neemt kennis van: 1. het rapport “om de leefomgeving” van de commissie Van Aartsen; 2. de reacties die zijn ingebracht m.b.t. het voorgenomen standpunt van het DB; 3. het definitieve standpunt van het DB.

Pagina 3 van 6

06

Productenboek

Dhr. Van Wolfswinkel vraagt in hoeverre deze versie van het Productenboek voldoet aan de bepalingen van de Omgevingswet. De secretaris antwoordt, dat het document voldoet aan de wetgeving zoals die nu bekend is. Vandaar dat is aangegeven dat als er nog wijzigingen in de wet komen, het Productenboek, indien nodig, wordt aangepast. Dhr. De Vreede vraagt of het klopt dat het huidige Productenboek doorloopt tot 1 juli volgend jaar en dat het nieuwe Productenboek in werking treedt als de Omgevingswet van kracht wordt. De secretaris antwoordt, dat dit inderdaad het voorstel is. Het nieuwe Productenboek is echter van belang om bijvoorbeeld de werkprogramma’s te kunnen opstellen en om de medewerkers als voorbereiding te kunnen laten oefenen daarom wordt het nu ter besluitvorming aangeboden. Mevr. Klein-de Jong vraagt of het huidige Productenboek na 1 juli 2022 wordt doorgezet als de Omgevingswet nogmaals wordt uitgesteld. De secretaris bevestigt dit. Hij stelt daarom voor om bij de besluitvorming een extra beslispunt hierover op te nemen. De voorzitter stelt vast, dat het AB instemt met het voorstel over het Productenboek waarbij er, gelet op hetgeen besproken is, een extra beslispunt aan het voorstel wordt toegevoegd over de inwerkingtreding van het nieuwe Productenboek. Het AB: 1. stelt het Productenboek 2022 Omgevingsdienst Rivierenland vast; 2.

besluit dat dit Productenboek van toepassing wordt, op de datum dat de Omgevingswet in werking treedt.

07

Zienswijzen op ontwerp Jaarstukken 2020, voorstel resultaatbestemming en Programmabegroting 2022.

De secretaris geeft aan, dat in het toegestuurde overzicht met zienswijzen en de daarop door het DB beschreven reacties, na toezending aan het AB, één wijziging is aangebracht. Dit heeft te maken met de definitieve zienswijze van de gemeente West Betuwe. Deze definitieve zienswijze is ontvangen na verzending van het opgestelde overzicht. In de definitieve versie van de zienswijze is de opmerking over de verbetering van de kwaliteit van dienstverlening met nadruk op persoonlijk contact en schriftelijke communicatie aangescherpt ten opzichte van de concept-zienswijze. Dit heeft geleid tot een aanpassing van de reactie vanuit het bestuur hierop in die zin dat is aangegeven, dat de ODR met de portefeuillehouder van de gemeente in gesprek gaat om de specifieke wensen van de gemeente te operationaliseren. Eerder zijn bijvoorbeeld al klanttevredenheidsonderzoeken uitgevoerd en de brieven aangepast naar B1 niveau. Mevr. Klein-de Jong zegt dat de aanscherping in de definitieve zienswijze op uitdrukkelijk verzoek van de raad is gebeurd naar aanleiding van enkele recente zaken binnen de gemeente.

Het AB neemt kennis van de ingebrachte zienswijzen op de ontwerp Jaarstukken 2020, voorstel resultaatbestemming en de Programmabegroting 2022 en de schriftelijke reactie van het DB daarop waarbij de recente, mondeling toegelichte, aanpassing naar aanleiding van de definitieve zienswijze van de gemeente West Betuwe is meegenomen.

08

Jaarstukken 2020

Het AB: 1. stelt de voorliggende jaarstukken 2020 van de Omgevingsdienst Rivierenland vast; 2. neemt het accountantsverslag 2020 van de accountant voor kennisgeving aan.

09

Resultaatbestemming jaarrekening 2020

Het AB besluit het resultaat van de jaarrekening 2020 als volgt te bestemmen: 1. Een bedrag van € 191.000 beschikbaar te stellen voor bodeminformatie; 2. Het restant rekeningresultaat ter hoogte van € 1.078.227 uit te keren aan de deelnemers conform voorgestelde verdeling.

