CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

21 Raadsvoorstel Regioplan Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang regio Nijmegen en Rivierenland

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Regioplan Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang Nijmegen en Rivierenland4.254 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel aan de gemeenteraad Onderwerp

Regioplan Beschermd Wonen (BW) en Maatschappelijke Opvang (MO) regio Nijmegen en Rivierenland.

Vergadering

Datum

Agendapunt

Rondetafelgesprek Raadsvergadering

3 juni 2021 17 juni 2021

6 21

Registratienummer Datum collegebesluit Datum presidium Portefeuillehouder Behandelend ambtenaar Programma Fatale termijn Openbaarheid Voorstel genodigden rondetafelgesprek: Rondetafelgesprek Conclusie Openstaande vragen Toezeggingen

 Afgedaan

Z.055469 / 55469 11-5-2021 18-5-2021 dhr. R.A.N. Reuvers mw.van Nieuwenhuizen Maatschappelijke zaken Openbaar Wmo-raad

x Naar raad

 Extra RTG

 Terug naar college

T 2021-030 Wethouder Reuvers zegt toe vóór de raadsvergadering schriftelijk terug te komen op de vraag van mevrouw Reijnen over de doorstroom naar de Wet Langdurige Zorg (WLZ) T 2021-031 Wethouder Reuvers zegt toe vóór de raadsvergadering schriftelijk terug te komen op de vraag van de heer Vissers over de financiële consequenties voor West Maas en Waal. Er wordt een totaal plaatje geschetst maar wat betekent dit concreet. Ook als je kijkt naar de keuze om te bekostigen op basis van beschikbaarheid en gebruik. T 2021-032 Wethouder Reuvers zegt toe vóór de raadsvergadering schriftelijk terug te komen op de vraag van de heer Vissers over de centrumregeling. In het raadsvoorstel wordt gevraagd in te stemmen met deze regeling maar het is onduidelijk of deze wel of niet al is afgesloten . T 2021-033 Wethouder Reuvers zegt toe vóór de raadsvergadering schriftelijk terug te komen op de vraag van de heer Vissers of er nu een DVO wordt afgesloten of een GR opgericht wordt.

Overige opmerkingen Bijlagen bij dit voorstel

Stukken ter inzage

-

Juridische onderbouwing samenwerkingsvormen Financiële tabellen verdeelmodel/ inkomsten en kosten BW-MO Info-grafic Regioplan Beschermd Wonen regio Nijmegen en Rivierenland Centrumregeling BW en MO regio Nijmegen en Rivierenland Concept Raadsbesluit

Voorgesteld besluit: 1. Beschermd Wonen op het niveau van de regio Nijmegen en Rivierenland te blijven organiseren. 2. Beschermd Thuis in een ontwikkelpad van 7-10 jaar steeds meer lokaal of sub-regionaal vorm te geven. 1

3. De regionale samenwerking te organiseren via een Centrumregeling en een Dienstverleningsovereenkomst. Dit houdt in dat we: • Vastleggen welke taken en verantwoordelijkheden we met alle gemeenten in de regio Nijmegen en Rivierenland op het gebied van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Ontwikkeling centraal uit gaan voeren. • De gemeente Nijmegen aanwijzen als centrumgemeente voor de uitvoeringstaken van Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang. • Gezamenlijk een meerjarig inkoopplan en een meerjarige regiobegroting opstellen. • Afspraken vastleggen over hoe we omgaan met tekorten en overschotten. 4. Het college toestemming te verlenen de gemeenschappelijke regeling Centrumregeling Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang regio Nijmegen en Rivierenland vast te stellen. 5. De kosten voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang vast te stellen op basis van beschikbaarheid (dus niet op basis van daadwerkelijk gebruik) en daarbij: • De verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage vast te stellen op basis van het ‘aanvullend’ Wmo-budget per regiogemeente. • De financiële bijdrage jaarlijks vooraf vast te stellen met correctie/vaststelling bij de jaarafsluiting. 6. Het Regioplan Beschermd Wonen, regio Nijmegen en Rivierenland vast te stellen. Onderwerp

Regioplan Beschermd Wonen (BW) en Maatschappelijke Opvang (MO) regio Nijmegen en Rivierenland.

