2026-057 PPublic - De Sprong Groeisaam brief mogelijkheden gemeenteraad (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Stichting Primair Onderwijs De Sprong T. a. v. het Bestuur
Woerdsestraat 26 6628 KC ALTFORST
Vught , 10 maart 2026
Dossiernummer
: 20261009ONW
Inzake
: De
Kenmerk
: 20261009ONW-2
Sprong / Groeisaam
Geacht Bestuur ,
1.
Stichting Groeisaam Primair Onderwijs (hierna: “Groeisaam”) heeft aangekondigd voornemens te zijn basisschool De Tweesprong in Altforst (hierna ook: de “School”) per 1 augustus 2026 te
sluiten. Uw Stichting Primair Onderwijs De Sprong hierna: “De Sprong”) zou graag zien dat Groeisaam de School ook na die datum in stand zou blijven houden , althans haar zou overdragen aan De Sprong. U
hebt mij in dit kader verzocht nader uiteen te zetten welke bevoegdheden de
gemeenteraad van de gemeente West Maas en Waal (hierna: de “Gemeenteraad”) heeft om Groeisaam in dit verband aan te spreken. In deze brief zet ik die mogelijkheden kort uiteen.
Onderwijsrecht | Affari olandesi E-mail: contact @ppublic.nl | Groensteeg 4 5261 LD Vught | Telefoon: 085 060 1015 | Web: ppublic. nl ,
NL43RABO0319753379 | BTW NL004156078B26 | KVK 91713072 | Algemene voorwaarden
a.
Gemeenteraad mag vol toezicht houden op openbaar onderwijs , en mag en moet aanwijzingen geven over beleid c. q. onderzoek en informatie
gelasten als hij dat nodig vindt
Wettelijke en statutaire taak en bevoegdheden Gemeenteraad jegens Groeisaam 2.
Groeisaam houdt binnen de gemeente
West Maas en Waal een openbare school in stand
(namelijk basisschool De Wijzer in Beneden-Leeuwen). De Gemeenteraad heeft een bijzondere verantwoordelijkheid met bijkomende taken en bevoegdheden om Groeisaam in dat kader te controleren , want: “Een openbare school is een zaak van de gemeenschap” (Kamerstukken 24138 , nr. 3 , p. 13)
3.
Een aantal bijzondere bevoegdheden 1 van de Gemeenteraad 2 in dat kader zijn expliciet in de wet en (dus) in de statuten van Groeisaam opgenomen:
a)
De Gemeenteraad krijgt één keer per jaar een verslag waarin Groeisaam zijn bestuur van de
openbare school verantwoordt (art. 16 lid 1 en lid 3 statuten en art. 17 lid 6 WPO). b)
Vaststelling van
de begroting
de jaarrekening
en
vindt
plaats na
overleg
met
de
Gemeenteraad (art. 17. 3 en 17. 4 statuten , art. 17 lid 4 sub d WPO) c)
Groeisaam mag
een
openbare school niet sluiten voordat
zij de gemeenteraad
in de
3 gelegenheid heeft gesteld de school over te nemen (art. 148 WPO , 9. 4e statuten).
d)
Art. 17 lid 8 WPO (art. 22 statuten) bepaalt dat de gemeenteraad bevoegd is alle maatregelen te nemen
die hij nodig acht om
continuïteit
van
het (openbaar) onderwijsproces te
waarborgen wanneer het bestuur zijn taak ernstig verwaarloost of in strijd handelt met de wet.
1
De Gemeenteraad heeB daarnaast tevens de bevoegdheid goedkeuring aan wijziging van de statuten te onthouden
en
ontbinding
van
de sCchCng tegen te houden indien daardoor zijn “overwegende invloed”
onderwijs wordt aangetast (art. 17 lid 4 sub h en lid 5 WPO
en art.
op
het openbaar
19. 4 en 20. 1 statuten). Dat is echter in casu niet
relevant. 2
Het moet
ervoor
gehouden worden dat deze bevoegdheden door de Raad kunnen worden gedelegeerd
College van Burgemeester 3
en Wethouders
(art. 156 lid 1 Gemeentewet) (vgl. Kamerstukken 24138
,
aan
het
nr. 3 , p. 13).
