CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

5.1 Review onderzoek granuliet over de Maas (deel1-2)

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: a. Ingekomen stukken college en raadscommissies/werkgroepen27.379 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS Eindrapport

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

16 APRIL 2021

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING

6

1

INLEIDING

7

1.1

De opdracht

7

1.2

Het project Over de Maas

8

1.3

Leeswijzer

10

2

3

4

5

6

ONDERZOEKSVRAGEN EN NADERE AFBAKENING

11

2.1

Onderzoeksvragen

11

2.2

Nadere afbakening

11

2.2.1

Vergunningen en aanvullende afspraken

11

2.2.2

Milieuhygiënische kwaliteitsaanduidingen

13

WAT IS GRANULIET?

14

3.1

Herkomst gesteenten

14

3.2

Productieproces

14

ONDERZOEKSSTRATEGIE, VERIFICATIE- EN PRAKTIJKONDERZOEK

17

4.1

Onderzoeksstappen

17

4.2

Conceptueel model

17

4.3

Praktijkonderzoek en veldwerkzaamheden

20

WAAR IS GRANULIET TOEGEPAST IN ODM?

23

5.1

Informatiebronnen

23

5.2

Moleneindse Waard

24

5.2.1

Hoeveelheden

24

5.2.2

Reconstructie lokalisering granuliet

25

5.2.3

Controle lokalisering granuliet Moleneindse Waard

25

5.3

Westplas

26

5.3.1

Hoeveelheden

26

5.3.2

Reconstructie lokalisering granuliet

27

5.3.3

Controle lokalisering granuliet Westplas

29

5.4

Conclusies reconstructie granuliet

30

MILIEUHYGIËNISCHE KWALITEIT GRANULIET

31

6.1

Inleiding

31

6.2

Controle resultaten kwaliteitsbewaking granuliet

31

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

3 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

7

8

9

6.2.1

Externe kwaliteitsbewaking (audits certificeringsinstelling)

31

6.2.2

Interne kwaliteitsbewaking GIB

32

6.3

Beunschipbemonsteringen granuliet

34

6.4

Boringen waterbodem Westplas en landtongen Moleneindse Waard

36

6.4.1

Monstername, selectie en analyseprogramma granuliet

36

6.4.2

Beoordeling fysische eigenschappen (is het granuliet?)

38

6.4.3

Milieuhygiënische beoordeling

40

6.5

Analyse flocculant

43

6.6

Conclusies beoordeling milieuhygiënische kwaliteit

43

WATER- EN SEDIMENTTRANSPORT

44

7.1

Grondwaterstroming

44

7.1.1

Bodemopbouw

44

7.1.2

Grondwaterstanden en stroming

44

7.2

Stroming oppervlaktewater

48

7.2.1

Stroming tijdens ontgronding en verondieping

48

7.2.2

Stroming in eindsituatie

50

7.3

Erosie en sedimenttransport

52

7.3.1

Erosie tijdens ontgronding en verondieping

52

7.3.2

Erosie in eindsituatie

54

7.4

Conclusies Transport

55

WATERKWALITEIT

57

8.1

Uitloging granuliet

57

8.1.1

Beschrijving gesteenten

57

8.1.2

Onderzoek uitloging acrylamide

57

8.1.3

Uitloging barium

58

8.2

Oppervlaktewater

59

8.2.1

Monsternamelocaties

59

8.2.2

Analyseresultaten

59

8.3

Grondwater

60

8.3.1

Monsternamelocaties

60

8.3.2

Analyseresultaten

60

8.4

Transport en chemische reacties

61

8.5

Conclusies waterkwaliteit

62

ECOLOGISCHE EFFECTEN GRANULIET

63

9.1

Effecten op soorten

63

9.1.1

Stofconcentraties

63

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

4 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

9.1.2

Bioassays

64

9.2

Effecten op het ecosysteem

66

9.3

Conclusies ecologie

68

10 CONCLUSIES EN ANTWOORDEN

69

10.1

Conclusies

69

10.2

Antwoord onderzoeksvragen

70

BIJLAGENRAPPORT (SEPARAAT)

72

COLOFON

73

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

5 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

SAMENVATTING In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft Arcadis een review-onderzoek uitgevoerd van de milieuhygiënische kwaliteit en mogelijke effecten van de toepassing en de geschiktheid van granuliet in het project Over de Maas. In dit project wordt sinds 2010 zand en grind gewonnen. De daardoor ontstane plassen zijn gedeeltelijk verondiept met granuliet en andere grond. De verondieping is onderdeel van de inrichting voor natuur en wordt gevolgd door natuurontwikkeling. Ten tijde van het onderzoek is het werk in de Westplas nog in uitvoering. De aanleg van de Moleneindse Waard is afgerond. Het onderzoek is uitgevoerd in beide plassen. Opzet review-onderzoek In eerdere onderzoeken is op basis van beschikbare documenten geconcludeerd dat granuliet een goede milieuhygiënische kwaliteit bezit en voldoet aan het Besluit Bodemkwaliteit. Deze review neemt niet alleen kennis van deze onderzoeken en documenten, er is bovenal een onafhankelijk praktijkonderzoek uitgevoerd, waarbij: • monsters zijn genomen en geanalyseerd van: • granuliet in beunschepen; • bodem in de plassen waarin granuliet is toegepast; • grond- en oppervlaktewater. • Bioassays zijn uitgevoerd naar de mogelijke effecten van granuliet op testorganismen.

• Studies zijn verricht naar het transport van grondwater, oppervlaktewater en sediment, met het oog op de mogelijke verspreiding van verontreinigende stoffen uit granuliet en granuliet zelf. Conclusies De toepassing van granuliet in Over de Maas heeft geen negatieve effecten voor mens en milieu tijdens de uitvoering of in de eindsituatie. Granuliet bestaat hoofdzakelijk uit het fijne gruis dat vrijkomt bij het breken van gesteenten uit groeves in Noorwegen en Schotland. Daarnaast bevat het ongeveer 0,01% (w/w) anionisch polyacrylamide (flocculant). Op basis van de onafhankelijk uitgevoerde analyses en kritische beoordeling van de kwaliteitsbewaking van de productcertificering wordt geconcludeerd dat granuliet valt in de milieuhygiënische klasse achtergrondwaarde (AW). Dat is de schoonste klasse die in Nederland aan grond wordt toegekend. Het granuliet blijkt zeer constant van samenstelling en er is geen relevant verschil gevonden tussen vers geproduceerd granuliet of granuliet dat al bijna 5 jaar geleden is toegepast onder de afdeklaag van de Moleneindse Waard. In geen enkel monster van granuliet in de bemonsterde beunschepen en waterbodem, of van grond- en oppervlaktewater is acrylamide aangetroffen. Daarbij is gemeten met een zo laag mogelijke detectiegrens, op locaties waar de kans op aantreffen het grootst is.

De concentraties barium in granuliet fluctueren, maar hebben een natuurlijke oorsprong. Ook de concentraties barium in grond- en oppervlaktewater fluctueren, waarbij opvalt dat de gemiddelde concentraties barium in het grondwater van de achterliggende polder van nature hoger zijn dan die in de Westplas en Moleneindse Waard. De gemeten concentraties in en onder de plassen hebben geen effect op de ecologie. Granuliet bezit AW-kwaliteit en is daarmee toegestaan voor alle bodemtoepassingen, ook leef- of toplagen. Granuliet laat in bioassays geen oversterfte zien van testorganismen, maar wel een langzamere groei en ontwikkeling dan in referentiemateriaal bij een van de testorganismes. Dit signaal van de bioassays betekent niet per se een relevant effect, maar zou kunnen betekenen dat granuliet mogelijk minder geschikt is als drager voor specifieke ecosystemen of natuurdoeltypen. Voor veel toepassingen worden hieraan echter geen eisen gesteld. In Over de Maas wordt granuliet afgedekt. Hierdoor speelt granuliet als drager voor het ecosysteem geen rol. De onderzoeken naar de verspreiding van stoffen uit granuliet laten zien dat de concentraties van deze stoffen (waaronder barium) vergelijkbaar zijn met de achtergrondconcentraties in Maas of grondwater en oppervlaktewater. Erosie van granuliet zal zich niet voordoen.