Toelichting 1. Aanleiding De commissie Dannenberg stelde enkele jaren geleden de visie op ‘decentralisatie GGZ Beschermd Wonen (BW) - Maatschappelijke Opvang (MO)’. In deze visie vervagen de scheidslijnen tussen beschermd wonen, opvang, en begeleiding in de thuissituatie. Om ons voor te bereiden op deze ontwikkelingen stelden we samen met de andere gemeenten uit de regio Nijmegen en Rivierenland in 2017 het beleidsplan ‘Samen Dichtbij’ op. De gezamenlijke visie hierin is dat als het mogelijk is, de GGZ-zorg meer lokaal beschikbaar komt. In de kernen en bij mensen thuis. Dit raadsvoorstel is een uitwerking van de uitgangspunten uit het beleidskader ‘GGZ Beschermd Wonen - Maatschappelijke Opvang Samen Dichtbij’. Eind 2017 stelde u dit beleidsplan vast. Vanaf 1 januari 2022 decentraliseert het rijk de taak BW van de centrumgemeenten naar alle gemeenten. Gemeenten krijgen hiervoor vanaf 2023 van het Rijk extra middelen in het Wmobudget. Dit is nieuw: voorheen gingen alle budgetten voor uitvoering van deze taak naar de centrumgemeente. Voor onze regio is dat de gemeente Nijmegen. De verantwoordelijk voor MO blijft vooralsnog tot 2026 de verantwoordelijkheid van de centrumgemeenten. In het regionale beleidsplan ‘Samen Dichtbij’ staan 25 voorstellen op het gebied van wonen, zorg, werk, participatie en inkomen. Een aantal daarvan hebben ook betrekking op Beschermd Wonen.

Zoals: • de regiogemeenten blijven ook in de toekomsten op het schaalniveau van Gelderland-Zuid samenwerken; • de centrumlocaties voor opvangvoorzieningen in Tiel en Nijmegen blijven behouden, maar worden niet uitgebreid. De tussenvoorzieningen worden in beide regio’s uitgebreid; • inrichting van één centrale toegang voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang; • in gang zetten van de ambulantisering met als doel een opbouw van 30% in 2022 tot 50% in 2032. Het uitgangspunt is en blijft dat iedereen die intramurale zorg nodig heeft, dat ook krijgt. • de meeste voorzieningen voor BW en MO staan nu in Tiel en Nijmegen. De kern van het beleidsplan is dat we de zorg waar mogelijk, meer lokaal in dorpen en wijken en bij mensen

2

thuis organiseren. Verder willen we ook dat deze voorzieningen zich meer richten op herstel en uitstroom. Een aantal voorstellen uit het beleidsplan Samen Dichtbij moesten we nog verder uitwerken. Dit leidde tot het regioplan Beschermd Wonen Regio Nijmegen Rivierenland (zie bijlage). We stemden alle voorstellen af met alle portefeuillehouders uit de regio Nijmegen en Rivierenland. 2. Beoogd effect Een woonomgeving met een focus op veiligheid, bescherming, stabilisatie en herstel voor inwoners met ernstige psychiatrische problemen. 3. Argumenten 1.1. Regionaal organiseren garandeert schaalvoordelen en een grote verscheidenheid van voorzieningen. We willen de wijze waarop we nu de zorg en begeleiding geregeld hebben, zo houden. Zo hebben en houden we een stevige basis voor inwoners met een (ernstige) psychiatrische aandoening (EPA) die zorg en begeleiding nodig hebben. Zo sluiten we aan bij wat er al is. En we hebben zoveel mogelijk verschillende soorten van zorg en begeleiding. Die passen bij alle verschillende zorgvragen en behoeftes van inwoners met een EPA. 1.2. Minimale schaalgrootte. Voor sommige voorzieningen is een minimumaantal cliënten nodig. Niet alle afzonderlijke gemeenten kunnen hieraan voldoen. Zij zijn te klein om de benodigde diversiteit aan beschermd wonen vormen zelf te organiseren. 2. We willen dat onze inwoners kunnen werken aan herstel in de eigen omgeving.

