2026-214.1 Bijlage 1. Koersnotitie Energietransitie en Circulaire Economie
Tekst van het document
Koersnotitie Energietransitie en Circulaire Economie 2024-2028 Gemeente West Maas en Waal Finaal document 70851 - Openbaar – 14 mei 2024 Christiaan Hoetz, Cas Bulder, Bram van den Boogaard
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 ...................................................................................................................... 3 Een nieuwe koersnotitie voor West Maas en Waal ............................................................ 3 1.1
Wat is het doel van deze koersnotitie? ........................................................... 3
1.2
Leeswijzer ...................................................................................................... 3
1.3
Ambities duurzaamheid .................................................................................. 4
1.4
Monitoring huidige inzet en prognose voor 2030 toont de opgave voor de koersnotitie duurzaamheid ........................................................................ 4
1.5
Het belang van opgavegericht werken ............................................................ 6
1.6
De koersnotitie richt zich op twee pijlers: energietransitie en circulaire economie ........................................................................................................ 7
Hoofdstuk 2 ...................................................................................................................... 9 Beoogde resultaten, projecten en activiteiten .................................................................. 9 2.1
Energietransitie ............................................................................................ 10
2.2
Circulair ........................................................................................................ 15
Hoofdstuk 3 .................................................................................................................... 19 Organisatie en sturing .................................................................................................... 19 Hoofdstuk 4 .................................................................................................................... 20 Financiën ........................................................................................................................ 20 Hoofdstuk 5 .................................................................................................................... 22 Monitoring op resultaten ................................................................................................ 22 Bijlage 1.
Begrippenlijst ............................................................................................... 24
Bijlage 2. Toelichting op reeds lopende projecten .......................................................... 26
HOOFDSTUK 1
Een nieuwe koersnotitie voor West Maas en Waal De koersnotitie als basis voor de inzet van de gemeente op energietransitie en circulaire economie Voor u ligt de koersnotitie Energietransitie en Circulaire Economie. In deze koersnotitie schetsen we de kaders en hoofdlijnen waarop we de energietransitie en circulaire economie in de gemeente West Maas en Waal willen vormgeven voor de periode van 2024-2028. Deze koersnotitie bouwt voort op de koersnotitie duurzaamheid en energiebeleid die in 2019 door de Raad is vastgesteld.
1.1
Wat is het doel van deze koersnotitie?
We staan midden in de transitie naar een duurzame samenleving, met schone energie en circulair gebruik van grondstoffen. Deze transitie vormt één van de belangrijkste maatschappelijke uitdagingen voor de komende decennia. De doelen zijn duidelijk: in 2030 ‘stoten we 55% minder broeikasgassen uit dan we in 1990 deden’ en ‘maken we gebruik van de helft minder grondstoffen’. Dit spraken we af in het Klimaatakkoord, het Gelders Energieakkoord en het Nationaal Grondstoffenakkoord. De afgelopen jaren heeft de gemeente West Maas en Waal hierin belangrijke stappen gezet, zoals via de Regionale Energiestrategie (RES), op het vlak van energiearmoede en bij het opzetten van regionale samenwerkingen op het gebied van circulaire economie. Nu is het tijd om door te pakken en te werken aan de verdere uitvoering. Als onderdeel van onze bredere inzet op duurzaamheid richt deze koersnotitie zich primair op de energietransitie en de circulaire economie. Het geeft richting aan de inzet van de gemeente en vormt het kader voor de periode van 2024-2028. Op basis van de gestelde resultaten werken we hiermee toe naar het realiseren van de ambities op duurzaamheid.
1.2
Leeswijzer
In deze introductie worden de gemeentelijke ambities voor duurzaamheid verder toegelicht, de kaders van de koersnotitie uiteengezet en worden de strategische pijlers daarbinnen geïntroduceerd. In hoofdstuk 2 worden de resultaten en activiteiten beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de gemeentelijke organisatiestructuur toegelicht. Hoofdstuk 4 gaat in op de financiële middelen en tot slot beschrijft hoofdstuk 5 hoe we de resultaten monitoren. In de bijlagen zijn een begrippenlijst en een overzicht van reeds lopende projecten opgenomen.
4
1.3
Ambities duurzaamheid
Als gemeente hebben wij brede ambities op het gebied van duurzaamheid. Het klimaat en het milieu staan centraal, maar thema’s als solidariteit, leefbaarheid, veiligheid en rechtvaardigheid zijn daarmee onlosmakelijk verbonden. Deze transitie kunnen we alleen samen maken en behelst meer dan het reduceren van onze uitstoot. Onze strategie is gericht op het creëren van een duurzame toekomst voor onze gemeenschap. Inclusiviteit en participatie zijn daarom leidend in onze projecten. In deze koersnotitie geven we hier invulling aan vanuit twee kernpijlers: de energietransitie en circulaire economie. De gemeente heeft zich gecommitteerd aan de landelijke en provinciale afspraken uit het Klimaatakkoord, het Gelders Energieakkoord en het Nationaal Grondstoffenakkoord. De ambities uit deze akkoorden nemen we over. Dit vertaalt zich concreet naar de volgende maatschappelijke ambities:
Energietransitie
Circulaire economie
In 2030 stoten we 55% minder CO2 uit
In 2030 gebruiken we 50% minder
ten opzichte van 1990
grondstoffen
In 2050 stoten we 95-100% minder
In 2050 hebben we een 100% circulaire
CO2 uit ten opzichte van 1990
economie
Figuur 1: Ambities van West Maas en Waal voor Energietransitie en Circulaire Economie.
1.4
Monitoring huidige inzet en prognose voor 2030 toont de opgave voor de koersnotitie duurzaamheid
Ter voorbereiding op het opstellen van deze koersnotitie hebben we de huidige uitstoot van broeikasgassen en de verwachte ontwikkeling tot 2030 in beeld gebracht1. De opgave waar we voor staan is groot, en hoewel we al belangrijke stappen hebben gezet, kunnen we onze inzet niet verminderen. Monitoring van de opgave is cruciaal om te borgen dat we met onze inzet daadwerkelijk de maatschappelijke ambities realiseren. Door inzicht te verschaffen in de lokale voortgang en verwachte reductie geeft monitoring belangrijke sturingsinformatie: zijn we als gemeente op koers of moeten we bijsturen?
De opgave is groot, met name in de sector landbouw en landgebruik Het CO2-dashboard laat zien dat de CO2-uitstoot voor de gemeente West Maas en Waal in 2030 met ongeveer 51% afneemt ten opzichte van 1990. Op basis van het vastgestelde en voorgenomen beleid lijken we daarmee de maatschappelijke ambitie (55-60% reductie) voor 2030 nog niet te halen. Om op koers te blijven voor de doelstelling moeten we aanvullend beleid en projecten initiëren die samen optellen tot een reductie van 60% (immers niet alle plannen worden ook daadwerkelijk gerealiseerd). Dit betekent dat er in West Maas en Waal nog aanvullend circa 25 kton CO2-equivalent bespaard moet worden (zie Figuur 2).
1
Berenschot (2023). Ontwikkeling broeikasgasuitstoot gemeente West Maas en Waal, 1990-2020-2030.
5
Figuur 2: Broeikasgasuitstoot in de gemeente West Maas en Waal in 2021 en de prognose voor 2030.
Het dashboard geeft ook inzicht in de verdeling van de uitstoot per sector. West Maas en Waal is een landelijke gemeente. De sector landbouw en landgebruik levert de grootste bijdrage aan de totale uitstoot (42% in 2021). Deze sector wordt gevolgd door mobiliteit (30%) en de gebouwde omgeving (14%). De industrie draagt slechts 4% bij aan de totale uitstoot. De emissies als gevolg van de ‘centrale opwekking van elektriciteit en warmte’ bedragen 10%. De prognose voor 2030 laat zien dat de uitstoot in alle sectoren afneemt, maar niet overal even snel. De verduurzaming binnen het energiesysteem gaat aanzienlijk sneller dan binnen mobiliteit en de veehouderij en landgebruik (zie Figuur 3).
Figuur 3: Verdeling van de broeikasgasuitstoot in 2021 tussen de sectoren landbouw, mobiliteit, gebouwde omgeving, elektriciteit, landgebruik en industrie (links). En de ontwikkeling van de uitstoot van het energiesysteem, de veehouderij en landgebruik en de mobiliteit (rechts).