De geringe hoeveelheid die vrijkomt in de vorm van vertroebeling tijdens lossen zal zich mengen met de overige grond- en baggerspeciestromen of natuurlijke sedimentatie, en geen effect hebben op de natuurdoelen.

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

6 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

1

INLEIDING

1.1

De opdracht

In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft Arcadis Nederland B.V. in de periode augustus 2020 tot maart 2021 een review-onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke effecten van de toepassing van granuliet in het zandwin- en natuurontwikkelingsproject ‘Over de Maas’. Het reviewonderzoek is aangekondigd in de brief aan de Tweede Kamer (5 en 31 maart 2020) van de staatsecretaris, en is onder meer het gevolg van vragen van omwonenden en de gemeente West Maas en Waal.

Doel Het doel van het review-onderzoek is als volgt verwoord in de opdrachtomschrijving van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat “Review-onderzoek toepassing Granuliet in Over de Maas” (Bijlage bij Tweede Kamer der Staten-Generaal, vergaderjaar 2019-2020, 30 015, nr 64): “…inzicht in “(1) de milieu-hygiënische effecten van de toepassing van granuliet in het project Over de Maas… en (2) de (on)bruikbaarheid van granuliet voor de verondieping van de plas in relatie tot de beleidsmatig of wettelijk vastgelegde doelen van het project Over de Maas.” Bij deze doelen zijn 9 onderzoeksvragen geformuleerd, die een nadere invulling geven van deze 2 doelen. Deze onderzoeksvragen zijn opgenomen in hoofdstuk 2. Het eerste doel is vooral toegespitst op de milieuhygiënische kwaliteit van het toegepaste granuliet en de mogelijke milieuhygiënische effecten. Hierbij wordt met name gedoeld op de mogelijke aanwezigheid en verspreiding van verontreinigende stoffen. Voor de beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit en effecten moeten alle relevante stoffen worden onderzocht. Daaraan toegevoegd zijn twee aandachtspunten; barium en de gebruikte flocculant (Ecopure P1715/polyacrylamide) en eventuele omzettingsproducten (acrylamide).

De tweede doelstelling ((on)bruikbaarheid granuliet) is vooral gericht op de geschiktheid van de toepassing van granuliet, gelet op het bereiken van de vastgelegde natuurdoelen, en of mogelijk sprake is van effecten op het ecosysteem. Voor het bepalen van de eco(toxico)logische risico’s van granuliet zijn in de opdrachtomschrijving bioassays opgenomen. De conclusies en antwoorden op de onderzoeksvragen worden gegeven in hoofdstuk 10.

Buiten de scope Het review-onderzoek of effectenstudie richt zich alleen op de toepassing van granuliet. De toepassing van andere materialen in Over de Maas, en de effecten daarvan, zijn geen onderdeel van dit review-onderzoek. Ook de toepassing van granuliet op andere locaties of voor andere doeleinden is geen onderdeel van het review-onderzoek. Het onderzoek heeft niet als doel om nut en noodzaak van het totale project of het verondiepen in algemene zin bij Over de Maas te evalueren. Evenmin is het een evaluatie van het totale beleid en het wettelijk kader voor het ontgronden en verondiepen van diepe plassen.

Karakter en werkwijze op hoofdlijnen Dit review-onderzoek heeft het karakter van een effectenstudie. Het is een combinatie van feitelijk onafhankelijk onderzoek, dat is uitgevoerd in het veld en laboratorium, en op informatie die is verstrekt door derden. Deze informatie is telkens grondig beoordeeld en gecontroleerd. Het onderzoek is stapsgewijs ingericht: • Tijdens het vooronderzoek is een literatuuronderzoek uitgevoerd en is nagegaan waar en hoeveel granuliet is toegepast. Bestaande onderzoeken zijn bestudeerd en de natuurdoelen in beeld gebracht. Op basis van een conceptueel model of schets van de locatie is een strategie opgezet voor het veld- en laboratoriumonderzoek, ook wel verificatie en praktijkonderzoek genoemd (zie hoofdstuk 4).

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

7 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

• •

De bouwstenen uit het vooronderzoek zijn in dit eindrapport overgenomen en/of in de bijlagen van dit eindrapport verwerkt. In de periode van oktober 2020 t/m maart 2021 is het verificatie en het praktijkonderzoek uitgevoerd. Daarbij zijn bemonsteringen in het veld en van beunschepen uitgevoerd en milieuhygiënische analyses ingezet. Tot halverwege maart 2021 zijn bioassays uitgevoerd op granulietmonsters. In maart 2021 zijn de onderzoeksresultaten geïntegreerd, en samengebracht in dit eindrapport.

De voortgang is periodiek besproken met een klankbordgroep waarin medewerkers van de gemeente West Maas en Waal, de provincie Gelderland, Rijkswaterstaat en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat deelnemen.

1.2

Het project Over de Maas

In de uiterwaarden langs de Maas tussen Alphen en Dreumel is het omvangrijke delfstoffenwinnings- en natuurontwikkelingsproject “Over de Maas” in uitvoering. Na de voorbereiding en het beschikbaar komen van de vergunningen is in 2010 gestart met de uitvoering van het project (inclusief winning van zand en grind). Het plangebied van dit project omvat het ‘Gat van Van Deursen’, de ‘Moleneindse Waard’ en de ‘Westplas’ (zie afbeelding 1.1). Voor het begin van het project was alleen het Gat van Van Deursen aanwezig. De Moleneindse Waard en de Westplas zijn ontstaan door de zandwinning. De Grote Wetering mondt via de Alphense Uitvliet uit in de Westplas. De Westplas is nog in uitvoering, de Moleneindse Waard en het Gat van Van Deursen zijn inmiddels gereed en opgeleverd.

Afbeelding 1.1 Overzicht plangebied Over de Maas.

Doel van het project Over de Maas Doel van het project is de winning van delfstoffen (industriezand, grind, ophoogzand en klei) en de ontwikkeling van nieuwe riviergebonden natuur. Daarnaast is sprake van de volgende nevendoelstellingen: • Rivierverruiming ten behoeve van verbetering hoogwaterveiligheid. • Extensief recreatieve openstelling van het gebied. • Het voeren van duurzaam extensief beheer na inrichting.

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

8 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

In afbeelding 1.2 is de schets van de eindsituatie met de beheerzonering van het plangebied uit het beheerplan weergegeven.

Afbeelding 1.2 Eindsituatie, met de beheerzonering van het plangebied na afronding van de werkzaamheden en oplevering van het project Over de Maas (beheerplan Over de Maas, Landschap partners, 2009)

Zand- en grindwinning Bij het proces van zandwinning worden hogedruk jets ingezet om het te winnen bodemmateriaal los te spuiten om het vervolgens op te kunnen zuigen. In combinatie met de winning vindt verwerking van het bodemmateriaal in een klasseerinstallatie op de plas plaats. Een deel van de fijnste fractie wordt aan het eind van het klasseerproces weer geloosd met het transport- en proceswater. Deze lozing en het losspuiten veroorzaken een bepaalde mate aan vertroebeling in de plas tijdens de winning.

Verondieping of aanvulling plassen Verondieping met grond en baggerspecie (reconstructiematerialen) van de plassen binnen het plangebied van project Over de Maas vindt plaats als een grootschalige bodemtoepassing. Binnen de kaders van het Besluit bodemkwaliteit is een grootschalige toepassing, een toepassing waarin een grote hoeveelheid grond en/of baggerspecie nuttig wordt toegepast. Bij een grootschalige bodemtoepassing (GBT) wordt een kern en een afdeklaag (leeflaag) onderscheiden. In de kern mag een partij toe te passen grond de Maximale Waarden voor de klasse industrie niet overschrijden en baggerspecie mag de Interventiewaarden voor waterbodems niet overschrijden. De afdeklaag dient minimaal 0,5 meter dik te zijn met een milieuhygiënische kwaliteit die voldoet aan de omgevingskwaliteit. In het geval van Over de Maas is granuliet toegepast in de kern van de GBT, en zijn aanvullende afspraken gemaakt over bijvoorbeeld de dikte van de deklaag in de Westplas (3 m). De set aanvullende afspraken wordt toegelicht in hoofdstuk 2.