Dat kan met het product Beschermd Thuis. Hiermee woont een inwoner zelfstandig. En is zorg en ondersteuning van een aanbieder op afroep beschikbaar. Beschermd Thuis bestaat op dit moment nog niet of onvoldoende en biedt kansen om op lokaal niveau te organiseren. Bijvoorbeeld met kleinschalige woonprojecten. Het organiseren hiervan kost tijd. Daarom nemen we hiervoor 7 tot 10 jaar waarin gemeenten lokaal verantwoordelijk worden voor de inrichting en uitvoering van Beschermd Thuis. 3. 1. De samenwerkingsvorm via een centrumregeling is niet zwaarder dan nodig. Hiermee sluiten we aan bij het uitgangspunt uit het regionale beleidsplan ‘Samen Dichtbij’. Een centrumregeling is de meest lichte vorm om bestuurlijke samenwerking te regelen. Door te kiezen voor een centrumregeling hoeven we geen nieuwe organisatie op te zetten. Het ene bestuursorgaan mandateert taken aan een bestuursorgaan van een andere gemeente. De verantwoordelijkheid wordt niet overgedragen. Daarmee is deze constructie eenvoudiger en relatief makkelijk te organiseren. Een mandaatregeling wordt nog voorgelegd aan het college. 3.2. We willen een efficiënte en flexibele samenwerkingsvorm die betrokkenheid en verantwoordelijkheid regelt. Daarom kiezen we voor een netwerksamenwerking. De juridische vorm die daarbij past, is een centrumregeling.

Hierin regelen we de wederzijdse rechten en plichten tussen alle deelnemende gemeenten. In de bijlage treft u een korte weergave aan van de verschillende juridische vormen. De centrumregeling draagt bij aan efficiency. Er zijn geen extra bestuurslagen en zware of onnodige administratieve lasten. Het geld kunnen we daardoor zoveel mogelijk besteden de zorg. Daarnaast biedt deze samenwerkingsvorm de instrumenten waardoor gemeenten kunnen meedenken en sturen. En flexibel en snel kunnen schakelen. Dit is belangrijk, omdat o.a. de ambulantisering vraagt om het continu aanpassen van beleid en uitvoering. 3.3. We willen duidelijke afspraken met elkaar maken via een dienstverleningsovereenkomst. 3

Een dienstverleningsovereenkomst sluit aan bij de opdracht tot uitvoering van centrale taken. In de centrumregeling mandateren de regiogemeenten de uitvoeringstaken aan de centrumgemeente Nijmegen. In een dienstverleningsovereenkomst maken we nadere afspraken over de precieze taken die de centrumgemeente krijgt en mandateren we deze. Dit zijn taken die bedrijfsvoering raken. Beide documenten zijn nodig om de juiste samenwerkingsafspraken vast te leggen. De dienstverleningsovereenkomst is een uitvoeringsverantwoordelijkheid van het college. Deze is nog niet klaar. De overeenkomst wordt dit jaar nog voorgelegd aan het college. 3.4. Bij een regionaal voorzieningenniveau past een structuur van centraal organiseren. De keuze om samen te werken op regionaal voorzieningenniveau bepaalt het niveau van de organisatie van deze taken. Bij een regionaal voorzieningenniveau past een structuur van centraal organiseren. Dit doet ook recht aan de behoefte van onze cliënten en aanbieders. Cliënten willen stabiliteit in het zorglandschap. Aanbieders werken bij voorkeur met één centraal aanspreekpunt. Deze manier van werken is het meest efficiënt, ook voor de gemeenten zelf. 3.5. De gemeente Nijmegen voert de taken op dit moment al uit en heeft kennis en expertise opgebouwd. Het ligt voor de hand om Nijmegen als centrumgemeente aan te wijzen.

