CConstaterende datWest Maas en Waal
Koppel je AI →
Document · PDF

20250825 FD vragen WMO-verordening - beantwoording

Gemeenteraad 11 september 2025, gemeente West Maas en WaalBij agendapunt: Z.1179601.820 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvragen Aankruisen welk soort vraag het betreft

Omschrijving

Betreft Agendapunt:

Vragen n.a.v. ingekomen stukken X

Technische vragen over geagendeerde stukken op RTG

6

Aanvullende (technische) vragen n.a.v. RTG Mondelinge vragen van raadsleden (art. 36 RvO) Vragenkwartiertje Schriftelijke vragen Beantwoording gewenst schriftelijk / mondeling (doorhalen wat niet van toepassing is, zie toelichting) Onderwerp

: WMO-verordening

Datum indiening

: 25-8-2025

Indiener (Naam en fractie) : J.H.M. Hoefnagel – FD West Maas en Waal

Inleiding / Aanleiding O.b.v. het raadsvoorstel.

Vraag en Antwoord 1. Schulinck wijst op het belang van structurele inwonersparticipatie, Adviesraad SD is wel betrokken maar bredere consultatie is slechts beperkt beschreven. Hoe wordt geborgd dat de inspraak en participatie van kwetsbare inwoners en cliënten systematisch plaatsvindt, ook na vaststelling van de verordening? Het college onderkent het belang van structurele inwonersparticipatie, juist ook voor kwetsbare inwoners en cliënten. Naast de vaste adviesrol van de Adviesraad Sociaal Domein worden aanvullende vormen van consultatie ingezet, zoals belangen- en maatschappelijke organisaties bijv. seniorenverenigingen, zorgverleners, vrijwillige cliëntondersteuners. Participatie is geborgd in de gehele beleidscyclus – van ontwikkeling tot evaluatie. We organiseren ontwikkeltafels om draagvlak te krijgen voor bijv. pilots ofwel nieuwe wijze van uitvoering van het beleid. 2. Doelstellingen zijn deels concreet maar niet altijd kwantitatief onderbouwd, evaluatie is wel geregeld. Welke concrete streefwaarden worden gehanteerd om succes te meten (bv. wachttijdreductie, tevredenheid, aantal bezwaren)?

Z.123109

Het college streeft ernaar om door middel van specifieke uitvoeringsafspraken in het lopende jaar met haar contractspartner zowel kwalitatief als kwantitatief grip te houden op de afspraken. Bij het vaststellen van de streefwaarden is rekening gehouden met de huidige uitvoeringspraktijk. We stemmen deze continu af met onze contractspartners. We monitoren en evalueren van onze streefwaarden. 1. Streefwaarde verwerkingstijd meldingen. Deze wordt gemeten op basis van het percentage meldingen dat binnen de wettelijke termijn worden afgehandeld (Wmo en Jeugdwet). We hanteren een streefwaarde van minimaal 65% voor het aantal Wmo-meldingen die binnen 6 weken worden afgehandeld. Voor Jeugdwet hanteren we een streefwaarde dat minimaal 90% van de meldingen binnen 8 weken worden afgehandeld. 2. Streefwaarde inzet van algemene- en/of maatwerkvoorzieningen. Inwoners met hulpvragen maken waar mogelijk (deels) gebruik van algemene voorzieningen in plaats van maatwerkvoorzieningen. In de afspraken met onze contractspartners is afgesproken dat bij iedere hulpvraag eerst wordt onderzocht of doorverwijzing naar een voorliggende of algemene voorziening mogelijk is. Het spreekt voor zich dat we hierbij de redelijk- en billelijkheid van de zorgvraag in ogenschouw houden. 3. Streefwaarde cliënttevredenheid. In de begroting hebben we de streefwaarden opgenomen voor cliënttevredenheid.

De beleidsindicatoren zijn opgenomen in de P&C cyclus en bedragen 80 tot 85%. 3. Rapport Schulinck noemt risico op bureaucratisering en onvoldoende menselijke maat bij uitzonderingssituaties. Het rapport vindt dat er risico’s zijn dat de menselijke maat verloren gaat wanneer uitzonderingen onnodig bureaucratisch worden behandeld. De aanbeveling is om expliciet te zorgen voor eenvoud, heldere motivering en ruimte voor persoonlijke belangenafweging, ook bij toepassing van de hardheidsclausule of in acute situaties. Op welke wijze wordt gewaarborgd dat de hardheidsclausule en acute noodregeling in de praktijk menselijk en rechtvaardig wordt toegepast? We passen altijd de menselijke maat toe in acute- en noodsituaties en er is altijd overleg met de regisseur VraagWijzer/Kwaliteit- en beleidsmedewerker om de hardheidsclausule toe te passen indien een casus hierom vraagt. Het betreft altijd maatwerk als het gaat om nood en daarom is er geen proces beschreven, We beoordelen per casus of dit noodzakelijk is. 4. Extra kosten pgb en veranderende procedures kunnen financiële en procesmatige gevolgen hebben.

