--32 Getekend Delegatiebesluit vaststellen en wijzigen Omgevingsplan West Maas en Waal 2024
Tekst van het document
DELEGATIEBESLUIT VASTSTELLEN EN WIJZIGEN OMGEVINGSPLAN
WEST MAAS EN WAAL 2024 Besluit van raad van de gemeente West Maas en Waal tot vaststelling van het volgende:
delegatiebesluit vaststellen en wijzigen omgevingsplan West Maas en Waal 2024. ; Vastgesteld bij Raadsbesluit van 7 december 2023, nummer 2023/1 2-32
i De raad van de gemeente West Maas en Waal i i
i gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 november 2023, i Z.093409; i overwegende dat,
i i
gelet op artikel 2.8 en artikel 4.15 lid 5 van de Omgevingswet.
i besluit vast te stellen de volgende beleidsregel: i i
i delegatiebesluit vaststellen en wijzigen omgevingsplan West Maas en Waal 2024.
BESLUIT: 1. Delegatiebesluit vaststellen en wijzigen omgevingsplan West Maas en Waal 2024.
Artikel 1 Delegeren bevoegdheden vaststellen en wijzigen van het omgevingsplan 1. Het vaststellen van een casco indeling van het omgevingsplan (hoofdstukindeling); 2. Het omzetten van onherroepelijke omgevingsvergunningen naar het omgevingsplan; 3. Het corrigeren van kennelijke omissies in de vorm van verschrijvingen of verkeerde verwijzingen van technische aard of het wijzigen in de toelichting van ondergeschikte aard; 4. Het wijzigen van het omgevingsplan ter uitvoering van instructieregels op grond van de Omgevingswet en de omgevingsverordening van de Provincie Gelderland voor zover hieraan geen beleidsvrijheid is toegekend; 5. Het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met vastomlijnd beleid en objectief bepaalbaar dat door de gemeenteraad is vastgesteld; 6. Het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten; 7. Het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die beleidsneutraal in het omgevingsplan kunnen en moeten worden opgenomen; 8. Het nemen van een voorbereidingsbesluit met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels; 9. Het wijzigen van het omgevingsplan in dezelfde categorie van gevallen als waarvoor het college geen bindend advies van de gemeenteraad nodig heeft voor het beslissen op een buitenplanse omgevingsplan activiteit;
10. De bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan te delegeren aan het college in de gevallen zoals genoemd zijn in de wijzigingsbevoegdheden van de vigerende bestemmingsplannen, een en ander zoals opgenomen in de bijlage die bij dit besluit hoort. Artikel 2 Overzicht genomen besluiten Het college overlegt aan de raad eenmaal per halfjaar een overzicht van de krachtens delegatie genomen besluiten.
Artikel 3 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2024 als de Omgevingswet in werking treedt. Artikel 4 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als 'Delegatiebesluit vaststellen en wijzigen omgevingsplan West Maas en Waal 2024'.
BIJLAGE 1. Overzicht wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden vigerende bestemmingsplannen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering op 7 december 2023.
De raad van West Maas en Waal,
M. (Vincent) van Neerbos iorzitter
TOELICHTING Artikel 1 Op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet kan de raad de bevoegdheid om het omgevingsplan vast te stellen delegeren aan het college. Het delegatiebesluit is een losstaand besluit en maakt geen onderdeel uit van het omgevingsplan. Het delegatiebesluit kan dus ook worden aangepast los van het omgevingsplan.
1.1 Casco omgevingsplan Om in de toekomst het omgevingsplan te kunnen aanpassen is een casco omgevingsplan nodig (een vaste structuur voor regels). Daarmee weten initiatiefnemers hoe zij moeten werken aan het wijzigen van het omgevingsplan van West Maas en Waal. Het casco omgevingsplan bevat een indeling van onderwerpen waar inhoudelijke regels aan toegevoegd kunnen worden. Feitelijk is het een inhoudsopgave. Over de inhoudelijke regels beslist de gemeenteraad op een later moment. 1.2 Omzetten onherroepelijke omgevingsvergunning De Omgevingswet bepaalt de verleende vergunningen, waarbij is afgeweken van het omgevingsplan (zg. afwijkingsactiviteiten) binnen vijfjaar worden verwerkt in het omgevingsplan. Deze verplichting geldt voor activiteiten die blijvend (niet tijdelijk) in strijd zijn met het omgevingsplan. Het doel van deze regeling is dat het omgevingsplan een actueel, integraal en consistent geheel blijft. In de geest van de Omgevingswet is het belangrijk om afwijkingsactiviteiten op vlotte en consistente wijze in te passen in het omgevingsplan, zodat niet enkel sprake is van een administratieve ad hoe verwerking van de toegestane activiteit. Dit zal waarschijnlijk periodiek plaatsvinden.
1.3 Juridisch-technische wijzigingen, redactionele aanpassingen en correcties Hieronder worden wijzigingen verstaan die het omgevingsplan actueel houden. Dit zijn acties waarbij geen inhoudelijke keuzes worden gemaakt, maar die nodig zijn om de tekst beter leesbaar te kunnen maken of te verduidelijken. Het gaat niet om inhoudelijke of beleidsmatige aanpassingen, maar wijzigingen die nodig zijn om de plantekst up-to-date te houden, dan wel beter leesbaar te maken. 1.4 Instructieregels Rijk of provincie Dit zijn planwijzigingen als gevolg van wijzingen van instructieregels door het Rijk of de provincie. Gemeenten dienen zich te houden aan deze instructieregels. Om deze reden zal wijziging van een instructieregel leiden tot een wijziging van het omgevingsplan. 1.5 In overeenstemming brengen met vastgesteld beleid Deze bevoegdheid ziet toe op planwijzigingen die voortvloeien uit vastgesteld raadsbeleid. Het gaat dan vaak om beleidsdocumenten die kaderstellend van aard zijn, zoals beleidsregels of daarmee naar aard en strekking te vergelijken documenten. Zodra de gemeenteraad beleidsregels heeft vastgesteld die toezien op de fysieke leefomgeving, kan het college deze doorvertalen in het omgevingsplan. Daarmee wordt dubbele besluitvorming voorkomen.
1.6 Het aanwijzen, wijzigen of schrappen van gemeentelijke monumenten Gemeentelijke monumenten moeten volgens de Omgevingswet in het omgevingsplan opgenomen worden. Het toedelen van de functie monument aan een locatie (voorheen: het aanwijzen van een gemeentelijk monument) is volgens de Erfgoedverordening een collegebevoegdheid. In het kader van de Omgevingswet dienen verordeningen in het omgevingsplan opgenomen te worden Tot het moment dat het tijdelijke omgevingsplan wordt omgezet in een omgevingsplan (uiterlijk 2032) en alle gemeentelijke verordeningen hierin opgenomen zijn, kunnen nieuwe gemeentelijke monumenten nog worden aangewezen op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening. Na de overgangsperiode zal het aanwijzen van gemeentelijke monumenten geregeld worden door deze op te nemen in het omgevingsplan. Aangezien de bevoegdheid tot het aanwijzen van monumenten
reeds bij het college ligt, ligt het voor de hand dat het college ook verantwoordelijk is voor het wijzigen van het omgevingsplan door het opnemen van een aangewezen monument. 1.7 Omzetten verordeningen naar het omgevingsplan De Omgevingswet bevat voor de gemeenteraad de verplichting om voor het gehele gemeentelijk grondgebied één omgevingsplan vast te stellen waarin regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Deze verplichting geldt ook voor bepaalde regels over de fysieke leefomgeving die in gemeentelijke verordeningen zijn gesteld. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven deze verordeningen gelden naast het omgevingsplan. Gemeenten moeten in de overgangsperiode tot 2032 deze verordeningen opnemen in het omgevingsplan. Aangezien deze verordeningen destijds al door de raad zijn vastgesteld, heeft inhoudelijke afweging al plaatsgevonden. De beleidsneutrale doorvertaling van de regels uit de verordeningen naar het omgevingsplan betreft puur de uitvoering en kan door het college gebeuren. Indien sprake is van een inhoudelijke beleidswijziging, blijft de raad bevoegd. 1.8 Voorbereidingsbesluit Een voorbereidingsbesluit is een verklaring dat een wijziging van het omgevingsplan wordt voorbereid, waarmee een aanhoudingsplicht geldt voor bouw- en aanlegactiviteiten.