De bestaande kennis en structuur kunnen we hierdoor gebruiken en behouden. 3.6. Om een wettelijke taak over te dragen aan een andere gemeente is een mandaat nodig. Dit betekent dat alle gemeenten in de regio toestaan dat gemeente Nijmegen namens hen handelt. Dit is nodig om snel besluiten te kunnen nemen. Het mandaatbesluit is onderdeel van de Dienstverleningsovereenkomst. Deze stelt het college na de zomer vast. 3.7. Gemeenten blijven door een meerjarig inkoopplan en een meerjarige regiobegroting betrokken en houden gezamenlijk grip op de kosten. Gemeenten bepalen hiermee gezamenlijk wat het voorzieningenniveau in de regio Nijmegen en Rivierenland moet zijn en welke kosten hiermee gemoeid zijn. De gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de kwaliteit en de betaalbaarheid van de ondersteuning. Door het meerjarig inkoopplan en de regiobegroting houden we overzicht op het soort voorzieningen die nodig zijn en de kosten daarvan. Ook geeft de regiobegroting de samenhang aan met aanpalende terreinen als MO. De regiobegroting geeft inzicht in de kosten die de centrumgemeente maakt voor het uitvoeren van de centrale taken, de centrale toegang en MO. Deze onderdelen kunnen we niet los zien van het totaal. Net als de keuzes die een individuele gemeente maakt in het ontwikkelpad.

Dit heeft effect op de kosten en de bijdrages voor alle regiogemeenten en ook op het meerjarenperspectief. Door het gezamenlijk opstellen van de regiobegroting weten we ook welke financiële bijdrage we jaarlijks vooraf moeten vaststellen. 4. Dat is bij de Wet gemeenschappelijke regelingen zo geregeld. Voordat het college over kan gaan tot het treffen van de gemeenschappelijke regeling, moet zij op grond van artikel 1, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen toestemming vragen aan de raad. Deze toestemming kan slechts onthouden worden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 5.1. Door te financieren op basis van beschikbaarheid, vangen we samen de financiële risico’s op. Beschermd Wonen is een kostbaar en risicovol product. Het kent een onvoorspelbaar en grillig kostenpatronen dat over de jaren heen zichtbaar wordt. In het ene jaar stroomt er niemand vanuit de eigen gemeente in BW, Het volgende jaar zijn dat er 10. Daarnaast is niet altijd te achterhalen waar een cliënt vandaan komt en welke gemeente financieel verantwoordelijk is. Door gezamenlijk de beschikbaarheid te financieren worden de risico’s verdeeld en is voor elke gemeente vooraf duidelijk wat de kosten zijn. 5.2. Dit is een eerlijke verdeling zonder voordeel of nadeel 4

Vanaf 2023 ontvangen gemeenten boven op hun bestaande Wmo budget, aanvullende middelen voor de uitvoering van BW. Dit aanvullende deel is gebaseerd op het nieuwe objectieve verdeelmodel van het Rijk. Deze middelen zijn afgestemd op de kenmerken van een gemeente. Om het totaal van de bijdrage te bepalen kijkt de regio alleen naar die aanvullende middelen die gemeenten ontvangen. Het nieuwe Wmo budget (2023) minus het oude Wmo budget (2022) is het deel dat we gebruiken voor BW. De integratie-uitkering BW die de gemeente Nijmegen ontvangt wordt altijd volledig gebruikt. 5.3. De verdeling van de kosten is zo realistisch mogelijk. De decentralisatie vindt in stappen plaats in 10 jaar tijd. In het eerste jaar ontvangt Nijmegen nog een groot deel van de centrumgemeentemiddelen. Dit bouwt het rijk in stappen af. Daar staat tegenover dat het rijk het gemeentelijke budget voor deze taken in die jaren opbouwt. Het geld voor BW verschuift dus in 10 jaar van de centrumgemeenten naar de individuele gemeenten in een regio. Het ontwikkelpad voor het schaalniveau van de voorzieningen BW in de centrumregio Nijmegen en Rivierenland loopt hier in gelijk. Dit stellen we vast op zo’n 7-10 jaar. In onderstaand overzicht ziet u een voorbeeld van hoe de methodiek in de praktijk er uit kan zien.

