20250828 FD vragen verordening Wmo en Jeugdwet - beantwoording
Tekst van het document
Raadsvragen Aankruisen welk soort vraag het betreft
Omschrijving
Betreft Agendapunt:
Vragen n.a.v. ingekomen stukken
x
Technische vragen over geagendeerde stukken op RTG
6
Aanvullende (technische) vragen n.a.v. RTG Mondelinge vragen van raadsleden (art. 36 RvO) Vragenkwartiertje Schriftelijke vragen Beantwoording gewenst schriftelijk / mondeling
Onderwerp
: Raadsvoorstel Vaststellen verordeningen maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp West Maas en Waal 2025
Datum indiening
: 28 augustus 2025
Indiener
: Ronald Orlemans, FD WMW
Inleiding / Aanleiding Raadsvoorstel Vaststellen verordeningen maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp West Maas en Waal 2025 Vraag en Antwoord 1. Waarom is de raad niet eerder betrokken bij de totstandkoming van deze nieuwe verordeningen? In de voorbereidingen hadden dan kaders gesteld en nieuwe wensen of oude foute, vooraf, vastgesteld kunnen worden. Bij de voorbereiding van de verordeningen is overleg gevoerd met betrokken partijen, zoals de Adviesraad Sociaal Domein en een vrijwillige cliëntondersteuner. Daarmee wordt geborgd dat inwoners en hun vertegenwoordigers kunnen meepraten over de manier waarop de gemeente maatschappelijke ondersteuning organiseert. Het college hecht eraan om inwoners vroegtijdig te betrekken bij nieuw beleid of wijzigingen in bestaande regelingen. Dit gebeurt op grond van artikel 150 van de Gemeentewet, waarin is vastgelegd dat de gemeenten regels moeten stellen over inspraak. Ook de Verordening maatschappelijke ondersteuning en Jeugd 2020 (art. 20, nieuw art. 26) bepaalt dat inwoners de gelegenheid krijgen om mee te denken, advies te geven en ondersteuning te ontvangen zodat zij hun rol goed kunnen vervullen. Naast deze inspraakmogelijkheden hebben raadsleden de mogelijkheid om zelf voorstellen te doen voor nieuw beleid of voor aanpassingen in bestaande verordeningen. Het recht van initiatief geregeld in artikel 147b van de Gemeentewet.
Z. 123266
Op dit moment is het (nog) niet gebruikelijk dat de gemeenteraad vooraf al ambtelijk wordt geconsulteerd bij de voorbereiding van beleid of verordeningen. De raad wordt dus in de formele besluitvorming betrokken, maar niet in de ambtelijke voorbereidingsfase. 2. Waarom willen wij als WMW een verordening voor specifiek deze twee landelijke wetten? Bekend is dat gemeentelijke verordeningen worden gebruikt om hogere wetten aan te vullen, te concretiseren en/of deze naar lokale omstandigheden aan te passen. Benoem de concrete tekortkomingen of omissies in de landelijke wetten die aanvulling, concretisering en/of lokaal maken vereisen (toen in 2020 en nu). Verordeningen kunnen nodig zijn maar leiden vaak ook tot afname van de flexibiliteit, toename van de bureaucratie en ook tot verlaging van de kwaliteit van de daadwerkelijke dienstverlening. Een verordening is nodig omdat de wet dat verplicht, maar ook om rechtszekerheid, democratische controle en uitvoerbaarheid te garanderen. Zie ook beantwoording onder 3. Graag ook ingaan op: *) concrete verbeteringen bijv. dat wat staat in het Raadsvoorstel Argumenten, onder Verordening en nadere regels. Kennelijk was het Onderzoek niet vormvrij door de oude verordening.