Hierdoor wordt voor het gebied waarvoor het besluit wordt opgenomen, de bestaande situatie als het ware tijdelijk bevroren totdat het omgevingsplan is gewijzigd. Met het nemen van een voorbereidingsbesluit wordt voorkomen dat een initiatiefnemer kort voor aanpassing van het omgevingsplan bewust een vergunningaanvraag indient die in strijd is met de voorgenomen aanpassing. De noodzaak tot het nemen van een voorbereidingsbesluit komt nauwelijks voor, maar wanneer dit nodig is, is het belangrijk dat er snel gehandeld kan worden. Gelet op de vergaderfrequentie van de raad in relatie tot die van het college en de daarbij horende aanlevertermijnen, kan het college hierin sneller acteren. Om die reden is in de Omgevingswet een delegatiemogelijkheid (artikel 4.14 Ow). De achterliggende gedachte van de wetgever is hierbij geweest dat het college een omgevingsplan voorbereidt en daarmee dan ook goed in staat is om op een effectieve wijze een voorbereidingsbesluit te nemen. 1.9 Gevallen waarvoor geen bindend advies van de gemeenteraad noodzakelijk is Als voorgenomen activiteiten niet in het Omgevingsplan passen, kunnen er feitelijk twee procedures worden doorlopen. Dit is een vergunningsprocedure voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA) of een procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan. In beide gevallen wordt dezelfde activiteit mogelijk gemaakt.
De bevoegdheid voor het verlenen van een vergunning voor een BOPA is toebedeeld aan het college, tenzij de gemeenteraad gevallen heeft aangewezen waarover zij bindend advies wil geven (artikel 4.21 Omgevingsbesluit). Met deze delegatie worden gevallen waarvoor de gemeenteraad geen bindend advies wil geven, maar waarvoor een procedure voor het wijzigen van een omgevingsplan wordt doorlopen, gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders.
1.10 Wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden Onder de huidige Wet ruimtelijke ordening (Wro) kennen we de instrumenten wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsplicht. Wanneer deze instrumenten in een bestemmingsplan zijn opgenomen, heeft het college de bevoegdheid om het bestemmingsplan te wijzigen. Het tijdelijks omgevingsplan is samengesteld uit onder andere alle vigerende bestemmingsplannen. De wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten zoals opgenomen in bestemmingsplannen zijn daarmee onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan. Deze instrumenten keren echter niet terug in de Omgevingswet; het college kan daarom na inwerkingtreding van de Omgevingswet geen wijzigingsplan of uitwerkingsplan meer vaststellen. De raad is immers bevoegd om het omgevingsplan tet wijzigen. Door het delegeren van deze bevoegdheden kan het college onder de in het bestemmingsplan opgenomen voorwaardenook na inwerkingtreding van de Omgevingswet- een wijzigingsplan of uitwerkingsplan verwerken in
het omgevingsplan. De vastgestelde wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden zijn opgenomen in de aangehechte bijlage.
Artikel 2 Het college stelt de raad eenmaal per halfjaar op de hoogte in hoeverre van de delegatiemogelijkheden gebruik is gemaakt. Aan de raad wordt een lijst voorgelegd met die onderdelen van het omgevingsplan waar het college een besluit heeft genomen tot vaststelling van het omgevingsplan. Op deze manier kan goed gemonitord worden hoe het gaat. Artikel 3 Dit artikel spreekt voor zich. Artikel 4 Dit artikel spreekt voor zich.
BIJLAGE BEHORENDE BIJ DELEGATIEBESLUIT VASTSTELLEN EN WIJZIGEN OMGEVINGSPLAN WEST MAAS EN WAAL 2024 Overzicht wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden vigerende bestemmingsplannen.
Bestemmingsplan Buitengebied West Maas en Waal Artikel 3 Agrarisch - Komgebied 3.8 Wijzigingsbevoegdheid 3.8.1 Vergroten agrarisch bouwvlak tot 2 ha Burgemeester en wethouders kunnen het bouwvlak vergroten tot maximaal 2 ha onder de volgende voorwaarden: a. Het bouwvlak dient zó te worden vergroot dat de afstand tot de naastgelegen bedrijven niet wordt verkleind. De bebouwing dient, mede daarom, in de lengterichting haaks op de weg te worden geplaatst (tenzij een goede stedenbouwkundige inpassing vraagt om plaatsing parallel aan de weg); b. De economische noodzaak van de wijziging dient te worden aangetoond; c. Er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing gebaseerd op een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan. De stroken die nodig zijn voor de erfbeplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing worden niet meegerekend bij de nieuwe toegelaten oppervlakte; d. De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; e. Indien het bouwvlak in de EHS ligt mag de uitbreiding geen significant negatief effect hebben op de kernkwaliteiten en omgevingscondities van de EHS. 3.8.2 Wijziging agrarisch bedrijf in woonfunctie Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Agrarisch - Komgebied van een bouwvlak wijzigen in Wonen onder de volgende voorwaarden: a.
De regeling voor functieverandering geldt niet alleen voor vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen die minstens vijfjaar rechtmatig in agrarisch gebruik zijn geweest; b. Functieverandering mag niet leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende agrarische bedrijven. c. Nieuwe bebouwing wordt alleen toegestaan wanneer deze op een goede landschappelijke en stedenbouwkundige wijze kan worden ingepast in het buitengebied. Een goede landschappelijke inpassing door streekeigen beplanting moet zijn gewaarborgd door een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan; d. Bebouwing met monumentale of karakteristieke waarde mag volledig worden hergebruikt voor de nieuwe functie; e. De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; f. De initiatiefnemer heeft bij sloop van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen de keuze zijn bestaande woning uit te breiden, een extra woning te bouwen of nieuwe bijbehorende bouwwerken op te richten: 1. Bij sloop van alle agrarische bedrijfsgebouwen mag de (voormalige) bedrijfswoning tot maximaal 1.200 m3 worden uitgebreid. De toegestane inhoud van de uitbreiding is gerelateerd aan de totale oppervlakte van de gesloopte gebouwen, zoals vermeld in onderstaande tabel:
gesloopte oppervlakte bedrijfsgebouwen in extra uitbreiding woning in m2 m
0 -750 m2
0,5 m3 per gesloopte m2
>750 m2
0,35 m3 per gesloopte m2
In afwijking van het vermelde onder 1. geldt voor bedrijfswoningen, ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden', die slechts met een verbindingselement verbonden zijn met een schuur, dat de uitbreiding uitsluitend mag plaatsvinden in de met de woning verbonden schuur, mits de totale omvang van de met elkaar in verbinding staande ruimten welke voor woondoeleinden wordt gebruikt maximaal 1200 m3 bedraagt; 3. Bij de bouw van een extra woning geldt dat de oppervlakte van de nieuwe woning maximaal 50% bedraagt van de oppervlakte van de gebouwen, die gesloopt mag worden om voor deze regeling in aanmerking te komen. De toegestane inhoud van de extra woning is gerelateerd aan de totale oppervlakte van de gesloopte gebouwen zoals vermeld in onderstaande tabel: 2.