Planning In 2017 zijn de herinrichtingswerkzaamheden in de Moleneindse Waard afgerond. De herinrichting van het gat van Van Deursen is op basis van informatie van Over de Maas CV al in een eerder stadium afgerond. De ontgrondingsactiviteiten en inrichtingsverplichtingen in de Westplas moeten op basis van de vergunningen (kader ontgrondingenwet en Waterwet) uitvoeringstechnisch, op 31 december 2021 zijn voltooid.

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

9 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

1.3

Leeswijzer

Dit eindrapport is een integratie van een serie deelonderzoeken. Deze integratie is gestructureerd volgens onderzoeksaspecten zoals: milieuhygiënische kwaliteit granuliet, transport, waterkwaliteit en ecologie. Elk van deze aspecten is gebaseerd op gegevens uit meerdere deelonderzoeken. De onderzoeksaspecten worden gepresenteerd in de hiernavolgende hoofdstukken. De deelonderzoeken zijn opgenomen in het bijlagenrapport. De 9 onderzoeksvragen die zijn gesteld in de opdrachtomschrijving zijn opgenomen in hoofdstuk 2. Ze corresponderen niet 1 op 1 met de onderzoeksaspecten. Sommige onderzoeksaspecten bevatten meerdere onderzoeksvragen, en het kan ook zo zijn dat het antwoord op één onderzoeksvraag leunt op meerdere onderzoeksaspecten. De beantwoording van de onderzoeksvragen vindt daarom plaats bij de integratie van de resultaten in hoofdstuk 10. In hoofdstuk 2 wordt ook het kader van het onderzoek nader afgebakend met betrekking tot relevante vergunningsvoorwaarden en nadere afspraken. In hoofdstuk 3 wordt toegelicht wat granuliet is. Waar komt het vandaan, en hoe wordt het geproduceerd? In hoofdstuk 4 wordt op basis van een conceptueel model de onderzoeksstrategie toegelicht. In het conceptueel model is de grondwater- en oppervlaktewaterstroming geschematiseerd en de mogelijke verspreiding van stoffen inzichtelijk gemaakt.

Dit vormt de basis voor de keuze van bemonsteringslocaties en milieuhygiënische analyses. In dit hoofdstuk is toegelicht op welke locaties de diverse deelonderzoeken zijn uitgevoerd. De reconstructie van de toepassing van granuliet is uitgebreid toegelicht in hoofdstuk 5; waar en hoeveel granuliet is toegepast, en klopt de verstrekte informatie? De laatste vraag is beantwoord aan de hand van steekproefsgewijze boringen in de waterbodem. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de concentraties stoffen en de samenstelling van granuliet in beunschepen, waterbodem en boringen. Daarmee ontstaat inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van granuliet. De stroming van grond- en oppervlaktewater en erosie is beschreven in hoofdstuk 7: Transport. Eventuele verontreinigende stoffen zullen zich immers verspreiden met de waterstroming of het sediment. Bovendien wordt ingegaan op de vraag of mogelijk erosie optreedt van granuliet. De kwaliteit van grond- en oppervlaktewater en de relevante chemische processen die zich daarin afspelen worden besproken in hoofdstuk 8: Waterkwaliteit en chemie. Daarin wordt bijvoorbeeld uitgebreid stilgestaan bij het gedrag van barium in dit bodem-watersysteem. In hoofdstuk 9 worden de uitgevoerde bioassays besproken en of de toepassing van granuliet effecten heeft op het ecosysteem en de natuurdoelen.

Tenslotte volgen in hoofdstuk 10 de conclusies en de antwoorden op de onderzoeksvragen.

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

10 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

2

ONDERZOEKSVRAGEN EN NADERE AFBAKENING

2.1

Onderzoeksvragen

De hoofdvragen, “Treden er milieueffecten op als gevolg van de toepassing van granuliet in Over de Maas, en is granuliet geschikt voor de verondieping?” zijn nader gespecificeerd in 9 onderzoeksvragen. Deze 9 vragen vormen de basis van het onderzoek dat op de locatie Over de Maas is uitgevoerd.

Onderzoeksvragen 1. Waar is het granuliet toegepast binnen het vullichaam/de plas? 2. Wat is de milieuhygiënische kwaliteit van het granuliet? 3. Zijn er milieuhygiënisch relevante verschillen tussen de kwaliteit van het granuliet dat reeds is toegepast in het project (bemonstering huidige waterbodem) en het granuliet dat nog wordt toegepast (bemonstering enkele beunschepen)? 4. Wat zijn de milieuhygiënische effecten van het granuliet op de kwaliteit van waterbodem, oppervlaktewater, grondwater? 5. Zijn er effecten te verwachten op het ecosysteem (flora en fauna)? 6. Zijn er effecten te verwachten tijdens de fase van toepassing van granuliet, en zijn hier vervolgens blijvende effecten van te verwachten? 7. Zijn er effecten van de toepassing van het granuliet die in de weg staan van het bereiken van de formeel vastgelegde natuurdoelen en/of gezondheidseffecten voor de mens te verwachten? 8. Heeft de natuurlijke dynamiek van het riviersysteem en/of de geohydrologische situatie invloed op de mogelijke verspreiding (uitloging) van mogelijke aangetoonde stoffen in het granuliet?

9. Heeft de natuurlijke dynamiek van het riviersysteem invloed op een proces van erosie tijdens de toepassing en in de eindsituatie?

2.2

Nadere afbakening

Is granuliet grond? Dit review-onderzoek richt zich nadrukkelijk niet op de vraag of granuliet moet worden gedefinieerd als grond. De besluitvorming en lopende procedures hebben dan ook geen relatie met dit review-onderzoek. Voor een beschouwing van de mogelijke effecten of bruikbaarheid is de definitie minder relevant. In het huidige wettelijk kader wordt granuliet gekwalificeerd als grond. Daarom wordt er in dit reviewonderzoek vanuit gegaan dat granuliet kan worden omschreven als grond.

2.2.1

Vergunningen en aanvullende afspraken

Dit review-onderzoek vindt plaats binnen het kader dat is vastgelegd door de plannen, verleende vergunningen en aanvullende afspraken. Deze kunnen allen invloed hebben op de wijze waarop effecten moeten of kunnen worden getoetst, en of toetsing nodig is.

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

11 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

Plannen In relatie tot de plannen zijn de volgende stukken geraadpleegd, die mede ten grondslag hebben gelegen aan de voorbereiding van projectgebied Over de Maas: • Streekplan Gelderland 2005. • Milieueffectrapport (MER)/strategische milieubeoordeling (SMB) ‘Zandwin- en natuurontwikkelingsplan Over de Maas’ inclusief aanvullingen. • Plan-MER Structuurplan Over de Maas. • Bestemmingsplan Over de Maas.

Vergunningen Ontgrondingsvergunning Op 22 mei 2008 is door/namens Over de Maas CV een aanvraag tot verlening van een ontgrondingsvergunning aangevraagd. Het terrein wordt tijdens de ontgronding ingericht als natuur. Na herinrichting ontstaat ca 72 hectare diep water en ca 205 hectare natuur. Op 18 maart 2009 is door de Gedeputeerde Staten van Gelderland een beschikking afgegeven waarin is besloten vergunning te verlenen voor het ontgronden. In de ontgrondingsvergunning zijn voorschriften opgenomen ten aanzien van peilingen en monitoring. Vanuit de ontgrondingsvergunning is een eis tot verplichting voor het opstellen van een beheerplan opgenomen. In het kader van dit voorschrift is in juli 2009 een beheerplan opgesteld (Landschap partners – juli 2009). Tot heden zijn 6 wijzigingen van de vergunning aangevraagd en goedgekeurd. Watervergunning (voorheen Wet beheer rijkswaterstaatswerken, Wbr) Op 29 mei 2008 is door Over de Maas CV een aanvraag voor een vergunning in het kader van de Wet Beheer Rijkswaterstaatswerken ingediend. In deze aanvraag zijn onder andere het beleidskader, de planbeschrijving, het uitvoeringsproces en de resultaten van het uitgevoerde rivierkundig onderzoek beschreven. Op 12 januari 2009 is de vergunning door Rijkswaterstaat verleend. De Wbr voor het ‘waterdeel’ is op 22 december 2009 vervangen door de Waterwet.