In de wet is ‘het onderzoek’ altijd vormvrij geweest! *) waarom moet er een (nieuwe) verordening/nadere regels zijn om rekening te houden met veranderingen in , (zie argumenten 1.4). Het onderzoek in Wmo 2015 is niet volledig vormvrij: de wet schrijft in artikel 2.3.2 voor welke onderdelen in elk geval onderzocht moeten worden. De manier waarop we dit doen is wél vormvrij: er is geen voorgeschreven procedure of format, zolang verplichte elementen maar worden meegenomen. In de nieuwe verordening zijn verplichte onderzoeksonderdelen opgesomd->dit is een verbetering. Er zijn landelijke ontwikkelingen (o.a. Hervormingsagenda Jeugd), jurisprudentie en lokale behoeften (o.a. voortkomend uit het Project Verbetering kwaliteit en kostenbeheersing Wmo en Jeugdwet (hierna: VKKWJ) die het op dit moment wijzigen van de Verordening noodzakelijk en wenselijk maken. 3. In het Raadsvoorstel, onder Aanleiding, staat dat de evaluatie eind 2024 en begin 2025 aantoonde dat aanpassingen nodig zijn. Welke punten waren dat dan? Graag zo concreet mogelijk benoemen in relatie tot doelstellingen als snellere zorgverlening, goedkopere zorgverlening, betere zorgverlening, verminderen administratieve lasten, procesverbetering etc.
Aanpassingen waren bijvoorbeeld nodig omdat: - Leesbaarheid werd als minder ervaren - Vormvrij onderzoek werd gemist (efficiënter werken) - Wijziging in bewoording (bijv nachtverzorging is logeeropvang geworden), - Op basis van jurisprudentie artikelen toegevoegd of aangepast (o.a. artikel 5 lid 2 Wmo verordening) - Landelijke ontwikkelingen, o.a. Hervormingsagenda Jeugd (artikel 8, lid 1) In de Was-Wordt lijst is ook te zien waarom aanpassingen zijn gedaan. Daarnaast zijn we gestart met het programma VKKWJ naar aanleiding van twee raadsbreed gedragen moties uit 2024, die oproepen tot het terugdringen van wachtlijsten en een scherpere kostenbeheersing. Tegelijkertijd zijn er landelijke ontwikkelingen en oplopende financiële tekorten, die verdere urgentie geven aan het breed uitwerken van deze opdracht. Onderdeel hiervan is de Verordening.
We pakken het Programma breed en integraal op en werken intensief aan 4 programmalijnen tegelijk: - Data en monitoring; - Trends en ontwikkelingen; - Samenwerking en; - Interne processen gemeente/VraagWijzer. Daarnaast zijn enkele programmalijn-overstijgende onderwerpen benoemd, die extra aandacht en besluitvorming vereisen van het college en de raad. Het uiteindelijke doel van dit programma is om binnen de gestelde financiële kaders een structurele verbetering in kwaliteit én kostenbeheersing te realiseren. 4. Wat gaat er mis, wanneer we de oude verordening nog wat langer aanhouden? Als we de oude verordening aanhouden voldoen we niet aan de laatst geldende wettelijke eisen en landelijke en lokale ontwikkelingen. Bijvoorbeeld de minimale PGB hoogte per 2025, de nieuwe modelverordening Jeugdhulp van de VNG uit december 2024, Hervorminsgagenda Jeugd welke loopt over de periode 2023-2028 die steeds meer vorm krijgt. Door de Verordening aan te passen aan alle ontwikkelingen en wensen, kunnen we in de uitvoering van de Wmo en Jeugdwet steeds meer werken met de menselijke maat in het achterhoofd. 5. In het Raadsvoorstel, onder Beoogd effect, staat “Het realiseren van (een) juridisch juiste en houdbare verordeningen en nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp West Maas en Waal 2025.” Wat maakt dat de huidige verordeningen daar niet al in voorzien c.q.
