4 Informatienota Giften en Bijzondere Bijstand
Tekst van het document
Informatienota voor de gemeenteraad
Onderwerp
Informatienota Giften en Bijzondere Bijstand
Registratienummer Datum collegebesluit Portefeuillehouder Behandelend ambtenaar Aangeleverd aan de griffie Programma Bijlagen Openbaarheid
Z.058254 /177156 22 juni 2021 R.A.N. Reuvers dhr.Hulsen 22 juni 2021 Maatschappelijke zaken n.v.t. Openbaar
Kennis nemen van: De beantwoording van de gestelde vragen tijdens de raadsvergadering van 1 april 2021. 1. Aanleiding Op basis van een publicatie in een landelijk verschijnend dagblad zijn op 18 januari 2021 door de fractie van Sociaal Maas en Waal vragen gesteld. Één van de vragen was als volgt geformuleerd: Hoe soepel of streng gaan wij als gemeente om met het niet melden van extra inkomsten, door onder andere giften te accepteren, van een uitkeringsgerechtigde? De beantwoording van deze vraag heeft geleid tot een vervolg-vraag. Door de SP-fractie is aan het college gevraagd of de vrijstelling van giften voor mensen in de bijstand ook in onze gemeente kan worden opgetrokken naar € 1.200,--. Door de verantwoordelijk portefeuillehouder is toegezegd (T 2021 – 023) om in een Raadsinformatienota duidelijk te maken welke consequenties verbonden zijn aan een uniformering van het vrijgestelde giftenbedrag (op de hoogte van € 1.200,--). Daarnaast zou de raad geïnformeerd worden over de andere mogelijkheden die er zijn op individueel niveau om de positie van onze inwoners te verbeteren. 2. Beoogd effect Via deze informatienota willen wij uw raad in kennis stellen van de antwoorden en daarmee het invullen van de op 1 april 2021 gedane toezegging. 3. Informatie A. Het beleid m.b.t. giften.
Welke beleidsvrijheid is er? Artikel 31 lid 2 onder m Participatiewet bepaalt dat giften niet tot de middelen van belanghebbende worden gerekend, voor zover deze naar het oordeel van het college uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn. Werkzaak Rivierenland heeft de mogelijkheid in beleidsregels vast te leggen in welke gevallen giften uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn, zodat ze kunnen worden vrijgelaten. Bij de bepaling van de hoogte van de vrijlating dient de bestemming en de hoogte van de gift een rol te spelen. De wet maakt geen onderscheid tussen giften van instellingen en giften van personen. De vrijlating kan gezien het minimumbehoeftekarakter van de bijstand niet onbeperkt zijn. Wat betreft de hoogte van de gift geldt dat het in de rede ligt om de gift in aanmerking te nemen voor zover cumulatie daarvan met de bijstand leidt tot een bestedingsniveau dat niet verenigbaar is met hetgeen op bijstandsniveau gebruikelijk is.
Alphen - Altforst
- Appeltern
- Beneden-Leeuwen - Boven-Leeuwen - Dreumel
- Maasbommel - Wamel
Hoe heeft Werkzaak Rivierenland die beleidsvrijheid ingevuld? In artikel 31, tweede lid, aanhef en onder m, van de Participatiewet is bepaald dat giften niet tot de in aanmerking te nemen middelen worden gerekend, voor zover zij naar het oordeel van Werkzaak Rivierenland uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn. In deze gepubliceerde beleidsregels wordt invulling gegeven aan dit begrip: ‘uit oogpunt van bijstandverlening verantwoord’. Een gift die uit oogpunt van bijstandverlening verantwoord is, wordt vrijgelaten en dus niet als middel in aanmerking genomen. In de beleidsregels is een onderscheid gemaakt in 3 vormen van giften: 1. Giften voor algemeen noodzakelijke kosten van bestaan 2. Giften die vrij te besteden zijn 3. Giften met een specifieke bestemming Bij het opstellen van de beleidsregels is er rekening mee gehouden dat de besluiten die volgen uit deze regels recht doen aan de kernwaarden die Werkzaak Rivierenland heeft neergelegd in het meerjarenbeleidsplan. Werkzaak Rivierenland heeft een ruimhartig beleid opgesteld dat oog heeft voor de positie van de inwoner in de bijstand, maar ook aansluit bij de uitgangspunten van de Participatiewet. Deze beleidsregels proberen te voorkomen dat bijstandsgerechtigden onder het bestaansminimum komen.