gesloopte oppervlakte bedrijfsgebouwen in m2
Volume extra woning in m3
0-1.000 m2
Bouw extra woning niet mogelijk
> 1.000 m2
Bouw woning van maximaal 800 m3
Om bij de bouw van een extra woning voor sa dering in aanmerking te komen gelden voor elk van de bij de saldering betrokken percelen de volgende voorwaarden: ■ voor elk perceel geldt dat alle vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen moeten worden gesloopt met een minimum van 250 m2; • de extra woning wordt gerealiseerd daar waar dat uit ruimtelijke oogpunt het meest passend is. 5. Bij sloop van alle vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen mag 60% van de gesloopte oppervlakte als bijbehorend bouwwerk van de bestaande bedrijfswoning worden teruggebouwd onder voorwaarde dat de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken (bestaand en nieuw) maximaal 200 m2 bedraagt; g. De bestemming Agrarisch - Komgebied vervalt; h. De regels van de bestemming Wonen zijn overeenkomstig van toepassing. 3.8.3 Wijziging agrarisch bedrijf in niet-agrarische functie Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Agrarisch - Komgebied van een bouwvlak wijzigen in Bedrijf onder de volgende voorwaarden: a. De regeling voor functieverandering geldt niet alleen voor recent vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen maar ook voor eerder vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen (al dan niet met een woonbestemming) en minstens vijfjaar rechtmatig in agrarisch gebruik zijn geweest; b.
Functieverandering van vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen mag niet leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende agrarische bedrijven. c. Bij functieverandering moet de bestaande infrastructuur toereikend zijn voor de nieuwe functie; nieuwe functies mogen geen grote verkeersaantrekkende werking hebben; d. Bebouwing met monumentale of karakteristieke waarde mag volledig worden hergebruikt voor de nieuwe bedrijfsfunctie;
Nieuwe bebouwing wordt alleen toegestaan wanneer deze op een goede landschappelijke en stedenbouwkundige wijze kan worden ingepast in het buitengebied; f. Een goede landschappelijke inpassing door streekeigen beplanting moet zijn gewaarborgd door een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan.; g Buitenopslag van goederen en stalling buiten is niet toegestaan; h. De vestiging van bepaalde typen bedrijvigheid wordt alleen toelaatbaar geacht wanneer een deel van de vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. De hoeveelheid te slopen bedrijfsgebouwen is afhankelijk van de functie van het bedrijf dat zich er wil vestigen; i. De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; j- In de onderstaande tabel zijn de soorten bedrijvigheid vermeld waarvoor de vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen kunnen worden benut en de maximaal toegelaten oppervlakte van de gebouwen voor de nieuwe bedrijfsfunctie.
e.
Categorie bedrijvigheid
Omvang hergebruik buiten EHS (multifunctioneel gebied)
Omvang hergebruik in EHS
1. Verblijfsrecreatie (geldt uitsluitend voor extensieve verblijfsaccommodatie)
500 m2
500 m2
2. Dagrecreatie
500 m2 (voor horeca max. 250 m2)
500 m2 (voor horeca max. 250 m2)
3. Agrarisch verwante bedrijven
100 %
100%
4. Overige aan het buitengebied gebonden bedrijven
100%
100%
5. Opslagbedrijven
500 m2 + 75% van de overtollige opstallen
geen mogelijkheden
6. Overige bedrijven
500 m2
500 m2
k.
De lijst van categorieën van bedrijvigheid, die opgenomen is in lid j, is nader uitgewerkt in een bedrijvenlijst die als bijlage 7 Toegelaten functie s aan deze regels is toegevoegd; I. De bestemming Agrarisch - Komgebied van het bouwvlak vervalt; m. De regels van de bestemming Bedrijf zijn overeenkomstig van toepassing. 3.8.4 Wijziging Agrarisch - Komgebied in Natuur of Bos Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming 'Bos' of 'Natuur' onder de volgende voorwaarden: a. De wijziging van de bestemming van de gronden is in overeenstemming met Landschapsontwikkelingsplan; b. De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 4 Agrarisch - Oeverwal
4.8 Wijzigingsbevoegdheid 4.8.1 Vergroten agrarisch bouwvlak tot 2 ha
Burgemeester en wethouders kunnen het bouwvlak vergroten tot maximaal 2 ha onder de volgende voorwaarden: a. Het bouwvlak dient zó te worden vergroot dat de afstand tot de naastgelegen bedrijven niet wordt verkleind. De bebouwing dient, mede daarom, in de lengterichting haaks op de weg te worden geplaatst (tenzij een goede stedenbouwkundige inpassing vraagt om plaatsing parallel aan de weg); b. De economische noodzaak van de wijziging dient te worden aangetoond; c. Er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing gebaseerd op een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan. De stroken die nodig zijn voor de erfbeplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing worden niet meegerekend bij de nieuwe toegelaten oppervlakte; d. De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad. 4.8.2 Vergroten (agrarisch) bouwvlak ten behoeve van uitbreiding glastuinbouw Burgemeester en wethouders kunnen het bouwvlak vergroten voor het uitbreiden van de glasopstanden onder de volgende voorwaarden: a. Uitbreiding binnen het bouwvlak is uit een oogpunt van doelmatigheid niet mogelijk; b. De bestaande oppervlakte van de glasopstanden mag met maximaal 20% worden vergroot; c. Het bouwvlak dient zó te worden vergroot dat de afstand tot de naastgelegen bedrijven niet wordt verkleind.
De bebouwing dient, mede daarom, in de lengterichting haaks op de weg te worden geplaatst (tenzij een goede stedenbouwkundige inpassing vraagt om plaatsing parallel aan de weg); d. De economische noodzaak van de wijziging dient te worden aangetoond; e. Er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing gebaseerd op een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan. De stroken die nodig zijn voor de erfbeplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing worden niet meegerekend bij de nieuwe toegelaten oppervlakte; f. De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; 4.8.3 Wijziging agrarisch bedrijf in woonfunctie Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Agrarisch - Oeverwal van een bouwvlak wijzigen in Wonen onder de volgende voorwaarden: a. De regeling voor functieverandering geldt niet alleen voor vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen die minstens vijfjaar rechtmatig in agrarisch gebruik zijn geweest; b. Functieverandering mag niet leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende agrarische bedrijven. c. Nieuwe bebouwing wordt alleen toegestaan wanneer deze op een goede landschappelijke en stedenbouwkundige wijze kan worden ingepast in het buitengebied.
Een goede landschappelijke inpassing door streekeigen beplanting moet zijn gewaarborgd door een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan; d. Bebouwing met monumentale of karakteristieke waarde mag volledig worden hergebruikt voor de nieuwe functie; e. De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; f. De initiatiefnemer heeft bij sloop van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen de keuze zijn bestaande woning uit te breiden, een extra woning te bouwen of nieuwe bijbehorende bouwwerken op te richten: 1. Bij sloop van alle agrarische bedrijfsgebouwen mag de (voormalige) bedrijfswoning tot maximaal 1.200 m3 worden uitgebreid. De toegestane inhoud van de uitbreiding is gerelateerd aan de totale oppervlakte van de gesloopte gebouwen, zoals vermeld in onderstaande tabel:
gesloopte oppervlakte bedrijfsgebouwen in extra uitbreiding woning in m2 m
2.