In de vergunning zijn geen concrete voorschriften met betrekking tot vertroebeling in de plas(sen) geformuleerd in de bouwfase (tijdelijke situatie). Dit geldt ook voor de uitstroomopening(en) van de plas naar de Maas. Volledigheidshalve is dit geverifieerd en bevestigd door de bestuursstaf van Rijkswaterstaat. Onverlet geldt de zorgplicht van Over de Maas CV. In 2013, 2016 en 2018 zijn wijzigingen op de Watervergunning (Waterwet) ingediend en verleend.

Aanvullende afspraken (2018) Verondieping met grond en baggerspecie (reconstructiematerialen) van de plassen binnen het plangebied van project Over de Maas vindt plaats als een grootschalige bodemtoepassing (GBT). Binnen de kaders van het Besluit bodemkwaliteit is een grootschalige toepassing, een toepassing waarin een grote hoeveelheid grond en/of baggerspecie nuttig wordt toegepast. In relatie tot de plassen binnen Over de Maas mag in de kern van de GBT een partij toe te passen grond, de Maximale Waarden voor de klasse industrie niet overschrijden. Voor een partij toe te passen baggerspecie mag de interventiewaarden voor waterbodems niet worden overschreden. Bij het gemeentelijke bestemmingsplan Over de Maas is in 2008 een planovereenkomst gesloten tussen gemeente en Over de Maas CV. In een minnelijk overleg tussen gemeente west Maas en Waal en Over de Maas CV in 2018 zijn (aanvullende) afspraken overeengekomen tussen de partijen. Deze afspraken tussen de partijen zijn bij verlenging van de planovereenkomst als bijlage hiervan, in een addendum, vastgelegd en verwerkt in een communicatieplan d.d. 7 mei 2018. Het communicatieplan bevat openbare informatie over de gemaakte afspraken en achtergrond daarvan. Hierin is met betrekking tot de toepassing van extern aangevoerd reconstructiemateriaal opgenomen: • •

Functionele toepassing toegestaan: het toepassen van reconstructiemateriaal van buiten het gebied, dat voldoet aan de eisen zoals gesteld in het Besluit bodemkwaliteit, mag functioneel volgens het Besluit Bodemkwaliteit worden toegepast als GBT in deelgebied Over de Maas. Hoeveelheid: van de 11.000.000 m3 toe te passen reconstructiemateriaal ten behoeve van de eindinrichting, zal maximaal 50% (5.500.000 m3) mogen bestaan uit van buiten het gebied aangevoerd bodemmateriaal.

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

12 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

•

• •

Samenstelling: 50% extern aangevoerd reconstructiemateriaal: • Dit mag voor 65% uit waterbodem klasse B baggerspecie en/of landbodem klasse industrie bestaan dit is maximaal 3.575.000 m3. • De overige 35% van het extern aangevoerde bodemmateriaal moet uit waterbodem klasse A baggerspecie en/of landbodem klasse wonen of schoner bestaan, dat is maximaal 1.925.000 m3. • De overige 50% reconstructiemateriaal bestaat uit ophoogzand uit het gebied zelf, zijnde 5.500.000 m3. Kwaliteit: de gemiddelde kwaliteit van de toegepaste grondstromen op het moment dat het project gereed is en aan de gemeente wordt overgedragen blijft onder het (toekomstige) herverontreinigingsniveau van de Maas, er is geen sprake van toenemende verontreiniging. Afdek(contact)laag: in plaats van de voor een GBT voorgeschreven afdeklaag van 0,5 meter wordt een afdeklaag van 3 meter aangebracht met klasse A, of schoner.

2.2.2

Milieuhygiënische kwaliteitsaanduidingen

Bij de toetsing en beoordeling van grond worden in dit rapport de kwaliteitsaanduidingen gebruikt uit de Regeling Bodemkwaliteit. Achtergrondwaarden: Deze zijn vastgesteld op basis van de gehalten aan stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Klasse wonen en industrie: dit betreffen kwaliteitsaanduidingen gekoppeld aan normwaarden voor stoffen in grond of baggerspecie voor toepassing op of in bodem, waarbij klasse wonen van betere kwaliteit is dan klasse industrie. Klasse A en B: dit betreffen kwaliteitsaanduidingen gekoppeld aan normwaarden voor stoffen in grond of baggerspecie voor toepassing in oppervlaktewater, waarbij klasse A van betere kwaliteit is dan klasse B. Interventiewaarden: milieuhygiënisch kwaliteitsniveau waar bij overschrijding sprake is van potentiële ernstige vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft. De klassen wonen, industrie, klasse A en B betreffen kwaliteitsaanduidingen van grond of baggerspecie tussen voornoemde achtergrondwaarden en interventiewaarden. Toepassing van grond of baggerspecie met stoffen boven de interventiewaarde is binnen generieke kaders (zoals dat geldt voor projectgebied Over de Maas) van het Besluit bodemkwaliteit niet toegestaan.

De interventiewaarden zoals die voor stoffen gelden zijn grotendeels op risico’s gebaseerd.

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

13 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

3

WAT IS GRANULIET?

Granuliet bestaat uit de fijne fracties die vrijkomen bij het breken van gesteenten tot grind en stenen, die bijvoorbeeld worden gebruikt als grondstof voor de weg- en betonindustrie. Deze fijne fracties worden gemengd teruggewonnen uit het processpoelwater met behulp van een zogenaamde flocculant. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de herkomst van de gesteenten en het productieproces van granuliet.

3.1

Herkomst gesteenten

Graniet Import Benelux (GIB) importeert steen uit twee groeves; metazandsteen/metagrauwacke (ook Bestone® genoemd) uit Bremanger in Noorwegen en granodioriet uit Glensanda in Schotland. Het betreft een zogeheten halffabricaat uit deze groeves, bestaande uit gebroken gesteente tot ca 180 mm grootte. Het gebroken gesteente wordt met zeeschepen naar GIB in Amsterdam vervoerd. De aanvoer uit zowel Schotland als Noorwegen vindt doorlopend plaats (gemiddeld 1 zeeschip per week). Het gesteente wordt bij GIB verwerkt tot verschillende producten, met verschillende korrelgroottes. De fijnste fracties (granuliet) worden toegepast in de grond-, weg- en waterbouw en als toeslagmateriaal in de keramische industrie (bakstenen en dakpannen).

Afbeelding 3.1 Bremanger steengroeve, Noorwegen (links) Glensanda steengroeve, Schotland (rechts) Het gesteente afkomstig uit Schotland wordt bij GIB gescheiden van het gesteente uit Noorwegen opgeslagen en verwerkt op de terminal. Van de totale aanvoer van ca 3-4 miljoen ton per jaar in de afgelopen 5 jaar is het aandeel uit Glensanda circa 32% (+/- 4%) en het aandeel uit Bremanger ca. 68% (+/-4%). Hieruit kan worden afgeleid dat de verdeling van de gesteenten uit Glensanda en Bremanger relatief constant is.

3.2

Productieproces

De bewerkingen die door GIB aan de geïmporteerde gesteenten worden uitgevoerd betreffen breken, scheiden en wassen. Hierbij worden verschillende fracties afgescheiden. Bij het breken en zeven van de steen in de installaties wordt het gruis met water uit zand, grind en stenen verwijderd. Dat gruis wordt uit het spoelwater gehaald en het water wordt opnieuw gebruikt.

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

14 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

Productie granuliet In afbeelding 3.2 is het proces diagram van het productieproces van granuliet weergegeven.

Afbeelding 3.2 Proces diagram productie granuliet (Bron: GIB) De procesbeschrijving is gebaseerd op door GIB verstrekte informatie. Arcadis heeft op 17 november 2020 in overleg met GIB een locatiebezoek (Amerikahaven 2, Amsterdam) verricht en onderstaande processtappen in uitvoering gezien. De fijnste fracties die vrijkomen bij de voornoemde bewerkingen worden nat gezeefd. Het waswater met de fijne steenfractie wordt vervolgens gecycloneerd, waarbij zand van ca 63 μm tot ca 0.5-1 mm uit het waswater wordt gehaald. Het resterende waswater met de kleinste steenfractie (<63 μm) wordt verder bezonken tot granuliet. De slurry (het waswater + fractie <63 μm) afkomstig uit de diverse breekzeefinstallaties wordt verzameld (gemengd) in de decanter. Hier bezinkt de slurry met behulp van een flocculant. De vaste stof concentreert zich op de bodem van de decanter. Het water wordt aan de bovenkant afgetapt naar het waterbassin. Dit waterbassin is de waterbuffer ten behoeve van het wassen van de stenen op de verschillende zeefinstallaties. Aan de onderkant van de decanter wordt door de decanterpomp het granuliet weggepompt naar de silo’s. Het vochtgehalte is hierbij ca 50%. Vervolgens persen de hoofdpompen 1 en 2 de ‘granuliet-50%’ naar de filterkamerpersen. Pomp 1 voedt filterkamerpersen 1 t/m 3, pomp 2 voedt persen 4 en 5 (e.e.a. afhankelijk van de vooraf ingegeven instellingen).

