CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-138.1 Bijlage 1. Concept-begroting 2027

Gemeenteraad 20 mei 2026, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Ingekomen stukken22.138 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Begroting 2027 meerjarenraming 2028-2030

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

1

Colofon Werkzaak Rivierenland Postbus 321 4190 CH Geldermalsen 088 9375000 info@werkzaakrivierenland.nl werkzaakrivierenland.nl

Tekst en redactie Kiki van Amelsfort - Poldermans

Vormgeving Idem Design, Frank Merkes

2

Inhoud Inhoudsopgave 1 Voorwoord 2 Beleidsmatige en financiële ontwikkelingen 3 Doelen 4 Programma’s 4.1 Programma bestuur en beleid 4.2 Programma participatie 4.3 Programma Wet sociale werkvoorziening 4.4 Programma beschut werk 4.5 Programma inkomensvoorziening 4.6 Overhead 4.7 Algemene dekkingsmiddelen 5 Financiële begroting 5.1 Uitgangspunten begroting 5.2 Vennootschapsbelasting 5.3 Onvoorzien 5.4 Geprognosticeerde balans 5.5 Reserves en voorzieningen 5.6 Meerjareninvesteringsoverzicht 5.7 Incidentele baten en lasten 6 Paragrafen 6.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 6.1.1 Risicoprofiel 6.1.2 Beschikbare weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen 6.1.3 Financiële kengetallen 6.2 Financiering 6.3 Bedrijfsvoering 6.4 Onderhoud kapitaalgoederen 6.5 Wet Open Overheid 6.6 Verbonden partijen Bijlage 1: Bijdragen gemeenten Bijlage 2: Begroting per taakveld

3 5 6 10 13 13 18 22 25 27 30 33 36 37 40 40 41 42 43 44 47 47 47 52 53 54 56 58 58 59 61 65

Succesverhalen Hilde krijgt bij Kindcentrum SamSam de kans om te groeien Bij Cirtex mag iedereen groeien Nihat en Hacer maakten een nieuwe start Tom leert elke dag bij als vrachtwagenchauffeur

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

12 24 34 46

3

Iedere stap vooruit geeft vertrouwen. Zo bouw je aan een toekomst, waar je trots op bent

4

1 Voorwoord In 2026 vierde Werkzaak haar 10-jarig jubileum. Met de begroting 2027 markeren we het begin van een nieuwe periode. Dit is een moment om vooruit te kijken en om scherpe keuzes te maken in hoe we onze middelen inzetten om onze maatschappelijke opdracht ook in de toekomst te realiseren. De komende jaren staan in het teken van veranderingen. Het regeerakkoord ‘Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland.’ bevat ingrijpende hervormingen op het gebied van sociale zekerheid, de Participatiewet en de arbeidsmarkt. Maatregelen zoals de verkorting van de WW leiden naar verwachting tot een grotere instroom van inwoners die ondersteuning nodig hebben. Het motto van Werkzaak “Iedereen doet mee” blijft leidend. Juist in een context van toenemende druk op de uitvoering en de financiën is het van belang om koersvast te blijven. Dat betekent dat we keuzes maken die bijdragen aan duurzame participatie en die op de lange termijn financieel houdbaar zijn. Door vroeg te investeren in begeleiding en ontwikkeling van inwoners, voorkomen we later hogere maatschappelijke en financiële kosten voor de samenleving. De begroting 2027 laat zien dat we gericht investeren in een toekomstbestendige infrastructuur. Het Rijk biedt hiervoor ruimte en erkent de rol van werkontwikkelbedrijven. In 2025 hebben we, samen, de strategische lijnen uitgezet.

In deze begroting vertalen we deze koers naar concrete financiële keuzes langs drie ontwikkelrichtingen.

Tot slot investeren we in de verdere ontwikkeling van ondernemerschap binnen Werkzaak. Door nieuwe activiteiten te ontwikkelen en onze bedrijfsvoering te versterken, werken we aan een robuuster financieel fundament. Dit helpt ons om schommelingen in instroom, rijksbijdragen en economische omstandigheden beter op te vangen. Tegelijkertijd zijn er onzekerheden en risico’s. De effecten van landelijke beleidswijzigingen zijn nog niet volledig uitgekristalliseerd en kunnen invloed hebben op zowel de instroom als onze inkomsten. Ook ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in de economie blijven van invloed op onze resultaten. De gemeenteraadsverkiezingen van 2026 hebben geleid tot veranderingen in het Algemeen en Dagelijks Bestuur van Werkzaak. Nieuwe bestuurders brengen nieuwe perspectieven en energie. Het domein van werk en inkomen is complex en voortdurend in beweging. Dat maakt een goede samenwerking tussen bestuur, organisatie en partners des te belangrijker.

Allereerst zetten we middelen in op het bedienen van meerdere en nieuwe doelgroepen. Dit vraagt om uitbreiding en aanpassing van onze dienstverlening en biedt kansen om onze effectiviteit te vergroten en beter aan te sluiten bij de regionale arbeidsmarkt.

Terugkijkend op de afgelopen jaren heeft Werkzaak zich ontwikkeld tot een stabiele en gewaardeerde organisatie in de regio met betrokken medewerkers en een duidelijke maatschappelijke opdracht. Vooruitkijkend zien we een toekomst vol uitdagingen, maar vooral kansen. Kansen om onze impact te vergroten, om meer inwoners perspectief te bieden en om samen met werkgevers en gemeenten verder te bouwen aan een inclusieve samenleving.

Daarnaast verkennen we de mogelijkheid om mensen uit de Participatiewet, zonder indicatie beschut werk, zelf in dienst te nemen. In financiële zin vraagt dit om investeringen in begeleiding en organisatie, terwijl het op termijn kan bijdragen aan stabielere participatie en lagere uitkeringslasten.

Ik wens mijn opvolgers in het Algemeen Bestuur veel succes en voldoening in hun werk voor deze mooie organisatie. Ik heb er alle vertrouwen in dat Werkzaak ook in de toekomst van grote betekenis blijft voor inwoners, gemeenten en werkgevers in de regio.

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

Mevrouw drs. J.H.A. Sørensen Voorzitter Dagelijks Bestuur Werkzaak Rivierenland 5

2 Beleidsmatige en financiële ontwikkelingen Beleidsmatige en financiële ontwikkelingen Beleidsmatige ontwikkelingen De begroting 2027 vormt de uitwerking van de laatste jaarschijf van ons meerjarenbeleidsplan 2024-2027. Per strategische keuze wordt hieraan concrete uitvoering gegeven. In onderstaande tabel geven we het verkort weer:

6

Mensen met een behoefte aan ondersteuning versterken met werk

Inzet van het integratief gedragsmodel en het verbeteren van instrumentarium, het uitvoeren van pilots voor specifieke doelgroepen en de pilot in dienst nemen van mensen met een uitkering geven hieraan invulling.

Mensen met een behoefte aan ondersteuning versterken door samenwerking

We werken samen in de arbeidsmarktregio, met scholen en het doorstroompunt voor jongeren en in de ondersteuning van statushouders.

Inclusief werkgeverschap voor een inclusieve arbeidsmarkt

De rol van Werkzaak verschuift van matchen op vacatures naar adviseren over procesoptimalisatie, jobcarving, begeleiding op de werkvloer, leven lang leren en ontwikkelingen en technologische oplossingen.

Leven lang ontwikkelen op en voor de werkvloer

We zetten ons in om werkzoekenden te blijven ontwikkelen op vaardigheden op de werkvloer en in het Leerlab van Werkzaak. Daarnaast delen we onze expertise in de regio op het gebied van praktijkleren en praktijkverklaringen.

Technologie maakt moeilijk werk makkelijk

Technologie om moeilijk werk makkelijker te maken of efficiënter te doen. Dat kan met bestaande technologie, of met innovaties die we samen met partners ontwikkelen.

Stabiele financiële basis

Bijdragen aan inkomensondersteuning

Nieuwe economie is circulaire en inclusief / benutten projectsubsidies

ESF - voor onder andere bij Cirtex en leerwerkroutes, Gelrepact en Werklandschap van de toekomst.