0 -750 m2
0,5 m3 per gesloopte m2
>750 m2
0,35 m3 per gesloopte m2
Bij de bouw van een extra woning geldt dat de oppervlakte van de nieuwe woning maximaal 50% bedraagt van de oppervlakte van de gebouwen, die gesloopt mag worden om voor deze regeling in aanmerking te komen. De toegestane inhoud van de extra woning is gerelateerd aan de totale oppervlakte van de gesloopte gebouwen zoals vermeld in onderstaande tabel:
Gesloopte oppervlakte bedrijfsgebouwen in m2
Volume extra woning in m3
0-1.000 m2
Bouw extra woning niet mogelijk
> 1.000 m2
Bouw woning van maximaal 800 m3
Om bij de bouw van een extra woning voor sa dering in aanmerking te komen gelden voor elk van de bij de saldering betrokken percelen de volgende voorwaarden: ■ voor elk perceel geldt dat alle vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen moeten worden gesloopt met een minimum van 250 m2; * de extra woning wordt gerealiseerd daar waar dat uit ruimtelijke oogpunt het meest passend is. 4. Bij sloop van alle vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen mag 60% van de gesloopte oppervlakte als bijbehorend bouwwerk van de bestaande bedrijfswoning worden teruggebouwd onder voorwaarde dat de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken (bestaand en nieuw) maximaal 200 m2 bedraagt; g. De bestemming Agrarisch - Oeverwal van het bouwvlak vervalt; h. De regels van de bestemming Wonen zijn overeenkomstig van toepassing. 4.8.4 Wijziging glastuinbouwbedrijf in woonfunctie Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Agrarisch - Oeverwal van een bouwvlak ten behoeve van een glastuinbouwbedrijf wijzigen in Wonen onder de volgende voorwaarden: a. De regeling voor functieverandering geldt niet alleen voor recent vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen maar ook voor eerder vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen (al dan niet met een woonbestemming) en minstens vijfjaar rechtmatig in agrarisch gebruik zijn geweest; b.
Functieverandering mag niet leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende (agrarische) bedrijven. c. Nieuwe bebouwing wordt alleen toegestaan wanneer deze op een goede landschappelijke en stedenbouwkundige wijze kan worden ingepast in het buitengebied; d. Een goede landschappelijke inpassing door streekeigen beplanting moet zijn gewaarborgd door een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan; e. Bebouwing met monumentale of karakteristieke waarde mag volledig worden hergebruikt voor de nieuwe functie; f. De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad;
g.
De initiatiefnemer heeft bij sloop van vrijgekomen glasopstallen de keuze zijn bestaande woning uit te breiden, een extra woning te bouwen of nieuwe bijbehorende bouwwerken op te richten: 1. Bij sloop van alle glasopstallen mag de (voormalige) bedrijfswoning tot maximaal 1.200 m3 worden uitgebreid. De toegestane inhoud van de uitbreiding is gerelateerd aan de totale oppervlakte van de gesloopte glasopstallen, zoals vermeld in onderstaande tabel:____________________
2.
gesloopte oppervlakte glasopstallen in m2
extra uitbreiding woning in m3
0 -1000 m2
0,2 m3 per gesloopte m2
>1000m2
0,05 m3 per gesloopte m2
Bij de bouw van een extra woning geldt dat de oppervlakte van de nieuwe woning maximaal 50% bedraagt van de oppervlakte van de gesloopte glasopstallen . De toegestane inhoud van de extra woning is gerelateerd aan de totale oppervlakte van de gesloopte glasopstallen zoals vermeld in onderstaande tabel:
Gesloopte oppervlakte glasopstallen in m2
Volume extra woning in m3
0-5.000 m2
Bouw extra woning niet mogelijk
> 5.000 m2
Bouw woning van maximaal 800 m3
Om bij de bouw van een extra woning voor saldering in aanmerking te komen gelden voor elk van de bij de saldering betrokken percelen de volgende voorwaarden: ■ voor elk perceel geldt dat alle vrijgekomen glasopstallen moeten worden gesloopt met een minimum van 1000 m2; ■ de extra woning wordt gerealiseerd daar waar dat uit ruimtelijke oogpunt het meest passend is. 4. Bij sloop van alle glasopstallen mag 20% van de gesloopte oppervlakte worden teruggebouwd in de vorm van een nieuw bijbehorend bouwwerk of uitbreiding van een bestaand bijbehorend bouwwerk van de voormalige bedrijfswoning tot een maximale oppervlakte (bestaand en nieuw) van 200 m2 is bereikt. h. De bestemming Agrarisch - Oeverwal vervalt; i. De regels van de bestemming Wonen zijn overeenkomstig van toepassing. 4.8.5 Wijziging agrarisch bedrijf in niet-agrarische functie Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Agrarisch - Oeverwal van een bouwvlak wijzigen in Bedrijf onder de volgende voorwaarden: a. De regeling voor functieverandering geldt niet alleen voor recent vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen maar ook voor eerder vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen (al dan niet met een woonbestemming) en minstens vijfjaar rechtmatig in agrarisch gebruik zijn geweest; b.
Functieverandering van vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen mag niet leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende agrarische bedrijven. c. Bij functieverandering moet de bestaande infrastructuur toereikend zijn voor de nieuwe functie; nieuwe functies mogen geen grote verkeersaantrekkende werking hebben; d. Bebouwing met monumentale of karakteristieke waarde mag volledig worden hergebruikt voor de nieuwe bedrijfsfunctie;
3.
Nieuwe bebouwing wordt alleen toegestaan wanneer deze op een goede landschappelijke en stedenbouwkundige wijze kan worden ingepast in het buitengebied; f. Een goede landschappelijke inpassing door streekeigen beplanting moet zijn gewaarborgd door een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan.; g. Buitenopslag van goederen en stalling buiten is niet toegestaan; h. De vestiging van bepaalde typen bedrijvigheid wordt alleen toelaatbaar geacht wanneer een deel van de vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. De hoeveelheid te slopen bedrijfsgebouwen is afhankelijk van de functie van het bedrijf dat zich er wil vestigen; i. De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; j. In de onderstaande tabel zijn de soorten bedrijvigheid vermeld waarvoor de vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen kunnen worden benut en de maximaal toegelaten oppervlakte van de gebouwen voor de nieuwe bedrijfsfunctie:_______
e.