Rol van gemeente belangrijk, maar onze invloed is (soms) beperkt De duurzaamheidsopgave vergt brede maatschappelijke veranderingen en heeft invloed op de manier waarop eenieder woont, werkt, reist en consumeert. Dit maakt het een complexe uitdaging voor de lange termijn. Daarbinnen hebben we als gemeente niet altijd direct invloed. Het zijn immers inwoners en bedrijven die het uiteindelijk moeten doen. Uit het eerdere onderzoek blijkt dat we als gemeente op slechts een kwart van de resterende uitstoot directe invloed hebben. We bewegen ons immers binnen de (wettelijke) kaders die door de provincie, het Rijk en de EU worden vastgesteld.
6
De cijfers uit het CO2-dashboard bieden sturingsinformatie: we weten waar de grootste opgave ligt en waar we onze inzet op moeten focussen. Die informatie hebben we volgens de visie van opgavegericht werken (zie volgende paragraaf) vertaald naar deze koersnotitie. Binnen de beschikbare bewegingsruimte en middelen proberen wij een zo groot en effectief mogelijke bijdrage te leveren aan deze opgave. We zetten in op een opgavegerichte aanpak, zodat we de continue aan verandering onderhevige uitdagingen gestructureerd en doelgericht kunnen aanvliegen, zonder daarbij de behoeften en inbreng van onze inwoners uit het oog te verliezen.
1.5
Het belang van opgavegericht werken
Een taakgerichte werkwijze alleen is onvoldoende om goed in te kunnen spelen op de snel veranderende omstandigheden. Om een effectieve bijdrage te leveren aan een duurzame maatschappij, stellen wij als gemeente de opgave centraal en worden de werkzaamheden en projecten rondom deze opgave georganiseerd. Bij opgavegericht werken wordt vanuit de opgave terug geredeneerd naar doelen, resultaten en activiteiten. Onze doelen zijn SMART2 gedefinieerd en maken duidelijk welke ‘afstand’ we willen overbruggen. Dit is een gewenst maatschappelijk effect, dat de gemeente niet alleen kan bewerkstelligen. Waar de gemeente West Maas en Waal wel op afgerekend kan worden, zijn resultaten. Dit is de directe en indirecte output die de gemeente (zelf of samen met andere organisaties en/of binnen samenwerkingsverbanden) oplevert en die bijdragen aan de geformuleerde ambitie. Tot slot worden er activiteiten en projecten geformuleerd. Dit zijn de werkzaamheden die het team duurzaamheid verricht om te komen tot de gewenste resultaten. Figuur 4 visualiseert de samenhang tussen deze elementen.
Figuur 4: Werkwijze van opgavegericht werken
2
Specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden
7
1.6 De koersnotitie richt zich op twee pijlers: energietransitie en circulaire economie De koersnotitie vormt het kader voor 2024 – 2028 en geeft focus aan de ambities op duurzaamheid. Een belangrijk deel van deze bijdrage valt onder deze koersnotitie en wordt in de volgende hoofdstukken uiteengezet. De activiteiten uit de koersnotitie zijn onderdeel van onze bredere inzet op het behalen van de ambities met betrekking tot duurzaamheid. Dat betekent dat een aantal thema’s die wel bijdragen aan een duurzaam West Maas en Waal niet in deze koersnotitie worden opgenomen. We gaan daarom ook in op de relaties met andere gemeentelijke afdelingen en samenwerkingsverbanden binnen de regio. Daarmee wordt een integrale en effectieve bijdrage aan de opgave geborgd. Figuur 5 geeft de scope van de koersnotitie weer met de bijbehorende thema’s. Deze thema’s zijn onderwerpen waar de gemeente een rol in heeft en een duidelijke bijdrage aan kan leveren. Hier kunnen we het grootste effect bereiken op de maatschappelijke ambitie.
Figuur 5: Opzet van de koersnotitie Energietransitie en Circulair met per opgave de ambitie en thema’s.
Een aantal thema’s valt dus niet binnen de scope van deze notitie, maar worden elders binnen de gemeentelijke organisatie opgepakt, te noemen:
Klimaatadaptatie De gemeente West Maas en Waal zet breed in op het thema klimaatadaptatie en heeft in 2019 de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) ‘Rijk van Maas en Waal’ vastgesteld. Om uitvoering te geven aan deze visie is in 2020 een eigen Lokaal Uitvoeringsprogramma (LUP) Klimaatbestendig West Maas en Waal 2020 – 2023 vastgesteld. Dit programma geeft een concreet beeld van hoe we onze visie en ambities gaan realiseren voor natte, droge en hete perioden. Dit heeft geresulteerd in een lokaal uitvoeringsprogramma met bijbehorende maatregelagenda. Gezien de reeds brede inzet op dit thema nemen we klimaatadaptatie niet op in deze koersnotitie.
8
Mobiliteit De grootste CO2-uitstoot binnen de sector mobiliteit komt van de binnenvaartscheepvaart. Deze sector valt onder landelijke en provinciale wetgeving. Hier heeft de gemeente weinig invloed op. Op de andere mobiliteitsvormen heeft de gemeente wel een duidelijke rol. Op het gebied van verkeer, vervoer en bereikbaarheid hebben we een gemeentelijk verkeer- en vervoersplan, grondbeleid en parkeerbeleid. Verduurzaming van de mobiliteit wordt meegenomen in deze beleidsstukken. Voor het realiseren van een duurzaam mobiliteitsbeleid wordt samengewerkt in de regio Rivierenland, als sub-regio van het Regionale Mobiliteitsprogramma (RMP) Oost.
Ruimtelijke ordening Ruimtelijke planvorming is van essentieel belang voor het slagen van de transitie naar een klimaatneutrale en klimaatbestendige gemeente. Er is dan ook intensieve afstemming tussen beide beleidsvelden. De omgevingsvisie en -plan vormen de kaders voor het ruimtelijke beleid. De koersnotitie werkt binnen de ruimtelijke kaders van de omgevingsvisie en levert input voor het omgevingsplan.
9
HOOFDSTUK 2
Beoogde resultaten, projecten en activiteiten Ieder project draagt bij aan het behalen van de resultaten Op basis van de koersnotitie geven wij onze inzet vorm waarmee wij bijdragen aan het behalen van de doelstellingen in de energietransitie en circulariteit (zie maatschappelijke opgaven in hoofdstuk 1). Als gemeente werken we daarbij vanuit verschillende rollen die we hieronder per thema toelichten. Wij streven ernaar om maximaal invloed uit te oefenen op een manier die past bij ons als gemeente. Om te borgen dat onze inzet een gerichte en meetbare bijdrage levert aan de opgaves, hebben wij concrete en meetbare resultaten gedefinieerd. Wij werken naar deze resultaten toe vanuit de projecten die ook in dit hoofdstuk beschreven worden. In de bijlage is voor reeds lopende projecten extra toelichting gegeven. Om welke projecten het gaat is met een * aangegeven in dit hoofdstuk.
Resultaten zijn effecten die wij als gemeente zelfstandig kunnen bereiken De resultaten zijn omschreven als ‘output’ die wij als gemeente zelfstandig kunnen realiseren. Voor het behalen van deze resultaten zijn we dus niet afhankelijk van externe ontwikkelingen die buiten onze invloedssfeer liggen. Daarnaast dragen deze resultaten dragen bij aan de gewenste ‘outcome’; dit zijn uitkomsten die de maatschappelijke ambities dichterbij brengen. Als gemeente kunnen wij echter niet rechtstreeks sturen op deze gewenste uitkomsten, omdat deze ook afhangen van factoren waar wij geen directe invloed op hebben. Zo kunnen wij ons bijvoorbeeld wel committeren aan het doel dat wij een minimaal aantal huishoudens helpen bij het nemen van energiebesparende maatregelen, maar kunnen we niet borgen dat dit ook leidt tot een daling van de energiearmoede. Een nieuwe energiecrisis kan energiearmoede juist doen toenemen.
Met onze projecten behalen wij deze resultaten Hieronder is per thema aangegeven naar welke resultaten wij toewerken. Daarnaast is per resultaat benoemd aan welke projecten we de komende jaren werken om deze resultaten te behalen. Verder is per thema aangegeven wat de rol van de gemeente is en welke onderdelen samen met de regio opgepakt worden.