De filterkamerpersen persen de ‘granuliet-50%’ tot regulier granuliet met een vochtgehalte van ca 20-25% (m/m). Het uitgeperste water wordt weer toegevoegd aan het waterbassin. Het granuliet wordt vervolgens op de terminal opgeslagen. Tijdens het opslaan daalt het watergehalte verder tot ca 20% of lager (m/m) na enkele maanden (Deltares, 2019). Het gebruikte water wordt gerecycled in het proces. Het tekort aan water wordt aangevuld met drinkwater. In afbeelding 3.3 is de jaarproductie granuliet (natte stof) over de periode 2014 t/m 2019 weergegeven (opgave GIB). Hieruit volgt dat de jaarproductie gemiddeld ca. 350.000 ton/jaar bedraagt. Volgens opgave van GIB wordt daarbij per jaar ca. 200.000-250.000 m3 drinkwater verbruikt. Er vindt door GIB geen lozing of afvoer van (afval)water plaats via het riool.

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

15 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

Flocculant In het productieproces van granuliet wordt een flocculant (polyacrylamide - Ecopure P-1715) toegevoegd. Dit betreft een anionische poly-elektroliet. Hierdoor klonteren de deeltjes samen en bezinken ze sneller. Andere stoffen worden niet aan het gebroken materiaal toegevoegd. De hoeveelheid gedoseerde flocculant wordt bepaald afhankelijk van het aantal breek-zeefinstallaties die in bedrijf zijn. Per breek-zeefinstallatie staat de geproduceerde hoeveelheid steen vast, waarmee een directe relatie ontstaat tussen het aantal in bedrijf zijnde breek-zeefinstallaties en de benodigde hoeveelheid flocculant. De dosering is bijvoorbeeld tussen de 55% en 65% (% van maximum dosering) als er 4 breekzeefinstallaties draaien. Bij 5 installaties wordt deze instelwaarde tussen de 70%-80%. Binnen deze marges wordt in de procesvoering gevarieerd. Dit wordt door GIB bepaald door met een visuele check waarbij de bezinksnelheid van een monster uit de decanter wordt beoordeeld. Dosering buiten de aangegeven marges is binnen de werkvoorschriften van GIB in relatie tot de procesvoering niet toegestaan, waarmee overdosering wordt beheerst. De instelwaardes zijn door GIB opgesteld in samenwerking met adviseurs van de leverancier, waarbij proeven zijn gedaan om de bezinksnelheid te beoordelen en de hoeveelheid actieve flocculant in het bovenstaande water te minimaliseren.

Flocculant wordt alleen gebruikt bij de productie van granuliet. De gemiddelde dosering komt volgens opgave van GIB neer op ca 1:10.000 (m/m, flocculant/granuliet), dit is 100 ppm (parts per million), oftewel 100 mg/kg (natte stof). Omgerekend naar droge stof (bij 25% vocht), komt dit neer op circa 130 mg/kg d.s. In afbeelding 3.3 is de opgave van het jaarverbruik van flocculant en de hoeveelheid geproduceerd granuliet over de periode 2014 t/m 2019 overgenomen. Hieruit kan worden afgeleid dat het jaarverbruik van flocculant in een vrij constante verhouding staat tot de hoeveelheid geproduceerd granuliet.

jaarproductie granuliet en verbruik flocculant Verbruik flocculant

400000

45

350000

39,5 40 35

300000

34,5

34,5

34,5

30

250000

32,3

30 25

200000

20

150000

15

100000

10

50000 0

5 2014

2015

2016

2017

2018

2019

verbruik flocculant [ton]

productie granuliet [ton]

productie granuliet

0

Afbeelding 3.3: jaarproductie granuliet en verbruik flocculant (Bron: GIB)

Opslag en verwerking Het granuliet wordt door GIB tijdelijk in depot opgeslagen op de eigen productielocatie aan de Amerikahaven 2 in Amsterdam. Hier bevinden zich beladingsmogelijkheden voor grote en kleinere binnenvaartschepen. De ligduur in depot hangt volgens opgave van GIB af van de productie en de afzet. Normaliter wordt volgens GIB elk jaar de volledige productie afgezet. Volgens opgave van GIB is vanaf april 2018 stagnatie in de afzet van granuliet opgetreden en zijn de voorraden tot oktober 2019 opgelopen. GIB beschikt ook over een opslaglocatie van granuliet in de Zanzibarhaven in Amsterdam.

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

16 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

4

ONDERZOEKSSTRATEGIE, VERIFICATIE- EN PRAKTIJKONDERZOEK

4.1

Onderzoeksstappen

Het onderzoek naar granuliet in het plangebied van project Over de Maas is stapsgewijs ingericht om antwoord te kunnen geven op de 9 onderzoeksvragen die door de betrokken partijen gesteld zijn. De volgende stappen zijn doorlopen: • Vooronderzoek, bestaande uit een reconstructie en literatuuronderzoek. • Verificatie- en praktijkonderzoek naar de kwaliteit en de mogelijke effecten van het granuliet. • Eindrapportage. Tijdens het vooronderzoek is de onderzoeksstrategie opgezet aan de hand van een helder conceptueel model. Aan de hand daarvan zijn het verificatieonderzoek en praktijkonderzoek vormgegeven. Er zijn concrete metingen uitgevoerd in het project Over de Maas (ODM), waarmee de gestelde onderzoeksvragen kunnen worden beantwoord. Omdat de resultaten van zowel verificatieonderzoek als het praktijkonderzoek worden gebruikt om de gestelde onderzoeksvragen te beantwoorden, worden in dit eindrapport het verificatie- en praktijkonderzoek geïntegreerd gerapporteerd. Hieronder wordt allereerst een schets gegeven van de processen in en om de plassen van ODM (het conceptueel model). Vervolgens wordt ingegaan op het uitgevoerde veldwerk voor het verificatie- en praktijkonderzoek.

4.2

Conceptueel model

Een conceptueel site model (CSM) is een vereenvoudigde beschrijving en visualisatie van potentiële verontreinigingsbronnen, verspreidingsroutes en potentiële risico’s (receptoren). Ook de onzekerheden met betrekking tot de onderzoeksvragen en zaken die nader uitgezocht moeten worden hierin behandeld. Het conceptueel model is opgezet om inzicht te verschaffen in de relevante processen en handelingen in relatie tot het plangebied van project Over de Maas, en om te bepalen op welke plaatsen aanvullende metingen of informatie nodig zijn. Om de stroming, verspreidingsroutes en effecten weer te kunnen geven is een (vereenvoudigde) dwarsdoorsnede van het plangebied gemaakt (zie afbeelding 4.2). Dit betreft de huidige situatie. Er wordt hier nadrukkelijk ingegaan op de toepassing en de effecten van het granuliet zelf. De effecten van de zandwinning, verondieping en andere toegepaste (gebiedseigen) grond en baggerspecie vallen buiten de onderzochte scope, maar kunnen invloed hebben op het wel of niet kunnen trekken van conclusies. Indien dit het geval is, dan wordt dit duidelijk gemeld. De dwarsdoorsnede met de vereenvoudigde weergave van stroming, verspreidingsroutes en effecten is niet genomen langs een rechte lijn, maar zoals weergegeven in afbeelding 4.1.

In deze aangepaste doorsnede kunnen de verschillen in waterhoogtes van de plassen en de Maas beter worden geïllustreerd zoals die bestaan tijdens de aanleg van de Westplas en de uitvoering van het praktijkonderzoek.

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

17 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

Afbeelding 4.1 Ligging dwarsdoorsnede A-A’ ten behoeve van het conceptueel model.