Categorie bedrijvigheid
Omvang hergebruik buiten EHS (multifunctioneel gebied)
Omvang hergebruik in EHS
1. Verblijfsrecreatie (geldt uitsluitend voor extensieve verblijfsaccommodatie)
500 m2
500 m2
2. Dagrecreatie
500 m2 (voor horeca max. 250 m2)
500 m2 (voor horeca max. 250 m2)
3. Agrarisch verwante bedrijven
100%
100%
4. Overige aan het buitengebied gebonden bedrijven
100%
100%
5. Opslagbedrijven
500 m2 + 75% van de overtollige opstallen
geen mogelijkheden
6. Overige bedrijven
500 m2
500 m2
De lijst van categorieën van bedrijvigheid, die opgenomen is in lid j, is nader uitgewerkt in een bedrijvenlijst die als bijlage 7 Toegelaten functies aan deze regels is toegevoegd; I. De bestemming Agrarisch - Oeverwal' van het bouwvlak vervalt; m. De regels van de bestemming Bedrijf zijn overeenkomstig van toepassing. 4.8.6 Wijziging glastuinbouwbedrijf in niet-agrarische functie Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Agrarisch - Oeverwal van een bouwvlak ten behoeve van een glastuinbouwbedrijf, dat gelegen is buiten de EHS, wijzigen in Bedrijf onder dezelfde volgende voorwaarden als vermeld onder art. 4.8.5 met uitzondering van art. 4.8.5, sub j. Voor deze bevoegdheid gelden de volgende aanvullende voorwaarden: a. In ruil voor gesloopte glasopstanden kan een nieuw bedrijfsgebouw worden gebouwd ten behoeve van aan het buitengebied gebonden bedrijven en niet aan het buitengebied gebonden bedrijven, zoals opgenomen in de categorieën van bijlage 8 'Toegelaten functies'. De toegestane oppervlakte voor een nieuw bedrijfsgebouw is gerelateerd aan de totale oppervlakte van de gesloopte glasopstanden zoals vermeld in onderstaande tabel:
Gesloopte Categorieën 1 t/m 4 aan het oppervlakte buitengebied gebonden glasopstallen in bedrijven m2
Categorieën 5 ten 6 (niet aan het buitengebied gebonden bedrijven)
0-3.500 m2
bouw nieuw bedrijfsgebouw niet bouw nieuw bedrijfsgebouw niet mogelijk mogelijk
>3.500 -20.000 m2
omvang nieuwe bedrijfsbebouwing maximaal 500 m2
omvang nieuwe bedrijfsbebouwing maximaal 250 m2
>20.000 m2
omvang nieuwe bedrijfsbebouwing maximaal 1000 m2
omvang nieuwe bedrijfsbebouwing maximaal 500 m2
b. De bestemming Agrarisch - Oeverwal van het bouwvlak vervalt; c. De regels van de bestemming Wonen zijn overeenkomstig van toepassing. 4.8.7 Wijziging Agrarisch - Oeverwal in Natuur of Bos Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming 'Bos' of 'Natuur' onder de volgende voorwaarden: a. De wijziging van de bestemming van de gronden is in overeenstemming met Landschapsontwikkelingsplan; b. De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad. 4.8.8 Wijziging glastuinbouwbedrijf in agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen de functie-aanduiding 'glastuinbouw' verwijderen en een ter plaatse aan agrarisch bedrijf toestaan onder de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte van het agrarisch bedrijf bedraagt maximaal 2 ha; b. de belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 5 Agrarisch met waarden - Komgebied
5.8 Wijzigingsbevoegdheid 5.8.1 Vergroten (agrarisch) bouwvlak tot 2 ha Burgemeester en wethouders kunnen het bouwvlak vergroten tot maximaal 2 ha onder de volgende voorwaarden: a. Het bouwvlak dient zó te worden vergroot dat de afstand tot de naastgelegen bedrijven niet wordt verkleind. De bebouwing dient, mede daarom, in de lengterichting haaks op de weg te worden geplaatst (tenzij een goede stedenbouwkundige inpassing vraagt om plaatsing parallel aan de weg); b. De economische noodzaak van de wijziging dient te worden aangetoond; c. Er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing gebaseerd op een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan. De stroken die nodig zijn voor de erfbeplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing worden niet meegerekend bij de nieuwe toegelaten oppervlakte; d. De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; e. Indien het bouwvlak in de EHS ligt mag de uitbreiding geen significant negatief effect hebben op de kernkwaliteiten en omgevingscondities van de EHS. 5.8.2 Wijziging agrarisch bedrijf in woonfunctie Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Agrarisch met waarden - Komgebied van een bouwvlak wijzigen in Wonen onder de volgende voorwaarden: a.
De regeling voor functieverandering geldt niet alleen voor vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen die minstens vijfjaar rechtmatig in agrarisch gebruik zijn geweest;
b. c.
d. e.
f.
Functieverandering mag niet leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende agrarische bedrijven. Nieuwe bebouwing wordt alleen toegestaan wanneer deze op een goede landschappelijke en stedenbouwkundige wijze kan worden ingepast in het buitengebied. Een goede landschappelijke inpassing door streekeigen beplanting moet zijn gewaarborgd door een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan; Bebouwing met monumentale of karakteristieke waarde mag volledig worden hergebruikt voor de nieuwe functie; De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; De initiatiefnemer heeft bij sloop van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen de keuze zijn bestaande woning uit te breiden, een extra woning te bouwen of nieuwe bijbehorende bouwwerken op te richten: 1. Bij sloop van alle agrarische bedrijfsgebouwen mag de (voormalige) bedrijfswoning tot maximaal 1.200 m3 worden uitgebreid. De toegestane inhoud van de uitbreiding is gerelateerd aan de totale oppervlakte van de gesloopte gebouwen, zoals vermeld in onderstaande tabel: gesloopte oppervlakte bedrijfsgebouwen in extra uitbreiding woning in m2 m
2.
0 -750 m2
0,5 m3 per gesloopte m2
>750 m2
0,35 m3 per gesloopte m2
Bij de bouw van een extra woning geldt dat de oppervlakte van de nieuwe woning maximaal 50% bedraagt van de oppervlakte van de gebouwen, die gesloopt mag worden om voor deze regeling in aanmerking te komen. De toegestane inhoud van de extra woning is gerelateerd aan de totale oppervlakte van de gesloopte gebouwen zoals vermeld in onderstaande tabel:
Gesloopte oppervlakte bedrijfsgebouwen in m2
Volume extra woning in m3
0-1.000 m2
Bouw extra woning niet mogelijk
> 1.000 m2
Bouw woning van maximaal 800 m3
Om bij de bouw van een extra woning voor sa dering in aanmerking te komen gelden voor elk van de bij de saldering betrokken percelen de volgende voorwaarden: ■ voor elk perceel geldt dat alle vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen moeten worden gesloopt met een minimum van 250 ^2m , ■ de extra woning wordt gerealiseerd daar waar dat uit ruimtelijke oogpunt het meest passend is. 4. Bij sloop van alle vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen mag 60% van de gesloopte oppervlakte als bijbehorend bouwwerk van de bestaande bedrijfswoning worden teruggebouwd onder voorwaarde dat de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken (bestaand en nieuw) maximaal 200 m2 bedraagt; g. De bestemming Agrarisch met waarden - Kerngebied vervalt; h. De regels van de bestemming Wonen zijn overeenkomstig van toepassing. 5.8.3 Wijziging agrarisch bedrijf in niet-agrarische functie Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Agrarisch met waarden - Kerngebied van een bouwvlak wijzigen in Bedrijf onder de volgende voorwaarden:
a.
b.
c.
d. e.
f.
g. h.
i. j-
De regeling voor functieverandering geldt niet alleen voor recent vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen maar ook voor eerder vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen (al dan niet met een woonbestemming) en minstens vijfjaar rechtmatig in agrarisch gebruik zijn geweest; Functieverandering van vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen mag niet leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende agrarische bedrijven. Bij functieverandering moet de bestaande infrastructuur toereikend zijn voor de nieuwe functie; nieuwe functies mogen geen grote verkeersaantrekkende werking hebben; Bebouwing met monumentale of karakteristieke waarde mag volledig worden hergebruikt voor de nieuwe bedrijfsfunctie; Nieuwe bebouwing wordt alleen toegestaan wanneer deze op een goede landschappelijke en stedenbouwkundige wijze kan worden ingepast in het buitengebied; Een goede landschappelijke inpassing door streekeigen beplanting moet zijn gewaarborgd door een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan.; Buitenopslag van goederen en stalling buiten is niet toegestaan; De vestiging van bepaalde typen bedrijvigheid wordt alleen toelaatbaar geacht wanneer een deel van de vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt.