De statuten van Groeisaam bepalen zelfs dat de Gemeenteraad beslist over sluiCng (dus niet enkel het recht heeB
op
overdracht). Het lijkt
erop
dat bij het opstellen
van
wetswijzging ter zake ook in de statuten door te voeren.
de statuten (in 2020)
men
heeB vergeten de laatste
Het gaat in dit laatste geval
om
een
publiekrechtelijk besluit 4 dat de Gemeenteraad
op
eigen
initiatief of op voorstel van het College kan nemen (de Raad kan de bevoegdheid overigens ook aan het College delegeren obv art. 156 Gemeentewet). Tegen dit besluit staan bezwaar en beroep open ; een
4.
voorlopige voorziening kan het Bestuur vragen bij de bestuursrechter.
In de statuten van Groeisaam staan echter geen andere instrumenten dan de hier genoemde. Dit
betekent dat , conform die statuten , de Gemeenteraad slechts invloed uitoefent door het ontvangen van een jaarverslag en het geven van input op begroting en jaarrekening – kortom een zeer beperkte
invloed uitoefent – tenzij de Raad gebruik maakt van het “paardenmiddel” van het
ingrijpen via art. 17 lid 8 (nr d hierboven). In de statuten zit daar niets tussen.
5.
Het is echter logisch dat de Raad ook meer schakeringen aan invloed ter beschikking staan , in het
bijzonder de mogelijkheid om Groeisaam een (bindende) aanwijzing te geven. Dat blijkt uit (a) de wet zelf , haar systematiek en haar bedoeling , (b) een logische opvatting van de bevoegdheid tot
het nemen van maatregelen en (c) uit de jurisprudentie ter zake. Ik licht dit hieronder nader toe.
4
Rechtbank Roermond 28 augustus 2009 ECLI:NL:RBROE:2009:BJ6422. ,
De wet vergt meer mogelijkheden tot toezicht 6.
Artikel 17 van de WPO bepaalt naast bovenstaande concrete zaken ook in algemene zin dat de statuten moeten borgen dat de gemeenteraad toezicht uitoefent (art. 17 lid 4 sub e) en daarmee
de gemeente “overheersende invloed” heeft op het bestuur (art. 17 lid 5) voor zover het het openbaar onderwijs betreft.
7.
Aangezien het een separate bepaling betreft ten opzichte van de reeds genoemde bevoegdheden moet het ervoor gehouden worden dat de statuten meer dan alleen die bevoegdheden moeten
bevatten teneinde de Gemeenteraad tot effectief toezicht in staat te stellen. De wetstekst zelf vraagt dus om meer.
8.
Maar dat de Raad meer mogelijkheden moet hebben , volgt ook logisch uit de systematiek. Immers , om “overwegende overheidsinvloed” middels toezicht uit te oefenen en zo zeker te
stellen dat het openbaar onderwijs “van de gemeenschap” is , moet de Raad meer kunnen dan een verslag
of een begroting lezen zonder meteen te kiezen voor het heftigste middel (namelijk
ingrijpen). Logisch is dat de Raad ook (bindende) aanwijzingen kan geven voor beleid en bestuur , of Groeisaam gelasten onderzoek te doen of informatie te verschaffen aan de Gemeenteraad , zodanig dat van de ene kant van een meer bestendige invloed sprake is , terwijl van de andere kant ingrijpen door maatregelen gewaarschuwd.
kan worden voorkomen
omdat Groeisaam kan worden
9.
Bovendien is effectief en efficiënt toezicht doel van de wetgever: “[B]epalend is dat in de statuten omtrent de overheidsvertegenwoordiging een zodanige regeling moet worden opgenomen dat overheersende overheidsinvloed buiten twijfel is” (Kamerstukken 24138 , nr. 3 , p. 13)
Hoewel deze passage betreft de stichting die (enkel) scholen voor openbaar onderwijs in stand houdt , ligt de lat voor het gecombineerde bestuur (openbaar/bijzonder) net zo hoog voor
wat
betreft die gemeentelijke invloed , zo blijkt duidelijk uit de parlementaire
behandeling van art. 17:
“Ondergetekenden zijn het evenmin eens met de stelling van de Raad van State dat de enkele bepaling dat de regeling in de statuten een overheersende invloed van de overheid in het bestuur dient te verzekeren voor zover het openbaar onderwijs betreft , onvoldoende concreet en
nauwkeurig zou zijn. Naar de mening van de ondergetekenden miskent de Raad hier de
betekenis van het voorschrift dat de regeling in de statuten een overheersende invloed van de overheid in het bestuur dient te verzekeren voor zover het openbaar onderwijs betreft. ” (Kamerstukken 24137 , nr. B)
10. Daarbij komt dat in de rechtspraak expliciet is bevestigd dat de statuten slechts een uitwerking van de wet zijn (en dus niet minder mogen meer
bepalen dan de wet voorschrijft). Dat de statuten niet
mogelijkheden bevatten , kan dus niet als obstakel gelden voor de Raad om
die
mogelijkheden toch te gebruiken:
“Hoewel de stichting is opgericht bij notariële akte , zijn de in artikel 48 van de WPO genoemde vereisten omtrent statutair doel , uitoefening van taken , bevoegdheden , toezicht en inhoud van de statuten dermate uitvoerig en
dwingend te achten dat de notariële akte niet anders
kan worden gezien dan als een uitvoeringshandeling van het besluit van de gemeenteraad om toepassing te geven aan de wettelijke regeling. ” (Rechtbank Roermond 28 augustus 2009 ,
ECLI:NL:RBROE:2009:BJ6422) 11. Kortom , de wet bepaalt en impliceert dat de Gemeenteraad ook toezicht kan uitoefenen middels stappen die minder verstrekkende dan het ingrijpen via maatregelen , bijvoorbeeld door een
(bindende) aanwijzing te geven aan Groeisaam of door Groeisaam te gelasten onderzoek te doen en de Gemeenteraad te informeren.