Financiële ontwikkelingen • Verlaging bedrijfsvoeringsbijdrage: het algemeen bestuur heeft gevraagd om met ingang van 2027 de bijdrage van de gemeenten in de bedrijfsvoeringskosten terug te brengen. Indien deze taakstellingen op basis van een index worden aangepast gaat het in 2027 om 495.000 euro (was 472.500 euro) en voor 2028 om 660.000 (was 600.000). In de voorliggende begroting is hieraan invulling gegeven. De bijdrage van de gemeenten in de bedrijfsvoeringsbijdrage is verlaagd door: - het realiseren van een hogere omzet; door het vragen van een reële prijs voor onze dienstverlening kunnen we onze infrastructuur in stand houden en anticiperen op de toekomst door innovaties in te zetten. De omzet stijgt met 1.163.700 euro ten opzichte van de begroting 2025 en 588.600 euro ten opzichte van de begroting 2026. - het ramen van een stelpost verlaging personeelslasten van 105.000 euro die gerealiseerd wordt door het benutten van AI. - Het verlagen van de huisvestingskosten Tiel met 90.000 euro. Samenvattend is hiermee ruimschoots invulling gegeven aan de afspraak met het algemeen bestuur. • Loon- en prijsindex: De loon- en prijsindex is volgens de Kadernota 2027 verwerkt. Enkele gemeenten hebben in de zienswijze bij de Kadernota hierover opmerkingen gemaakt.

De uitgangspunten voor de loon- en prijsontwikkeling worden al enkele jaren voorafgaand aan het opstellen van de Kadernota afgestemd met controllers van gemeenten en andere gemeenschappelijke regelingen. We hanteren deze afspraken. • Toetreding Neder-Betuwe: De toetreding van Neder-Betuwe is verwerkt in de begroting 2027 (en wordt voor 2026 via de Bestuursrapportage verwerkt). Dit leidt tot hogere aantallen voor het aantal uitkeringsgerechtigden en medewerkers in de programma’s participatie en beschut. • DVO West Betuwe: De gemeente West Betuwe heeft nog niet definitief besloten tot het sluiten van een DVO. De financiële gevolgen zijn daarom nog niet verwerkt. Op het moment dat de DVO definitief is wordt het bestuur geïnformeerd. De financiële verwerking vindt dan plaats bij de bestuursrapportage 2027. • Stelpost BUIG: Door gemeenten is gepleit voor een aanpassing van de werkwijze waarin een stelpost wordt geraamd voor de BUIG. De besluitvorming hierover in het AB vindt later plaats dan het afsluiten van het proces van de begroting, waardoor verwerking in de begroting 2027 niet mogelijk is. • Rijksmiddelen sociale infrastructuur: In 2026 zijn we gestart met de drie pilots; P-wetters in dienst, Ondernemerschap en Nieuwe doelgroepen. De bijdragen die vanuit het Rijk worden ontvangen, worden toegevoegd aan de reserve ontwikkeling infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijf.

Uit die reserve onttrekken we de bedragen die gemoeid zijn met de uitvoering van de pilots. •  Herijking reserves en voorzieningen: in het proces van de begroting hebben we de reserves en voorzieningen kritisch beschouwd. Dit leidt tot concrete voorstellen die deels bij de bestuursrapportage 2026 en/of jaarrekening 2026 vorm krijgen (mogelijk door het opheffen van de reserve projecten) en deels zijn vertaald in deze begroting (zoals verlaging van de structurele dotatie aan de voorziening onderhoud door het benutten van huidige saldo).

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

7

Ontwikkeling resultaat Tabel 2.1 Subsidieresultaat

Subsidieresultaat (in €) Jaarrekening

Begroting Begroting

Begroting Begroting Begroting

2025

2026

2027

2028

2029

2030

BUIG

2.557.900

2.880.100

3.174.400

3.174.400

3.174.400

3.174.400

BBZ

148.100

32.000

32.000

32.000

32.000

32.000

Bijzondere bijstand

-95.300

-74.500

-99.000

-99.000

-99.000

-99.000

SW

2.469.900

1.689.900

2.598.900

3.177.700

3.497.900

3.233.400

Herverdeling BUIG

-2.557.900

Totaal

2.522.700

4.527.500

5.706.300

6.285.100

6.605.300

6.340.800

-

2.880.100

3.174.400

3.174.400

3.174.400

3.174.400

2.522.700

1.647.400

2.531.900

3.110.700

3.430.900

3.166.400

Stelpost BUIG Subsidieresultaat

Het geraamde subsidieresultaat voor 2027 sluit per saldo aan op de jaarrekening 2025. Deze ligt aanzienlijk hoger dan de begroting 2025 en kent meerjarig een nog gunstiger verloop. Net als voorgaande jaren, laat ook deze begroting een positief subsidieresultaat zien. Dit doet recht aan de efficiënte en effectieve werkwijze waarop we de begeleiding van onze mensen met een behoefte aan ondersteuning uitvoeren. Werkzaak kent ten opzichte van Nederland een lager bijstandsdichtheidspercentage (2,25 versus 2,80). Dit is het aantal huishoudens in de algemene bijstand ten opzichte van het aantal inwoners van 18 tot en met 67 jaar. Bron: Divosa-benchmarkt

Dit levert daarmee ruimte op om te investeren in de medewerkers vanuit de overige doelgroepen, om voor hen ook een goede begeleiding te kunnen bieden. Daarmee willen we voor deze doelgroepen de bestaanszekerheid en bijdrage aan de maatschappij verbeteren. We zijn bij de raming voor het BUIG-resultaat in 2027 uitgegaan van het aantal bijstandsuitkeringen per 31 december 2025. Doordat de aantallen van 2025 hoger zijn dan in de begroting 2026 is geraamd, levert dit een hogere rijksbijdrage op. De lasten stijgen op basis van het wettelijk minimumloon. Voor de SW zien we dat de aantallen in 2025 meer zijn gedaald dan verwacht. Dit is niet alleen binnen Werkzaak Rivierenland, maar ook landelijk een trend. Omdat de rijksbijdrage voor de SW is vastgesteld op basis van de in 2016 verwachte volume ontwikkeling, levert dit per medewerker een hogere rijksbijdrage op. Daarnaast levert de daling van het aantal huidige medewerkers een daling op van de lasten ten opzichte van de begroting 2026.

8

Tabel 2.2 Bedrijfsvoeringsresultaat

Bedrijfsvoeringsresultaat (in €) Jaarrekening 2025 Organisatiekosten

23.704.000

Begroting Begroting 2026

2027

Begroting Begroting Begroting 2028

2029

2030

24.800.800 25.150.200 25.126.800 24.906.100 24.826.100

Kosten doelgroepprofessionals

326.600

318.500

326.300

326.300

Omzet versus inleenvergoeding

-5.004.000

-4.440.400

-4.927.600

-4.559.200

Subtotaal

19.026.600

20.678.900 20.548.900 20.893.900 21.045.300 21.343.600

Herverdeling BUIG

-2.557.900

Totaal

16.468.700

-

-

326.300

326.300

-4.187.100 -3.808.800

-

-

-

20.678.900 20.548.900 20.893.900 21.045.300 21.343.600

Het bedrijfsvoeringsresultaat daalt ten opzichte van de begroting 2026. Het resultaat is te verklaren door verhoging van de lasten door de toegepaste indexering van de lonen en de prijzen. Daarnaast leidt de toetreding van Neder-Betuwe tot een lagere bijdrage van de gemeenten in de overheadkosten. De geringe stijging van het bedrijfsvoeringsresultaat is te danken aan het realiseren van de besparingsopdracht. Deze besparing bestaat uit; verhoging van de omzet, lagere salariskosten door inzet van AI, verlaging van de kosten voor huisvesting Tiel. In de begroting 2027 is geen nieuw beleid opgenomen. De bruto omzet stijgt ten opzichte van 2026 door de indexering en het reële prijsbeleid. Door een daling van het aantal medewerkers in de Wsw (hogere bijdrage van het Rijk) naar medewerkers in de P-wet/beschut (lagere bijdrage van het Rijk) nemen de salarislasten (inleenvergoeding) toe. Dit heeft een dempend effect op het resultaat. Per saldo stijgt hierdoor de omzet met 487.200 euro ten opzichte van de begroting 2026.

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

9

3 Doelen Instroom: 50% Het instroompercentage vermeldt hoeveel procent van de mensen die zich meldt voor een bijstandsuitkering door onze verwijzing en ondersteuning een beroep kan doen op andere voorzieningen (zoals WW of alimentatie en idealiter werk) zodat ze geen gebruik hoeven maken van het vangnet van bijstand. De afgelopen twee jaren stijgt het instroompercentage landelijk en bij Werkzaak (2024: 43,3%, 2025: 47,4%) langzaam. Dit wordt vooral veroorzaakt door een toename van het aantal jongeren en een kleiner gedeelte uit mensen met een migratieachtergrond, die zich melden voor een bijstandsuitkering. Het aantal jongeren in de bijstand stijgt doordat zij vaker kampen met complexe, meervoudige problemen zoals mentale klachten, schulden en een instabiele thuissituatie. Daarnaast spelen de krappe woningmarkt, een toename in het aantal alleenstaande, jonge statushouders dat een beroep doet op de bijstand en wetswijzigingen (minder instroom in Wajong/WSW) een rol. Jongeren blijven hierdoor ook langer in de bijstand. (Bron: Divosa) Hoewel de daling van de uitstroom de afgelopen jaren afvlakt, is de instroom harder gegroeid, wat leidt tot een netto toename van het aantal bijstandsgerechtigden. Detacheringen: 425 Het aantal plaatsingen op detacheringsbasis. Dit aantal verandert gedurende het jaar.