De hoeveelheid te slopen bedrijfsgebouwen is afhankelijk van de functie van het bedrijf dat zich er wil vestigen; De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; In de onderstaande tabel zijn de soorten bedrijvigheid vermeld waarvoor de vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen kunnen worden benut en de maximaal toegelaten oppervlakte van de gebouwen voor de nieuwe bedrijfsfunctie: Categorie bedrijvigheid
Omvang hergebruik buiten EHS (multifunctioneel gebied)
Omvang hergebruik in EHS
1. Verblijfsrecreatie (geldt uitsluitend 500 m2 voor extensieve verblijfsaccommodatie)
500 m2
2. Dagrecreatie
500 m2 (voor horeca max. 250 m2)
500 m2 (voor horeca max. 250 m2)
3. Agrarisch verwante bedrijven
100 %
100%
4. Overige aan het buitengebied gebonden bedrijven
100%
100%
5. Opslagbedrijven
500 m2 + 75% van de overtollige opstallen
geen mogelijkheden
6. Overige bedrijven
500 m2
500 m2
De lijst van categorieën van bedrijvig heid, die opgenomen is in lid j, is nader uitgewerkt in een bedrijvenlijst die als bijlage 7 Toegelaten functies aan deze regels is toegevoegd; I. De bestemming Agrarisch met waarden - Kerngebied van het bouwvlak vervalt; m. De regels van de bestemming Bedrijf zijn overeenkomstig van toepassing. 5.8.4 Wijziging Agrarisch met waarden - Komgebied in Natuur of Bos Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming 'Bos' of 'Natuur' onder de volgende voorwaarden:
k.
a.
b.
De wijziging van de bestemming van de gronden is in overeenstemming met Landschapsontwikkelingsplan; De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 6 Agrarisch met waarden - Uiterwaard
6.8 Wijzigingsbevoegdheid 6.8.1 Vergroten (agrarisch) bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen het bouwvlak vergroten met maximaal 10% van de bestaande oppervlakte onder de volgende voorwaarden: a. De bedrijfseconomische noodzaak van de uitbreiding dient te worden aangetoond; b. De uitbreiding kan niet binnendijks worden gerealiseerd; c. De uitbreiding levert een bijdrage aan de verbetering van het dierenwelzijn; d. De vergroting van het bouwvlak levert geen extra belemmering voor de huidige en toekomstige afvoer van water, sediment en ijs. Vooraf dient een positief advies van Rijkswaterstaat te zijn verkregen; e. Het bouwvlak dient zó te worden vergroot dat de afstand tot de naastgelegen bedrijven niet wordt verkleind. De bebouwing dient, mede daarom, in de lengterichting haaks op de weg te worden geplaatst (tenzij een goede stedenbouwkundige inpassing vraagt om plaatsing parallel aan de weg). f. De uitbreiding mag geen significant negatief effect hebben op de kernkwaliteiten en omgevingscondities van de EHS; g. Het vergroten van het bouwvlak is toegestaan (zonder passende beoordeling) indien op grond van objectieve gegevens wordt uitgesloten dat de uitvoering van het plan significante gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied.
Het vergroten van het bouwvlak is tevens toegestaan indien op basis van een passende beoordeling zekerheid is verkregen dat het initiatief geen schadelijke gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. 6.8.2 Wijziging agrarisch bedrijf in woonfunctie Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Agrarisch met waarden - Uiterwaard van een bouwvlak wijzigen in Wonen onder de volgende voorwaarden: a. De regeling voor functieverandering geldt niet alleen voor vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen die minstens vijfjaar rechtmatig in agrarisch gebruik zijn geweest; b. Functieverandering mag niet leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende agrarische bedrijven. c. Nieuwe bebouwing wordt alleen toegestaan wanneer deze op een goede landschappelijke en stedenbouwkundige wijze kan worden ingepast in het buitengebied. Een goede landschappelijke inpassing door streekeigen beplanting moet zijn gewaarborgd door een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan; d. Bebouwing met monumentale of karakteristieke waarde mag volledig worden hergebruikt voor de nieuwe functie; e. De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; f.
De initiatiefnemer heeft bij sloop van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen de keuze zijn bestaande woning uit te breiden, een extra woning te bouwen of nieuwe bijbehorende bouwwerken op te richten: 1. Bij sloop van alle agrarische bedrijfsgebouwen mag de (voormalige) bedrijfswoning tot maximaal 1.200 m3 worden uitgebreid. De toegestane
inhoud van de uitbreiding is gerelateerd aan de totale oppervlakte van de gesloopte gebouwen, zoals vermeld in onderstaande tabel:
gesloopte oppervlakte bedrijfsgebouwen in extra uitbreiding woning in „2 m m3
2.
0 -750 m2
0,5 m3 per gesloopte m2
>750 m2
0,35 m3 per gesloopte m2
Bij de bouw van een extra woning geldt dat de oppervlakte van de nieuwe woning maximaal 50% bedraagt van de oppervlakte van de gebouwen, die gesloopt mag worden om voor deze regeling in aanmerking te komen. De toegestane inhoud van de extra woning is gerelateerd aan de totale oppervlakte van de gesloopte gebouwen zoals vermeld in onderstaande tabel: Gesloopte oppervlakte bedrijfsgebouwen in m2
Volume extra woning in m3
0-1.000 m2
Bouw extra woning niet mogelijk
> 1.000 m2
Bouw woning van maximaal 800 m3
Om bij de bouw van een extra woning voor sa dering in aanmerking te komen gelden voor elk van de bij de saldering betrokken percelen de volgende voorwaarden: • voor elk perceel geldt dat alle vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen moeten worden gesloopt met een minimum van 250 m2; ■ de extra woning wordt gerealiseerd daar waar dat uit ruimtelijke oogpunt het meest passend is. 4. Bij sloop van alle vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen mag 60% van de gesloopte oppervlakte als bijbehorend bouwwerk van de bestaande bedrijfswoning worden teruggebouwd onder voorwaarde dat de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken (bestaand en nieuw) maximaal 200 m2 bedraagt; g. Vooraf dient een positief advies van Rijkswaterstaat te zijn verkregen; h. De bestemming Agrarisch met waarden - Uiterwaard vervalt; i. De regels van de bestemming Wonen zijn overeenkomstig van toepassing. 6.8.3 Wijziging agrarisch bedrijf in niet-agrarische functie Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Agrarisch met waarden - Uiterwaard van een bouwvlak wijzigen in Bedrijf onder de volgende voorwaarden: a. De regeling voor functieverandering geldt niet alleen voor recent vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen maar ook voor eerder vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen (al dan niet met een woonbestemming) en minstens vijfjaar rechtmatig in agrarisch gebruik zijn geweest; b.