Wat zijn de gevolgen voor wachtlijsten, werkdruk bij uitvoerders en potentieel verschuivende budgetten door de pgbtariefwijziging en het programma kostenbeheersing? De aanpassing van pgb-tarieven en de invoering van het programma kostenbeheersing hebben zowel financiële als procesmatige consequenties. Deze kunnen zich voordoen op drie niveaus: 1. Wachtlijsten en toegankelijkheid o De verwachting is dat de wijziging van pgb-tarieven niet direct leidt tot langere wachtlijsten voor toegang tot voorzieningen. o Wel kan de verwerkingstijd bij aanvragen tijdelijk toenemen door de veranderende procedures en benodigde extra communicatie richting cliënten. o Om dit te ondervangen worden aanvullende interne werkafspraken gemaakt en wordt cliëntondersteuning actief ingezet. 2. Werkdruk bij uitvoerders o Door de gewijzigde procedures ontstaat initieel een hogere administratieve belasting voor consulenten, budgethouders en aanbieders.

o

Dit kan leiden tot extra werkdruk, met name bij de beoordeling en vaststelling van nieuwe pgb-beschikkingen. o Het programma kostenbeheersing voorziet in procesoptimalisatie en digitalisering om deze werkdruk structureel te reduceren. 3. Budgettaire verschuivingen o Hogere pgb-tarieven kunnen leiden tot een stijging van de totale pgbuitgaven. Dit vraagt om een strikte monitoring en, indien nodig, herprioritering binnen het sociaal domeinbudget. o Het programma kostenbeheersing heeft juist tot doel om de uitgaven te beheersen, onder andere door scherpere toetsing op doelmatigheid en de inzet van natura-voorzieningen waar dit passend is. o Hierdoor kan op termijn een verschuiving ontstaan tussen pgb en zorg in natura, afhankelijk van de voorkeur van cliënten en de beschikbare middelen. Conclusie Samengevat ligt de grootste impact niet zozeer bij de wachtlijsten, maar bij de tijdelijke toename van werkdruk en de noodzaak van budgetbewaking. Door procesoptimalisatie, monitoring en het inzetten van ondersteunende maatregelen wordt ernaar gestreefd deze gevolgen zo goed mogelijk op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de toegankelijkheid van ondersteuning voor inwoners. We proberen zo min mogelijk PGB te verstrekken conform het beleid dat we als gemeente voeren. 5.

Schulinck adviseert toelichting te verwijderen, maar dit kan ten koste gaan van begrijpelijkheid voor uitvoerders en inwoners. Waarom is in de verordening gekozen voor het schrappen van uitgebreide toelichting? Wat zijn de gevolgen voor juridische transparantie en de vindbaarheid voor inwoners? De toelichting is niet geschrapt. De toelichting is als ondersteunend document aan de raad aangeboden, maar is geen onderdeel van de besluitvorming. Het college heeft ingestemd met de toelichting. De toelichting is openbaar en de inwoners kunnen zo kennisnemen van wat de verordening voor hen betekent in de uitvoering. 6. Alternatieven zijn beperkt gedocumenteerd, rapport Schulinck benoemt dit expliciet. Welk alternatieven zijn systematisch onderzocht, en waarom zijn bepaalde opties gekozen of verworpen (bv. bij gebruikelijke hulp, pgb, mantelzorgwaardering)? Na aanleiding van verduidelijking van de vraag door een raadslid, is duidelijk geworden dat de vraag betrekking heeft op de concept-verordening. In haar advies geeft Schullinck een reactie op de voorgestelde artikelen en stelt vervolgens een alternatief dat in lijn ligt met geldende rechtspraak. Het oude artikel is vervallen en het advies van Schullinck is overgenomen. In het huidige artikel is geen sprake van de vraag die gesteld wordt.

In het geval dat zich een bijzondere omstandigheid toedoet die het college dient te motiveren, zal dat dan worden uitgezocht en toegelicht. Het is niet mogelijk om hier op voorhand alternatieven voor in kaart te brengen. 7. Inzet op eigen kracht is positief, maar kent risico’s bij kwetsbare groepen (armoede, sociale isolement). Hoe wordt gewaarborgd dat minima niet worden beperkt in hun toegang tot voorzieningen en dat eigen kracht/ sociaal netwerk niet leidt tot verborgen uitsluiting? Toegang en bereikbaarheid • Heldere criteria dat financiële situatie nooit een uitsluitingsgrond mag zijn. • Laagdrempelige toegang tot basisvoorzieningen (zonder ingewikkelde eigen bijdragen of ingewikkelde aanvraagprocedures). • Proactieve signalering door wijkteams, schuldhulpverlening, huisartsen, scholen, woningcorporaties. Toetsing van ‘eigen kracht’