De verschillende rollen van de gemeente binnen de energietransitie en circulaire economie Afhankelijk van de opgave en het thema verschilt de beoogde rol van onze gemeente. Dit hoofdstuk beschrijft de rol van gemeente West Maas en Waal binnen de energietransitie en circulaire economie.
10
Mogelijke rollen van de gemeente Gemeenten kunnen op verschillende wijzen invloed uitoefen op maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie en circulaire economie. Per thema van de koersnotitie beschrijven we de rol van de gemeente. We hebben ons daarbij gebaseerd op acht basisrollen die de gemeente kan aannemen: 1. Bevoegd gezag: het sturen op of het organiseren van verduurzaming op thema’s waarvoor de gemeente bevoegd gezag heeft of verantwoordelijk is. 2. Eigendom: het realiseren van verduurzaming op onderwerpen waar de gemeente eigenaar van is (zoals eigen vastgoed). 3. Participeren en aandeelhouderschap: in organisaties, duurzame installatie of infrastructuur, mogelijk met actieve bijdrage in de ontwikkeling of organisatie. 4. Subsidiëren en financieren: van inwoners, organisaties of verduurzamingsprojecten. 5. Stimuleren (initiëren/faciliteren/aanjagen): van partijen om te verduurzamen die dat anders niet/minder snel hadden gedaan; stakeholders en opgaven verbinden om zo afstemming en samenwerking te organiseren. 6. Communicatie en bewustwording: communicatie richting inwoners en bedrijven over verduurzaming en werken aan bewustwording om partijen en inwoners te stimuleren. 7. Kennis, data en monitoring: delen van kennis waar gemeente kennis van heeft of het (laten) onderzoeken van nieuwe zaken en/of het vergaren van data. 8.
Lobby: gebruik netwerken om regionale thema’s aan te kaarten op provinciaal, landelijk en/of Europees niveau.
2.1
Energietransitie
De koersnotitie draagt bij aan de energietransitie en het terugbrengen van de broeikasgasuitstoot binnen onze gemeente. Wij werken hieraan vanuit drie thema’s: warmtetransitie, energieopwekking & energiesysteem en landbouw. De gemeenten spelen een belangrijke rol in de energietransitie. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor locaties waar duurzame opwekking ingepast kan worden, hebben regiefunctie in de lokale warmtetransitie en zijn verantwoordelijke voor het tegengaan van energiearmoede. Daarbij is West Maas en Waal als kleine gemeente geen voorloper. Wij stellen ons op als slimme volger. We richten onze energie op kansen waar wij het meeste verschil kunnen maken. Waar dat meerwaarde heeft werken wij samen met andere gemeenten binnen de regio Rivierenland en met de provincie. We maken daarbij slim gebruik van de kansen en mogelijkheden die zich voordoen en passen bij onze gemeente.
11
Wat wordt opgepakt in de regio? Op het gebied van energietransitie maakt de gemeente afspraken op regionaal niveau en vindt samenwerking plaats met andere gemeenten. Dat gebeurt via de Regionale Energiestrategie (RES) Rivierenland en de Regionale Structuur Warmte Rivierenland. Daarnaast wisselen ambtenaren in de regio regelmatig kennis en kunde uit. 1. RES Rivierenland Een regionale energiestrategie (RES) is een gezamenlijke aanpak van partijen uit de regio om de energietransitie te versnellen. De RES vloeit voort uit het Nationaal Klimaatakkoord en is
bedoeld om de doelstellingen van Parijs te halen. Via de RES Rivierenland worden afspraken gemaakt over de opwerk van duurzame elektriciteit en de bijdrage die gemeente West Maas en Waal hieraan levert. In deze regio werken we samen met de gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe en Zaltbommel. Samen dragen we zorg voor het realiseren van voldoende wind- en zonne-energie in de regio. In de RES 1.0 hebben we als regio een ambitie neergelegd van 1,2 TWh. Deze ambitie is opgemaakt uit zon op grote daken, zonnevelden op land en windturbines. West Maas en Waal is hierin verantwoordelijk voor het realiseren van 25 hectare aan zonnevelden tot 2030. Deze zijn inmiddels vergund en zullen in de komende jaren operationeel worden. Dat betekent dat
West Maas en Waal haar deel van de opgave voor duurzame opwek uit de RES heeft voltooid. 2. Regionale Structuur Warmte (RSW) Vanuit de samenwerking in de RES Rivierenland wordt ook aan warmte gewerkt onder de noemer Regionale Structuur Warmte. De lokale warmtetransitie is een complexe opgave en warmtebronnen kunnen voor meerdere gemeenten interessant zijn. Via deze samenwerking gaan de gemeenten in de regio in gesprek over de aanpak van de opgave en beschikbare bronnen. Op dit moment zijn er geen warmtebronnen die gedeeld worden met andere gemeenten, wel wordt er onderzoek gedaan naar de mogelijkheid aquathermie en geothermie als warmtebronnen te benutten.
2.1.1
Warmtetransitie
Als regisseur van de lokale warmtetransitie werken we planmatig om tot aardgasvrije gebouwen te komen door onder andere de mogelijkheden voor duurzame warmtebronnen, zoals aquathermie, te onderzoeken. Wij maken hierbij onderscheid tussen het strategisch niveau (de komende dertig jaar, door middel van de Transitievisie Warmte), het tactisch niveau (de komende tien jaar, door middel van uitvoeringsplannen) en het operationeel niveau (de uitvoering). We actualiseren onze Transitievisie Warmte tot Warmteprogramma, waarin de strategische plannen van de gemeente zijn vastgelegd en werken deze uit in (dorps)uitvoeringsplannen, waarmee we vorm geven aan de uitvoering. Bovendien richten we ons specifiek op het isoleren en verduurzamen van onze minst geïsoleerde gebouwen en meest kwetsbare inwoners.
12
Resultaten In 2026 is de Transitievisie Warmte van West Maas en Waal geactualiseerd tot Warmteprogramma en is het onderzoek naar inpassing aquathermie afgerond. •
In 2025 is 90% van de huishoudens in energiearmoede bereikt met maatregelen vanuit EnergieVitaal en Lokale Aanpak Isolatie (LAI).
•
In 2026 is (bij positieve uitkomst onderzoek haalbaarheid) gestart met de ontwikkeling van een warmtenet, inclusief ontwikkeling van een warmtewisselaar.
•
In 2025 is gestart met verkenning naar een regionaal warmtebedrijf (met Rivierenland).
•
In 2025 is in minimaal één dorp een wijkuitvoeringsplan opgestart voor een dorp aan de waalkant.
•
In 2026 is breed gecommuniceerd over de Lokale Aanpak Isolatie (LAI), met de intentie minimaal 75% van het budget voor Lokale Aanpak Isolatie (LAI) uitgekeerd te hebben.
•
In 2026 is breed gecommuniceerd over de Toekomstbestendig Wonen Lening (TBWL), met de intentie zoveel mogelijk inwoners te ondersteunen bij het verduurzamen van woningen.
•
Begin 2027 heeft West Maas en Waal een dekkend Soortenmanagementplan voor de hele gemeente.
•
In 2026 is de lijst met te verduurzamen gemeentelijk vastgoed uitgebreid.
•
In 2030 is de CO2-uitstoot van het gemeentehuis, de gemeentewerf en de gymzaal Wamel gereduceerd met 55% ten opzichte van 1990.
Activiteiten en projecten •
Actualiseren Transitievisie Warmte (TVW) tot Warmteprogramma*. -
De TVW is door de gemeenteraad van West Maas en Waal in 2022 vastgesteld. We vervangen de TVW voor een Warmteprogramma waarin we de volgende stappen gaan zetten richting aardgas-vrij wonen. In 2026 dient het nieuwe Warmteprogramma vastgesteld te worden.
•
Opstarten en uitvoeren van één (dorps)uitvoeringsplan voor een dorp aan de waalkant. -
Op dorps- of buurtniveau worden uitvoeringsplannen gemaakt hoe de lokale warmtetransitie ten uitvoer te brengen.