De regeling voor functieverandering geldt niet alleen voor recent vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen (met een agrarische bestemming) maar ook voor eerder vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen (waarvan de bestemming reeds is omgezet in bijvoorbeeld een woonbestemming); c. Functieverandering van vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen mag niet leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende agrarische bedrijven. d. Bij functieverandering moet de bestaande infrastructuur toereikend zijn voor de nieuwe functie; nieuwe functies mogen geen grote verkeersaantrekkende werking hebben;
Nieuwe bebouwing wordt alleen toegestaan wanneer deze op een goede landschappelijke en stedenbouwkundige wijze kan worden ingepast in het buitengebied; f. Buitenopslag van goederen en stalling buiten is niet toegestaan; g. De vestiging van bepaalde typen bedrijvigheid wordt alleen toelaatbaar geacht wanneer een deel van de vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. De hoeveelheid te slopen bedrijfsgebouwen is afhankelijk van de functie van het bedrijf dat zich er wil vestigen; h. Bebouwing met monumentale of karakteristieke waarde mag volledig worden hergebruikt voor de nieuwe bedrijfsfunctie; i. De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; j. In de onderstaande tabel zijn de soorten bedrijvigheid vermeld waarvoor de vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen kunnen worden benut en de maximaal toegelaten oppervlakte van de gebouwen voor de nieuwe bedrijfsfunctie._______
e.
Categorie bedrijvigheid
Omvang hergebruik in EHS
1. Verblijfsrecreatie (geldt uitsluitend voor extensieve verblijfsaccommodatie)
500 m2
2. Dagrecreatie
500 m2 (voor horeca max. 250 m2)
3. Agrarisch verwante bedrijven
100%
4. Overige aan het buitengebied gebonden bedrijven
100%
5. Opslagbedrijven
geen mogelijkheden
6. Overige bedrijven
500 m2
De lijst van categorieën van bedrijvigheid, die opgenomen is in lid j, is nader uitgewerkt in een bedrijvenlijst die als bijlage 7 Toegelaten functies aan deze regels is toegevoegd; I. Vooraf dient een positief advies van Rijkswaterstaat te zijn verkregen; m. De bestemming Agrarisch met waarden - Uiterwaard vervalt; n. De regels van de bestemming Bedrijf zijn overeenkomstig van toepassing. 6.8.4 Wijziging Agrarisch met waarden - Uiterwaard in Natuur of Bos Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming 'Bos' of 'Natuur' onder de volgende voorwaarden: a. De wijziging van de bestemming van de gronden is in overeenstemming met Landschapsontwikkelingsplan; b. De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad. k.
Artikel 7 Bedrijf
7.7 Wijzigingsbevoegdheid 7.7.1 Wijziging bedrijf in woonfunctie Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Bedrijf wijzigen in Wonen onder de volgende voorwaarden: a. De regeling voor functieverandering geldt niet alleen voor recent vrijgekomen legale bedrijfsgebouwen maar ook voor eerder vrijgekomen legale bedrijfsgebouwen (al dan niet met een woonbestemming) en minstens vijfjaar rechtmatig in gebruik zijn geweest;
b.
c.
d.
e. f.
g.
Functieverandering van vrijgekomen bedrijfsgebouwen mag niet leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende (agrarische) bedrijven. Nieuwe bebouwing wordt alleen toegestaan wanneer deze op een goede landschappelijke en stedenbouwkundige wijze kan worden ingepast in het buitengebied; Een goede landschappelijke inpassing door streekeigen beplanting moet zijn gewaarborgd door een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan; Bebouwing met monumentale of karakteristieke waarde mag volledig worden hergebruikt voor de nieuwe functie; De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; De initiatiefnemer heeft bij sloop de keuze zijn bestaande woning uit te breiden, een extra woning te bouwen of nieuwe bijbehorende bouwwerken op te richten: 1. Bij sloop van alle bedrijfsgebouwen mag de (voormalige) bedrijfswoning tot maximaal 1.200 m3 worden uitgebreid. De toegestane inhoud van de uitbreiding is gerelateerd aan de totale oppervlakte van de gesloopte gebouwen zoals vermeld in onderstaande tabe :______________________ gesloopte oppervlakte bedrijfsgebouwen in extra uitbreiding woning in m m3
2.
0 -750 m2
0,5 m3 per gesloopte m2
>750 m2
0,35 m3 per gesloopte m2
Bij de bouw van een extra woning geldt dat de oppervlakte van de nieuwe woning maximaal 50% bedraagt van de oppervlakte van de gebouwen, die gesloopt mag worden om voor deze regeling in aanmerking te komen. De toegestane inhoud van de extra woning is gerelateerd aan de totale oppervlakte van de gesloopte gebouwen zoals vermeld in onderstaande tabel: gesloopte oppervlakte bedrijfsgebouwen in m2
volume extra woning in m3
0- 1000 m2
bouw extra woning niet mogelijk
>1000m2
bouw extra woning maximaal 800 m3
Om voor saldering in aanmerking te komen gelden voor elk van de bij de saldering betrokken percelen de volgende voorwaarden: « voor elk perceel geldt dat alle vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen moeten worden gesloopt met een minimum van 250 ^2m , ■ alle overige vrijgekomen bedrijfsgebouwen moeten worden gesloopt; ■ de extra woning wordt gerealiseerd daar waar dat uit ruimtelijke oogpunt het meest passend is. 4. Bij sloop van alle bijbehorende bouwwerken mag 60% van de gesloopte oppervlakte worden teruggebouwd onder voorwaarde dat de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken (bestaand en nieuw) maximaal 200 m2 bedraagt. h. Vooraf dient een positief advies van Rijkswaterstaat te zijn verkregen indien het bedrijf in de uiterwaard is gelegen; i. De bestemming Bedrijf vervalt; j. De regels van de bestemming Wonen zijn overeenkomstig van toepassing;
3.
Artikel 12 Gemengd-2
12.8 Wijzigingsbevoegdheid 12.8.1 Vergroten agrarisch bouwvlak tot 2 ha Burgemeester en wethouders kunnen het bouwvlak vergroten tot maximaal 2 ha onder de volgende voorwaarden: a. Het bouwvlak dient zó te worden vergroot dat de afstand tot de naastgelegen bedrijven niet wordt verkleind. De bebouwing dient, mede daarom, in de lengterichting haaks op de weg te worden geplaatst (tenzij een goede stedenbouwkundige inpassing vraagt om plaatsing parallel aan de weg); b. De economische noodzaak van de wijziging dient te worden aangetoond; c. Er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing gebaseerd op een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan. De stroken die nodig zijn voor de erfbeplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing worden niet meegerekend bij de nieuwe toegelaten oppervlakte; d. De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; 12.8.2 Wijziging agrarisch bedrijf in woonfunctie Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Gemengd - 2 van een bouwvlak wijzigen in Wonen onder de volgende voorwaarden: a.
De regeling voor functieverandering geldt niet alleen voor recent vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen maar ook voor eerder vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen (al dan niet met een woonbestemming) die minstens vijfjaar rechtmatig in agrarisch gebruik zijn geweest; b. Functieverandering mag niet leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende agrarische bedrijven. c. Nieuwe bebouwing wordt alleen toegestaan wanneer deze op een goede landschappelijke en stedenbouwkundige wijze kan worden ingepast in het buitengebied. Een goede landschappelijke inpassing door streekeigen beplanting moet zijn gewaarborgd door een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan; d. Bebouwing met monumentale of karakteristieke waarde mag volledig worden hergebruikt voor de nieuwe functie; e. De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; f. De initiatiefnemer heeft bij sloop van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen de keuze zijn bestaande woning uit te breiden, een extra woning te bouwen of nieuwe bijbehorende bouwwerken op te richten: 1. Bij sloop van alle agrarische bedrijfsgebouwen mag de (voormalige) bedrijfswoning tot maximaal 1.200 m3 worden uitgebreid.
