251009 Factsheets Vitaal platteland
Tekst van het document
Factsheets Programma Vitaal Platteland Gemeente West Maas en Waal
Plussenbeleid Huidige situatie Opgave De provincie Gelderland geeft gemeenten de opdracht om het plussenbeleid uit te werken. Aanleiding Voorheen stelde de provincie Gelderland strenge limieten voor de grootte van veehouderijen. Zo beperkte de provincie de grootte van een agrarisch bouwvlak tot 1,5 ha. In de gemeente West Maas en Waal mag dit onder voorwaarden worden vergroot tot max. 2 ha. Maar om te kunnen innoveren, extensiveren, meer circulair te worden en te investeren in een betere leefomgeving hebben agrarische bedrijven meer groeiruimte nodig. Daarom maakt de provincie Gelderland met plussenbeleid het mogelijk om verder uit te breiden, in combinatie met een plusinvestering. Bij de ontwikkeling investeert het bedrijf €15 tot €20 euro per m2 extra staloppervlak of minimaal 8% van de investeringssom in een ‘plus’. Huidig omgevingsplan In de gemeente geldt op dit moment (volgens het tijdelijke omgevingsplan) dat een agrarisch bouwvlak vergroot mag worden tot maximaal 2,0 ha, mits aan strenge voorwaarden is voldaan.
Voorbeelden plusmaatregel De ondernemer kan kiezen uit deze plussen: milieu, dierenwelzijn, ruimtelijke kwaliteit, sociale binding, veiligheid of een extra bijdrage aan het gebied. Daarnaast is participatie met de omgeving verplicht.
Participatie resultaten Agrariërs en experts (provincie/LTO/Beter Leven) bevestigen dat er behoefte aan groeiruimte bestaat bij veehouderijen. Het gaat agrariers vooral om uitbreiding om mee te bewegen met nieuwe, strengere regelgeving of om duurzame ambities waar te maken, niet om schaalvergroting van de veestapel. Het alternatief minder dieren houden is financieel vaak niet haalbaar. Agrariërs hebben extra ruimte nodig voor: • Grotere en diervriendelijker stallen • Meer afstand tussen stallen voor brandveiligheid • Ruimte voor circulaire maatregelen • Opslag van eigen voer (kringlooplandbouw)
Bijdrage aan milieu, luchtwassysteem als voorbeeld.
Bijdrage aan ecologische verbinding, ecologische oever als voorbeeld.
Omgevingswensen voor plusmaatregelen • Investeringen in de ruimtelijke kwaliteit heeft prioriteit. Op het gebied van milieu en dierenwelzijn bestaan al veel regels. • Reeds doorgevoerde verbeteringen door boeren uit eigen initiatief moeten meetellen als ‘plus’ wanneer ze aansluiten op de doelen. Hiermee wil men voorlopers niet straffen door ze buiten de regeling te houden.
Bijdrage aan streekeigen beplanting, een rij knotwilgen als voorbeeld.
Bijdrage aan dierenwelzijn, buitenruimte als voorbeeld.
Bijdrage aan sociale binding, ontmoetingsplaats als voorbeeld.
Plussenbeleid Ontwerpend onderzoek Met de schetsen in dit ontwerpend onderzoek brengen we de consequenties in beeld van het uitbreiden van het bouwvlak. Hierbij gaan we eerst in op het niveau van het bouwvlak zelf. Daarnaast hebben we aandacht voor wat de extra ruimte kan opleveren. Hierbij hebben we gekeken naar een omvorming naar Beter Leven 3 sterren en naar het ontwikkelen tot een meer circulair bedrijf.Op de volgende pagina gaan we in op de consequenties van een groter bouwvlak voor de omgeving van het agrarisch bedrijf. We kijken hierbij naar het agrarisch lint en naar de gehele gemeente.