•
Gebiedsgerichte ontheffing aanvragen voor isolatie door middel van een Soortenmanagementplan (SMP). -
Gebiedsgerichte en dekkende ontheffing aanvragen door het laten opstellen van een SMP na ecologisch onderzoek, zodat de isolatieopgave in de gemeente doorgang kan vinden.
•
Haalbaarheidsonderzoek naar aquathermie (warmte uit water) afronden en afhankelijk van het resultaat starten met de ontwikkeling van een warmtenet*. -
Door het samenwerkingsverband Warmte uit Water (bestaande uit Rijkswaterstaat, Alliander, Stichting Nederlandse Riviergemeenten en een aantal gemeenten waaronder West Maas en Waal) onderzoek gedaan naar een warmtenet gevoed door aquathermie. Bij een positieve uitkomst van het onderzoek wordt gestart met de ontwikkeling van een warmtenet, inclusief ontwikkeling van een warmtewisselaar.
•
Aanpak energiearmoede via EnergieVitaal voortzetten*.
•
Aansturen van energieloket (uitgevoerd door Energie Samen)*.
•
Lokale Aanpak Isolatie (LAI) voortzetten en middels een communicatieplan waarborgen dat de subsidie bij zoveel mogelijk mensen bekend is*.
•
Toekomstbestendig Wonen Lening (TBWL) voortzetten*.
•
Prestatieafspraken met woningcoöperaties maken in de nieuwe Woonvisie. -
De huidige woonvisie van West Maas en Waal en woningcoöperatie De Kernen is opgesteld voor de periode 2022-2026. Voor de periode na 2026 zal een nieuwe woonvisie worden
13
opgesteld, deze zal een duidelijk verband hebben met het dan ook vast te stellen warmteprogramma. Bij de herziening van de woonvisie kunnen we door middel van prestatieafspraken sturen op duurzaamheidsdoelen, waaronder de verduurzaming van de woningvoorraad. •
Intensiveren samenwerking op lokale warmtetransitie via de RES. -
Regionale samenwerking versterken door onder andere te starten met een verkenning naar de oprichting van een Regionaal Warmtebedrijf Rivierenland.
•
Handhaven op de label C-plicht voor kantoren via de Omgevingsdienst Rivierenland en andere richtlijnen voor het verduurzamen van utiliteitsbouw die na de invoering van de omgevingswet bij de gemeente zijn komen te liggen*.
•
Verduurzaming gemeentelijk vastgoed voortzetten, ondersteund vanuit het programma Klimaatklaar Gelderland. -
Daarbij breiden wij de lijst met te verduurzamen gemeentelijk vastgoed uit.
2.1.2
Energieopwekking & energiesysteem
Als gemeente bepalen we waar centrale opwekking van elektriciteit plaatsvindt. We richten ons hierbij in eerste instantie op zon op land en het maximaliseren van het potentieel van zon op daken. Als gemeente werken we bovendien mee aan het energiesysteem van de toekomst, onderzoeken we de mogelijkheden voor duurzame warmtebronnen zoals aquathermie en helpen we om tot oplossingen te komen voor de aangekondigde netcongestie. Hoewel het RES-doel van de gemeente behaald is, zien we dat er extra inzet nodig is vanuit de gemeente. Met name de netcongestie vormt een groot probleem voor de verduurzamingsmogelijkheden en bedrijvigheid in onze gemeente. We zullen capaciteit en middelen moeten vrijmaken om een betrouwbaar en rechtvaardig energiesysteem te krijgen; een energiesysteem dat weer ruimte biedt voor nieuwe activiteiten.
Resultaten •
In 2024 heeft de gemeente eigen inzet vrijgemaakt voor het realiseren van een buurtaanpak voor het voorkomen van netcongestie (spoor 3 stimuleren slimmere oplossingen).
•
In 2024 is het gesprek in de RES gestart over het verhogen van de ambities en het beter afstemmen van plannen in het kader van netcongestie (West Maas en Waal heeft RES 1.0 doel behaald).
•
In 2025 heeft het project met het DOE Rivierenland alle bedrijventerreinen benaderd met als doel het mitigeren van netcongestie.
•
In 2025 heeft de gemeente een verkennend onderzoek naar een (sociaal) gemeentelijk energiebedrijf (ook in het kader van netcongestie) uitgevoerd.
•
In 2025 is een uitvoeringsstrategie Zon op Dak vastgesteld.
•
In 2027 heeft de gemeente bijgedragen aan drie projecten gericht op het realiseren van energieopslag bij zonneweides (in het kader van netcongestie).
Activiteiten en projecten •
Gesprek in de RES starten over het verhogen van de ambitie en het beter afstemmen van plannen op netcongestie. -
West Maas en Waal heeft reeds voldaan aan haar verplichting 25 hectare zonnevelden te realiseren.
•
Uitvoeringsstrategie Zon op Dak opstellen.
14
-
Hierbij ligt de focus op het realiseren van zon op (boeren)bedrijfsdaken en parkeerterreinen.
•
Opzetten van pilots en het bijdragen aan projecten gericht op batterijopslag bij zonneweides (in het kader van netcongestie).
•
Gemeentelijke eisen bij aanleg zonneparken en bedrijventerreinen gericht op het mitigeren van netcongestie laten landen in gemeentelijk beleid.
•
Starten verkenning naar het oprichten van een (sociaal) gemeentelijk elektriciteitsbedrijf. -
Een dergelijk bedrijf kan opgericht worden voor extra ontwikkeling van duurzame opwek en het rechtvaardig verdelen van de lusten en lasten onder de inwoners van de gemeente. Bij voorkeur doen we dit samen met buurgemeenten.
•
Realiseren van een buurtaanpak voor het voorkomen van netcongestie (spoor 3 stimuleren slimmere oplossingen). -
Samen met de netbeheerder afspraken maken over een gebiedsgerichte aanpak voor het voorkomen van netcongestie, zoals het onderzoeken en realiseren van energiehubs.
•
Project DOE Rivierenland: ondersteunen van bedrijven bij verduurzamen van de eigen onderneming.*
•
Afstemming met de provinciale taskforce netcongestie/Gelderse Energie Infrastructuur (GEIS) intensiveren.
•
Bijdragen aan het spoor Integraal Programmeren van de provincie en de netbeheerder.
•
Stimuleren kleine windturbines t/m 29 meter in het landelijk gebied door aanpassing van eisen in het omgevingsplan en het kennisdelen en informeren van (boeren)bedrijven in het landelijk gebied.
•
Vorming van een energiecoöperatie stimuleren.
•
Voortzetten van de plannen rondom het verduurzamen van de openbare verlichting.
-
2.1.3
De gemeente gaat hierover als eerste stap in gesprek met Energie Samen Rivierenland.
Landbouw
De landbouwsector is een belangrijke sector voor onze economie en heeft het grootste aandeel in onze broeikasgasemissies. Desondanks hebben we nog geen klimaatbeleid gericht op deze sector. Gemeenten hebben hier ook geen wettelijke taken in. Dat betekent niet dat wij geen invloed kunnen uitoefenen. Vanuit een ondersteunende en faciliterende rol kunnen wij agrariërs helpen. Wij werken daarbij op basis van een positieve insteek en kijken breder dan de klimaatopgave. Onze boeren staan op verschillende vlakken onder druk (zoals rond stikstof, waterkwaliteit, ruimte en de opvolging van het bedrijf). Wij willen hierbij een helpende hand aanbieden en vanuit kansen en mogelijkheden kijken hoe wij boeren kunnen ondersteunen in de bedrijfsvoering en de verduurzaming daarvan. We ondersteunen boeren actief in de verduurzaming van hun bedrijf en denken mee met oplossingen om de uitstoot te verminderen. Waar van toepassing zetten we onze invloed als bevoegd gezag ook in om verduurzaming te stimuleren, bijvoorbeeld via vergunningverlening en het omgevingsplan.
15
Resultaten •
In 2027 is stimulerend beleid voor de verduurzaming van de landbouw verwerkt in de omgevingsvisie en het omgevingsplan.
•
Voor 2026 is een agrarisch loket ingericht als aanspreekpunt voor verduurzaming van boerenbedrijven. Van hieruit worden boerenbedrijven ook actief benaderd en ondersteund.
•
Voor 2026 worden duurzame criteria voor de uitgave van pachtgronden opgenomen in het gemeentelijke beleid.