De toegestane inhoud van de uitbreiding is gerelateerd aan de totale oppervlakte van de gesloopte gebouwen, zoals vermeld in onderstaande tabel:_____________ gesloopte oppervlakte bedrijfsgebouwen in extra uitbreiding woning in m2 m3
2.
0 -750 m2
0,5 m3 per gesloopte m2
>750 m2
0,35 m3 per gesloopte m2
Bij de bouw van een extra woning geldt dat de oppervlakte van de nieuwe woning maximaal 50% bedraagt van de oppervlakte van de gebouwen, die gesloopt mag worden om voor deze regeling in aanmerking te komen. De toegestane inhoud van de extra woning is gerelateerd aan de totale oppervlakte van de gesloopte gebouwen zoals vermeld in onderstaande tabel:
gesloopte oppervlakte bedrijfsgebouwen in m2
Volume extra woning in m3
0-1.000 m2
Bouw extra woning niet mogelijk
> 1.000 m2
Bouw woning van maximaal 800 m3
1. Om bij de bouw van een extra woning voor saldering in aanmerking te komen gelden voor elk van de bij de saldering betrokken percelen de volgende voorwaarden: ■ voor elk perceel geldt dat alle vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen moeten worden gesloopt met een minimum van 250 m , ■ de extra woning wordt gerealiseerd daar waar dat uit ruimtelijke oogpunt het meest passend is. 2. Bij sloop van alle vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen mag 60% van de gesloopte oppervlakte als bijbehorend bouwwerk van de bestaande bedrijfswoning worden teruggebouwd onder voorwaarde dat de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken (bestaand en nieuw) maximaal 200 m2 bedraagt; g. De bestemming Gemengd - 2 vervalt; h. De regels van de bestemming Wonen zijn overeenkomstig van toepassing. 12.8.3 Wijziging agrarisch bedrijf in niet-agrarische functie Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Gemengd - 2 van een bouwvlak wijzigen in Bedrijf onder de volgende voorwaarden: a. De regeling voor functieverandering geldt niet alleen voor recent vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen maar ook voor eerder vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen (al dan niet met een woonbestemming) en minstens vijfjaar rechtmatig in agrarisch gebruik zijn geweest; b.
Functieverandering van vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen mag niet leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende agrarische bedrijven. c. Bij functieverandering moet de bestaande infrastructuur toereikend zijn voor de nieuwe functie; nieuwe functies mogen geen grote verkeersaantrekkende werking hebben; d. Bebouwing met monumentale of karakteristieke waarde mag volledig worden hergebruikt voor de nieuwe bedrijfsfunctie; e. Nieuwe bebouwing wordt alleen toegestaan wanneer deze op een goede landschappelijke en stedenbouwkundige wijze kan worden ingepast in het buitengebied; f. Een goede landschappelijke inpassing door streekeigen beplanting moet zijn gewaarborgd door een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan.; g. Buitenopslag van goederen en stalling buiten is niet toegestaan; h. De vestiging van bepaalde typen bedrijvigheid wordt alleen toelaatbaar geacht wanneer een deel van de vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. De hoeveelheid te slopen bedrijfsgebouwen is afhankelijk van de functie van het bedrijf dat zich er wil vestigen; i. De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; j.
In de onderstaande tabel zijn de soorten bedrijvigheid vermeld waarvoor de vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen kunnen worden benut en de maximaal toegelaten oppervlakte van de gebouwen voor de nieuwe bedrijfsfunctie.
Categorie bedrijvigheid
Omvang hergebruik buiten EHS (multifunctioneel gebied)
Omvang hergebruik in EHS
1. Verblijfsrecreatie (geldt uitsluitend voor extensieve verblijfsaccommodatie)
500 m2
500 m2
2. Dagrecreatie
500 m2 (voor horeca max. 250 m2)
500 m2 (voor horeca max. 250 m2)
3. Agrarisch verwante bedrijven
100 %
100%
4. Overige aan het buitengebied gebonden bedrijven
100%
100%
5. Opslagbedrijven
500 m2 + 75% van de overtollige opstallen
geen mogelijkheden
6. Overige bedrijven
500 m2
500 m2
De lijst van categorieën van bedrijvigheid, die opgenomen is in lid j, is nader uitgewerkt in een bedrijvenlijst die als bijlage 7 Toegelaten functies aan deze regels is toegevoegd; I. De bestemming Gemengd - 2 van het bouwvlak vervalt; m. De regels van de bestemming Bedrijf zijn overeenkomstig van toepassing. 12.8.4 Wijziging Gemengd - 2 in Natuur of Bos Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming 'Bos' of 'Natuur' onder de volgende voorwaarden: a. De wijziging van de bestemming van de gronden is in overeenstemming met Landschapsontwikkelingsplan; b. De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad.
Artikel 19 Water- A-watergang
19.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in art. 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen ten behoeve van het in geringe mate aanpassen van de bestemmingsgrens ten behoeve van de verbreding van de A-watergang onder voorwaarde dat bestemmingsgrens niet meer dan 5 m aan weerszijden wordt verschoven.
Artikel 21 Wonen 21.6 Wijzigingsbevoegdheid
21.6.1 Bouw extra woning Burgemeester en wethouders kunnen de bouw van een extra woning toelaten onder de volgende voorwaarden: a. De regeling voor functieverandering geldt voor vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen of glasopstallen al of niet gelegen binnen het huidige bestemmingsvlak, die in het verleden minstens vijfjaar rechtmatig in agrarisch gebruik zijn geweest en hebben behoord tot het agrarische bedrijf dat in het verleden op de locatie van de huidige woning gevestigd is geweest;
De extra woning mag niet leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende agrarische bedrijven. c. De extra woning wordt alleen toegestaan wanneer deze op een goede landschappelijke en stedenbouwkundige wijze kan worden ingepast in het buitengebied. Een goede landschappelijke inpassing door streekeigen beplanting moet zijn gewaarborgd door een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan. De bouw van de extra woning kan leiden tot een noodzakelijke aanpassing van het bestemmingsvlak. De bevoegdheid tot aanpassing van het bestemmingsvlak maakt deel uit van deze wijzigingsbevoegdheid; d. Bebouwing met monumentale of karakteristieke waarde mag volledig worden hergebruikt voor de extra woning; e. De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad; f. Bij de bouw van een extra woning geldt dat de oppervlakte van de nieuwe woning maximaal 50% bedraagt van de oppervlakte van de agrarische gebouwen, die gesloopt mag worden om voor deze regeling in aanmerking te komen. De toegestane inhoud van de extra woning is gerelateerd aan de totale oppervlakte van de gesloopte gebouwen zoals vermeld in onderstaande tabel:____________________ b.
Gesloopte oppervlakte bedrijfsgebouwen in m2
Volume extra woning in m3
0-1.000 m2
Bouw extra woning niet mogelijk
> 1.000 m2
Bouw woning van maximaal 800 m3
Om bij de bouw van een extra woning voor saldering in aanmerking te komen, als bedoeld onder f, gelden voor elk van de bij de saldering betrokken percelen de volgende voorwaarden: 1. voor elk perceel geldt dat alle vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen moeten worden gesloopt met een minimum van 250 m2; 2. de extra woning wordt gerealiseerd daar waar dat uit ruimtelijke oogpunt het meest passend is. h. Bij de bouw van een extra woning geldt dat de oppervlakte van de nieuwe woning maximaal 50% bedraagt van de oppervlakte van de gesloopte glasopstallen. De toegestane inhoud van de extra woning is gerelateerd aan de totale oppervlakte van de gesloopte glasopstallen zoals vermeld in onderstaande tabel:______________ g.