De bevoegdheid tot het nemen van maatregelen impliceert de bevoegdheid tot het geven van aanwijzigingen 12. Niet alleen de wettelijke bepalingen , hun systematiek en doel brengen mee dat de Gemeenteraad ervoor kan
kiezen Groeisaam een (bindende) aanwijzing te geven. Die mogelijkheid volgt ook uit
bevoegdheid tot het nemen van maatregelen zelf. Immers , het nemen van een (ingrijpende) maatregel zonder Groeisaam eerst zelf de gelegenheid te geven te handelen conform wat de Gemeenteraad als noodzakelijk ziet , zou een vorm zijn van slecht bestuur , en in het bijzonder in strijd komen met het subsidiariteitsbeginsel en andere beginselen van behoorlijk bestuur. Het geven van een aanwijzing is
elders in de wet inderdaad ook voorgeschreven (aan de minister)
alvorens maatregelen mogen worden genomen (art. 156 en 153 WPO).
13. Daar komt nog bij dat – in beginsel – onder ‘maatregelen’ ook kan worden verstaan het geven van aanwijzingen of het vergen van onderzoek.
In de rechtspraak zijn tussenstappen ook gesanctioneerd en zelfs als voorwaarde aangemerkt 14. Dat het inderdaad normaal is om eerst ‘mildere’ stappen te zeLen alvorens in te grijpen volgt ook uit
de
geciteerde
uitspraak
(Rechtbank
Roermond
28
augustus
2009 ,
ECLI:NL:RBROE:2009:BJ6422) , waarnaar kortheidshalve zij verwezen.
Aan de aanwijzing kan een termijn worden verbonden waarna , indien er niet aan wordt voldaan ,
alsnog een maatregel wordt genomen 15. De Gemeenteraad kan , indien bovenstaande wordt gevolgd , vergen dat zijn aanwijzing wordt
uitgevoerd binnen een bepaalde termijn ; hij kan daarbij bepalen dat indien géén uitvoering wordt gegeven , alsnog één
of meer maatregelen zullen worden genomen.
b.
De Raad kan Groeisaam opdragen om het openbaar onderwijs niet zo te behandelen als ze doet met De Tweesprong
16. Uit de analyse in de brief namens De Sprong d. d. 5 maart 2026 volgt , samengevat , dat Groeisaam
(a) op basis van onjuiste criteria en onjuiste aannames heeft geoordeeld dat de School moet sluiten ; (b) grote procedurele fouten heeft gemaakt en niet transparant is geweest , en geen goede medezeggenschap heeft georganiseerd ; en (c) het belang van thuisnabij onderwijs onterecht niet heeft meegewogen.
17. Indien en voor zover de Gemeenteraad deze analyse deelt , kan hij zeer wel oordelen dat het zeer
onwenselijk en zelfs schadelijk zou zijn indien Groeisaam met het openbaar onderwijs op vergelijkbare wijze zou omgaan. 5
5
Ter analogie: Als ik zie dat iemand slecht met
een auto omgaat
zal ik , alvorens hem mijn eigen auto toe te
vertrouwen , de garantie willen dat hij met mijn auto niet op dezelfde wijze omgaat.