•
De gemeente blijft aangesloten bij regionale en provinciale samenwerkingsverbanden gericht op verduurzaming van de landbouw.
Activiteiten en projecten •
De gemeente blijft aangesloten bij regionale en provinciale samenwerkingsverbanden gericht op verduurzaming van de landbouw en draagt actief bij. -
Aansluiten bij projecten en het programma Landbouw en Grondgebruik (vanuit het Gelders Energie Akkoord (GEA)), zoals het onderzoeken van de mogelijkheden om CO2 vast te leggen in bos en bodem. West Maas en Waal draagt hier zelf ook projecten voor aan.
-
Aansluiten bij Platform Natuur inclusieve landbouw Gelderland (initiatief provincie Gelderland).
•
Opstellen van duurzame criteria voor de uitgave van pachtgronden.
•
Het inrichten van een agrarisch loket. Het loket is een aanspreekpunt op verschillende onderwerpen en ondersteunt actief bij verduurzaming. -
Onderdelen van dit beleid zullen bijvoorbeeld zijn: procesbegeleiding verduurzaming landbouw, waarbij in gesprek met agrarische ondernemers wordt meegedacht over de verduurzaming van boerenbedrijven, kennis wordt uitgewisseld en de verduurzaming wordt aangejaagd.
•
Opstellen van stimulerend beleid voor de verduurzaming van de landbouw voor in de omgevingsvisie. -
Bij het opstellen van de nieuwe omgevingsvisie wordt rekening gehouden met de visie op duurzame landbouw. Daarbij zal bijvoorbeeld meer oog zijn voor kringlooplandbouw.
-
2.2
Beleid omtrent agrarische grond die eventueel vrijkomt voor duurzame toepassingen.
Circulair
Met de ondertekening van het Grondstoffenakkoord hebben gemeenten zich gecommitteerd toe te werken naar een circulaire economie in 2050. Gemeente West Maal en Waal zet zich hiervoor in. In 2030 wordt Nederland geacht om 50% van de economie circulair te hebben ingericht. In 2050 dient dit 100% te zijn. Dat wil zeggen dat bij de productie van goederen al nagedacht is hoe er bij het einde van de levensduur mee omgegaan kan worden en dat alle onderdelen weer worden hergebruikt als grondstof. Dit kan alleen bereikt worden als de gehele keten van vraag en aanbod binnen een circulaire markt gaat functioneren. Als gemeente kunnen we hier op verschillende vlakken aan bijdragen. Ten eerste zijn wij verantwoordelijk voor verschillende grondstoffenstromen en het hergebruik hiervan. Het organiseren van de verwerking en het hergebruik van huishoudelijk afval is hier het belangrijkste voorbeeld van, dit doen we in samenwerking met Avri (zie kader regionale samenwerking hieronder). Ook kunnen wij invloed uitoefenen als inkoper van producten. We staan hier op dit moment nog ver vanaf. Om als gemeente meer regie en grip te verkrijgen op deze transitie, en onze rol hierin, werken wij aan vier thema’s waar wij direct invloed op hebben: vermindering huishoudelijk afval en hergebruik grondstoffen, duurzaam inkopen, circulair bouwen en slopen, en grondstoffen landbouw.
16
Wat wordt opgepakt in de regio?
De gemeente is verbonden aan verschillende regionale samenwerkingen op het gebied van circulaire economie. Als gemeente zijn we blij met deze samenwerkingen, die dankzij het uitwisselen van kennis, expertise en capaciteit de effectiviteit van onze inzet vergroten. Een deel van de bijdragen in deze koersnotitie worden daarom regionaal vormgegeven. Dat gebeurt op twee fronten: 1. Avri Avri is de gemeenschappelijke organisatie die in de regio Rivierenland is opgezet om de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval te verzorgen. Regionaal werkt Avri ook aan het sluiten van de grondstoffenketen door het recyclen en scheiden van afval te faciliteren. Gemeente West Maas en Waal sluit aan bij de regionale doelstellingen die Avri hiervoor heeft opgesteld en ondersteunt deze maatregelen waar mogelijk. 2. Living Lab Rivierenland In de zomer van 2023 is het Living Lab Rivierenland opgericht. Dit is een samenwerking tussen de gemeenten van Rivierenland en bedrijven in de regio gericht op het sluiten van de ketens van deze bedrijven. Het Living Lab is bij uitstek geschikt om kennis en ervaringen met circulaire initiatieven en maatregelen te delen en verder vorm te geven. Een deel van de activiteiten die de gemeente onderneemt zal dan ook landen in deze regionale samenwerking.
2.2.1
Vermindering huishoudelijk afval en hergebruik grondstoffen
De scheiding van schone grondstoffen wordt steeds belangrijker in de transitie naar een circulaire economie waarbij afval niet meer bestaat. Als gemeente zijn wij verantwoordelijk voor de verwerking van huishoudelijk afval. Dit besteden wij uit in regionaal verband (zie kader regionale samenwerking hieronder). Binnen deze aanbesteding willen wij naast lage kosten ook sturen op hergebruik van de grondstoffen en het reduceren van de CO2-emissies. De afvalverwerking is in regionaal verband aanbesteed aan de Avri. We zoeken daarom de beweegruimte binnen de huidige afspraken met Avri en dragen daar aan bij.
Resultaten •
In 2025 zijn gesprekken gestart met regionaal afvalverwerkingsbedrijf Avri om de doelen het uit strategisch koersplan 2024 – 2030 te realiseren
•
Bijgedragen aan het circulair ambachtscentrum (nieuwe milieustraat van de Avri)
Activiteiten en projecten •
Regionale samenwerking door aansturen en besturen Avri om de doelen uit het strategisch koersplan 2024 – 2030 te realiseren*. -
Avri heeft zich ten doel gesteld in 2025 toe te werken naar 100 kilo restafval per inwoner/jaar in 2025 en naar 0 kilo restafval in 2050.
-
Avri zet in op communicatie over kringloopwinkels en Repair Cafés en informeren van inwoners over afval en circulariteit.
-
Bijdragen aan het opzetten van een circulair ambachtscentrum (nieuwe milieustraat) door Avri.
17
2.2.2
Duurzaam inkopen (MVOI)
Als gemeente zijn wij inkoper van producten en opdrachtgever voor projecten. Wij hebben hierin een verantwoordelijkheid om eisen te stellen aan de duurzame uitvoering van de werkzaamheden, denk daarbij aan de bouw van wegen of bruggen, de straatverlichting maar ook onze eigen gebouwen. Wij willen daarom het inkopen van producten en opdrachtgeven van projecten op een verantwoordelijke en duurzame manier vorm gaan geven. Als gemeente ontwikkelen wij daarom een kader om te borgen dat wij Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI). Wij hebben hierbij specifiek aandacht voor onze doelen omtrent energietransitie en circulaire economie. We vinden het belangrijk om zelf het goede voorbeeld te geven, dit doen we onder andere door een deel van de gemeentelijke aanbestedingen langs de R-ladder3 te leggen.
Resultaten •
In 2025 is een Actieplan MVOI opgesteld waarin de mogelijkheden en acties voor MVOI worden vastgesteld en tot een kader zijn uitgewerkt.
•
In 2025 vindt 75% van alle gemeentelijke opdrachten en inkoop plaats met behulp van het MVOI-kader.
Activiteiten en projecten •
Actieplan MVOI uitvoeren. In dit actieplan leggen we vast: -
Op welke thema’s West Maas en Waal maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen wil toepassen (is dat voor alle (inkoop)opdrachten of op specifieke onderdelen van de gemeente, zoals bijvoorbeeld beheer van de eigen faciliteiten, beheer openbare ruimte of opdrachten in het sociale domein?)
-
Welke doelen we hieraan stellen.
-
Welke afspraken en criteria we op willen nemen in het inkoop- en aanbestedingsproces ten aanzien van maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen.
•
Updaten gemeentelijk inkoopbeleid naar aanleiding van het actieplan MVOI: opnemen van de R-Ladder en CO2-prestatieladder in het gemeentelijk inkoopbeleid.