niet al aan voldoen? Landelijke ontwikkelingen, rechtspraak zorgen dat verordeningen aangepast moeten worden. In het antwoord onder vraag 4 hebben we een aantal voorbeelden genoemd van ontwikkelingen en wanneer deze zijn ontstaan. Door o.a. deze ontwikkelingen is het noodzakelijk om de oude Verordening aan te passen. 6. Het Raadsvoorstel, onder Argumenten, punt 1.3 stelt: “Doelen zijn onder meer het verbeteren van processen om wachtlijsten te verminderen en het beheersen van kosten binnen de Wmo en Jeugdwet” a) Waarom is een wijziging van de verordening noodzakelijk om deze doelen te bereiken? b) Wat is de legitimiteit van deze doelen, zeker in een verordening? De Wmo staat feitelijk geen wachtlijsten toe. Bij kostenbeheersing zal het beperkt moeten zijn tot procedure-/ambtelijke kosten. (De zorg zelf staat min of meer vast, dus de bijbehorende kosten ook!) a. Het programma is geen doel geweest om de verordening aan te passen. Naar aanleiding van een 2-tal ingediende moties, hebben wij als onderdeel van het programma gekeken in hoeverre de verordening hierop aangepast zou moeten en kunnen worden. Waarbij de verzoeken uit de motie zijn getoetst aan de Wmo 2015. b. Dit klopt inderdaad. Zoals hierboven uitgelegd vormt het een onderdeel van het programma. De verordening hebben we getoetst op onze huidige werkprocessen en voorgestelde verbeterde beheersmaatregelen.
Om daarmee te bewerkstelligen meer efficiënt te werken.
7. De Wmo verordening zelf: a) Wat is de bedoeling van de opstellers van een begrippenlijst (art.1)? b) Wat gaat er mis als je die weglaat? De landelijke wetten hebben al begrippenlijsten, waarom worden die niet gehanteerd (en voor de rest geldt gangbaar spraakgebruik.) c) Artikel 6, lid 3 is m.i. quatsch (“een door het college vastgesteld POP”) Leg uit waarom dat niet zo is, zeker in het licht van de vraag over het begrippenkader! d) Artikel 5, lid 2; Waarom wordt niet gewoon gebruik gemaakt van de Wmo 2015, art.2.3.2, lid 4.? Die is klip en klaar. Of, Welke belangen heeft WMW om de wet aan te vullen, aan te passen of aan te scherpen? A en B) Ter verduidelijking van onderwerpen die een onderdeel zijn van een verordening. Er kan anders onduidelijkheid ontstaan over de omvang en reikwijdte van het verklaarde begrippen. De landelijke begrippenlijst is als basis gebruikt en aangevuld met begrippen ter verduidelijking voor de leesbaarheid. C ) Het lid omschrijft een processtap, namelijk dat een aanvraag wordt toegekend op basis van een afgerond onderzoek. Het advies wat uit dat onderzoek komt bevat het Persoonlijk ondersteuningsplan (POP). Daarmee is het lid juridisch juist, zij het dat de omschrijving niet de leesbaarheid ten goede komt. Eventueel zou de raad ervoor kunnen kiezen om de verordening aan te nemen met daarin een oproep tot wijziging van het lid. D)
Je kunt inderdaad stellen dat artikel 2.3.2, lid 4, heel duidelijk is. Het college onderzoekt de punten zoals de wetgever die heeft opgesomd. Met altijd de menselijke maat op het netvlies. In de verordening hebben we ervoor gekozen om deze punten in iets kortere en eenvoudigere bewoordingen op te nemen. De wet zelf is daarbij niet aangevuld, aangepast of aangescherpt. De manier waarop de punten nu zijn verwoord, is juridisch gecontroleerd en klopt. De verordening is gebaseerd op de modelverordening van de VNG.