Huidige situatie 1.75 ha Stalvloer 6.000 m2 Vleesvarkens 4.500 Zeugen 450
Dier vriendelijke bedrijf 2.6 ha Stalvloer 6.500 m2 Vleesvarkens 4.500 Zeugen 450
Mestopslag Waterreservoir Silos Overslagplaats
Mestopslag Waterreservoir Silos Overslagplaats
1.350 m2 1.500 m2 8 (∅ 3m) 1.050 m2
1.350 m2 1.500 m2 8 (∅ 3m) 1.050 m2
Dier vriendelijk en circulair bedrijf 2.8 ha Stalvloer 8.000 m2 Vleesvarkens 4.500 Zeugen 450 Mestopslag Waterreservoir Silos Overslagplaats
1.350 m2 1.500 m2 8 (∅ 3m) 2.025 m2
Conclusies • We verwachten dat er maar een beperkt aantal bedrijven zal zijn dat gebruik zal maken van het plussenbeleid. • Uitbreiding kan veel opleveren diervriendelijkheid of circulariteit.
voor
bijvoorbeeld
• Voorkeur is dat het bouwvlak naar achter wordt uitgebreid, maar in de praktijk zal dit niet bij alle locaties mogelijk zijn. • Goede landschappelijk inpassing en handhaving hierop is belangrijk.
Woonhuis
Silo (bestaand)
Stal (bestaand)
Silo (uitbreiding)
Stal (uitbreiding)
Boom
Waterreservoir
Bouwvlak
Overslagplaats
Mestopslag
Tuin
S
Schuur
Meer tussenruimte voor brandveiligheid
1 ster Beter Leven: Binnen minstens 1 m2 per vleesvarken en 2,25m2 per zeug.
Buitenloop ruimte & uitzicht varkens
3 sterren Beter Leven: Binnen minstens 1,3 m2 per vleesvarken en 2,5m2 per zeug.
Daarnaast is buiten het bouwvlak voor vleesvarkens 1m2 en voor zeugen 1,9m2 buitenloopruimte.
Extra bouwvlak voor circulaire ontwikkelingen ± 600m2.
Plussenbeleid Voorstel nieuwe situatie Voorbeeld uitwerking agrarisch lint
Het nieuwe plussenbeleid geeft agrarische bedrijven de ruimte om duurzaam te groeien, mits dit gepaard gaat met aantoonbare plusinvesteringen. Wij stellen voor om dit voor alle typen agrarische bedrijven mogelijk te maken. Uitbreidingsmogelijkheid Bedrijven mogen het bouwvlak vergroten tot 3 ha, waarvan max. 85% bebouwd mag worden. Voorwaarden bij deze uitbreiding zijn: • Zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd beplantings-/inrichtingsplan. • Bij de uitbreidingsrichting wordt rekening gehouden met de afstand tot nabijgelegen bedrijven.
Schets van een agrarisch lint, waarbij een bouwvlak is uitgebreid met ca. 1 ha, om een beeld te geven van de schaalverhouding met het lint.
• Functies en waarden in de omgeving mogen niet onevenredig worden geschaad. • Bij locaties in het Gelders Natuur Netwerk of een Groene Ontwikkelingszones mag er geen significant negatief effect op natuurwaarden plaatsvinden Eisen bovenwettelijke plusmaatregelen • Participatie met de omgeving verplicht. • Minimum investeringsniveau van uitbreiding van de bebouwing.
€20
per
m2
bruto
• Het is mogelijk om van de €20 per m2 af te wijken, naar €15 m2, als gebleken is dat de betreffende plusmaatregel(en) en grote ruimtelijke kwaliteitswinst oplevert voor de omgeving. • De uitvoering van maatregelen wordt juridisch geborgd. • Recent uitgevoerde verbeteringen (uit eigen beweging, maximaal twee jaar oud en niet gesubsidieerd) mogen ook meetellen als plus-investering. • De plusmaatregel moet na aanleg in stand worden gehouden door de ondernemer gedurende de bedrijfsvoering.
Ruimtelijke procedure Een bedrijf met initiatief voor uitbreiding dient een verzoek in bij de gemeente. De gemeente kijkt dan samen met de initiatiefnemer of dit mogelijk is en of er een plusinvestering nodig is. De gemeente geeft aandachtspunten mee en locatiespecifieke kansen voor plusinvesteringen voor ruimtelijke kwaliteit of in het gebied. De gemeenteraad gebruikt het plussenbeleid in de beoordeling van ruimtelijke plannen en neemt besluiten over de aanvraag.
Vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) Huidige situatie Opgave Evaluatie van het huidige VAB-beleid en beleid aanpassen voor betere werking en in lijn met de omgevingsvisie. Aanleiding Door het teruglopend aantal agrarische bedrijven komt steeds meer bebouwing leeg te staan. Het huidige beleid maakt hergebruik of sloop/nieuwbouw mogelijk, maar kent beperkingen en is financieel niet altijd rendabel. Daarnaast heeft de gemeente met de omgevingsvisie ervoor gekozen om nieuwbouw in het komgebied te beperken. Huidig omgevingsplan Voormalige agrarische gebouwen mogen worden omgezet naar wonen via hergebruik of sloop met vervangende nieuwbouw. Bij volledige sloop van de bedrijfsgebouwen kan de eigenaar ervoor kiezen de bestaande boerderijwoning uit te breiden, één extra woning te bouwen of nieuwe bijgebouwen op te richten. Om een nieuwe woning te kunnen bouwen moet minimaal 1000 m2 gesloopt worden. Naast transformatie naar wonen biedt het huidige beleid de mogelijkheid om leeggekomen agrarische gebouwen een andere functie te geven (bijv. kleinschalige recreatie of opslag), onder strikte voorwaarden ter bescherming van de ruimtelijke kwaliteit en het agrarisch karakter van het buitengebied.
Evaluatie Voor de evaluatie van het beleid is een inventarisatie gedaan van de initiatieven die gebruik hebben gemaakt van het VAB-beleid en zijn gesprekken gevoerd met gebruikers van het VAB, belangenorganisaties en agrariërs. Er zal nog worden gesproken met een onafhankelijk financieel adviseur. Inventarisatie initiatieven Er is de afgelopen 15 jaar 26x gebruik gemaakt van de VAB-regeling in de gemeente. Hiervan is 20x gekozen voor sloop in combinatie met herbouw en 6x gekozen voor functieverandering. Daarnaast zijn er nog een aantal procedures in voorbereiding, waarbij gebruik zal worden gemaakt van sloop voor nieuwbouw. Financieel advies Stadkwadraat doet financieel onderzoek naar het VAB-beleid van de gemeente. Dit onderzoek loopt nu nog. De resultaten zullen op 22 oktober tijdens de thema-avond worden gepresenteerd.
Participatie Agrariërs, belangenorganisaties en gebruikers van het VAB geven de volgende aandachtspunten mee: • Zorg voor duidelijkheid, zodat een initiatiefnemer weet welke stappen er doorlopen moeten worden, inzicht heeft waar wel gebouwd kan worden en waar niet en op voorhand weet welke onderzoeken allemaal nodig zijn in het proces. • Er is in sommige gevallen behoefte aan maatwerk, om zo toch tot sloop te komen en te bouwen passend bij de behoefte. • De kosten voor sloop wegen in sommige gevallen niet op tegen het financieel rendement van één nieuw te realiseren woning. • Voorkom dat nieuwe woonfuncties botsen met omliggende agrarische bedrijvigheid. Genoemde redenen om niet door te zetten met het transformeren van vrijkomende agrarische bebouwing zijn: • Geldgebrek voor voorinvesteringen; • Gebrek aan benodigde kennis en ervaring; • Te spannend om de stap te zetten (risico op investering zonder resultaat); • Geen medewerking vanuit de gemeente.
Vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) Voorstel nieuwe situatie Het nieuwe VAB-beleid moet meer ruimte bieden voor herontwikkeling en maatwerk maar wel uitsluitend op locaties die passen bij de gebiedsambities. Dit onder de voorwaarde van beleidsregels die het landschap en omliggende agrarische bedrijven beschermen. • Nieuwbouw alleen op oeverwal/overgangszone »Nieuwbouw van compensatiewoningen in het komgebied wordt niet langer toegestaan. Men mag daar wel slopen en de vrijkomende bedrijfswoning tot wonen bestemmen, maar eventuele nieuwe woningen moeten worden gebouwd op de oeverwal of in de overgangszone tussen oeverwal en kom. • Verruiming compensatieregeling sloop/nieuwbouw »De huidige transformatie en sloop/nieuwbouw systematiek blijft bestaan maar de compensatieregeling voor sloop/ nieuwbouw wordt uitgebreid en gebiedsafhankelijk gemaakt. gesloopte oppervlakte bedrijfsgebouwen in m2
compensatiewoningen
0-1000 m2
geen woningbouw
1000-2000 m2
1 woning
2000-3000 m2
2 woningen
>3000 m2
3 woningen
• Arbeidershuisvesting als nieuwe hoofdfunctie »Vrijkomende agrarische gebouwen op de oeverwal kunnen, in lijn met gestelde voorwaarden (Actieplan Internationale Werknemers), worden getransformeerd tot huisvesting voor internationale werknemers die bij andere werkgevers werkzaam zijn.