Het getal geeft niet helemaal de dynamiek weer - en de hoeveelheid werk - die erachter schuil gaat. Gedurende het jaar stromen mensen in, stromen mensen uit naar regulier werk of vallen en uit en komen weer terug. De doelstelling is gelijk aan die in de begroting 2026. We verwachten dat de extra detacheringen vanuit de toetreding van Neder-Betuwe de verschuiving van detachering naar lks opvangen. Loonkostensubsidies: 435 De kpi’s detacheringen en loonkostensubsidies (lks) hangen samen. Mensen uit een detachering kunnen doorstromen naar een baan met loonkostensubsidie. Deze doelstelling geeft het aantal banen weer met een loonkostensubsidie bij een andere werkgever dan Werkzaak. Een werkgever kan loonkostensubsidie krijgen als iemand door een arbeidsbeperking minder snel of minder productief werkt. De subsidie vult het verschil aan tussen de loonwaarde van de werknemer en het minimumloon. Zo kan de werkgever het normale loon betalen. Dit maakt het voor werkgevers aantrekkelijker om iemand met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Hierdoor krijgen meer mensen met een arbeidsbeperking een kans op werk. We verwachten een gunstige verschuiving van detachering naar loonkostensubsidiebanen, onder andere door ons reële prijsbeleid.

Met het inzetten van VIO (Vragenlijst Inclusief Ondernemen) proberen we inzicht te krijgen waar de werkgever staat als inclusieve ondernemer en welke dienstverlening aansluit om een inclusieve werkgever te ondersteunen. Een lagere economische groei bij de specifieke sectoren in onze regio, drukt op de groei van beide kpi’s. Deze verschuiving hangt verder samen met ons reële prijsbeleid en de veranderende samenstelling van de doelgroep. Het aantal mensen in de Wsw daalt jaarlijks met ongeveer 6%, terwijl het aantal mensen in de Participatiewet licht toeneemt. De verwachte afvlakking van de economische groei in een aantal sectoren in de regio kan leiden tot terughoudendheid bij werkgevers in het aannemen van personeel. Dit kan de groei van zowel detacheringen als plaatsingen met loonkostensubsidie onder druk zetten.

Uitstroom: 200 Werkzoekenden zijn uitgestroomd als ze een baan vinden of voor zichzelf beginnen. Dit aantal groeit gedurende het jaar. Vanwege administratieve redenen kan dit getal achteraf (meestal drie maanden) nog stijgen gedurende het jaar. Dit is een bewuste keuze. We volgen werkzoekenden drie maanden voordat we het dossier sluiten. Zo voorkomen we dat mensen die onverhoopt hun baan snel verliezen, opnieuw de hele aanvraagprocedure moeten doorlopen. Dit helpt om te voorkomen dat mensen zonder inkomen in armoede komen of schulden krijgen. De doelgroep wordt steeds complexer waardoor er steeds meer mensen zijn die meer tijd en begeleiding nodig hebben om uit te stromen. Door de komst van Neder-Betuwe hopen we ongeveer dezelfde uitstroom te halen als in 2026.

doelstelling

50%

425

435

200

Hilde krijgt bij Kindcentrum SamSam de kans om te groeien

Hilde wilde al sinds haar jeugd in de kinderopvang werken. Door een moeilijke periode lukte het haar echter niet om een baan te vinden die bij haar paste, en ze kwam thuis te zitten. Via het UWV kwam ze bij Werkzaak terecht. Samen met haar werkcoach Monica ging ze opnieuw op zoek naar een plek waar ze met kinderen kon werken. De zoektocht was niet eenvoudig. Hilde is open over haar verleden, wat voor haar goed voelt, maar voor sommige werkgevers onzekerheid gaf. Toch bleef ze gemotiveerd. Toen ze samen met Monica op gesprek ging bij Kindcentrum SamSam, zag eigenares Lies meteen haar enthousiasme. Lies besloot haar een kans te geven en bood een vrijwillige leerplek aan. Hilde begon als groepshulp en voelde al snel dat dit echt bij haar paste. Daarna startte ze met een leerwerkroute. Die was soms pittig, maar door goede begeleiding en haar eigen inzet haalde ze haar opleiding.

12

Inmiddels werkt Hilde bij SamSam als pedagogisch professional en begeleidt ze kinderen in hun dagelijkse ontwikkeling. Hilde voelt zich welkom binnen het team. De verantwoordelijkheid vond ze in het begin spannend, maar ze groeide snel in haar rol. Ze werkt met plezier met de kinderen en voert steeds makkelijker gesprekken met ouders. Het contact met haar werkcoach wordt langzaam afgebouwd omdat Hilde steeds zelfstandiger wordt. Aan anderen die het moeilijk hebben, wil Hilde meegeven: “Als je iets graag wilt, geef dan niet op. Met kleine stappen kom je er ook.” Haar verhaal laat zien hoe belangrijk het is om iemand een echte kans te geven. Met vertrouwen, begeleiding en doorzettingsvermogen kan iemand groeien naar werk dat past en weer toekomst zien.

4 Programma’s 4.1 Programma bestuur en beleid Wat willen we bereiken? Alles in onze organisatie is erop gericht dat iedereen in Rivierenland mee kan doen en zich kan ontwikkelen. Het is bewezen dat investeren in mensen loont. Als mensen met de juiste ondersteuning meedoen en zich ontwikkelen, heeft dat een positief effect op heel veel terreinen. Minder mensen met een uitkering, meer talenten die worden benut in de krappe arbeidsmarkt, meer geluk, minder zorgvragen en minder uitgaven op welzijn en veiligheid. Wat gaan we daarvoor doen? Daarom werken we in 2027 verder aan duurzame partnerschappen met werkgevers. Zowel voor werk in de productiehallen, als voor (groeps)plaatsingen en detacheren. We werken tegen een reële prijs. De begeleiding van werkenden en werkzoekenden doen we volgens bewezen methodieken, op basis van een volledig klantbeeld. We zetten technologie in als dat ondersteunend is, bijvoorbeeld om moeilijk werk makkelijker te maken. In de regio werken we samen met partners aan een sluitend aanbod van dienstverlening. Het Werkcentrum Rivierenland is daar een belangrijke plek voor. Hieronder leest u op hoofdlijnen onze plannen voor 2027, per strategische keuze uit het meerjarenbeleidsplan 2024-2027. Kwetsbare mensen versterken met werk In 2027 werken we vanuit een heldere visie op onze dienstverlening aan de ondersteuning van mensen.

Dat doen we onder andere met de volgende onderwerpen. Inkomen We maken een grote slag op de dienstverlening aan inwoners op het gebied van inkomen. Het proces van de aanvraag is opnieuw ontworpen en levert in 2027 concrete verbeteringen op. Het contact is persoonlijker en mensen krijgen sneller duidelijkheid over een eventuele uitkering. En ook het heronderzoek geven we opnieuw vorm. Methodisch werken Met het integratief gedragsmodel (IGM) maken we voor alle werkzoekenden een helder klantbeeld en stellen we, samen met de werkzoekende, een plan van aanpak op voor het vinden en houden van werk. Op basis van de voortgang stellen we samen het plan steeds bij. Ook ons instrumentarium blijven we verbeteren en vernieuwen. Daarbij zetten we de drie bronnen van kennis in: de werkzoekenden, de wetenschap en de professional. Doelgroepen Een van de bestuurlijke opdrachten is het onderzoeken of Werkzaak nieuwe doelgroepen kan bedienen. Enerzijds om mensen de best passende ondersteuning te bieden in hun ontwikkeling. Anderzijds om te werken aan de toekomstbestendigheid van de sociale infrastructuur. Dit onderzoeken we in de vorm van een pilot, waarbij we beginnen met een soepele overgang tussen dagbesteding en werk. In 2027 zijn hier de eerste resultaten op zichtbaar. Afhankelijk van deze resultaten wordt dit verder uitgebreid. En ook onderzoeken we daarna mogelijke andere doelgroepen.