2.2.3
Circulair bouwen en slopen
Als gemeente verlenen we vergunningen en geven we gronden uit voor bouw- en sloopprojecten. Zelf staan we aan de lat om eigen gebouwen circulair te bouwen en slopen. Dit zien we graag terugkomen in andere bouw- en sloopprojecten in onze gemeente. Echter, hoewel we in de toekomst ruimte zien om als gemeente stappen te zetten in het circulair bouwen en slopen, vraagt dit relatief veel inzet en middelen. We focussen ons daarom op de resultaten waar we direct invloed op hebben.
Resultaten •
3
In 2025 is de samenwerking in het Living Lab Rivierenland volledig vormgegeven.
Meer informatie over de R-ladder: https://www.rvo.nl/onderwerpen/r-ladder
18
Activiteiten en projecten •
Regionale samenwerking tussen CE-ambtenaren uit de regio.
•
Bijdrage aan Living lab Rivierenland (productieproces bedrijven circulair inrichten, aanjagen en kennis delen)*.
•
Bij bouwprojecten waar de gemeenten bij betrokken is wordt de R-ladder als leidraad gebruikt om circulariteit te bevorderen.
2.2.4
Grondstoffen landbouw
De landbouwsector is groot in onze gemeente en wij verwachten dat er onbenutte of ondergewaardeerde grondstofstromen binnen de landbouwsector zijn. Deze reststromen kunnen we beter benutten binnen de landbouw (kringlooplandbouw) of in andere sectoren, wat bijdraagt aan het terugdringen van de uitstoot en het circulair maken van onze gemeente. Het is daarvoor van belang om de restromen in ieder geval in beeld te krijgen. Ook willen we het Living Lab gebruiken om samen met de regio hierin de eerste stappen te zetten. Daarnaast zijn er in onze gemeente al voorlopers aan de slag met kringlooplandbouw, we gaan in gesprek hoe we deze verder kunnen helpen.
Resultaten •
In 2025 is de potentie van reststromen in de landbouwsector in beeld
•
In 2025 hebben wij een werkgroep kringlooplandbouw binnen het Living lab opgezet
•
Voor 2026 is er minimaal één boerenbedrijf geholpen om een pilot naar kringlooplandbouw op te zetten
Activiteiten en projecten •
Regionale samenwerking tussen CE-ambtenaren uit de regio.
•
Bijdrage aan Living lab (productieproces boerenbedrijven circulair inrichten, aanjagen en kennis delen)*.
•
-
Werkgroep kringlooplandbouw opzetten en stimuleren benutting reststromen.
-
Minimaal bij één boerenbedrijf een pilot voor kringlooplandbouw opzetten.
-
In gesprek met voorlopers hoe we hen verder kunnen helpen.
Reststromen van de landbouwsector in beeld brengen en onderzoeken waar kansen zijn om deze reststromen te benutten.
19
HOOFDSTUK 3
Organisatie en sturing Duurzaamheid vraagt om een integrale aanpak, ook binnen de gemeente Duurzaamheid raakt alle teams binnen de gemeente en vraagt daarom om een integrale aanpak. Onze organisatie bestaat uit vijf teams: 1. Beheer openbare ruimte (BOR) 2. Control (concern control en advies & ondersteuning) 3. Dienstverlening 4. Samenleving 5. Ruimte De energietransitie en circulaire economie raken verschillende taakvelden binnen deze teams, waaronder duurzaamheid, wonen, ruimtelijke ordening, beheer openbare ruimte en communicatie.
Taakveld duurzaamheid en milieu voert regie op de gemeentelijke samenwerking Het taakveld duurzaamheid en milieu (onderdeel van het team Ruimte) is de ambtelijk trekker van de duurzaamheidsopgave en is verantwoordelijk voor het borgen van de projecten uit de koersnotitie in de gemeentelijke organisatie. Zij voeren het merendeel van de projecten uit en sturen op het behalen van de resultaten. Tegelijkertijd raken de projecten en resultaten uit de koersnotitie ook andere teams in de organisatie. Zo wordt voor de aanpak Energiearmoede samengewerkt met het team Samenleving en andere taakvelden binnen team Ruimte, zoals wonen. Voor de verduurzaming van de eigen organisatie wordt samengewerkt met de teams Beheer Openbare Ruimte en Control. Het taakveld duurzaamheid en milieu voert de regie op deze samenwerkingen en belegd waar nodig taken en werkzaamheden bij de betreffende teams.
Betrokkenheid van het College B&W Duurzaamheid is een regieportefeuille. Dit betekent dat de burgemeester en alle wethouders op dit gebied hun verantwoordelijkheid nemen binnen hun eigen portefeuille. Bij de verschillende sporen worden verantwoordelijke wethouders aangewezen. In de praktijk zullen dit voornamelijk de wethouder Ruimte (met energie en circulariteit in de portefeuille) en de wethouder Control/Openbare voorzieningen (met een deel afval/circulariteit in de portefeuille) zijn.
Verantwoording over voortgang De senior beleidsadviseur Ruimte (taakveld Duurzaamheid en Milieu) is verantwoordelijk voor het rapporteren aan het college B&W over de voortgang van de koersnotitie en de behaalde resultaten. Daarnaast biedt de jaarlijkse planning en control cyclus van de gemeente ruimte om over de voortgang van de projecten en de behaalde resultaten te rapporteren en de focus en activiteiten van het volgende jaar te bepalen. Zodoende kan bijsturing van de gemeentelijke inzet plaatsvinden en opnieuw gekeken worden naar de allocatie van mensen en middelen.
HOOFDSTUK 4
Financiën Naar inschatting zijn financiële middelen toereikend en is extra capaciteit noodzakelijk De gemeente West Maas en Waal ontvangt jaarlijks t/m 2030 circa € 350.000,- uit de Rijksgelden, te weten de CDOKE-gelden. Hier wordt vanuit eigen middelen nog jaarlijks € 80.000,- aan toegevoegd, wat gebruikt wordt voor onder andere uitvoering via het Energieloket. Daarnaast beschikt de gemeente nog over € 160.000,- van de eenmalige uitkering voor uitvoering van het Klimaatakkoord. Van het Nationaal Isolatieprogramma heeft de gemeente eenmalig € 750.000,- ontvangen. Dit bedrag is volledig gealloceerd voor verduurzaming van woningen. Voor het opstellen van een Soortenmanagementplan en het uitvoeren van eventuele maatregelen die hieruit volgen, worden hier (mogelijk nog extra) SpUk-middelen beschikbaar gesteld door het Rijk. Ook worden hier de onderzoeksmiddelen die overblijven uit de CDOKE-gelden gebruikt. Op basis van de beschreven resultaten en projecten in deze koersnotitie en ondersteunt door onderzoek van de Raad voor het Openbaar Bestuur over de kosten van decentrale uitvoering van het klimaat- en energiebeleid4, komen we tot de onderstaande indicatieve verdeling van de middelen en capaciteit (Figuur 6). De duurzaamheidsopgave is dynamisch. De afgelopen jaren hebben we gezien dat gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden snel kunnen veranderen.
Het kan daarom zijn dat de komende jaren van onderstaande inzet wordt afgeweken. Thema
2024
2025
2026
2027
2028
Uitvoering warmtetransitie (inclusief isolatie en energiearmoede)
2 fte
2 fte
2 fte
2 fte
2 fte
Soortenmanagementplan
Inzet middelen SpUk en CDOKE
Inzet middelen SpUk en CDOKE
Inzet middelen SpUk en CDOKE
Inzet middelen SpUk en CDOKE
Inzet middelen SpUk en CDOKE
Landbouwtransitie (inclusief grondstoffen landbouw)
0,3 fte
0,3 fte
0,3 fte
0,3 fte
0,3 fte
Netcongestie, RES en toekomstig energiesysteem
0,5 fte
0,5 fte
0,5 fte
0,5 fte
0,5 fte
MVOI
0,2 fte
0,2 fte
0,2 fte
0,2 fte
0,2 fte
Communicatie en participatie
0,5 fte
0,5 fte
0,5 fte
0,5 fte
0,5 fte
Totaal
3,5 fte
3,5 fte
3,5 fte
3,5 fte
3,5 fte
https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/publicaties/2024/02/21/onderzoek-kosten-decentraleuitvoering-van-het-klimaat--en-energiebeleid 4
21
Figuur 6: Overzicht van de geschatte middelen en capaciteit tot 2028
Er is naar verwachting 3,5 fte nodig om uitvoering te geven aan de koersnotitie. Daarnaast is jaarlijks circa € 140.000,- tot € 150.000,- aan proces- en onderzoeksmiddelen beschikbaar. Deze worden naar verwachting met name gebruikt voor de landbouwtransitie en de warmtetransitie (denk aan het opstellen van een warmteprogramma en uitvoeren van de wijkuitvoeringsplannen). Mogelijkerwijs zullen de komende jaren aanvullende taken, financiële middelen en subsidiemogelijkheden beschikbaar komen. Wij gaan uit van een adaptieve werkwijze en zullen daar vanuit onze rol en middelen zo goed mogelijk op inspelen.