Pagina 4 van 6

10

Programmabegroting 2022

De secretaris verwijst naar de ingekomen brief van de gemeente Buren van 14 januari 2021. Hij geeft aan, dat de ODR er altijd naar streeft om zo efficiënt mogelijk te werken. Hij verwijst naar de voorgestelde besparing in de begroting en het voorstel voor besteding van het jaarrekeningresultaat waardoor extra efficiency wordt gerealiseerd. De overhead is overigens, dit blijkt ook uit een vergelijking met andere organisaties, al heel laag. Daar zit dan ook geen ruimte om te bezuinigen. Als de gemeente Buren toch wil besparen, dan is het mogelijk dat de gemeente minder producten afneemt. Het is dan aan de gemeente om hierin een keus te maken. Jaarlijks kan er binnen het werkprogramma door een deelnemer 2,5% bespaard worden zonder dat er sprake is van frictiekosten. Een dergelijke situatie heeft eerder bij de gemeente Maasdriel gespeeld. Dhr. Van den Hurk geeft aan, dat het een algemene brief is, die op verzoek van de gemeenteraad naar alle gemeenschappelijke regelingen is verstuurd. Hij leest in het overzicht van de ingediende zienswijzen, dat er enkele gemeenten zijn die de oproep aan de ODR om te bezuinigen steunen. Omdat het een algemene brief is, is er nog niet specifiek in aangegeven wat er van de gemeenschappelijke regelingen wordt verwacht. Dit is ook afhankelijk van de wijze waarop de gemeenschappelijke regelingen op de brief reageren.

Op dit moment lopen de kosten voor de ODR in de gemeente Buren enorm op door enkele handhavingszaken. De gemeente gaat kritisch kijken hoe er met deze uren en kosten moet worden omgegaan. Mevr. Klein-de Jong merkt op, dat de gemeente een taakstellende opdracht kan geven maar bij handhaving is dat meestal lastig. Mevr. Wichgers geeft aan, dat zij zich afvraagt wat de strekking van de motie nu precies is en wat de vermindering van 2% van Buren voor de overige deelnemers betekent. Er zijn ook gemeenten die alleen vragen om de werkzaamheden zo goedkoop mogelijk uit te voeren. Dhr. Van den Hurk antwoordt, dat deze brief op verzoek van de raad is verstuurd naar alle gemeenschappelijke regelingen. Het is aan de gemeenschappelijke regelingen om te kijken hoe hier mee wordt omgegaan. De voorzitter benadrukt dat het niet mogelijk is de besparingen te vinden in de overhead omdat die, zoals ook aangegeven door de secretaris, al veel lager ligt in vergelijking met andere organisaties. Het AB besluit: 1. De begroting van lasten en baten op de programma’s voor het jaar 2022 vast te stellen; 2. De meerjarenbegroting 2023-2025 voor kennisgeving aan te nemen.

11

Procedure nieuwe directeur

De voorzitter vertelt, dat voor deze procedure externe ondersteuning is ingehuurd bij bureau Zeelenberg. Er wordt nu een profiel opgesteld waarbij aan veel mensen input wordt gevraagd. Op 15 juli staan, onder leiding van bureau Zeelenberg, verschillende gesprekken gepland. Het DB is vorige week al om input voor het profiel gevraagd. Het DB heeft vorige week ook besloten om in deze vergadering af te stemmen wie er namens het AB in de selectie- en in de adviescommissie wil deelnemen. Het AB besluit, dat de voorzitter en mevr. Klein-de Jong plaatsnemen in de selectiecommissie, mevr. Wichgers neemt deel aan adviescommissie.

12

Rondvraag

Dhr. De Vreede geeft aan, dat in het bestuurlijk opdrachtgeversoverleg is afgesproken, dat er een korte samenvatting wordt opgesteld over het rapport “handhaven in het duister, de aanpak van milieucriminaliteit en –overtredingen” dat onlangs door de Rekenkamer is uitgebracht . Dhr. Cruijsen vraagt of meer gemeenten zich herkennen in de situatie dat als er medewerking wordt verleend aan de realisatie van een meergeneratiewoning, waarbij het niet nodig is om het bestemmingsplan aan te passen, er toch hoge kosten in rekening worden gebracht voor een bodemonderzoek. Dhr. Dijkstra geeft aan, dat het hierbij waarschijnlijk gaat om een toepassing van het bodembeleid dat recent is geactualiseerd. De voorzitter stelt voor dat er, via het ambtelijk opdrachtgeversoverleg, een notitie wordt opgesteld over de toepassing van deze regels. Pagina 5 van 6

De secretaris geeft aan dat, zoals bij aanvang van de vergadering is opgemerkt, deze vergadering is opgenomen en dat deze opname via de website van de ODR beschikbaar wordt gesteld voor belangstellenden. 13

Sluiting

De voorzitter gaat over tot sluiting van de vergadering

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10449897/2