Ad 1 en 2 Algemene noodzakelijke kosten van bestaan en vrij te besteden bedragen Voor giften voor algemeen noodzakelijke kosten van bestaan en giften die vrij te besteden zijn heeft Werkzaak Rivierenland ervoor gekozen om deze vrij te laten tot eenmaal het bedrag dat de inwoner aan bijstand ontvangt (alleenstaande norm, gehuwde norm etc.). Deze vrijlating geldt voor 12 opeenvolgende maanden, ongeacht hoe vaak de gift in die periode wordt gegeven. Als de gift hoger is dan het vrij te laten bedrag, wordt het meerdere gekort op de bijstand in de maand dat de gift door de inwoner wordt ontvangen. Voorbeeld 1 Mevrouw Janssen is een alleenstaande moeder en woont samen met haar 2 kinderen van 4 en 6 jaar oud. Mevrouw Janssen ontvangt een bijstandsuitkering voor een alleenstaande ouder van € 1075,44 per maand (incl. VT). Sinds 1 januari 2021 ontvangt mevrouw € 50,- per maand van haar moeder om extra boodschappen van te doen. In totaal ontvangt mevrouw Janssen € 600,(12 x €50,-) van haar moeder voor extra boodschappen. Mevrouw heeft dit netjes doorgeven aan Werkzaak Rivierenland. Op grond van de beleidsregels van Werkzaak Rivierenland mag mevrouw jaarlijks €1.075,44 aan giften voor algemene noodzakelijke kosten van bestaan (zoals boodschappen) ontvangen, zonder dat dit gekort wordt op haar uitkering.
Het bedrag dat mevrouw in 2021 ontvangt voor de extra boodschappen is lager dan het bedrag dat jaarlijks vrijgelaten wordt (€ 1.075,44 - € 600 = € 475,44). Het geld voor de boodschappen wordt daarom niet gekort op haar uitkering. Mevrouw mag dus nog een vrij besteedbare gift ontvangen van € 475,44. Voorbeeld 2 De heer en mevrouw Pieters, beiden jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd wonen samen met hun kind van 13 oud. Zij ontvangen een bijstandsuitkering van € 1.536,34 (gehuwde norm incl. VT) per maand. In 1 2021 ontvangen zij samen € 1.350,-- (€ 50,-- per maand van haar moeder en 5 maal € 150,-- van zijn vader) om extra boodschappen van te doen. Ook nu weer hebben zij dit doorgeven aan Werkzaak Rivierenland. Op grond van de beleidsregels van Werkzaak Rivierenland mogen zij jaarlijks € 1.536,34 aan giften voor algemene noodzakelijke kosten van bestaan (zoals boodschappen) ontvangen, zonder dat dit gekort wordt op haar uitkering. Het bedrag dat zij in 2021 ontvangen voor de extra boodschappen is dus lager dan het bedrag dat jaarlijks vrijgelaten wordt € 1.536,34 - € 1.350 = € 186,34). Het geld voor de boodschappen wordt daarom niet gekort op haar uitkering. De hoogte van de vrij besteedbare gift is dus norm € 186,34. N.B.: Het is van belang om te benoemen is dat elke situatie afhankelijk is van de feiten en omstandigheden die zich in dat individuele geval voordoen.
Dit maakt dat elke situatie anders is en daarom een andere uitkomst kan hebben. Om die reden kunnen er geen rechten aan dit voorbeeld worden ontleend.
Ad 3 Giften met een specifieke bestemming Werkzaak Rivierenland heeft als doelstellingen: uitstroom naar werk bevorderen en bijdragen aan maatschappelijke participatie. Werkzaak Rivierenland heeft daarbij ook aandacht voor armoede en schuldenproblematiek als factoren die uitstroom en participatie kunnen belemmeren. Wanneer familie, vrienden of maatschappelijke instellingen een bijdrage willen leveren door de inwoner een bepaald bedrag te schenken voor een doel dat bijdraagt aan de uitstroom naar werk of maatschappelijke participatie, dan wordt dat niet belemmerd. Daarom is er voor gekozen om bovenop de algemene vrijlating van giften (zie onder 1 / 2 hiervoor), voor bepaalde bestemmingen onder bepaalde voorwaarden een ruimer vrijlatingsbeleid te hanteren. In artikel 3, lid 1 is een nadere invulling gegeven aan deze vrijstelling. U kunt bijv. denken aan een gift voor de aanschaf van een auto of gift i.vm. medische kosten. De beleidsregels kunt u terugvinden op: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/actueel/Werkzaak%20Rivierenland/CV DR625714.html Opmerking In de Participatiewet is verder in artikel 31, 2e lid nog een opsomming gegeven van “niet tot de middelen” te rekenen bedragen.