De genoemde bedragen zijn fictief en niet alle gemeenten uit de regio Rivierenland en Nijmegen zijn in de tabel opgenomen. Bijdrage op basis van aanvullend WMO Budget (*mln) 2022 Verdeelsleutel Inkomsten Bijdrage Centrumgemeente Nijmegen Tiel Wijchen West Betuwe Totaal

40% 20% 20% 20% 100%

50 0 0 0 0 50

2023 2024 2025 Kosten Kosten Kosten Kosten BW Inkomsten Bijdrage BW Inkomsten Bijdrage BW Inkomsten Bijdrage BW 45 45 45 45 50 25 25 15 15 10 10 0 10 8 14 12 16 14 0 5 4 7 6 8 7 0 5 4 7 6 8 7 0 5 4 7 6 8 7 0 50 -5 50 45 0 50 45 50 45 0

5.4. De centrumgemeente middelen BW komen blijvend ten goede van de BW-taken. De verdeelsleutel wordt vastgesteld voor het samenbrengen van de totale kosten minus de centrumgemeentemiddelen. Om het aanbod te betalen gebruiken we eerst de integratie uitkering BW die de centrumgemeente ontvangt. Als er dan nog meer kosten zijn, betalen de gemeenten die uit hun lokale budget. We dragen de tekorten gezamenlijk. Overschotten laten we evenredig terugvloeien naar de regiogemeenten. 5.5. Dit geeft financiële duidelijkheid voor alle gemeenten. Om de taken voor BW uit te kunnen voeren is het voor alle gemeenten belangrijk dat we voor elk jaar weten welk budget we nodig hebben en wat er beschikbaar is. Dat betekent dat we het budget en de bijdrages elk jaar vooraf vaststellen. De definitieve vaststelling en eventuele correctie komen na de jaarafsluiting. Dit gebeurt nadat Nijmegen alle productieverantwoordingen heeft ontvangen. 5.6. Dit geeft armslag voor de uitvoering voor de centrumgemeente Nijmegen. Het is niet wenselijk dat de centrumgemeente voorfinanciert. De kosten zijn te hoog om door een gemeente voor te financieren. 6.1. We moeten duidelijk maken hoe wij BW en MO organiseren in de regio. Het is belangrijk dat inwoners en aanbieders weten wat ze van gemeenten kunnen verwachten. Ook het ministerie verwacht van iedere regio een plan van aanpak.

Het regioplan geeft samen met het beleidsplan Samen Dichtbij weer hoe de gemeenten uit de regio Nijmegen en Rivierenland dit doen. 6.2 We hiermee voldoen aan de Norm voor Opdrachtgeverschap. Deze schrijft voor dat gemeenten in regionaal verband voor BW en MO een regiovisie opstellen. Deze moet door de verschillende gemeenteraden zijn vastgesteld.

5

4. Kanttekeningen 2.1.De (lokale) organisatie van Beschermd Thuis vereist een bepaald lokaal draagvlak. Aanvaardbaar. Beschermd Thuis vraagt van aanbieders dat zij verschillende soorten zorg en ondersteuning op afroep snel kunnen inzetten. Er moet voor deze doelgroep voldoende mogelijkheden zijn voor dagbesteding /participatie. Onze kernen moeten we op deze ontwikkeling van een inclusieve samenleving voorbereiden in samenwerking met de woningbouwvereniging. Een passende zorg-infrastructuur is dan ook van belang. Het kan hierdoor zijn dat niet iedere gemeente Beschermd Thuis kan organiseren. Zij kunnen er dan voor kiezen dit (sub)regionaal te blijven of gaan doen. 2.2. Het realiseren van Beschermd Thuis vraagt om voldoende woonplekken. Aanvaardbaar. Die zijn er nu niet. We proberen wel meer woonplekken te maken door samen te werken met wooncorporaties en aanbieders. In Nijmegen maakten we hierover afspraken in het convenant ‘Weer Thuis’ uit 2019. De gemeenten uit Rivierenland maakten hierover vergelijkbare afspraken met Regio Rivierenland (uitvoeringsorganisatie) voor de uitvoering van ‘Weer Thuis’. Door gebrek aan woonplekken bestaat het risico dat we de transformatie naar ‘zelfstandig wonen in de wijk (met steun)’ niet kunnen waarmaken. 2.3. Voor de overdracht van Beschermd Thuis van regionaal naar lokaal, geldt een ontwikkelpad van 7-10 jaar. Aanvaardbaar.

