2026-060 Rekenkamer Rivierenland - Aankondiging onderzoek Zorgfraude
Tekst van het document
Aan de gemeenteraad van West Maas en Waal Email secretaris: renee.van.tulder@westbetuwe.nl.
W : www.westbetuwe.nl/rekenkamer-rivierenland
Datum: 6 maart 2026 Onderwerp: aankondiging deelname Rekenkamer Rivierenland aan DoeMee-onderzoek 2026 naar de aanpak van zorgfraude
Geachte gemeenteraadsleden van West Maas en Waal, Graag informeer ik u bij deze over het feit dat de Rekenkamer Rivierenland heeft besloten om in 2026 mee te doen met het DoeMee-onderzoek Zorgfraude dat landelijk onder leiding van de landelijke Vereniging van Rekenkamers wordt uitgevoerd. Wij voeren dit onderzoek tegelijkertijd uit bij alle gemeenten die deel uitmaken van onze gemeenschappelijke regeling, te weten Buren, Culemborg, West Betuwe en West Maas en Waal. Het DoeMee-onderzoek is een initiatief van de Vereniging van Rekenkamers, waarbij meerdere lokale rekenkamers gezamenlijk deelnemen aan één onderzoekstraject naar een gemeenschappelijk onderwerp. De aanleiding voor om te kiezen voor een onderzoek naar de aanpak van zorgfraude is dat zorgfraude een veelzijdig en ernstig probleem is, variërend van administratieve fouten tot zware criminele opzet. Het raakt kwetsbare inwoners direct en zet de betaalbaarheid van ons zorgstelsel onder druk. Het effectief aanpakken hiervan is complex en vereist een constante balans tussen het waarborgen van zorgkwaliteit en het handhaven van rechtmatigheid. Het onderzoek wordt uitgevoerd door onderzoeksbureau BMC. Voor een gedetailleerde beschrijving van het onderzoek verwijzen wij u graag naar de bijlage bij deze brief, het Plan van aanpak DoeMee-
onderzoek 2026 Zorgfraude. Doelstelling, hoofd- en deelvragen Het onderzoek richt zich op de gemeentelijke weerbaarheid tegen fraude binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet, waarbij gekeken wordt naar de redelijkerwijs te verwachten effecten van maatregelen die zorgfraude preventief en repressief aanpakken. Met dit onderzoek wil men bijdragen aan de kennisvorming over de aanpak van zorgfraude binnen de Wmo en Jeugdwet door gemeenten. Naast probleemsignalering is de bedoeling ook om zo veel mogelijk inzicht te ontwikkelen: welke (combinaties van) maatregelen zijn effectief en welke minder, of zelfs niet effectief. De hoofdvragen zijn als volgt geformuleerd: •
Hoe weerbaar zijn gemeenten en samenwerkingsverbanden tegen zorgfraude binnen de Wmo en de Jeugdwet?
•
Welke aanpak en maatregelen nemen gemeenten om zorgfraude tegen te gaan, zowel preventief als repressief, en wat zijn de redelijkerwijs te verwachten effecten hiervan?
Om deze hoofdvragen te beantwoorden, staan de volgende deelvragen centraal: 1.
Wat is bekend over de redelijkerwijs te verwachten effecten van maatregelen om zorgfraude tegen te gaan?
2.
Welke maatregelen nemen gemeenten (individueel of regionaal)?
3.
In welke mate werken gemeenten samen om zorgfraude in het brede stelsel van de Jeugdwet
en Wmo tegen te gaan? 4.
Welke aanbevelingen vloeien voort uit de inzichten over effecten, genomen maatregelen en samenwerking binnen het stelsel?
Samenvatting van de onderzoeksaanpak De onderzoeksaanpak is gefaseerd opgebouwd. Allereerst bestuderen de onderzoekers literatuur en raadplegen zij een expertpanel om in kaart te brengen welke preventieve en repressieve maatregelen gemeenten theoretisch kunnen inzetten. Dit resulteert in een lijst met mogelijke maatregelen en een inschatting van de redelijkerwijs te verwachten effecten daarvan. Daarna start het veldonderzoek om inzichtelijk te maken welke maatregelen gemeenten op papier en in de praktijk inzetten, al dan niet binnen samenwerkingsverbanden. Dit gebeurt in twee stappen: 1) via een documentenstudie van door de gemeente aan te leveren documenten 2) via een door de gemeente in te vullen vragenlijst. De uitkomsten worden per gemeente vastgelegd in een specifieke lokale 'nota van bevindingen'. Vervolgens worden alle lokale uitkomsten geanalyseerd om tot een landelijk overkoepelend eindrapport te komen. Wat verwachten wij van de ambtelijke organisatie en wanneer? Om de administratieve belasting voor elke (gemeentelijke) organisatie zo laag mogelijk te houden, is de benodigde inzet beperkt tot een aantal specifieke momenten: •
Mei t/m september 2026: Veldonderzoek: Wij vragen begin mei om documenten aan te leveren die inzicht geven in het theoretische beleid, de daadwerkelijke uitvoering van maatregelen en eventuele samenwerkingsverbanden. Medio augustus, nadat de documenten aangeleverd en geanalyseerd zijn, wordt een digitale, gestructureerde vragenlijst gestuurd, voor verificatie en verdieping. BMC stelt voor deze te sturen aan uw concerncontroller. Wij stemmen vooraf met de gemeentesecretaris af bij wie het invullen hiervan het beste belegd kan worden. Het is de bedoeling dat deze persoon deze vragenlijst samen met zelf te bepalen relevante collega's invult.
•
November 2026: Ambtelijk wederhoor: De concept nota van bevindingen (per gemeente) wordt voorgelegd, zodat het rapport worden gecontroleerd op feitelijke onjuistheden.
•
Na januari 2027: Bestuurlijk wederhoor: Na afronding van de definitieve bevindingen en het opstellen van de bestuurlijke nota door de rekenkamer, wordt het college van burgemeester en wethouders gevraagd om een formele bestuurlijke reactie op de conclusies en aanbevelingen.
Wij vertrouwen erop u hiermee, en met het bijgevoegde plan van aanpak, voor nu voldoende te hebben geïnformeerd. Mocht u in de tussentijd vragen hebben, dan kunt u uiteraard contact met ons opnemen.
Met vriendelijke groet, namens de rekenkamer Rivierenland,
S.H. Dijk, voorzitter Rekenkamer Rivierenland