Afbeelding 4.2 CSM huidige situatie, met de Westplas in uitvoering links en de Moleneindse Waard op definitief peil rechts.

De stroming van het water door het gebied loopt van rechts naar links, van de bovenstroomse Maas naar de Moleneindse waard en via de Westplas weer naar de benedenstroomse Maas. Ook vindt er instroom van grondwater uit de achterliggende polder plaats, mondt de Grote Wetering via de Alphense Uitvliet uit in de Westplas, en vindt er (grond- en oppervlaktewater)stroming naar de benedenstroomse Maas plaats.

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

18 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

Een gebied en plas in ontwikkeling De situatie in afbeelding 4.2 is een tijdelijke situatie van een operationele zandwinning en verondieping in de Westplas, op welke plaats op dat moment nog geen natuurdoelen gelden (anders dan zorgplicht). De natuurdoelen zijn opgesteld voor de eindsituatie van het project. Er kan in de tijdelijke situatie wel blootstelling van vissen, evertebrata (ongewervelde dieren) en planten plaatsvinden. Tijdens de uitvoering verandert de plas ook voortdurend van omvang, van niet bestaand tot maximaal tot eindsituatie. Het is daarom niet gebruikelijk om tussentijdse natuurdoelen te stellen. Moleneindse Waard De Moleneindse Waard is in 2014 tot en met 2016 ontgrond en vanaf 2016 verondiept met onder andere granuliet. Minder dan 10% van de verondieping heeft plaatsgevonden met granuliet, de overige 90% bestaat uit aangevoerd bodemmateriaal klasse AW en gebiedseigen grond. Dit percentage overige is inclusief de afdeklaag. De werkzaamheden aan de Moleneindse Waard hebben plaatsgevonden tot in de loop van 2017. Tijdens de aanleg van de Moleneindse Waard in 2014-2017 week de geohydrologische situatie af van de huidige situatie vanwege de invaartopening van de Moleneindse Waard bovenstrooms van de stuw van Lith. In 2016 was het waterpeil in de Moleneindse Waard hoger waardoor er infiltratie naar de polder plaatsvond.

Dit was echter een tijdelijk effect wat inmiddels volledig is opgeheven in de huidige situatie. De Moleneindse Waard is inmiddels afgerond en de invaaropening van de Maas naar de Moleneindse Waard is dichtgemaakt. De verbinding tussen de Westplas en de Moleneindse Waard is dicht, er is hierdoor geen oppervlaktewaterstroming van de Moleneindse Waard naar de Westplas. In de eindsituatie wordt de dijk van de huidige veerweg vervangen door een brug, hierdoor vindt een kleine instroom via de inlaat bij de Maas plaats en kan water vanuit de Moleneindse Waard via de overstort naar de Westplas stromen. Wel vindt er in de tijdelijke situatie in afbeelding 4.2 en de eindsituatie grondwaterstroming van de Moleneindse Waard naar de Westplas en de Maas plaats. Het waterpeil van de Moleneindse Waard wordt op 2,8 m +NAP gehouden, waardoor er water vanuit de Maas, via het grondwater naar de Moleneindse Waard stroomt. Ook stroomt er water via het grondwater van de Moleneindse Waard naar de Westplas (onder de veerweg door), en naar de benedenstroomse Maas. Vanuit de polder stroomt het grondwater naar beide plassen. Beide plassen draineren naar het oppervlaktewater, wat betekent dat er geen oppervlaktewater vanuit de plas naar het grondwater van de naastgelegen polder stroomt.

Voor de afronding van de Moleneindse Waard is een afdeklaag (leeflaag) van bodemmateriaal uit het eigen project opgebracht van minimaal 0,5 meter dik. Onder de afdeklaag zijn granuliet en overige van binnen en buiten het projectgebied afkomstige grondstromen toegepast. Het toegepaste granuliet in de Moleneindse Waard is ouder dan in de Westplas. Mocht er afbraak van het polyacrylamide hebben plaatsgevonden, waarbij theoretisch gezien acrylamide vrij zou kunnen komen, dan zou dit mogelijk in de Moleneindse Waard gemeten kunnen worden. Westplas In de Westplas zijn in de periode van de verondieping met granuliet, naast granuliet overige grondstromen toegepast. Het granuliet is aan de oostzijde van de Westplas toegepast (ten oosten van de met gebiedseigen bodemmateriaal opgespoten onderwaterdam). De hoeveelheid granuliet ten oosten van deze onderwaterdam en de verhouding met het ander bodemmateriaal varieert hier. De schepen met granuliet en overige grondstromen zijn op dezelfde loslocaties geleegd. Hierdoor ontstaat er gelaagdheid van grondstromen in het bodemprofiel. Ook zijn er deellocaties in de Westplas te onderscheiden waar op basis van ontvangen reconstructiegegevens, aaneengesloten lagen granuliet worden verwacht.

Door de grondwaterstroming vanuit het omliggende gebied richting de plas (door het aangebrachte bodemmateriaal heen) verplaatst grondwater vanuit granuliet zich richting de plas. De grondwaterstroming door het granuliet is lager dan door het omliggende overige bodemmateriaal vanwege de lagere doorlaatbaarheid van het granuliet. In de Westplas zal in de eindsituatie een afdeklaag van 3 meter aangelegd zijn. In de periode tussen 30 juni en 22 september 2020 is in het (uiterst) oostelijk deel van de Westplas de afdeklaag aangebracht (zie §5.3.2). Uit informatie van Over de Maas CV volgt dat hiervoor zand uit de Westplas op grote diepte is opgezogen en met een sproeiponton is aangebracht. Uit informatie van Over de Maas CV volgt dat de betreffende zandzuiger met sproeiponton na de zomerperiode in 2021 terugkomt om de rest van de afdeklaag aan te brengen. De natuurwaarden zullen zich na aanleg gaan herstellen vanuit het omliggende gebied. Blootstelling aan mogelijke verontreiniging vindt plaats via het oppervlaktewater, er vindt geen verspreiding naar het grondwater van de polder plaats. Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

19 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

Andere in- en uitgaande waterstromen in het projectgebied zijn het water van de Grote Wetering, wat via de Alphense Uitvliet naar de Westplas stroomt, en de bovenstroomse en benedenstroomse Maas.

4.3

Praktijkonderzoek en veldwerkzaamheden

Het praktijkonderzoek is erop gericht om relevante parameters te analyseren op die plekken waar op basis van het CSM deze stoffen aangetroffen zouden kunnen worden. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van een groot aantal monsterlocaties en een breed pakket aan te analyseren parameters en beproevingen.

Speciale aandacht acrylamide en barium Behalve barium ligt in dit onderzoek vooral de nadruk op polyacrylamide en acrylamide, vanwege de (mogelijke) aanwezigheid in het granuliet. Polyacrylamide is een polymeer dat niet kan worden geanalyseerd in veldmonsters. Daarom is gekeken naar het vrijkomen van acrylamide, wat wel met specifieke analyses gemeten kan worden. Polyacrylamide bindt sterk aan sediment. De verwachting is dat alle in het productieproces toegevoegde polyacrylamide aan granuliet is gebonden. Acrylamide is een goed oplosbare stof die niet of nauwelijks aan de bodem adsorbeert. Dit betekent dat het meetbaar is in de waterfase. Bovendien is de detectiegrens in water lager (0,1 µg/l) dan in grond (10 µg/kg).