We organiseren Beschermd Thuis eerst regionaal. Gedurende het ontwikkelpad bepalen gemeenten zelf hoe snel, en hoever ze gaan met de lokale inrichting en uitvoering ervan. Beschermd Thuis lokaal (sub-regionaal) organiseren en betalen betekent dat gemeenten geld uit het regionale budget moeten halen. Dit heeft gevolgen voor hoe de voorzieningen nu zijn. Dat heeft weer een effect op hoeveel geld alle gemeenten moeten inleggen. Dit traject stemmen de regiogemeenten zorgvuldig op elkaar af. We maken daar goede afspraken over. 5.1. De lokale begroting is afhankelijk van de afspraken in de regionale samenwerking. Aanvaardbaar. We zijn samen verantwoordelijk voor budgetbeheer. Dit doen we op basis van een meerjarig inkoopplan. De bijdrage per gemeente maakt hier onderdeel van uit. En is gerelateerd aan het ‘aanvullend’ Wmo budget van de gemeenten. Deze afhankelijkheid van de regionale begroting vormt een risico voor de lokale begroting. 5.2. Er is nog onzekerheid over de beschikbare budgetten vanaf 2023. Aanvaardbaar. Er zijn op dit moment veel onzekerheden. Hierdoor kunnen we het budget voor de regionale begrotingen vanaf 2023 nog niet vaststellen. Dat heeft onder andere te maken met de Wlz uitname 1. Dit proces moet het Centrum Indicatiestelling (CIZ) halverwege 2021 afronden. Ook is het nieuwe verdeelmodel nog niet vastgesteld.

We kijken al wel met elkaar of het mogelijk is de onderdelen BW en BT te splitsen. BW blijft dan het ‘standaard’ regionale budget en BT wordt dan onderdeel van het ontwikkelpad.

5. Financiën Vanaf 2023 ontvangt de gemeente op de middelen voor de Wmo een aanvulling voor de uitvoering van BW. Het is nog niet bekend hoe hoog dat bedrag is. Wel is duidelijk dat gemeenten op basis van een eenvoudig rekenmodel exact kunnen bepalen welk bedrag zij extra krijgen. Dit rekenmodel wordt verspreid met het objectieve verdeelmodel, Dat is het bedrag wat beschikbaar is voor de uitvoering van BW. In lijn met afspraken over de verdeelsleutel dragen gemeente bij wat nodig is om de

1

WLZ is de Wet Langdurige Zorg. Een deel van de mensen die nu beschermd wonen krijgt vanaf 2021 toegang tot de Wlz. Zij blijven dan beschermd wonen, maar de Wlz betaalt de zorg. En dus niet langer de gemeente vanuit de Wmo. Voor de overheveling van deze groep uit de Wmo, haalt het rijk middelen uit de Wmo. Tegenover deze uitname staan lagere kosten voor de gemeenten.

6

regionale voorzieningen in stand te houden. Net als de bijdrage aan de uitvoeringskosten voor de centrumgemeente. De jaarlijks vast te stellen regionale begroting BW is hierbij leidend. De gemeente stelt voor de uitvoering van BW en MO vanaf 2022 een dienstverleningsovereenkomst (DVO) op. In de DVO worden afspraken gemaakt over de bijdrage vanuit onze gemeente. De huidige verwachting is dat de eerste 4-5 jaar de combinatie van de centrumgemeente middelen en de lokale bijdragen geen tekort oplevert. De regiogemeenten stellen ambtelijke beleidscapaciteit beschikbaar voor de regionale samenwerking. Door de openstelling van de Wlz weten we nog niet wat het kostenniveau is van BW vanaf 2023. Zodra hier duidelijkheid over is stellen we een regionale begroting op. Hieronder de risicoparagraaf die is opgesteld. Risicoparagraaf Risico omschrijving De opstelling van een meerjarenbegroting BW heeft gevolgen voor de lokale begroting. In de zin dat het aanvullend Wmo budget wordt ingezet voor de bekostiging van BW en niet voor lokale ondersteuning van de totale Wmo populatie Verschil in tempo tussen gemeenten in realisatie van BT.

Soort risico Financieel

Kans Gering

Effect Overschrijding van het Wmobudget

Beheersmaatregel Monitoring en evaluatie van de ontwikkeling BW.