22
HOOFDSTUK 5
Monitoring op resultaten Monitoring vindt plaats op basis van de resultaten en het lokale CO2dashboard Deze koersnotitie is opgebouwd volgens de uitgangspunten van opgavegericht werken. Het realiseren van de duurzaamheidsopgave en onze ambities staan hierin centraal. Op basis van onze ambities en beschikbare capaciteit en middelen zijn resultaten gedefinieerd waarmee wij een maximale bijdrage kunnen leveren aan een CO2-arme en circulaire gemeente in 2050. De duurzaamheidsopgave kent een hoge dynamiek. Daarom is het van essentieel belang de voortgang en impact van onze activiteiten en projecten te meten. Op basis van monitoring kan waar nodig onze inzet bijgestuurd worden. Dit betekent dat wij onze inzet periodiek heroverwegen (middels de voorjaars- en najaarsnota) en waarborgen dat onze activiteiten en projecten daadwerkelijk bijdragen aan het realiseren van de duurzaamheidsopgave.
Monitoren op outcome en output De duurzaamheidsopgave is een maatschappelijke opgave. Hier dragen we als gemeente aan bij, maar we zijn hier niet als enige verantwoordelijk voor. Het is daarom zinvol om bij de monitoring onderscheid te maken tussen de maatschappelijke outcome (circulariteit en CO2-reductie) en de gemeentelijke output (concrete resultaten die we als gemeente opleveren). Het is belangrijk om te weten of we op koers zijn om de maatschappelijke doelen te behalen, maar dit zegt niet direct iets over onze prestaties. Externe ontwikkelingen kunnen een groot effect hebben op de maatschappelijke outcome (zoals de energiecrisis). Wat we wel in de hand hebben zijn onze eigen resultaten, de output. Onze monitoring richt zich daarom op zowel output als outcome. In de koersnotitie zijn meetbare resultaten geformuleerd voor de gemeentelijke activiteiten en projecten. Onze output is daardoor eenvoudig en efficiënt te monitoren door de voortgang op deze resultaten te meten. Hierdoor is direct inzichtelijk of onze inzet voldoende is. Daarnaast is het wenselijk om te bepalen of het behalen van deze mijlpalen ook voldoende bijdraagt aan het behalen van de maatschappelijke doelen (de outcome). Ten aanzien van de energietransitie is hiervoor de centrale indicator de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen. Voor de monitoring hierop passen we het lokale CO2-dashboard toe.
Dit dashboard geeft op gemeentelijk niveau inzicht in de reductie van broeikasgassen vanaf 1990 tot 2030. Dit biedt houvast voor de te verwachten uitstootreductie in de komende jaren en hoe die zich verhoudt tot de gewenste doelstellingen. Het lokale CO2-dashboard maakt zo de CO2-uitstoot inzichtelijk en geeft sturingsinformatie over hoe en waar moet worden bijgestuurd. In het onderstaande kader is een uitsnede van het dashboard opgenomen. We kiezen ervoor ten aanzien van circulaire economie (voorlopig) alleen op output te monitoren, waarbij we kijken naar de voortgang van de resultaten. De gemeentelijke inzet op het gebied van circulaire economie is op dit moment immers beperkt. Daarnaast is monitoring op de voortgang richting een circulaire economie complex, mede omdat we nog niet alles kunnen meten met kwantitatieve indicatoren en de afhankelijkheid van regionaal en (inter)nationaal beleid groot is.
23
Het lokale CO2-dashboard maakt de CO2-uitstoot van de gemeente West Maas en Waal inzichtelijk Het dashboard toont dwarsdoorsnedes van de uitstoot over tijd per sector en voor de verschillende klimaattafels (mobiliteit, landbouw, gebouwde omgeving, opwek van elektriciteit en de industrie). De monitoringstool geeft daarmee inzicht in: 1. Terugkijken: de voortgang en reeds geboekte resultaten ten opzichte van het referentiejaar 1990. 2. Voortuitkijken: een prognose van de voortgang (tot 2030) op basis van eigen beleid autonome ontwikkelingen. 3. Sturingsinformatie: Inzicht in hoe groot de resterende opgave is en waar kansen liggen om verdere bijdrage te leveren aan het realiseren van de ambities.
Figuur 7: Samenvattend dashboard met de uitstoot van West Maas en Waal tussen 1990-2020 en een prognose tot 2030. Te zien is dat West Maas en Waal op weg lijkt om de uitstoot met 51% te reduceren in 2030 ten opzichte van 1990.
24
Bijlage 1. Begrippenlijst Begrip
Definitie
Circulaire economie
Een circulaire economie is een economie waarin zoveel mogelijk duurzame hernieuwbare grondstoffen worden gebruikt, producten en grondstoffen worden hergebruikt en er nauwelijks afval bestaat.
Circulair bouwen en slopen
Bij circulair bouwen ligt de nadruk op het ontwerpen en bouwen van gebouwen met duurzame materialen en modulaire ontwerpen om de levensduur van materialen te verlengen. Circulair slopen omvat het zorgvuldig ontmantelen van gebouwen om materialen te behouden en te recyclen, en het minimaliseren van milieu-impact tijdens sloopactiviteiten. Beide benaderingen dragen bij aan een meer circulaire economie en verminderen de ecologische voetafdruk van de bouwsector.
CO2-reductie
De vermindering van de uitstoot van het broeikasgas koolstofdioxide. In 2030 is de ambitie 55% van de CO2uitstoot te hebben gereduceerd ten opzichte van de uitstoot in 1990. In de gemeente kijken we ook naar de reductie van andere broeikasgassen zoals methaan en distikstofoxide. Feitelijk betreft het dus CO2-reductie, waarbij andere broeikasgassen ook meetellen.
CDOKE-middelen
CDOKE staat voor tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat-en energiebeleid. Een gemeente of provincie konden deze uitkering aanvragen voor het uitvoeren van klimaat-en energiebeleid.
Energiearmoede
We spreken van energiearmoede als een huishouden te maken heeft met een laag inkomen in combinatie met een hoge energierekening of een woning van (zeer) slechte energetische kwaliteit.
Energieloket
Een energieloket is een informatie- en adviesdienst, vaak in opdracht van gemeenten, om mensen en bedrijven te voorzien van informatie en begeleiding met betrekking tot energiebesparing, energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen.
Energieneutraal
Er wordt op jaarbasis evenveel energie in de regio opgewekt als verbruikt.
Energierechtvaardigheid
Er bestaan verschillende definities van dit begrip en wat energierechtvaardigheid betekent is voor iedereen anders. In wetenschappelijk onderzoek worden drie basisprincipes genoemd: 1. (H)erkenning: heeft iedereen dezelfde politieke rechten, zonder dat culturele verschillen de gelijke deelname aan de maatschappij belemmeren? 2. Procedurele rechtvaardigheid: zijn de besluitvormingsprocessen eerlijk en transparant? Kunnen verschillende groepen participeren in het besluitvormingsproces?
25
3. Verdelende rechtvaardigheid: is er een eerlijke verdeling van de lusten en lasten? Worden bepaalde groepen bevoordeeld of benadeeld? Energietransitie
De energietransitie is de overgang van het gebruik van fossiele energie naar energie uit hernieuwbare bronnen.
Klimaatadaptatie
De omgeving aanpassen en je voorbereiden op de gevolgen van het veranderende klimaat. Een voorbeeld hiervan is de stad voorzien van meer groen.