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

13

Mensen in dienst Een andere bestuurlijke opdracht is het onderzoeken of het (tijdelijk) in dienst nemen van mensen met een uitkering bijdraagt aan onze ambitie om hen te versterken met werk. De pilot voeren we uit in 2026 en 2027. Afhankelijk van de resultaten heeft dit effect op de reguliere werkwijze vanaf 2027. Kwetsbare mensen versterken door samenwerking In de arbeidsmarktregio zijn meerdere organisaties actief die dienstverlening hebben voor werkenden, werkzoekenden of werkgevers. We werken al langere tijd intensief samen om dit alles op elkaar af te stemmen. Dit heeft vorm gekregen in het Werkcentrum Rivierenland waarin we vanuit Werkzaak een belangrijke rol spelen. We werken verder aan goede samenwerking, kennisdeling en vloeiende overgangen zodat mensen zo snel mogelijk geholpen worden. Vanaf 2026 is ook de dienstverlening aan werkgevers hierin ondergebracht. Dit vraagt weer nieuwe samenwerking met andere betrokken partijen, en daar investeren we vanuit Werkzaak op. Zodat er voor de werkgever één duidelijk loket in de regio is. Daarnaast werken we samen met scholen en het doorstroompunt om de begeleiding van jongeren naadloos op elkaar te laten aansluiten. De fusie van het ROC Rivor met KW I college biedt kansen om de ondersteuning van jongeren verder te ontwikkelen. Ook voor de ondersteuning van statushouders werken we in de regio actief samen.

Denk aan een regionale verbinder, een jobhunter en een opstartcoach. Deze inzet leidt tot duurzame plaatsingen van statushouders. Tot en met 2026 is hiervoor subsidie vanuit de overheid beschikbaar, waarmee de inzet van de medewerkers gefinancierd wordt. Het is nog onduidelijk of de subsidie vanaf 2027 beschikbaar gesteld wordt. Inclusief werkgeverschap voor een inclusieve arbeidsmarkt De arbeidsmarkt is krap en daar ligt een grote kans op betaald werk voor mensen met een kwetsbaarheid. Tegelijkertijd is er sprake van complexe problematiek. Dat vraagt om een strategisch partnerschap met werkgevers waarbij de rol van Werkzaak verschuift van matchen op vacatures naar adviseren over procesoptimalisatie, jobcarving, begeleiding op de werkvloer, leven lang leren en ontwikkelingen en technologische oplossingen. We ontwikkelen ons naar een partner voor het werk van de toekomst. En ook deze rol pakken we methodisch aan. Zo gebruiken we de VIO (Vragenlijst Inclusief Ondernemen) om onderbouwd werkgevers te ondersteunen in meer inclusief werken. Ook ondersteunen we partijen in de regio om SROI een vast onderdeel te maken bij aanbestedingen en inkoop en dat ook daadwerkelijk te bewaken. Leven lang ontwikkelen op en voor de werkvloer Om goed inzetbaar te zijn op de arbeidsmarkt is het belangrijk dat mensen zich blijven ontwikkelen. Dat is nog niet voor iedereen vanzelfsprekend.

We zetten ons in om werkzoekenden te blijven ontwikkelen op 21e-eeuwse vaardigheden. Dit zijn vaardigheden als kritisch denken, communiceren en samenwerken. Mensen kunnen deze vaardigheden ontwikkelen op de werkvloer en in het Leerlab van Werkzaak. Ook is er in het Leerlab aandacht voor werknemersvaardigheden, vakvaardigheden, digitale vaardigheden, taal en laaggeletterdheid. Daarnaast delen we onze expertise in de regio op het gebied van praktijkleren en praktijkverklaringen. Zo komt er steeds meer nadruk op vaardigheden in plaats van op diploma’s. Per sector zijn de uitdagingen anders. De samenwerking in de regio is daarom erg belangrijk, zodat we gezamenlijk optrekken en ontwikkelen op dit thema.

14

Technologie maakt moeilijk werk makkelijk Technologie helpt onze doelgroep om moeilijk werk makkelijker te maken. Dat kan met bestaande technologie, of met innovaties die we samen met partners ontwikkelen. Op die manier kunnen mensen meer verschillende soorten werk doen en kunnen ze zich verder ontwikkelen. Daarnaast helpt technologie onze professionals om hun werk efficiënter te doen en ondersteunt het bij het geven van kwalitatief goede ondersteuning. Ten slotte helpt technologie om de bedrijfsvoering van Werkzaak efficiënt en effectief in te richten. We onderzoeken daarbij specifiek welke mogelijkheden AI ons biedt. In de regio werken we samen met andere partijen aan het versterken van de TINT (Technohub Inclusieve Technologie). Vanuit de TINT ondersteunen we werkgevers om inclusieve technologie te gebruiken waardoor meer mensen mee kunnen doen op de arbeidsmarkt. En ook voor onze interne processen gebruiken we technologie om efficiëntie en kwaliteit van het werk te vergroten. We gaan in 2027 werken met Sidekick, een tool waarmee werkcoaches en inkomensconsulenten hun gesprekken eenvoudiger kunnen vastleggen, vervolgstappen bepalen en het plan van aanpak maken. Stabiele financiële basis Door de vele regelingen, verschillende uitvoerders en ingewikkelde voorwaarden zijn mensen onzeker over hun rechten, plichten en hun inkomen.

Hierdoor maken ze soms geen gebruik van regelingen en krijgen zij te maken met terugvorderingen en schulden. Ook durven zij de stap naar (meer) werk niet altijd te zetten, omdat de effecten op het netto-inkomen onduidelijk zijn. Wetenschappelijk is bewezen dat armoede een belemmering is bij het vinden en behouden van werk en andersom weten we dat het hebben van werk de grootste kans biedt om uit de armoede te komen. Daarom dragen we vanuit Werkzaak bij aan regionale aanpak vanuit gemeenten om de bestaanszekerheid te verbeteren. En onze eigen processen rondom inkomen nemen we onder de loep waardoor we in 2027 concrete verbeteringen kunnen doorvoeren. Nieuwe economie is circulair en inclusief We blijven ons inzetten voor een economie waarin circulariteit en inclusiviteit de norm zijn. We werken daarom samen met partners die zich daarvoor inzetten. Er zijn bestaande samenwerkingen, en we blijven op zoek naar nieuwe partijen. Ook onderzoeken we welke mogelijkheden er zijn om zelf te ondernemen. Op basis van de resultaten van de pilot Ondernemerschap in 2026 en 2027 (aanbod tweede spoor, re-integratie langdurig zieke werknemers) zoeken we naar meer vormen van ondernemerschap waarmee we onze bedrijfsvoering versterken. Medio 2026 zal het AB een beslissing nemen over het duurzaam voortbestaan op basis van een brede maatschappelijke businesscase van de coöperatie Cirtex in 2027.

Daarmee beschikken we over een hybride sociale infrastructuur tussen beschut werk en de reguliere arbeidsmarkt. We verkennen de mogelijkheden om Cirtex te vestigen in het circulair ambachtscentrum op bedrijventerrein Medel in Tiel. We voeren al pilots uit om te onderzoeken of werkzoekenden meerdere grondstofstromen kunnen sorteren en aan het werk kunnen in de maakindustrie. Denk aan meubels opknappen, productie van plastic buitenmeubilair, bouwmaterialen hergebruiken, fietsen repareren en elektrische apparaten recyclen. We zijn betrokken bij het living lab ‘Werklandschap van de toekomst’ op bedrijventerrein De Wildeman in Zaltbommel. Hier verbinden we circulariteit, duurzaamheid, biodiversiteit en inclusie. In dit project gebruiken we circulaire (textiel)producten van Cirtex in de openbare ruimte en begeleiden we medewerkers met extra hulpvragen naar werk bij de ondernemers op dit terrein. Ook zetten we de vragenlijst inclusief ondernemen (VIO) in om de bedrijven op De Wildeman inzicht te geven in hun mogelijkheden tot inclusief ondernemen.

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

15

Projectsubsidies Om onze dienstverlening beter en vernieuwd te maken, gebruiken we verschillende subsidieregelingen. We ontvangen subsidies voor projecten via: • ESF - voor begeleiding van mensen met kwetsbaarheid (onder andere bij Cirtex en leerwerkroutes) • Gelrepact (‘bovenregionaal en regionaal project Rivierenland’) - voor technologie en inclusie • Werklandschap van de toekomst – voor De Wildeman Zaltbommel. Deze subsidies helpen bij het bekostigen van onze projecten. Daarnaast blijven we zoeken naar andere manieren om geld te krijgen voor innovatieve projecten. We kijken continue naar de mogelijkheden en gebruiken een externe subsidiezoeker om deze kansen optimaal te benutten. Beleidsindicatoren per gemeente In het kader van het Besluit begroting en verantwoording zijn we verplicht de beleidsindicatoren per gemeente op te nemen. Deze beleidsindicatoren geven inzicht in de gemeentelijke kengetallen ten opzichte van het landelijke beeld en komen van de website www.waarstaatjegemeente.nl. Tabel 4.1.1 Beleidsindicatoren per gemeente

Beleidsindicatoren Gemeente

Netto

Aantal

Arbeidsparticipatie

bijstandsuitkeringen

Werkloze jongeren

Kinderen in uitkeringsgezin

op de1000 inw.

Lopende re-integratie-

Banen

voorzieningen

(afgezet tegen

op de 1000 inw.

beroepsbevolking)

Culemborg

74,1%

227,8

1%

5%

95,8

721,5

Maasdriel

75,1%

102,7

1%

2%

59,1

631,6

Neder-Betuwe

76,5%

124,1

1%

3%

165,1

862,8

Tiel

73,2%

303,0

1%

6%

154,7

914,0

West Betuwe

76,1%

114,6

1%

3%

74,6

890,4

West Maas en Waal

74,7%

126,2

1%

4%

70,7

590,2

Zaltbommel

76,2%

134,8

1%

3%

77,6

929,0

Werkzaak Rivierenland

75,1%

161,9

1%

4%

99,7

791,4

Nederland

73,2%

281,2

2%

6%

203,1

850,2

Bron: www.waarstaatjegemeente.nl; Lokaal Bestuur; BBV (24-02-2026)

De intensieve begeleiding door eigen medewerkers en (daardoor) beperkte inzet van externe instrumenten leidt tot duurzame uitstroom. Een voorbeeld van een succesvol intern instrument zijn de leerwerkroutes. De relatief lage ratio voor lopende re-integratievoorzieningen heeft te maken met deze bewuste keuze van Werkzaak om begeleiding door eigen werkcoaches te laten uitvoeren en zelf instrumenten te ontwikkelen. Dat in tegenstelling tot gemiddeld in het land waar meer trajecten worden ingekocht.

16

Wat mag het kosten? Tabel 4.1.2 Bestuur en Beleid “Wat mag het kosten?”

Bestuur en beleid (in €) Rekening

Begroting Begroting

Meerjarenraming

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Lasten

106.000

124.400

137.000

137.000

137.000

137.000

Baten

-

-

-

-

-

-

-106.000

-124.400

-137.000

-137.000

-137.000

-137.000

Toevoeging aan reserves

-

-

-

-

-

-

Onttrekking aan reserves

-

-

-

-

-

-

Mutatie reserves

-

-

-

-

-

-

-106.000

-124.400

-137.000

-137.000

-137.000

-137.000

Saldo van baten en lasten

Totaal

Uitgangspunten De kosten voor accountants, de cliëntenraad en vergaderingen zijn geïndexeerd volgens de kaderbrief 2027. Voor de meerjarenbegroting ramen we de kosten op het niveau van 2027.

Door samen te werken zien we mensen sterker worden. Dat geeft ons energie én maakt ons werk waardevol

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

17

4.2 Programma participatie Wat willen we bereiken? In 2027 wil Werkzaak dat meer inwoners met een kwetsbare positie duurzaam kunnen (blijven) deelnemen aan de arbeidsmarkt, passend bij hun mogelijkheden en ontwikkelpotentieel. We versterken werknemers én werkgevers om werk duurzaam vol te houden. Ook wanneer de aard van het werk verandert door technologie of door hogere kwalificatie-eisen. We sluiten hierbij aan op de strategische lijnen uit ons Meerjarenbeleidsplan: • Mensen met een behoefte aan ondersteuning versterken met werk • Leven lang ontwikkelen op en voor de werkvloer • Technologie maakt moeilijk werk makkelijk • Inclusief werkgeverschap voor een inclusieve arbeidsmarkt Ons doel is dat inwoners langer vitaal blijven werken, met voldoende ontwikkelmogelijkheden, passende begeleiding en stabiele randvoorwaarden. Daarmee dragen we bij aan bestaanszekerheid, inclusie en duurzame uitstroom. Wat gaan we daarvoor doen? 1. Investeren in ontwikkeling op de werkvloer We breiden ons ontwikkelaanbod verder uit. Met een nadruk op praktijkleren, leerwerkroutes, het versterken van werknemersvaardigheden en laagdrempelig scholingsaanbod dat aansluit op de mogelijkheden van onze doelgroepen en de vraag in de arbeidsmarkt. Denk aan taal op de werkvloer, praktijkverklaringen en doorlopende leerlijnen in samenwerking met werkgevers.

2. Blijvende begeleiding voor duurzame inzetbaarheid Voor een groeiende groep mensen met psychische kwetsbaarheid, beperkte belastbaarheid of multiproblematiek blijft langdurige begeleiding noodzakelijk. We zorgen daarom voor: • ondersteuning op de werkvloer via werkcoaches en praktijkbegeleiders • flexibele inzet van jobcoaching • methodisch werken op basis van wat aantoonbaar werkt • begeleiding gericht op werkbehoud, niet alleen op instroom 3. Slim inzetten van technologie voor duurzame werkplekken Technologie die fouten voorkomt of werk lichter of overzichtelijker maakt, zetten we nog breder in. We doen dit samen met werkgevers, onderwijs en onze digitale technohub. Toepassingen zoals digitale werkinstructies, montagehulpmiddelen en projectieondersteuning maken werk toegankelijk voor een grotere groep mensen en vergroten werkzekerheid. 4. Duurzame arbeidsrelaties met werkgevers versterken We bouwen verder aan vaste partnerschappen met werkgevers die investeren in inclusief werk én in de nieuwe (circulaire) economie. Met hen ontwikkelen we duurzame werkplekken, passende werkzaamheden en kansen om door te stromen. We betrekken hen actief bij het vormgeven van gezond en duurzaam werkgedrag op de werkvloer.

5. Verbeteren van randvoorwaarden die werkbehoud ondersteunen We pakken belemmeringen aan die duurzame inzetbaarheid onder druk zetten, zoals financiële kwetsbaarheid, vervoer, kinderopvang en voorspelbaarheid van werktijden. Samen met gemeenten en werkgevers zoeken we praktische oplossingen zodat mensen niet uitvallen door omstandigheden buiten het werk.

18

Welke relevante marktontwikkelingen kunnen we verwachten? We benoemen hier kort de vijf belangrijkste arbeidsmarktontwikkelingen, zoals die onder andere beschreven staan in de Regionale Arbeidsmarktprognose Rivierenland 2025-2027 - UWV/WSP en de Regio in Beeld 20252026 - UWV Structurele krapte en stijgende kwalificatie-eisen De arbeidsmarktkrapte blijft aanhouden in 2027. Daardoor ontstaan kansen voor onze doelgroepen, tegelijkertijd stellen veel sectoren hogere eisen. Dit vraagt om extra aandacht voor het versterken van vaardigheden, het ontwikkelen van leerwerkroutes en het aanbieden van begeleiding op de werkvloer. Groeiende inzet van technologie en digitalisering Werk verandert door automatisering en digitale hulpmiddelen. Dit biedt kansen: met passende technologische ondersteuning kunnen meer mensen met een arbeidsbeperking werk uitvoeren dat anders niet haalbaar is. Tegelijk vraagt dit meer aandacht voor digitale vaardigheden en een toekomstgericht leerklimaat. Meer mensen met multiproblematiek en psychische kwetsbaarheid De instroom van mensen met complexe problematiek groeit. Dat betekent dat de behoefte aan laagdrempelige werkplekken, langdurige begeleiding en loonkostensubsidie toeneemt. Werkzaak blijft hier in 2027 op anticiperen met voldoende capaciteit en infrastructuur.

Groei in circulaire en maatschappelijke economie De verschuiving naar een circulaire economie creëert nieuwe werkgelegenheid in demontage, sortering en recycling. Dit sluit goed aan bij de doelgroep van Werkzaak en biedt duurzame, toekomstbestendige werkplekken. Werkzaak blijft inzetten op samenwerking met werkgevers die bijdragen aan deze nieuwe economie. Economische onzekerheid en druk op bestaanszekerheid Hoge kosten voor levensonderhoud en stijgende schuldenproblematiek kunnen werkbehoud onder druk zetten. Dit vraagt om extra aandacht voor ondersteuning rondom financiële stabiliteit, omdat duurzame inzetbaarheid alleen mogelijk is als mensen voldoende bestaanszekerheid ervaren. Wat mag het kosten? Tabel 4.2.1 Participatie “Wat mag het kosten?”

Participatie (in €) Rekening 2025 Lasten

10.310.600

Begroting Begroting 2026

Meerjarenraming

2027

2028

2029

2030

9.439.700 10.060.400

9.843.700

9.891.000

9.928.700

Baten

8.563.300

8.042.100

9.565.400

9.624.200

9.797.400

9.893.500

Saldo van baten en lasten

-1.747.300

-1.397.600

-495.000

-219.500

-93.600

-35.200

Toevoeging aan reserves

626.000

-

-669.200

-689.100

-708.900

-730.300

Onttrekking aan reserves

39.900

-

-

-

-

-

Mutatie reserves Totaal

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

-586.100

-

669.200

689.100

708.900

730.300

-2.333.400

-1.397.600

174.200

469.600

615.300

695.100

19

Uitgangspunten In 2026 is Neder-Betuwe toegetreden voor het onderdeel participatie. Dit heeft impact op het te ontvangen participatiebudget en de aantallen medewerkers onder de Participatiewet. Het participatiebudget is 95% van de bijdrage van de overheid in het gemeentefonds volgens de septembercirculaire 2025, exclusief uitkeringsfactor. Voor het berekenen van de middelen voor begeleiding en re-integratie gebruiken we de rekentool van Berenschot. Door toetreding van de gemeente Neder-Betuwe, nemen we ook het participatiebudget op voor deze gemeente. De toevoeging aan de reserves betreft de rijksmiddelen die we ontvangen in het kader van de versterking van de sociale structuur. De bijdragen die vanuit het Rijk worden ontvangen, worden toegevoegd aan de bestemmingsreserve. Uit die reserve onttrekken we de bedragen die gemoeid zijn met de uitvoering van de pilots. Volgens eerder gemaakte afspraken is de algemene uitkering voor het cluster Participatie exclusief uitkeringsfactor over te dragen aan Werkzaak. Onder andere hierdoor ontstaat een verschil tussen de middelen die de deelnemende gemeenten hebben ontvangen en overdragen aan Werkzaak. Dit betekent echter ook dat de loon- en prijsontwikkeling niet wordt meegenomen, waardoor de bijdrage van de gemeentelijke eigenlijk te laag is. Daarom moeten we in de toekomst dit uitgangspunt mogelijk heroverwegen.

Tabel 4.2.2 Participatie “Aantal dienstverbanden”

Aantallen dienstverbanden Begroting Begroting Dienstverbanden P-wet

Meerjarenraming

2026

2027

2028

2028

2030

94

91

92

93

95

Dienstverbanden WIW

4

3

3

3

3

Totaal

98

94

95

96

98

In de berekening van de algemene uitkering voor de gemeenten zijn in de septembercirculaire 2025 aantallen werkzoekenden opgenomen voor de periode 2026-2030. Deze hanteren we voor onze berekening. Als uitgangspunt hanteren we de realisatie 2025. De kosten zijn geïndexeerd volgens de kaderbrief 2027. De omzet en de vergoedingen voor inleen lichten we verderop in dit programma toe onder het kopje Omzet en inleenvergoedingen. Een uitleg over de salarissen staat in het programma Overhead. Voor innovatieve projecten is in de begroting 100.000 euro begroot. Hiermee zijn in het verleden succesvolle projecten opgezet, die inmiddels zijn ingebed in onze organisatie. Deze projecten hebben de afgelopen jaren geholpen om de doelgroep aan het werk te krijgen. Het is belangrijk dat we hiermee doorgaan. De middelen ramen we structureel zodat we direct kunnen inspringen op kansen en ontwikkelingen die zich voordoen. Naast de structurele middelen beschikken we over het innovatiefonds. Deze bestemmingsreserve is bedoeld voor de ontwikkeling van innovaties en daarmee gepaard gaande incidentele, toekomstgerichte investeringen. Het fonds wordt gebruikt voor grotere innovatieprojecten, doorontwikkeling en opschaling van innovaties.

Het fonds heeft een revolverend karakter, dit wil zeggen dat gerealiseerde opbrengsten vanuit ontwikkelde innovaties (bijvoorbeeld het commercieel vermarkten van Diwi) terugvloeien in het innovatiefonds. In deze begroting hebben we kaders opgenomen over de aanwending, de voeding en onttrekking en de maximum en minimumomvang van de reserve.

20

Omzet, inleenvergoeding en loonkostensubsidies Tabel 4.2.3 Omzet

Omzet (in €) Rekening

Begroting Begroting

Meerjarenraming

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Participatie

1.058.300

1.495.300

1.750.500

1.750.500

1.750.500

1.750.500

Beschut

1.365.800

1.624.700

1.663.700

1.663.700

1.663.700

1.663.700

6.547.200

Gefactureerde omzet

SW

7.082.300

6.252.500

6.547.200

6.547.200

6.547.200

Totaal

9.506.400

9.372.500 9.961.400 9.961.400

9.961.400

9.961.400

Begrotingsuitgangspunten Bij de prognose voor de omzet wordt in de basis gerekend met de CBS-indexering van 5,03%, de IMOC, een daling van het aantal werkzoekenden met 4% en de inzichten binnen de organisatie op basis van de realisatie 2025 en de ontwikkelingen in de markt. Ten opzichte van de begroting 2026 stijgt de omzet, maar daalt het resultaat. De contracten met werkgevers worden weliswaar jaarlijks geïndexeerd volgens het prijsbeleid, maar door de daling van het aantal mensen uit de Wet sociale werkvoorziening en een toename van de medewerkers vanuit de participatiewet, waaronder de doelgroep beschut werk, stijgen de totale lasten voor de inzet van de doelgroepmedewerkers. We staan voor een inclusieve arbeidsmarkt, waarin recht wordt gedaan aan de waarde die mensen met een ondersteuningsbehoefte hebben. Ons prijsbeleid voorziet in tarieven voor werkgevers die kostendekkend zijn. Door toepassing van dit prijsbeleid stijgt de omzet. Tegelijkertijd daalt het aantal mensen uit de Wet sociale werkvoorziening zodat we minder mensen kunnen detacheren bij werkgevers. Bovendien nemen de begeleidingskosten voor de mensen die we detacheren bij werkgevers toe, omdat we een toename zien van (vaak meervoudige) problematiek. In 2024 is het prijsbeleid geactualiseerd. Hiermee wordt een betere aansluiting gevonden naar de reële prijs die we voor onze werkzaamheden vragen.

Deze aansluiting zorgt ook voor een verhoging van onze omzet. Per saldo stijgt hierdoor de omzet in de begroting 2027 met 1.164.000 euro ten opzichte van de begroting 2025 (8.797.400 euro) en 588.600 euro ten opzichte van de begroting 2026. Daarmee is invulling gegeven aan de besparingsopdracht ten opzichte van de begroting 2025. Voor de inleenvergoeding gaan we uit van een loonwaarde van ongeveer 50%-60% voor de mensen uit de Participatiewet. Als werkzoekenden een dienstverband krijgen, bespaart dit kosten in het programma Inkomen omdat de uitkeringslasten lager worden. Het overige deel van de loonkosten komt als loonkostensubsidie terug in het programma Inkomen.

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

21

4.3 Programma Wet sociale werkvoorziening Wat willen we bereiken? In 2027 willen we voldoende passende, veilige en ontwikkelgerichte werkplekken bieden aan alle mensen met een indicatie Wsw. We doen dit vanuit onze kernwaarden meedoen, verbinden en ontwikkelen. We bieden persoonlijke begeleiding met heldere verwachtingen en gericht op ontwikkeling van de medewerkers. Iedereen doet mee naar vermogen. Wat gaan we daarvoor doen? We bieden werk - intern of zo mogelijk via een externe detachering of plaatsing met loonkostensubsidie - dat aansluit bij het veranderende arbeidsvermogen en de begeleidingsbehoefte van de doelgroep. We werken daarnaast aan ontwikkeling van onze teams en ons vakmanschap zodat deze optimaal aansluiten bij de behoefte van de doelgroep. De activiteiten staan in het programma Participatie (4.2). Het aantal mensen met een indicatie Wsw krimpt jaarlijks ongeveer met 6%. Tegelijkertijd zien we dat deze groep kwetsbaarder wordt, onder andere door verslechtering van de fysieke belastbaarheid. Wat mag het kosten? Tabel 4.3.1 Wet Sociale Werkvoorziening “Wat mag het kosten?”