Financieel

Eerste jaren minimaal

Duidelijke afspraken maken.

Het ontwikkelpad van 7 tot 10 jaar vraagt inzet van de gemeenten. Het risico is onvoldoende capaciteit.

Personeel

Klein

Stijging van kosten voor “blijvende” gemeenten Kansen om zorg en ondersteuning dichtbij te organiseren missen.

Deze ontwikkeling oppakken in de uitwerking van de uitvoeringsagenda sociaal domein.

In bijlage 2 Financiën, zijn tabellen opgenomen waarin duidelijk wordt gemaakt hoe het voorlopige objectieve verdeelmodel er uit ziet voor de regio Nijmegen – Rivierenland. Daarnaast is er opgenomen wat de huidige inkomsten zijn (december 20220). En is een raming van de kosten BW /MO uit 2020 gemaakt. 6. Communicatie Cliënten en vertegenwoordigers van cliënten regio Nijmegen Rivierenland zijn betrokken geweest bij het opstellen van het regioplan. Er is op 10 mei 2021 een regionale digitale informatieavond geweest voor de Wmo adviesraden regio Rivierenland over het Regioplan. Nadat de raad het Regioplan heeft vaststelt, is het Regioplan. voor inwoners en andere geïnteresseerden beschikbaar. 7. Aanpak en planning Na verkregen toestemming kan het college overgaan tot het treffen van de gemeenschappelijke regeling. Ondertussen werken we de dienstverleningsovereenkomst verder uit. Na de zomer vragen we het college om hiermee in te stemmen. Een onderdeel van deze overeenkomst is het mandaatbesluit.

7

Burgemeester en wethouders van West Maas en Waal,

P.G. (Perry) Arissen gemeentesecretaris

V.M. (Vincent) van Neerbos burgemeester

8

Bijlage 1 Juridisch. Korte weergave juridische vormgeving gemeentelijke samenwerking. Er bestaan veel manieren om intergemeentelijke samenwerking vorm te geven. Het gaat in deze memo om publiekrechtelijk taken en bevoegdheden. Daarom zijn de privaatrechtelijke samenwerkingsvormen niet verder uitgewerkt.

De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) vormt daarmee de juridische basis voor intergemeentelijke samenwerking. Deze wet kent verschillende samenwerkingsvormen (in volgorde van licht naar zwaar): 1. De regeling zonder meer; 2. Het gemeenschappelijk orgaan; 3. De centrumgemeente; 4. De bedrijfsvoeringsorganisatie;

1. De regeling zonder meer. Dit is de lichtste vorm van samenwerking tussen gemeenten. Deze samenwerking baseert zich op artikel 1 van de Wgr. Gemeenten werken samen zonder openbaar lichaam en zonder gemeenschappelijk orgaan. Delegeren en mandateren van bevoegdheden is niet aan de orde. Het gaat uitsluitend om afstemming. Gemeenten werken samen op basis van convenanten, intentieovereenkomsten en bestuursafspraken. Daarin regelen ze de intentie tot samenwerking evenals het doel, de aard en de wijze waarop die plaatsvindt. Kenmerken: • Overeenkomst is vormvrij. • Bezit geen rechtspersoonlijkheid. • Gemeenten behouden eigen bevoegdheden. Gemeenten kunnen geen taken of bevoegdheden van aan de regeling overdragen. • Veel afstemmingsmomenten nodig. • De deelnemende gemeenten worden, in beginsel, niet gebonden door de besluitvorming van de regeling voor gezamenlijk beleid of binding. Daarvoor is besluitvorming door de afzonderlijke deelnemers noodzakelijk. • De bepalingen uit de Wgr voor het verschaffen van informatie of het afleggen van verantwoording zijn niet van toepassing.