Huisvesting internationale werknemers Huidige situatie Opgave Regels voor tijdelijke huisvesting van werknemers (IW’ers) in het buitengebied.
Participatie resultaten internationale
Aanleiding In het Actieplan internationale werknemers is gesteld dat huisvesting van internationale werknemers bij agrarische bedrijven en op VAB-locaties verder uitgewerkt wordt in het programma Vitaal Platteland. Huidige omgevingsplan Onder het huidige beleid is de huisvesting van internationale (tijdelijke) werknemers op agrarische bedrijven toegestaan onder de volgende voorwaarden: • Het betreft werknemers voor de ter plaatse uitgeoefende agrarische bedrijfsactiviteit; • De huisvesting in bestaande bebouwing is toegestaan voor max. 6 maanden per jaar en in tijdelijke units of caravans bij piekbelasting voor max. 4 maanden per jaar; • Er moet worden voldaan aan de vereisten van het Bouwbesluit en de Bouwverordening. Actieplan internationale werknemers Om het huidige beleid aan te vullen is het ‘Actieplan internationale werknemers’ opgesteld. Dit actieplan benoemd drie verschillende huisvestigingsmogelijkheden voor internationale werknemers (IW’ers): 1. Een agrarisch ondernemer kan huisvesting voor eigen IW’ers op eigen terrein realiseren (tot 50 IW’ers); 2. Een agrarisch ondernemer kan huisvesting voor IW’ers op eigen terrein, maar ook voor IW’ers werkzaam bij andere bedrijven (tot 50 IW’ers); 3.
Een ondernemer stopt met het huidige agrarische bedrijf en wil het vastgoed transformeren tot huisvesting van IW’ers voor andere ondernemers (tot 100 IW’ers, niet toegestaan in het komgebied).
Onderzoek Bureau Legitiem Bureau Legitiem heeft onderzoek gedaan naar de aantallen internationale werknemers (IW’ers) in de gemeente: • Tijdens het seizoenswerk komen 199 IW’ers naar West Maas en Waal. Deze zijn verspreid over 15 locaties.
Agrariërs geven aan dat de huidige regels rond de huisvesting van arbeiders soms te star en onpraktisch zijn. • Losse woonunits voor seizoenarbeiders mogen nu alleen tijdelijk op het erf staan, wat betekent dat men ze na het plukseizoen moet verwijderen en het jaar erop weer terugplaatsen. Dit is in de praktijk onwerkbaar.
• Buiten het plukseizoen zijn 209 IW’ers geteld die in de gemeente verblijven. Deze werken met name buiten de gemeente.
• Ook wordt de vergunningaanvraag om een bestaande schuur om te bouwen tot woonruimte als erg belemmerend ervaren vanwege de hoeveelheid eisen die gesteld worden. • Er zijn tegenstrijdige regels. Zo moeten de werknemers op eigen erf wonen, wat binnen de spuitcirkel ligt, maar mogen de werknemers niet binnen de spuitcirkel wonen. • Er zijn ondernemers die zich richten op de huisvesting van IW’ers als hoofdactiviteit. Deze hebben nu een tijdelijke vergunning, maar behoefte aan duidelijkheid zodat ze kunnen investeren in hun onderneming. Voortkomend uit bovenstaande punten is er behoefte aan duidelijkere en soepelere regels.
Huisvesting internationale werknemers Ontwerpend onderzoek Met de schetsen hiernaast hebben we onderzocht wat de verhouding is tussen huisvesting (bebouwing en parkeren) voor internationale werknemers en de schaal en maat van agrarische bebouwing op een fruitteeltbedrijf. We zijn hierbij uitgegaan van standaard maten die worden gehanteerd voor huisvesting van internationale werknemers. Conclusies • Het actieplan stelt een maximum voor van 50 werknemers. Bebouwing hiervoor is net iets kleiner dan de grootte van een bedrijfsgebouw op een gemiddeld fruitteeltbedrijf en kan daarom op een passende manier een plek krijgen op het agrarisch erf. We concluderen daarmee dat dit een passend maximum is.