Keuze meetlocaties en soort beproevingen Op basis van de waterstromen is het niet waarschijnlijk dat stoffen die mogelijk uitlogen uit het granuliet zich verplaatsen naar het grondwater in de binnendijkse polder. De waterstromen zijn zodanig, dat indien stoffen uitlogen, deze via het grond- en oppervlaktewater verplaatst worden naar het oppervlaktewater van de Westplas, de Moleneindse waard en uiteindelijk het benedenstroomse Maaswater. Er heeft bemonstering van het granuliet in beunschepen plaatsgevonden. Op verschillende locaties zijn van de waterbodem, het grondwater en oppervlaktewater monsters genomen ten behoeve van het onderzoek of zijn ter plaatse metingen uitgevoerd. In tabel 4.1 staat aangegeven welke onderzoeken op welke locatie zijn uitgevoerd. De nummers van de locaties verwijzen naar de nummers in figuur 4.3. De volgende soorten onderzoeken zijn uitgevoerd: • • • • • •

Onderzoek profilering waterbodem. Er is een pilot uitgevoerd met een subbottom profiler in de Westplas. Analyse milieuhygiënische samenstelling. Dit betreft een uitgebreid pakket van verontreinigingsparameters (inclusief barium) en acrylamide. Schudtesten acrylamide. In het vrijkomende water bij schudtesten kunnen op acrylamide en zware metalen met een lagere detectiegrens worden gemeten dan in grondmonsters. Fysische samenstelling/korrelgrootteverdeling. Ter ondersteuning van de zintuiglijke identificatie van granuliet en fysische isolatie van andere toegepaste grondstromen. Geochemie. Chemische analyses in waterbodem- en oppervlaktewater. De geochemische omstandigheden kunnen variëren met de diepte en hebben effect op o.a. de verschijningsvorm van barium. Bioassays. Screening op ecotoxiciteit door middel van de watervlo en/of de dansmug.

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

20 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

Afbeelding 4.3 Schematische weergave locaties monstername waterbodem (bruin) en oppervlaktewater/grondwater (blauw) en beunschepen granuliet (rood). Tabel 4.1. Veldwerkzaamheden met soort beproevingen

Nr.

Locatie

Milieuhygiënische kwaliteit

Fysische samenstelling

Schudtesten acrylamide

Geochemie

Bioassays

SBPmetingen

Gerapporteerd in bijlage

Granuliet beunschepen/ waterbodem Westplas en Moleneindse Waard 1

Bemonstering granuliet beunschepen (3x)

2

Waterbodem Westplas

3

Bemonstering Waterbodem Westplas

X

X

selectie

4

Bemonstering bodemprofiel landtongen Moleneindse Waard

X

X

selectie

5

Granuliet, waterbodem Westplas, en gebiedseigen klei voor bioassays

X

X

X

X

selectie

X

F, K, L

X

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

X

G H, K, L

J, K

X

L

21 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

Nr.

Locatie

Milieuhygiënische kwaliteit

Fysische samenstelling

Schudtesten acrylamide

Geochemie

Bioassays

SBPmetingen

Gerapporteerd in bijlage

Grondwater/oppervlaktewater

6

Oppervlaktewater tijdens lossen granuliet, tussen losponton en uitstroomopening Maas, Maas bovenstrooms en benedenstrooms

X

X

I

7

Oppervlaktewater boven waterbodem (meerdere diepten) Westplas – bij geen losactiviteiten

X

X

I

8

Oppervlaktewater boven waterbodem (meerdere diepten) Moleneindse Waard

X

X

I

9

Oppervlaktewater Grote Wetering

X

X

I

10

Grondwater omgeving

X

X

J

11

Grondwater landtongen Moleneindse Waard

X

X

J

De resultaten van bovenstaande onderzoeken zijn weergegeven in de hieronder opgesomde bijlagen, en gebruikt voor de evaluatie van de onderzoeksvragen in de volgende hoofdstukken. • Bijlage F: Partijkeuringen beunschip bemonsteringen granuliet • Bijlage G: Subbottom profiler – pilotproef Westplas • Bijlage H: Milieuhygiënisch waterbodemonderzoek Westplas • Bijlage I: Oppervlaktewateronderzoek • Bijlage J: Milieuhygiënisch grondwateronderzoek • Bijlage K: Schudproeven granulietmonsters en analyse flocculant • Bijlage L: Bioassays en natuurdoelen De verzamelde informatie in het veld is gecombineerd met de informatie die tijdens het vooronderzoek is verzameld. In de volgende hoofdstukken wordt deze informatie gebruikt voor de beantwoording van de onderzoeksvragen.

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

22 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

5

WAAR IS GRANULIET TOEGEPAST IN ODM?

5.1

Informatiebronnen

Binnen het projectgebied Over de Maas is granuliet toegepast in de Moleneindse Waard (2016) en in de Westplas (2019 en 2020). In het gat van Van Deursen is geen granuliet toegepast. De reconstructie van de hoeveelheden granuliet, overige grond en baggerspecie en locatie van de toepassing in de Westplas en Moleneindse Waard is gebaseerd op: • Peilgegevens, Over de Maas CV. • GPS-data loslocaties (alleen Westplas), Over de Maas CV. • Hoeveelheden registratie, Over de Maas CV. • Controlemetingen en proefboringen waterbodem en landtongen, Arcadis.

Peilgegevens ver(on)dieping plassen Het verrichten van deze peilingen is een voorschrift dat is opgenomen in de ontgrondingsvergunning. De peilingen met een boot (meetmethode multibeam) worden in opdracht van Over de Maas CV uitgevoerd door een onafhankelijk landmeetbureau. De meetmethode kent een hoge nauwkeurigheid (diepte afwijking in orde van grootte +/- 1 cm). Over de Maas CV heeft direct belang bij een hoge nauwkeurigheid van de meetmethode in verband met financiële verrekening van de gewonnen hoeveelheden zand. Dit wordt gebaseerd op deze peilgegevens.

GPS-data loslocaties De vrachtschepen die granuliet en overige grond en baggerspecie van buiten het projectgebied aanvoeren worden in hoofdzaak gelost vanaf een losponton in de plas. Het losponton is verankerd met spudpalen. Door Over de Maas CV worden met een GPS-systeem de loslocaties in de Westplas geregistreerd. Hierdoor worden de loslocaties binnen de tijdlijn dat verondieping met granuliet plaatsvindt nauwkeurig vastgelegd. In de Moleneindse Waard (2016) is deze techniek nog niet gebruikt. De registratie van de loslocaties is niet voorgeschreven in de vergunningen. Vanaf de losplaats kan het granuliet zich vervolgens zijwaarts begeven. Via een kraan worden de grondstromen (inclusief granuliet) vanuit het schip in een stortkoker gebracht. Deze koker reikt tot 3 meter onder de waterspiegel. De granuliet/grondstromen vloeien langs de hellingen naar beneden, en kunnen zich zo zijwaarts verplaatsen vanaf het losponten. Tijdens het geleidelijke vulproces van de plas wordt de locatie van het losponton regelmatig verplaatst.

Hoeveelhedenregistratie De in dit hoofdstuk opgenomen hoeveelheden toegepast gebiedsvreemd en gebiedseigen bodemmateriaal in de Moleneindse Waard en Westplas zijn gebaseerd op door Over de Maas CV aangeleverde gegevens. Ieder vrachtschip bezit begeleidingsformulieren waarin de hoeveelheden in tonnen zijn geregistreerd. Over de Maas CV heeft Brabob B.V. in de hand genomen om de administratie rondom de acceptatie en toepassing van partijen grond en baggerspecie uit te voeren. Bij de omrekening van de hoeveelheid granuliet van tonnen naar kubieke meters in de plas is daarbij een omrekeningsfactor gehanteerd, respectievelijk 1,8 (Moleneindse Waard) en 1,85 (Westplas).

Proefboringen Waterbodem Westplas en landtongen Moleneindse Waard In januari 2021 is in opdracht van Arcadis een waterbodemonderzoek uitgevoerd in het oostelijk deel van de Westplas. Binnen de Moleneindse Waard zijn boringen gezet ter plaatse van de landtongen. Het doel van deze onderzoeken is om steekproefsgewijs de aangeleverde reconstructiegegevens te controleren, en om het verwachte gelaagde aanvulpatroon van toegepaste grondstromen te bevestigen.

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

23 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

5.2

Moleneindse Waard

5.2.1

Hoeveelheden

Grondstromen met herkomst buiten het projectgebied In de periode van week 17 t/m 50 van 2016 is in totaal 121.667 ton (omgerekend 67.593 m3) granuliet per vrachtschip met herkomst GIB toegepast in de Moleneindse Waard. In afbeelding 5.1 is in staafdiagrammen per week de hoeveelheid toegepast granuliet en/of overige grond en baggerspecie weergegeven. De lijnen in de afbeelding geven cumulatief de hoeveelheden granuliet en overige grond en baggerspecie weer. Uit afbeelding 5.1 volgt dat in bovengenoemde periode naast granuliet ca. 120.000 m3 overige grond en baggerspecie met herkomst buiten het projectgebied is toegepast.