2. Gemeenschappelijk orgaan. Dit is een vorm van samenwerking met één bestuur. Het gemeenschappelijk orgaan is een minder zware vorm van samenwerking dan het openbaar lichaam. Gemeenten kunnen aan een gemeenschappelijk orgaan beschikkingsbevoegdheden overdragen, geen regelgevende bevoegdheden. Een gemeenschappelijk orgaan bezit geen rechtspersoonlijkheid. Daarom kan deze niet zelfstandig deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Kenmerken: • Bezit geen rechtspersoonlijkheid. • Bestuursstructuur: een AB en voorzitter, geen DB. • Overdracht van bijna alle taken en bevoegdheden mogelijk, behalve regelgevende bevoegdheden. • De deelnemende gemeenten zijn gebonden aan de effecten van de besluitvorming door het bestuur. 9

•

De regeling dient informatie- en verantwoordingsbepalingen te bevatten.

3. Centrumgemeente. Hierbij mandateert het ene gemeentebestuur bestuurlijke bevoegdheden aan een bestuursorgaan van een andere gemeente. In mandaat, geen delegatie. Als gemeenten deze constructie gebruiken, wijzen zij meestal één gemeente als centrumgemeente aan. Deze oefent namens de deelnemende gemeenten bepaalde bevoegdheden uit. De centrumgemeente vertegenwoordigt als het ware de andere gemeenten. Gemeenten hoeven geen nieuwe organisatie op te zetten. Daarmee is deze constructie eenvoudiger en relatief makkelijk te organiseren. Kenmerken: • Bezit geen rechtspersoonlijkheid. • Het bestaande bevoegdhedenpakket en de daaraan gekoppelde gemeentelijke besluitvormingsstructuren van de afzonderlijke gemeenten blijft intact. • Mandatering van uitvoeringsbevoegdheden, echter iedere gemeente blijft verantwoordelijk. Het is mogelijk om bijna alle bevoegdheden te mandateren. Tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet. Een aantal bevoegdheden, zoals de bevoegdheid algemene verbindende voorschriften te bepalen, is expliciet uitgesloten van mandatering (10:3 lid 2,3,4 Awb). • De bepalingen uit de Wgr voor het verschaffen van informatie of het afleggen van verantwoording zijn niet van toepassing.

4. Bedrijfsvoeringorganisatie. De Wgr stelt dat de bedrijfsvoeringorganisatie kan worden ingesteld voor: ondersteunende processen en uitvoeringstaken. Hiermee doelt de Wgr op bedrijfsvoerings- en eenvoudige uitvoerende taken. Daar waar beleidsmatige afwegingen worden gemaakt ligt de grens voor eenvoudige taken. Is hier sprake van, dan is het niet mogelijk om een bedrijfsvoeringsorganisatie te gebruiken. De keuze voor deze beperking komt, omdat de bedrijfsvoeringsorganisatie geen interne verantwoordingsstructuur kent. De gedachte is dat taken op het gebied van bedrijfsvoering naar hun aard niet vragen om zware bestuurlijke aansturing. Kenmerken: • Bezit rechtspersoonlijkheid. • Bevoegdheden gericht op ondersteuning of uitvoering (alleen taken en bevoegdheden van het college). • De regeling dient informatie- en verantwoordingsbepalingen te bevatten. • Instemming gemeenteraden nodig bij instelling.

10

Bijlage 2. Financiën. In deze financiële bijlage zijn 3 tabellen opgenomen. 1. Tabel 2.1. Hoe het voorlopige objectieve verdeelmodel er uit ziet voor de regio Nijmegen/ Rivierenland. 2. Tabel 2.2. wat de huidige inkomsten BW MO van de centrumgemeente Nijmegen zijn op basis van de decembercirculaire 2020. 3. Tabel 2.3. Raming van de kosten BW/ MO die centrumgemeente Nijmegen in 2020 maakte (voorlopig).

2.1. Voorlopige publicatie objectief verdeelmodel 2023 – 2032 regio Nijmegen Rivierenland.

2.2. Inkomsten regio Rivierenland Nijmegen op basis van de decembercirculaire 2020 (centrum gemeente Nijmegen) Integratie uitkering BW

2021 € 67.661.008

2022 € 52.956.814

Doeluitkering MO Eigen bijdrage

€ 10.084.740 Onbekend

€ 10.084.740 Onbekend

11

Rijksuitkering medische heroïne (overheid.nl: regeling heroïnebehandeling)

€ 579.439

€ 579.439

2.3. Kosten BW /MO 2020 centrumgemeente Nijmegen – voorlopig

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10236178/1