Gemiddeld fruitteeltbedrijf met huisvesting 8 werknemers
Gemiddeld fruitteeltbedrijf met huisvesting 50 werknemers
Zeer groot fruitteeltbedrijf met huisvesting 50 werknemers
Bouwvlak Totale huisvesting
5.000 m2 (0,5 ha) 8 werknemers
Bouwvlak Totale huisvesting
5.000 m2 (0,5 ha) 50 werknemers
Grootte woon unit Parkeernorm
12m2 0,75
Grootte woon unit Parkeernorm
12m2 0,75
Bouwvlak 25.000 m2 (2,5 ha) Totale huisvesting 50 werknemers Mogelijke uitbreiding +50 werknemers
Woon units
Extra woonhuis
Woon units
Grootte woon unit Parkeernorm
12m2 0,75
Transformatie
• Voor zeer grote fruitteeltbedrijven is ruimtelijk gezien huisvesting van meer werknemers ook nog passend ten opzichte van de bedrijfsbebouwing. Mocht een zeer groot fruitteeltbedrijf meer dan 50 werknemers voor eigen bedrijf nodig hebben, dan zou hier een uitzondering kunnen worden gemaakt. • Wanneer gebruik wordt gemaakt van het VAB-beleid transformeert de bedrijfsbebouwing naar huisvesting voor werknemers. Het actieplan stelt hiervoor een maximum van 100 werknemers voor. De benodigde bebouwing hiervoor sluit aan bij de maat en schaal van een agrarisch bedrijfsgebouw en is ruimtelijk gezien nog passend. • Het past beter in het agrarisch beeld om de woningen voor werknemers in oude schuren, stallen of bedrijfswoningen te ontwikkelen dan in woonunits. Mocht er toch worden gekozen voor woonunits of nieuwbouw, kies er dan voor om deze zo te plaatsen dat ze aansluiten op de vorm van een schuur, stal of bedrijfswoning.
Straatbeeld 1 laag woon units
Straatbeeld 2 lagen woon units
Straatbeeld extra woonhuis
Straatbeeld hergebruik oude stal
Bouwvlak
Boom
Woon unit
Woonhuis
Overslagplaats
Parkeerplaats
Schuur
Tuin Straatbeeld 2 lagen woon units
Huisvesting internationale werknemers Voorbeelden huisvesting Klein pension
Groot pension
Bouwvlak Totale huisvesting
3.500 m2 (0,35 ha) 50 werknemers
Bouwvlak Totale huisvesting
5.000 m2 (0,5 ha) 100 werknemers
Grootte woon unit Parkeernorm
12m2 0,75
Grootte woon unit Parkeernorm
12m2 0,75
Woon units
Transformatie
Woon units
Transformatie
Straatbeeld 2 lagen woon units
Straatbeeld 2 lagen woon units
Straatbeeld hergebruik oude stal
Straatbeeld hergebruik oude stal
Kanttekeningen bij dit ontwerpend onderzoek: • De schetsen gaan uit van bedrijven die nog ruimte over hebben op hun bouwvlak om huisvesting te realiseren. In de praktijk zal dit, behalve bij VAB, vaak niet het geval zijn en moet een agrariër zijn bouwvlak verruimen op omliggende landbouwgrond.
Woon units
Twee lagen woon units
Bedrijfswoning
Woon units (schuur vorm)
Transformatie van een agrarisch gebouw
Huisvesting internationale werknemers Voorstel nieuwe situatie Het nieuwe beleid moet goede veilige en tijdelijke huisvesting voor internationale werknemers mogelijk maken. De gemeente stelt drie varianten voor die aansluiten bij de praktijkbehoefte van agrariërs. Hierbij zijn caravans verboden en een landschappelijke inpassing verplicht. Uitbreiding van het bouwvlak is mogelijk binnen het plussenbeleid mits voldoende afstand tot omliggende bedrijven. Huisvesting op agrarisch erf • Toegestaan tot 50 werknemers. Dit zijn werknemers voor eigen bedrijf en voor andere agrarische bedrijven als nevenactiviteit bij elkaar opgeteld. • Seizoensgebonden huisvesting, in de resterende maanden zijn nevenactiviteiten in de huisvestingslocatie mogelijk. • Huisvesting in nieuwbouw binnen het bouwvlak of in bestaande gebouwen. Geen huisvesting in buitendijks gebied. Als aangetoond wordt dat onvoldoende ruimte aanwezig is binnen de aanwezige bedrijfsgebouwen, mag voor de huisvesting van internationale werknemers ook worden uitgebreid of nieuw gebouwd, mits landschappelijk inpasbaar en er geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke kwaliteiten van het gebied. • De huisvesting heeft een aanvaardbaar woonmilieu voor de bewoners. Bij voorkeur huisvesting buiten de spuitzone van boomgaarden (±50 m), anders afspraken over niet spuiten tijdens bewoning.
• De huisvestingsvoorzieningen zijn zodanig in de omgeving ingepast dat de omgeving geen onevenredige hinder ondervindt van de bebouwing en dat de bebouwing geen afbreuk doet aan de landschappelijke kwaliteiten van het gebied. • Bij huisvesting als nevenactiviteit zijn voorwaarden voor nevenactiviteiten van toepassing.
Huisvesting als nieuwe hoofdfunctie binnen VAB Voormalige agrarische bebouwing kan volledig worden getransformeerd tot huisvesting voor internationale werknemers van derden als hoofdactiviteit. Voorwaarden hierbij zijn: • Alleen mogelijk op de oeverwal en de overgangszone oeverwal-kom. • In voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (verbouw/ herbouw en beperkte nieuwbouw binnen het bestaande oppervlak mogelijk) tot max. 100 IW’ers. • Regels van VAB zijn van toepassing, o.a.: »Nieuwe bebouwing wordt alleen toegestaan wanneer deze op een goede landschappelijke en stedenbouwkundige wijze kan worden ingepast in het buitengebied; »De bestaande infrastructuur moet toereikend zijn voor de functieverandering; »De belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad.
Ecologische verbindingen Huidige situatie Opgave Het ontwikkelen van ecologische noord-zuid verbindingen, zo mogelijk gekoppeld aan noord-zuid lopende fietsverbindingen. Aanleiding In de afgelopen eeuw zijn in het agrarisch landschap veel kleinschalige elementen (zoals houtwallen, houtsingels, boomrijen) verdwenen, waardoor het groennetwerk versnipperd is geraakt. De raad heeft met een amendement bij de omgevingsvisie voorgesteld om in het Programma Vitaal Platteland verder te onderzoeken hoe om te gaan met ecologische verbindingen en de groen-agrarische zone langs de wetering. De raad wil hierbij een goede afweging maken over de omvang en impact van deze gebieden. Huidig beleid In oktober 2024 is het biodiversiteitsplan vastgesteld, waaronder het project ecologisch bermbeheer. Hierin staan ambities voor het ontwikkelen van de ecologische verbindingen en zijn budgetten beschikbaar om dit te doen. Daarnaast zijn er ook vanuit het waterschap regelingen en projecten voor klimaatadaptatie en biodiversiteit.
Participatie resultaten
Voorbeelden ecologische dooradering
Er zijn gesprekken gevoerd met agrariërs en belangenorganisaties. Zij gaven als aandachtspunten mee: • Het verlies van landbouwgrond om deze ambities te verwezenlijken kwam als centrale zorg naar voren. Er is een wens voor behoud van zoveel mogelijk landbouwgrond. • Ook moet er perspectief zijn om voor lange termijn gebruik te kunnen blijven maken van de agrarische natuurbeheerregelingen. Dit draagt bij aan de bereidheid en financiele mogelijkheid als agrarier natuurvriendelijk ingerichte zones langs landbouwpercelen aan het aanleggen en onderhouden. • Probeer zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande regelingen en kansen, zoals GLB, mestbeleid, keurmerken en het plussenbeleid. • Geef groenblauwe dooradering geen natuurstatus, zodat het niet belemmerend is voor de naastgelegen agrarische functie.
Houtsingels langs kavelranden
Knotwilgenrij
Natuurzone langs KRW watergang
• Als een agrariër hieraan bijdraagt, geef dan ontwikkelruimte of een reëele vergoeding.
Het blauwgroen dooraderde landschap van de Ooijpolder
Ecologische verbindingen Ontwerpend onderzoek Met ontwerpend onderzoek hebben we in beeld gebracht hoe een ecologische verbinding opgebouwd kan worden. Er is niet één manier waarop dit kan, daarom laten we bouwstenen zien die aan een ecologische verbinding kunnen bijdragen. Afhankelijk van lokale kansen en beschikbare ruimte kunnen bouwstenen worden gekoppeld, om zo de ecologische verbinding uit te bouwen. Voor één ecologische verbinding hebben we dit in een voorbeeldverbinding uitgewerkt. Deze ecologische verbinding ligt langs de Hommelstraat op grond in eigendom van de gemeente zelf. Conclusies Uit dit ontwerpend onderzoek concluderen we dat aanleg van de ecologische verbindingen mogelijk is met een beperkte impact op het omliggende agrarisch gebruik wanneer wordt gekozen voor de juiste bouwstenen.