Los van de definities in de Wmo en/of de Verordening bedoel ik met: *) Wmo-aanvraag: een vraag om ondersteuning i.h.k.v. de Wmo gedaan door/namens een inwoner ingediend bij Vraagwijzer. *) Melding: een bevestiging van Vraagwijzer dat een Wmo-aanvraag is ontvangen en in behandeling wordt genomen. *) Onderzoek: de activiteiten die Vraagwijzer uitvoert op basis van een Melding en conform Wmo 2015, art.2.3.2, lid 4 tot en met de schriftelijke beantwoording aan de aanvrager van de uitkomst(en) van het onderzoek. *) Offerte-aanvraag: het verzoek aan het college om te besluiten over een ingediende en gehonoreerde Wmo-aanvraag. *) Beschikking: een kader gegeven door het college voor de verstrekken Wmo-hulp aan een individuele inwoner, in termen van geld en/of natura.
Graag deze definities hanteren bij het beantwoorden van mijn volgende kwantitatieve vragen.
8. Hoeveel Wmo-aanvragen ontvangt Vraagwijzer per kalendermaand van of namens inwoners over de afgelopen anderhalf jaar? Zie de informatie uit de rapportages van december 2024 en t/m juli 2025
Per soort melding wordt niet per maand in de rapportage aangeleverd. Als dit noodzakelijk is dan moet dat specifiek voor deze raadsvragen nog gebouwd worden in een systeem waar we afscheid van nemen (nieuw systeem wordt door Sterker in oktober ingefaseerd). Het lijkt ons niet wenselijk om nu in het oude systeem nog kosten voor te maken. Om tot het nieuwe rapportageformat te komen zijn diverse gesprekken gevoerd tussen Sterker en de gemeente met als doel betere sturingscijfers en informatie te krijgen. In de tabellen zijn de meldingen van januari 2024 tot juli 2025 opgenomen.
9. Hoeveel Meldingen zijn daarvan geregistreerd? Alle meldingen worden geregistreerd in het systeem van Sterker. In het proces heeft Sterker opgenomen dat er een ontvangstbevestiging wordt gestuurd. De telefonische vragen die niet leiden tot een aanvraag bij VraagWijzer worden (meestal) niet geregistreerd. In sommige gevallen wordt dit wel gedaan. Dat is dan in overeenstemming met de inwoner en enkel indien er verwacht wordt dat er alsnog een aanvraag volgt. Ter context: in 2024 hebben de consultenten van VraagWijzer 7031 mailtjes beantwoord en 5000 telefoongesprekken gevoerd (informatie van de IT-verstrekker). Over 2024 zijn in totaal 1464 meldingen geregistreerd. 10. Hoeveel daarvan gingen over: a) Huishoudelijke hulp/ondersteuning b) Taxi vervoerpassen c) Rest? Informatie over het aantal meldingen van het afgelopen 1,5 jaar is te vinden in de bovenstaande tabellen. De gevraagde informatie wordt op dit moment slechts gedeeltelijk afzonderlijk uitgesplitst omdat de zorg op hoofdlijnen anders wordt geduid, namelijk als 1) WMO begeleiding en 2) WMO Klassiek. -
Wmo begeleiding: begeleiding individueel (thuis) of dagbesteding op locatie; Wmo klassiek: huishoudelijke ondersteuning, hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen en woningaanpassingen.
Uit het overzicht van Versis (vervoer) is wel af te leiden dat tussen januari 2024 en juli 2025 134 nieuwe reizigers actief zijn geworden. Huishoudelijke hulp en ondersteuning is dus niet afzonderlijk zichtbaar in de huidige tabellen. Bij de implementatie van het nieuwe systeem en rapportages wordt opnieuw gekeken welke sturingsinformatie gewenst is. 11. Hoeveel Meldingen hebben geleid tot aanvragen bij het college? C.q. hoeveel ervan zijn afgewezen? Tot heden zijn er 22 meldingen omgezet in een formele aanvraag. 12. Hoeveel klachten komen er over de genoemde periode over de uitkomsten van de onderzoeken? Er zijn geen formele klachten ingediend binnen onze gemeente. Bij VraagWijzer zijn er in 2024 3 klachten ontvangen en in 2025 tot dusver 2. De in 2025 ontvangen klachten hebben betrekking op een en dezelfde casus. Een klacht wordt als zodanig aangemerkt op het moment dat deze via de officiële klachtenprocedure wordt ingediend, dat gebeurt per mail. Een inwoner ontvangt conform de klachtenprocedure dan ook een bevestiging. Vervolgens gaat een consulent van VraagWijzer met de inwoner in gesprek om gezamenlijk tot een oplossing te komen. Als dat niet lukt dan kan er nog een onafhankelijke klachtencommissie benaderd worden en/of het wordt een juridische procedure. Een klacht wordt altijd persoonlijk opgepakt door een consulent samen met de inwoner.
De consultent van VraagWijzer ondersteunt de inwoner bij het indienen. 13. Wat is de gemiddelde doorlooptijd voor per verschillende Melding/Aanvraagsoort (1,2,3) tussen Wmo-aanvraag of Melding en het beëindigde onderzoek? Niet iedere zorgindicatie wordt apart geregistreerd, maar geclusterd in de cijferrapportage meegenomen
14. Binnen welke termijn wordt vastgesteld of een Wmo-aanvraag een schrijnend geval is of niet? Aan de telefoon wordt een eerste uitvraag gedaan. Daarbij wordt meteen een inschatting gemaakt of er sprake is van een urgente aanvraag ofwel schrijnend geval. Iedere week bespreken consulenten de nieuwe aanvragen en bekijken dan ook daarbinnen de urgente gevallen. Wanneer een situatie niet urgent is beoordeeld kan ook iets in de situatie veranderen. Wanneer iemand contact opneemt en kan uitleggen dat de situatie intussen is veranderd en er op dat moment wel sprake is van een urgente vraag, dan wordt de aanvraag ingebracht bij de consulenten die de situatie dan opnieuw bespreken en beoordelen. 15. Hoe land duurt het gemiddeld (per Melding-/Aanvraagsoort) na het afgeven van een Beschikking tot het moment van leveren van daadwerkelijke zorg? Deze informatie is beschikbaar, maar momenteel niet eenvoudig toegankelijk ingericht. Om dit inzichtelijk weer te geven zou er een sturingscijfer/KPI moeten worden opgesteld, procesafspraken voor verwerking gemaakt worden en een automatisering om de informatie (actueel) te tonen. Op dit moment zou het handmatig per productcode uitgezocht moeten worden. Dat is op korte termijn niet haalbaar. Om enige duiding te geven zijn er over de verschillende vormen van dienstverlening drie steekproeven gedaan.
De gemeente ontvangt een bericht zodra de zorgaanbieder start met het leveren van de zorg zoals omschreven in de beschikking. -
Huishoudelijke ondersteuning (01a10) - 1 dag na toekenning beschikking is de zorg opgestart. Dit is mogelijk een herindicatie.
-
Dagbesteding groep is dagbesteding groep (07a03) - 18 dagen na toekenning beschikking is de zorg opgestart.
-
Begeleiding individueel specialistisch (02a05) - Binnen een dag na toekenning is de zorg opgestart. Dit is mogelijk een herindicatie.
De tijd tussen toekenning en beschikking wordt herkend, bij een herindicatie kan de zorg vaak snel worden herstart, bij een nieuwe indicatie kan het tot 3 weken duren voor een eerste afspraak is ingepland. 16. Hoe vaak kan er niet direct geleverd worden door Aanbieders? Hoe lang wachten inwoners dan gemiddeld op het daadwerkelijk krijgen van hulp? In de beschikbaarheidswijzer is te zien hoe lang de gemiddelde wachttijden bij aanbieders zijn. Het kan voorkomen dat inwoners niet direct hulp krijgen gezien de wachttijden bij aanbieders. Dit is een landelijke trend. Hiervan zijn geen exacte cijfers beschikbaar.