18. Concreet kan de Raad in dit kader dus de volgende stappen richting Groeisaam zetten , van minder
ingrijpend naar zwaarder: i)
De Raad kan Groeisaam vragen alle informatie over de besluitvorming inzake De Tweesprong met hem te delen , en te verantwoorden hoe de bezwaren zoals die volgen uit de analyse in
de brief van 5 maart kunnen worden weerlegd c. q. of hierop moet worden gecorrigeerd. Op die manier kan de Raad zich een oordeel vormen over de vraag of Groeisaam fouten heeft gemaakt in dit proces waarvan de Raad moet voorkomen dat die in voorkomend geval jegens het openbaar onderwijs worden gemaakt , zo nodig middels een maatregel van de Raad (vgl. hieronder (iii) ii)
De Raad kan Groeisaam een aanwijzing geven waarin de Raad aangeeft op welke punten Groeisaam jegens De Tweesprong verkeerd heeft gehandeld , met de opdracht te garanderen
dat in voorkomend geval het openbaar onderwijs daarvan gevrijwaard blijft ; iii)
De Raad kan een maatregel nemen houdende een rechtstreekse wijziging door de Raad van
het beleid van Groeisaam , qua criteria en qua procedures , voor zover het het openbaar onderwijs betreft.
NB: een mogelijke maatregel zou ook kunnen zijn het ontslag van de bestuurders , zoals in
de
geciteerde
uitspraak
gebeurde
ECLI:NL:RBROE:2009:BJ6422).
Het
(Rechtbank
betrof daar
Roermond
28
echter een s=ch=ng
augustus
2009 ,
die uitsluitend
openbaar onderwijs gaf , en waarvoor wet en statuten bovendien expliciet de bevoegdheid tot aanstelling en ontslag beves=gden. Nog afgezien dus van de vraag of het handelen van
het bestuur in dit geval dermate schadelijk is dat een ontslag gerechtvaardigd is , is de vraag
of een rechter in voorkomend geval zou aannemen dat de bevoegdheid tot het
nemen
van maatregelen zo ver
strekt , zeker omdat het bestuur ook bijzondere scholen
onder zich hee? (en de overheid zich in beginsel niet met het bestuur daarvan mag bemoeien).
19. Een combinatie is uiteraard ook mogelijk: zo zou de Raad informatie kunnen opvragen maar ook
tegelijkertijd een aanwijzing geven , onder vermelding dat , indien die aanwijzing niet binnen een redelijke termijn gevolg krijgt , alsnog een maatregel als onder (iii) zal volgen.
c.
De Sprong kan geholpen zijn bij een informatie/verantwoordingsverzoek of aanwijzing
20. Ofschoon de mogelijkheden van de Raad enkel het openbaar onderwijs betreffen , zouden de
School en De Sprong niettemin zeer geholpen zijn bij één van de hierboven genoemde stappen van de gemeenteraad. Immers , indien Groeisaam informatie moet
aanleveren , kan De Sprong die
mede gebruiken ter onderbouwing in rechte van de gebreken aan de besluitvorming door Groeisaam. Bovendien kan De Sprong , als de Gemeenteraad jegens Groeisaam een aanwijzing of
maatregel in bovenstaande zin neemt , in rechte aanvoeren dat Groeisaam De Tweesprong gelijk moet behandelen met een openbare school (en dus de aanwijzing van de Gemeenteraad ook
volgens ten aanzien van De Tweesprong). Bovenal echter is niet uitgesloten dat Groeisaam , indien zij zo’n verzoek krijgt en/of een aanwijzing andermaal zal afwegen of zij de voorgenomen sluiCng
werkelijk wil doorzeLen.
In dit verband verdient opmerking dat de reden voor de wetgever om een gecombineerd bestuur openbaar/bijzonder mogelijk te maken
juist gelegen
nu
in de mogelijkheid
om
aldus te
benadrukken
dat
er
een
mogelijkheid
van
was
voorkomen dat kleine scholen werden gesloten:
“Ondergetekenden
hechten
er
aan
om
nogmaals
te
maatschappelijke noodzaak is om te voorzien in het scheppen
van een
bestuurlijke samenwerking. Zoals in het kabinetsstandpunt over het door de Onderwijsraad uitgebrachte nader
advies
over
het wetsvoorstel is opgemerkt
,
kunnen binnen het
bijzonder onderwijs thans zonder problemen samenwerkingsscholen worden gevormd tussen de verschillende rich=ngen , omdat er juridisch sprake blij? van bijzonder onderwijs.