Netcongestie
Als gevolg van de energietransitie vindt er een snelle groei van zowel vraag- en aanbod op het elektriciteitsnetwerk plaats. Hier is het elektriciteitsnetwerk niet op ontworpen. Om overbelasting te voorkomen kunnen nieuwe vragers of aanbieders van elektriciteit daarom (tijdelijk) geen elektriciteitsaansluiting verkrijgen. Dit wordt netcongestie genoemd.
SpUk-middelen
SpUk staat voor Specifieke Uitkering. Dit zijn gelden die gemeenten kunnen aanvragen voor het uitvoeren van specifiek beleid. De Specifieke Uitkering Lokale Aanpak Isolatie is bijvoorbeeld bedoeld voor het opzetten van een isolatieprogramma voor koopwoningen.
Transitievisie Warmte
De Transitievisie is een strategisch beleidsdocument. Het vormt de eerste schakel in de stappen binnen de wijkgerichte aanpak. In de Transitievisie Warmte nemen gemeenten de richting voor de verduurzaming van wijken op. De Transitievisie Warmte zal met het Wgiw wetsvoorstel komen te gelden als een verplicht programma onder de Omgevingswet, genaamd het warmteprogramma. Hierin maken gemeenten het tijdspad inzichtelijk: Wanneer kunnen welke gebieden van het aardgas worden afgekoppeld of worden verduurzaamd? En voor de gebieden die op basis van de transitievisies warmte van 2021 voor 2030 gepland staan, maakt de gemeente ook de mogelijke warmtealternatieven inzichtelijk. Vervolgens kan per gebied de uitvoering naar aardgasvrij samen met de gebouweigenaren, huurders, netbeheerder en het warmtebedrijf worden uitgewerkt in een uitvoeringsplan.
Warmtetransitie
De warmtetransitie is de overgang van fossiele brandstoffen naar duurzamere en klimaatvriendelijke methoden voor verwarming van gebouwen en processen, zoals de aanleg van warmtenetten.
Wijkuitvoeringsplan of Uitvoeringsplan
De Transitievisie Warmte kan worden geconcretiseerd in een uitvoeringsplan voor een wijk of gebied. Het uitvoeringsplan is een belangrijke onderbouwing voor de wijziging van het omgevingsplan ten behoeve van de energietransitie in de gebouwde omgeving. De gemeente stelt in samenspraak met bewoners, gebouweigenaren, netbeheerders en andere stakeholders een uitvoeringsplan op. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de gemeente in het uitvoeringsplan beschrijft welke alternatieve energievoorziening er in de wijk gekozen wordt en wanneer de wijk (op termijn) van het aardgas af gaat.
26
Bijlage 2. Toelichting op reeds lopende projecten Transitievisie Warmte (TVW) De Transitievisie Warmte beschrijft de lokale plannen om de gemeente van duurzame warmte te voorzien. Deze is eind 2022 vastgesteld. In onze gemeente hebben we geen duidelijke alternatieven voor aardgas. Het grootste deel van de gemeente zal daarom op individuele oplossingen (de warmtepomp) overstappen. Naast de individuele oplossingen doen we onderzoek naar warmte uit de rivier (aquathermie) en geothermie. Gezien de recente ontwikkelingen die de (gas)prijzen omhoog hebben doen schieten zullen we de TVW vervangen voor een Warmteprogramma (vaststelling in 2026), hierin bepalen we hoe de volgende stappen te zetten zijn richting aardgas-vrij wonen. Warmte uit Water De gemeente West Maas en Waal laat in samenwerking met de gemeenten Tiel, Rheden, Zutphen, Lingewaard en Olst-Wijhe een haalbaarheidsonderzoek uitvoeren naar een warmtenet gevoed door aquathermie, warmte uit oppervlaktewater. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Liander, Rijkswaterstaat en de Vereniging Nederlandse Riviergemeenten. Dit consortium gaat de realisatie en opschaling van aquathermie-projecten begeleiden. DOE Rivierenland DOE is eind 2023 opgericht en een initiatief van VNO-NCW Midden, Provincie Gelderland, regio Rivierenland, acht gemeentes (waaronder West Maas en Waal) en de Regionale Energie Strategie (RES) en S-TEC.
DOE is een centraal aanspreekpunt voor ondernemers dat bedrijven helpt met verduurzamen. DOE ondersteund bedrijven met informatie, advies op maat en hulp bij het organiseren van de uitvoering van maatregelen. Duurzaamheidslening: Toekomstbestendig Wonen Lening Consumenten in West Maas en Waal kunnen een beroep doen op het budget voor duurzaamheidsleningen vanuit het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten SVn). Het budget dat beschikbaar is bedraagt 6 miljoen euro. Deze lening is niet alleen te gebruiken voor duurzaamheid, maar voor het breder toekomstbestendig maken van huizen. Wel moet altijd minimaal 1 duurzaamheidsmaatregel genomen worden. Het SVn werkt met ons samen bij het uitkeren van deze lening, waarbij voor consumenten een lage rente gehanteerd wordt. Energieloket Rivierenland De acht Rivierenland-gemeenten hebben een overeenkomst gesloten met Energie Samen Rivierenland om een Energieloket in te richten en uit te voeren. De gemeente West Maas en Waal stuurt voor haar gebied het Energieloket aan. Dit loket neemt energiemaatregelen bij burgers thuis en geeft burgers informatie over verduurzaming. Het Energieloket Rivierenland bemenst de telefoon, zorgt voor het up-to-date houden van de website, zet energiecoaches in en verzorgt het woondossier waar mensen hun woning kunnen invoeren om te kijken wat de goede verduurzamingsstappen zijn voor hen.
Daarnaast doen zij verschillende communicatiecampagnes.
27
EnergieVitaal – uitgevoerd door Energieloket Rivierenland De gemeente West Maas en Waal heeft EnergieVitaal opgezet, deze aanpak wordt uitgevoerd door het Energieloket. In deze aanpak gaan energiecoaches met een klusteam langs in door de gemeente geselecteerde wijken. Het klusteam van EnergieVitaal brengt gratis energiebesparende maatregelen aan in huis, zoals radiatorfolie, tochtstrippen, waterbesparende douchekoppen en LED lampen. Burgers kunnen ook gratis een energiecoach aanvragen die kijkt welke (middelgrote besparende) maatregelen genomen kunnen worden om het energieverbruik te verminderen. Lokale Aanpak Isolatie – uitgevoerd door Energieloket Rivierenland De Lokale Aanpak Isolatie is een specifieke uitkering gericht op de verduurzaming van woningen van eigenaren met een laag inkomen, een lage energiekwaliteit en/of een lage WOZ. Zij kunnen zelf kiezen of zij de verduurzamingsmaatregelen zelf toepassen of via een aannemer, waarvoor subsidie beschikbaar is. De doelgroep in energiearmoede wordt hierbij volledig ontzorgd. De regeling kent een budget van € 330.000,- en wordt ook uitgevoerd door het Energieloket. Handhaven op de label C-plicht voor kantoren – handhaving door Omgevingsdienst Rivierenland Een kantoorgebouw moet minimaal energielabel C hebben.
Dit betekent een energielabel met een primair fossiel energiegebruik van maximaal 225 kWh per m2 per jaar of een energielabel met de letter C of beter. Voldoet het gebouw niet aan de eisen? Dan mag u het niet meer als kantoor gebruiken. Dit is een verplichting uit landelijke wetgeving (Besluit bouwwerken leefomgeving). Vanaf 1 januari 2023 handhaaft de Omgevingsdienst Rivierenland namens gemeente West Maas en Waal op deze verplichting. Living Lab Rivierenland We nemen deel aan het Living Lab in de regio Rivierenland. Dit lab is gericht op het helpen van bedrijven om hun productieproces circulair in te richten. Naast het uitwisselen van kennis en expertise, helpen de gemeenten bedrijven dat ene extra stapje te zetten als zogenaamde ‘launching customer’. Dit biedt de mogelijkheid aan gemeenten hun aanbestedingsprocedures tegen het licht te houden en aan te laten sluiten op circulaire doelstellingen. Aan het Living Lab nemen drie van de acht gemeenten uit de regio Rivierenland deel. Hiermee hopen we een platform te creëren waarbij we kennis kunnen uitwisselen en bedrijven aan kunnen jagen. Naar een circulair Rivierenland en de toekomstige richting van Avri Avri geeft invulling aan de afvalzorgplicht in de gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, NederBetuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel.