2026-103.3 Bijlage 3. Overzicht reacties gemeenten op kaderbrief 2027
Tekst van het document
Peildatum overzicht: t/m 10 maart 2026 bijgewerkt
Zienswijzen gemeenten Gelderland-Zuid op de Kaderbrief VRGZ 2027 Op 12 november 2025 is de Kaderbrief 2027 ter zienswijze aan de raden aangeboden. De zienswijze en opmerkingen (samengevat), inclusief een reactie van het DB VRGZ treft u hierna aan. Het overzicht is bijgewerkt tot aan de peildatum. Aandachtspunten uit de zienswijze nemen wij mee in de verdere uitwerking van de beleids- en financiële kaders voor 2027. Resumé zienswijzen: • Alle 14 gemeenten benoemen de 3 thema’s bestuurlijke & wettelijke kaders, financiële ontwikkelingen en mogelijke ontvlechting VRGZ–GGD • Onzekerheid rondom BDuR en weerbaarheidsmiddelen wordt breed benoemd (financiële onzekerheid, randvoorwaarden bij inzet rijksmiddelen). • Indexering en de extra prijsstijging van €235.000 worden door meerdere gemeenten als niet-doorbelastbaar beschouwd. • Personele inzet & PTSS-nazorg worden belangrijk gevonden, met nadruk op transparantie over structurele kosten. • Lokale belangen (bluswater, bereikbaarheid buitengebied) komen vooral naar voren bij plattelandsgemeenten. • Taakstelling 1,5%-/3% wordt genoemd in Rivierenland: Maasdriel, Tiel, West Betuwe. Waarbij Maasdriel en West-Betuwe vasthouden aan 1,5% • Rechtmatigheid wordt expliciet benadrukt door vier gemeenten: Culemborg, Neder-Betuwe, Tiel en Zaltbommel. 14
Ontvangen zienswijzen op de Kaderbrief 2027
14 14 14 14 8 12 7 3 4 4
Onderwerpen die terugkomen in de zienswijze Bestuurlijke & wettelijke kaders (scheiding wettelijke taken/ ambities) Financiële ontwikkelingen & kaders (reserves, risico’s, transparantie) Mogelijke ontvlechting VRGZ – GGD Onzekerheid Rijksbijdrage BDuR & middelen voor weerbaarheid Methodiek indexering/ prijsstijging Personele inzet & nazorg (PTSS e.d.) Lokale belangen & maatwerk (bluswater, buitengebied etc.) Taakstelling (bezuiniging 1,5%-/ 3%) Rechtmatigheidsverantwoording Nieuwe bestuursperiode (2026) 1
Peildatum overzicht: t/m 10 maart 2026 bijgewerkt
Zienswijzen gemeenten Gelderland-Zuid op de Kaderbrief VRGZ 2027 Gemeente D-Berg en Dal, 6-2-2026
Zienswijze gemeente (samengevat) a. Financiële ontwikkelingen en kaders De gemeenteraad waardeert de manier waarop de VRGZ inspeelt op actuele en landelijke beleidsontwikkelingen, maar maakt zich zorgen over de financiële onzekerheden. De korting op de Rijksbijdrage (BDuR) vormt een groot risico voor de toekomstige begroting, omdat nog onduidelijk is of deze structureel wordt. De raad wil geïnformeerd blijven over extra rijksmiddelen voor weerbaarheid en noodsteunpunten, zodra de inzet en verdeelsleutel bekend zijn. b. Onderzoek samenwerking bedrijfsvoering VRGZ GGD De gemeenteraad vraagt om alle gemeenten te betrekken bij het onderzoek naar een mogelijke afsplitsing van de gezamenlijke bedrijfsvoering van VRGZ en GGD. Gemeenten willen tijdig inzicht in de gevolgen voor financiële efficiëntie, haalbaarheid en uitvoerbaarheid. c. Personele inzet en nazorg De raad ondersteunt het belang van goed werkgeverschap, inclusief PTSS-preventie en nazorg, maar vraagt om transparantie over de structurele financiële consequenties hiervan. d. Lokale belangen en maatwerk Tot slot benadrukt de raad het belang van lokale basisvoorzieningen, zoals bluswater en bereikbaarheid in het buitengebied. Deze mogen niet onder druk komen te staan door regionale keuzes of financiële beperkingen en moeten maatwerk blijven vragen.
Reactie DB VRGZ a. Wij herkennen uw zorgen over de financiële onzekerheden, waaronder de korting op de BDuR. Zodra er duidelijkheid is over de verdeling van gelden voor weerbaarheid en noodsteunpunten, informeren wij u direct. b. Gemeenten zijn betrokken in het proces om te komen tot besluitvorming over de ontvlechting van de gezamenlijke bedrijfsvoering en de inrichting van een eigen bedrijfsvoeringsorganisatie voor de GGD en de VRGZ. Inzicht in financiële en organisatorische effecten, waaronder haalbaarheid, staan hierbij centraal. De structurele kosten voor het inrichten van een eigen bedrijfsvoeringsorganisatie voor de VRGZ blijven gelijk op basis van de begroting peildatum 2024. c. Wij onderschrijven het belang van goed werkgeverschap en blijven investeren in PTSS-preventie en nazorg. Omdat het een nieuwe richtlijn betreft, medewerkers waarvan PTSS aannemelijk is nog beoordeeld moeten worden via het landelijke expertisebureau, kunnen we op dit moment de financiële consequenties nog niet inschatten. Daartoe is PTSS ook opgenomen als risico in de risicoparagraaf. De komende jaren zullen wij via de reguliere P&C cyclus de kosten die samenhangen met PTSS-preventie en nazorg inzichtelijk maken.
In organisaties waar traumatische ervaringen inherent zijn aan het werk, is het treffen van PTSS-preventie en nazorg geen extra keuze, maar een juridische verplichting vanuit het beginsel van goed werkgeverschap. Artikel 7:611 en 7:658 BW verplichten werkgevers om werknemers te beschermen tegen gezondheids- en veiligheidsrisico’s. In het geval van PTSS betekent dit: tijdig signaleren en handelen (zorgvuldigheidsbeginsel), het treffen van
2
Peildatum overzicht: t/m 10 maart 2026 bijgewerkt
redelijke maatregelen om schade bij werknemers te voorkomen en aansprakelijkheid bij schade door onvoldoende zorg.
D-Beuningen, 11-2-2026
a. Bestuurlijke en wettelijke kaders De raad vindt het belangrijk dat de voorgestelde maatregelen aansluiten op wettelijke taken, landelijke beleidsontwikkelingen en de aanstaande herziening van de Wet veiligheidsregio’s. Niet anticiperen op wijzigingen kan bestuurlijke en juridische risico’s veroorzaken. De raad vraagt om een duidelijk onderscheid tussen wettelijke verplichtingen en aanvullende ambities, inclusief financiële dekking voor nieuwe initiatieven. b. Financiële kaders en ontwikkelingen Investeringen in crisisbeheersing, cyberveiligheid en vastgoed worden gesteund, mits onderdeel van een meerjarig financieel onderbouwd plan. Door structurele kortingen op BDuR, prijsstijgingen en vastgoedkosten is een robuuste risicostrategie en reservevorming noodzakelijk. Tekorten mogen niet automatisch worden doorgerekend aan gemeenten. De raad vraagt om transparantie over reserves en een norm voor minimale reservevorming. c. Mogelijke ontvlechting VRGZ – GGD Gelderland-Zuid De raad heeft met zorg kennisgenomen van het onderzoek naar een mogelijke ontvlechting van de bedrijfsvoering. Dringt eropaan om geen financiële besluiten nemen vóór er een compleet uitvoeringsplan is met varianten, impactanalyses en kostenverdeling. Kosten mogen niet eenzijdig bij gemeenten
d. Uw zorgen over het behoud van basisvoorzieningen, zoals bluswatervoorzieningen en de bereikbaarheid in het buitengebied, begrijpen wij goed. Deze voorzieningen vormen een cruciale schakel in de dagelijkse incidentbestrijding. In 2026 wordt het regionaal bluswaterbeleid herzien. In nauwe samenwerking met gemeenten (verantwoordelijk als bevoegd gezag) kijken we waar aanpassingen in de bluswatervoorziening nodig zijn. a. Uw verzoek om een duidelijke scheiding aan te brengen tussen wettelijke verplichtingen en aanvullende ambities nemen wij over. In bijlage 8.6 van de ontwerpbegroting 2027 is daartoe een overzicht opgenomen van de wettelijke en specifieke taken van de veiligheidsregio. Ook zullen wij, zoals gebruikelijk, nieuwe beleidsmatige initiatieven voorzien van een onderbouwde financiële uitwerking, zodat bestuurlijke afwegingen zorgvuldig kunnen plaatsvinden. b. Nieuwe beleidsmatige meerjarenprogramma’s worden, zoals gebruikelijk, voorzien van een onderbouwde financiële uitwerking. De reservevorming loopt via de algemene reserve en de bestemde reserves waarvoor concrete bestedingsplannen zijn vastgesteld. Voor de algemene reserve C&R (eveneens de weerstandscapaciteit) geldt in de door het AB vastgestelde financiële spelregels een streefwaarde van 5% van de baten. Aan deze norm voldoet de VRGZ op dit moment niet. c.
Met betrekking tot de mogelijke ontvlechting tussen VRGZ en GGD Gelderland-Zuid onderschrijft ons bestuur de noodzaak van een zorgvuldig proces en continuïteit van dienstverlening aan het primaire proces. Definitieve besluitvorming vindt pas plaats wanneer het plan voor de ontvlechting, de inrichting van een eigen bedrijfsvoering, inclusief financiële onderbouwing, frictiekosten en tijdspad zijn uitgewerkt. De structurele kosten voor het inrichten
3
Peildatum overzicht: t/m 10 maart 2026 bijgewerkt
terechtkomen. Continuïteit van dienstverlening en uitvoering van wettelijke taken moet zijn gegarandeerd
van een eigen bedrijfsvoeringsorganisatie voor de VRGZ blijven gelijk op basis van de begroting peildatum 2024.
d. Onzekerheid rond Rijksbijdrage BDuR en weerbaarheid De raad wil geïnformeerd worden over extra rijksmiddelen voor weerbaarheid en noodsteunpunten, zodra de inzet en verdeelsleutel bekend zijn. Structurele uitgaven mogen niet op incidentele middelen worden gebaseerd. Rijksmiddelen moeten uitsluitend voor het toegekende doel worden gebruikt
d. De bijdrage voor de versterking van de veiligheidsregio’s op het gebied van weerbaarheid is ook ter beschikking gesteld om te borgen dat veiligheidsregio’s zowel deze taken als al hun kerntaken zo goed mogelijk kunnen blijven uitvoeren. Hiermee wordt de korting van 10% op de BDuR grotendeels gecompenseerd en zijn bezuinigingen op onze kerntaken zoveel mogelijk afgewend. Zodra er duidelijkheid is over de verdeling van gelden voor weerbaarheid en noodsteunpunten, informeren wij u direct.
e. Methodiek indexering De raad gaat ervan uit dat extreme prijsstijgingen binnen de vastgestelde methodiek van bijlage 1 vallen. De extra stijging van €235.000 valt buiten deze afgesproken systematiek en kan daarom niet aan gemeenten worden doorbelast.
D-Buren, 5-22026
a. Bestuurlijke en wettelijke Kaders De raad vindt het belangrijk dat het voorgestelde beleid aansluit op wettelijke taken, landelijke ontwikkelingen en de herziening van de Wet veiligheidsregio’s. Niet anticiperen op wijzigingen kan bestuurlijke en juridische risico’s veroorzaken. Gemeenten moeten inzicht krijgen in de ambities, rekening houdend met de financiële mogelijkheden. Daarom vragen wij om een scheiding in de begroting tussen wettelijke verplichtingen en optionele ambities en transparantie over welke taken wettelijk verplicht zijn en welke extra zijn, inclusief de benodigde financiering.
e. Deze aanname is feitelijk onjuist. Binnen de door het AB vastgestelde financiële spelregels zijn er drie typen ontwikkelingen waarvoor een aanvullende gemeentelijke bijdrage mogelijk is: nieuwe beleidsvoorstellen, buitengewone prijsstijgingen en autonome ontwikkelingen. Het beroep op deze spelregels past binnen de afgesproken systematiek. In de praktijk blijkt dat substantiële materiële prijsstijgingen niet volledig kunnen worden opgevangen binnen de reguliere indexering. Hierdoor ontstaat structurele scheefgroei, mede omdat materiële kosten niet worden meegenomen in de nacalculatie. Sinds 2021 heeft de VRGZ ruim € 2 miljoen aan prijsstijgingen intern moeten absorberen, terwijl kosten van materieel en afgenomen diensten met 40% tot 120% zijn gestegen. a. Uw verzoek om een duidelijke scheiding aan te brengen tussen wettelijke verplichtingen en aanvullende ambities nemen wij over. In bijlage 8.6 van de ontwerpbegroting 2027 is daartoe een overzicht opgenomen van de wettelijke en specifieke taken van de veiligheidsregio. Ook zullen wij, zoals gebruikelijk, nieuwe beleidsmatige initiatieven voorzien van een onderbouwde financiële uitwerking, zodat bestuurlijke afwegingen zorgvuldig kunnen plaatsvinden. b. Nieuwe beleidsmatige meerjarenprogramma’s worden, zoals gebruikelijk, voorzien van een onderbouwde financiële uitwerking.
4
Peildatum overzicht: t/m 10 maart 2026 bijgewerkt
b. Financiële ontwikkelingen en kaders Investeringen in crisisbeheersing, cyberveiligheid en vastgoed worden gesteund, mits onderbouwd met een meerjarig financieel plan. Door bezuinigingen op BDuR, prijsstijgingen en hogere vastgoedkosten is een sterke strategie voor risicobeheersing en reservevorming noodzakelijk. Gemeenten mogen niet met onredelijke kosten worden belast; tekorten mogen niet zomaar worden doorberekend. De gemeente benadrukt het belang van zorgvuldige realisatie van de nieuwbouw van de kazernes in Lienden en Maurik. c. Ontvlechting Bedrijfsvoering VRGZ/GGD De raad spreekt haar zorgen uit over het onderzoek naar een (zelfstandige) bedrijfsvoeringsorganisatie voor de GGD en de VRGZ. Punten van zorg: Gemeenten zijn nauwelijks betrokken bij dit proces. Er ontbreekt financiële onderbouwing en inzicht in alternatieven. Risico’s: verlies van schaalvoordelen, hogere overhead, verminderde flexibiliteit. Tot slot plaatst de raad vraagtekens bij de timing en uitvoerbaarheid, gezien de krapte in capaciteit, samenloop met nieuwe wetgeving en bezuinigingsopgaven. De raad vraagt om een transparante businesscase en een zorgvuldig proces voordat tot besluitvorming wordt overgegaan. d. Onzekerheid Rijksbijdragen (BDuR) en Weerbaarheid De raad wil geïnformeerd blijven over extra rijksmiddelen voor weerbaarheid en noodsteunpunten, zodra de inzet en verdeelsleutel bekend zijn. e.
Personele Inzet en Nazorg De raad ondersteunt het belang van goed werkgeverschap en de aandacht voor PTSS-preventie en nazorg. De raad vraagt om transparantie over de structurele kosten die hiermee gepaard gaan en hoe deze kosten over gemeenten worden verdeeld.
De reservevorming loopt via de algemene reserve en de bestemde reserves waarvoor concrete bestedingsplannen zijn vastgesteld. Voor de algemene reserve C&R (eveneens de weerstandscapaciteit) geldt in de door het AB vastgestelde financiële spelregels een streefwaarde van 5% van de baten. Aan deze norm voldoet de VRGZ op dit moment niet. De VRGZ handelt vanuit het belang van de gehele regio en hecht grote waarde aan een zorgvuldige en verantwoorde realisatie van nieuwe kazernes. c. Met betrekking tot de mogelijke ontvlechting tussen VRGZ en GGD Gelderland-Zuid onderschrijft het Dagelijks Bestuur de noodzaak van een zorgvuldig proces. Vooralsnog koersen we op gezamenlijke besluitvorming in april 2026, mede ook om (financiële) risico’s te beperken en de noodzakelijke voortgang binnen beide organisaties te waarborgen. Definitieve besluitvorming vindt pas plaats wanneer het plan voor de ontvlechting, de inrichting van een eigen bedrijfsvoering, inclusief financiële onderbouwing, frictiekosten en tijdspad zijn uitgewerkt. De structurele kosten voor het inrichten van een eigen bedrijfsvoeringsorganisatie voor de VRGZ blijven gelijk op basis van de begroting peildatum 2024. d. Vooralsnog koersen we op gezamenlijke besluitvorming in april 2026, mede ook om (financiële) risico’s te beperken en de noodzakelijke voortgang binnen beide organisaties te waarborgen. e.
Zodra er duidelijkheid is over de verdeling van gelden voor weerbaarheid en noodsteunpunten, informeren wij u direct. e. Wij onderschrijven het belang van goed werkgeverschap en blijven investeren in PTSS-preventie en nazorg. Omdat het een nieuwe richtlijn betreft, medewerkers waarvan PTSS aannemelijk is nog beoordeeld moeten worden via het landelijke expertisebureau, kunnen we op dit moment de financiële consequenties nog niet inschatten. Daartoe is PTSS ook opgenomen als risico in de
5
Peildatum overzicht: t/m 10 maart 2026 bijgewerkt
risicoparagraaf. De komende jaren zullen wij via de reguliere P&C cyclus de kosten die samenhangen met PTSS-preventie en nazorg inzichtelijk maken.
D-Culemborg, 6-2-2026
a. Nieuwe Bestuursperiode Met de verkiezingen van maart 2026 in zicht vraagt de gemeente om terughoudendheid met nieuwe beleidsvoornemens. Besluitvorming over nieuwe onderwerpen moet worden doorgeschoven tot na het zomerreces van 2026. b. Taakstelling Gemeenten worden geconfronteerd met forse kortingen vanuit het Rijk en stijgende kosten. De eerder afgesproken structurele verlaging van de gemeentelijke bijdrage (€150.000 vanaf 2025) blijft leidend. Extra financiële lasten zonder dekking zijn niet acceptabel. c. Rechtmatigheid De raad wijst op de gevolgen van rechtmatigheidsfouten bij verbonden partijen. Wanneer een verbonden organisatie niet rechtmatig handelt, kan dit meetellen in de gemeentelijke rechtmatigheidsverantwoording. De VRGZ wordt verzocht strikt rechtmatig te handelen, goede interne controles uit te voeren en fouten tijdig binnen het boekjaar te herstellen. Ook moet de
In organisaties waar traumatische ervaringen inherent zijn aan het werk, is het treffen van PTSS-preventie en nazorg geen extra keuze, maar een juridische verplichting vanuit het beginsel van goed werkgeverschap. Artikel 7:611 en 7:658 BW verplichten werkgevers om werknemers te beschermen tegen gezondheids- en veiligheidsrisico’s. In het geval van PTSS betekent dit: tijdig signaleren en handelen (zorgvuldigheidsbeginsel), het treffen van redelijke maatregelen om schade bij werknemers te voorkomen en aansprakelijkheid bij schade door onvoldoende zorg. -preventie en nazorg geen extra keuze, maar een juridische verplichting vanuit het beginsel van goed werkgeverschap a. We begrijpen uw verzoek, maar besluiten uw verzoek niet over te nemen. Binnen de VRGZ liggen op dit moment enkele onderwerpen voor die tijdige besluitvorming vragen om (financiële) risico’s te beperken en de noodzakelijke voortgang binnen de organisatie te waarborgen. b. Wij onderkennen de blijvende druk op gemeentelijk financiën. Tegelijkertijd moeten wij constateren dat ook de VRGZ geconfronteerd met tekorten en aanvullende maatschappelijke opgaven. Gezien de landelijke bezuinigingen op kerntaken van veiligheidsregio’s vanaf 2026 is verder taakstelling op dit moment niet verantwoord, nog uitvoerbaar.
Om de binnenlandse veiligheid en weerbaarheid in Gelderland-Zuid te vergroten moet er juist geïnvesteerd worden in de veiligheidsregio. c. Wij onderschrijven het belang van rechtmatig handelen en transparante verantwoording. De VRGZ heeft afspraken hierover o.a. geborgd in de financiële verordening en het normenkader en de toepassing hiervan is getoetst door de accountant. Daar zijn geen bijzonderheden uit naar voren gekomen tijdens de accountantscontrole en dus is een goedkeurende verklaring
6
Peildatum overzicht: t/m 10 maart 2026 bijgewerkt
jaarrekening tijdig worden aangeleverd en een duidelijke verantwoording bevatten. d. Bestuurlijke en wettelijke kaders De voorgestelde maatregelen moeten aansluiten op wettelijke taken en landelijke ontwikkelingen. Duidelijke scheiding is nodig tussen wettelijke verplichtingen en optionele ambities, inclusief transparante financiële dekking, zodat gemeenten investeringen goed kunnen afwegen en beheersen. e. Financiële ontwikkelingen De raad steunt investeringen in crisisbeheersing, cyberveiligheid en vastgoed, mits deze passen in transparant en financieel onderbouwd meerjarenplan. Door kortingen en kostenstijgingen is een robuuste strategie voor risicobeheersing, reservevorming en het voorkomen van ad-hoc maatregelen noodzakelijk. Eventuele tekorten mogen niet automatisch worden doorbelast aan gemeenten. f. Mogelijke ontvlechting VRGZ – GGD Gelderland-Zuid Gezien de complexiteit van de mogelijke ontvlechting vraagt de raad om uitstel van besluitvorming tot december 2025, nadat varianten, impactanalyses en een duidelijke kostenverdeling volledig zijn uitgewerkt. De continuïteit van dienstverlening moet zijn gegarandeerd. g. Onzekerheid Rijksbijdrage BDuR en Weerbaarheid De raad wil geïnformeerd blijven over extra rijksmiddelen voor weerbaarheid en noodsteunpunten, zodra de inzet en verdeelsleutel bekend zijn.
De raad benadrukt dat structurele uitgaven niet mogen worden gebaseerd op incidentele middelen. Gemeenten kunnen alleen instemmen met uitgaven als rijksmiddelen daadwerkelijk zijn toegekend en niet leiden tot extra lasten. Ook vraagt de raad om duidelijke randvoorwaarden en borging dat rijksmiddelen uitsluitend worden besteed aan het
afgegeven. De verantwoording is duidelijk en de jaarrekening wordt tijdig aangeleverd. d. Uw verzoek om een duidelijke scheiding aan te brengen tussen wettelijke verplichtingen en aanvullende ambities nemen wij over. In bijlage 8.6 van de ontwerpbegroting 2027 is daartoe een overzicht opgenomen van de wettelijke en specifieke taken van de veiligheidsregio. Ook zullen wij, zoals gebruikelijk, nieuwe beleidsmatige initiatieven voorzien van een onderbouwde financiële uitwerking, zodat bestuurlijke afwegingen zorgvuldig kunnen plaatsvinden. e. Nieuwe beleidsmatige meerjarenprogramma’s worden, zoals gebruikelijk, voorzien van een onderbouwde financiële uitwerking. De reservevorming loopt via de algemene reserve en de bestemde reserves waarvoor concrete bestedingsplannen zijn vastgesteld. Voor de algemene reserve C&R (eveneens de weerstandscapaciteit) geldt in de door het AB vastgestelde financiële spelregels een streefwaarde van 5% van de baten. Aan deze norm voldoet de VRGZ op dit moment niet. f.
Met betrekking tot de mogelijke ontvlechting tussen VRGZ en GGD Gelderland-Zuid onderschrijft ons bestuur de noodzaak van een zorgvuldig proces en continuïteit van dienstverlening aan het primaire proces. Definitieve besluitvorming vindt pas plaats wanneer het plan voor de ontvlechting, de inrichting van een eigen bedrijfsvoering, inclusief financiële onderbouwing, frictiekosten en tijdspad zijn uitgewerkt. De structurele kosten voor het inrichten van een eigen bedrijfsvoeringsorganisatie voor de VRGZ blijven gelijk op basis van de begroting peildatum 2024. Vooralsnog koersen we op gezamenlijke besluitvorming in april 2026, mede ook om (financiële) risico’s te beperken en de noodzakelijke voortgang binnen beide organisaties te waarborgen.
g. De bijdrage voor de versterking van de veiligheidsregio’s op het gebied van weerbaarheid is ook ter beschikking gesteld om te
7
Peildatum overzicht: t/m 10 maart 2026 bijgewerkt
daarvoor bestemde doel, zodat rechtmatigheid en transparantie gewaarborgd blijven. h. Methodiek indexering Extreme prijsstijgingen (€235.000) vallen volgens de raad buiten de afgesproken indexeringsmethodiek en mogen niet aan gemeenten worden doorbelast. VRGZ moet deze kosten opvangen binnen de eigen financiële kaders, bijvoorbeeld door her-prioritering, om financiële discipline te waarborgen en onvoorziene lasten voor gemeenten te voorkomen. i. Personele inzet en nazorg De raad onderschrijft het belang van goed werkgeverschap en het investeren in PTSS-preventie en nazorg. Maar vraagt wel om volledige transparantie van structurele kosten en hoe deze over gemeenten worden verdeeld. Deze kosten moeten uitsluitend betrekking hebben op wettelijke taken. Extra ambities zijn alleen aanvaardbaar als daar volledige financiële dekking voor is. j. Lokale belangen en maatwerk Lokale voorzieningen zoals bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid in het buitengebied moeten geborgd blijven. De raad vraagt om expliciet inzicht in borging van lokale basisvoorzieningen en maatwerk voor gemeenten met specifieke risico’s (zoals Culemborg).
borgen dat veiligheidsregio’s zowel deze taken als al hun kerntaken zo goed mogelijk kunnen blijven uitvoeren. Hiermee wordt de korting van 10% op de BDuR grotendeels gecompenseerd en zijn bezuinigingen op onze kerntaken zoveel mogelijk afgewend. Zodra er duidelijkheid is over de verdeling van gelden voor weerbaarheid en noodsteunpunten, informeren wij u direct. h. Deze aanname is feitelijk onjuist. Binnen de door het AB vastgestelde financiële spelregels zijn er drie typen ontwikkelingen waarvoor een aanvullende gemeentelijke bijdrage mogelijk is: nieuwe beleidsvoorstellen, buitengewone prijsstijgingen en autonome ontwikkelingen. Het beroep op deze spelregels past binnen de afgesproken systematiek. In de praktijk blijkt dat substantiële materiële prijsstijgingen niet volledig kunnen worden opgevangen binnen de reguliere indexering. Hierdoor ontstaat structurele scheefgroei, mede omdat materiële kosten niet worden meegenomen in de nacalculatie. Sinds 2021 heeft de VRGZ ruim € 2 miljoen aan prijsstijgingen intern moeten absorberen, terwijl kosten van materieel en afgenomen diensten met 40% tot 120% zijn gestegen. i.
Wij onderschrijven het belang van goed werkgeverschap en blijven investeren in PTSS-preventie en nazorg. Omdat het een nieuwe richtlijn betreft, medewerkers waarvan PTSS aannemelijk is nog beoordeeld moeten worden via het landelijke expertisebureau, kunnen we op dit moment de financiële consequenties nog niet inschatten. Daartoe is PTSS ook opgenomen als risico in de risicoparagraaf. De komende jaren zullen wij via de reguliere P&C cyclus de kosten die samenhangen met PTSS-preventie en nazorg inzichtelijk maken. In organisaties waar traumatische ervaringen inherent zijn aan het werk, is het treffen van PTSS-preventie en nazorg geen extra keuze, maar een juridische verplichting vanuit het beginsel van goed werkgeverschap. Artikel 7:611 en 7:658 BW verplichten werkgevers om werknemers te beschermen tegen gezondheids- en
8
Peildatum overzicht: t/m 10 maart 2026 bijgewerkt
veiligheidsrisico’s. In het geval van PTSS betekent dit: tijdig signaleren en handelen (zorgvuldigheidsbeginsel), het treffen van redelijke maatregelen om schade bij werknemers te voorkomen en aansprakelijkheid bij schade door onvoldoende zorg. -preventie en nazorg geen extra keuze, maar een juridische verplichting vanuit het beginsel van goed werkgeverschap j.
D-Druten, 5-22026
a. Bestuurlijke en wettelijke kaders Gemeenten moeten ambities kunnen afwegen binnen hun financiële ruimte. Wij verzoeken daarom om een duidelijke scheiding tussen wettelijke verplichtingen en optionele ambities in begroting en meerjarenraming, en bij nieuwe initiatieven volledige transparantie over welke taken wettelijk verplicht zijn en welke aanvullend, inclusief financiële dekking. Dit waarborgt dat investeringen proportioneel en beheersbaar blijven b. Financiële ontwikkelingen en kaders Gezien de structurele korting op BDuR-middelen, prijsstijgingen en extra vastgoedkosten is een robuuste strategie voor risicobeheersing, reservevorming en het voorkomen van ad-hoc maatregelen noodzakelijk. Gemeenten mogen niet te veel extra kosten krijgen. Het is belangrijk dat duidelijk is hoe reserves worden gebruikt. Ook moet er een duidelijke regel zijn voor hoeveel reserve minimaal nodig is. Zo houden we vertrouwen en zorgen we voor een stabiele financiële situatie. Eventuele tekorten kunnen niet automatisch worden doorberekend aan gemeenten. c. Mogelijke ontvlechting VRGZ en GGD Gelderland-Zuid
Uw zorgen over het behoud van basisvoorzieningen, zoals bluswatervoorzieningen en de bereikbaarheid in het buitengebied, begrijpen wij goed. Deze voorzieningen vormen een cruciale schakel in de dagelijkse incidentbestrijding. In 2026 wordt het regionaal bluswaterbeleid herzien. In nauwe samenwerking met gemeenten (verantwoordelijk als bevoegd gezag) kijken we waar aanpassingen in de bluswatervoorziening nodig zijn. a. Uw verzoek om een duidelijke scheiding aan te brengen tussen wettelijke verplichtingen en aanvullende ambities nemen wij over. In bijlage 8.6 van de ontwerpbegroting 2027 is daartoe een overzicht opgenomen van de wettelijke en specifieke taken van de veiligheidsregio. Ook zullen wij, zoals gebruikelijk, nieuwe beleidsmatige initiatieven voorzien van een onderbouwde financiële uitwerking, zodat bestuurlijke afwegingen zorgvuldig kunnen plaatsvinden. b. Nieuwe beleidsmatige meerjarenprogramma’s worden, zoals gebruikelijk, voorzien van een onderbouwde financiële uitwerking. De reservevorming loopt via de algemene reserve en de bestemde reserves waarvoor concrete bestedingsplannen zijn vastgesteld. Voor de algemene reserve C&R (eveneens de weerstandscapaciteit) geldt in de door het AB vastgestelde financiële spelregels een streefwaarde van 5% van de baten. Aan deze norm voldoet de VRGZ op dit moment niet. c.
Met betrekking tot de mogelijke ontvlechting tussen VRGZ en GGD Gelderland-Zuid onderschrijft ons bestuur de noodzaak van een zorgvuldig proces en continuïteit van dienstverlening aan het primaire proces. Definitieve besluitvorming vindt pas plaats
9
Peildatum overzicht: t/m 10 maart 2026 bijgewerkt
Het mogelijke ontvlechtingsproces vraagt volgens de raad om maximale zorgvuldigheid en transparantie. Er mogen geen definitieve financiële besluiten worden genomen voordat een volledig uitgewerkt uitvoeringsplan beschikbaar is, inclusief varianten, impactanalyses en een duidelijke kostenverdeling. Het is voor de raad onacceptabel dat kosten eenzijdig bij gemeenten terechtkomen. Door de hele procedure heen moet de continuïteit van de dienstverlening en de uitvoering van wettelijke taken gewaarborgd blijven. d. Onzekerheid Rijksbijdrage BDuR en weerbaarheid De raad wijst op de structurele korting van 10 procent op de BDuRmiddelen en op de onzekerheden rondom toekomstige rijksbijdragen. Hoewel het Rijk extra middelen beschikbaar stelt voor weerbaarheid en noodsteunpunten, is nog onbekend hoe deze verdeeld worden. De raad verwacht dat VRGZ gemeenten tijdig informeert over de verdeelsleutels en de wijze van verdeling. Structurele uitgaven mogen volgens de raad nooit gebaseerd zijn op incidentele middelen, tenzij die middelen daadwerkelijk zijn toegekend en niet leiden tot extra lasten. Rijksmiddelen dienen bovendien uitsluitend te worden gebruikt voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt. e. Methodiek indexering De raad gaat ervan uit dat extreme prijsstijgingen binnen de afgesproken indexeringsmethodiek vallen.
De extra stijging van € 235.000 valt daar volgens de raad buiten en kan daarom niet worden doorbelast aan gemeenten. VRGZ wordt verzocht deze kosten binnen de eigen financiële kaders op te vangen, bijvoorbeeld door herprioritering, zodat financiële discipline behouden blijft en gemeenten niet worden geconfronteerd met onverwachte lasten. f. Personele inzet en nazorg De raad onderschrijft het belang van goed werkgeverschap en adequate ondersteuning van medewerkers, onder andere bij PTSS-
wanneer het plan voor de ontvlechting, de inrichting van een eigen bedrijfsvoering, inclusief financiële onderbouwing, frictiekosten en tijdspad zijn uitgewerkt. De structurele kosten voor het inrichten van een eigen bedrijfsvoeringsorganisatie voor de VRGZ blijven gelijk op basis van de begroting peildatum 2024. d. De bijdrage voor de versterking van de veiligheidsregio’s op het gebied van weerbaarheid is ook ter beschikking gesteld om te borgen dat veiligheidsregio’s zowel deze taken als al hun kerntaken zo goed mogelijk kunnen blijven uitvoeren. Hiermee wordt de korting van 10% op de BDuR grotendeels gecompenseerd en zijn bezuinigingen op onze kerntaken zoveel mogelijk afgewend. Zodra er duidelijkheid is over de verdeling van gelden voor weerbaarheid en noodsteunpunten, informeren wij u direct. e. Deze aanname is feitelijk onjuist. Binnen de door het AB vastgestelde financiële spelregels zijn er drie typen ontwikkelingen waarvoor een aanvullende gemeentelijke bijdrage mogelijk is: nieuwe beleidsvoorstellen, buitengewone prijsstijgingen en autonome ontwikkelingen. Het beroep op deze spelregels past binnen de afgesproken systematiek. In de praktijk blijkt dat substantiële materiële prijsstijgingen niet volledig kunnen worden opgevangen binnen de reguliere indexering.
Hierdoor ontstaat structurele scheefgroei, mede omdat materiële kosten niet worden meegenomen in de nacalculatie. Sinds 2021 heeft de VRGZ ruim € 2 miljoen aan prijsstijgingen intern moeten absorberen, terwijl kosten van materieel en afgenomen diensten met 40% tot 120% zijn gestegen. f.
Wij onderschrijven het belang van goed werkgeverschap en blijven investeren in PTSS-preventie en nazorg. Omdat het een nieuwe richtlijn betreft, medewerkers waarvan PTSS aannemelijk is nog beoordeeld moeten worden via het landelijke expertisebureau, kunnen we op dit moment de financiële consequenties nog niet inschatten. Daartoe is PTSS ook opgenomen als risico in de risicoparagraaf. De komende jaren zullen wij via de reguliere P&C
10
Peildatum overzicht: t/m 10 maart 2026 bijgewerkt
preventie en nazorg. Wel wordt gevraagd om volledige transparantie over de structurele kosten en de wijze waarop deze worden verdeeld. De kosten moeten betrekking hebben op wettelijke taken, en aanvullende ambities komen alleen in aanmerking als hiervoor volledige financiële dekking bestaat.
cyclus de kosten die samenhangen met PTSS-preventie en nazorg inzichtelijk maken. In organisaties waar traumatische ervaringen inherent zijn aan het werk, is het treffen van PTSS-preventie en nazorg geen extra keuze, maar een juridische verplichting vanuit het beginsel van goed werkgeverschap. Artikel 7:611 en 7:658 BW verplichten werkgevers om werknemers te beschermen tegen gezondheids- en veiligheidsrisico’s. In het geval van PTSS betekent dit: tijdig signaleren en handelen (zorgvuldigheidsbeginsel), het treffen van redelijke maatregelen om schade bij werknemers te voorkomen en aansprakelijkheid bij schade door onvoldoende zorg.
g. Lokale belangen en maatwerk De raad verzoekt de VRGZ expliciet inzicht te geven in hoe de lokale belangen worden geborgd binnen de meerjarenbegroting en te waarborgen dat investeringen in regionale ambities niet ten koste gaan van de operationele basis op lokaal niveau g.
D-Heumen, 32-26
a. Bestuurlijke en wettelijke kaders De raad vindt het essentieel dat de voorgestelde maatregelen aansluiten op landelijke beleidswijzigingen, zoals de herziening van de Wet veiligheidsregio’s. Afwijken van deze ontwikkelingen kan tot bestuurlijke en juridische risico’s leiden. Veiligheid van inwoners moet het leidende uitgangspunt blijven, en van de veiligheidsregio wordt verwacht dat zij nieuwe ontwikkelingen kritisch blijft volgen. b. Financiële ontwikkelingen en kaders Investeringen in crisisbeheersing, cyberveiligheid en vastgoed worden ondersteund, mits deze zijn ingebed in een transparant en meerjarig financieel plan. Door structurele kortingen op BDuR-middelen en stijgende kosten is een stevige strategie voor risicobeheersing en reservevorming noodzakelijk. Gemeenten mogen niet ineens met extra lasten worden geconfronteerd en reserves dienen zorgvuldig en inzichtelijk te worden beheerd.
Wij begrijpen de wens van de gemeenteraad om lokale belangen stevig geborgd te zien binnen de meerjarenbegroting. Daarom blijven we alert op opkomsttijden, financiële voorspelbaarheid en lokale belangen en ambities. Ook betrekken we gemeenten tijdig bij begrotingsprocessen, maar ook bij andere regionale (meerjarige) beleidsdocumenten en plannen. a. Wij onderschrijven het belang van het werken binnen actuele bestuurlijke en wettelijke kaders. Wij volgen de landelijke ontwikkelingen nauwgezet en stemmen onze keuzes daarop af. De veiligheid van onze inwoners en allen die in onze regio vertoeven blijft daarbij leidend. Als landelijke besluiten gevolgen hebben voor de VRGZ en haar gemeenten, informeren wij u als raad tijdig via de reguliere beleids- en/of begrotingscyclus. b. Nieuwe beleidsmatige meerjarenprogramma’s worden, zoals gebruikelijk, voorzien van een onderbouwde financiële uitwerking. De reservevorming loopt via de algemene reserve en de bestemde reserves waarvoor concrete bestedingsplannen zijn vastgesteld. Voor de algemene reserve C&R (eveneens de weerstandscapaciteit) geldt in de door het AB vastgestelde financiële spelregels een streefwaarde van 5% van de baten. Aan deze norm voldoet de VRGZ op dit moment niet.
11
Peildatum overzicht: t/m 10 maart 2026 bijgewerkt
c. Mogelijke ontvlechting VRGZ en GGD De raad uit zorgen over de mogelijke ontvlechting tussen VRGZ en GGD Gelderland-Zuid. Dit proces moet zorgvuldig verlopen, met een uitvoeringsplan dat financieel duidelijk is onderbouwd. De kosten van een eventuele ontvlechting behoren volgens de raad te worden gedragen door de GGD, omdat daar een scheefgroei in afgenomen diensten is ontstaan. Continuïteit van dienstverlening moet gedurende het gehele proces gewaarborgd blijven.
c. Met betrekking tot de mogelijke ontvlechting tussen VRGZ en GGD Gelderland-Zuid onderschrijft ons bestuur de noodzaak van een zorgvuldig proces en continuïteit van dienstverlening aan het primaire proces. Definitieve besluitvorming vindt pas plaats wanneer het plan voor de ontvlechting, de inrichting van een eigen bedrijfsvoering, inclusief financiële onderbouwing, frictiekosten en tijdspad zijn uitgewerkt. De structurele kosten voor het inrichten van een eigen bedrijfsvoeringsorganisatie voor de VRGZ blijven gelijk op basis van de begroting peildatum 2024.
d. Onzekerheid Rijksbijdrage BDuR en weerbaarheid De verlaging van de BDuR-middelen en het ontbreken van duidelijkheid over nieuwe rijksmiddelen voor weerbaarheid brengen financiële risico’s met zich mee. De raad wil tijdige informatie over verdeelsleutels en toepassing van deze middelen. Structurele uitgaven mogen niet worden gebaseerd op incidentele rijksbijdragen, en toegekende middelen moeten rechtmatig en doelgericht worden ingezet.
d. De bijdrage voor de versterking van de veiligheidsregio’s op het gebied van weerbaarheid is ook ter beschikking gesteld om te borgen dat veiligheidsregio’s zowel deze taken als al hun kerntaken zo goed mogelijk kunnen blijven uitvoeren. Hiermee wordt de korting van 10% op de BDuR grotendeels gecompenseerd en zijn bezuinigingen op onze kerntaken zo veel mogelijk afgewend. Zodra er duidelijkheid is over de verdeling van gelden voor weerbaarheid en noodsteunpunten, informeren wij u direct.
e. Methodiek indexering Hoewel de Kaderbrief de indexeringsmethodiek vastlegt, verwacht de raad dat de VRGZ uitzonderlijke prijsstijgingen, zoals de genoemde € 235.000, binnen de eigen begroting opvangt. Dit voorkomt dat gemeenten geconfronteerd worden met onverwachte financiële lasten.
e. Deze aanname is feitelijk onjuist. Binnen de door het AB vastgestelde financiële spelregels zijn er drie typen ontwikkelingen waarvoor een aanvullende gemeentelijke bijdrage mogelijk is: nieuwe beleidsvoorstellen, buitengewone prijsstijgingen en autonome ontwikkelingen. Het beroep op deze spelregels past binnen de afgesproken systematiek. In de praktijk blijkt dat substantiële materiële prijsstijgingen niet volledig kunnen worden opgevangen binnen de reguliere indexering. Hierdoor ontstaat structurele scheefgroei, mede omdat materiële kosten niet worden meegenomen in de nacalculatie. Sinds 2021 heeft de VRGZ ruim € 2 miljoen aan prijsstijgingen intern moeten absorberen, terwijl kosten van materieel en afgenomen diensten met 40% tot 120% zijn gestegen.
f. Personele inzet en nazorg Het belang van goed werkgeverschap en adequate aandacht voor PTSS-preventie en nazorg wordt onderschreven. De raad vraagt wel om volledige transparantie over de structurele kosten van deze inspanningen. g. Lokale belangen en maatwerk De raad benadrukt dat lokale basisvoorzieningen, zoals bluswatercapaciteit en bereikbaarheid in het buitengebied, niet onder druk mogen komen door regionale prioriteiten. De
f.
Wij onderschrijven het belang van goed werkgeverschap en blijven investeren in PTSS-preventie en nazorg. Omdat het een nieuwe richtlijn betreft, medewerkers waarvan PTSS aannemelijk is nog
12
Peildatum overzicht: t/m 10 maart 2026 bijgewerkt
veiligheidsregio wordt gevraagd inzicht te geven in de borging van deze lokale belangen binnen de meerjarenbegroting, zodat regionale ambities geen afbreuk doen aan de benodigde lokale inzet.
beoordeeld moeten worden via het landelijke expertisebureau, kunnen we op dit moment de financiële consequenties nog niet inschatten. Daartoe is PTSS ook opgenomen als risico in de risicoparagraaf. De komende jaren zullen wij via de reguliere P&C cyclus de kosten die samenhangen met PTSS-preventie en nazorg inzichtelijk maken. In organisaties waar traumatische ervaringen inherent zijn aan het werk, is het treffen van PTSS-preventie en nazorg geen extra keuze, maar een juridische verplichting vanuit het beginsel van goed werkgeverschap. Artikel 7:611 en 7:658 BW verplichten werkgevers om werknemers te beschermen tegen gezondheids- en veiligheidsrisico’s. In het geval van PTSS betekent dit: tijdig signaleren en handelen (zorgvuldigheidsbeginsel), het treffen van redelijke maatregelen om schade bij werknemers te voorkomen en aansprakelijkheid bij schade door onvoldoende zorg. -preventie en nazorg geen extra keuze, maar een juridische verplichting vanuit het beginsel van goed werkgeverschap.
D-Maasdriel, 10-02-26
a. Financiële positie van de gemeente Maasdriel heeft, net als andere Rivierenlandgemeenten, een taakstellende bezuiniging opgelegd aan de gemeenschappelijke regelingen. Ondanks dat VRGZ aangeeft geen besparingsruimte te zien, houdt de raad vast aan de taakstelling van 1,5 procent voor 2027. Dit uitgangspunt blijft de komende jaren richtinggevend. b. Bestuurlijke en wettelijke kaders De raad vraagt om een expliciete scheiding tussen wettelijke verplichtingen en aanvullende ambities. Door nauw aan te sluiten
g. Uw zorgen over het behoud van basisvoorzieningen, zoals bluswatervoorzieningen en de bereikbaarheid in het buitengebied, begrijpen wij goed. Deze voorzieningen vormen een cruciale schakel in de dagelijkse incidentbestrijding. In 2026 wordt het regionaal bluswaterbeleid herzien. In nauwe samenwerking met gemeenten (verantwoordelijk als bevoegd gezag) kijken we waar aanpassingen in de bluswatervoorziening nodig zijn. a. In lijn met eerdere signalen, vinden wij als bestuur het inboeken van bezuinigingen nog steeds onwenselijk en onverantwoord. Niet alleen gezien de maatschappelijke weerbaarheidopgave waar we met elkaar voor staan, maar ook gezien de consequenties die dit heeft voor de dienstverlening aan onze inwoners en het veiligheidsgevoel van onze inwoners. Om de binnenlandse veiligheid en weerbaarheid in Gelderland-Zuid te vergroten, moet er juist geïnvesteerd worden in de veiligheidsregio. Wij blijven graag met u in gesprek om te komen tot realistische financiële kaders die
13
Peildatum overzicht: t/m 10 maart 2026 bijgewerkt
op landelijke ontwikkelingen en de herziening van de Wet veiligheidsregio’s moeten bestuurlijke en juridische risico’s worden voorkomen. Transparantie over financiële dekking bij nieuwe initiatieven is hierbij essentieel. c. Financiële ontwikkelingen en kaders Investeringen in onder meer crisisbeheersing, cyberveiligheid en vastgoed onderhoud worden ondersteund, mits zij onderdeel zijn van een volledig onderbouwd meerjarenplan. Door structurele kortingen en prijsstijgingen is een stevige strategie voor risicobeheersing en reservevorming noodzakelijk. Gemeenten mogen niet onverwachts worden belast en het gebruik van reserves moet helder worden toegelicht. d. Mogelijke ontvlechting bedrijfsvoering VRGZ–GGD De gemeenteraad toont zorg over het onderzoek naar het ontvlechten van de bedrijfsvoering tussen VRGZ en GGD Gelderland-Zuid. De raad verlangt maximale zorgvuldigheid en geen financiële besluiten zonder een volledig uitgewerkt uitvoeringsplan. Kosten mogen niet eenzijdig bij gemeenten terechtkomen; kostenneutraliteit is het uitgangspunt.
recht doen aan zowel de gemeentelijke situatie als de noodzakelijke uitvoering van onze wettelijke en maatschappelijke taken. b. Uw verzoek om een duidelijke scheiding aan te brengen tussen wettelijke verplichtingen en aanvullende ambities nemen wij over. In bijlage 8.6 van de ontwerpbegroting 2027 is daartoe een overzicht opgenomen van de wettelijke en specifieke taken van de veiligheidsregio. Ook zullen wij, zoals gebruikelijk, nieuwe beleidsmatige initiatieven voorzien van een onderbouwde financiële uitwerking, zodat bestuurlijke afwegingen zorgvuldig kunnen plaatsvinden. c. Nieuwe beleidsmatige meerjarenprogramma’s worden, zoals gebruikelijk, voorzien van een onderbouwde financiële uitwerking. De reservevorming loopt via de algemene reserve en de bestemde reserves waarvoor concrete bestedingsplannen zijn vastgesteld. Voor de algemene reserve C&R (eveneens de weerstandscapaciteit) geldt in de door het AB vastgestelde financiële spelregels een streefwaarde van 5% van de baten. Aan deze norm voldoet de VRGZ op dit moment niet.
e. Onzekerheid Rijksbijdrage BDuR en weerbaarheid De korting op de BDuR-middelen en onduidelijkheid over toekomstige rijksbijdragen vergroten de financiële risico’s. Structurele uitgaven mogen volgens de raad niet worden gebaseerd op incidentele middelen. VRGZ wordt verzocht vooraf randvoorwaarden te borgen en rijksmiddelen uitsluitend voor het beoogde doel in te zetten.
d. Met betrekking tot de mogelijke ontvlechting tussen VRGZ en GGD Gelderland-Zuid onderschrijft ons bestuur de noodzaak van een zorgvuldig proces. Definitieve besluitvorming vindt pas plaats wanneer het plan voor de ontvlechting, de inrichting van een eigen bedrijfsvoering, inclusief financiële onderbouwing, frictiekosten en tijdspad zijn uitgewerkt. De structurele kosten voor het inrichten van een eigen bedrijfsvoeringsorganisatie voor de VRGZ blijven gelijk op basis van de begroting peildatum 2024.
f. Personele inzet en nazorg De raad onderschrijft het belang van goed werkgeverschap en PTSS-preventie, maar vraagt om inzicht in de structurele kosten. Deze moeten zich beperken tot wettelijke taken, terwijl aanvullende ambities alleen aanvaardbaar zijn bij volledige financiële dekking.
e. De bijdrage voor de versterking van de veiligheidsregio’s op het gebied van weerbaarheid is ook ter beschikking gesteld om te borgen dat veiligheidsregio’s zowel deze taken als al hun kerntaken zo goed mogelijk kunnen blijven uitvoeren. Hiermee wordt de korting van 10% op de BDuR grotendeels gecompenseerd en zijn bezuinigingen op onze kerntaken zo veel mogelijk afgewend. Zodra
14
Peildatum overzicht: t/m 10 maart 2026 bijgewerkt
er duidelijkheid is over de verdeling van gelden voor weerbaarheid en noodsteunpunten, informeren wij u direct. f.
D-Nedera. Bestuurlijke en wettelijke kaders Betuwe, 2-2-26 De raad benadrukt dat maatregelen moeten aansluiten bij wettelijke taken en landelijke beleidswijzigingen, zoals de herziening van de Wet veiligheidsregio’s. Een heldere scheiding tussen wettelijke verplichtingen en aanvullende ambities is noodzakelijk om bestuurlijke en financiële risico’s te voorkomen. Nieuwe initiatieven moeten volledig transparant zijn in inhoud en financiële dekking. b. Financiële ontwikkelingen en kaders Investeringen in crisisbeheersing, cyberveiligheid en vastgoed worden gesteund, mits deze zijn onderbouwd met een meerjarig en transparant financieel plan. De raad wijst op structurele kortingen, kostenstijgingen en het belang van robuuste reservevorming.
Wij onderschrijven het belang van goed werkgeverschap en blijven investeren in PTSS-preventie en nazorg. Omdat het een nieuwe richtlijn betreft, medewerkers waarvan PTSS aannemelijk is nog beoordeeld moeten worden via het landelijke expertisebureau, kunnen we op dit moment de financiële consequenties nog niet inschatten. Daartoe is PTSS ook opgenomen als risico in de risicoparagraaf. De komende jaren zullen wij via de reguliere P&C cyclus de kosten die samenhangen met PTSS-preventie en nazorg inzichtelijk maken.
In organisaties waar traumatische ervaringen inherent zijn aan het werk, is het treffen van PTSS-preventie en nazorg geen extra keuze, maar een juridische verplichting vanuit het beginsel van goed werkgeverschap. Artikel 7:611 en 7:658 BW verplichten werkgevers om werknemers te beschermen tegen gezondheids- en veiligheidsrisico’s. In het geval van PTSS betekent dit: tijdig signaleren en handelen (zorgvuldigheidsbeginsel), het treffen van redelijke maatregelen om schade bij werknemers te voorkomen en aansprakelijkheid bij schade door onvoldoende zorg. a. Uw verzoek om een duidelijke scheiding aan te brengen tussen wettelijke verplichtingen en aanvullende ambities nemen wij over. In bijlage 8.6 van de ontwerpbegroting 2027 is daartoe een overzicht opgenomen van de wettelijke en specifieke taken van de veiligheidsregio. Ook zullen wij, zoals gebruikelijk, nieuwe beleidsmatige initiatieven voorzien van een onderbouwde financiële uitwerking, zodat bestuurlijke afwegingen zorgvuldig kunnen plaatsvinden. b. Nieuwe beleidsmatige meerjarenprogramma’s worden, zoals gebruikelijk, voorzien van een onderbouwde financiële uitwerking. De reservevorming loopt via de algemene reserve en de bestemde reserves waarvoor concrete bestedingsplannen zijn vastgesteld. Voor de algemene reserve C&R (eveneens de weerstandscapaciteit) geldt in de door het AB vastgestelde
15
Peildatum overzicht: t/m 10 maart 2026 bijgewerkt
Tekorten mogen niet automatisch worden afgewenteld op gemeenten. c. Mogelijke ontvlechting VRGZ en GGD Het onderzoek naar mogelijke ontvlechting vraagt volgens de raad maximale zorgvuldigheid. Pas nadat er een volledig uitgewerkt uitvoeringsplan ligt, kan besluitvorming plaatsvinden. De raad accepteert geen eenzijdige kostenverdeling en hecht aan borging van de continuïteit van wettelijke taken. d. Onzekerheid Rijksbijdrage BDuR en weerbaarheid Door de structurele korting op BDuR-middelen en onzekerheid over aanvullende rijksbijdragen benadrukt de raad dat structurele uitgaven niet mogen steunen op incidentele middelen. Rijksmiddelen moeten uitsluitend worden ingezet voor het doel waarvoor ze zijn toegekend en pas wanneer deze definitief beschikbaar zijn. e. Methodiek indexering De raad stelt dat extreme prijsstijgingen buiten de afgesproken indexeringssystematiek niet mogen worden doorbelast. Deze kosten dienen binnen de eigen financiële kaders van VRGZ te worden opgelost om financiële discipline en voorspelbaarheid te waarborgen. f. Personele inzet en nazorg De raad onderschrijft het belang van goed werkgeverschap en PTSS-preventie, maar verlangt transparantie over de structurele kosten en over de verdeling daarvan. Extra ambities mogen alleen worden uitgevoerd met volledige financiële dekking, zonder automatische doorbelasting aan gemeenten. g.
Lokale belangen en maatwerk Lokale basisvoorzieningen zoals bluswater en bereikbaarheid in het buitengebied mogen niet onder druk komen door regionale prioriteiten. De raad vraagt om inzicht in borging van deze lokale
financiële spelregels een streefwaarde van 5% van de baten. Aan deze norm voldoet de VRGZ op dit moment niet. c. Met betrekking tot de mogelijke ontvlechting tussen VRGZ en GGD Gelderland-Zuid onderschrijft ons bestuur de noodzaak van een zorgvuldig proces en continuïteit van dienstverlening aan het primaire proces. Definitieve besluitvorming vindt pas plaats wanneer het plan voor de ontvlechting, de inrichting van een eigen bedrijfsvoering, inclusief financiële onderbouwing, frictiekosten en tijdspad zijn uitgewerkt. De structurele kosten voor het inrichten van een eigen bedrijfsvoeringsorganisatie voor de VRGZ blijven gelijk op basis van de begroting peildatum 2024. d. De bijdrage voor de versterking van de veiligheidsregio’s op het gebied van weerbaarheid is ook ter beschikking gesteld om te borgen dat veiligheidsregio’s zowel deze taken als al hun kerntaken zo goed mogelijk kunnen blijven uitvoeren. Hiermee wordt de korting van 10% op de BDuR grotendeels gecompenseerd en zijn bezuinigingen op onze kerntaken zo veel mogelijk afgewend. Zodra er duidelijkheid is over de verdeling van gelden voor weerbaarheid en noodsteunpunten, informeren wij u direct. e. Deze aanname is feitelijk onjuist.
Binnen de door het AB vastgestelde financiële spelregels zijn er drie typen ontwikkelingen waarvoor een aanvullende gemeentelijke bijdrage mogelijk is: nieuwe beleidsvoorstellen, buitengewone prijsstijgingen en autonome ontwikkelingen. Het beroep op deze spelregels past binnen de afgesproken systematiek. In de praktijk blijkt dat substantiële materiële prijsstijgingen niet volledig kunnen worden opgevangen binnen de reguliere indexering. Hierdoor ontstaat structurele scheefgroei, mede omdat materiële kosten niet worden meegenomen in de nacalculatie. Sinds 2021 heeft de VRGZ ruim € 2 miljoen aan prijsstijgingen intern moeten absorberen, terwijl kosten van materieel en afgenomen diensten met 40% tot 120% zijn gestegen.
16
Peildatum overzicht: t/m 10 maart 2026 bijgewerkt
behoeften en om maatwerk voor gemeenten met specifieke risico’s, waaronder Neder-Betuwe. h. Rechtmatigheidsverantwoording De raad wijst op het belang van strikt rechtmatig handelen door de VRGZ als verbonden partij. Fouten bij de VRGZ kunnen doorwerken in de gemeentelijke rechtmatigheidsverantwoording. De VRGZ moet daarom tijdig rapporteren, interne controle borgen en haar jaarrekening uiterlijk 1 mei aanleveren.
f.
Wij onderschrijven het belang van goed werkgeverschap en blijven investeren in PTSS-preventie en nazorg. Omdat het een nieuwe richtlijn betreft, medewerkers waarvan PTSS aannemelijk is nog beoordeeld moeten worden via het landelijke expertisebureau, kunnen we op dit moment de financiële consequenties nog niet inschatten. Daartoe is PTSS ook opgenomen als risico in de risicoparagraaf. De komende jaren zullen wij via de reguliere P&C cyclus de kosten die samenhangen met PTSS-preventie en nazorg inzichtelijk maken. In organisaties waar traumatische ervaringen inherent zijn aan het werk, is het treffen van PTSS-preventie en nazorg geen extra keuze, maar een juridische verplichting vanuit het beginsel van goed werkgeverschap. Artikel 7:611 en 7:658 BW verplichten werkgevers om werknemers te beschermen tegen gezondheids- en veiligheidsrisico’s. In het geval van PTSS betekent dit: tijdig signaleren en handelen (zorgvuldigheidsbeginsel), het treffen van redelijke maatregelen om schade bij werknemers te voorkomen en aansprakelijkheid bij schade door onvoldoende zorg.
g. Uw zorgen over het behoud van basisvoorzieningen, zoals bluswatervoorzieningen en de bereikbaarheid in het buitengebied, begrijpen wij goed. Deze voorzieningen vormen een cruciale schakel in de dagelijkse incidentbestrijding. In 2026 wordt het regionaal bluswaterbeleid herzien. In nauwe samenwerking met gemeenten (verantwoordelijk als bevoegd gezag) kijken we waar aanpassingen in de bluswatervoorziening nodig zijn. h. Wij onderschrijven het belang van rechtmatig handelen en transparante verantwoording. De VRGZ heeft afspraken hierover o.a. geborgd in de financiële verordening en het normenkader en de toepassing hiervan is getoetst door de accountant. Daar zijn geen bijzonderheden uit naar voren gekomen tijdens de accountantscontrole en dus is een goedkeurende verklaring afgegeven. De verantwoording is duidelijk en de jaarrekening wordt tijdig aangeleverd.
17
Peildatum overzicht: t/m 10 maart 2026 bijgewerkt
D-Nijmegen 4-2-26
a. Mogelijke ontvlechting VRGZ en GGD Gelderland-Zuid De raad onderstreept het belang van een zorgvuldig proces rondom de mogelijke ontvlechting van de bedrijfsvoering van VRGZ en GGD Gelderland-Zuid. Omdat gemeenten hierbij nauw moeten worden betrokken, vraagt de raad om een uitvoeringsplan waarin de financiële effecten, risico’s en gevolgen voor gemeenten helder worden uiteengezet. b. Onzekerheid Rijksbijdragen en weerbaarheid De korting op de BDuR-middelen vanaf 2026 zorgt voor structurele financiële druk. Hoewel deze voor 2026 incidenteel is opgevangen, blijven toekomstige rijksbesluiten een onzekerheid. Tegelijkertijd stelt het Rijk extra middelen beschikbaar voor weerbaarheid, maar de inzet en verdeling daarvan zijn nog niet bekend. De raad vraagt om aandacht voor deze afhankelijkheden. c. Bestuurlijke en wettelijke kaders De raad benadrukt dat voorgenomen maatregelen moeten passen binnen huidige en toekomstige wetgeving, waaronder de herziening van de Wet Veiligheidsregio’s. Gemeenten hebben volgens de raad duidelijk inzicht nodig in activiteiten en bijbehorende financiële gevolgen, zodat zij weloverwogen keuzes kunnen maken binnen hun eigen financiële ruimte en het gezamenlijke eigenaarschap van de VRGZ wordt versterkt. d.
Financiële ontwikkelingen en reserves Investeringen in crisisbeheersing, cyberveiligheid en vastgoed worden als noodzakelijk beschouwd, maar structurele kostenstijgingen en rijks-onzekerheden vragen om een robuuste financiële strategie. De raad pleit voor een gezamenlijke, goed onderbouwde aanpak van risicobeheersing en reservevorming, om zo financiële stabiliteit binnen de samenwerking te waarborgen. e. Indexeringsmethodiek De raad gaat ervan uit dat extreme prijsstijgingen zijn meegenomen binnen de afgesproken indexeringssystematiek. De extra
a. Met betrekking tot de mogelijke ontvlechting tussen VRGZ en GGD Gelderland-Zuid onderschrijft ons bestuur de noodzaak van een zorgvuldig proces. Definitieve besluitvorming vindt pas plaats wanneer het plan voor de ontvlechting, de inrichting van een eigen bedrijfsvoering, inclusief financiële onderbouwing, frictiekosten en tijdspad zijn uitgewerkt. De structurele kosten voor het inrichten van een eigen bedrijfsvoeringsorganisatie voor de VRGZ blijven gelijk op basis van de begroting peildatum 2024. b. De bijdrage voor de versterking van de veiligheidsregio’s op het gebied van weerbaarheid is ook ter beschikking gesteld om te borgen dat veiligheidsregio’s zowel deze taken als al hun kerntaken zo goed mogelijk kunnen blijven uitvoeren. Hiermee wordt de korting van 10% op de BDuR grotendeels gecompenseerd en zijn bezuinigingen op onze kerntaken zo veel mogelijk afgewend. Zodra er duidelijkheid is over de verdeling van gelden voor weerbaarheid en noodsteunpunten, informeren wij u direct. c. Wij onderschrijven het belang van het werken binnen actuele bestuurlijke en wettelijke kaders. Wij volgen de landelijke ontwikkelingen nauwgezet en stemmen onze keuzes daarop af. Als landelijke besluiten gevolgen hebben voor de VRGZ en haar gemeenten, informeren wij u als raad tijdig via de reguliere beleidsen/of begrotingscyclus, zodat bestuurlijke afwegingen zorgvuldig kunnen plaatsvinden.
d. Nieuwe beleidsmatige meerjarenprogramma’s worden, zoals gebruikelijk, voorzien van een onderbouwde financiële uitwerking. De reservevorming loopt via de algemene reserve en de bestemde reserves waarvoor concrete bestedingsplannen zijn vastgesteld. Voor de algemene reserve C&R (eveneens de weerstandscapaciteit) geldt in de door het AB vastgestelde financiële spelregels een streefwaarde van 5% van de baten. Aan deze norm voldoet de VRGZ op dit moment niet.
18
Peildatum overzicht: t/m 10 maart 2026 bijgewerkt
prijsstijging van € 235.000 valt volgens de raad buiten deze systematiek en zou daarom niet aan gemeenten moeten worden doorbelast. De verwachting is dat de VRGZ deze kosten zelf opvangt.
C-Tiel, 3-2-26
e. Deze aanname is feitelijk onjuist. Binnen de door het AB vastgestelde financiële spelregels zijn er drie typen ontwikkelingen waarvoor een aanvullende gemeentelijke bijdrage mogelijk is: nieuwe beleidsvoorstellen, buitengewone prijsstijgingen en autonome ontwikkelingen. Het beroep op deze spelregels past binnen de afgesproken systematiek. In de praktijk blijkt dat substantiële materiële prijsstijgingen niet volledig kunnen worden opgevangen binnen de reguliere indexering. Hierdoor ontstaat structurele scheefgroei, mede omdat materiële kosten niet worden meegenomen in de nacalculatie. Sinds 2021 heeft de VRGZ ruim € 2 miljoen aan prijsstijgingen intern moeten absorberen, terwijl kosten van materieel en afgenomen diensten met 40% tot 120% zijn gestegen. a. We begrijpen uw verzoek, maar besluiten uw verzoek niet over te nemen. Binnen de VRGZ liggen op dit moment enkele onderwerpen voor die tijdige besluitvorming vragen om (financiële) risico’s te beperken en de noodzakelijke voortgang binnen de organisatie te waarborgen.
a. Nieuwe bestuursperiode De gemeenteraad benadrukt dat 2027 een overgangsjaar is naar een nieuw bestuur. Daarom wordt gevraagd terughoudend te zijn met nieuwe beleidsontwikkelingen, zodat keuzes aan het nieuwe bestuur kunnen worden overgelaten. Besluitvorming over nieuwe onderwerpen wordt na het zomerreces van 2026 verwacht. De raad spreekt waardering uit voor de samenwerking in de afgelopen b. Wij onderschrijven het belang van rechtmatig handelen en bestuursperiode. transparante verantwoording. De VRGZ heeft afspraken hierover o.a. geborgd in de financiële verordening en het normenkader en de b. Rechtmatigheid toepassing hiervan is getoetst door de accountant. Daar zijn geen De raad wijst op de gevolgen van rechtmatigheidsfouten bij bijzonderheden uit naar voren gekomen tijdens de verbonden partijen. Wanneer een verbonden organisatie niet accountantscontrole en dus is een goedkeurende verklaring rechtmatig handelt, kan dit meetellen in de gemeentelijke afgegeven. De verantwoording is duidelijk en de jaarrekening wordt rechtmatigheidsverantwoording. De VRGZ wordt verzocht strikt tijdig aangeleverd. rechtmatig te handelen, goede interne controles uit te voeren en fouten tijdig binnen het boekjaar te herstellen. Ook moet de c.