Wet sociale werkvoorziening (in €) Rekening

Begroting Begroting

Meerjarenraming

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Lasten

25.067.300

26.322.900

25.483.000

24.354.400

23.247.400

22.206.700

Baten

27.033.200

26.865.700

26.175.600

24.997.900

23.890.900

22.850.200

Saldo van baten en lasten

1.965.900

542.800

692.600

643.500

643.500

643.500

Toevoeging aan reserves

-

-

-

-

-

-

Onttrekking aan reserves

-

-

-

-

-

-

Mutatie reserves

-

-

-

-

-

-

1.965.900

542.800

692.600

643.500

643.500

643.500

Totaal

Uitgangspunten Bij de lasten van de Wsw is rekening gehouden met een daling van 6% in het aantal werknemers. Voor de salarislasten is een aanvullende indexering van 2,18 % per 1 juli 2026 (door de stijging van het Wettelijk Minimum Loon) en 4,50 % vanaf 1 januari 2027 op de loonkosten meegenomen. We baseren de ontwikkeling vanaf 1 januari 2027 op het gemiddelde van de afgelopen jaren. De overige kosten zijn voor 2027 geïndexeerd volgens de kaderbrief 2027. Deze aanpassing is ook toegepast op de rijksbijdrage uit de septembercirculaire 2025. Tabel 4.3.2 Wet Sociale Werkvoorziening “Aantal dienstverbanden”

Aantallen dienstverbanden Begroting Begroting Dienstverbanden Wsw

Meerjarenraming

2026

2027

2028

2029

2030

524

453

426

400

376

Dienstverbanden LKS Wsw

78

76

71

67

63

Totaal

602

529

497

467

439

22

De daling binnen de Wsw loopt door in 2027. Hierdoor verschuiven werk en begeleiding nadrukkelijk naar de doelgroep beschut. Dat is zichtbaar in zowel de personele als de financiële ontwikkeling van het programma Wsw. De baten en lasten laten in de meerjarenraming een daling zien, maar het saldo blijft gelijk. Dit komt omdat we rekening houden met een dalend aantal medewerkers, terwijl we het gemiddeld bedrag van de baten en lasten niet indexeren na 2027. De verdeling van het bedrijfsvoeringsresultaat in de meerjarenraming op basis van de inzet van het ambtelijk personeel op de verschillende programma’s wordt na 2027 niet gewijzigd. Door verschuiving in het aandeel medewerkers van SW naar medewerkers uit de doelgroepen Beschut en Participatie, zal dit voor komende jaren wijzigen, alleen verwerken we dit niet in de meerjarenraming omdat nog onvoldoende inzichtelijk is wat de impact is. Het subsidieresultaat wordt toegelicht in het hoofdstuk “Beleidsmatige en financiële ontwikkelingen” en is iets gestegen in vergelijking met 2025. Een uitleg over de omzet en de inleenvergoedingen staat in het programma Participatie onder Omzet en inleenvergoedingen. Informatie over de salarissen is te vinden in het programma Overhead. Volgens bestaande bestuurlijke afspraken worden de werkelijk gemaakte kosten voor de doelgroep Wsw bepaald op basis van het aantal deelnemers.

In het overzicht hieronder zijn de verwachte kosten voor de doelgroep vergeleken met de vergoeding van het Rijk. Dit laat het resultaat van de subsidie voor de Wsw zien. De bedrijfsvoeringskosten zijn hierin niet meegenomen. Deze berekening geeft het volgende beeld. Tabel 4.3.3 Wet Sociale Werkvoorziening subsidieresultaat

Wet sociale werkvoorziening Subsidieresultaat (in €) Begroting Begroting 2026

2027

Meerjarenraming 2028

2029

2030

Kosten Wsw

20.613.200 19.628.400 18.450.700 17.343.700 16.303.000

Rijksvergoeding Wsw

22.303.100 22.227.300 21.628.400 20.841.600 19.536.400

Totaal

1.689.900 2.598.900 3.177.700

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

3.497.900

3.233.400

23

Bij Cirtex mag iedereen groeien

Assistent-bedrijfsleider Julian ziet het elke dag: mensen die bij Cirtex binnenkomen, zetten grote stappen. Hij werkt al jaren met medewerkers van Werkzaak en is daar trots op. “Als wij hen geen kans geven, wie dan wel?”, zegt hij. Twee collega’s die hem bijzonder raken, zijn Elias en Latifa. Het enthousiasme van Elias “Elias is rustig, positief en heel vriendelijk. Dat viel mij meteen op.” Elias begon aan de lopende band, maar dat was lichamelijk te zwaar. Toch bleef hij gemotiveerd. “Hij klaagde nooit. En hij deed altijd zijn best.” Samen met Werkzaak werd gezocht naar werk dat beter paste. Dat werd de sorteertafel. “Daar is het werk lichamelijk rustiger, maar mentaal uitdagender. Het was een mooie stap.” Ook in de Nederlandse taal groeit Elias. “Bij Cirtex wordt altijd Nederlands gesproken, dus ook met hem. Je ziet dat hij elke dag meer begrijpt. En hij stelt nu zelf vragen. Dat vind ik erg knap.” De groei van Latifa Ook Latifa maak veel indruk op Julian. “Ze was in het begin heel stil. Ze vond contact maken lastig.”

24

Maar ze bleek precies en leergierig. Met steun van het team, werkcoach Hamid en praktijkbegeleider Gerwin groeide haar zelfvertrouwen snel. “Ze durfde steeds meer te vragen en bleef leren”, zegt Julian. Nu begeleidt ze zelf een groep van vier collega’s. “Dat doet ze rustig en zonder moeite. Het is echt een grote stap.” Waarom deze samenwerking belangrijk is Voor Julian is de samenwerking met Werkzaak waardevol voor iedereen in het bedrijf. “Veel mensen die hier komen, hebben moeite om een baan te vinden. Bij ons krijgen ze een echte kans”, zegt hij. Hij ziet dagelijks dat dit werkt. “Door mee te draaien in het team leren ze snel. Ze worden zekerder, pakken taken op en bouwen aan hun toekomst.” Ook voor Cirtex levert het veel op. “Het geeft ons energie als iemand groeit. Het maakt ons werk leuker en betekenisvol. Je ziet dat collega’s trots zijn op wat ze samen bereiken.” Voor Julian is dat precies de reden om hiermee door te gaan. “Iedereen telt mee. Dat vind ik belangrijk.”

4.4 Programma beschut werk Wat willen we bereiken? Beschut werk is bedoeld voor mensen die wel kunnen werken, maar daarbij extra begeleiding of aanpassingen nodig hebben. Werkzaak biedt deze mensen een veilige werkplek, waar zij kunnen werken op hun eigen tempo en niveau. We helpen hen ook om, als dat mogelijk is, door te groeien naar meer zelfstandigheid of detachering bij een regulier bedrijf. Gemeenten hebben een taakstelling van het Rijk voor een minimaal aantal beschutte werkplekken. Via de gemeenten ontvangen we hiervoor geld van het Rijk. Dit bedrag is gebaseerd op het aantal mensen dat binnen de taakstelling valt. Alle mensen met een beschut indicatie zijn bij ons in beeld. Wat gaan we daarvoor doen? De medewerkers die intern werken, bieden we werk dat past bij hun arbeidsvermogen en ontwikkelbehoefte. De concrete activiteiten hiervoor staan beschreven in het programma Participatie (4.2). Zoals in 2023 door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is vastgesteld, op basis van een rapport van onderzoeksbureau Significatie APE, zijn de kosten van een werkplek beschut veel hoger dan de beschikbare financiering. Op basis hiervan is door het rijk in de meicirculaire 2024 extra geld beschikbaar gesteld, dat wij inzetten om deze doelgroep zo goed mogelijk te begeleiden. De kosten zijn hiermee nog niet volledig gedekt.

De loonkosten voor deze groep betalen we met loonkostensubsidies en met de omzet die zij zelf behalen. Dit levert alsnog een financieel tekort op. Dat tekort wordt gecompenseerd doordat er een financieel voordeel ontstaat op de BUIG middelen. Wat mag het kosten? Tabel 4.4.1 Beschut werk “Wat mag het kosten?”

Beschut werk (in €) Rekening

Begroting Begroting

Meerjarenraming

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Lasten

3.563.900

4.003.900

4.409.200

4.753.500

5.136.600

5.523.900

Baten

3.594.300

3.354.000

3.930.000

3.906.100

4.044.000

4.203.000

-847.400 -1.092.600 -1.320.900

Saldo van baten en lasten

30.400

-649.900

-479.200

Toevoeging aan reserves

-

-

-

-

-

-

Onttrekking aan reserves

-

-

-

-

-

-

Mutatie reserves

-

-

-

-

-

-

30.400

-649.900

-479.200

Totaal

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

-847.400 -1.092.600 -1.320.900

25

Het participatiebudget voor beschut werk is 95% van de integratie-uitkering Participatie, zoals vastgesteld in de septembercirculaire 2025. In de meicirculaire 2025 zijn de extra middelen opgenomen voor de financiering van beschut werk. In 2026 is de gemeente Neder-Betuwe toegetreden voor het onderdeel participatie voor beschut werk. Dit betekent dat we daardoor rekenen met hogere aantallen voor het bepalen van de lasten. Voor de raming van de rijksbijdrage hanteren we dezelfde uitgangspunten. Tabel 4.4.2 Beschut werk “Aantal dienstverbanden”

Aantallen dienstverbanden Begroting Begroting 2026

2027

Meerjarenraming 2028

2029

2030

Beschut

174

190

222

254

285

Totaal

174

190

222

254

285

De groep medewerkers die in aanmerking komt voor beschut werk blijft de komende jaren groeien. Deze groei vangt een deel op van de uitstroom van medewerkers uit de Wsw. We verwachten dat we op 1 januari 2027 voldoen aan de taakstelling, daarna zal de doelgroep naar verwachting met ongeveer twee personen per maand groeien. Deze groei heeft invloed op onze inkomsten en uitgaven. Ook verschuift het werk van interne medewerkers van de Wsw naar de doelgroep beschut. Dit heeft negatieve gevolgen voor het financiële resultaat van het programma. De kosten zijn voor 2027 geïndexeerd volgens de kaderbrief 2027. Het negatieve saldo van baten en lasten laat zien dat de Rijksvergoeding voor de doelgroep beschut werk onvoldoende is. Meerjarig verbetert dit niet. Een uitleg over de omzet en de inleenvergoedingen staat in het programma Participatie onder Omzet en inleenvergoedingen. Informatie over de salarissen staat in het programma Overhead.

26

4.5 Programma inkomensvoorziening Wat willen we bereiken? De Participatiewet in Balans staat voor een verschuiving van de focus op controle naar vertrouwen. Ook verlegt de wet de focus van betaald werk naar meedoen in de maatschappij, waarbij betaald werk nog steeds het uitgangspunt is als dat mogelijk is. Wettelijk haalt dit ook enkele belemmeringen weg, zodat er beter rekening kan worden houden met de bestaanszekerheid van inwoners. Deze ontwikkelingen sluiten goed aan op de beweging die door Werkzaak Rivierenland al is ingezet. Wat gaan we daarvoor doen? In 2027 verbeteren we onze dienstverlening in samenspraak met inwoners en professionals. We richten ons op: • Meer persoonlijk contact met en meer vertrouwen in inwoners. • Minder administratieve lasten voor inwoners en medewerkers. •  Gerichtere ondersteuning, op basis van een volledig klantbeeld waaruit duidelijk wordt wat iemand wil en kan. Daarbij letten we ook op andere hulpvragen, zodat we inwoners goed kunnen begeleiden naar de ondersteuning die zij nodig hebben. •  Sneller wegnemen van geldzorgen, bijvoorbeeld een kortere doorlooptijd van de uitkeringsaanvraag. Zodat geldzorgen het maatschappelijk participeren minder belemmeren. We streven naar minder debiteuren. In onderstaande tabel is per doelstelling en daaraan gekoppelde activiteit een meetbaar doel geformuleerd. Tabel 4.5.1 Inkomensvoorziening indicatoren

Indicatoren Concrete doelstelling

Activiteiten

Doel

Rechtmatige en doelmatige verstrekking van

Werkzoekenden met recht op Participatiewetuitkering die per 1ste van

100%

bijstand en salaris aan mensen die hier recht

de maand voldoen aan de verplichtingen, ontvangen uitkering uiterlijk

op hebben

10de van de maand

Instroompercentage

Actief inzetten op het toeleiden van mensen naar werk en hen de

50%

inkomensvoorziening of uitkering laten ontvangen waarop ze recht hebben (zoals WW) Besparing realiseren op inkomensdeel uit

Zoveel mogelijk werkzoekenden met een PW/IOAW- uitkering

opgegeven inkomsten

(gedeeltelijk) aan het werk helpen. Het resultaat is besparing op

1,7 miljoen

BUIG-gelden. Onterecht verstrekte bijstand, al dan niet door

Terugvordering van te veel en ten onrechte verstrekte uitkeringen

0,6 miljoen

gepleegde fraude terugvorderen

Welke relevante marktontwikkelingen zijn er te verwachten? •  Er zijn veel werkende armen, waaronder zzp’ers. Hierdoor kan het beroep op het Besluit bijstand zelfstandigen, minimaregelingen en bijzondere bijstand toenemen. •  Internationale onrust kan de economie onder druk zetten. Dit kan leiden tot minder werkgelegenheid en meer mensen die afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. •  De instroom van jongeren en mensen met psychische klachten blijft hoog, onder andere door wachtlijsten in de Geestelijke gezondheidszorg. • De aanhoudend financiële druk op de gemeentelijke begrotingen.

Werkzaak Rivierenland begroting 2027

27

Wat mag het kosten? Tabel 4.5.2 Inkomensvoorziening “Wat mag het kosten?”

Inkomensvoorziening (in €) Rekening 2025

Begroting Begroting 2026

2027

Meerjarenraming 2028

2029

2030

Lasten

62.162.100 67.204.700 78.721.800 78.598.600 78.598.600 78.598.600

Baten

54.406.500 59.302.600 70.406.600 70.406.600 70.406.600 70.406.600

Saldo van baten en lasten

-7.755.600

-7.902.100 -8.315.200 -8.192.000

-8.192.000 -8.192.000

Toevoeging aan reserves

-

-

-

-

-

-

Onttrekking aan reserves

-

-

-

-

-

-

Mutatie reserves

-

-

-

-

-

-

Totaal

-7.755.600 -7.902.100 -8.315.200 -8.192.000 -8.192.000 -8.192.000

Uitgangspunten Uitgangspunt voor de lasten van zowel de BUIG als de loonkostensubsidies zijn de gerealiseerde gemiddelde kosten van 2025. Deze zijn geïndexeerd met 4,5% op basis van de historische ontwikkeling van het Wettelijke Minimum Loon (WML). De aantallen zijn volgens de septembercirculaire 2025 aangepast, waaraan Neder-Betuwe is toegevoegd. Voor de batenkant hanteren we dezelfde grondslag. De rijksbijdrage is daarom aangepast met 4,5% door de verwachte stijging op het WML. De aantallen werkzoekenden zijn gebaseerd op de septembercirculaire 2025 (inclusief Neder-Betuwe), rekening houdend met twee jaar vertraging. Omdat de BUIG-bijdrage niet werkt met de meest recente cijfers, wordt er altijd gekeken naar gegevens van twee jaar geleden. De directe kosten voor inkomen blijven de komende jaren waarschijnlijk gelijk. De kosten voor het innen van bedragen, juridische hulp en externe adviezen zijn aangepast volgens de richtlijnen uit de kaderbrief 2027. Een uitleg over de salarissen staat in het programma Overhead. Ontwikkeling van de aantallen Door de koppeling aan de rijksvergoeding en maandelijkse controle van het proces verwachten we een goed en actueel overzicht te hebben. Voor het verschil tussen de rijksvergoeding en de kosten nemen we een stelpost op in de begroting om de impact van wijzigingen in de aantallen te verminderen.

Ons doel is om minimaal op het landelijk gemiddelde te blijven presteren. Tabel 4.5.3 Inkomensvoorziening “Aantal bijstandsgerechtigden”

Aantal bijstandsgerechtigden Begroting Begroting

Meerjarenraming

2026

2027

2028

2029

2030

Aantal bijstandsgerechtigden

2.436

2.670

2.670

2.670

2.670

Totaal

2.436

2.670

2.670

2.670

2.670

28

Tabel 4.5.4 Inkomensvoorziening BUIG resultaat

BUIG bedragen (in €) Rekening 2025

Begroting Begroting 2026

2027

Meerjarenraming 2028

2029

2030

Lasten BUIG

47.402.200

48.532.200 58.013.000 58.013.000

58.013.000

58.013.000

Loonkostensubsidies

5.233.500

6.260.300

7.443.000

7.443.000

7.443.000

Nettolasten BUIG

52.635.700

54.792.500 65.456.000 65.456.000

65.456.000

65.456.000

Rijksvergoeding BUIG

48.701.500

50.217.900 60.554.300 60.554.300

60.554.300

60.554.300

7.443.000

Rijksvergoeding Loonkostensubsidies

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16820768/1