Omdat het openbaar onderwijs weAelijk van par=cipa=e in zo'n samenwerkingsschool is uitgesloten
,
komt het openbaar onderwijs geïsoleerd te staan. Het gevolg is dat het
bijzonder onderwijs bij afnemende
leerlingaantallen
meer
kansen hee?
te blijven
(voort)bestaan. Het openbaar onderwijs hee? in die situa=e die kansen niet. In dit verband zij nogmaals
gewezen op
de problema=ek rond het openbaar onderwijs in de provincie
Limburg. In Limburg ontbreken poten=ële fusiepartners van openbare signatuur en er is nog geen
wetgeving is met betrekking tot samenwerkingsscholen. Daarom ziet een aantal
Limburgse openbare scholen omzeDng
van
het
voor voortgezet
openbaar
onderwijs
onderwijs in
op
algemeen
dit moment als enige op=e bijzonder
onderwijs
en
daaropvolgende fusie met het rooms-katholiek voortgezet onderwijs in hun provincie. ” (Kamerstukken 24137
,
nr. B)
Evenzeer opmerking waard is de reeds geciteerde bepaling in de statuten van Groeisaam die haar opdraagt
een
openbare school alvorens die te sluiten ter overdracht
aan
de gemeente aan te
bieden. In de geest van die statutaire bepaling zou van Groeisaam verwacht kunnen worden dat zij een
school op bijzondere grondslag als de Tweesprong tevens aanbiedt
ouders
,
aan een
stichting
van
die immers in ons bestel een met de gemeente vergelijkbare positie hebben namelijk de
zorg voor
,
(de continuïteit van) het bijzonder onderwijs.
d.
Het College kan , in gesprek met Groeisaam , de mogelijkheden zoals beschreven gebruiken om
Groeisaam te bewegen tot heroverweging 21. Het behoeft geen betoog dat Groeisaam ingrijpen van de Gemeenteraad zal willen vermijden
teneinde haar autonomie te behouden. Van de andere kant kan ook Groeisaam inzien dat (a) de analyse in de brief van 5 maart toch in elk geval grotendeels juist is ; (b) dat behoud van de Tweesprong , hoewel voor Groeisaam geen begaanbare weg , voor een nieuw bestuur wél mogelijk moet zijn en door Groeisaam niet tegen hoeft te worden gehouden als haar visie op onderwijs niet uitsluit dat buiten die visie ook goed onderwijs kan bestaan ; terwijl (c) alsnog meewerken aan een
overdracht Groeisaam geen onoverkomelijke moeite hoeft te kosten.
22. Het College kan in gesprek met Groeisaam dan ook naast alle andere steekhoudende argumenten op bestuurlijk niveau die het
meebrengt , ook de aankondiging van de bereidheid van de Raad om
deze stappen te zeLen naar voren brengen.
23. Het zou in dit verband goed zijn als het College in dat gesprek in elk geval aan de orde stelt , naast
de vanzelfsprekende vragen of zij bereid is te heroverwegen en hoe zij aankijkt tegen de analyse in de brief van 5 maart:
-
Wat Groeisaam nodig heeB om haar besluit te heroverwegen c. q. welke reële bezwaren zij ziet , anders dan de (reeds ontzenuwde) argumenten inzake onderwijskwaliteit ;
-
Of Groeisaam in dit kader bereid is te erkennen dat ouders en hun sCchCng een vergelijkbare garanCefuncCe ten aanzien van bijzonder onderwijs hebben als de gemeente met betrekking tot openbaar onderwijs , en GRoeisaam conform de wet en de statuten de Tweesprong dus ter
overdracht aan de ouders c. q. aan De Sprong zou moeten aanbieden , behoudens ernsCge bezwaren ; -
Of Groeisaam bereid is Cjdens haar eventuele heroverweging c. q. Cjdens de Cjd waarin de Gemeenteraad zich beraadt op stappen c. q. tot de uitspraak in kort geding zal zijn gedaan onomkeerbare stappen richCng sluiCng te vermijden ;
-
Of Groeisaam bereid is eventuele gedane stappen voorlopig alsnog ongedaan te maken ;
-
Of Groeisaam in het bijzonder kan bevesCgen dat het BRIN-nummer van de school nog niet is opgezegd , c. q. kan bevesCgen dat die opzegging ongedaan wordt gemaakt.
24. Voor een nadere toelichCng houd ik mij uiteraard beschikbaar.
PPUBLIC
Met
vriendelijke groet,
(geanonimiseerd) PPublic Mr. drs.
(geanonimiseerd) BN
—
acvocest