3 Informatienota Inkoopstrategie Wmo Jeugd regio Rivierenland
Tekst van het document
Informatienota voor de gemeenteraad
Onderwerp
Inkoopstrategie Wmo/Jeugd regio Rivierenland
Registratienummer Datum collegebesluit Portefeuillehouder Behandelend ambtenaar Aangeleverd aan de griffie Programma Bijlagen Openbaarheid
Z.057582 /175582 15 juni 2021 R.A.N. Reuvers mw.J.M.W. Mangel 15 juni 2021 Maatschappelijke zaken Concept Inkoopstrategie Wmo/Jeugd regio Rivierenland Openbaar
Kennis nemen van: Het besluit van het college om in te stemmen met 1. de in regionaal verband opgestelde Inkoopstrategie Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en de Jeugdwet (Jw). 2. De opdracht gegeven aan de ambtelijke stuurgroep van de zes gemeenten om de programma-organisatie voor de implementatie verder uit te werken in een programmaplan waarin naast de organisatie, de belangrijkste mijlpalen en begroting is opgenomen. 1. Aanleiding De zes gemeenten Buren, Culemborg, Neder-Betuwe, Tiel, West-Betuwe en West Maas en Waal werken op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en de Jeugdwet (Jw) in de regio Rivierenland samen om hulp en ondersteuning in te kopen. De huidige contracten met zorgaanbieders eindigen, na verlenging , eind 2022. We wille graag vanaf 1 januari 2023 op een andere wijze zorgaanbieders contracteren gelet op de opgaven en ambities van de gemeente om een volgende stap te zetten in de inrichting van het sociaal domein op in ieder geval twee onderdelen: • Extra impuls geven aan transformatie sociaal domein; • Gelet op precaire financiële situatie meer oog voor kostenbeheersing in de inkoop. Ook willen we de samenwerking met zorgaanbieders vernieuwen. Sinds de zomer van 2020 is intensief gewerkt aan een nieuwe inkoopstrategie voor Wmo/Jeugd.
De kern van de nieuwe inkoopstrategie is dat we kiezen voor maatwerk per segment binnen de Wmo en de Jw waarbij de keuze voor de contract- en inkoopvorm kan verschillen tussen de segmenten. Daarnaast starten we met aanbieders een ontwikkelproces met pilots voor meer kwaliteit en (financiële) grip op het zorgaanbod. Door de keuze voor maatwerk per segment kunnen we beter sturen op de verschillende segmenten en is er ruimte voor lokale verschillen tussen de zes gemeenten. De regionale inkoopstrategie is in concept besproken op 20 mei 2021 in het Regionale portefeuillehoudersoverleg (PFO) Jeugd-Wmo. We hechten er veel belang aan om de raad goed mee te nemen in de uitgangspunten en uitwerking van deze inkoopstrategie. Afgesproken is dat de colleges van de zes gemeenten uiterlijk op 15 juni 2021 een besluit nemen over deze inkoopstrategie en vervolgens de gemeenteraden hierover informeren. 2. Beoogd effect Realiseren dat een inkoopproces gericht op het aangaan van nieuwe (raam-)overeenkomsten met aanbieders van jeugdzorg en Wmo hulp per 01-01-2023 gebaseerd is op een regionale inkoopstrategie.
Alphen - Altforst
- Appeltern
- Beneden-Leeuwen - Boven-Leeuwen - Dreumel
- Maasbommel - Wamel
3. Informatie 1.1 Extra impuls geven aan transformatie sociaal domein De transformatie in het sociaal domein is sinds 2015 ingezet. De gemeenten in de regio Rivierenland hebben in meer of mindere mate nieuwe visies geformuleerd op deze transformatie in de komende jaren. Bij deze transformatie vormen de volgende uitgangspunten de rode draad: - zelfredzaamheid voorop, - toegang lokaal, - normaliseren waar mogelijk, - inzetten op preventie, - grip houden op de kosten, - resultaat en kwaliteit vooraf bepalen, - data gedreven werken - versterken en partnerschap met aanbieders en maatschappelijke organisaties. De transformatie vraagt niet alleen vanwege het financiële beslag op gemeentelijke middelen (zie hierna), maar juist ook vanwege impact op inwoners een extra impuls. De aanbieders van hulp en ondersteuning zijn belangrijke spelers als het gaat om het realiseren van de gewenste transformatie. De inkoop van hulp en ondersteuning is dusdanig belangrijk dat een inkoopstrategie nodig is. In deze inkoopstrategie worden de kaders van de verschillende gemeenteraden vertaald in een koers voor de uitvoering. 1.2 Financiële situatie vraagt kostenbeheersing Door de stijgende uitgaven voor hulp en ondersteuning in het kader van Wmo en Jeugd, neemt het beslag op de gemeentelijke middelen steeds meer toe. De roep om kostenbeheersing is in dat perspectief begrijpelijk.
Ondanks het feit dat de Rijksoverheid erkent dat de gemeentelijke middelen voor de uitvoering van bijvoorbeeld de Jeugdhulp ontoereikend zijn, vraagt een financieel houdbare uitvoering van het sociaal domein sturing op de uitgaven. De financiële afspraken voor het bieden van hulp en ondersteuning door aanbieders worden gemaakt in de fase van de inkoop. En daarmee is een heldere koers in de inkoopstrategie noodzakelijk. In de nu voorliggende inkoopstrategie wordt kostenbeheersing als een expliciete doelstelling opgenomen. Bovendien wordt in deze inkoopstrategie gekozen voor aanpassing van de bekostigingssystematiek om daarmee sturing op de uitgaven te verbeteren. 1.3 Huidige contracten naderen einde van looptijd De huidige contracten met de aanbieders van hulp en ondersteuning in het kader van Wmo/Jeugd zijn verlengd tot 1 januari 2023. Daarna is verlenging niet meer mogelijk. Dat betekent dat er een nieuwe inkoopronde nodig is om tot nieuwe contracten te komen. De koers voor deze inkoopronde wordt in deze inkoopstrategie bepaald. 2.1 Implementatie via programma De implementatie van de inkoopstrategie organiseren we in een programmastructuur. De reden hiervoor is tweeledig. Allereerst is er sprake van een grote urgentie.
Die volgt uit de volgende constateringen: - Transformatie Sociaal domein is (nog) niet gerealiseerd - Inhoudelijke ontwikkeling moet doorgaan: gemeente is eindverantwoordelijk - Financiële houdbaarheid uitvoering Sociaal domein onder druk - Tijdsdruk is hoog (1e resultaten in 2022 wenselijk, indien pilots eerder starten) - Doorzettingsmacht van regionale overlegstructuur (bestuurlijk en ambtelijk) nodig om resultaten te bereiken Bovendien is samenhang en versnelling van innovatie in het sociaal domein gewenst. Dit volgt ook uit het advies van aan het PFO over de versterking van de strategische sturing.
2.2 Groeimodel vraagt programmatische aanpak Naast de urgentie om tot goede inkoop van zorg en ondersteuning te komen is de implementatie een complexe opgave die bestaat uit meerdere deelprojecten. Dat is de vertaling van het scenario Transformatie van de inkoop met behulp van pilots op basis van huidige werkwijze. Dit wordt gerealiseerd door het uitvoeren van pilots, inkoop 2023, data-gedreven werken/monitoring en contracteren van de regionale uitvoeringsorganisatie. Organiseren van betrokkenheid van relevante stakeholders is uiteraard ook onderdeel van de opdracht. 2.3 Reguliere personele capaciteit inzetten voor implementatie Voor de inzet voor de programma-organisatie is reguliere ambtelijke capaciteit van gemeenten en de regionale uitvoeringsorganisatie beschikbaar. Voor de inkoop ramen we deze inzet op 6,3 fte (Regio Rivierenland en gemeenten) en voor de implementatie gedurende de gehele implementatieperiode (2e helft 2021 t/m 2024) op 4,9 fte. Hiermee zijn geen aanvullende financiële middelen gemoeid. 2.4 Opdracht aan stuurgroep geven om efficiënte inzet personeel te realiseren Door afspraken te maken over een onderlinge taakverdeling tussen de zes gemeenten kan de beschikbare formatie doelmatiger ingezet kan worden.
Immers door taken tussen de zes gemeenten te verdelen kan een taak door één gemeente voor alle zes de samenwerkende gemeenten uitgevoerd worden in plaats van zes keer afzonderlijk.
4. Kanttekeningen 1.1 Vernieuwen inkoopstrategie is gewenst Voortzetten van de huidige systematiek van inkopen heeft niet de voorkeur van de zes samenwerkende gemeenten. De gewenste transformatie in het sociaal domein vraagt fundamenteel andere afspraken met aanbieders van hulp en ondersteuning dan de huidige. Andere afspraken zijn nodig over het aanbod dat beter aansluit bij de vraag van inwoners, vernieuwing van de financiële afspraken en partnerschap met aanbieders die mee willen innoveren samen met de gemeenten. Het feit dat de huidige contracten niet nog een keer verlengd kunnen worden is een aanleiding om de inhoudelijke veranderingen in gang te zetten. 1.2 Regionale uitvoeringsorganisatie voor leveranciersmanagement bundelt kennis en expertise De inkoopstrategie vraagt samenwerking op leveranciersmanagement. Afzonderlijk opereren door de gemeenten in regionale context leidt tot een suboptimale aanpak. De gemeenten in de regio Rivierenland kiezen voor bundeling van kennis en capaciteit op het gebied van inkoop- en contractmanagement. Door samen te werken kunnen schaalvoordelen worden bereikt die een afzonderlijke gemeente alleen niet kan realiseren. Een regionale uitvoeringsorganisatie faciliteert en ondersteunt bij de realisatie van de inkoopstrategie. Daarvoor is een meerjarige, ontwikkelgerichte aanpak nodig die wordt beschreven in de DVO.
De regionale uitvoeringsorganisatie moet zich ontwikkelen tot een sterk orgaan dat instaat voor inkoop en contractmanagement, monitoring en data-gedreven werken. De beleidsondersteuning is gericht op de landelijke ontwikkelingen qua beleid en hun juridische gevolgen voor de regionale inkoop. 1.3 Loslaten open house Door te kiezen voor aanbesteding van de nieuwe overeenkomsten met aanbieders zullen er minder aanbieders dan het huidige aantal gecontracteerd worden. In de aanbestedingsprocedure zal ruimte gecreëerd moeten worden voor lokale en/of identiteitsgebonden aanbieders. Dit garandeert dat er voldoende keuzemogelijkheid resteert voor de inwoners van de samenwerkende gemeenten. 1.4 Ingrijpende gevolgen zorglandschap in beeld brengen door groeimodel De gevolgen voor het regionale en lokale zorglandschap kunnen ingrijpend zijn. Dat is één van de belangrijkste redenen voor de keuze voor het groeimodel Transformatie van de inkoop met behulp van pilots op basis van huidige werkwijze. Door de uitvoering van pilots kunnen de gevolgen voor het zorglandschap in beeld gebracht worden, hetgeen bijdraagt aan een zorgvuldige implementatie van de inkoopstrategie.
2.1 Implementatie vraagt tijdelijk extra inzet De implementatie vraagt een investering in personele inzet, zowel in kwaliteit als kwantiteit. Met name daar waar het gaat om het organiseren van de pilots en het verwerken van de resultaten van de pilots in de uiteindelijk af te sluiten overeenkomsten met aanbieders. Deze investering is gerechtvaardigd als door de realisatie van de inkoopstrategie de uitgaven voor hulp en ondersteuning beheersbaar worden en de ambtelijke inzet voor de uitvoering van inkoop- en contractmanagement beperkt kan worden. 5. Financiën Voor de implementatie is tijdelijk extra capaciteit nodig voor uitvoering van de pilots, de inkoop in 2022 en programmamanagement. Dat betekent extra uitgaven voor tijdelijk personeel. Het PFO Wmo/Jeugd heeft op 20 mei de behoefte uitgesproken voor het aanstellen van een stevige programmamanager voor de implementatie. Het inkoopproces van 2022 is voor een deel geen reguliere activiteit van de Regio Rivierenland. Daarvoor is ook tijdelijk extra personele inzet nodig. Op basis van een 1e raming is met de tijdelijke inzet gedurende de periode 2e helft 2021 t/m 2024 een bedrag van circa 1,5 miljoen geraamd voor alle zes gemeenten gezamenlijk.
In deze raming is geen rekening gehouden met de eerdergenoemde mogelijke besparingen als gevolg van een onderlinge taakverdeling tussen de zes gemeenten waardoor de beschikbare formatie doelmatiger ingezet kan worden. We verwachten hiermee een aanzienlijke efficiency slag te kunnen maken. In het implementatieplan dat in juli in het PHO zal worden besproken wordt dit verder uitgewerkt. Via de voorjaarsnota vragen we aan de raad een bedrag van € 83.000 beschikbaar te stellen voor deze kosten. We verwachten dat dit voor onze gemeente toereikend is. Dit is buiten de reguliere ambtelijke inzet om. Onder 2.3 bij argumenten gaat het om reguliere inzet en deze kosten gaan over de inzet van tijdelijk personeel. Burgemeester en wethouders van West Maas en Waal,
P.G. (Perry) Arissen gemeentesecretaris
V.M. (Vincent) van Neerbos burgemeester