Algemene principes Overgangsmilieus Zorg voor overgangsmilieus en combineer waar je de ruimte hebt twee of meer lijnvormige landschapselementen met elkaar. De overgang kan zitten van open naar meer besloten milieus, van nat naar droog of van zilt naar zoet. Sluit daarvoor aan op de aanwezige bodem- en watercondities. Dit resulteert in robuustere verbindingen die functioneren voor meer soorten. Inheemse en gebiedseigen soorten Maak bij aanplant of inzaaien uitsluitend gebruik van inheemse, gebiedseigen en biologisch geteelde bomen, struiken en zaaigoed. Wanneer dit onvoldoende voorhanden is, kan je ook - op plekken waar veel natuurlijke opslag is - lokaal plantmateriaal oogsten.
Bouwstenen ecologische verbinding Ecologisch bermbeheer Ecologisch bermbeheer is een snelle en effectieve bouwsteen. Wegbermen kunnen een goede basis vormen voor een ecologische verbinding, met name wanneer deze breed zijn. Vaak zijn deze in eigendom van de gemeente. Bomenrij Kan in de vorm van laanbeplanting of op de rand van een perceel. Kies voor soorten kenmerkend voor de kom, zoals elzen of wilgen. Houdt bij de plaatsing en keuze van landschapselementen rekening met schaduwwerking op de percelen. Ecologische oevers Met deze maatregel wordt de biodiversiteit, connectiviteit en de waterberging capaciteit van het landschap versterkt. Benut onderhoudspaden Naast een landschapselement is vaak behoefte aan een onderhoudspad. Richt ook deze in als landschapselement zoals een kruidenrijke berm of ruigtezone zodat deze ook meedoen in de groenblauwe dooradering. Kruidenrijke akkerranden Benut teeltvrije zones (50-500cm) langs watergangen voor de aanleg van landschapselementen, zoals kruidenrijke akkerranden, evt in combinatie met een vanggewas. Voerderhagen Zet tussen beweide percelen landschapselementen in als voederhagen. Ze vormen een aanvulling op het dieet van het vee.
Erfbeplanting Biedt stimuleringsregelingen aan voor de aanleg en beheer van erfbeplantingen.
Infiltratiezones of -terrassen Met name op (licht)hellend terrein, kan deze maatregel voorkomen dat water snel afvloeit. In deze zones verzamelt het water zich en kan het langzaam worden opgenomen door de bodem.
Greppels Het water op weidepercelen blijft langer staan en kan geleidelijker infiltreren in de bodem. Dit is goed voor de waterhuishouding.
Recreatieve dooradering Combineer fiets- en wandelroutes met de aanplant van landschapselementen voor beschutting tegen zon en/of wind. Aan de hand van een bewuste recreatieve dooradering kan kwetsbare verstoringsgevoelige natuur elders ontlast worden. Met de vormgeving kan de recreant uit het zicht van verstoringsgevoelige soorten worden gehouden.
Deze bouwstenen zijn afkomstig uit: Handreiking Groenblauwe dooradering, naar verweven landbouw en natuur, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, programma Mooi Nederland.
Ecologische verbindingen Voorstel nieuwe situatie Het buitengebied wordt versterkt met nieuwe groenblauwe verbindingen in combinatie met landbouw en recreatie. De aanpak is gebiedsgericht, vrijwillig en gebeurt in samenwerking met agrariërs en partners.
Voorbeeld uitwerking
Kernpunten • Er komt een gebiedsplan per deelgebied. Hierbij wordt de nadruk gelegd op noord–zuidverbindingen. De op dit moment aangegeven verbindingen zijn geen ‘harde’ locaties. In overleg met agrariërs en andere betrokken partners wordt gekeken waar een noord-zuidverbinding concreet kan worden. • Vrijwillige deelname van agrariërs is het uitgangspunt. Zij worden gestimuleerd via het plussenbeleid en subsidies. • Regierol voor de gemeente. Samenwerking met het gebied en betrokken partners vanaf de start. Kruidenrijke akkerrand
Bestaande groenstrook
Bestaande situatie
Agrarische grond
Bestaande groenstrook
Fietspad
Ecologische oever