•

Professionals toetsen expliciet of er daadwerkelijk een steunend netwerk is. Geen vanzelfsprekende veronderstelling. • Vast onderdeel in het keukentafelgesprek: “Wat kan iemand écht zelf, zonder overbelasting of risico op uitsluiting?” • Heldere richtlijnen om te voorkomen dat te veel verantwoordelijkheid wordt teruggelegd bij inwoners in armoede. Waarborgen tegen uitsluiting • Verankeren van het principe dat voorzieningen basisrechten zijn; armoede of isolement mag geen belemmering vormen. • Regelingen voor minima (kwijtschelding eigen bijdragen, bijzondere bijstand, compensatieregelingen). • Actieve inzet op outreachend werken om verborgen groepen te bereiken. Monitoring en inspraak • Structureel evalueren: signalen van uitsluiting verzamelen via cliëntenraden, minima-platforms, onafhankelijke cliëntondersteuning. • Transparante klachten- en bezwaarprocedures. Kortom: ‘eigen kracht’ is een vertrekpunt, maar geen voorwaarde. We moeten actief checken of inzet van netwerk haalbaar en veilig is, en garanderen dat niemand wordt uitgesloten van noodzakelijke ondersteuning door armoede of gebrek aan sociaal netwerk. Ons beleidskader de sociale basis geeft het kader om te voorkomen dat kwetsbare inwoners in de basis ‘eigen kracht’ kunnen ontwikkelen en daarbij ondersteund worden.

Mensen met een laag inkomen worden altijd gewezen op de mogelijkheden van de minima regelingen en indien nodig geholpen om hier een aanvraag voor in te dienen. 8. Rentmeesterschap vraagt om duurzame keuzes, maar deze zijn niet expliciet onderbouwd in het voorstel. Welke concrete duurzaamheidseisen worden gehanteerd bij de keuze en toekenning van voorzieningen? Dit zijn eisen bij de inkoop van onze producten voor zowel de Wmo als de Jeugd. Bijv. Medipoint levert de hulpmiddelen binnen de criteria van de duurzaamheidseisen. En ontwikkelt en innoveert voortdurend. Doet zaken met leveranciers/aanbieders die hieraan ook moeten voldoen. 9. Toegang en communicatie zijn verbeterd, maar het schrappen van toelichting en decentralisatie van nadere regels kan tot verwarring leiden. De communicatie naar diverse doelgroepen over de verordeningen en nadere regels voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp in West Maas en Waal wordt geregeld op basis van wettelijke verplichtingen, de tekst van de nieuwe verordeningen en nadere regels, beleidsnotities en evaluatiedocumenten van de gemeente. Dit gebeurt vanuit juridische kaders (Wmo 2015, Jeugdwet), de lokale regelgeving, en expliciet vastgelegde instructies voor informatieverstrekking en toegankelijkheid.

Hoe wordt de communicatie naar diverse doelgroepen geregeld (taal, toegankelijkheid, digitale en fysieke vindbaarheid)? VraagWijzer is de toegangspoort voor vragen op het gebied van Wonen, Welzijn en Zorg. Alle schriftelijk communicatie die vanuit VraagWijzer wordt verstuurd is onlangs getoetst en waar nodig aangepast. We zijn actief in gesprek met diverse professionals , waaronder huisartsen om relevante informatie met hun te delen. Zodat inwoners ook via de verschillende professionals informatie tot zich kunnen nemen. We communiceren o.a met het kringberaad, vrijwilligersorganisaties en andere organisaties waar inwoners komen over wat we aan zorg en ondersteuning bieden. Dat is ook een onderdeel van het programma ‘Verbetering kwaliteit en kostenbeheersing Wmo en Jeugdwet (VKKWJ) .We communiceren op laagdrempelig niveau. Tot slot onderzoeken we hoe invulling gegeven kan worden aan het nog breder richting inwoners om nog breder richting inwoners te communiceren over het sociaal domein.

10. Complexe casussen vragen om domeinoverstijgend beleid, opsplitsing riskeert verzuiling. Is bij de afbakening tussen maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp rekening gehouden met grijze gebieden/multidomein-problemen? Binnen VraagWijzer wordt integraal samengewerkt op de domeinen Wmo en Jeugd. Zo is er wekelijks caseloadoverleg onder de consulenten en is er regelmatig afstemming op uitvoerend, tactisch en strategisch niveau. Ook het keukentafelgesprek omvat verschillende leefgebieden, om de integraliteit juist te beoordelen (verwijzingen, samenwerking met verschillende zorgverleners en maatschappelijke partners). Ook beleidsmatig, zoals zorg- en wonen en veiligheid. Het principe van 1 gezin, 1 plan.

Toelichting: Technische vragen over geagendeerde stukken op RTG

Indienen: tot 48 uur voor aanvang van het RTG. Afdoening door college: schriftelijk voor het RTG. Indienen: binnen 48 uur voor aanvang van het RTG. Afdoening door college: mondeling tijdens het RTG of schriftelijk na het RTG maar uiterlijk 48 uur voor de eerstvolgende raadsvergadering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15893696/1