Afbeelding 5.1 Volume toegepast granuliet (blauw) en overige van buiten het projectgebied toegepaste grond en baggerspecie (geel) in de Moleneindse Waard

Grondstromen met herkomst projectgebied Over de Maas In 2016 zijn behalve de grondstromen van buiten het projectgebied, omvangrijke hoeveelheden bodemmateriaal toegepast met herkomst uit het projectgebied Over de Maas. In deze periode is gebiedseigen bovengrond toegepast die tijdelijk opgeslagen lag langs de dijk (naar schatting 300.000 m3). In 2016 heeft een reconstructiezuiger zand opgezogen uit het diepe deel van de Moleneindse Waard en in de herinrichting van de plas gespoten (minimaal 400.000 m3). Beide gebiedseigen grondstromen vormen samen het overgrote deel van het toegepaste volume in 2016. De aanvoer van grondstromen uit het eigen projectgebied zijn door Over de Maas CV niet meer per weeknummer te reproduceren. In de afdeklaag (dikte minimaal 0,5 m) zijn volgens opgave van de Over de Maas CV uitsluitend grondstromen uit het eigen project verwerkt (voornoemd opgezogen zand en gebiedseigen bovengrond).

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

24 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

Op basis van de volumebalans van in 2016 van buiten en van binnen het projectgebied toegepaste grondstromen wordt het volume aandeel granuliet binnen de gerealiseerde verondieping (reconstructie) van de Moleneindse Waard berekend op <10%.

5.2.2

Reconstructie lokalisering granuliet

In de Moleneindse Waard is in de periode van week 17 t/m 50 van 2016 granuliet toegepast. In deze plas zijn peilingen verricht voorafgaand, tijdens en na beëindiging van de aanvoer van granuliet. De hoogtekaarten van deze peilingen zijn opgenomen in bijlage E van het bijlagen rapport. Om de ver(on)dieping over deze periode te reconstrueren zijn de meetresultaten op basis van de peilingen van december 2016 ten opzichte van december 2015 over elkaar geplaatst. In afbeelding 5.2 zijn de verschillen in bodemhoogtes in de plas over deze periode weergegeven. Uit de afbeelding volgen de locaties waar netto ver(on)dieping binnen de plas heeft plaatsgevonden. De kleuren in de afbeelding duiden de pakketdikte (meters) van de ver(on)dieping. De verondieping is gerealiseerd met grondstromen met herkomst van binnen en buiten het projectgebied Over de Maas. Uit afbeelding 5.2 volgt dat in 2016 verondieping aan de zuid(oost)zijde van de Moleneindse Waard heeft plaatsgevonden. Uit het verschil tussen beide peilingen volgt dat de pakketdikte van de toegepaste grondstromen binnen de Moleneindse Waard varieert (maximaal ca. 12 meter). De verondieping is onder andere gerealiseerd met granuliet.

Afbeelding 5.2 Ver(on)dieping Moleneindse Waard december 2016 t.o.v. december 2015 (in meters, een positief getal betekent een verondieping in de betreffende periode) Medio 2017 zijn de herinrichtingswerkzaamheden in de Moleneindse Waard afgerond.

5.2.3

Controle lokalisering granuliet Moleneindse Waard

Binnen de Moleneindse Waard bevinden zich drie landtongen. Ter plaatse van deze landtongen heeft in 2016 verondieping plaatsgevonden. In het kader van dit review-onderzoek is op elke landtong een peilbuis geplaatst (3 peilbuizen). Dit om het bodemprofiel af te leiden en de kwaliteit van het grondwater te onderzoeken. In boring 103 (meest oostelijke landtong) is op basis van zintuiglijke waarnemingen granuliet herkend in het bodemtraject van 10 tot 12 m. Op basis van de resultaten van een zeefkromme analyse is het bodemmateriaal in dit traject geïdentificeerd als granuliet. In de twee boringen op de andere landtongen is visueel geen granuliet waargenomen.

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

25 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

De boorprofielen van de geplaatste peilbuizen en de identificatie van het granuliet in boring 103 is opgenomen in het grondwateronderzoek (bijlage J van het bijlagenrapport).

5.3

Westplas

5.3.1

Hoeveelheden

In de periode van week 44 van 2019 t/m week 39 van 2020 is in totaal 651.646 ton (omgerekend 352.242 m3) granuliet per vrachtschip met herkomst GIB toegepast in de Westplas. In week 44 t/m 50 van 2019 en in week 2 van 2020 is uitsluitend granuliet toegepast. Na deze periode is verhoudingsgewijs het aandeel granuliet binnen de totale externe aanvoer van grond en baggerspecie in de Westplas afgenomen. In 2020 is in week 46 het laatste vrachtschip granuliet toegepast geweest in de Westplas. In afbeelding 5.3 is in staafdiagrammen per week de hoeveelheid toegepast granuliet en/of overige grond en baggerspecie weergegeven. De lijnen in de afbeelding geven cumulatief de hoeveelheden granuliet en overige grond en baggerspecie weer. Uit afbeelding 5.3 volgt dat in bovengenoemde periode naast granuliet, een vergelijkbare hoeveelheid grond en baggerspecie (ca. 345.000 m3) met herkomst buiten het projectgebied is toegepast.

Afbeelding 5.3 Volume toegepast granuliet (blauw) en overige van buiten het projectgebied toegepaste grond en baggerspecie (geel) in de Westplas

Grondstromen met herkomst projectgebied Over de Maas In de periode tussen 30 juni en 22 september 2020 heeft in de Westplas opspuitwerk plaatsgevonden door een reconstructiezuiger die materiaal uit het diepe deel van de plas heeft opgezogen en in een onderwaterdam gedeponeerd. Dit op de grens tussen diep en ondiep water. De onderwaterdam is aangelegd om te voorkomen dat toegepaste grond en baggerspecie (verondieping) in het diepe deel van de plas uitstromen. Het granuliet is oostelijk van deze dam aangebracht, ook voordat de dam is aangelegd. In deze periode is tevens zand in het uiterst oostelijk deel van de Westplas gedeponeerd. Dit ten behoeve van toepassing hiervan in de afdeklaag van deze opvulvakken. De totale hoeveelheid gebiedseigen zand die in de periode tussen 30 juni en 22 september 2020 is verplaatst is door Over de Maas CV berekend op ca. 676.700 m3.

Onze referentie: D10024486:219 - Datum: 16 april 2021

26 van 73

REVIEW-ONDERZOEK GRANULIET OVER DE MAAS

5.3.2

Reconstructie lokalisering granuliet

In de Westplas zijn peilingen verricht voorafgaand en in de periode van toepassing van granuliet. Dit op navolgende momenten: • 14 oktober 2019 (voorafgaand aan toepassing met granuliet) • 20 december 2019 • 3 april 2020 • 30 juni 2020 • 20 augustus 2020 • 22 september 2020 De hoogtekaarten van deze peilingen zijn opgenomen in bijlage E van het bijlagen rapport. Om de ver(on)dieping over deze periode inzichtelijk te maken zijn de meetresultaten op basis van bovengenoemde peilingen over elkaar geplaatst. In afbeelding 5.4 en 5.5 zijn de verschillen in bodemhoogtes in de plas weergegeven. Dit over de volgende tijdsperioden: • 03-04-2020 ten opzichte van 14-10-2019 • 22-09-2020 ten opzichte van 14-10-2019 De afbeeldingen van de Westplas zijn teruggebracht tot het deel van de plas waar granuliet is toegepast. Dit betreft uitsluitend het oostelijk deel van de Westplas. De kleuren in de afbeelding duiden de pakketdikte (meters) van de ver(on)dieping. De bolletjes in de afbeeldingen duiden de loslocaties met granuliet. De kleur van de bolletjes duidt de tijdsperiode waarin het granuliet is toegepast.

Afbeelding 5.4 Ver(on)dieping Westplas 03-04-2020 t.o.v. 14-10-2019 (in meters, een positief getal betekent een verondieping in de betreffende periode) Toelichting In de beschouwde periode heeft uitsluitend in het oostelijk deel van de Westplas verondieping met granuliet plaatsgevonden. In 2020 zijn in het oostelijk deel van de Westplas naast granuliet, grond en baggerspecie met externe herkomst toegepast. Dit vanaf dezelfde loslocaties waar granuliet is toegepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10030208/1