U kunt daarbij denken aan een één – of tweemalige activeringspremie (tot een bepaald maximum) of een onkostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk (ook gelimiteerd). Ook deze bedragen mogen door de bijstandsgerechtigde worden ontvangen (uiteraard wel melden) zonder dat het invloed heeft op de hoogte van de uitkering. Werkzaak Rivierenland biedt maatwerk Werkzaak Rivierenland heeft gekeken hoe maatwerk in plaats van een ‘afwijking’ op geldende regels als ‘normaal’ binnen de geldende regelgeving vorm kan krijgen. Met als resultaat een individuele beoordeling van de situatie van de inwoner binnen de grenzen van rechtmatigheid en rechtsgelijkheid. De hele situatie van de inwoner staat dus centraal bij de besluitvorming door Werkzaak Rivierenland. In de praktijk komt het zelden voor dat er een gift moet worden gekort. Dit komt door de beleidsregels vrijlating giften De gedachte van een algehele giftenvrijstelling van € 1.200,-- doet afbreuk aan het beoogde maatwerk. Dit staat dan nog los van de effecten die het voor de individuele klant kan hebben. In het geval van voorbeeld 1 (mw. Jansen) betekent het een aanvullende vrijstelling van ca. € 125,-- (per jaar). In voorbeeld 2 (fam. Pieters) leidt het tot een beperking van de vrijstelling met ruim € 136,-- (op jaarbasis).. B. andere mogelijkheden op individueel niveau om de positie van onze inwoners te verbeteren.
Naast de overdragen P-wet taken aan Werkzaak Rivierenland, voeren zij namens ons diverse regelingen uit. Denk daarbij aan o.a. de Bijzondere Bijstand en de Minima-regelingen. In het bijzonder bij deze regelingen gaat het om de individuele situatie van de aanvrager. Niet alleen wat betreft samenstelling (alleenstaand, samenwonend/gehuwd. met of zonder kinderen). Maar zeker ook wat inkomens- en vermogenspositie (bijstandsuitkering, AOW al of niet met aanvullend pensioen, etc.). Daarbij is wel een grens bepaald (tot 110% van de toepasselijke bijstandsnorm). Eind 2019 hebben wij zowel de Bijzondere Bijstand als Minima-regelingen tegen het licht gehouden. Centraal stond de vragen: is het nog passend en kan de uitvoering worden vereenvoudigd. Door uw raad is vastgesteld dat ons beleid niet alleen past bij de Rijksambities, het voorkomen en bestrijden van armoede huishoudens onder kinderen. Het doet ook recht aan het “sociaal gezicht” van onze gemeente. Uw raad was van mening dat de regelingen toereikend waren om de meest kwetsbare in onze gemeente
❑ ❑ ❑
mee te kunnen laten doen voldoende financiële ondersteuning boden aan de minder draagkrachtigen en de ontwikkelingsachterstanden bij met name de kinderen werden voorkomen.
In de afgelopen jaren is ingezet op het bekend maken van de bestaande (vereenvoudigde) regelingen bij onze inwoners. Dit heeft er toe geleid dat in toenemende mate gebruik van wordt
gemaakt. In de gemeentelijke jaarrekening zijn hiervan de effecten zichtbaar op de voor de daarvoor bestemde kostenposten. Vooralsnog zien wij geen redenen om het beleid te herzien maar blijven we inzetten op de bekendheid onder en gebruik door de doelgroep van de bestaande regelingen. Al eerder hebben wij u aangegeven dat uw raad geregeld zou worden geïnformeerd over de uitvoering door Werkzaak Rivierenland en het gebruik van deze regelingen. “Benoem welke informatie je met de raad wilt delen.” “Benoem eventueel argumenten en zet je toelichting erbij.” 4. Kanttekeningen Met het in delegatie overdragen van de bevoegdheid tot het uitvoeren van de Participatiewet, is voor deel de beslisbevoegdheid voor wat betreft de uitvoering neergelegd bij Werkzaak Rivierenland. De gemeenten bepalen – binnen de kaders van de GR – het beleid waar de uitvoeringsorganisatie invulling aan moet geven. Dit betekent dat binnen het Algemeen Bestuur van Werkzaak Rivierenland een bestuurlijke meerderheid moet worden verkregen. Hiermee kan aan het Dagelijks Bestuur een opdracht worden gegeven tot wijziging van het beleid (op onderdelen of in zijn geheel). De financiële effecten van een dergelijke beleidswijziging worden gedragen door alle deelnemende gemeenten.
Voor wat betreft de taken die Werkzaak Rivierenland voor ons uitvoert op het gebied van Bijzondere Bijstand en Minima-regelingen, heeft uw raad volledig vrije beslisbevoegdheid. Voor deze taken geldt het principe: West Maas en Waal bepaalt het beleid (de kaders) en Werkzaak Rivierenland voert voor ons uit. De gevolgen van de lokale beleidskeuzes komen direct voor rekening van West Maas en Waal. Niet alleen de kosten van de verstrekkingen aan de inwoners maar ook de kosten die verband houden met de uitvoering. Dus hoe complexer een regeling, hoe duurder de uitvoering. 5. Financiën n.v.t. Burgemeester en wethouders van West Maas en Waal,
P.G. (Perry) Arissen gemeentesecretaris
V.M. (Vincent) van Neerbos burgemeester